Beethovenlaan 7_vastgesteld_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Grenswaarde 40 µg/m³ Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³ 40 µg/m³ Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³ 25 µg/m³
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de
33/50
beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een supermarkt en de realisatie van een nieuwe Koninkrijkszaal. Uit het verkeerskundig onderzoek ten behoeve van de beoogde ontwikkeling blijkt dat de uitbreiding van de supermarkt leidt tot een extra verkeersafname van 193 mvt/etmaal. Er is dan ook geen toename luchtverontreinigende stoffen. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort.
De dichtstbijzijnde maatgevende wegen betreffen de Van Beethovenlaan en de Boulevard. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze wegen ruimschoots onder de grenswaarden lagen (tabel 4.6). Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tabel 4.6: Concentraties luchtverontreinigende stoffen maatgeven wegen. (Bron: NSL-monitoringstool 2021) Weg NO2 (µg/m³) PM10 (µg/m³) PM2,5 (µg/m³) Aantal overschrijdingen Van Beethovenlaan 18,4 16,4 8,9 6,0 Boulevard 17,3 16,2 8,9 6,0 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.7
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde
34/50
omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute.
Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Onderzoek Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen worden getoond, zijn in de nabije omgeving van het plangebied geen relevante risicovolle inrichtingen gelegen (figuur 4.5). Wel worden in de nabije omgeving van het plangebied gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg en het spoor.
35/50
Figuur 4.5 Ligging plangebied ten opzichte van risicovolle bronnen (Bron: Professionele risicokaart) Het vervoer over de weg vindt plaats ten westen van het plangebied, over de A58. Het plangebied ligt niet binnen de PR 10-6 contour. Het invloedsgebied van de weg reikt tot een afstand van meer dan 4.000 meter. Het plangebied is gelegen op circa 1,8 kilometer en valt daarmee binnen het invloedsgebied. Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van de transportroute, waardoor berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is. Wel is een beknopte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Het vervoer over het spoor vindt plaats ten westen van het plangebied, over het spoortraject Bergen op Zoom – Roosendaal West (11AG.1). Het plangebied ligt niet binnen de PR 10-6 contour en het plasbrandaandachtsgebied van het spoortraject. Het invloedsgebied van het spoortraject reikt tot een afstand van meer dan 4.000 meter. Het plangebied is gelegen op circa 900 meter en valt daarmee binnen het invloedsgebied. Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van de transportroute, waardoor berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is. Wel is een beknopte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk.
Beknopte verantwoording groepsrisico Voor de verantwoording van het groepsrisico is gebruik gemaakt van de Standaard Verantwoording Groepsrisico van de gemeente Roosendaal met het standaardadvies 2020 van de Veiligheidsregio. Het standaardadvies is toegevoegd in de bijlage ( bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de rijksweg A58 en het spoortraject Bergen op Zoom – Roosendaal West. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Het aspect externe veiligheid vormt
36/50
zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.8
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.
Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door het centrum van Roosendaal, aan de zuidzijde door de Van Beethovenlaan met aan de overzijde woningen, aan de noordzijde door woningen en aan de oostzijde door een school. Het plangebied kan zodoende getypeerd worden als 'gemengd gebied'. De beoogde ontwikkeling betreft onder andere de uitbreiding van een supermarkt. Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) behoort een supermarkt tot milieucategorie 1. Voor deze milieucategorie geldt in gemengd gebied op basis van het aspect geluid een richtafstand van 0 meter. Hiermee wordt aan de richtafstand voldaan. De beoogde ontwikkeling voorziet echter in een vervanging en uitbreiding van de bestaande, in de directe nabijheid van woningen gelegen supermarkt. Het laden en lossen, het vrachtverkeer en het rijden met personenauto's en winkelwagens zal dan ook toenemen. Deze toename kan tot hinder leiden wanneer er woningen op korte afstand aanwezig zijn.
Daarom is in het kader van een goede ruimtelijke ordening ten behoeve van de beoogde ontwikkeling akoestisch onderzoek uitgevoerd. Op het akoestisch onderzoek en de daarmee samenhangende gevolgen/voorwaarden voor het plangebied wordt in paragraaf 4.11 'Inrichtingslawaai' nader ingegaan. Conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
37/50
4.9
Cultuurhistorie en archeologie
Toetsingskader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten.
Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die in 2021 naar de Omgevingswet overgaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is: Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet; De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet. Onderzoek Cultuurhistorie Conform het huidige bestemmingsplan 'Kalsdonk' zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig. Verder maakt het plangebied geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Archeologie Conform het huidige bestemmingsplan 'Kalsdonk' kent het plangebied een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie – 2'. Voor deze dubbelbestemming geldt voor alle bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,5 meter onder maaiveld een archeologische onderzoeksplicht. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door Econsultancy archeologisch onderzoek uitgevoerd, bestaande uit een bureauonderzoek en een verkennend veldonderzoek (Econsultancy, 10 januari 2020, rapportnr. 9738.002). Dit onderzoek is als bijlage 6 opgenomen.
Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde kent voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd (vanaf het maaiveld). Daarnaast kent het plangebied een middelhoge verwachtingswaarde voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum (direct onder het eerddek in de top van het dekzand). Econsultancy adviseert om bij de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming Archeologie te handhaven. Dit betekent dat bij toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden eerst verder
38/50
archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd om de archeologische potentie van het gebied te bepalen. Dit onderzoek kan, omdat de verwachting voornamelijk resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd betreft, het best worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P). Dit onderzoek moet worden uitgevoerd op basis van een door de gemeente Roosendaal goedgekeurd Programma van Eisen. Proefsleuvenonderzoek Om het proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren is een Programma van Eisen (PVE) opgesteld. Het PVE is opgenomen in bijlage 2. Advies gemeentelijk archeoloog Het uitgevoerde onderzoek is door de gemeentelijk archeoloog beoordeeld en van een advies voorzien. Dit advies is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan. De conclusie van het uitgevoerde onderzoek wordt bevestigd. Dat betekent dat in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' wordt opgenomen. Deze dubbelbestemming koppelt een nadere onderzoeksplicht aan de toekomstige omgevingsvergunning voor bouwen. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Met betrekking tot het aspect archeologie wordt ter plaatse van het plangebied de bestaande dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie – 2' gehandhaafd.
Verder zal in het kader van de omgevingsvergunning bouwen nader archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.10 Ecologie Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden
39/50
plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.
Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming provincie Noord-Brabant In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze verordening.
Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wild zwijn en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende bij het Natuurnetwerk Nederland ligt op 1,6 kilometer afstand. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 8,3 kilometer en betreft het gebied 'Brabantse Wal'. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot
40/50
natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van verkeersbewegingen en daarnaast kan ook in door de aanleg en bouw sprake zijn van stikstofdepositie. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op 8,9 kilometer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met behulp van de AERIUS Calculator de stikstofdepositie berekend. Deze is als bijlage 8 opgenomen (Rho adviseurs, 16 oktober). Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Soortenbescherming Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door Adviesbureau Mertens B.V. een quickscan beschermde planten- en dierensoorten uitgevoerd (Adviesbureau Mertens B.V., september 2019, rapportnummer 2018.3104). Dit onderzoek is als bijlage 9 opgenomen. Het bijbehorende veldonderzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2018 en 24 september 2019. Uit de quickscan blijkt dat in verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels het van belang is om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Verder kunnen algemene nationaal beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Noord-Brabant.
Echter, de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes) en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) kan niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Pas na afronding van deze inventarisatie kan worden bepaald of verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden en of ontheffing van de Wet natuurbescherming is vereist. Het gerichte veldonderzoek is uitgevoerd (Regelink Ecologie en Landschap, 3 december 2020). In het te slopen gebouw Hoogstraat 124 zijn paarverblijfplaatsen en een zomerverblijfplaats van vleermuizen aangetroffen. Een mitigatieplan en een ontheffing Wet natuurbescherming zijn noodzakelijk. Het mitigatieplan is opgesteld (Regelink, 18 december 2020) en de ontheffing is verleend door de Provincie Noord-Brabant. Mitigerende maatregelen in de vorm van het plaatsen van vleermuiskasten zijn inmiddels uitgevoerd. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, met in achtneming van de benodigde mitigerende maatregelen en ontheffing. Daarnaast zal voor aanvang van de werkzaamheden actualiserend onderzoek moeten worden uitgevoerd.
4.11 Inrichtingslawaai Toetsingskader Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden beoordeeld of bij de geluidgevoelige bestemmingen rond het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten geluidbelasting door de supermarkt, het parkeren en de bevoorrading. Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en de bedrijfsvoering van de inrichting te kunnen maken, is voor dit plan gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering
41/50
(editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. Tevens wordt de uitvoerbaarheid van het plan getoetst aan de hand van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Onderzoek In het onderzoek "Akoestisch Onderzoek Jumbo Beethovenlaan Roosendaal” door Rho adviseurs is de akoestische situatie beoordeeld voor en na de herbouw van de supermarkt. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 10 (Rho adviseurs, 18 maart 2022, kenmerk 20210641_001RK) bij de toelichting van het bestemmingsplan. Dit onderzoek is uitgevoerd voor een situatie met verplaatsing van de Koninkrijkzaal (de situatie uit het ontwerpbestemmingsplan). Omdat de locatie van de supermarkt, het laden en lossen en het parkeren (maatgevende elementen) gelijk blijven in de nieuwe situatie, kunnen de conclusies uit dit onderzoek ook gebruikt worden voor voorliggende ontwikkeling. Uit het onderzoek blijkt dat een aantal bestaande knelpunten, veroorzaakt door bevoorrading en parkeren wordt opgelost of verkleind. Hier wordt zowel in de huidige situatie als in de beoogde toekomstige situatie niet bij alle woningen wordt voldaan aan de richtwaarden voor woningen in een gemengd gebied.
Daarom zijn maatregelen verkend om de geluidbelasting van de woningen door bevoorradingsverkeer en door auto's op het parkeerterrein te beperken. Het gaat om de volgende maatregelen. Het volledig inpandig laden en lossen van vrachtwagens, in plaats van zoals nu in de open lucht. Het oprichten van een geluidscherm ten noorden van de parkeerterreinen. Het weren van personenautoverkeer naar de supermarkt via de inrit aan de Boulevard. Het gebruik maken van PIEK-gecertificeerde vrachtwagens voor de bevoorrading. Ondanks de toepassing van al deze maatregelen en een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie kan bij de woningen bij de inrit aan de Boulevard en bij de woningen ten noorden van het centrale parkeerterrein niet worden voldaan aan de verruimde richtwaarde van stap 3. Dat komt onder andere doordat afschermende maatregelen voor het vrachtverkeer over de rijbaan zouden lopen, dit is niet uitvoerbaar. Cumulatie In het kader van de VNG-publicatie en stappenbenadering dient aandacht te worden besteed aan cumulatieve effecten. Er kan sprake zijn van cumulatie met wegverkeer. Voor woningen aan de Boulevard geldt dat de hogere geluidniveaus vooral optreden ter plaatse van de achtergevels. Cumulatieve effecten met wegverkeer zijn hier beperkt aan de orde.
Voor de woningen aan de Hoogstraat met achtergevels naar het parkeerterrein geldt dat de afstand tot de Van Beethovenlaan relatief groot is en daarom het cumulatieve effect relatief gering zal zijn (het parkeerterrein is bepalend voor de geluidbelasting). Cumulatie van geluid kan wel optreden ter plaatse van de woningen aan de Van Beethovenlaan (overzijde), omdat deze op kleinere afstand vande weg liggen. Bij de woningen geldt dat de bijdrage vanwege de indirecte hinder 56 dB(A) bedraagt. De totale verkeersintensiteit op de Beethovenlaan is inclusief de al bestaande verkeersaantrekkende werking. Het cumulatieve effect ter plaatse van de woningen aan de Van Beethovenlaan (overzijde) zal naar schatting 60-65 dB(A) bedragen. Voor cumulatieve geluidniveaus is geen beoordelingsmethode voorgeschreven (norm). In tabel 6.2 uit bijlage 10 is wel een algemeen geaccepteerde
42/50
kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen. Kanttekening hierbij is dat dit op basis van de beoordelingsgrootheid Lden is (jaargemiddeld). De geluidbelasting vanwege Jumbo is berekend op basis van een maximale situatie; de jaargemiddelde situatie is veelal lager. Globaal kan worden gesteld dat op basis van de maximale situatie de geluidkwaliteit rond de Jumbo varieert van redelijk tot slecht. Conclusie In de nieuwe situatie is sprake van een acceptabel akoestisch klimaat. Maatregelen in de vorm van inpandig laden en lossen en het plaatsen van een geluidscherm tussen het parkeerterrein en de woningen aan de Hoogstraat dragen daar aan bij. Daarnaast zijn maatwerkvoorschriften nodig voor de supermarkt. Maatwerkvoorschriften Activiteitenbesluit Jumbo/parkeerterrein De inrichting Jumbo, inclusief de parkeerplaats wordt gezien als inrichting. Omdat niet aan de algemene grenswaarden werd/wordt voldaan, dienen de berekende geluidniveaus te worden vastgelegd als maatwerkvoorschrift voor zover deze hoger zijn dan 50 dB(A) als etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus en hoger dan 65 dB(A) in de avond-/nachtperiode voor de maximale geluidniveaus. De hoger maximale geluidniveaus in de dagperiode kunnen worden gezien als onderdeel van laad- en losactiviteiten.
Maatwerkvoorschriften kunnen hoger worden vastgesteld als wordt voldaan aan de van toepassing zijnde binnenwaarden. Voor goed onderhouden woningen geldt dat de geluidwering van gevels 20-25 dB(A) kan bedragen op basis van norm-ventilatie. Globaal zal dan ook aan de binnenwaarden van 35 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 55 dB(A) voor het maximale geluidniveau kunnen worden voldaan. Bij de hoogst berekende waarde van 52 dB(A) in de avondperiode wordt voldaan bij een geluidwering van 22 dB(A). Een onderzoek naar de geluidwering wordt om die reden op voorhand niet nodig geacht. Bij de hoogste berekende waarde van de maximale geluidniveaus van 74 dB(A) ter plaatse van de achtergevels van de woningen aan de Boulevard wordt voldaan aan 50 dB(A) binnen bij een geluidwering van 24 dB(A). Gezien de steenachtige gevels en het beperkte raamoppervlak mag worden verwacht dat hieraan wordt voldaan. Ten aanzien van de overige locaties (Hoogstraat) geldt dat bij maximale geluidniveaus tot ca. 70 dB(A) in de avond bij een geluidwering van 20 dB(A) wordt voldaan aan de binnenwaarde van 50 dB(A) in de avondperiode.
43/50
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat er een regeling geboden wordt die de ontwikkeling van het plangebied mogelijk maakt.
5.2
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP)
De Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen (hierna SVBP 2012), die voortvloeit uit de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Wel dient het bestemmingsplan van een toelichting vergezeld te gaan. Het bestemmingsplan zelf bestaat uit een verzameling geografische bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels. Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een bestemmingsplan.
5.3
Opzet van de nieuwe bestemmingsregeling
5.3.1 Uitgangspunten en doelstellingen Het centrale onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de in het plan begrepen grond bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden. Aan de bestemmingen zijn regels gekoppeld over het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Kenmerk van bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee is bedekt. Elke bestemming is geometrisch bepaald. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verklaringen zijn de overige in de verbeelding van het bestemmingsplan voorkomende zaken. Verklaringen hebben geen juridische betekenis. Zij zijn bedoeld om nadere informatie te verschaffen of om de duidelijkheid en raadpleegbaarheid te bevorderen. Omdat verklaringen geen juridische betekenis hebben, wordt hierop niet nader ingegaan. Het uitgangspunt bij het opstellen van het bestemmingsplan is dat de van kracht zijnde regelingen zodanig
44/50
worden geactualiseerd dat samenhangende, op actuele beleidsinzichten en gebruikerswensen afgestemde bestemmingsregelingen ontstaan. Als doelstellingen en uitgangspunten kunnen daarbij worden onderscheiden: Rechtszekerheid en klantgerichtheid, dat wil zeggen voor de burger een duidelijk, toegankelijk en op actuele behoeften en eisen afgestemd plan. Makkelijke toepasbaarheid en hanteerbaarheid voor de gemeentelijke diensten; een plan waaraan bouwaanvragen op heldere wijze kunnen worden getoetst met als resultaat een minimale bestuurslast. Duidelijkheid en inzichtelijkheid van hetgeen is toegestaan, dit houdt in dat de bestemmingen met hun bouw- en gebruiksmogelijkheden zoveel als mogelijk is via de verbeelding zichtbaar worden gemaakt. 5.3.2 Opbouw regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008. a. De opbouw van de regels is als volgt: Begripsbepalingen en wijze van meten (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). b.
Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning; Wijzigingsbevoegdheid. De specifieke nadere eisenregelingen, bevoegdheden om af te wijken van de regels en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk aanlegvergunningregels zullen zoveel mogelijk per bestemming worden opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. Er wordt derhalve voor de volgorde van de regels een standaardindeling gehanteerd. In niet alle bestemmingen komen alle leden voor. 5.3.3 Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels, het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid. Dit flexibiliteitinstrumentarium kent zekere begrenzingen. Het is niet mogelijk om met een omgevingsvergunning een bestemmingswijziging tot stand te brengen. Een nadere eis mag slechts worden gesteld per afzonderlijk geval en geen algemene regel inhouden. Bovendien
45/50
moet het bestemmingsplan al een regel bevatten omtrent het punt ten aanzien waarvan een nadere eis wordt gesteld. Op basis van het vorenstaande wordt voor het opnemen van flexibiliteitsregels de volgende benadering gehanteerd. Flexibiliteitregels alleen gebruiken als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn, voor de onderbouwing waarvan de toelichting de noodzakelijke bouwstenen bevat. Bij het besluit tot het opnemen van flexibiliteit planschade risico meewegen. Nadere eisen alleen stellen als er als regels zijn opgenomen met betrekking tot hetzelfde onderwerp.
5.4
Regeling overige bestemmingen
5.4.1 Bedrijf - 2 De bestemming Bedrijf -2 is bedoeld voor nutsvoorzieningen. Alleen ten dienste van deze functie zijn dan ook gebouwen met een inhoud van maximaal 50 m³ en goothoogte van 3 meter toegestaan. Daarnaast zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen toegestaan. 5.4.2 Detailhandel De bestemming Detailhandel is bedoeld voor winkels en dus ook voor supermarkten. In de regels van deze bestemming is aangegeven dat de detailhandelsbestemming uitsluitend is bedoeld voor een supermarkt, omdat dit aansluit op het vastgestelde detailhandelsbeleid. Ter plaatse van de locatie van de supermarkt en het bijbehorende parkeerterrein is de bestemming Detailhandel opgenomen. Binnen deze bestemming is detailhandel toegestaan, alsmede dienstverlening. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd, met inachtneming van de aanduidingen op de verbeelding.
5.4.3 Verkeer De gronden binnen deze bestemming zijn onder meer bestemd voor wegen met ten hoogste 2 keer 1 doorgaande rijstroken, opstelstroken en busstroken daar niet onder begrepen, vervolgens: voet- en fietspaden, speel-, spel- en daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband, beplantingen, bermen, watergangen en andere waterpartijen, voorzieningen ten behoeve van algemeen nut, zoals bergbezinkbassins en transformatorhuisjes, en afvalinzameling, parkeerplaatsen, geluidswerende voorzieningen en daarbij behorende beplantingen kunstwerken en kunstobjecten. De Van Beethovenlaan, de rotonde en een deel van de Boulevard zijn bestemd als Verkeer. Ook het deel van de locatie dat gebruikt wordt voor bevoorradingsverkeer en de parkeerplaats zijn als Verkeer bestemd.
46/50
5.4.4 Waarde - Archeologie 2 In verband met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de ondergrond, is de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming gelden beperkingen ten aanzien van bodemroerende werkzaamheden. Het gaat hierbij om werkzaamheden of gebouwen met een oppervlakte van 100 m2 of meer met een diepte van 0,5 m. Werkzaamheden zijn uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat geen archeologische waarden worden verstoord of onder archeologische begeleiding.
47/50
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Onderhavig plan voor de uitbreiding van de supermarkt is economisch uitvoerbaar. De ontwikkelingskosten worden gedekt uit de grondexploitatie. Met Jumbo Supermarkten is een overeenkomst ondertekend. De economische uitvoerbaarheid van de uitbreiding van de supermarkt met inbegrip van de mogelijke planschade - is daarmee gewaarborgd. Met de anterieure overeenkomst is ook het kostenverhaal verzekerd zoals bedoeld in het grondexploitatiedeel van de Wet ruimtelijke ordening. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
48/50
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Inspraak en overleg
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro en de inspraakverordening van de gemeente is het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd en is het toegezonden worden aan de diverse overlegpartners. De ingeokomen inspraak- en overlegreacties zijn samengevat en beantwoord in bijlage 15 van de toelichting.
7.2
Omgevingsdialoog
In het kader van de Omgevingswet heeft de gemeente Roosendaal de initiatiefnemer verzocht om – vooruitlopend op de informatiebijeenkomst - diverse eigenaren van (direct) aangrenzende percelen persoonlijk te informeren over de voorgenomen ontwikkeling. Zo kunnen evt. bezwaren / opmerkingen vroegtijdig worden gesignaleerd en – daar waar mogelijk – worden verwerkt in het plan. Om die reden heeft de initiatiefnemer in augustus 2019 een kennismakings-/afstemmingsoverleg gevoerd met enkele direct belanghebbenden om hen te informeren over het (stedenbouwkundig) ontwerp en de planning van de voorgenomen uitbreiding. Tijdens deze overleggen zijn enkele aandachtspunten aan de orde gekomen, die meegenomen zullen worden in de verdere ontwikkeling van het project. Vervolgens is de bredere omgeving betrokken bij het project door middel van informatiebijeenkomst op 8 juli 2020. Bij deze informatiebijeenkomst, in de vorm van een webinar, zijn de plannen gepresenteerd door de initiatiefnemers. Door middel van vraag en antwoord is waar gewenst een nadere toelichting gegeven op het project en op de uitwerking ervan. Begin 2021 zijn de plannen op een aantal punten gewijzigd ten opzichte van de op 8 juli 2020 gepresenteerde plannen. Deze wijzigingen zijn ook doorgevoerd in dit bestemmingsplan.
De doorgevoerde wijzigingen zijn: de supermarkt wordt een reguliere winkel (dus geen foodmarkt); de supermarkt krijgt een kleiner metrage (ca. 3.200 m2 ipv 3.900 m2 BVO); er komen geen parkeerplaatsen op het dak van de supermarkt; het aantal openbare parkeerplaatsen van de gemeente blijven nagenoeg hetzelfde. De Jumbo heeft deze wijzigingen op 14 oktober 2021 in een brief aan de direct omwonenden gecommuniceerd. Met sommige directe buren is er nadien regelmatig bilateraal overleg gevoerd over de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast is het huidige bouwplan op 12-4-2023 aan de direct omwonenden gecommuniceerd middels een informatiebrief.
49/50
7.3
Vastelling
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 30 mei 2022 gedurende 6 weken ter inzage gelegen voor de vaststellingsprocedure (op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze periode zijn 2 schriftelijke zienswijzen kenbaar gemaakt. Eén zienswijze is van Stichting Konkrijkszalen, de andere zienswijze betreft een zienswijze van een omwonende. De zienswijzen zijn samengevat en van beantwoording voorzien in bijlage 17.
50/50