Beethovenlaan 7_vastgesteld_1_toelichting_Bijlage 12 Verkennend veldonderzoek.pdf
Tekst van het document
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus Hoogstraat 124, Roosendaal Definitief
Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen
085 7737676
info@regelink.nl | www.regelink.nl
KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390980458
Colofon
Tekst, foto's en samenstelling
Stefan van Schaik
In opdracht van
Gemeente Roosendaal
Naam opdrachtgever
A. Kole
Rapportnummer
RA20082-01
Status rapport
Definitief
Datum oplevering rapport
03 december 2020
Aantal pagina's
29
Collegiale toets
M. van Diedenhoven
Wijze van citeren
Schaik, van, S.A.G., 2020, Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal. Rapport RA20082-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.
Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
2
Inhoudsopgave Aanleiding
4
1.1 1.2
4 4
Aanleiding Doel
Plangebied en ingreep
5
2.1 2.2
5 5
Plangebied Ingreep
Werkwijze
7
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
7 7 8 8 8 8 9
Onderzoeksinspanning Methode huismusonderzoek Methode gierzwaluw onderzoek Methode spreeuw onderzoek Methode zwarte roodstaart onderzoek Methode vleermuisonderzoek Volledigheid inventarisatie
Resultaten
10
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
10 10 10 11 11 11 13 13
Algemeen beeld Huismus Gierzwaluw Spreeuw Zwarte roodstaart Gewone Dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger
Toetsing aan de Wet natuurbescherming
14
5.1 5.2
14 15
Effectbepaling Toetsing Wet natuurbescherming
Conclusies en vervolgstappen
16
6.1 6.2
16 16
Conclusies Vervolgstappen
Bronnen
18
7.1 7.2 7.3
18 18 19
Literatuur Websites Project gerelateerde bronnen
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
20
Bijlage 2.
Waarnemingskaarten
24
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
3
Aanleiding 1.1 Aanleiding Gemeente Roosendaal is van plan om het gebouw aan de Hoogstraat 124, Roosendaal, te slopen en er nieuwbouw te realiseren. Regelink Ecologie & Landschap heeft in december 2019 een ecologische quickscan uitgevoerd voor dit gebied. Uit de rapportage (Van Schaik, 2019) blijkt dat in het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) aanwezig zijn. Daarnaast zijn mogelijk nestlocaties van gierzwaluw (Apus apus), huismus (Passer domesticus), spreeuw (Sturnus vulgaris) en zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) aanwezig. Volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (zorgplicht) is het verplicht om voordat de ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Er moet daarom nader onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van deze soorten en de functies van het plangebied. Regelink Ecologie & Landschap heeft in opdracht van de gemeente Roosendaal in het plangebied het onderzoek naar vleermuizen, huismus, gierzwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart uitgevoerd. Bij het opstellen van deze rapportage is uitgegaan van de definities zoals aanwezig op de website van Regelink Ecologie & Landschap .
1.2 Doel Met dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: •
Welke soorten vleermuizen komen voor in het plangebied?
•
Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige soorten vleermuizen?
•
Komen gierzwaluw en/of huismus en/of spreeuw en/of zwarte roodstaart voor in het plangebied?
•
Welke functies heeft het plangebied voor gierzwaluw en/of huismus en/of spreeuw en/of zwarte roodstaart?
•
Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?
•
Welke vervolgstappen zijn nodig om overtreding van de Wet Natuurbescherming (zoveel mogelijk) te voorkomen
1
Van Schaik, S.A.G., 2019, Ecologische quickscan Hoogstraat 124, Roosendaal.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. In h
et kader van de Wet natuurbescherming. Rapport RA19479-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen 2 http://www.regelink.nl/kenniscentrum/definities-vleermuizenonderzoek/
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
4
Plangebied en ingreep 2.1 Plangebied Het plangebied, Hoogstraat 124, ligt nabij het centrum van Roosendaal in de provincie Noord-Brabant. In figuur 1 is de begrenzing van het plangebied met rood aangegeven. Het plangebied ligt tussen het centrum en woonwijken ‘Kalsdonk’ en ‘Roosendaal Oost’. Ten noorden ligt het ‘Burgemeester Coenenpark’ en ten westen het ‘Emile van Loonpark’. Ten noordoosten ligt een begraafplaats en in het zuiden staan enkele bedrijfspanden. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van ongeveer 0,29 hectare. Een gedetailleerde omschrijving van het plangebied is terug te vinden in de rapportage van de ecologische quickscan (Van Schaik, 2019). Op afbeelding 1 is het plangebied in rode omkadering weergegeven.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020
2.2 Ingreep Gemeente Roosendaal is van plan om het voormalige schoolgebouw en bijbehorende fietsenstalling aan de Hoogstraat 124, Roosendaal te slopen. Daarnaast wordt ook al het opgaande groen verwijderd en worden enkele bomen gekapt. Ingrepen die daartoe in het plangebied plaatsvinden bestaan uit: •
Plaatsen van opslag voor materialen;
•
Kappen van de bomen ten noorden en oosten van de voormalige school;
•
Kortzagen en afvoeren van de stammen en takken;
•
Verwijderen van het opgaande groen;
•
Slopen van het voormalige schoolgebouw;
•
Slopen van de voormalige fietsenschuur;
•
Verwijderen van de bestrating;
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
5
•
Afvoeren van het sloopmateriaal;
•
Bouwrijp maken van de grond;
•
Vrijgekomen bouwgrond ten dele inrichten als parkeergelegenheid.
Het is momenteel nog niet duidelijk wat na de sloop met het resterende deel gebeurd.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
6
Werkwijze 3.1 Onderzoeksinspanning In het voorjaar, zomer en najaar van jaar 2020 werd het plangebied aan de Hoogstraat 124 in Roosendaal geïnventariseerd op de aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluw, huismus, spreeuw en zwarte roodstaart. In Tabel 1 zijn de gegevens van de veldbezoeken weergegeven. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. De toegepaste onderzoeksmethoden worden in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk nader toegelicht. Tabel 1. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. N = nestlocaties, L= Leefgebied, V= Vliegroute, K= Kraamverblijf, Z= Zomerverblijf, P=Paarverblijf, MZ= middernachtelijk zwermgedrag winterverblijfplaats, F = Foerageergebied Datum
Tijd
Onderzochte functies
Medewerker
Weerstomstandigheden
6-4-2020
9:00-11:00
Huismus, spreeuw, zwarte
Stefan van Schaik
14,5ºC, onbewolkt,
roodstaart: N - L 6-5-2020
9:00-11:00
Huismus, spreeuw, zwarte
droog, 2 Bft Stefan van Schaik
roodstaart: N 26-5-2020
9-6-2020
21:45 – 0:15
20:00 – 20:15
1 Bft
Vleermuizen: L – V – K – Z -
Stefan van Schaik &
20ºC, onbewolkt, droog,
F
Tim Eestermans
3 Bft
Gierzwaluw, spreeuw,
Stefan van Schaik
16,5ºC, zwaarbewolkt,
zwarte roodstaart: N - L 1-7-2020
1-7-2020
2-7-2020
19-8-2020
9-9-2020
20:00 – 22:30
22:00 – 0:30
3:00 – 5:30
21:00 – 23:45
22:30 – 0:30
10ºC, onbewolkt, droog,
droog, 3 Bft
Gierzwaluw, spreeuw,
Stefan van Schaik &
20ºC, licht bewolkt,
zwarte roodstaart: N - L
Tim Eestermans
droog, 3 Bft
Vleermuizen: L – V – K – Z -
Stefan van Schaik &
19ºC, licht bewolkt,
F
Tim Eestermans
droog, 3 Bft
Vleermuizen: L – V – K – Z -
Stefan van Schaik &
13ºC, licht bewolkt,
F
Tim Eestermans
droog, 2 Bft
Vleermuizen: L – V – P – Z -
Stefan van Schaik &
21,5ºC, zwaarbewolkt,
F
Tim Eestermans
droog, 3 Bft
Vleermuizen: L – V – P – Z -
Stefan van Schaik &
17ºC, zwaarbewolkt,
F
Tim Eestermans
droog, 3 Bft
3.2 Methode huismusonderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen en leefgebied van de huismus is uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het veldbezoek is het plangebied op gehoor en op zicht geïnventariseerd. Daarbij is gelet op geschikt foerageergebied, foeragerende dieren, vogels die met nestmateriaal of voedsel slepen en vogels die gebouwen invliegen. De inventarisaties zijn overdag uitgevoerd. De data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden zijn opgenomen in Tabel 1.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
7
3.3 Methode gierzwaluw onderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen van de gierzwaluw is uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017). Gedurende de veldbezoeken is het plangebied geïnventariseerd vanaf anderhalf- tot twee uur voor tot even na zonsondergang. Hierbij is gelet op laag door het plangebied vliegende en roepende vogels, vogels die de woningen in- en uitvlogen en het geluid van roepende jongen. De data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden zijn opgenomen in Tabel 1.
3.4 Methode spreeuw onderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen van de spreeuw is uitgevoerd volgens het Factsheet Spreeuw (Vogelbescherming, 2018). Gedurende de periode maart – juli zijn overdag inventarisaties uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is het plangebied op gehoor en op zicht geïnventariseerd. Daarbij werd gelet op foeragerende dieren, vogels die met nestmateriaal of voedsel slepen en vogels die gebouwen invliegen. De data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden zijn opgenomen in Tabel 1.
3.5 Methode zwarte roodstaart onderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen van de zwarte roodstaart is uitgevoerd volgens het Factsheet Zwarte roodstaart (Vogelbescherming, 2018). Gedurende de periode maart – juli zijn in de ochtend of laat in de middag/ aan het begin van de avond inventarisaties uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is het plangebied op gehoor en op zicht geïnventariseerd. Daarbij werd gelet op foeragerende dieren, vogels die met nestmateriaal of voedsel slepen en vogels die gebouwen invliegen. De data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden zijn opgenomen in Tabel 1.
3.6 Methode vleermuisonderzoek Tijdens de veldbezoeken werd op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Pettersson D240x) werd de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar gemaakt voor mensen. Wanneer de soort op grond van frequentie, klank en ritme niet met zekerheid kon worden bepaald, werd een opname gemaakt met een extern opnameapparaat. Met behulp van het computerprogramma Batsound werden de opnamen nader geanalyseerd. Voor determinatie werd gebruik gemaakt van Barataud, 2015 en de grenswaarden in echolocatie van www.batecho.eu. Voor sociale geluiden van vleermuizen werd gebruik gemaakt van Middleton, 2014 en Pfalzer, 2002. Door daarnaast zoveel mogelijk visueel waar te nemen werd de determinatie geverifieerd en werd het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Gedurende het kraamseizoen (mei tot juli) werden de bezoeken direct vanaf zonsondergang tot twee uur na zonsondergang of vanaf twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst uitgevoerd. Gedurende het paarseizoen (augustus tot oktober) werden de bezoeken tussen een uur na zonsondergang en een uur voor zonsopkomst uitgevoerd. In deze periode werd minimaal twee uur geïnventariseerd. De inventarisaties werden postend en lopend uitgevoerd. Het plangebied en het omliggende gebied werden meerdere keren doorkruist.
Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
8
3.7 Volledigheid inventarisatie Het huismussen- en het gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen in de overeenkomstige Kennisdocumenten van BIJ12. Voor het onderzoek naar spreeuw en zwarte roodstaart zijn geen kennisdocumenten beschikbaar. Hiervoor zijn richtlijnen gebruikt die in de Factsheets van de Vogelbescherming staan omschreven. De vleermuisinventarisatie is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2017 zoals vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur. Inventarisaties zijn een steekproef gebaseerd op momentopnames, waardoor het niet is uit te sluiten dat soorten en functies die niet waargenomen werden op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methoden en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
9
Resultaten 4.1 Algemeen beeld Gedurende de periode april – september is onderzoek uitgevoerd naar de onderstaande soorten: •
Huismus
•
Gierzwaluw
•
Spreeuw
•
Zwarte roodstaart
•
Gewone dwergvleermuis
•
Ruige dwergvleermuis
•
Laatvlieger
In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. staat een overzicht van de aangetroffen vleermuissoorten en f uncties. Functies van beschermde vogelsoorten zijn niet opgenomen, omdat binnen het plangebied geen nestlocaties zijn aangetroffen. In de volgende paragrafen worden per soort de waarnemingen en functies verder besproken. De waarnemingskaarten zijn opgenomen in Bijlage 2, Afbeelding 3 tot en met 8. Tabel 2 Samenvatting van de waargenomen vleermuissoorten en functies. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Soort
gewone dwergvleermuis ruige dwergvleermuis laatvlieger
Verblijfplaats functie
Andere functie
Zomer
Kraam
Paar
Winter
Vliegroute
Foerageergebied
1
-
1
-
-
2-5
-
-
1
-
-
-
-
-
-
-
-
-
4.2 Huismus Tijdens het onderzoek zijn in het plangebied zijn in het plangebied geen huismussen waargenomen. In de directe omgeving van het plangebied zijn wel nesten van de huismus waargenomen. Ook zijn er meerdere plaatsen aangetroffen met opgaand groen waar huismussen schuilen, kwetteren en foerageren, Nestlocaties en essentieel functioneel leefgebied van de huismus zijn daarom binnen het plangebied uitgesloten. De waarnemingen van de nesten in de omgeving van het plangebied staan weergegeven in Bijlage 2, Afbeelding 3.
4.3 Gierzwaluw In het plangebied zijn geen gierzwaluwen aangetroffen en zijn er geen aanwijzingen van nesten. Nestlocaties van de gierzwaluw zijn dan ook uit te sluiten binnen het plangebied. Tijdens het onderzoek zijn hoog boven het plangebied overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Ook zijn in de omgeving van het plangebied enkele waarnemingen gedaan van lager vliegende groepjes gierzwaluwen en zijn nestlocaties aangetroffen. De locaties van de waarnemingen zijn weergegeven in Bijlage 2, Afbeelding 4 .
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
10
4.4 Spreeuw Tijdens het onderzoek zijn in het plangebied geen spreeuwen waargenomen. In de directe omgeving van het plangebied zijn wel nesten van de spreeuw aangetroffen. Nestlocaties van de spreeuw zijn binnen het plangebied uitgesloten. De waarnemingen van de nesten in de omgeving van het plangebied staan weergegeven in Afbeelding 5
4.5 Zwarte roodstaart Tijdens het onderzoek zijn in het plangebied en de directe omgeving van het plangebied geen zwarte roodstaarten waargenomen. Nestlocaties van deze soort zijn daarom voor dit plangebied uitgesloten.
4.6 Gewone Dwergvleermuis Foerageergebied Tijdens het kraamseizoen zijn naar schatting drie tot vijf foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Tijdens het paarseizoen lag dit aantal op twee tot drie. Tijdens het hele onderzoek werd aan het begin van de avond, net na zonsondergang, gebruik gemaakt van de donkere zuidzijde van het pand. Hier foerageerden de vleermuizen langs de gevel, boven de heg en tussen de bomen. Na ongeveer een kwartier tot half uur foerageerden de vleermuizen rond alle gebouwen in de directe omgeving en tussen de bomen ten noorden en zuiden van het plangebied (Afbeelding 6). Vliegroutes Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van passerende gewone dwergvleermuizen die erop duiden dat er een vliegroute in het plangebied aanwezig is. Zomerverblijfplaats Gedurende het kraamseizoen werd één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze bevindt zich tussen de houten dakplaten en de uitstekende bakstenen muur aan de zuidzijde van het plangebied. Op Afbeelding 2 is met rode cirkel de locatie van de zomerverblijfplaats weergegeven. In Bijlage 2, Afbeelding 7 is deze locatie in de waarnemingskaart ingetekend.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
11
Afbeelding 2: Locatie van de zomer-/paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (rode cirkel) en de paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis (gele cirkel) in het pand aan de Hoogstraat 124, Roosendaal. Kraamverblijfplaats Tijdens het kraamseizoen zijn in en rondom het plangebied geen kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Paarverblijfplaats Tijdens de paarperiode (augustus – september) is binnen het plangebied één roepende mannetje van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Gewone dwergvleermuizen vliegen al roepend rond om vrouwtjes naar hun paarverblijfplaats te lokken. Doordat zij hierbij door hun hele territorium vliegen is het doorgaans lastig om de exacte paarverblijfplaats te lokaliseren. Op basis van het waargenomen gedrag en de aanwezigheid van een zomerverblijfplaats is de locatie van de paarverblijfplaats geïnterpreteerd op dezelfde locatie als dat van de zomerverblijfplaats. In Bijlage 2, Afbeelding 8 is de verblijfplaats op de waarnemingskaart weergegeven. Winterverblijfplaats Massawinterverblijfplaatsen bevinden zich voornamelijk in (oude) hoogbouw zoals in ziekenhuizen, appartementencomplexen en kantoorgebouwen. Dit zijn veelal gebouwen met meer dan vijf verdiepingen met een open spouwmuur en constant microklimaat gedurende de winter.
Het voormalige schoolgebouw in het plangebied heeft slechts één verdieping, is op maar een plek voorzien van open stootvoegen en wordt slechts gedeeltelijk antikraak bewoond. Daarom voldoet het gebouw niet aan de kenmerken van een massawinterverblijf. Bij de onderzoeksrondes in de periode 1 augustus – 10 september is geen zwermgedrag waargenomen. Daarmee is de functie van massawinterverblijf redelijkerwijs uit te sluiten.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
12
Tijdens de gerichte veldbezoeken in het paarseizoen (15 augustus – 30 september) is geen middernachtelijke zwermactiviteit waargenomen. Daarom kan rederwijs worden gesteld dat binnen het plangebied geen winterverblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuizen aanwezig zullen zijn.
4.7 Ruige dwergvleermuis Foerageergebied Tijdens het onderzoek in de periode 15 mei – 30 september is tweemaal een ruige dwergvleermuis overvliegend waargenomen. Een waarneming is aan de noordzijde van het plangebied gedaan, de andere aan de zuidzijde. Op basis van de zeer korte tijdsduur (slechts overvliegend), de geschikte foerageergebieden in de directe omgeving, het ontbreken van waarnemingen tijdens de andere bezoeken en de afwezigheid van meerdere ruige dwergvleermuizen kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen essentieel foerageergebied is voor de ruige dwergvleermuis. In Bijlage 2, Afbeelding 6 zijn de waarnemingen op een kaart weergegeven. Vliegroutes Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van passerende ruige dwergvleermuizen die erop duiden dat er een vliegroute in het plangebied aanwezig is. Zomerverblijfplaats Tijdens het onderzoek werden geen zomerverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Paarverblijfplaats Tijdens de paarperiode (augustus – september) is één roepend mannetje van de ruige dwergvleermuis waargenomen. Het dier bevond zich in een opening tussen het dak en de muur aan de zuidzijde van het plangebied. Op afbeelding 2 is met een gele cirkel de exacte locatie van de verblijfplaats weergegeven. Daarnaast is de paarverblijfplaats op waarnemingenkaart in Bijlage 2, Afbeelding 8 weergegeven.
4.8 Laatvlieger Foerageergebied Tijdens het onderzoek is driemaal een laatvlieger foeragerend waargenomen. De laatvliegers bevonden zich allemaal tussen de bomenrij en het gebouw aan de zuidzijde van het plangebied, waar de dieren slechts enkele seconden aanwezig waren. Op basis van de zeer korte tijdsduur (slechts overvliegend), de geschikte foerageergebieden in de directe omgeving, het ontbreken van waarnemingen tijdens andere bezoeken en het beperkte aantal dieren kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen essentieel foerageergebied is voor de laatvlieger. In Bijlage 2, Afbeelding 6 zijn de waarnemingen op een kaart weergegeven. Vliegroute, zomer- en kraamverblijfplaatsen Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van passerende laatvliegers die erop duiden dat er een vliegroute in het plangebied aanwezig is. Daarnaast zijn ook geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen in of nabij het plangebied aangetroffen.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
13
Toetsing aan de Wet natuurbescherming 5.1 Effectbepaling Huismus, gierzwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart In het plangebied zijn geen nestlocaties van huismus, gierzwaluw, spreeuw en/of zwarte roodstaart aangetroffen. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere nestlocaties aanwezig. De nestlocaties liggen op meer dan 150 meter van het plangebied af. Deze afstand is voldoende waardoor er geen effecten op het functioneren van de deze nestlocaties is te verwachten. Het plangebied maakt daarnaast geen deel uit van essentieel leefgebied van de huismus. Door de ingreep gaat geen essentieel leefgebied verloren. De ingreep heeft geen negatieve effecten op deze soort. Het plangebied heeft geen essentiële functie voor de gierzwaluw. De gierzwaluw is slechts hoog boven het plangebied waargenomen. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied nestlocaties aanwezig. De nestlocaties liggen op meer dan 150 meter van het plangebied af. Deze afstand is voldoende waardoor er geen effecten op het functioneren van de deze nestlocaties is te verwachten. De ingreep heeft geen negatieve effecten op deze soort. Er zijn nesten van de spreeuw ten oosten en zuidoosten van het plangebied waargenomen. De nesten liggen op meer dan 150 meter van het plangebied af. Deze afstand is voldoende waardoor er geen effecten op het functioneren van de deze nestlocaties is te verwachten.
De ingreep heeft geen negatieve effecten op deze soort. Vleermuizen Het plangebied wordt als foerageergebied gebruikt door gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor deze soorten omdat er zeer lage aantallen aanwezig zijn, waarvan de meeste slechts overvliegend zijn waargenomen. Daarnaast zijn in de directe omgeving van het plangebied meerdere soortgelijke gebouwen aanwezig. Ook zijn er diverse groenstructuren aanwezig zoals de bomenrijen langs de Van Beethovenlaan, Park ‘De Verfraaiing’ en de begraafplaats ten noordoosten van het plangebied. Hier zijn gedurende de gehele nacht meerdere vleermuizen foeragerend waargenomen. Door geschiktere foerageergebieden in de directe omgeving, het geringe aantal dieren en de korte verblijfsduur van deze dieren binnen het plangebied kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen essentieel foerageergebied is. De sloop van het pand aan de Hoogstraat 124 heeft daarom geen indirect effect op de functionaliteit van verblijfplaatsen. Gedurende het onderzoek werden geen vliegroutes waargenomen. Essentiële vliegroutes zijn daarom niet in het plangebied aanwezig. Negatieve effecten op deze functie zijn dus niet aan de orde.
Er werden gedurende het onderzoek geen kraamverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen vastgesteld, zodat negatieve effecten op deze functies niet aan de orde zijn.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
14
5.2 Toetsing Wet natuurbescherming Lokale gunstige staat van instandhouding In de huidige situatie is één zomer-/ paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis in het plangebied aanwezig. Met de geplande ingreep verdwijnen deze verblijfplaatsen. Uit dit onderzoek is gebleken dat in de directe omgeving van het plangebied meerdere (potentieel geschikte) verblijfplaatsen van gewone- en ruige dwergvleermuis aanwezig zijn. De ingreep zal dus niet bijdragen aan een verslechtering van de staat van instandhouding van de lokale populatie van de gewone- en ruige dwergvleermuis. Verbodsbepalingen Door de ingreep verdwijnen twee verblijfplaatsen van vleermuizen. Het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen is een overtreding van Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming, zoals weergeven in Tabel 3. Zie ook Bijlage 1 voor informatie over de Wet Natuurbescherming. Tabel 3 Resultaten van de toetsing per soort en functie (Indien van toepassing aangegeven met X of met toelichting). Soort
Ingreep/activiteit
Artikel 3.5 lid 1
Artikel 3.5 lid 2
Artikel 3.5 lid 4
(doden)
(verstoren)
(beschadigen/ vernielen verblijfplaats)
Gewone
Slopen van het pand
dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
Slopen van het pand
Gewone
Gewone
Zomer-/
dwergvleermuis
dwergvleermuis
paarverblijfplaats
Ruige
Ruige
Paarverblijfplaats
dwergvleermuis
dwergvleermuis
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
15
Conclusies en vervolgstappen 6.1 Conclusies Algemeen •
Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit de Kennisdocumenten Gierzwaluw en Huismus, de richtlijnen uit het Factsheet voor spreeuw en zwarte roodstaart en het Vleermuisprotocol 2017, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd.
•
Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.
Resultaten •
Het plangebied heeft geen functies voor huismus, gierzwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart.
•
Het plangebied fungeert als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger maar is niet essentieel op grond van het geringe aantal dieren en de korte verblijfsduur binnen het plangebied.
•
Gedurende het onderzoek werden geen vliegroutes waargenomen. In het plangebied zijn geen essentiële vliegroutes aanwezig.
•
In het kraamseizoen werden geen kraamverblijfplaatsen waargenomen.
•
In het zomerseizoen is één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis waargenomen.
•
In het plangebied is één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit is dezelfde locatie als de eerder aangetroffen zomerverblijfplaats van deze soort.
•
In het plangebied is één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis waargenomen.
•
In het plangebied zijn geen aanwijzingen voor een winterverblijfplaats voor grotere aantallen vleermuizen waargenomen.
Effecten •
Door de geplande sloop verdwijnen de volgende verblijfplaatsen: Een zomer-/ paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis.
•
(Indirecte) effecten op foerageergebied, vliegroutes, kraam- en winterverblijfplaatsen zijn niet aan de orde.
•
Er zijn geen effecten op de aanwezige nestlocaties van gierzwaluw, huismus en spreeuw in de directe omgeving van het plangebied.
Toetsing •
Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden lid 1, 2 en 4 van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden.
6.2 Vervolgstappen •
Voordat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, dient een mitigatieplan opgesteld te worden. In dit plan staat beschreven op welke manier de negatieve effecten worden verzacht dan wel worden voorkomen.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
16
•
Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd, het mitigatieplan dient als onderbouwing bij de ontheffingsaanvraag.
•
Na het verkrijgen van de ontheffing moet vaak een ecologisch werkprotocol worden opgesteld.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
17
Bronnen 7.1 Literatuur •
Barataut, M., 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour.Biotope, Mèze. Muséum national d’Histoire naturelle, Paris [Inventaires et biodiversité series].
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
BIJ12, 2017.Kennisdocument Gierzwaluw, Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
BIJ12, 2017.Kennisdocument Huismus (passer, Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.
•
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur.
•
Middleton, N., A. Froud & K. French. (2014) Social Calls of the Bats of Britain and Ireland. Pelagic Publishing, Exeter.
•
Pfalzer, G., 2002. Inter- und intraspezifische Variabilität der Soziallaute. Fachbereich Biologie der Universität Kaiserslautern.
•
Sachteleben, J. & O. von Helversen, 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat.In: Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.
•
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol. (3-122020)].
•
Vogelbescherming Nederland, 2020. Factsheet Spreeuw. Vogelbescherming Nederland, Zeist.
•
Vogelbescherming Nederland, 2020. Factsheet Zwarte roodstaart. Vogelbescherming Nederland, Zeist.
7.2 Websites •
wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 www.batecho.eu
•
www.bij12.nl
•
www.telmee.nl
•
www.verspreidingsatlas.nl/
•
www.vleermuis.net
•
www.waarneming.nl
•
www.zoogdiervereniging.nl
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
18
7.3 Project gerelateerde bronnen •
Van Schaik, S.A.G., 2019, Ecologische quickscan Hoogstraat 124, Roosendaal.Fout! V erwijzingsbron niet gevonden. In het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport RA19479-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen
•
Gruijters, J., & T. Vrijenhoek, 2018. Bouwsteen voor een Soortenmanagementplan; Stagerapport Gemeente ’s-Hertogenbosch i.s.m. Regelink Ecologie & Landschap. Stageverslag HAS Den Bosch.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
19
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •
bescherming van Natura 2000-gebieden,
•
bescherming van soorten,
•
bescherming van houtopstanden.
Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten. In dit hoofdstuk volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html).
Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •
leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of
•
natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de
Habitatrichtlijn. Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren
of, •
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag.
Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.
beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,
2.
beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,
3.
beschermingsregime andere soorten.
1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
20
1.
opzettelijk vogels te doden of te vangen;
2.
opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;
3.
eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;
4.
opzettelijk vogels te storen.
Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn.
2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,
•
het Verdrag van Bern, bijlage II,
•
het Verdrag van Bonn, bijlage I,
en alle planten uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,
•
het Verdrag van Bern, bijlage I.
Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1.
opzettelijk dieren te doden of te vangen;
2.
opzettelijk dieren te verstoren;
3.
opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen;
4.
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;
5.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,
te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. 3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1.
opzettelijk dieren te doden of te vangen;
2.
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;
3.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,
te ontwortelen of te vernielen. Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
21
Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.
Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •
geen andere bevredigende oplossing bestaat;
•
geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;
•
en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en
artikel 3.10, lid 2). Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang.
Bescherming van houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: •
houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;
•
houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;
•
uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;
•
het dunnen van een houtopstand;
•
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o
ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;
o
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
22
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland.
Wet dieren De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: •
zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In deze rapportage wordt niet getoetst aan de Wet dieren.
Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hoogstraat 124, Roosendaal
RA20082-01
23
Bijlage 2.
Waarnemingskaarten
Afbeelding 3: Waargenomen nestlocaties van de huismus in de omgeving van het plangebied. Kaartondergrond: © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020
Afbeelding 4: Waargenomen nestlocaties van de gierzwaluw in de omgeving van het plangebied. Kaartondergrond: © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020
Afbeelding 5: Waargenomen nestlocaties van de spreeuw in de omgeving van het plangebied. Kaartondergrond: © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020
Afbeelding 6: Waarnemingen van foeragerende vleermuizen in en rond het plangebied. Kaartondergrond: © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020
Afbeelding 7: Locatie van de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het plangebied. Kaartondergrond: © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020.
Afbeelding 8: Locaties van baltsende mannetjes en de paarverblijfplaatsen van de gewone- en ruige dwergvleermuis. Kaartondergrond: © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2020