CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

B3 Ruimtelijke onderbouwing VVGB zonneparken De Donken incl bijlagen.pdf

Commissie 30 maart 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Zonneparken De Donken14.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting raadsbesluit inzake Zonneparkproject De Donken Aanleiding In de vergadering van 19 januari 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen, waarin hij met een ruime meerderheid heeft besloten om een onderbouwing op te stellen met betrekking tot de aanvragen voor het zonneparkproject ‘De Donken’ bij Wouw. Met in achtneming van de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (“Rechtbank”) van 19 december 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:7852), het collegevoorstel van 14 maart 2023 en de ingekomen zienswijzen, heeft de gemeenteraad opnieuw bezien of aanleiding bestaat om de verklaringen van geen bedenkingen (“vvgb’s”) toch te geven voor dit zonneparkproject. In de kern genomen ziet de gemeenteraad geen reden om zijn eerder ingenomen standpunten over het zonneparkproject ‘De Donken’ te herzien. De gemeenteraad is nog steeds van oordeel dat het zonneparkproject niet getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is hij niet bereid de vvgb’s af te geven. Met deze aanvullende onderbouwing licht de gemeenteraad toe waarom hij van oordeel is dat het zonneparkproject niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Beoogd effect Met de nieuwe besluitvorming over de vvgb’s geeft de gemeenteraad opvolging aan de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 december 2022.

Dit doet de gemeenteraad niet omdat hij het eens is met de uitspraak van de Rechtbank. Dat is namelijk niet het geval. De gemeenteraad vindt het evenwel van belang om duidelijk te zijn in zijn besluitvorming. Als een bevestiging van zijn eerdere besluiten met een aanvullend onderbouwing hieraan bijdraagt, dan geeft de gemeenteraad graag gevolg aan de uitspraak van de Rechtbank door opnieuw een besluit te nemen. Hiernaast beoogt de gemeenteraad te verduidelijken, met name aan de initiatiefnemer van het zonneparkproject ‘De Donken’ en de inwoners van Roosendaal, waarom de gemeenteraad van oordeel is dat het zonneparkproject ‘De Donken’ niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Argumenten 1.1 Wat voorafging Op 25 april 2018 zijn bij het college van burgemeester en wethouders (“college”) twee aanvragen ingekomen voor een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan voor het realiseren van het zonneparkproject ‘De Donken’. De aanvragen zijn opgesplitst in Zonnepark I (Zuid) en Zonnepark II (Noord). Deze aanvragen heeft het college ter beoordeling aan de gemeenteraad voorgelegd. Gelet op artikel 6.5, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht (‘Bor’) is het de gemeenteraad om het aspect ‘ruimtelijke ordening’ te beoordelen. De gemeenteraad beoordeelt dit aspect over de band van zijn besluit over de verklaring van geen bedenkingen.

Op 17 juni 2021 heeft de gemeenteraad niet ingestemd met het afgegeven van de ontwerpverklaringen van geen bedenkingen voor de aanvragen voor het zonneparkproject ‘De Donken’. Het raadsbesluit werd destijds geamendeerdi. In het amendement is een onderbouwing op basis van goede ruimtelijke ordening opgenomen waarmee het raadsbesluit is aangepastii. Op 10 maart 2022 heeft de gemeenteraad – rekening houdend met de ingekomen zienswijzen – besloten om definitief geen vvgb’s af te geveniii. 1

Het college heeft dit besluit van de raad overgenomen in de eigen beslissingen op de aanvragen. Het college was gehouden om de aanvragen te weigeren, nadat de gemeenteraad vvgb’s had geweigerd op grond van artikel 2.20a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (‘Wabo’). De initiatiefnemer van het zonneparkproject ‘De Donken’ heeft op 20 mei 2022 beroep ingesteld bij de Rechtbank tegen de besluitvorming over het zonneparkproject. De Rechtbank heeft op 19 december 2022 uitspraak gedaan. Kort samengevat heeft de Rechtbank geoordeeld dat de besluitvorming over het weigeren van de vvgb’s in strijd is genomen met het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginseliv. Het college heeft de gemeenteraad geïnformeerd over de stappen die na de uitspraak van de rechtbank genomen kunnen wordenv. Op 19 januari 2023 heeft de gemeenteraad via een spoedeisende eigenstandige motievi besloten om het college te vragen hoger beroep in te stellen tegen de Rechtbankuitspraak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) en om zelf een betere motivering voor het weigeren van de vvgb’s op te stellen met behulp van een onafhankelijke deskundige. 1.2 Redenen voor weigering Het realiseren van een zonnepark op de betreffende locatie past niet binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw’.

De vereiste afwijking van het bestemmingsplan kan niet worden vergund met toepassing van een ‘binnenplanse afwijking’ of de ‘kruimelgevallenregeling’. Aan de orde zijn dan ook twee aanvragen voor een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3° van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken . Op grond van artikel 6.5, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht kunnen de omgevingsvergunningen slechts worden verleend nadat de gemeenteraad de vvgb’s heeft afgegeven. Op grond van het tweede lid kunnen de vvgb’s worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad heeft in het voornoemde amendement van 17 juni 2021 gemotiveerd besloten dat ruimtelijk relevante redenen in de weg staan aan het realiseren van dit zonneparkproject en daarom de benodigde vvgb’s geweigerd. Het oordeel van de gemeenteraad dat het zonneparkproject ‘De Donken’ niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, is ingegeven door het belang van de bescherming van de aardkundige waarden en het zicht daarop. Daartoe heeft de gemeenteraad – onder meer – overwogen dat: •

• •

het realiseren van een zonnepark in het als aardkundig waardevol aangemerkte gebied van Het Loopje en het beekdal van de Smalle Beek in strijd is met wat de gemeenteraad blijkens de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied Wouw verstaat onder een goede ruimtelijke ordening, te weten het zichtbaar en herkenbaar blijven van het landschap, de provincie Noord-Brabant heeft meegedeeld dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat het zonnepark de aanwezige aardkundige waarden niet aantast, het door de herziene ‘Visie op zonne-energie’ van de gemeente Roosendaal en de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vereiste maatschappelijk draagvlak ontbreekt.

Een meer uitgebreide motivering waarom volgens de raad het belang van de bescherming van de aardkundige waarden zwaarder moet wegen dan de belangen die gediend zijn bij de realisering van het, is gemotiveerd in de toelichting op de weigering van de vvgb’s en de beantwoording van de

2

zienswijzen. In aanvulling op deze motivering legt de gemeenteraad tevens de volgende argumenten ten grondslag aan zijn besluit om de vvgb’s te weigeren. 1.3 Aanvulling (1): hoger beroepschrift Op 2 februari 2023 heeft het college een hoger beroepschrift bij de Afdeling ingediend (bijlage 1). Hierin wordt uitgebreid beschreven waarom het college het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank van 19 december 2022 en waarom deze uitspraak niet in stand kunnen blijven. Wij onderschrijven dit hoger beroepschrift en om die reden maakt de inhoud van het hoger beroepschrift tevens onderdeel uit van de voorliggende aanvullende onderbouwing. 1.4 Aanvulling (2): uitkomsten onafhankelijk deskundigenonderzoek In opdracht van de gemeenteraad heeft Bureau Zichtlijn een onafhankelijk deskundigenonderzoek uitgevoerd naar de landschappelijke inpassing van de zonneparken ‘De Donken’ en de gevolgen daarvan voor de aanwezige aardkundige waarden. Op 1 februari 2023 heeft het Bureau Zichtlijn een deskundigenrapport uitgebracht (bijlage 2). Samengevat concludeert Bureau Zichtlijn het volgende: “Het gebied is te uniek wat betreft de aardkundige waarden. Er moet eerst een visie komen waar en hoe die aardkundige kwaliteiten dan in het landschap behouden en versterkt moeten worden.

Het huidige plan: (de helft van) één groot perceel opvullen met panelen en aan de randen een ruime zone overhouden en die omzomen met groen, geeft onvoldoende kwaliteit gelet op de te beschermen aardkundige waarden. Verder wordt met klem afgeraden om nu een zogenaamde tijdelijke ontwikkeling van 25 jaar toe te staan zonder dat daar een bredere afweging onder ligt hoe het landschap verder in te richten.” De gemeenteraad heeft zich ervan vergewist of het rapport van Bureau Zichtlijn - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent is. Dat blijkt het geval te zijn. Om die reden ziet de gemeenteraad geen aanknopingspunten dat de conclusies van Bureau Zichtlijn niet gevolgd kunnen worden. De gemeenteraad legt het advies van Bureau Zichtlijn ten grondslag aan zijn besluit over de vvgb’s. Daarbij is hij zich ervan bewust dat het advies van Bureau Zichtlijn op gespannen voet staat met de bevindingen van adviesbureau’s Laagland Archeologie en RAAP. De gemeenteraad merkt daarover op dat deskundigen het niet met elkaar eens behoeven te zijn. De gemeenteraad ziet in de bevindingen Bureau Zichtlijn aanleiding om te twijfelen aan bevindingen van adviesbureau’s Laagland Archeologie en RAAP.

Anders dan Laagland Archeologie en Raap betogen, is de gemeenteraad van oordeel dat het toestaan van een zonneparkproject voor de periode van 25 jaar blijvende gevolgen kan hebben voor de beleving van de aardkundige waarden. In verband daarmee merkt de gemeenteraad op dat op dit moment sprake is van een onverstoord zicht op de aardkundige waarden en dat dit zicht (en daarmee de beleving van de aardkundige waarden) zou verdwijnen door de realisering van het zonneparkproject. In navolging op de bevindingen van Bureau Zichtlijn is de gemeenteraad van oordeel dat bij de inrichting van het zonneparkproject onvoldoende rekening is gehouden met aardkundige kwaliteiten van het projectgebied en de omgeving.

3

De gemeenteraad meent dat de initiatiefnemer onvoldoende rekenschap heeft gegeven van verbetervoorstellen van Raap bij het ontwerp van het zonneparkproject. De initiatiefnemer heeft ervoor gekozen om (de helft van) één groot perceel op te vullen met panelen en aan de randen een ruime zone overhouden en die omzomen met groen. De glooiing van het landschap zal niet meer zichtbaar zijn door de landschappelijke inpassing van het zonneparkproject, meer in het bijzonder de struweelhaag die het zicht op het projectgebied (en daarmee de aardkundige waarden) vanuit de omgeving volledig zal belemmeren. 1.5 Aanvulling (3): nieuw bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw’ Inmiddels is het planologisch regime op de projectlocatie herzien. Op 21 juli 2022 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan heeft gevolgen voor het gebruik van de gronden waarop het projectgebied betrekking heeft. Aan deze gronden is onder meer de gebiedsaanduiding ‘aardkundig waardevol gebied’ toegekend. Op grond van artikel 34.62.1 van de planregels zijn de gronden van het projectgebied daardoor mede bestemd tot behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundig e waarden en kenmerken zoals beschreven in de toelichting van dit bestemmingsplan.

Op grond van artikel 34.62.2, tweede lid, van de planregels zijn teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse niet langer toegestaan. Dat betekent dat – in overeenstemming met de uitgangspunten die de gemeenteraad heeft geformuleerd over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het zonneparkproject – het volgens het planologisch regime inmiddels nagenoeg is uitgesloten om de gronden van het projectgebied te bebouwen. Op pagina 156 van de toelichting bij het bestemmingsplan is te lezen dat de gemeenteraad van oordeel is dat het belang van de bescherming van de aardkundige waarden rechtvaardigt dat nieuwe teeltondersteunende voorzieningen niet langer worden toegestaan. In het verlengde daarvan vindt de gemeenteraad het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen goed idee om een zonneparkproject toe te staan in het projectgebied, gelet op de specifieke waarden van het gebied en de beleving van die waarden. Voort geldt de bestemming ‘overige zone- groen blauwe mantel’. Deze gronden zijn mede bestemd tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.

Ontwikkelingen binnen de zone die mogelijk gemaakt worden door de onderliggende bestemmingen zijn uitsluitend mogelijk indien die een positieve bijdrage leveren aan de bescherming en de ontwikkeling van deze ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. 1.6 Procedure Na het aanvullen van de motivering voor de weigering van de vvgb’s door de gemeenteraad door middel van het aannemen van dit raadsvoorstel, ligt het, conform de op 19 januari 2023 aangenomen motie, op de weg van het college om nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen voor dit zonneparkproject. Door de weigering van de vvgb’s is het college verplicht (op grond van artikel 2.20a van de Wabo) om de aanvragen op nieuw te weigeren. De herstelbesluiten zal het college onverwijld toezenden aan de Afdeling. Door de toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb zal het beroep van de initiatiefnemer van rechtswege gericht zijn tegen de herstelbesluiten van het college. De initiatiefnemer behoeft dus niet opnieuw beroep in te stellen. De Afdeling zal het hoger beroep van het college tegen de rechtbankuitspraak en het beroep van de initiatiefnemer tegen het herstelbesluit gezamenlijk in één procedure behandelen. i

https://raad.roosendaal.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2021/17-juni/19:30/6d-Amendement-3-VLP-enCDA-Geen-ontwerpverklaringen-van-geen-bedenkingen-Zonneparken-De-Donken-Wouw.pdf

4

ii

https://raad.roosendaal.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2021/17-juni/19:30/29-GEAMENDEERD-BESLUITRaadsbesluit-Ontwerpverklaringen-van-geen-bedenkingen-voor-het-realiseren-van-een-tweetal-zonneparkennabij-de-Donkenweg-in-Wouw.pdf iii https://raad.roosendaal.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2022/10-maart/20:30/18-Raadsbesluit-definitieveweigering-vvgb-inzake-zonneparken-De-Donken.pdf iv

https://uitspraken.rechtspraak.nl/"\l"!/details?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:7852&showbutton=true&keyword=BR E%2B22%252f2621&idx=1 v https://raad.roosendaal.nl/Documenten/01-2023-Juridische-analyse-uitspraak-rechtbank-over-geweigerdeomgevingsvergunningen-zonneparken-De-Donken.pdf vi https://raad.roosendaal.nl/Vergaderingen/Raadsavond/2023/19-januari/19:30/spoedeisende-eigenstandigemotie-Vervolg-zonneparken-De-Donken/7c-Spoedeisende-eigenstandige-motie-VLP-en-CDA-Vervolgzonneparken-De-Donken-1.pdf

5

akd AANTEKENEN aan

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG

VAN TELEFOON FAX E-MAIL BEZOEKADRES

Tevens per e-mail;

bestuursrechtspraak.veiliqmailen@raadvanstate.nl

datum onderwerp

UW KENMERK ons kenmerk

POSTADRES

2 februari 2023 Hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland - West-Brabant inzake ‘Zonnepark De Donken’

INTERNET

J.A. Mohuddy en E.P. Euverman Advocaten + 31 88 253 5951 / 5929 + 31 88 253 5934 jmohuddy@akd.nl / eeuverman@akd.nl Viaszak 67 4811 GX BREDA Postbus 4714 4803 ES BREDA Nederland www.akd.ni

/

1008318.22248 / jmo.eeu GELIEVE HET GRIFFIERECHT TEN LASTE TE BRENGEN VAN DE REKENING-COURANT VAN AKD N.V.

- INSTELLEN HOGER BEROEP Hoogedelgestreng college, 1.

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (hierna: “het college”) - die in deze procedure woonplaats kiest ten kantore van AKD N.V. aan de Viaszak 67 (postbus 4714, 4803 ES) in Breda - stellen wij hierbij hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland - West-Brabant (hierna: “de Rechtbank”) van 19 december 2022 met zaaknummers BRE 22/2621 CHWA en BRE 22/2622 CHWA en verzenddatum 22 december 2022 (hierna: “de aangevallen uitspraak” - bijlage 1).

2.

De aangevallen uitspraak gaat over de besluiten van het college van 6 april 2022, waarbij het college geweigerd heeft om aan KS NL27 B.V. (hierna: “Kronos”) de door haar aangevraagde omgevingsvergunningen te verlenen voor de realisering van het grootschalige grondgebonden zonneparkproject 'De Donken’ in het buitengebied van Wouw (hierna: “de weigeringsbesluiten” - bijlage 2). De aanvragen zijn geweigerd, omdat de gemeenteraad van Roosendaal (hierna: “de raad”) tot het oordeel was gekomen dat het zonneparkproject niet in overeenstemming is met de eis van een goede ruimtelijke ordening (bijlage 3).

3.

Tegen de weigeringsbesluiten heeft Kronos beroep ingesteld. De Rechtbank heeft deze beroepen gezamenlijk behandeld. Met de aangevallen uitspraak heeft de Rechtbank de beroepen van Kronos gegrond verklaard. Het college van Roosendaal kan zich niet verenigen met dit oordeel en weet zich gesterkt door de raad, die het college heeft opgedragen om bij uw

In Nederland wordt de praktijk uitgevoerd door AKD N.V., statutair gevestigd in Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de algemene voorwaarden van AKD N.V. van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 26/2022 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op https://www.akd.eu/.

aM 2 februari 2023

DATUM

1008318.22248/jmo.eeu

ONS KENMERK

2 van 13

PAGINA

Afdeling hoger beroep in te stellen tegen de aangevallen uitspraak (bijlage 4).1 4.

In hoger beroep handhaaft het college het standpunt dat de raad in redelijkheid heeft mogen besluiten om geen verklaringen van geen bedenkingen te geven voor het zonneparkproject ‘De Donken’. In de kern genomen heeft de raad genoegzaam gemotiveerd waarom volgens hem de bescherming van de aardkundige waarden van het projectgebied en de omgeving - als ruimtelijk belang - in de weg staat aan een ruimtelijke toestemming voor het aangevraagde zonneparkproject.

5.

In het navolgende geven wij de overwegingen weer van de Rechtbank waarop de aangevallen uitspraak is gebaseerd, gevolgd door een weerlegging hiervan.

I.

WEERGAVE VAN DE AANGEVALLEN UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK

6.

Naar aanleiding van de beroepsgronden van Kronos oordeelt de Rechtbank in de aangevallen uitspraak dat de weigeringsbesluiten niet in stand kunnen blijven. Kort gezegd, acht de Rechtbank de motivering die de raad heeft gegeven niet toereikend om de weigering van de verklaringen van geen bedenkingen te dragen. Samengevat liggen de volgende overwegingen aan dit oordeel ten grondslag: •

»

•

• •

7.

De Rechtbank overv/eegt dat de verwijzing van de raad naar de toelichting van het geldende bestemmingsplan ontoereikend is om als motivering te dienen voor de weigering van de verklaringen van geen bedenkingen. Hiernaast kan volgens de Rechtbank de correspondentie vanuit de provincie over de aanvragen niet dienen ter (nadere) onderbouwing van de weigering van de verklaringen van geen bedenkingen. De Rechtbank overweegt dat de raad de besluiten tot weigering van de verklaringen van geen bedenkingen, in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel, niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De Rechtbank ziet geen aanleiding dit gebrek te passeren op basis van de in het verweerschrift opgenomen motivering. Verder is volgens de Rechtbank niet gebleken van een duidelijke strijd tussen het zonneparkproject en de instructieregels uit de Interim omgevingsverordening van de provincie.

Het college meent dat de Rechtbank de weigeringsbesluiten van het college ten onrechte niet in stand heeft gelaten (dan wel de rechtsgevolgen van de weigeringsbesluiten). Het college stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat een draagkrachtige ruimtelijke motivering ten

’ De overwegingen van de raad zijn te verifiëren via het videofragment van de raadsvergadering d.d. 19 januari 2023 (online beschikbaar: httDs://raad.roosendaal.nlA/eraaderinaen/Gemeenteraad/2023/19-ianuari/19:30/sooedeisende-eiaenstandige-motieVervola-zonneoarken-Oe-Donken).

datum onskenmerk pagina

2 februari 2023 1008310.22248 / jmo.eeu 3 van 13

grondslag ligt aan de weigering van de verklaringen van geen bedenkingen. Hierover het volgende. II.

GRONDEN VAN HOGER BEROEP

a.

De Rechtbank heeft ten onrechte nagelaten om integraal te beoordelen of een draagkrachtige motivering ten grondslag ligt aan de weigering van de raad om de verklaringen van geen bedenkingen te geven.

8.

Volgens vaste rechtspraak van uw Afdeling komt aan de raad beleidsruimte toe bij zijn beslissing om een verklaring van geen bedenkingen voor een aangevraagde 'buitenplanse afwijking’ te weigeren.2 In de aangevallen uitspraak definieert de Rechtbank deze ruimte als "beleidsvrijheid”.3 Gelet op de beleidsruimteZ-vrijheid van de raad, was de Rechtbank gehouden de rechtmatigheid van de beslissing van de raad om de verklaringen van geen bedenkingen te weigeren terughoudend te toetsen.4 De Rechtbank heeft blijk gegeven van een verkeerde toetsing, door per afzonderlijke overweging van de raad te beoordelen of deze op zichzelf kan leiden tot een dragende motivering om de verklaringen van geen bedenkingen te weigeren.

9.

Hoewel de Rechtbank blijk heeft gegeven van een terughoudende toetsing, heeft de Rechtbank geen blijk gegeven van een juiste terughoudende toetsing. De verkeerde toetsing heeft (in ieder geval) plaatsgevonden bij de beoordeling van de motivering van de weigering van de verklaringen van geen bedenkingen. De Rechtbank heeft daarbij nagelaten de overwegingen en ruimtelijk relevante motieven, die ten grondslag liggen aan de weigering van de verklaringen van geen bedenkingen, als geheel en integraal te beschouwen en te beoordelen. De weigering van de verklaringen door de raad is het resultaat van meerdere factoren en dat heeft de Rechtbank miskend.

10.

In plaats daarvan heeft de Rechtbank bij iedere afzonderlijke overweging van de raad beoordeeld of deze op zichzelf kan leiden tot een dragende motivering om de verklaringen van geen bedenkingen te weigeren. Daarbij heeft de Rechtbank getoetst of de gegeven overweging op zichzelf toereikend is voor het weigeren van de verklaringen van geen bedenkingen. Met deze beoordelingswijze heeft de Rechtbank miskend dat de genoemde overwegingen - zoals genoemd in rechtsoverweging 7 van de aangevallen uitspraak - de ruimtelijke motivering van de raad niet zelfstandig dragen, maar slechts een onderdeel zijn van de motivering van de raad.

2 ABRvS 20Januari2021, ECU:NL:RVS:2021:113, r.o. 4.5; ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3003, r.o. 6.3; Rechtbank Overijssel 8 Juni 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1632, r.o. 7.2. 3 Rechtbank Zeeland West-Brabant 19 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7852, r.o. 6. 4 ABRvS ECLI:NL:RVS:2014:4288, r.o. 4.2.

akd DATUM ONS KENMERK PAGINA

2 februari 2023 1008318,22248/jmo.eeu 4 van 13

11.

Uiteindelijk is de raad aan de hand van verschillende ruimtelijke overwegingen en motieven tot het oordeel gekomen dat het belang van de bescherming van de aanwezige aardkundige waarden als ruimtelijk relevant belang in de weg staat aan het geven van de verklaringen van geen bedenkingen. Deze motivering heeft zichtbaar ten grondslag gelegen aan de besluitvorming van de raad. Dat blijkt uit het ontwerpraadsbesluit tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen (bijlage 5), de toelichting op het raadsvoorstel voor de definitieve weigering van de verklaringen van geen bedenkingen (bijlage 6) en de beantwoording van de zienswijzen (bijlage 7), welke deel uitmaken van de motivering van de raad om de verklaringen van geen bedenkingen te weigeren.

12.

Omdat de ruimtelijke overwegingen en motieven van de raad in onderlinge samenhang en cumulatief moeten worden bezien, had de Rechtbank deze ook als zodanig moeten beoordelen. Dat heeft de Rechtbank niet gedaan. Daarmee heeft de Rechtbank ten onrechte nagelaten om integraal te beoordelen of een draagkrachtige motivering ten grondslag ligt aan de weigering van de raad om de verklaringen van geen bedenkingen te geven. De Rechtbank heeft miskend dat een draagkrachtige motivering ten grondslag ligt aan de weigering van de raad om de verklaringen van geen bedenkingen te geven.

13.

Zou de Rechtbank de motivering van de raad integraal hebben beoordeeld, dan was hij - zo meent het college - tot het oordeel gekomen dat er wel degelijk een draagkrachtige motivering ten grondslag ligt aan de weigering van de raad om de verklaringen van geen bedenkingen te geven. In verband hiermee merkt het college op dat het standpunt van de raad dat het zonneparkproject ‘De Donken’ niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, (primair) is ingegeven door het belang van de bescherming van de aardkundige waarden van het projectgebied van het zonneparkproject. De raad heeft geoordeeld dat dit belang als ruimtelijk relevante reden, in de weg staat aan een ruimtelijke toestemming voor het zonneparkproject ‘De Donken’.

14.

De aanwezige aardkundige waarden zijn weergegeven in de Gebiedenkaart.5 In de Gebiedenkaart is het projectgebied aangeduid als onderdeel van de bescherming van het aardkundig waardevol gebied ‘De Smalle Beek (Wouw)’.6 De Gebiedenkaart zelf bevat geen aanduiding van de aanwezige aardkundige waarden in het aardkundig waardevol gebied 'De Smalle beek’. Deze staat in de gebiedsomschrijving.7 In paragraaf 6.4 van de gebiedsomschrijving (bijlage 8) bij de Gebiedenkaart is genoemd dat het aardkundig waardevol

6Besluit van 30 november 2004 van Gedeputeerde Staten vaslgeslelde nadere regels op grond van het Streekplan 2002, inzake aardkundig waardevolle gebieden, met inbegrip van nadien vast te stellen wijzigingen (online beschikbaar: httos://noordbrabant.maDs.arcais.com/aoosAMebaDDviewerAndex. html?id=ae83285be89f4501b60b1346cf9c3acd). 6 Dit aardkundig waardevol gebied heeft hol provinciaal nummer 4 7 De toelichting is gevoegd als bijlage bij het besluit van 30 november 2004 van Gedeputeerde Staten (online beschikbaar: httos://noord-brabant.maos.arcais.com/aDDs/webaDDviewerAndex.html?id=ae83285bed9f4501b60b1346cf9c3acd).

datum ons kenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 /jmo.eeu 5 van 13

gebied de volgende aardkundig waardevolle elementen omvat: • • • •

meanderende beek; beekdalglooiingen en bijbehorende markante reliëfvormen in het landschap; poelen langs de Smalle Beek; de plaatselijk historische beekdalpercelering.

15.

Het projectgebied is gelegen in het open hoevenlandschap tussen de watergangen van ‘De Smalle Beek' (westzijde) en 'Het Loopje’ (noordzijde). Het gaat om een uniek vlechtend riviersysteem. De beekdalen van De Smalle Beek en Het Loopje zijn, naar West-Brabantse begrippen, opvallend diep ingesneden in het omliggende dekzandlandschap. Het hoogteverschil bedraagt circa twee tot drie meter.8 Uit de gebiedsomschrijving blijkt dat de beekdalglooiingen en bijbehorende markante reliëfvormen in het landschap - inclusief het zicht daarop9 - als te beschermen aardkundige elementen zijn aangewezen ter plaatse van het projectgebied.10

16.

De raad heeft gemotiveerd toegelicht dat het toestaan van het aangevraagde grootschalige grondgebonden zonneparkproject 'De Donken’ van zestien hectare zal betekenen dat er voor de duur van 25jaren een aantasting zal zijn van deze aanwezige aardkundige elementen. Die waarden worden dan niet beschermd. Uit de motivering van de raad blijkt dat hij niet slechts belang hecht aan de ondergrondse aantasting van de aardkundige elementen door het zonneparkproject, maar dat hij het vooral van belang vindt dat het zonneparkproject zal leiden tot een aantasting van de bovengrondse bescherming van de aanwezige aardkundige elementen.11 Volgens de raad is deze laatstgenoemde aantasting onaanvaardbaar. De raad wenst een dergelijke aantasting niet toe te staan voor de aangevraagde periode van 25 jaren.

17.

In verband daarmee heeft de raad ook nog gewezen op de omstandigheid dat de zichtlijnen op de aanwezige aardkundige elementen bovengronds zullen veranderen door de plaatsing van de zonnepanelen en de landschappelijke inpassing. Op dit moment zijn de beekdalglooiingen en de beekdalinsnijdingen onbebouwd en daardoor - zeker in de winterperiode - duidelijk zichtbaar vanuit de omgeving. Er zijn momenteel geen belemmeringen voor de beleving van de aardkundige waarden binnen het projectgebied van het zonneparkproject door inwoners van en bezoekers aan de gemeente Roosendaal. Dat wordt anders als de raad het zonneparkproject had toegestaan.

18.

De zichtlijnen op het reliëf van het landschap zullen ontegenzeggelijk wijzigen door het grootschalige zonneparkproject ‘De Donken’. Dat komt omdat het zonneparkproject bestaat uit

8 Paragraaf 6.4 van de gebiedsomschrijving (bijlage 8), p. 28. 9 Vgt. ABRvS 6 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ3715. 10 Paragraaf 6.4 van de gebiedsomschrijving (bijlage 8), p. 29. 11 Ontwerpraadsbesluit lot weigering van de verklaringen van geen bedenkingen (bijlage 5), p.2; Toelichting op het raadsvoorstel voor de weigering verklaringen van geen bedenkingen (bijlage 6), p. 1; en Beantwoording zienswijzen (bijlage 7), pp. 1 tot en met 3 en 5.

akd DATUM ONS KENMERK PAGINA

2 februari 2023 1008318.22248/jmo.eeu 6 van 13

de realisering van een zonneveld (met zonnepanelen tot twee meter hoogte) en een landschappelijke inpassing (met nieuwe bomen en een nagenoeg aaneengesloten struweelhaag van vijf meter breed) voor een periode van 25 jaar. Door de landschappelijke inpassing zal het zicht op het zonnepark - en dat is ook genoemd op pagina 40 van de ruimtelijke toelichting op de aanvragen (bijlage 9) - altijd geblokkeerd zijn. De raad heeft gemotiveerd toegelicht waarom hij er niet van overtuigd is dat dit samen kan gaan met het belang van de bescherming van het zicht op de beekdalglooiingen en bijbehorende markante reliëfvormen.12 Eerder zal dit leiden tot een aantasting van deze landschappelijke elementen. 19.

Dat de landschappelijke inpassing van het zonneparkproject (gedeeltelijk) rekening houdt met de herkenbaarheid van de aardkundige waarden, doet geen afbreuk aan de houdbaarheid van deze motivering van de raad. Door rekening te houden met de herkenbaarheid van de aardkundige waarden wordt immers niet voorkomen dat het zonneparkproject het zicht zal aantasten op de beekdalglooiingen en bijbehorende markante reliëfvormen. Daardoor zal de beleving van de aanwezige aardkundige waarden door inwoners van en bezoekers aan de gemeente Roosendaal verminderen. Dit terwijl het gemeentelijk en provinciaal beleidsuitgangspunt hier is dat de belevingswaarde van de aardkundige waarden behouden moet blijven.13

2Ü.

Op basis hiervan is de raad tot het oordeel gekomen dat het zonneparkproject niet in overeenstemming is met de eis van een goede ruimtelijke ordening. De raad meent concreet dat het ruimtelijk belang van de bescherming van de beekdalglooiingen en bijbehorende markante reliëfvormen en het zicht daarop zwaarder weegt, dan de belangen die gediend zijn met de realisering van het zonneparkproject ‘De Donken’. Deze belangafweging heeft de raad - anders dan de Rechtbank lijkt te overwegen in de aangevallen uitspraak - kenbaar en gemotiveerd toegelicht, waaronder in het ontwerpbesluit tot weigering van de verklaringen van geen bedenkingen en de beantwoording van de zienswijzen.14 De Rechtbank heeft miskend om bij zijn beoordeling uitsluitend te kijken naar de motivering van de raad.

21.

Hierbij geldt dat de Raad niet gehouden was om de mening van het onderzoeksbureau RAAP dat in opdracht van de initiatiefnemer de onderbouwing heeft opgesteld - onverkort over te

12Ontwerpraadsbesluit tol weigering van de verklaringen van geen bedenkingen (bijlage 5), p.2; Beantwoording zienswijzen (bijlage 7), pp. 1 tot en met 3 en 5. ’3 Paragraaf 6.4 van de gebiedsomschrijving (bijlage 8), p. 29; Toelichting op het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Wouw' d.d. 21 augustus 2012, p. 61 (Online beschikbaar: httDs://ww'W.ruimteliikeDlannen.nl/documents/NL.IMRO. 1674.2012BUITENGEBIEDW0601/t NL.IMRO. 1674.2012BUITENGEBtEDW-0601.Ddl): Toelichting op de artikelen 3.7, 3.28 en 3.32 van de Interim omgevingsverordening (online beschikbaar: httos://wwvj.ruimteliikeDlannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.9930.lnterimQvrva01/ot NL.il/IRO.9930.tnterimOvr-va01.xmitiNL.IMRO.PT.ad87997b-3687-4a6b-8039-4913ada5c059). u Ontwerpraadsbesluit tot weigering van de verklaringen van geen bedenkingen (bijlage 5), p.2; Beantwoording zienswijzen (bijlage 7), pp. 1 tot en met 6.

datum ons kenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 / jmo.eeu

7 van 13

nemen. Niet de ruimtelijke opvattingen van het onderzoeksbureau of de Provincie Noord-Brabant zijn bepalend, maar de ruimtelijke opvattingen van de raad (mits deze navolgbaar zijn). De raad heeft in dit geval zijn eigen ruimtelijke beoordeling gemaakt. Dat die uitkomst afwijkt van de uitkomsten van de ruimtelijke onderbouwingen van Kronos en de onderzoeksrapporten van Raap, betekent nog niet dat de raad een onredelijk standpunt heeft ingenomen of het eigen standpunt onvolledig heeft gemotiveerd. De Rechtbank had volgens het college naar de motivering van de weigering van de verklaringen van geen bedenkingen moeten kijken en niet uitsluitend naar de ruimtelijke onderbouwingen van Kronos, de onderzoeksrapporten van Raap en de mening van de provincie Noord-Brabant over de toelaatbaarheid van het zonneparkproject. Tussenconclusie 22.

Omdat de raad toereikend heeft gemotiveerd waarom hij geweigerd heeft de verklaringen van geen bedenkingen te geven, volgt het college niet waarom de Rechtbank tot het oordeel is gekomen dat de weigeringsbesluiten voor vernietiging in aanmerking komen omdat deze in strijd zijn genomen met motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel,

23.

Hier komt bij dat de Rechtbank in zijn oordeel blijk heeft gegeven van een verkeerde interpretatie van de bescherming van de aardkundige waarden in het bestemmingsplan 'Buitengebied Wouw’ (d.d, 21 augustus 2012) en de Interim omgevingsverordening. Hieronder lichten wij dit verder toe.

b.

De Rechtbank heeft het belang van de bescherming van de aardkundige waarden in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw’ ten onrechte gebagatelliseerd.

24.

In de toelichting op het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ heeft de raad uitdrukkelijk als uitgangspunt voor het bestemmingsplan genoemd “het veiligstellen van de aanwezige archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden”.15 Daarbij heeft de raad meer specifiek aangegeven dat bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied rekening moet worden gehouden met de aardkundige waarden van het gebied. Concreet betekent dit dat een ontwikkeling in het buitengebied - zo blijkt uit de laatste zin van pagina 61 van de toeiichting alleen kan worden toegesiaan onder landschappelijke voorwaarden, die gericht zijn op het herkenbaar blijven van het cultuurlandschap en het behoud van de aardkundige waarden. Het bestemmingsplan is onherroepelijk en geeft de inzichten van de raad omtrent een goede ruimtelijke ordening weer. Daar mag de raad een groot gewicht aan toekennen en dat heeft de raad ook gedaan.

15 Toelichting op het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Wouw' d.d. 21 augustus 2012, p. 61 (Online beschikbaar: https://www.ruimteliikeDlannen.nl/documents/NL.IMRO. 1674.2012BUITENGEBIEDW-0601/t NL.IMRO.1674.2012BUITENGEBIEDW0601.odf).

akd datum onskenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 /jmo.eeu 8 van 13

25.

Gelet hierop is het goed te volgen dat de raad heeft verwezen naar het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw’ in zijn onderbouwing ten aanzien van het belang van de bescherming van de aanwezige waarden. Dat belang is immers expliciet in de toelichting op dit bestemmingsplan verwoord. Daaraan ligt het standpunt van de raad reeds besloten. Bovendien strekken de normen behorend bij de gebiedsaanduiding ‘aardkundig’ uitdrukkelijk tot bescherming van de aanwezige aardkundige waarden. Op grond van artikel 5.1, aanhef en onder d, van de planregels zijn de gronden binnen de gebiedsaanduiding 'aardkundig' (zoals de gronden van het projectgebied) mede bestemd voor het behoud en herstel van de aardkundige waarden.

26.

Hierbij geldt dat - zoals de Rechtbank wel constateert - het bestemmingsplan niet in algemene zin uitsluit dat gebouwd kan worden op gronden met de gebiedsaanduiding ‘aardkundig’. Dat zou mogelijk ook niet evenredig zijn met betrekking tot het belang van de bescherming van de aardkundige waarden. De omstandigheid dat het bestemmingsplan bebouwing niet uitsluit op gronden die zich bevinden binnen de gebiedsaanduiding 'aardkundig’, betekent echter op zichzelf nog niet dat bebouwing op deze gronden moef worden toegestaan.

27.

Ter plaatse van het projectgebied is het bovendien vanwege de bestemming ‘Agrarisch met waarden - 2’ niet of nauwelijks toegestaan om buiten een aangewezen bouwvlak te bouwen (op grond van de artikel 5.1 en 5.2 van de planregels). Die bouwbeperkingen zijn gesteld vanwege de bescherming van de aanwezige waarden, waaronder de aardkundige waarden.16 Ter indicatie wijst het college op de planregel dat binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden - 2’ het niet is toegestaan om (tijdelijke) teeltondersteunende voorzieningen op te richten buiten een aangewezen bouwvlak (artikel 5.2.3, onder c, van de planregels).

28.

Op basis van de planregels, de plansystematiek en de toelichting op het bestemmingsplan moet worden geconcludeerd dat het niet de bedoeling van het plan (en daarmee de raad) is geweest om grootschalige ontwikkelingen mogelijk te maken op gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - 2’ en de gebiedsaanduiding ‘aardkundig’. Gelet hierop heeft de raad mogen verwijzen naar het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw’ als onderdeel van zijn motivering dat het zonneparkproject niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Rechtbank heeft daar onvoldoende gewicht aan gegeven.

29.

Het zonneparkproject De Donken is een grootschalige ontwikkeling met een omvang van zestien hectare, die niet alleen in strijd is met de planregels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Wouw', maar ook met de uitgangspunten van dit bestemmingsplan. Het zonneparkproject leidt niet tot “het veiligstellen’’ van de aanwezige aardkundige waarden, maar het zicht op deze waarden en daardoor de beleving ervan zullen juist worden weggenomen voor periode van 25 jaar. De raad kon dit in redelijkheid in strijd achten met een goede ruimtelijke ordening.

’6 Zie ook: Toelichting op het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Wouw' d.d.21 augustus 2012, p. 52, 53 en 61 (ontine beschikbaar: httos://www. ruimteliikeolannen. nl/documents/NL IMRO. 1674.2012BUITENGEBIEDW0601/t NLIMRO. 1674.2012BUITENGEBIEDW-0601.Ddf).

DATUM ons kenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 / jmo.eeu 9 van 13

c.

De Rechtbank heeft miskend dat het zonneparkproject zich niet verdraagt met de uitgangspunten en de instructieregels uit de Interim omgevingsverordening.

30.

Verder heeft de raad gev/icht mogen toekennen aan de inhoud van de Interim omgevingsverordening als onderdeel van zijn motivering dat het zonneparkproject niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Rechtbank heeft - zo blijkt uit rechtsoverweging 10 van de aangevallen uitspraak - als eigen beoordelingskader gekeken naar de vraag of sprake is van een duidelijke strijd met de Interim omgevingsverordening. Volgens de Rechtbank is van een dergelijke duidelijke strijd met de Interim omgevingsverordening niet gebleken.

31.

Het college meent dat de Rechtbank met deze wijze van beoordeling geen blijk heeft gegeven van de omstandigheid dat Provinciale Staten van Noord-Brabant in de Interim omgevingsverordening, als provinciaal beleid, hebben verwoord dat zij belang hechten aan een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik en de bescherming van aardkundige waarden.17 De instructies uit de Interim omgevingsverordening strekken ter bescherming van deze belangen.18

32.

De raad heeft bij zijn besluitvorming gewicht toegekend aan de beleidsuitgangspunten uit de Interim omgevingsverordening en onderschrijft deze. In dit kader merkt het college op dat de Interim omgevingsverordening uitgaat van een aantal basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn genormeerd in paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening.

33.

De toepassing van de lagenbenadering - zoals vastgelegd in artikel 3.7 van de Interim omgevingsverordening - is één van deze basisprincipes. Voor de raad was de toepassing van de lagenbenadering één van de redenen om het zonneparkproject niet binnen het projectgebied toe te staan. De raad kwam tot het oordeel dat andere plekken dan het projectgebied beter geschikt zijn voor grootschalige grondgebonden zonneparkprojecten.19

34.

Er zijn geen aanknopingspunten die het aannemelijk maken dat de raad tot een andersluidend oordeel had moeten komen. Hierbij geldt dat de raad - gelet op de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies - bij de beoordeling van het zonneparkproject een waardering heeft moeten geven aan het belang van het behouden van de aardkundige

17 ABRvS 24 Juni 2021 (Vzr.) ECLI:Nl.:RVS:2021:1311, r.o. 4.2. 1S Toelichting op de artikelen 3.5, 3.6, 3.7, 3.28 en 3.32 van de interim omgevingsverordening (Online beschikbaar: httDs://www.ruimteliikeDlannen.nl/web-roo/transform/NL.IMR0.9930.lnterimOvr-va01/ot NL.IMR0.9930.lnterimQvrva01 .xmlttNL.ll/IRO.PT.ad87997b-3687-4a6b-8039-4913ada5c059). 19 Zie ook: toelichting op artikel 3.7 van de Interim omgevingsverordening (Online beschikbaar: httos://www. ruimteliikeolannen. nl/webroo/transform/NL.IMRO.9930.lnterimOvr-vaQ1/Dt NLIMRO.9930.lnterimOvr-va01.xmlttNL.IMRO.PT.ad87997b-3687-4a6b-8Q394913ada5c059).

akd datum ons kenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 / jmo.eeu 10 van 13

elementen van het aardkundig waardevol gebied, waaronder een goede waarneming van het natuurlijk reliëf. De raad heeft een zwaar gewicht toegekend aan het behouden van de aardkundige elementen van het aardkundig waardevol gebied. Er bestaat geen reden waarom de raad dit niet in redelijkheid heeft mogen doen. 35.

In het verlengde daarvan heeft de raad in redelijkheid tot het oordeel mogen komen dat de ontwikkeling zich niet verhoudt tot (de uitgangspunten van) de artikelen 3.28 en 3,32 en 3.78 van de Interim omgevingsverordening. De raad werd er door de aanvraag niet van overtuigd dat het zonneparkproject mede is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige en kenmerken van het gebied en zal bijdragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem- en watersysteem en de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap. Gelet op de beleidsruimte van de raad en de omstandigheid dat de zichtlijnen op de aanwezige aardkundige elementen bovengronds zullen veranderen door de plaatsing van de zonnepanelen en de landschappelijke inpassing, heeft hij in redelijkheid tot dit oordeel mogen komen.

36.

De raad mag binnen zijn beleidsruimte gewicht toekennen aan de ruimtelijke inzichten van andere overheden, zoals de provincie. Het gaat onder meer om hetgeen is opgenomen in de Interim omgevingsverordening. Uit de Interim omgevingsverordening volgt ook dat er landschappelijke kwaliteiten bestaan in het projectgebied die bescherming genieten. De raad heeft in dat verband gemeend dat die kwaliteiten worden aangetast door het aangevraagde project. De Rechtbank heeft miskend dat de raad - als onderdeel van zijn motivering - heeft mogen oordelen dat het zonneparkproject zich niet verdraagt met de uitgangspunten en de instructieregels uit de Interim omgevingsverordening.

d.

De Rechtbank heeft ten onrechte een te groot gewicht toegekend aan de kaart uit de Herziene beleidsvisie Zonne-energie 2018.

37.

In de aangevallen uitspraak heeft de Rechtbank groot gewicht toegekend aan de omstandigheid dat het projectgebied niet ligt in een gebied dat op grond van de 'Herziene beleidsvisie Zonneenergie 2018' (bijlage 10) is aangewezen als een gebied waar zonneparken zijn uitgesloten. Het college volgt deze verwijzing naar en het belang van de kaart uit de 'Herziene beleidsvisie Zonne-energie 2018’ niet. Ook op andere plaatsen dan die op de kaart zijn opgenomen, kan het zo zijn dat een zonneparkproject niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De kaart bepaalt alleen maar waar dat in ieder geval aan de orde is.

38.

De Rechtbank lijkt uit te gaan van een onjuiste oorzaak-gevolgrelatie. De omstandigheid dat het projectgebied van het zonneparkproject 'De Donken’ niet is uitgesloten volgens de kaart uit de Herziene beleidsvisie Zonne-energie 2018, betekent immers niet dat de locatie (en het project) daardoor in overeenstemming is met de Herziene beleidsvisie Zonne-energie 2018 en de eis van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij geldt dat de visie een hardheidsclausule kent, die erin voorziet dat voorrang kan worden gegeven aan de gebiedscriteria boven de beleidsregels in de

DATUM ons kenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 / jmo.eeu 11 van 13

visie.20 39.

In verband hiermee merkt het college op dat de kaart uitsluitend is opgesteld en vastgesteld door het college. De raad heeft de Herziene beleidsvisie Zonne-energie 2018 (en de bewuste kaart) niet vastgesteld. Dit betekent ook dat de Herziene beleidsvisie Zonne-energie 2018 niet ziet op de toepassing van de bevoegdheid van de raad om al dan niet een verklaring van geen bedenkingen te geven ten behoeve van een zonneparkproject.21 Gelet hierop bestaat er ook geen reden dat de raad de kaart uit de Herziene beleidsvisie Zonne-energie moet volgen voor het bepalen van de geschiktheid van een projectlocatie.

e.

Het ontbreken van een maatschappelijk draagvlak heeft de raad slechts betrokken in zijn belangenafweging en is geen dragend argument geweest voor het weigeren van de verklaringen van geen bedenkingen.

40.

In reactie op de beroepen van Kronos heeft het college in het verweerschrift van 26 september 2022 (bijlage 11) toegelicht waarom de raad het gebrek aan draagvlak voor het zonneparkproject heeft mogen meewegen in zijn belangenafweging.22 Volgens de Rechtbank heeft het college hiermee aangegeven dat het ontbreken van een maatschappelijk draagvlak een dragend argument is geweest voor de raad om de verklaringen van geen bedenking te weigeren. Dat was echter niet het geval en dat heeft het college tijdens de zitting ook benadrukt. De uitspraak noemt dat ten onrechte niet.

41.

De raad heeft - zoals het college ook heeft aangegeven in het verweerschrift - het maatschappelijk draagvlak voor het project (en de inspanningen van Kronos om maatschappelijk draagvlak te creëren) uitsluitend betrokken in zijn belangenafweging. Volgens het college is het zorgvuldig geweest van de raad om de belangen van omwonenden te betrekken in zijn belangenafweging,23

42.

In verband hiermee wijst het college ook op het beleidsuitgangspunt van de raad van “co-creatie” van zonneparkprojecten, dat door de raad is vastgesteld op 7 februari 2019 (bijlage 12). Met dit beleidsuitgangspunt heeft de raad kenbaar gemaakt dat hij belang hecht aan de betrokkenheid van de omgeving bij grootschalig zonneparkprojecten. Dat de beoordeling aan dit beleidsuitgangspunt is teruggekomen in de toelichting op de weigering van de verklaringen van geen bedenking is daarom ook niet verwonderlijk.

43.

Kort en goed ziet het college geen reden waarom de raad geen belang heeft mogen toekennen

20 Herziene beleidsvisie Zonne-energie 2018 (bijlage 10), p. 16. 21 ABRvS 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3591, r.o. 6.1. 22 Verweerschrift van hel college (bijlage 11), p. 9. 23 ABRvS 1 april 2020, ECU:NL:RVS:2020:958, r.o. 3.2; Rechtbank Overijssel 3 september 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:2902, r.o. 1617.3; Rechtbank Oost-Brabant 1 Juli 2020, ECU:NL:RBOBR:2020:3330, r.o. 32-38

akd datum ons kenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 / jmo.eeu 12 van 13

in zijn belangenafweging aan de omstandigheid dal vanuit de kern van Wouw draagvlak ontbreekt voor de realisering van het zonneparkproject ‘De Donken’. Van belang is hier dat het ontbreken van een maatschappelijk draagvlak - anders dan de Rechtbank lijkt te veronderstellen - geen zelfstandig dragend argument was voor de raad om de verklaringen van geen bedenkingen te weigeren. III.

AFSLUITEND

44.

Gelet op het aangevoerde verzoekt het college uw Afdeling om de aangevallen uitspraak te vernietigen. De raad heeft in redelijkheid mogen weigeren om de verklaringen van geen bedenkingen te geven voor het aangsvraagde zonneparkproject ‘De Donken' in het buitengebied van Wouw. In de kern genomen heeft de raad genoegzaam gemotiveerd waarom volgens hem de bescherming van de aanwezige waarden in het projectgebied en de omgeving - als ruimtelijk belang - in de weg staat aan een ruimtelijke toestemming voor het aangevraagde zonneparkproject, De raad hoeft een inbreuk op die waarden niet toe te staan en heeft er in dit geval weloverwogen voor gekozen om dat niet te doen.

45.

Hoewel het college het niet eens is met de aangevallen uitspraak, zal het - om proceseconomische redenen en gelet op de motie van de raad van 19 januari 202324 - toch gevolg geven aan de aangevallen uitspraak. Het college doet dit door opnieuw besluiten te nemen op de aanvragen van Kronos (met inachtneming van de aangevallen uitspraak). Voordat het college deze beslissingen neemt, zal het college eerst aan de raad de vraag voorleggen of hij - gelet op de aangevallen uitspraak en aan de hand van een deskundigenrapport (dat momenteel wordt opgesteld) - nog steeds van oordeel is dat het zonneparkproject ‘De Donken’ niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Zodra het college opnieuw heeft besloten op de aanvragen van Kronos, zullen wij een kopie van die besluiten onverwijld aan uw Afdeling toezenden met het verzoek om die besluiten onderdeel te laten uitmaken van de aanhangige procedure.

46.

Namens het college zijn wij graag bereid de inhoud van dit hoger beroep nader toe te lichten tijdens een zitting van uw Afdeling.

Hoogachtend,

amaal Mohuddy en Emile Euverman Advocaten AKD

24 Deze motie is als bijlage 4 gevoegd bij dit hoger beroepschrift.

datum ons kenmerk pagina

2 februari 2023 1008318.22248 / jmo.eeu 13 van 13

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

Aangevallen uitspraak van de Rechtbank d.d. 19 december 2022, met zaaknummers BRE 22/2621 CHWA en BRE 22/2622 CHWA, Weigeringsbesluiten van het college d.d. 6 april 2022. Weigering van de verklaringen van geen bedenking van de raad d.d. 10 maart 2022. Motie van de raad d.d. 19 januari 2023. Ontwerpweigering van de verklaringen van geen bedenkingen d.d. 17 juni 2022. Toelichting op de definitieve weigering van de verklaringen van geen bedenkingen. Nota van zienswijzen. Paragraaf 6.4 van de gebiedsomschrijving. Pagina 40 van de ruimtelijke onderbouwingen. Herziene beleidsvisie d.d. 8 januari 2019. Verweerschrift d.d. 26 september 2022. Motie van de raad d.d. 7 februari 2019. Procesbesluit d.d. 31 januari 2023.

Zonnepark Wouw second opinion advies landschappelijke en aardkundige waarden

1 FEBRUARI 2023

ZICHTLIJN 1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave..................................................................................................... 2 1. Inleiding ......................................................................................................... 3 2. Betekenis landschappelijke waarden en aardkundige waarden ...................... 4 3. Analyse van de Beleidsvisie ............................................................................ 6 4. Analyse van de Aardkundige Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant ..... 8 5. Analyse van Laagland 329............................................................................... 9 6. Analyse van RAAP .........................................................................................11 7. Analyse van Laagland 366..............................................................................17 8. Analyse van Onderbouwing I & II ..................................................................18 9. Conclusies .....................................................................................................24 Colofon ...............................................................................................................28

2

1. Inleiding Aan ZICHTLIJN is gevraagd om een second opinion uit te voeren naar de aardkundige en de landschappelijke waarden van een mogelijk zonnepark ten noorden van de Donkenweg te Wouw. De gemeenteraad van Roosendaal heeft daartoe besloten in een motie in een raadsvergadering op 19 januari 2023. Onderzoeksmethode Om de second opinion goed uit te voeren zijn alle gepubliceerde stukken uit de Commissievergadering van 27 mei 2021, van de Raadsvergadering 17 juni 2021, van de Commissievergadering 24 februari 2021 en van de Raadsvergadering 10 maart 2022 doorgenomen. De volgende stukken worden aangehaald in deze rapportage. In verband met de leesbaarheid is het betreffende stuk afgekort tot één woord. •

‘Bijlage 3 – Situatietekening zonnepark I’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘park I’

• •

•

‘Bijlage 4 – Situatietekening zonnepark II’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘park II’ ‘Bijlage 5 – Herziene Beleidsvisie Zonne-energie 2018.pdf’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘beleidsvisie’ ‘Bijlage 6 – Ruimtelijke_onderbouwing Zonnepark I’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘onderbouwing I’ ‘Bijlage 7 – Ruimtelijke_onderbouwing Zonnepark II’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘onderbouwing II’ ‘Laagland Archeologie Rapport 329– Aardkundige waarden onderzoek.pdf’ (is geïntegreerd in ‘Onderbouwing I’ blz. 142-196) → ‘Laagland 329’ ‘RAAP Beoordeling aardkundige waarden onderzoek.pdf’ (is geïntegreerd in ‘Onderbouwing I’ blz. 197-206) → ‘RAAP’ ‘Laagland Archeologie Rapport 366 – archeologisch bureauonderzoek’ (is geïntegreerd in ‘Onderbouwing I’ blz. 207-248) → ‘Laagland 366’ ‘Bijlage 10 – Provinciale reacties’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘provincie’

•

‘Uitspraak Rechtbank inzake zonnepark Wouw.pdf’ → ‘rechtbank’

• • • • •

En op basis van de volgende beleidsstukken: • Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant • Vigerend bestemmingsplan Naast het bestuderen van de rapporten is het gebied ook bezocht om zelf een indruk te krijgen van het gebied en de aanwezige waarden. Leeswijzer Dit rapport gaat eerst in op alle relevante tekstpassages uit ieder stuk. Ik heb iedere passage die hiertoe aanleiding geeft becommentarieerd. Dit resulteert niet altijd tot een prettig leesbare tekst, maar zo wordt wel alles meegenomen. De lezer doet er misschien goed aan om de conclusies te lezen en de rest als achtergrond te beschouwen. De conclusies worden in hoofdstuk 9 verwoord en op het eind kernachtig samengevat. Om de leesbaarheid te vergroten wordt af en toe een woord onderstreept om zo de essentie beter te benadrukken. Onafhankelijkheid opsteller Dit onderzoek wordt uitgevoerd door ir Marcel van Wezel, landschapsarchitect en ingeschreven in het architectenregister onder nummer: 3.990215.002. Ik heb twintig jaar ervaring in het opstellen en beoordelen van landschappelijke inpassingsplannen, zowel in de rol als opsteller (eigen bedrijf), als ook als ambtenaar, in dienst van diverse overheden. Ik heb geen betrokkenheid met de initiatiefnemer of diens adviseurs. Ook heb ik geen contact met de ambtenaren die betrokken zijn in dit dossier.

Ik woon niet in Roosendaal, ben niet politiek actief en ken geen raadsleden. De communicatie verloopt via de griffie.

3

2. Betekenis landschappelijke waarden en aardkundige waarden De definities van ‘landschappelijke waarden’ en ‘aardkundige waarden’ worden niet door iedereen hetzelfde omschreven. Het is niet makkelijk om per waarde een duidelijke en simpele omschrijving te vinden, terwijl dat voor de lezer van dit rapport wel wenselijk is. Op basis van het vigerende bestemmingsplan worden hieronder conclusies getrokken hoe deze begrippen zich verhouden. Definities uit vigerende bestemmingsplan 1 1.5 aardkundige waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van belang zijn; 1.50 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk, gebied of landschapselement toegekende waarde in verband met ouderdom, gaafheid, zeldzaamheid en herkenbaarheid vanuit historisch oogpunt in relatie met de bijbehorende abiotische randvoorwaarden (bodem, water, terreinvormen); 1.57 ecologische waarde aanwezige en potentiële waarde, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde; 1.84 landschapswaarde

gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde, van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten De landschappelijke waarde omvat eigenlijk het geheel aan alle waarden. Een deel van die landschappelijke waarde richt zich op de cultuurhistorische waarde. En een deel van de cultuurhistorische waarde verwijst naar de aardkundige waarden. De belevingswaarde voor de mens speelt bij alle drie de begrippen een rol. In het bestemmingsplan wordt bij de bestemmingsregels ‘Agrarisch met waarden - 2’, hetgeen van toepassing is op onderhavige locatie, een onderscheid gemaakt tussen deze twee waarden. Er zijn twee regels opgenomen: h. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van waarden - aardkundig" tevens behoud en herstel van de aardkundige waarden; i. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, ecologische, cultuurhistorische, natuurlijke en hydrologische waarden en kenmerken; In het bestemmingsplan worden de aardkundige waarden dus niet gezien als een klein onderdeeltje binnen de bredere landschappelijke waarden. Want dan had ‘h’ geschrapt kunnen worden en dan was ‘i’ voldoende geweest. De aardkundige waarden worden op deze plek er heel specifiek uitgelicht en krijgen een prominente rol. In mijn aanname2 betekent dit dat de aardkundige waarde behouden of hersteld moeten worden en niet mogen worden aangetast.

Dit ervaar ik ook als ik in het gebied ben. Hier zijn

1

Zie ruimtelijke plannen: Idn: NL.IMRO.1674.2100BUITENGEBIEDW-0401 In hoofdstuk 4, 5 en 6 wordt dit op basis van de omschrijvingen van de provincie, Laagland en RAAP ook onderschreven. 2

4

glooiingen in het landschap zichtbaar en die zijn zeer bijzonder. Op foto’s is dit niet goed te vangen, maar rondlopend in het gebied wel. Het is een kwaliteit waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan.

Fig.1 uitzicht op plangebied; bron: foto ZICHTLIJN

5

3. Analyse van de Beleidsvisie Op bladzijde 14 wordt een stroomschema aangegeven, waarbij voor onderhavige locatie het volgende van toepassing is:

Fig.2 stroomschema; bron: beleidsvisie

Op bladzijde 26 wordt de landschappelijke inpassing aangegeven die van toepassing is:

Fig.3 kwaliteitsverbetering; bron: beleidsvisie

Op bladzijde 33 wordt de deelbeleidskaart ‘Cultuurhistorische waardenkaart (CHW)’ genoemd. De onderhavige locatie ligt in een historisch waardevol vlak.

6

Fig.4 CHW; bron: beleidsvisie

De gemeente geeft in dit beleidsdocument geen concrete handvatten hoe met deze waarden om moet worden omgegaan. Impliciet wordt dan aangenomen dat dit maatwerk betreft en/of dat het provinciale beleid daarvoor richtinggevend is.

7

4. Analyse van de Aardkundige Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant Op enkele bladzijden in de toelichting op deze kaart wordt het belang van de aardkundige waarden aangeduid. Mijn conclusie is dat het natuurlijk reliëf beschermd moet worden en dat een goede waarneming van het natuurlijk reliëf belangrijk is.

Fig.5 uitsnede provinciale gebiedenkaart; bron: website provincie

8

5. Analyse van Laagland 329 De conclusie van het rapport van Laagland is kort samengevat door middel van een citaat uit haar eigen rapport: “Gedurende de levensduur van 25 jaar vinden in het plangebied geen activiteiten plaats, die een eventuele verstoring van aardkundige waarden, cultuurhistorische waarden of archeologische waarden kunnen veroorzaken.”3 Zij definieert in haar rapport4 de aardkundige waarden als volgt: “Aardkundig waardevolle gebieden zijn bijzondere gebieden voor wetenschap, onderwijs, ecologie cultuurlandschap, recreatie en toerisme. Maar ook kunnen gebieden en elementen waardevol zijn omdat ze bijdragen aan de leefkwaliteit en de landschappelijke karakteristiek van een gemeente.” In de gehanteerde definitie wordt een verwijzing gemaakt naar de ‘recreatie en toerisme’ en naar ‘leefkwaliteit’. Daarmee wordt dus ook een verwijzing gemaakt naar de visueel-ruimtelijke kant van de aardkundige waarde. Als de conclusie en de definitie in elkaar geschoven worden dan kan dit worden opgevat als dat gedurende 25 jaar er geen activiteiten plaatsvinden die de recreatieve en toeristische waarde en de leefkwaliteit voor burgers verstoren. Zo is het waarschijnlijk niet bedoeld, maar dat zou de lezer wel kunnen concluderen. Mogelijk dat Laagland in haar conclusie zich alleen had moeten richten op de ondergrond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1414/documents/37524