B2 Eindrapport second opinion Zonneparken Wouw.pdf
Tekst van het document
Zonnepark Wouw second opinion advies landschappelijke en aardkundige waarden
1 FEBRUARI 2023
ZICHTLIJN 1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave..................................................................................................... 2 1. Inleiding ......................................................................................................... 3 2. Betekenis landschappelijke waarden en aardkundige waarden ...................... 4 3. Analyse van de Beleidsvisie ............................................................................ 6 4. Analyse van de Aardkundige Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant ..... 8 5. Analyse van Laagland 329............................................................................... 9 6. Analyse van RAAP .........................................................................................11 7. Analyse van Laagland 366..............................................................................17 8. Analyse van Onderbouwing I & II ..................................................................18 9. Conclusies .....................................................................................................24 Colofon ...............................................................................................................28
2
1. Inleiding Aan ZICHTLIJN is gevraagd om een second opinion uit te voeren naar de aardkundige en de landschappelijke waarden van een mogelijk zonnepark ten noorden van de Donkenweg te Wouw. De gemeenteraad van Roosendaal heeft daartoe besloten in een motie in een raadsvergadering op 19 januari 2023. Onderzoeksmethode Om de second opinion goed uit te voeren zijn alle gepubliceerde stukken uit de Commissievergadering van 27 mei 2021, van de Raadsvergadering 17 juni 2021, van de Commissievergadering 24 februari 2021 en van de Raadsvergadering 10 maart 2022 doorgenomen. De volgende stukken worden aangehaald in deze rapportage. In verband met de leesbaarheid is het betreffende stuk afgekort tot één woord. •
‘Bijlage 3 – Situatietekening zonnepark I’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘park I’
• •
•
‘Bijlage 4 – Situatietekening zonnepark II’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘park II’ ‘Bijlage 5 – Herziene Beleidsvisie Zonne-energie 2018.pdf’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘beleidsvisie’ ‘Bijlage 6 – Ruimtelijke_onderbouwing Zonnepark I’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘onderbouwing I’ ‘Bijlage 7 – Ruimtelijke_onderbouwing Zonnepark II’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘onderbouwing II’ ‘Laagland Archeologie Rapport 329– Aardkundige waarden onderzoek.pdf’ (is geïntegreerd in ‘Onderbouwing I’ blz. 142-196) → ‘Laagland 329’ ‘RAAP Beoordeling aardkundige waarden onderzoek.pdf’ (is geïntegreerd in ‘Onderbouwing I’ blz. 197-206) → ‘RAAP’ ‘Laagland Archeologie Rapport 366 – archeologisch bureauonderzoek’ (is geïntegreerd in ‘Onderbouwing I’ blz. 207-248) → ‘Laagland 366’ ‘Bijlage 10 – Provinciale reacties’ (gemeenteraad d.d.17-6-2021) → ‘provincie’
•
‘Uitspraak Rechtbank inzake zonnepark Wouw.pdf’ → ‘rechtbank’
• • • • •
En op basis van de volgende beleidsstukken: • Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant • Vigerend bestemmingsplan Naast het bestuderen van de rapporten is het gebied ook bezocht om zelf een indruk te krijgen van het gebied en de aanwezige waarden. Leeswijzer Dit rapport gaat eerst in op alle relevante tekstpassages uit ieder stuk. Ik heb iedere passage die hiertoe aanleiding geeft becommentarieerd. Dit resulteert niet altijd tot een prettig leesbare tekst, maar zo wordt wel alles meegenomen. De lezer doet er misschien goed aan om de conclusies te lezen en de rest als achtergrond te beschouwen. De conclusies worden in hoofdstuk 9 verwoord en op het eind kernachtig samengevat. Om de leesbaarheid te vergroten wordt af en toe een woord onderstreept om zo de essentie beter te benadrukken. Onafhankelijkheid opsteller Dit onderzoek wordt uitgevoerd door ir Marcel van Wezel, landschapsarchitect en ingeschreven in het architectenregister onder nummer: 3.990215.002. Ik heb twintig jaar ervaring in het opstellen en beoordelen van landschappelijke inpassingsplannen, zowel in de rol als opsteller (eigen bedrijf), als ook als ambtenaar, in dienst van diverse overheden. Ik heb geen betrokkenheid met de initiatiefnemer of diens adviseurs. Ook heb ik geen contact met de ambtenaren die betrokken zijn in dit dossier.
Ik woon niet in Roosendaal, ben niet politiek actief en ken geen raadsleden. De communicatie verloopt via de griffie.
3
2. Betekenis landschappelijke waarden en aardkundige waarden De definities van ‘landschappelijke waarden’ en ‘aardkundige waarden’ worden niet door iedereen hetzelfde omschreven. Het is niet makkelijk om per waarde een duidelijke en simpele omschrijving te vinden, terwijl dat voor de lezer van dit rapport wel wenselijk is. Op basis van het vigerende bestemmingsplan worden hieronder conclusies getrokken hoe deze begrippen zich verhouden. Definities uit vigerende bestemmingsplan 1 1.5 aardkundige waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van belang zijn; 1.50 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk, gebied of landschapselement toegekende waarde in verband met ouderdom, gaafheid, zeldzaamheid en herkenbaarheid vanuit historisch oogpunt in relatie met de bijbehorende abiotische randvoorwaarden (bodem, water, terreinvormen); 1.57 ecologische waarde aanwezige en potentiële waarde, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde; 1.84 landschapswaarde
gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde, van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten De landschappelijke waarde omvat eigenlijk het geheel aan alle waarden. Een deel van die landschappelijke waarde richt zich op de cultuurhistorische waarde. En een deel van de cultuurhistorische waarde verwijst naar de aardkundige waarden. De belevingswaarde voor de mens speelt bij alle drie de begrippen een rol. In het bestemmingsplan wordt bij de bestemmingsregels ‘Agrarisch met waarden - 2’, hetgeen van toepassing is op onderhavige locatie, een onderscheid gemaakt tussen deze twee waarden. Er zijn twee regels opgenomen: h. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van waarden - aardkundig" tevens behoud en herstel van de aardkundige waarden; i. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, ecologische, cultuurhistorische, natuurlijke en hydrologische waarden en kenmerken; In het bestemmingsplan worden de aardkundige waarden dus niet gezien als een klein onderdeeltje binnen de bredere landschappelijke waarden. Want dan had ‘h’ geschrapt kunnen worden en dan was ‘i’ voldoende geweest. De aardkundige waarden worden op deze plek er heel specifiek uitgelicht en krijgen een prominente rol. In mijn aanname2 betekent dit dat de aardkundige waarde behouden of hersteld moeten worden en niet mogen worden aangetast.
Dit ervaar ik ook als ik in het gebied ben. Hier zijn
1
Zie ruimtelijke plannen: Idn: NL.IMRO.1674.2100BUITENGEBIEDW-0401 In hoofdstuk 4, 5 en 6 wordt dit op basis van de omschrijvingen van de provincie, Laagland en RAAP ook onderschreven. 2
4
glooiingen in het landschap zichtbaar en die zijn zeer bijzonder. Op foto’s is dit niet goed te vangen, maar rondlopend in het gebied wel. Het is een kwaliteit waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan.
Fig.1 uitzicht op plangebied; bron: foto ZICHTLIJN
5
3. Analyse van de Beleidsvisie Op bladzijde 14 wordt een stroomschema aangegeven, waarbij voor onderhavige locatie het volgende van toepassing is:
Fig.2 stroomschema; bron: beleidsvisie
Op bladzijde 26 wordt de landschappelijke inpassing aangegeven die van toepassing is:
Fig.3 kwaliteitsverbetering; bron: beleidsvisie
Op bladzijde 33 wordt de deelbeleidskaart ‘Cultuurhistorische waardenkaart (CHW)’ genoemd. De onderhavige locatie ligt in een historisch waardevol vlak.
6
Fig.4 CHW; bron: beleidsvisie
De gemeente geeft in dit beleidsdocument geen concrete handvatten hoe met deze waarden om moet worden omgegaan. Impliciet wordt dan aangenomen dat dit maatwerk betreft en/of dat het provinciale beleid daarvoor richtinggevend is.
7
4. Analyse van de Aardkundige Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant Op enkele bladzijden in de toelichting op deze kaart wordt het belang van de aardkundige waarden aangeduid. Mijn conclusie is dat het natuurlijk reliëf beschermd moet worden en dat een goede waarneming van het natuurlijk reliëf belangrijk is.
Fig.5 uitsnede provinciale gebiedenkaart; bron: website provincie
8
5. Analyse van Laagland 329 De conclusie van het rapport van Laagland is kort samengevat door middel van een citaat uit haar eigen rapport: “Gedurende de levensduur van 25 jaar vinden in het plangebied geen activiteiten plaats, die een eventuele verstoring van aardkundige waarden, cultuurhistorische waarden of archeologische waarden kunnen veroorzaken.”3 Zij definieert in haar rapport4 de aardkundige waarden als volgt: “Aardkundig waardevolle gebieden zijn bijzondere gebieden voor wetenschap, onderwijs, ecologie cultuurlandschap, recreatie en toerisme. Maar ook kunnen gebieden en elementen waardevol zijn omdat ze bijdragen aan de leefkwaliteit en de landschappelijke karakteristiek van een gemeente.” In de gehanteerde definitie wordt een verwijzing gemaakt naar de ‘recreatie en toerisme’ en naar ‘leefkwaliteit’. Daarmee wordt dus ook een verwijzing gemaakt naar de visueel-ruimtelijke kant van de aardkundige waarde. Als de conclusie en de definitie in elkaar geschoven worden dan kan dit worden opgevat als dat gedurende 25 jaar er geen activiteiten plaatsvinden die de recreatieve en toeristische waarde en de leefkwaliteit voor burgers verstoren. Zo is het waarschijnlijk niet bedoeld, maar dat zou de lezer wel kunnen concluderen. Mogelijk dat Laagland in haar conclusie zich alleen had moeten richten op de ondergrond.
Dat er ondergronds weinig veranderd wordt wel gedeeld maar wat het bovengronds doet voor de mensen wordt hiermee niet goed verwoord. Immers de omvorming van landbouwgebied naar een zonnepark met bouwwerken van ca. 15,9 hectare5 heeft een enorme impact op de belevingswaarden hoe mensen het gebied gaan ervaren. In het vonnis van de rechtbank6 staat “Gedurende de levensduur van 25 jaar vinden in het plangebied geen activiteiten plaats, die een eventuele verstoring van aardkundige waarden, cultuurhistorische waarden of archeologische waarden kunnen veroorzaken.” De rechtbank heeft dit waarschijnlijk gebaseerd op onder andere de conclusie uit het Laagland-rapport. Omdat ik de conclusies uit het rapport betwist kan het oordeel van de rechtbank ook betwist worden. Er wordt verder in het rapport aangegeven7: “In deze periode zal geen bemesting met kunstmest en gebruik van bestrijdingsmiddelen plaatsvinden. Hierdoor zal ecologisch gezien de bodemkwaliteit van de percelen binnen het plangebied verbeteren en zal mogelijk ook zijn uitwerking hebben op de omgeving. Doordat van het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen zal worden afgezien, kan ook de waterkwaliteit in de beekdalen worden verbeterd.” Deze conclusie wordt gedeeld. Het plan zal een ecologische winst betekenen.
3
Laagland 329: zie laatste zin van de samenvatting op blz. 6 Laagland 329: zie eerste zin paragraaf 1.3 5 Het betreft hier de omvang van ‘park I’+ ‘park II’ en ook de inpassing zit hierin. 6 Rechtbank: zie laatste zin 1e paragraaf op blz. 7 7 Laagland 329: zie onderaan blz. 10 4
9
Fig.6 positie van plangebied en aardkundig waardevol gebied; bron: Laagland
10
6. Analyse van RAAP Aan RAAP is gevraagd om naar aanleiding van het rapport van Laagland verbetersuggesties 8 te doen. RAAP formuleert haar opdracht als volgt9: “De in het rapport van Laagland verzamelde gegevens geven een vrij gedetailleerd inzicht in de geo(morfo)logische en bodemkundige context van het gebied. Er wordt echter niet geconcretiseerd hoe dit de aardkundige waarde van het gebied definieert of wat de gaafheid of herkenbaarheid daarvan is. Met name die aspecten zijn echter van belang om te achterhalen wat de invloed van de toekomstige inrichting als zonnepark is. In de navolgende paragrafen wordt dit daarom verder uitgediept. Daartoe wordt eerst gekeken naar de waarde van het totale aardkundig waardevolle gebied ‘Smalle Beek’, om vervolgens te bepalen wat de waarde van het plangebied zonnepark Wouw zelf is.”
Fig.7 uitsnede van twee relevante historische kaarten; bron: RAAP
In de analyse van RAAP worden specifieke aardkundige kwaliteiten nader gespecificeerd. De kernachtige conclusie10 van RAAP verwoordt de essentie van de problematiek van onderhavige locatie: “Deze bodemopbouw en het intacte microreliëf bewijzen dat de intrinsieke aardkundige waarde en gaafheid van het gebied hoog zijn. Als gevolg van het huidig landgebruik is de herkenbaarheid hiervan echter aangetast. Ook van de historische verkaveling en inrichting, die oorspronkelijk waren afgestemd op de aardkundige situatie met akkers op de hogere delen en graslanden in het beekdal, is nagenoeg niets bewaard gebleven. Tot slot is het gebied zelf beperkt ontsloten, zodat de aardkundige waarde vooral ervaren moet worden vanaf de Spellestraat in het noordoosten, waar beplanting en bebouwing het zicht op het beekdal regelmatig belemmeren.” De uitspraak dat beplanting en bebouwing vanaf de Spellestraat het zicht regelmatig belemmeren is overigens niet waar. De volgende 2 plaatjes tonen juist het tegenovergestelde. Er is vanuit de Spellestraat een heel goed zicht op het gebied. Er staat relatief weinig bebouwing langs deze weg. Weliswaar kan een landbouwgewas een groot deel van het jaar het zicht op het reliëf ontnemen, maar zeker in de winterperiode is dit wel waarneembaar.
8
RAAP: zie inleiding op blz. 2 RAAP: laatste paragraaf blz. 2 10 RAAP: laatste 4 zinnen blz. 7 9
11
Fig.8 analyse van de zichtlijnen vanaf de Spellestraat; bron: luchtfoto uit ruimtelijke plannen
12
Fig.9 zicht vanuit Spellestraat richting toekomstig Zonnepark; bron: Google Maps
Er wordt net als bij Laagland geconcludeerd dat de aantasting van de aardkundige waarden ondergronds beperkt11 is. Vervolgens concludeert RAAP terecht dat “De impact van de inrichting op de bovengrondse zichtbaarheid en herkenbaarheid is echter groter. 12” Zij doet deze uitspraken op basis van het oorspronkelijke inrichtingsplan, zie figuur 10.
11
RAAP schrijft op blz. 8 ‘de fysieke impact van deze inrichting op de bodem en de aardkundige eenheden is minimaal’ 12 RAAP: laatste paragraaf blz. 8
13
Fig.10 oorspronkelijk inrichtingsplan; bron: RAAP
RAAP stelt13 dat “Van belang hierbij is echter te realiseren dat dit een tijdelijke situatie is, die na 25 jaar weer wordt opgeheven. Kortom, van ‘onomkeerbare gevolgen’ voor het aardkundig waardevolle landschap is geen sprake.” En die conclusie betwist ik. Zowel Laagland, RAAP, de provincie en ook ik kennen ook waarde toe aan de bovengrondse visueel ruimtelijke kwaliteiten. Een periode van 25 jaar is geen tijdelijke situatie. Mathematisch klopt de uitspraak. Een periode van 25 jaar is niet eeuwig. Ook gelet op geologische en geomorfologische processen waar vaak gesproken wordt over duizenden jaren is een periode van 25 jaar wel tijdelijk, maar op een mensenleven is het zodanig ingrijpen in het landschap geen tijdelijke situatie14.
13 14
RAAP: laatste zin op blz. 8 en eerste zin op blz. 9 Zie verder voetnoot 6.
14
Fig.11 Advies inrichting gericht op het versterken van de aardkundige waarden; bron: RAAP
RAAP adviseert drie verbetervoorstellen. 1. In haar eerste punt adviseert ze over de breedte van de groenstrook en het ontwikkelen van een natuurvriendelijke strook. De breedte van de inrichting van de natte natuurzone is goed gevonden, maar dit is niet overgenomen in het plan van Kronos. Het definitieve plan is inderdaad een verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke plan maar het blijft nog steeds een forse verandering van circa 15,915ha bouwwerken die boven het natuurlijk landoppervlak uitstijgen. De nieuwe percelering van deze vlakken sluit niet aan bij de cultuurhistorische lijnen. Er is weliswaar een iets grotere strook langs de beek Het Loopje opengehouden. Maar landschappelijk gezien is het twijfelachtig om langs een beek bouwwerken te plaatsen. Gelet op de schaal van het landschap voelt dit niet goed aan. Gebruikelijk in bijvoorbeeld natuurontwikkelingsprojecten is om naast de beek juist geen bouwwerken te plaatsen en deze zo ver mogelijk van de waterloop af te plaatsen. Ook het verbeterde plan zal ruimtelijk-visueel een verslechtering zijn ten opzichte van de huidige situatie. Nu zijn, zeker na de oogst, de glooiingen in het landschap goed te zien. 2. In haar tweede verbetervoorstel wordt voorgesteld om een haag te gebruiken om een overgang van hoog naar laag te accentueren. Deze haag moet afgebogen worden ten opzichte van de oorspronkelijke inrichting.
Dit is overgenomen. 3. In haar derde verbetervoorstel wordt gespeeld met de hoogte van de panelen. Des te dichter deze bij de beek staan, des te lager de panelen geplaatst moeten worden. Dit kan in theorie mogelijk voor de wandelaar die in het park loopt extra betekenis krijgen, mits de wandelaar de panelen ook kan zien. Hij kan mogelijk beter snappen hoe het geomorfologisch reliëf is opgebouwd. Maar met name vanuit de omgeving bezien kan dit nogal rommeling overkomen. Verder is het maar de vraag
15
De 15,9 ha is inclusief inpassing.
15
of je de subtiele hoogteverschillen van de glooiing met panelen in het landschap wil versterken. Zonnepanelen in het landschap worden immers door bijna niemand mooi gevonden. Ik denk dat panelen die al op een hellingshoek ten opzichte van het aardoppervlak staan en die dan ook nog eens in hoogte verschoven worden van elkaar een zeer onrustig beeld opleveren. Het levert waarschijnlijk een lastig lijnenspel op voor het menselijk oog. Ik vermoed dat dit eerder rommelig overkomt in de praktijk. Ik denk niet dat dit ‘optisch versterkt reliëf’ bijdraagt aan de visueelruimtelijke kwaliteit.
Fig.12 Advies optisch versterkt reliëf; bron: RAAP
Kronos geeft in ‘Onderbouwing I’ aan dat: “Gezamenlijk met RAAP is gekeken hoe deze aanbevelingen omgezet kunnen worden in de landschappelijke inpassing van de beide zonneparken. Het voorliggende plan is het resultaat hiervan. Het plan houdt rekening met de twee aparte delen en wordt ook zo ingedeeld. De oude grens tussen het beekdal en de donk wordt versterkt. Aan de rand met het Loopje wordt ruimte geboden voor natte natuur ontwikkeling.” Mijn conclusie is dat advies 1 gedeeltelijk is overgenomen. De rand naast de beek Het Loopje is iets breder geworden, maar nog steeds staan er op vrij korte afstand bouwwerken naast de beek. Advies 2, dat een detail is, is ook overgenomen. Advies 3 is niet overgenomen. Is RAAP van mening is dat de huidige plannen (Park I en Park II) wel zouden bijdragen aan het behoud of herstel van de aardkundige waarden? Die vraag is niet beantwoord, maar ik kan het me niet voorstellen. Mogelijk dat de iets bredere strook bij Het Loopje een verbetering is, maar de glooiing en het hoogteverschil worden met het volledig omzomen niet beter zichtbaar. En wat draagt het dan bij? Niets in mijn optiek.
16
7. Analyse van Laagland 366 De conclusie van het rapport van Laagland 329 wordt hier herhaald: “Gedurende de levensduur van 25 jaar vinden in het plangebied geen activiteiten plaats, die een eventuele verstoring van aardkundige waarden, cultuurhistorische waarden of archeologische waarden kunnen veroorzaken.” In hoofdstuk 5 geef ik aan waarom ik deze conclusie niet deel. Er wordt verder een advies gegeven hoe bij het graafwerk moet worden omgegaan. Daar valt verder niets op aan te merken.
17
8. Analyse van Onderbouwing I & II Het plan is opgedeeld in twee aanvragen. En bij beide aanvragen is, zo het oog te zien exact dezelfde onderbouwing bijgevoegd, waarin alle onderzoeken in geïntegreerd zijn. Alleen afbeelding 18 is verschillend. In Onderbouwing I wordt het ontwerp van het zuidelijke deel aangegeven en in Onderbouwing II wordt het ontwerp van het noordelijk zonnepark aangegeven. Maar de tekst en de bijlagen zijn gelijk. De relevante onderwerpen die betrekking hebben op de landschappelijke waarden of de landschappelijke inpassing zal ik hieronder uiteenzetten. “De komst van een zonnepark kan de kwaliteiten van de beoogde locatie verder uitdiepen en versterken.”16 De kwaliteiten van deze locatie zitten primair in de aardkundige waarden en die worden met het plan eerder aangetast dan versterkt. Immers nu zijn de glooiingen heel goed zichtbaar en met de komst van het zonnepark worden die visueel tenietgedaan. “De weidsheid en openheid van het noordelijk deel van het buitengebied sluit goed aan bij het karakter van een zonnepark,…”17 Een zonnepark met panelen die tot 2 meter hoog zijn tasten de lange zichtlijnen en weidsheid van het landschap aan en daarom is het gestelde discutabel. In paragraaf 2.4.2 wordt aangegeven dat door landschapsarchitectenbureau Ton Thus gekeken is naar de mogelijkheden om de landschapskenmerken te versterken.
Qua hoeveelheid inpassing, alsook de versterking van de biodiversiteit is goed werk gedaan. Ondergetekende is het niet eens dat “het landschap zich goed leent voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark”18. Er is geen goed verhaal hoe de aardkundige waarde bovengronds behouden of versterkt wordt. In paragraaf 2.5 concludeert Kronos Solar: “De ontwikkeling van het zonnepark op de beoogde locatie is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.” In mijn optiek is dit niet waar. Het belang dat de provincie aan dit gebied geeft is niet weerlegd om de ontwikkeling mogelijk te maken. Ook wordt niet ingegaan op de waarden die het bestemmingsplan aangeeft.
16
Onderbouwing I, zie blz. 18 Onderbouwing I, zie blz. 21 18 Onderbouwing I, zie blz. 25 17
18
Fig.13 noordelijk deel/ Park II; bron: Onderbouwing II
19
–––
Fig.14 zuidelijk deel / Park I; bron: Onderbouwing I
In paragraaf 3.4 wordt de “Landschappelijke inpassing” behandeld. De eerste twee alinea’s geven aan waar de landschappelijke inpassing uit zou moeten bestaan: “Leidend bij de keuze voor de landschappelijke inpassing zijn het regionale landschapsontwikkelingsplan (De Zoom van West-Brabant) en de algemene aanduiding regels uit het bestemmingsplan. Ook hebben lokale belanghebbenden en omwonenden een leidende rol gehad bij de totstandkoming van het inpassingsplan (zie ook: 2.4.5 Motie Co-Creatie). Er wordt uitgegaan van behoud, bescherming, ontwikkeling en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. De panelen worden reliëfvolgend geplaatst zodat het oorspronkelijke maaiveld intact blijft. Ook blijven bestaande landschapselementen, zoals houtwallen en waterlopen, in het bestaande projectontwerp behouden. Het landschap ten noorden van Wouw betreft een grootschalig mozaïeklandschap met diverse landgebruiken, waarin een zonnepark goed opgenomen kan worden. Door het verspreide hoevenlandschap is een patroon van slingerende wegen en boerenpaden terug te vinden. Deze cultuurhistorische infrastructuur wordt versterkt en verder aangevuld met historische waterlopen, zoals in de directe nabijheid van het zonnepark (het Loopje).” Hier wordt nog niet ingegaan op de aardkundige waarden en dat dat de belangrijkste landschappelijke kwaliteit is.
Dit komt in paragraaf 3.5. Interessant is om te lezen dat “In cultuurhistorisch opzicht kan het zonnepark gezien worden als een nieuwe vorm van landschapsgebruik, zoals ook intensieve landbouw ooit een nieuwe vorm van landgebruik was en het aanzicht van het landschap steeds meer is veranderd (denk hierbij aan de transformatie naar een steeds grootschaliger landschap). Het zonnepark vormt voor de Gemeente Roosendaal een visitekaartje aan haar inwoners en bezoekers om te verduidelijken dat zij actief werkt aan het verwezenlijken van haar duurzaamheidsambities.” Dit is een interessante gedachte en deze denklijn zou heel goed mogelijk zijn als er geen aardkundige waarden waren. Deze denklijn is ook goed als niet alleen deze ene kavel onderzocht wordt, maar gekeken wordt naar een breder gebied. Een deel zou ingezet
20
kunnen worden op de nieuwe gebruiksvormen en op een deel op behoud en herstel en beter zichtbaar maken van de aardkundige waarden. Maar dit zit niet in het uiteindelijke plan van Kronos. Onderaan blz. 37 staat geschreven dat: “Kronos Solar heeft Ton Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw opdracht gegeven tot het ontwikkelen van een gedetailleerd landschapsontwikkelingsplan voor het beoogde initiatief.” Een landschapsontwikkelingsplan beslaat altijd een groter gebied dat één kavel. Thus heeft wel ideeën geschetst die de kavel overstijgen, maar uiteindelijk wordt alleen een plan gemaakt voor de eigen kavel. Als Thus wel een heel landschapsontwikkelingsplan zou maken en het in veel breder perspectief zou plaatsen dan zou dat mogelijk wel een kans bieden waarbij de aardkundige waarden kaveloverstijgend een plek krijgen. Mogelijk dat de schrijver een landschapsinpassingsplan bedoelde? Op blz. 39 wordt onder punt 3 gesteld dat: “landschappelijke … versterking zorgt voor een cultuurhistorisch…inpassingsplan met meerwaarde”. Het zorgt zeker voor een ecologische meerwaarde, maar om dit plan vanuit cultuurhistorisch perspectief als meerwaarde te benoemen betwist ik. De schaal en vorm wijken te veel af van wat er vroeger was. Op blz. 42 worden de percentages aan landschappelijke inpassing vermeld. Er wordt gesteld dat de inpassingen 40,7% zijn (op basis van beide percelen).
Dit is niet nagerekend omdat de digitale kaarten niet beschikbaar zijn. Op het oog lijkt het te kloppen. Immers aan alle zijden wordt een ruime strook leeg gelaten en ingezaaid of beplant met ecologisch groen. De kwantitatieve compensatie is fors. Het zou goed zijn om de ecologische waarden in het gebied te verbeteren. Op dat vlak verdient initiatiefnemer een compliment, want dit is erg fors. In paragraaf 3.5 op blz. 43 komen de ‘Aardkundige waarden’ aan bod. Na eerst de ondergrondse component van de aardkundige waarden te hebben benoemd, volgt in de 8e paragraaf op blz. 45: “Het vrije zicht op het beekdal zal worden belemmerd. Hierbij wordt door RAAP opgemerkt dat het van belang is te realiseren dat dit een tijdelijke situatie is die na 25 jaar weer wordt opgeheven. Kortom van ‘onomkeerbare gevolgen’ voor het aardkundig waardevolle landschap is geen sprake. RAAP merkt hierbij wel op dat het plan19 niet actief bijdraagt aan het herstel of de versterking van de aardkundige waarde.” Hier komt de kern van verschil van inzicht naar voren. Ondergetekende is van mening dat iets wat 25 jaar zichtbaar wordt aangetast niet als tijdelijk kan worden gezien. In 3.6 op blz.
46 trekt Kronos de conclusie: “Tot slot worden de aardkundige waarden in en rondom het plangebied met de komst van het zonnepark nauwelijks aangetast, en zal het uniek vlechtende riviersysteem geen negatieve gevolgen van het zonnepark ondervinden.” Ze worden dus aangetast en ze worden niet verbeterd. Die conclusie deel ik. Ik weet niet of Kronos in de uitspraak alleen doelt op de ondergrondse waarden. Inrichtings- en beheerplan Op bladzijde 69 is een bijlage bijgevoegd van de Coöperatie Landschapsplanning dat dateert van 17-022021. Dit product vormt het ‘inrichtings- en beheerplan’20 en in principe is dit advies heel zorgvuldig opgesteld. Er wordt geschreven21: “Daarna is nog extra aandacht besteed aan het reliëf en de aardkundige waarden en vervolgens …. tot een definitieve planopzet gekomen.” Hier wordt zeer hoogstwaarschijnlijk ervan uit gegaan dat het advies wat RAAP heeft gegeven goed is. RAAP heeft namelijk niet geconcludeerd dat de panelen op deze plek niet mogelijk zijn. RAAP heeft alleen adviezen gedaan om het te verbeteren, zonder echt in te gaan of het gelet of het vanuit de visueel ruimtelijke kant van de aardkundige waarden wel of niet acceptabel is om hier panelen te plaatsen. Omdat ondergetekende vindt dat dit niet past, is de
19
Oorspronkelijke plan Onderbouwing I, zie onderaan blz. 90 21 Onderbouwing I, zie blz. 71 bovenaan 20
21
verdere uitwerking, die overigens goed is gedaan eigenlijk niet relevant. Er zullen hagen worden geplant die ca. 120 cm hoog worden. Ook komt er struweel dat qua sortiment en beheer een bijdrage zal leveren aan de ecologische waarden. Het inrichtingsplan22 en ook de toelichting op blz. 40 geven aan dat ‘de wijdere omgeving op het zonnepark zal altijd geblokkeerd zijn’. Volgens de legenda op tekening zijn dit ‘nieuwe heggen’. Maar gelet op de breedte en de toelichting wordt dit een struweelhaag. Landschappelijke vertaalslag Op bladzijde 88 is een bijlage bijgevoegd van Thus Landschapsarchitectuur & stedenbouw. Hierin valt te lezen23: “Afgaande op de kwaliteiten van bodem, water en ligging, is het van oudsher tot op de dag van vandaag een ''rijk'' agrarisch land. Dat weerspiegelt zich in het huidige intensieve landbouwkundig gebruik, weinig ruimte latende voor landschappelijke stoffering en natuur. Deze stoffering en ruimte voor natuur, vanouds geïntegreerd met het landbouwkundig gebruik, is nagenoeg verdwenen. Het gebied is onderhevig geweest aan ruilverkaveling en doorgaande landbouwkundige modernisering. Ondanks deze landschappelijk en ecologisch nivellerende werking, is de optelsom van fysieke ondergrond en occupatiepatroon karakteristiek en afwisselend te noemen. De ruimtelijke kwaliteiten betreffen openheid, vergezichten, erf en inrichting- en afwisseling in landgebruik.
Het vroeger met hagen en houtsingels en broekbossen verdichte kleinschalige landschap, met name in de overgangen naar de beekdalen, heeft onder invloed van landbouwkundige vernieuwingen drastische wijzigingen ondergaan in ruimtelijke opzicht. Het is sterk open geworden en de natuurlijke omstandigheden voor plant en dier staan door intensieve bemesting onder druk, ook zijn erfafscheidingen niet meer vanzelfsprekend. De zogenaamde ´´landschappelijke stoffering´´ kenmerkend voor het (vroegere) cultuurland, is weggesleten. Naast de positieve impact qua energietransitie, ligt er voor het landschap en ecologie een kans om met de komst van de zonneakker, de ruimtelijkheid en natuurlijke randvoorwaarden, o.a. middels beplantingen een stimulans te geven.” Met deze analyse ben ik het grotendeels eens. Maar de ontwikkeling van één zonneakker in een verder open en nog visueel-ruimtelijk leeg en dus kansrijk landschap, maken dat de ontwikkeling van deze kavel wel in de context van een groter gebied moet worden bezien. Ook de volgende passage is interessant: “De gemeente streeft naar het accentueren van het oorspronkelijke cultuurlandschap middels het aanzetten van slingerende wegen, woonerven en waterlopen. De zonneweide voegt in deze beeld- en ervaringscontext een textuur, een deel weefsel als vlakje, als lijnvoering toe.
Het aanzetten van de randen zonneakker draagt bij aan het opnieuw profileren van de historisch landschappelijke lijnen in dit verder kaal geworden dekzandlandschap.” Als deze analogie wordt aangenomen en we passen dit toe voor iedere akker die ontwikkeld gaat worden, hoe worden dan de aardkundige waarden behouden of versterkt? Alleen uitgaande van dit initiatief met slechts het vrij houden van de randen worden de aardkundige waarden niet versterkt. Dat zou dan elders moeten plaatsvinden, maar dat maakt geen onderdeel uit van dit plan. Het ‘kaal geworden dekzandlandschap’ zal op termijn mogelijk veranderen. Maar de kern van de vraag is hoe de aardkundige waarden daarin een rol krijgen en dat is niet het perceel vol leggen met zonnepanelen en omzomen met groen. Op blz. 117 schetst Thus een interessant beeld. Onderstaande figuur 17 is van zijn hand. In zijn rapport staat als onderschrift bij dit figuur24: “Het oppakken en doorrijgen van het landelijke gebied draagt zorg voor het wederom beleefbaar maken van het landschap en de onderdelen, zoals de Smalle Beek. Suggestief is het wensbeeld meegenomen om via een klein- en een grote ommetje, de Herelstraat te bereiken.”
22
Zie ‘Park I’ en ‘Park II’ Onderbouwing I, zie blz. 91 en 93 24 Onderbouwing I, zie blz. 117 23
22
Fig.15 bredere kijk van Thus op plangebied; bron: Onderbouwing I Dit vormt een interessant onderdeel uit de analyse van Thus. Als de routestructuren in deze schets worden uitgewerkt en waarbij maat en schaal en vormentaal van die situatie als uitgangspunt zouden worden genomen, dan zouden de aardkundige waarden versterkt kunnen worden. Als het gebied dus breder onderzocht zou worden en worden voorzien van meer context en we het hele landschap zouden herontwerpen dan komt de vraag vanzelf naar boven welke functie op welke plek het beste past. Ook de verkaveling zoals op bovenstaand plaatje, waarbij zowat iedere kavel 4 rechte zijden heeft, is dan een goed uitgangspunt. Ook een andere inrichting zou bespreekbaar zijn, maar dan wel bezien in de context. Natuurverkenning en onderzoek Op blz. 251 tot blz. 273 wordt een ecologisch onderzoek gepresenteerd. Dit doet geen uitspraken over de aardkundige waarden. Zichtbaarheid zonneveld Wouw Coöperatie landschapsplanning heeft op 15-9-2019 ook een analyse gedaan over de zichtbaarheid (blz. 275-277). Omdat het landschap glooit en de Spellestraat hoger ligt, wordt hier aangegeven of de panelen zichtbaar zijn en/of de struweelhaag het zicht onttrekt van de panelen. Er wordt in de basis aangegeven dat het zicht bijna overal onttrokken wordt en dat er voor inkijk bij particuliere tuinen maatwerk te leveren is.
Dit is goed, maar voegt geen argumenten toe in relatie tot de aardkundige waarden.
23
9. Conclusies 1. Relatief grote ecologische meerwaarde Het plan draagt goed bij aan de ecologische waardeverbetering ten opzichte van de autonome situatie. Zowel in kwantiteit als kwaliteit, puur vanuit de ecologische waarde, is dit een goed plan. 2. 25 jaar is geen tijdelijke ontwikkeling Laagland, RAAP en de rechtbank stellen dat dit een tijdelijke ontwikkeling is van 25 jaar. En het vanwege de tijdelijkheid geen verstoring veroorzaakt. Vanuit de belevingswaarde voor de mens is 25 jaar niet tijdelijk. 3. Aardkundige waarde ondergronds: geen discussie De aardkundige waarden (die onderdeel vormen van de landschappelijke waarden) zijn erg belangrijk. Dat komt ook in alle adviezen terug. De aardkundige waarden zijn op te splitsen in een ondergronds deel. Over dat deel oordelen Laagland en RAAP niet negatief en daar is geen discussie over. 4. Aardkundige waarden bovengronds: plan levert geen bijdrage aan behoud of versterking Wat betreft het bovengrondse deel van de aardkundig waarde is verschil van inzicht. Conclusie is dat zowel RAAP, Laagland, provincie en ondergetekende van mening zijn dat er ook een visueel-ruimtelijk belang zit aan die aardkundige waarden. Dus dat de mens ook het landschap op dat onderdeel moet kunnen ervaren. Het belang ervan erkennen we allen. Maar de meningen lopen uiteen of het voorliggende plan bijdraagt aan behoud of versterking van deze waarden.
De huidige inrichting draagt mijns inziens niet bij aan het behoud of versterking van de visueel-ruimtelijke kant van de aardkundige waarde in het gebied. De inrichting zou dan namelijk moeten bijdragen aan de beleving van de glooiing. En dat doet het niet. Wat RAAP voorstelt met haar ‘optisch versterkt reliëf’ zal mijns inziens niets bijdragen aan die aardkundige kwaliteit. Dit ‘optisch versterkt reliëf’ is overigens ook niet overgenomen door de initiatiefnemer in de uiteindelijke aanvraag. In de uiteindelijke aanvraag wordt alles omzoomd met een struweelhaag waardoor de ontwikkeling niet zichtbaar is. Maar dat is, gelet op het huidige agrarische landschap waar de glooiing van de bodem, zeker in de winterperiode, wel zichtbaar blijft, een verslechtering. Tussen Park I en Park II wordt wel een nieuw pad gemaakt dat teruggrijpt op de oude structuur (zie figuur 16). Alleen is dit slechts een fragment van een grotere structuur. Als deze grotere structuur er niet komt, dan heeft zo’n herstel van een klein stuk zonder verdere invulling van de historische context weinig tot geen toegevoegde waarde. En als al de mening zou zijn toegedaan dat dit een waardevolle verbetering is, dan is dat slechts een verbetering voor de cultuurhistorie, maar nog niet voor de aardkundige waarden25.
25
Zie hoofdstuk 2 voor toelichting
24
Fig. 16 kaartbeeld 1915 laag uit bron: Topotijdreis.nl a. Noordelijke veld/ Park II ligt sowieso te dicht tegen Het Loopje In het oorspronkelijke plan was hele de kavel volgepland met panelen, maar in de uiteindelijke aanvraag splitst aanvrager deze op in twee afzonderlijke delen. Het noordelijke veld ligt te dicht tegen het Loopje en dat zou mijns inziens sowieso onwenselijk zijn. b. Alleen het zuidelijke veld/ Park I blijft gekunsteld Het zuidelijke veld heeft nu geen mogelijkheid om een heel rondje te lopen. Dat is er bij de opsplitsing afgehaald. En de vorm van dit veld (‘park I’) is een gebiedsvreemde vorm en doet mijns inziens niets met de rest van het landschap. In de motivatie van de landschappelijke inpassing wordt min of meer geschreven dat de landschappelijke inpassing een cultuurhistorische meerwaarde oplevert. Ik betwijfel dat. Door het opsplitsen van de kavel wordt mijn twijfel nog groter. Het blijft een gekunstelde vorm die weinig tot niets doet met de andere gewenste structuren in het landschap. Als alleen ‘park I’ wordt gerealiseerd, waar zit dan de aardkundige versterking? Die zou kunnen zitten in het deel tussen het nieuwe pad en Het Loopje, maar dat blijft dan nog steeds landbouw in de huidige aanvraag. 5.
Advies RAAP voor versterking beekdal wordt niet opgevolgd Wat RAAP met haar advies voorstelt om het beekdal fors te versterken is goed (zie figuur onder en dan kijken naar blauwe kleur). Echter, zo is het ontwerp niet uitgewerkt. Als er een hele brede zone naast de beek Het Loopje wordt ingericht om zo de aardkundige waarde beleefbaar te maken dan is het plan op dat onderdeel mogelijk nog wel te overwegen. Vraag blijft dan nog wel staan waar de panelen dan het beste geplaatst kunnen worden. Zie ook conclusie 6.
25
Fig.11 Advies inrichting gericht op het versterken van de aardkundige waarden; bron: RAAP 6. Streven naar kaveloverstijgende plannen in gebieden met aardkundige waarden Het zal sowieso lastig zijn om in gebieden met aardkundige waarden op een simpele manier panelen te plaatsen. Er kan namelijk niet zomaar gedacht worden aan het omzomen van een perceel. In het huidige plan is één (of de helft van het ene) kadastraal perceel eruit gelicht. Mogelijk dat voor gebieden met aardkundige waarden gebiedsvisies moeten worden gemaakt waar landschappelijke éénheden als totaal worden bestudeerd. Vervolgens binnen die éénheden kijken op welke plek welke functie mogelijk is en hoe deze op de beste manier kan worden ingepast. Misschien dat er dan kleinere kavels komen aan de hogere delen en dat op de lagere delen natuur en recreatieve verbindingen komen. En ertussenin grote kavels blijven waar reguliere landbouwproductie mogelijk blijft en geoptimaliseerd wordt. Hoe dan zo’n zonnepark een plek krijgt, is dan onderwerp van zo’n studie. De provincie geeft in haar reactie aan dat “een geschikte en daarmee wenselijke planologische locatie”26 het vertrekpunt zou moeten zijn en die mening deel ik volledig. In mijn optiek is dit gebied nog steeds ontzettend gaaf/ heel/ onaangetast.
Met de laatste ruilverkaveling zijn wel allerlei landschapselementen verdwenen, maar er zijn alleen aan de rand van de wegen enkele huiskavels met wat bebouwing gebleven/ gekomen. De rest van het landbouwgebied is nog leeg. Dit vraagt om kaveloverstijgende handvaten voordat er ergens een onwenselijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt met verdere precedentwerking tot gevolg. Dat zou jammer zijn, want het is de ruimtelijke ordening tot op heden goed gelukt om dit gebied zorgvuldig in te richten. Die handvatten zouden gevonden kunnen worden door het hele gebied te analyseren met de zogenaamde lagenbenadering. Hierbij wordt de ondergrond eerst bestudeerd. Daarna volgen de (gewenste) netwerken en dan de (gewenste) occupatielaag. Op basis van de aardkundige waarden, die een grote rol spelen en die vanuit de ondergrond opdoemen, zou dan vervolgens het gebied opnieuw en beter ingevuld kunnen worden. Als de aardkundige waarden op de gewenste plekken versterkt worden, zodat het landschap beter leesbaar wordt, ontstaat er meerwaarde voor bewoners en passanten 27.
26 27
Zie ‘provincie’ blz.3, 2e zin. Zowel RAAP als Thus doen dat in feite ook al door het gebied breder te analyseren (zie figuren 11 en 15)
26
Fig. 17 Lagenbenadering; bron: www.dauvellier.nl (het plaatje wordt al dan niet ingekleurd door velen gebruikt; oorspronkelijke bron onbekend)
Fig.18 uitzicht op plangebied; bron: foto ZICHTLIJN Samenvattend: Het gebied is te uniek wat betreft de aardkundige waarden. Er moet eerst een visie komen waar en hoe die aardkundige kwaliteiten dan in het landschap behouden en versterkt moeten worden. Het huidige plan: (de helft van) één groot perceel opvullen met panelen en aan de randen een ruime zone overhouden en die omzomen met groen, geeft onvoldoende kwaliteit gelet op de te beschermen aardkundige waarden. Verder wordt met klem afgeraden om nu een zogenaamde tijdelijke ontwikkeling van 25 jaar toe te staan zonder dat daar een bredere afweging onder ligt hoe het landschap verder in te richten.
27
Colofon Opdrachtgever: Gemeenteraad Roosendaal contactpersoon van de griffie: Erik-Jan Blook Postbus 5000 4700 KA Roosendaal e.blook@roosendaal.nl
Opdrachtnemer en opsteller rapport: ZICHTLIJN ir. Marcel van Wezel, landschapsarchitect Oude Baan 113 5104 PA Dongen marcel@zichtlijn.nl Dongen, 1 februari 2023 Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en openbaar worden gemaakt. Projectcode R170-2 Status: definitief
28