CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1674.2150VERBINDINGSWEG-0401_tb3.pdf

Gemeenteraad 21 november 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7a: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Verbindingsweg Tolberg5.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nee-tenzij-toets uitbreiding Verbindingsweg Tolberg Roosendaal In het kader van het Natuurnetwerk Nederland

1 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Colofon In opdracht van

Gemeente Roosendaal

Contactpersoon

Patrick van de Watering

Datum

15 november 2023

Kenmerk

RA22182-03

Aantal pagina’s

25

Status rapport

Concept

Contactpersoon

Benjamin Backx

Telefoonnummer

06 1511 4537

E-mail

info@ecoassist.nl Backx, B.J.A., 2023. Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg

Wijze van citeren

Roosendaal. In het kader van het Natuurnetwerk Nederland. Rapport RA22182-03. Eco Assist, Helmond.

Eco Assist B.V.

Eco Assist is lid van het Netwerk Groene Bureaus:

Wildenborchlaan 62

brancheorganisatie voor kwaliteitsverbetering en

5709 RR Helmond

belangenbehartiging

06 15 114 537 info@ecoassist.nl www.ecoassist.nl Eco Assist B.V. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Eco Assist; opdrachtgever vrijwaart Eco Assist voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © copyright Eco Assist B.V. / Gemeente Roosendaal Dit rapport is vervaardigd op verzoek van Gemeente Roosendaal. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Eco Assist, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

2 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Inhoudsopgave

COLOFON ..................................................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE ......................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING ............................................................................................................................. 5

1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................ 5 1.2 DOEL ...................................................................................................................................... 5 2.

WET- EN REGELGEVING .......................................................................................................... 6

2.1 LOCATIE .................................................................................................................................. 6 2.2 BESCHRIJVING ......................................................................................................................... 6 2.3 PLANNING .............................................................................................................................. 7 3.

WET- EN REGELGEVING .......................................................................................................... 8

3.1 ALGEMEEN .............................................................................................................................. 8 3.2 INGREPEN BINNEN NATUURNETWERK NEDERLAND................................................................... 8 3.3 NATUURNETWERK NEDERLAND PROVINCIE NOORD-BRABANT .................................................. 9 3.4 VERORDENING RUIMTE NOORD-BRABANT...............................................................................10 4.

WERKWIJZE ..........................................................................................................................11

5.

NEE-TENZIJ-TOETS ................................................................................................................12

5.1 HUIDIGE EIGENSCHAPPEN EN NATUURWAARDEN NNB ............................................................12 5.2 AMBITIE- EN BEHEERTYPE .......................................................................................................14 5.3 FLORA- EN FAUNA ..................................................................................................................20 5.4 ALTERNATIEVENAFWEGING ....................................................................................................20

3 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

5.5 EFFECTBEOORDELING .............................................................................................................21 5.5.1.

AREAAL AANTASTING ....................................................................................................21

5.5.2.

VERSTORING .................................................................................................................21

5.5.3.

VERSNIPPERING ............................................................................................................22

5.5.4.

VERNATTING- EN VERDROGING .....................................................................................23

6.

CONCLUSIE ...........................................................................................................................24

7.

BRONNEN ............................................................................................................................25

WEBSITES ....................................................................................................................................25

4 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De wijk Tolberg in het zuidwesten van Roosendaal kent al jaren problemen met de bereikbaarheid. Om de bereikbaarheid van de wijk Tolberg te verbeteren wordt een nieuwe weg aangelegd. Deze nieuwe weg past niet in het vigerend bestemmingsplan, waardoor een bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen om deze nieuwe weg juridisch-planologisch mogelijk te maken.. Uit een ecologische potentie-inschatting, een zogenaamde quickscan, uitgevoerd door Eco Assist (Backx, 2022) blijkt dat het plangebied deels binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) ligt. Ook kan er sprake zijn van negatieve effecten ten gevolge van externe werking van werkzaamheden in het gedeelte van het plangebied nabij het NNB. Het NNB is het Brabantse gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is het noodzakelijk om in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een Nee-tenzij-toets uit te voeren. Eco Assist heeft deze toets uitgevoerd in opdracht van Gemeente Roosendaal.

1.2 Doel Deze nee-tenzij-toets beantwoord de volgende vragen: Is er sprake van significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN ten gevolge van de ingreep? Is een vervolgstap in de vorm van het opstellen van een compensatieplan noodzakelijk om nadelige gevolgen van de ingreep op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN te voorkomen?

5 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

2. Wet- en regelgeving 2.1 Locatie Het plangebied bestaat uit het tracé voor Verbindingsweg Tolberg met onder andere een gedeelte van de Thorbeckelaan in Roosendaal (Noord-Brabant). Het tracé wordt aan de westzijde begrenst door de A58 en aan de oostzijde door het Molenbeekpad. In figuur 1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Ligging van het plangebied, met de begrenzing daarvan met rood weergegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap, 2023.

2.2 Beschrijving Het plangebied ligt aan de zuidwestkant van de stad Roosendaal. Dit gebied heeft een landelijk karakter en wordt momenteel voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden. Daarnaast bestaat het uit reeds bestaande lokale wegen en de bijbehorende bermen. Binnen het plangebied zijn geen woningen of andere gebouwen gelegen. Het plangebied heeft de volgende landschapselementen en eigenschappen welke van belang zijn voor de potentie van het gebied voor beschermde soorten (zie ook bijlage 1): Agrarische percelen momenteel vrijwel geheel in gebruik voor het verbouwen van gewassen. Bomenlanen bestaande uit zomereik (Roosendaalswegje en Thorbeckelaan) en populieren (Willem Dreesweg), zonder holtes of grote stukken losse bast. Intensief beheerde bermen met algemene grassen en algemene kruiden van voedselrijke omstandigheden met soorten als rode klaver, witte klaver, smalle

6 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

weegbree, veldzuring, fluitenkruid en glad biggenkruid. In de berm van de Willem Dreesweg groeit daarnaast het zandblauwtje. Houtwal (haaks op het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, hazelaar, boswilg en lijsterbes. Recent aangeplante houtwal (parallel aan het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, lijsterbes, hazelaar, vogelkers en gewone braam. Rissebeek, ter plaatse van het plangebied als een diep ingeslepen sloot in het landschap met begroeiingen van algemene soorten van voedselrijke omstandigheden zoals riet, lisdodde, kattenstaart en grote brandnetel. Sloten en greppels, gedurende het veldbezoek allemaal droogstaand met riet en algemene grassen en kruiden van voedselrijke omstandigheden zoals haagwinde, fluitenkruid, Sint Jacobskruiskruid, kleine brandnetel, grote wederik en gewone braam.

2.3 Planning Het project bevindt zich momenteel nog in de voorbereidingsfase. De eerste stap is de aanpassing van het bestemmingsplan. De exacte planning van de werkzaamheden is daarmee nog niet bekend. Het voornemen is om de weg voor eind 2025 te realiseren.

7 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

3. Wet- en regelgeving 3.1 Algemeen Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De volgende gebieden vallen onder het NNN: bestaande natuurgebieden, waaronder de twintig Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim zes miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor het NNN op land. Het Rijk is verantwoordelijk voor het NNN van de grote wateren. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de basis voor de vaststelling van het ruimtelijke beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau, waarbij plannen van een hogere overheid doorwerken naar lagere overheden. Het NNN en de bescherming hiervan is gebo rgd in de provinciale Verordening Ruimte (inclusief omgevingsplannen) en de landelijke Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Begrenzingen en doelen en/of doelsoorten verschillen per provincie, maar zijn altijd geheel of gedeeltelijk vastgelegd in provinciale omgevingsplannen en verordeningen. Deze zijn bindend voor het vaststellende bestuursorgaan: gemeenten dienen de bescherming vast te leggen in hun bestemmingsplannen.

3.2 Ingrepen binnen Natuurnetwerk Nederland De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. Middels een effecttoets dient een ruimtelijke ontwikkeling binnen het NNN onderzocht te worden op de effecten die de ingreep heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Met de resultaten van het onderzoek wordt een analyse gemaakt van de invloed die de ruimtelijke ingreep mogelijk kan hebben op het NNN. Voor ing repen binnen

8 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. Voor het NNN betekent dit dat nieuwe projecten worden getoetst volgens het 'nee, tenzij'-regime. Een project dat de natuur significant (te veel) aantast, mag niet worden toegestaan in het bestemmingsplan (nee), tenzij: het een groot openbaar belang dient; er geen alternatieven zijn buiten de betreffende natuur. Voor ingrepen die aantoonbaar aan de criteria voldoen geldt het vereiste dat de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en resterende schade wordt gecompenseerd. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader wordt verwezen naar de website van de Rijksoverheid (http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur -enbiodiversiteit/natuurnetwerk-nederland).

3.3 Natuurnetwerk Nederland provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant, waarbinnen het plangebied valt, geeft invulling aan het NNN en is daartoe het Bevoegd Gezag. Het NNN wordt binnen de provincie Noord-Brabant benoemd als Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het is een netwerk van deels bestaande en deel s nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal van en de variatie in planten en dieren) bevorderd. Het beleid voor het natuurbeheer, landschapsbeheer en agrarisch natuurbeheer is vastgelegd in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2023. Op de interactieve kaart van het natuurbeheerplan (te raadplegen is via de website van de provincie) is het NNB te zien. De concrete ambities staan beschreven in het natuurbeheerplan. Hierin staan 2 kaarten: de beheertypekaart en de ambitiekaart. De beheertypekaart laat zien hoe natuur en landschap in Noord-Brabant er nu voor staan. En de ambitiekaart geeft aan hoe zij eruit moeten gaan zien. Wanneer nadelige gevolgen van een ingreep of activiteit op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet voorkomen kunnen worden dient er compensatie plaats te vinden conform de regels voor natuurcompensatie zoals opgenomen in de Verordening Ruimte van de provincie.

9 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

3.4 Verordening ruimte Noord-Brabant De regels voor natuurcompensatie ten gevolge van aantasting van het Natuurnetwerk Nederland liggen vast in de Verordening Ruimte. De beleidsregels voor natuurcompensatie uit de Verordening Ruimte moeten ervoor zorgen dat er bij onontkoombare aantastingen v an natuur- en landschapswaarden geen "netto verlies" aan waarden optreedt. Voor een nadere toelichting en uitwerking van regels voor natuurcompensatie verwijzen wij naar de Verordening Ruimte Noord- Brabant.

10 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

4. Werkwijze Om te komen tot een volledige effecttoets zijn de volgende stappen doorlopen: 1.

Op 8 juli 2022, 28 februari 2023, 23 maart, 2023, 16 april, 2023, 18 april 2023 en 17 mei 2023 werd het plangebied en door ecoloog Benjamin Backx MSc. bezocht. Hierbij werden de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en habitats geïnventariseerd en heeft nader onderzoek naar fauna plaatsgevonden (Backx, 2023).

2.

Het afwegingskader van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) van de provincie Noord-Brabant is doorlopen, waarbij gekeken is naar de mogelijke effecten die de ingreep heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB.

3.

Er wordt aangegeven of in het kader van het Natuurnetwerk Nederland nog nadere stappen nodig zijn.

11 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

5. Nee-tenzij-toets 5.1 Huidige eigenschappen en natuurwaarden NNB Het meest oostelijke gedeelte van het plangebied overlapt voor een klein deel met bospercelen gelegen aan de Kleine Aa welke behoren tot het NNB. Verder doorsnijdt de nieuwe ontsluitingsweg de Rissebeek die onderdeel uitmaakt van het NNB. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNB is weergegeven in figuur 2. Een gedetailleerdere weergave van de delen van het plangebied welke overlappen met het NNB zijn opgenomen in figuur 3 en figuur 4.

Figuur 2. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. De begrenzing van het NNB is met oranje weergegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap, 20 23.

12 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Rissebeek De Rissebeek is binnen de grenzen van het plangebied gekanaliseerd met een onnatuurlijke rechte beekloop welke diep ingesneden ligt in het landschap. Oevers zijn steil en begroeid met riet, grassen en algemene kruiden van voedselrijke omstandigheden.

Figuur 4. Ligging van het plangebied ten opzichte van de Rissebeek, met de begrenzing van het plangebied in rood aangegeven. De begrenzing van het NNB is met oranje weergegeven. Bron ondergrond: PDOK, 2023. Kleine Aa Ter hoogte van het plangebied bestaat het NNB uit een vochtig beekbegeleidend bos. De houtopstand bestaat uit een gemende samenstelling van jonge loofbomen met een ondergroei van algemene soorten van voedselrijke omstandigheden en takkenrillen. Op een afstand van ongeveer 180 m ten oosten van het plangebied stroomt de beek de Kleine Aa welke tevens onderdeel uitmaakt van het NNB onder de Willem Dreesweg door. Deze beek heeft ter hoogte van de weg net een stuw gepasseerd en heeft vrij steile oevers met een intensief beheerde graslandvegetatie. Verder ligt er in het bos een poel.

13 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Figuur 3. Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNB nabij de Kleine Aa in het oosten van het plangebied. De begrenzing van het NNB is met oranje weergegeven. Bron ondergrond: PDOK, 2023.

5.2 Ambitie- en beheertype Rissebeek De Rissebeek zelf is zowel op de ambitiekaart al beheertypekaart opgenomen als type ‘N03.01 Beek en Bron’. Het gebied hier direct grenzend daaraan ten noorden van de beek is zowel op de ambitiekaart als beheerkaart opgenomen als type ‘N12.02 Kruiden - en faunarijk grasland’ (zie figuur 5).

14 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Figuur 5. Gedeelte van het NNB dat doorkruist wordt door het tracé bij de Rissebeek, met natuurbeheertype N12.02 met groen weergegeven en de beek met type N03.01 met blauw. Bron: www.brabant.nl

Kleine Aa: In het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2023 is het bosperceel nabij de Kleine Aa (wat onderdeel uitmaakt van het NNB) op de ambitiekaart opgenomen als type ‘N05.04 Dynamisch moeras‘. Daarnaast is het gebied opgenomen als ‘zoekgebied 11 Bos’ (zie figuur 6). Op de beheertypekaart is het gebied opgenomen als type ‘N16.04 Vochtig bos met productie’. De Kleine Aa zelf is op zowel de beheertypekaart als de ambitiekaart opgenomen als type ‘N03.01 Beek en Bron’.

15 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Figuur 6. Gedeelte van het NNB dat nabij het tracé gelegen is bij de Kleine Aa, met natuurbeheertype N16.04 met bruin weergegeven en de beek met type N03.01 met blauw. Bron: www.brabant.nl

N03.01 Beek en Bron Het beheertype Beek en bron komt voor op de zand- en lössgronden van noord, oost en zuid Nederland en in de duinen. Het gaat om kleine stromende wateren met hun bronnen . Meestromende wateren zoals molenkolken, sprengen en opgeleide beken behoren eveneens tot dit type. Ieder bekenstelsel kent brongebieden, bovenlopen, een of twee middenlopen en een benedenloop. Bronnen en bovenlopen liggen vaak heel verspreid en hoog in het landschap en zijn vaak gedeeltelijk ge- of vergraven. Middenlopen liggen vaak wat dieper in laagten en trekken daardoor ook veel grondwater aan. De benedenlopen liggen in vlakke veengebieden en overstromingsvlakten, ze kunnen zo breed worden dat ze lijken op kleine rivieren. De meeste beken behoren tot de zogenaamde laaglandbeken, daarnaast komen er heuvellandbeken voor. De ecologische verschillen tussen beide type beken is groot door de variatie in bodem en de verschillen tussen rustig en turbulent water. Beken in de duinen (duinrellen) hebben vaak kenmerken van beide typen. Laaglandbeken zijn langzaam stromende, vaak vrij brede beken, met een regelmatige waterafvoer. Ze komen voor in vrij vlakke zandgebieden; het Drents plateau, de Achterhoek, de grote glaciale bekkens in midden Nederland en in grote delen van Noord -Brabant.

16 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Laaglandbeken ontsprongen vaak in hoogveen, heide of laagveen. Duidelijk herkenbare bronnen ontbreken vaak. In de laaglandbeken komen zeer rustige stukken voor, waar slib en zand afgezet wordt, plaatselijk komt wat grover zand of fijn grind voor. De beken in reliëfrijke gebieden; zuid en midden Limburg en stuwwallen van midden Nederland, hebben vaak duidelijk herkenbare bronnen, stromen sneller, slijten wat dieper in en vormen makkelijker zandbanken. De bodems zijn zandig of vaak grindrijk, slib ko mt slechts plaatselijk voor. Beken en bronnen zijn van groot belang voor waterranonkels, fonteinkruiden en sterrekroossoorten, platwormen, waterkevers, libellen, waterjuffers en kokerjuffers, rivierkreeft en een groot aantal vissen: beekforel, beekprik, elrits, serpeling , kwabaal (benedenloop), rivierdonderpad, zeeprik, rivierprik, gestippelde alver en vlagzalm. De laaglandbeken met beekprik, zeeprik, gaffellibel, begroeiingen met drijvende waterweegbree, waterranonkels of teer vederkruid zijn in internationaal opzicht bel angrijk. Vrijwel alle beken zijn door de mens vergraven. Beken zijn verlengd, verbreed, verdiept, gekanaliseerd en met elkaar verbonden om water versneld af te voeren. De meeste beken zijn in de benedenloop gestuwd en lozen op kanalen en vaarten met vaste peilen. D e waterkwaliteit van het beekwater is meestal niet goed door vermesting of vervuiling.

Voor vissen is het ongehinderd kunnen trekken van zee naar de paaiplaatsen in beken is van groot belang. Door afdamming en opstuwing is dit vaak niet goed mogelijk. Het recht trekken van beken en opstuwen verminderd ook de overlevingskansen voor libellen, haften, kokerjuffers en platwormen. Herstel van de waterkwaliteit is echter mogelijk en is bij de heuvellandbeken ook al succesvol. Voor de laaglandbeken is de situatie echter beduidend minder rooskleurig. Door kanalisatie en vervuiling zijn de condities van dit type beken vrijwel nergens op orde. Vooral de kleinere, zwakgebufferde en voedselarme bovenlopen en duinrellen zijn vrijwel verdwenen. N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden behoren zoals vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal ex tensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. 17 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden - en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor. Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoogproductieve grasvariëteiten. De meeste overgebleven kruidenrijke graslanden liggen in overho ekjes van het agrarische gebied of komen voor in natuurgebieden. Daar kan kruidenrijk grasland een tijdelijk fase zijn als de benodigde abiotische omstandigheden voor schraallanden niet of nog niet gerealiseerd kunnen worden. Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hoge en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen. Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a.

van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren N16.04 Vochtig bos met productie Vochtig bos met productie bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. Het is een grotendeels gesloten bos met een weelderige ondergroei. Dit bostype is de productievar iant van delen van het haagbeuken- en essenbos en beek- en rivierbegeleidend bos. Het komt voor op matig nat tot matig droge, vrij voedselrijke kleiige tot zandige bodems, waaronder overstromingsdelen van beken. Het bostype kan gevonden worden in het rivierengebied op oeverwallen en hoge uiterwaarden, lokaal op leemachtige zandgronden i n het oosten, op kleibodems zoals in de Flevopolders maar ook in de kustgebieden, en leem en kleiachtige kalkhellingen in Zuid-Limburg. Dit bostype levert een belangrijke bijdrage aan de houtvoorziening door de goede groei van diverse gewilde (hardhout) loofboomsoorten. In potentie kan dit bostype de meeste houtige soorten bevatten. De diversiteit is laag tot matig hoog. Vooral soorten van oudere, meer ontwikkelde bosgroeiplaatsen ontbreken vaak nog, terwijl makkelijk koloniserende sporenplanten en vogels al aanwezig zijn. Door snelle groei en sterfte kan binnen afzienbare tijd een gevarieerde bosstructuur ontstaan, met veel dood hout en ee n weelderige struiklaag en bodemvegetatie.

18 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

N05.04 Dynamisch moeras Dynamische moerassen zijn moerassen met een hoge waterstand en een dynamisch waterpeil. Ze worden periodiek overstroomd met oppervlaktewater. Hierdoor is er minder sprake van verzuring en verbossing, waardoor de beheerintensiteit in deze gebieden lager is dan in veenmoerassen. Deze moerassen’ zijn gesitueerd langs grote wateren en rivieroevers, in oude rivierbeddingen, op (voormalige) buitendijkse gronden, en vaak ook op middels een natuurontwikkelingsproject omgevormde voormalige landbouwgronden, waar een dynamisch peilbeheer kan worden gerealiseerd. Dynamische Moerassen komen voor op de overgang van water naar land. Het lage deel van Nederland is vrijwel volledig ontstaan als moeras. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt in de klei- en riviergebieden van Nederland. Dynamisch moeras ontstaat in voed selrijk water achter de duinen, in overstromingsvlakten van rivieren en beken. De bodems zijn zeer nat, voedselrijk en matig zuur tot neutraal. Typische moerasplanten zijn hoge grassen als riet en rietgras, grote zeggen en biezen. Dynamisch Moeras is van groot belang voor vogels, vissen, amfibieën en enkele zoogdieren als bever, otter, noordse woelmuis en waterspitsmuis. Moeras omvat open begroeii ngen van riet, lisdodde en biezen in water; rietlanden en rietruigten. Hierin weerspiegelt zich de overgang van water naar land.

Het rietland kan vrij open zijn met poeltjes waarin waterplanten groeien of al ouder met hoog opgaand riet die geleidelijk over gaan in ruigten met moerasspirea of poelruit. Een deel van de rietlanden wordt gemaaid, maar niet jaarlijks (overjarig riet). De Nederlandse moerassen zijn vrijwel volledig ontgonnen of verveend; het resterende deel wordt bedreigd door vermesting, verdroging en verbossing. Daarnaast zijn er ook recent moerassen aangelegd. Veel van deze moerassen komen slechts geïsoleerd op een kl eine oppervlakte voor en staan onder grote menselijke invloed. Hierdoor zijn er toch beperkingen aan de voor dit type noodzakelijke dynamiek. Ze kunnen daarom geen onderdeel vormen van Grootschalig Rivier en Moeraslandschap (N01.03). In voedselrijke gebied en kunnen ruigte en bosvorming (afhankelijk van peilregime en aanwezigheid van grote herbivoren en beheer) na verloop van tijd de overhand nemen. Voor een goede kwaliteit en duurzame instandhouding is een natuurlijk fluctuerend waterpeil en een goede waterkwaliteit essentieel. Thans is er veelal sprake van gebrek aan

19 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

nieuwvorming en versnelde successie waardoor extra beheer nodig is om voldoende oppervlak en kwaliteit te behouden.

5.3 Flora- en fauna Voor een uitgebreide beschrijving van de potentieel aanwezige beschermde flora - en fauna in het plangebied en de directe omgeving daarvan verwijzen wij naar de eerder uitgevoerde quickscan (Backx, 2022). Daarnaast heeft een nader onderzoek plaatsgevonden naar steenuilen, kleine marterachtigen en vleermuizen (Backx, 2023). Hieruit blijkt dat in delen van het plangebied vaste vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. Deze bevinden zich echter niet in de delen van het NNB welke overlappen met het plangebied. De Rissebeek zelf is nog sterk gekanaliseerd, diep ingesneden in het landschap met steile oevers. Dit heeft tot gevolg dat de aanwezige wezenlijke waarden en kenmerken voor het Natuurtype ‘N03.01 Beek en Bron’ relatief laag zijn. Dat geldt ook voor het aan grenzende grasland dat is aangewezen als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Het stuk is nog erg voedselrijk en door een sterke dominantie van grassen is het aantal kruiden laag. In het bosperceel nabij de Kleine Aa is nog geen gevarieerde bosstructuur ontstaan, met veel dood hout en een weelderige struiklaag en bodemvegetatie. Daar waar vegetatie aanwezig is betreffen het nog algemene ruigtekruiden. De floristische waarde is daarmee laag en niet bijzonder ten opzichte van andere voedselrijke productiebossen.

Het groen bestaande uit de laanbomen en de houtwallen langs De Willem Dreesweg worden door vleermuizen als vaste vliegroute gebruikt. De bomen behorende tot het bos dat binnen het NNB valt worden daarbij echter niet gebruikt door de dieren als geleiding. Geconcludeerd kan worden dat het NNB binnen de grenzen van het plangebied op dit moment nog geen functioneel leefgebied vormt voor beschermde flora en fauna. Wel kunnen algemene soorten gebruik maken van het gebied, en is ook te verachten dat verschillende soorten broedvogels hier tot broeden kunnen komen in het broedseizoen. Jaarrond beschermde nesten van broedvogels zijn echter niet aangetroffen.

5.4 Alternatievenafweging De gemeente heeft diverse studies, waaronder een uiteindelijke tracéstudie uit laten voeren waarbij tevens is gekeken naar het onderdeel natuur. Daarnaast heeft een kwalitatieve analyse plaatsgevonden naar dertien varianten. Vanuit deze studie en de analyse is er uiteindelijk gekozen voor de variant met de zuidelijke ontsluiting van Tolberg, in combinatie met de voorgenomen ondertunneling van spoorlijn Roosendaal-Antwerpen. Uit de

20 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

vooronderzoeken is gebleken dat er geen variant mogelijk was met minder effect op het NNB.

5.5 Effectbeoordeling 5.5.1. Areaal aantasting Rissebeek: Het gedeelte van het tracé dat binnen het NNB valt heeft een oppervlakte van ongeveer 0,4 ha, waarvan 0,05 ha bestaat uit de beek en 0,35 ha uit grasland. Omdat de beek diep in het landschap gesneden ligt is het te verwachten dat het daadwerkelijke ruimtebeslag op de beek in de praktijk niet op zal treden omdat de brug geheel over de beek en haar oevers heen gaat. Op het kruiden- en faunarijk grasland is ruimtebeslag wel te verwachten. Het aanleggen van een zo’n hoge overgang over de beek dat het gehele grasland ook vrij blijft van obstakels is sterk kostenverhogend en leidt ook tot een onaantrekkelijker aanzicht in het landschap. Bovendien is dan meer verstoring naar de omgeving toe te verwachten omdat het verkeer dan meer effecten veroorzaakt welke uitstralen naar de omgeving. Bovendien hebben de meeste soorten kruiden en fauna welke profiteren van het natuurtype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland behoefte aan zon, hetgeen grotendeels weggenomen zou worden als het grasland onder een brugdek komt te liggen. Naast de aanlegfase zal er dus ook in de gebruiksfase sprake zijn van permanent ruimtebeslag op tenminste natuurtype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Kleine Aa: Aan de oostzijde van het plangebied leidt de nieuwe weg tot een ruimtebeslag van in totaal 0,06 ha.

Dit vindt uitsluitend plaats op een gedeelte van het NNB met natuurbeheertype N16.04 Vochtig bos met productie. Op de ambitiekaart is dit opgenomen als type N05.04 Dynamisch moeras. Deze ruimte is nodig voor de verbetering van de verbindingsweg waarmee er sprake zal zijn van permanent ruimtebeslag.

5.5.2. Verstoring Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden tijdens het broedseizoen dan kan dit wel leiden tot verstoring van broedgevallen. Dat geldt zowel voor het gebied bij de Rissebeek als bij de Kleine Aa. Ook andere dieren die zich ophouden in het gebied kunnen verstoor d worden tijdens de werkzaamheden.

21 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

Kleine Aa: Door de werkzaamheden voor de aanleg van de verbindingsweg treedt tijdelijk een verstoring op binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan. Doordat de werkzaamheden uitsluitend overdag plaatsvinden op en rondom een bestaande drukke weg en alleen aan de rand van het bosperceel zelf is deze verstoring in het NNB rondom de Kleine Aa echter beperkt. Verstoring van nacht actieve dieren zal dierdoor niet optreden. Overdag is er door het vele verkeer al veel verstoring aanwezig waarmee dieren die hiervoor gevoelig zijn zich dan ophouden in andere rustigere delen van het bosperceel verder weg van het verkeer of in hun verblijfplaatsen. In de gebruiksfase is niet te verwachten dat er een significant verschil optreedt in de mate van verstoring van het bosperceel bij de Kleine Aa, omdat hier al een weg aanwezig is met druk verkeer en deze ter hoogte van het NNB nauwelijks wijzigt. Rissebeek: In het gedeelte bij de Rissebeek is het op periodieke landbouwactiviteiten na in het aangrenzende perceel relatief rustig. De werkzaamheden voor de aanleg van de weg en de overgang over de beek leiden tijdelijk tot een sterke toename in verstoring van het NNB binnen maar ook grenzend aan het plangebied. Omdat dit voornamelijk overda g plaats zal vinden heeft dit maar in beperkte mate effect op nacht actieve dieren.

Voor de Rissebeek is te verwachten dat de verstoring toe neemt in de gebruiksfase. Het is nu relatief rustig in het gebied met enkel af en toe activiteit op de omliggende landbouwpercelen, terwijl er straks een permanente weg door het NNB heen loopt. Dit zorgt ervoor dat de beek sterker verstoord raakt maar ook het kruiden- en faunarijke grasland in de directe omgeving van de weg. Dat geldt zowel voor visuele verstoring als verstoring door een toename in geluid en licht. Hierdoor wordt een deel van het NNB minder geschikt als leefgebied voor de meeste diersoorten. Deze kan grotendeels beperkt worden door in het verlichtingsplan uitstraling van verlichting naar het NNB te voorkomen en direct grenzend aan de weg opgaande beplanting aan te brengen welke een afscherming vormt tussen de weg en het NNB.

5.5.3. Versnippering Een belangrijk doel van het NNB is verbinden van natuurgebieden met elkaar. Nabij de Kleine Aa is reeds een drukke weg aanwezig en ligt er ten noorden van de Willem Dreesweg een woonwijk waar geen interessant leefgebied te vinden is voor de meeste soorten. Ook raakt

22 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

de weguitbreiding maar een klein deel van het NNB dat hier aanwezig is. Hierdoor is niet te verwachten dat de weg hier leidt tot een toename in versnippering. Bij de Rissebeek is het voornamelijk van belang op welke wijze de passage van de beek vormgegeven wordt. Als hier een brug overheen aangelegd wordt met doorlopende oevers, en er geen verlichting wordt toegepast die uitstraalt naar de beek en de oevers dan is de versnippering van de beek als verbindingsroute beperkt. Als er gekozen wordt voor de aanleg van een duiker in plaats van een brug dan heeft dit wel een sterk negatief effect op de kwaliteit van de beek als verbindingsroute en neemt de kans op sterfte van dieren die boven de weg langs proberen te passeren sterk toe. De mate van versnippering van de Rissebeek als verbindingszone is dus in sterke mate afhankelijk van de wijze waarop de passage vormgegeven wordt. Als deze zodanig vormgegeven wordt dat deze goed te passeren blijft voor dieren dan is verdere compensatie niet noodzakelijk.

5.5.4. Vernatting- en verdroging Doordat het plangebied het NNB doorkruist en deels overlapt op twee plaatsen tijdens de aanleg van de weg mogelijk verdroging op van het omliggende NNB als er grondwaterbemaling toegepast moet worden. Ook bij de aanleg van een tunnel onder het spoor door is te verwachten dat er veel grondwaterbemaling noodzakelijk zal zijn welke zo ver kan reiken dat deze kan leiden tot verdroging in het NNB. Deze effecten zijn pas goed inzichtelijk als er bemalingsadviezen zijn opgesteld. Zowel het type ‘N16.04 Vochtig bos met productie’ als ‘N03.01 Beek en Bron’ is gevoelig voor verdroging. Als uit de bemalingsadviezen blijkt dat er tijdelijk verdroging op kan treden op deze natuurtypen dient een compensatieplan opgesteld te worden waarin is omschreven op welke wijze dit zoveel mogelijk voorkomen wordt. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als retourbemaling of individueel water geven van de bomen tijdens de uitvoeringsperiode.

23 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

6. Conclusie De ingreep vindt grotendeels plaats buiten het NNB. Ten gevolge van de ingreep vindt mogelijk een tijdelijke verstoring plaats in een beperkt gedeelte van het totale gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNB ter hoogte van de Kleine Aa. Wel is het belangrijk dat verdroging van de hier aanwezige gevoelige natuurtypen ‘N16.04 Vochtig bos met productie’ en ‘N03.01 Beek en Bron’ wordt voorkomen. Mogelijk dienen daartoe extra compenserende maatregelen getroffen te worden als effecten met het optimaliseren van de bemalingsmethode niet voorkomen kunnen worden. Daarnaast leidt de uitbreiding van de weg tot ruimtebeslag op een gedeelte van het NNB met een oppervlakte van 0,06 ha met natuurbeheertype N16.04 Vochtig bos met productie. Dit dient in overleg met de provincie elders gecompenseerd dan wel financieel gecompenseerd te worden. Bij het kruisen van het tracé met de Rissebeek zijn negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB ook niet uitgesloten. De beek zelf heeft hier momenteel een onnatuurlijk karakter met steile oevers en op de oevers een vegetatie van algemene soorten van voedselrijke omstandigheden. Ook het kruiden - en faunarijkgrasland is nog erg voedselrijk en nog niet erg kruiden- en faunarijk.

Hierdoor zijn negatieve effecten op het NNB nog relatief eenvoudig te mitigeren door een herbegrenzing van het NNB waarmee ruimtebeslag wordt gecompenseerd. De beek kan worden ontzien door het toepassen van een overgang in plaats van de aanleg van een duiker. Als de overgang ruim vormgegeven wordt zodat ook de oevers doorlopen en uitstraling van de verlichting naar de beek voorkomen wordt, worden versnipperende effecten van de weg sterk beperkt. Omdat de weg door het NNB komt te liggen op een plaats waar nu weinig verstoring aanwezig is en nauwelijks verstoring door geluid en verlichting is het noodzakelijk de uitstraling van verlichting en geluid naar het NNB te beperkten. Anders zijn significant negatieve effecten op de kwaliteit van het NNB als leefgebied voor planten maar natuurlijk voornamelijk dieren niet uitgesloten. Wel is de verwachting dat met maatregelen deze effecten stekt beperkt kunnen worden. Zodra het project richting uitvoering gaat en de bemalingsadviezen in het oostelijke gedeelte van de weg en bij de Rissebeek bekend zijn moet een beoordeling plaatsvinden van de effecten hiervan op het NNB. Inmiddels heeft afstemming met de Gedeputeerde Staten plaatsgevonden waarbij overeen gekomen is dat er financieel gecompenseerd zal worden voor het ruimtebeslag dat ter hoogte van de Aa op zal treden.

24 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

7. Bronnen Backx, B.J.A., 2023. Nader onderzoek verbindingsweg Tolberg Roosendaal. In het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport RA22164-01. Eco Assist, Helmond. Backx, B.J.A., 2022. Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal. In het kader van de Wet natuurbescherming & het Natuurnetwerk Nederland. Rapport RA22861 -01. Eco Assist, Helmond.

Websites www.brabant.nl www.kaartenbank.brabant.nl

25 Nee-tenzij-toets Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22182-03

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1657/documents/45100