b_NL.IMRO.1674.2150VERBINDINGSWEG-0401_tb1.pdf
Tekst van het document
Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal In het kader van de Wet natuurbescherming & het Natuurnetwerk Nederland
In opdracht van: Gemeente Tilburg
Colofon In opdracht van
Gemeente Roosendaal
Contactpersoon
P van de Watering
Datum
15 november 2023
Kenmerk
RA22086-02
Aantal pagina’s
34
Status rapport
Definitief
Contactpersoon
Benjamin Backx
Telefoonnummer
06 1511 4537
info@ecoassist.nl Backx, B.J.A., 2023. Ecologische quickscan Verbindingsweg
Wijze van citeren
Tolberg Roosendaal. In het kader van de Wet natuurbescherming & het Natuurnetwerk Nederland. Rapport RA22861-02. Eco Assist, Helmond.
Eco Assist B.V.
Eco Assist is lid van het Netwerk Groene Bureaus:
Wildenborchlaan 62
brancheorganisatie voor kwaliteitsverbetering en
5709 RR Helmond
belangenbehartiging
06 15 114 537 info@ecoassist.nl www.ecoassist.nl Eco Assist B.V. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Eco Assist; opdrachtgever vrijwaart Eco Assist voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © copyright Eco Assist B.V./ Gemeente Roosendaal Dit rapport is vervaardigd op verzoek van Gemeente Roosendaal. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Eco Assist, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
2 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
Inhoudsopgave
COLOFON ..................................................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE ......................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 5
1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................ 5 1.2 DOEL ...................................................................................................................................... 5 2.
PLANGEBIED & INGREEP ........................................................................................................ 6
2.1 LOCATIE .................................................................................................................................. 6 2.2 BESCHRIJVING ......................................................................................................................... 6 2.3 PLANNING .............................................................................................................................. 7 3.
WERKWIJZE ........................................................................................................................... 8
4.
ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN ................................................................ 9
4.1 NATURA 2000 ......................................................................................................................... 9 4.2 NATUURNETWERK NEDERLAND (NNN) ....................................................................................10 4.3 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN ....................................................................................11 5.
ONDERZOEKSRESULTATEN SOORTBESCHERMING ...................................................................12
5.1 PLANTEN ................................................................................................................................12 5.2 VOGELS ..................................................................................................................................12 5.3 ZOOGDIEREN .........................................................................................................................14 5.3.1 VLEERMUIZEN .....................................................................................................................14 5.3.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN .........................................................................................17
3 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
5.4 REPTIELEN .............................................................................................................................19 5.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................19 5.6 VISSEN ...................................................................................................................................20 5.7 VLINDERS EN LIBELLEN ...........................................................................................................20 5.8 OVERIGE ONGEWERVELDEN ....................................................................................................20 6.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................21
6.1 GEBIEDSBESCHERMING ...........................................................................................................21 6.1.1 6.1.1 NATURA 2000 .............................................................................................................21 6.1.2 NATUURNETWERK NEDERLAND (NNN) .................................................................................21 6.1.3 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN .................................................................................21 6.1.4 VOGELS ...............................................................................................................................22 6.1.5 VLEERMUIZEN .....................................................................................................................23 6.1.6 OVERIGE SOORTEN ..............................................................................................................23 6.2 SAMENVATTING .....................................................................................................................23 7.
BRONNEN ............................................................................................................................25
7.1 RAPPORTAGES & BOEKEN .......................................................................................................25 7.2 WEBSITES ..............................................................................................................................25 BIJLAGE 1: FOTO’S PLANGEBIED....................................................................................................26 BIJLAGE 2: WET- EN REGELGEVING................................................................................................31
4 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De wijk Tolberg in het zuidwesten van Roosendaal kent al jaren problemen met de bereikbaarheid. Om de bereikbaarheid van de wijk Tolberg te verbeteren wordt een nieuwe weg aangelegd. Deze nieuwe weg past niet in het vigerend bestemmingsplan, waardoor een bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen om deze nieuwe weg juridisch-planologisch mogelijk te maken. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om , voordat deze ingreep plaatsvindt, onderzoek te doen naar de effecten van de ingreep op beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN)) en flora en fauna welke beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming. Deze rapportage geeft de resultaten van de uitgevoerde ecologische potentie -inschatting weer, een zogenaamde quickscan. Hierbij wordt aangegeven welke beschermde planten en dieren mogelijk voorkomen in het plangebied en wat de te verwachten effecten van de ingreep hierop zijn. Daarnaast is een eerste inschatting uitgevoerd van het effect van de ingreep op beschermde gebieden.
1.2 Doel De quickscan beantwoordt de volgende vragen: •
Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?
•
Welke beschermde planten en dieren komen potentieel voor in het plangebied?
•
Heeft de ingreep mogelijk een effect op beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?
•
Heeft de ingreep mogelijk een effect op beschermde planten en dieren?
•
Heeft de ingreep effect op onder de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden?
•
Leidt de ingreep tot een mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming?
•
Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om overtreding van de Wet natuurbescherming en gebiedsbescherming te voorkomen?
5 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
2. Plangebied & ingreep 2.1 Locatie Het plangebied bestaat uit het tracé voor Verbindingsweg Tolberg onder andere bestaande uit een gedeelte van de Thorbeckelaan in Roosendaal (Noord-Brabant). Het tracé wordt aan de westzijde begrenst door de A58 en aan de oostzijde door het Molenbeekpad. In Figuur 1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.
Figuur 1. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap, 2022.
2.2 Beschrijving Het plangebied ligt aan de zuidwestkant van de stad Roosendaal. Dit gebied heeft een landelijk karakter en wordt momenteel voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden. Daarnaast bestaat het uit reeds bestaande lokale wegen en de bijbehorende bermen. Binnen het plangebied zijn geen woningen of andere gebouwen gelegen. Het plangebied heeft de volgende landschapselementen en eigenschappen welke van belang zijn voor de potentie van het gebied voor beschermde soorten (zie ook Bijlage 1): •
Agrarische percelen momenteel vrijwel geheel in gebruik voor het verbouwen van gewassen.
•
Bomenlanen bestaande uit zomereik (Roosendaalswegje en Thorbeckelaan) en populieren (Willem Dreesweg), zonder holtes of grote stukken losse bast.
6 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
•
Intensief beheerde bermen met algemene grassen en algemene kruiden van voedselrijke omstandigheden met soorten als rode klaver, witte klaver, smalle weegbree, veldzuring, fluitenkruid en glad biggenkruid. In de berm van de Willem Dreesweg groeit daarnaast het zandblauwtje.
•
Houtwal (haaks op het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, hazelaar, boswilg en lijsterbes. Recent aangeplante houtwal (parallel aan het Roosendaalswegje) voornamelijk bestaande uit zomereik, ruwe berk, lijsterbes, hazelaar, vogelkers en gewone braam.
•
Rissebeek, ter plaatse van het plangebied als een diep ingeslepen sloot in het landschap met begroeiingen van algemene soorten van voedselrijke omstandigheden zoals riet, lisdodde, kattenstaart en grote brandnetel.
•
Sloten en greppels, gedurende het veldbezoek allemaal droog staand met riet en algemene grassen en kruiden van voedselrijke omstandigheden zoals haagwinde, fluitenkruid, Sint Jacobskruiskruid, kleine brandnetel, grote wederik en gewone braam.
2.3 Planning Het project bevindt zich momenteel nog in de voorbereidingsfase. De eerste stap is de aanpassing van het bestemmingsplan. De exacte planning van de werkzaamheden is daarmee nog niet bekend. Het voornemen is om de weg voor eind 2025 te realiseren.
7 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
3. Werkwijze Om te komen tot een volledige potentie-inschatting zijn de volgende stappen doorlopen: •
Het plangebied werd op 8 juli 2022 bezocht door ecoloog Benjamin Backx MSc. Daarbij is in het plangebied en de directe omgeving daarvan gezocht naar beschermde soorten en sporen die wijzen op hun aanwezigheid. Hierbij is tevens de potentie van het plangebied voor beschermde soorten bepaald, een zogenaamde habitat geschiktheidsbeoordeling. Tijdens het veldonderzoek is gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp en fototoestel.
•
De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen delen van het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden werd bepaald.
•
Met behulp van verspreidingsatlassen, websites met verspreidingsdata en de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) werd bepaald of in het plangebied recentelijk beschermde soorten zijn waargenomen.
•
Op basis van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek werd op grond van een deskundigenoordeel bepaald of beschermde planten- en diersoorten in het plangebied voor kunnen komen.
•
In overleg met de opdrachtgever is de ingreep bepaald welke in het plangebied plaats gaat vinden.
•
Op basis van de beschreven ingreep en de resultaten van het bureau- en veldonderzoek werd: o Vastgesteld of negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 gebieden op voorhand uit te sluiten zijn of dat daarvoor nog een aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn; o Bepaald welke negatieve effecten te verwachten zijn op de (mogelijk) aanwezige beschermde planten- en diersoorten; o Bepaald of beschermde houtopstanden aanwezig zijn.
8 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
4. Onderzoeksresultaten beschermde gebieden 4.1 Natura 2000 Het Natura 2000-gebied dat het dichtste bij het plangebied ligt is ‘Brabantse Wal’. Dit gebied ligt op een afstand van ongeveer 4 km ten zuidwesten van het plangebied (zie Figuur 2).
Figuur 2. Ligging van het plangebied in rood aangegeven. De begrenzing van de omliggende Natura 2000-gebieden is met geel weergegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap contributers, 2022.
Effectbeoordeling Natura 2000 Door de afstand tussen het plangebied en deze beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten door geluidsverstoring, visuele verstoring of verdroging als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Tijdens de voorgenomen werkzaamheden kan stikstof worden uitgestoten. Gezien de aard en duur van de werkzaamheden zijn negatieve effecten van stikstofuitstoot en -depositie op daarvoor gevoelige habitattypen en de leefgebieden van soorten met insta ndhoudingsdoelstellingen niet op voorhand uitgesloten. Omdat de ingreep gepaard gaat met een toename in verkeersbewegingen in het gebied kan de stikstofuitstoot ook in de gebruiksfase toenemen. Mogelijke effecten hiervan op omliggende Natura 2000-gebieden dienen beoordeeld te worden aan de hand van een AERIUS-berekening.
9 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied is gelegen in Provincie Noord-Brabant. Het gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland dat gelegen is binnen deze provincie wordt aangeduid als het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het meest oostelijke gedeelte van het plangebied ligt slechts 10 meter verwijderd van bospercelen gelegen aan de Kleine Aa welke behorend tot het NNB. Verder doorsnijd de nieuwe ontsluitingsweg de Rissebeek welke onderdeel uitmaakt van het NNB. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN is weergegeven in Figuur 3.
Figuur 3. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. De begrenzing van het NNN is oranje weergegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap contributers, 2022.
Effectbeoordeling NNN De nieuwe ontsluitingsweg doorsnijd het NNB bij de Rissebeek, deze is aangewezen als ecologische verbindingszone. De weg leidt daarmee tot permanent ruimtebeslag op het NNB. Daarnaast grenst het meest oostelijke deel van het plangebied direct aan het NNB. Zowel de aanleg van de weg als het verkeer dat hier overheen gaat in de gebruiksfase kan leiden tot verstoring van dieren welke gebruik maken van het NNB. De verlichting, behorende bij de weg, kan leiden tot verstoring van nacht actieve dieren maar ook het dag-nacht ritme van dag actieve soorten in het NNB. Daarnaast kan bemaling welke mogelijk toegepast moet worden tijdens de aanleg van de weg (en tunnel bij het spoor) leiden tot verdroging van het omliggende NNB tijdens de aanlegfase. Negatieve effecten van de ingreep op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB zijn daarmee niet op voorhand uit te sluiten. Hierdoor is een nadere toetsing in de vorm van een effecttoets (Nee-tenzij-toets) noodzakelijk.
10 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
4.3 Bescherming van houtopstanden Binnen het plangebied zijn bomen aanwezig welke mogelijk gekapt dienen te worden ten behoeve van de ingreep en die onderdeel uitmaken van een rijbeplanting van tenminste 20 bomen. Het betreft de zomereiken aan het Roosendaalswegje en de Thorbeckelaan. Doordat deze bomen buiten de bebouwde kom staan en niet uitsluitend bestaan uit populieren of wilgen is er sprake van effecten op bomen welke vallen onder het gedeelte beschermde houtopstanden uit de Wet natuurbescherming. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is hierdoor op deze bomen van toepassing. De bomen aan de Willem Dreesweg zijn allen populieren, welke wel vrijgesteld zijn van de bescherming als houtopstand onder de Wet natuurbescherming.
11 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
5. Onderzoeksresultaten soortbescherming Uit de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is een waarneming van een bunzing bekend uit 2019 van de Willem Dreesweg net ten oosten van het spoor. Verder zijn uit het plangebied geen recente waarnemingen (2017 t/m 2022) bekend van beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming waarvoor geen vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de directe omgeving van het plangebied (250 m) zijn waarnemingen bekend van buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, roek, sperwer, steenuil, torenvalk, eekhoorn, gewone dwergvleermuis, grootoorvleermuis spec., kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.
5.1 Planten Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen in het plangebied. Uit het plangebied zelf en de directe omgeving daarvan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Oude bebouwing of muren welke kunnen fungeren als groeiplaats voor beschermde muurplanten zijn geheel afwezig in het plangebied. Alle overige beschermde vaatplanten stellen zeer specifieke eisen aan hun standplaats. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten is binnen het plangebied dan ook redelijkerwijs uitgesloten.
Effectbeoordeling planten Doordat de aanwezigheid van beschermde vaatplanten in het plangebied uitgesloten is leidt de ingreep voor deze soorten niet tot een negatief effect of overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.2 Vogels In de bomen binnen het plangebied en in de bomen in een straal van 75 meter daaromheen zijn geen horsten of andere vaste rust- en verblijfplaatsen (zoals roekennesten) aangetroffen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4. Er zijn wel waarnemingen van roeken bekend uit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Deze zijn afkomstig van een gebied ten noorden van de snelweg (nabij Spuitendonk). Mogelijk dat roeken die hier nestelen ook sporadisch het plangebied bezoeken ti jdens het foerageren. Door de aanwezigheid van veel landbouwpercelen rondom de locatie waar de roeken zijn waargenomen is het uitgesloten dat het plangebied een essentieel onderdeel vormt van hun leefgebied.
12 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig met pannendaken of andere ruimtes welke geschikt zijn als broedplaats voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4, zoals huismus en gierzwaluw. De steenuil is bekend uit de omgeving van het plangebied (NDFF). Nest-indicerend gedrag is waargenomen bij de Oostlaarstraat ten noorden van de A58. Door de afstand tot het plangebied en de tussengelegen snelweg is niet te verwachten dat eventueel daar nog broedende steenuilen een essentieel leefgebied hebben binnen het plangebied. Het is op basis van dit onderzoek niet uit te sluiten of er territoria van steenuilen aanwezig zijn bij de boerderijen welke dichter bij de toekomstige weg gelegen zijn. De kerkuil is niet bekend uit de NDFF maar het plangebied en de omgeving daarvan is wel potentieel geschikt als nestplaats voor de kerkuil. Daarnaast kunnen in de omliggende boerderijen nestplaatsen van de kerkuil aanwezig zijn. De grote gele kwikstraat is bekend uit de omgeving van het plangebied. Waarnemingen uit 2019 concentreren zich rondom het brugje bij het Molenbeekpad. Geschikte broedplekken voor de grote gele kwikstaart, welke vaak onder bruggen, in nissen of tussen boomw ortels op oevers broedt van stromende beken of kanalen, zijn niet aanwezig binnen het plangebied of binnen de verstoringszone van de werkzaamheden.
De aanwezigheid van nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4 is redelijkerwijs uitgesloten in het plangebied. Buizerds, gierzwaluwen, haviken, huismussen, kerkuilen, ooievaars, sperwers, en torenvalken kunnen gebruik maken het plangebied om te foerageren. Door het ontbreken van bijzonder waardevol foerageergebied voor deze soorten in het plangebied ten opzichte van het omliggende gebied is er ook geen sprake van functioneel leefgebied van deze soorten binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten dan ook niet waargenomen in het plangebied. Naast jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4 hanteert provincie Noord -Brabant een lijst met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten behorend tot categorie 5. Dat zijn broedvogels welke vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van de vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 5 kunnen worden verwacht: grote bonte specht, groene specht, ekster, koolmees, pimpelmees en spreeuw. Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van deze soorten aangetroffen in het plangebied.
13 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
Verder kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in landelijk gebied en bosschages gebied broeden, zoals kievit, houtduif en merel.
Effectbeoordeling vogels De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogelsoorten met vaste rust - en verblijfplaatsen uit categorie 1 t/m 4 is binnen het plangebied uitgesloten. De voorgenomen ingreep heeft daarnaast geen negatief effect op functioneel leefgebied van dergelijke broedvogelsoorten. Enige uitzondering daarop zijn de steenuil en kerkuil. Als deze vaste rusten verblijfplaatsen hebben in of nabij de boerderijen nabij het plangebied kan het plangebied onderdeel uitmaken van hun functioneel leefgebied. Dat is het lee fgebied dat noodzakelijk is voor het goed functioneren van de nestplaatsen. Steenuilen moeten al hun voedsel kunnen verzamelen in een straal van 500 m rondom hun nestplaats. De nieuwe ontsluitingsweg kan leiden tot ruimtebeslag op het foerageergebied en versnippering daarvan. Daarnaast kan het risico op aanrijdingen sterk toenemen ten gevolge van de toename in verkeersdrukte. Kerkuilen kunnen tot meer dan 5 km van hun nestplaats verwijderd foerageren. Daarmee zijn significante effecten van de weg op foerage ergebied van deze soort redelijkerwijs uitgesloten. Wel kan de weg leiden tot verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen van de kerkuil als deze aanwezig zijn binnen 75 m van de grenzen van het plangebied.
Voor te verwachten soorten uit categorie 5 zijn in de directe nabijheid van het plangebied voldoende alternatieve nestmogelijkheden aanwezig die niet verloren gaan ten gevolge van de voorgenomen ingreep. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen ertoe leiden dat algemene broedvogelsoorten hun nesten met eieren of jongen verlaten en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar. Dat leidt tot een overtreding van artikel 3.1 li d 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. Het is voor de voorgenomen ingreep niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedgevallen van vogelsoorten welke van nature broeden in Europa en op natuurlijke wijze in Nederland gekomen zijn.
5.3 Zoogdieren 5.3.1 Vleermuizen Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn in de NDFF recente waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, grootoorvleermuis spec., kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Op grond van de beperkte oppervlakte van het 14 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
plangebied en de aanwezigheid van veel alternatief foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied is uitgesloten dat het plangebied een essentieel foerageergebied voor vleermuizen vormt. Vleermuizen maken gebruik van doorlopende lijnvormige elementen zoals bomenlanen en watergangen voor beschutting en geleiding op hun vaste vliegroutes. Binnen het plangebied zijn doorlopende lijnvormige elementen aanwezig in de vorm van bomenlanen en houtwallen welke door vleermuizen gebruikt kunnen worden als vaste vliegroute. Het betreft de eikenlanen bij het Roosendaalswegje en de Thorbeckelaan en de populieren aan de Willem Dreesweg. Daarnaast vormt de diep ingesneden Rissebeek mogelijk een vaste vliegroute. Essentiële vliegroutes van vleermuizen zijn dan ook niet uitgesloten in het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. In de bomen binnen het plangebied en welke hier direct aan grenzen zijn geen grote stukken losse bast, holtes of gaten aangetroffen die ver genoeg doorlopen om te kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn binnen het plangebied en de verstoringszone van de werkzaamheden dan ook redelijkerwijs uitgesloten.
In het plangebied kunnen de volgende soorten worden verwacht: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.
15 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
vliegroute
foerageergebied
massawinterverblijfplaats
winterverblijfplaats
paarverblijfplaats
kraamverblijfplaats
zomerverblijfplaats
Tabel 1: Potentieel in het plangebied aanwezige vleermuizen en functies.
gewone dwergvleermuis
X
X
gewone grootoorvleermuis
X
X
kleine dwergvleermuis
X
X
ruige dwergvleermuis
X
X
laatvlieger
X
X
meervleermuis
X
X
rosse vleermuis
X
X
watervleermuis
X
X
Effectbeoordeling vleermuizen Uit de resultaten blijkt dat binnen het plangebied mogelijk vleermuizen voorkomen. Op basis van de aard en ligging van het plangebied is het uitgesloten dat dit een essentieel foerageergebied betreft. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen is eveneens uitgesloten. Het kan op basis van dit onderzoek echter niet uitgesloten worden dat binnen het plangebied vaste vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. Bij het kappen van de bomen in de bomenlanen en het doorkruisen van de Rissebeek kunnen deze vliegroutes worden aangetast en verloren gaan. De vliegroutes kunnen ook verstoord raken of in het ergste geval zelfs geheel ongeschikt raken wanneer deze meer aangelicht worden dan in de huidige situatie het geval is. Daarnaast neemt het risico op aanrijdingen toe voor vleermuizen als zij de nieuwe weg moeten oversteken. Wanneer deze negatieve effecten optreden wordt de Wet natuurbescherming overtreden. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vaste vliegroutes van vleermuizen is in dat geval noodzakelijk om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.
16 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
vliegroute
foerageergebied
massawinterverblijfplaats
winterverblijfplaats
paarverblijfplaats
kraamverblijfplaats
zomerverblijfplaats
Tabel 2: Potentieel in het plangebied aanwezige vleermuizen en functies en de mogelijke effecten van de ingreep hierop.
gewone dwergvleermuis
MNE
GNE
gewone grootoorvleermuis
MNE
GNE
kleine dwergvleermuis
MNE
GNE
ruige dwergvleermuis
MNE
GNE
laatvlieger
MNE
GNE
meervleermuis
MNE
GNE
rosse vleermuis
MNE
GNE
watervleermuis
MNE
GNE
GNE
Geen negatieve effecten
MNE
Mogelijk negatief effect
5.3.2 Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen of sporen die wijzen op hun aanwezigheid. Steen- en boommarter Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig waarin vaste rust- en verblijfplaats voor marterachtigen aanwezig kunnen zijn. Ook zijn er geen bomen met grote holtes aanwezig welke kunnen dienen als verblijfplaats voor de steenmarter of boommarter. Er zijn geen sporen van deze marterachtigen aangetroffen gedurende het veldbezoek. Daarnaast zijn er geen waarnemingen bekend van de steen- of boommarter uit de omgeving van het plangebied. Het kan niet uitgesloten worden dat deze soorten het gebied sporadisch bezoeken om te foerageren, maar de aanwezigheid van beschermde functies van het gebied voor deze soorten is redelijkerwijs uitgesloten.
17 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
Das Binnen het plangebied zijn geen sporen van dassen waargenomen. Daarnaast zijn ook geen dassen bekend uit de directe omgeving van het plangebied. Omdat sporen van dassen relatief makkelijk te vinden zijn en goed te herkennen zijn door een deskundige kan op basis van het onderzoek de aanwezigheid van essentieel leefgebied van dassen in het plangebied redelijkerwijs uitgesloten worden. Kleine marterachtigen De kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel zijn door de provincie Noord -Brabant niet vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De bunzing is ook recent waargenomen in het plangebied net ten oosten van het spoor (NDFF). Het is niet op voorhand uit te sluiten dat zich in het plangebied vaste rust- en verblijfplaatsen en leefgebieden van kleine marterachtigen bevinden. De delen met dichte begroeiing rondom de agrarische percelen, de Rissebeek en de houtwallen zijn mogelijk geschikt als verblijfplaats voor kleine marterachtigen. Dat geldt voornamelijk voor de bunzing. Wezel en hermelijn kunnen daarnaast verblijven in muizenholletjes in de graslanden en ruigtevegetaties. Er zijn geen waarnemingen van deze soorten bekend uit het gebied, maar deze ontbreken vaak omdat de soorten erg lastig waar te nemen zijn. De aanwezigheid van kleine marterachtigen kan op basis van dit onderzoek in plangebied dan ook niet uitgesloten worden.
Eekhoorn Delen van het plangebied met grote bomen vormen geschikt habitat voor de eekhoorn. Uit de omgeving van het plangebied is ook een waarneming van een eekhoorn bekend (NDFF). In de bomen in het plangebied zijn echter geen nesten van eekhoorns aangetroffen. Da arnaast zijn in de bomen geen holtes aanwezig welke groot genoeg zijn voor deze dieren om te kunnen dienen als verblijfplaats. Daarmee is de aanwezigheid van een vaste rust - of voortplantingsplaats van eekhoorns in het plangebied uitgesloten. Ook zijn er geen andere sporen zoals knaagsporen aangetroffen. Het plangebied beslaat slechts een klein deel van de gehele oppervlakte van bomenlanen en bosschages in het gebied. Het is dus uitgesloten dat het plangebied een essentieel leefgebied vormt voor de eekhoorn. Overige soorten Het plangebied is ongeschikt voor verblijfplaatsen van overige niet vrijgestelde soorten grondgebonden zoogdieren. Het plangebied is wel marginaal geschikt voor verschillende Nationaal beschermde soorten zoogdieren waarvoor in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de egel en verschillende soorten (spits)muizen.
18 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
Effectbeoordeling grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied komen in de houtwallen en delen met ruigtevegetaties mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van wezel, hermelijn en bunzing voor. Daarnaast maken delen van het plangebied mogelijk onderdeel uit van het essentieel leefgebied van deze soorten. Door de voorgenomen ingreep gaan deze functies verloren als deze aanwezig zijn. Hierdoor wordt de Wet natuurbescherming bij het uitvoeren van de ingreep mogelijk overtreden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat verder geen beschermde gebiedsfuncties voor overige zoogdiersoorten te verwachten zijn waarvoor geen vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt. De ingreep leidt voor deze soorten dan ook niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.4 Reptielen Gedurende het veldbezoek zijn geen reptielen waargenomen binnen het plangebied. Het plangebied ligt ver buiten het bekende verspreidingsgebied van muurhagedis. Op grond van het ontbreken van voor overige reptielen geschikte ecotopen in het plangebied (zoal s schrale vegetatie met voldoende rustige, zonnige plekken) kan de aanwezigheid daarvan eveneens uitgesloten worden.
Effectbeoordeling reptielen Doordat de aanwezigheid van reptielen in het plangebied uitgesloten is leidt de ingreep voor deze soorten niet tot een negatief effect of overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.5 Amfibieën Binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan ligt geen water dat geschikt is voor strikt beschermde amfibieën. De Rissebeek stroomt en is naar verwachting visrijk wat het door predatie onaantrekkelijk maakt voor de meeste amfibieën. Uit de directe omgeving van het plangebied (250 m) zijn ook geen waarnemingen van strikt beschermde amfibieën bekend. De aanwezigheid van beschermde amfibieën wordt in het plangebied dan ook niet verwacht. De kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en meerkikker zijn door alle provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.
19 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
Effectbeoordeling amfibieën Doordat de aanwezigheid van strikt beschermde amfibieën in het plangebied uitgesloten is leidt de ingreep voor deze soorten niet tot een negatief effect of overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.6 Vissen Uit het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen waarnemingen van beschermde vissen bekend. Daarnaast zijn in het plangebied geen ondiepe begroeide oevers aanwezig welke gebruikt zouden kunnen worden door beschermde soorten als de grote modderkruip er als leefgebied en paaiplaats. De aanwezigheid van beschermde vissen is in het plangebied dan ook redelijkerwijs uitgesloten.
Effectbeoordeling vissen Doordat de aanwezigheid van beschermde vissen in het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten leidt de ingreep niet tot een negatief effect op beschermde vissen.
5.7 Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties met waardplanten voor die geschikt zijn als leefgebied voor beschermde libellen en dagvlinders. De aanwezigheid van beschermde libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.
Effectbeoordeling vlinders en libellen Doordat de aanwezigheid van beschermde vlinders en libellen in het plangebied uitgesloten is leidt de ingreep voor deze soorten niet tot een negatief effect of overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.8 Overige ongewervelden Uit het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen overige beschermde ongewervelden bekend (NDFF). Op basis van de gebiedskenmerken worden overige beschermde ongewervelden ook niet verwacht.
Effectbeoordeling overige ongewervelden Doordat de aanwezigheid van overige beschermde ongewervelden in het plangebied redelijkerwijs uitgesloten is leidt de ingreep voor deze soorten niet tot een negatief effect of overtreding van de Wet natuurbescherming.
20 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
6. Conclusie en aanbevelingen 6.1 Gebiedsbescherming 6.1.1 6.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt ruim buiten de invloedsfeer van Natura 2000 -gebieden voor alle mogelijk effecten met uitzondering van verrijkende effecten ten gevolge van stikstofdepositie. Gezien de afstand en de aard en duur van de werkzaamheden, kunnen negatieve effecten van stikstofuitstoot en depositie op daarvoor gevoelige habitattypen en de leefgebieden van soorten met instandhoudingsdoelstellingen niet uitgesloten worden . Ook in de gebruiksfase kan de ingreep leiden tot een toename in stikstofdepositie ten gevolge van een toename in verkeersbewegingen. Om hier rechtszekerheid over te krijgen dient een stikstofberekening (AERIUS-berekening) uitgevoerd te worden.
6.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De ingreep vindt gedeeltelijk plaats in het NNN. Daarnaast zijn negatieve effecten op wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN ten gevolge van externe werking tijdens de aanlegfase en door het aanbrengen van extra verlichting niet op voorhand uitgesloten. Hierdoor is het noodzakelijk een zogenaamde Nee-tenzij-toets uit te voeren. Afhankelijk van de resultaten van deze toetsing kan het aanvragen van een vergunning bij de provincie noodzakelijk zijn.
6.1.3 Bescherming van houtopstanden Er worden bomen gekapt ten behoeve van de voorgenomen ingreep die onderdeel uitmaken van een rijbeplanting van tenminste 20 bomen. Doordat deze bomen buiten de bebouwde kom staan en niet uitsluitend bestaan uit populieren of wilgen is er sprake van effecten op bomen welke vallen onder het gedeelte beschermde houtopstanden uit de Wet natuurbescherming. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is hierdoor op deze bomen van toepassing. Dit betekend dat er een melding gedaan moet worden bij de provincie voor het kappen van deze bomen en er een herplantplicht geldt welke binnen 3 jaar na kap van de bomen voldaan moet zijn. De bomen aan de Willem Dreesweg zijn allen populieren, welke wel altijd vrijgesteld zijn van de bescherming als houtopstand onder de Wet natuurbescherming.
21 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
6.1.4 Vogels Delen van het plangebied maken mogelijk onderdeel uit van het functioneel leefgebied van steenuilen welke mogelijk broeden bij de aangrenzende boerderijen. De nieuwe ontsluitingsweg kan leiden tot ruimtebeslag op het functioneel leefgebied van steenuilen en versnippering daarvan. Dat kan leiden tot het ongeschikt raken van de verblijfplaatsen van deze soort wat leidt tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Daarom is het noodzakelijk een nader onderzoek naar steenuilen uit te voeren om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat er territoria van steenuilen aanwezig zijn binnen het plangebied. Voor de kerkuil geldt dat als er nestplaatsen aanwezig zijn binnen 75 meter van het plangebied deze door de ingreep verstoord zouden kunnen raken. Op de meeste plaatsen liggen de boerderijen al bij een drukke weg, maar dat is niet overal het geval. Met nam e in de rustige gebieden is het daarmee wenselijk een nader onderzoek naar de kerkuil uit te voeren om de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten op minder dan 75 m van het plangebied aan te tonen dan wel uit te sluiten. Binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen beschermde functies van overige broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit Categorie 1 t/m 4 te verwachten. Daarmee zijn negatieve effecten op deze soorten ook uitgesloten.
Voor vogelsoorte n met jaarrond beschermde nesten uit Categorie 5, zoals huiszwaluw, ekster, koolmees en pimpelmees zijn voldoende alternatieve broedlocaties aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Voor de andere mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jonge n en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meest e vogelsoorten van maart tot en met juli. Wanneer niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen. Ook is het in dat geval aan te raden het afval dat vrijkomt in het plangebied (ruim) voor het broedseizoen te verwijderen, om de kans op broedgevallen binnen het plangebied te beperken. Het is voor de voorgenomen ingreep niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van
22 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
broedgevallen van vogelsoorten welke van nature broeden in Europa en op natuurlijke wijze in Nederland gekomen zijn.
6.1.5 Vleermuizen De aanwezigheid van essentieel foerageergebied is op basis van de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied redelijkerwijs uitgesloten. Doordat bomen met holtes en grote stukken losse bast ontbreken en er geen gebouwen aanwezig zijn binnen het plangebied zijn vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen op basis van dit onderzoek eveneens uitgesloten. Negatieve effecten op mogelijk aanwezige vaste vliegroutes van vleermuizen zijn echter niet op voorhand uitgesloten. Voorafgaand aan de ingreep dient daarom een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden. Het verdient aanbeveling dit aanvullende onderzoek uit te voeren volgens het Vleermuisprotocol 2021 van de Gegevensautoriteit Natuur. Bij gebruikmaking van het vleermuisprotocol wordt een eventuele ontheffingsaanvraag vrijwel zeker in behandeling genomen. Tevens geeft het vleermuisprotocol invulling aan de minimale onderzoeksinspanning voortkomend uit de Wet natuurbescherming. Aanvullend vleermuisonderzoek conform het vleermuisprotocol houdt voor de mogelijk aanwezige functies in het plangebied in dat er twee veldbezoeken uitgevoerd dienen te worden in de periode 15 april t/m 15 augustus (direct na zonsondergang en/of direct voo r zonsopkomst) waarvan tenminste een bezoek in de kraamperiode van vleermuizen dient te vallen.
Deze bezoeken moeten door een vleermuisdeskundige met behulp van een heterodyne batdetector met time expansion uitgevoerd worden.
6.1.6 Overige soorten Overige beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het plangebied niet te verwachten. De ingrepen leiden dan ook niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soorten.
6.2 Samenvatting Op basis van de mogelijke effecten die op kunnen treden ten gevolge van de ingreep blijkt dat deze niet door de Wet natuurbescherming wordt verhinderd. Het is wel noodzakelijk tijdig aanvullend onderzoek uit te voeren naar steenuilen, kerkuilen, vleermuizen en kleine marterachtigen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient daarnaast rekening gehouden te worden met het broedseizoenen en de algemene zorgplicht. Afhankelijk van de resultaten van het nader onderzoek naar kan het opstellen en uitvoeren van een
23 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
mitigatieplan en een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. De ingreep vindt plaats binnen het NNN heeft mogelijk effecten welke uitstralen naar delen van het NNN welke grenzen aan het plangebied. Daarom is het noodzakelijk een zogenaamde Nee-tenzij-toets uit te voeren om effecten nader te bepalen. Afhankelijk van de resultaten van deze toets kan het aanvragen van een vergunning bij de provincie noodzakelijk zijn. Voor Natura 2000-gebieden kunnen alle negatieve effecten op voorhand uitgesloten worden met uitzondering van mogelijk effecten van stikstofdepositie. Daarom is het noodzakelijk een nadere toetsing uit te voeren waarbij gebruik gemaakt wordt van de resultaten van een AERIUS-berekening welke inzichtelijk maakt welke mate van stikstofdepositie op kan treden op gevoelige habitattypen en soorten in omliggende Natura 2000-gebieden. Afhankelijk van de uitkomsten van deze toetsing kan een vergunning voor het onderdeel gebiedsbescherming noodzakelijk zijn voor de realisatie van de weg. Daarnaast w orden bij de ingreep bomen gekapt welke vallen onder beschermde houtopstanden uit de Wet natuurbescherming. Hiervoor geldt een meldings- en herplantplicht.
24 Ecologische quickscan Verbindingsweg Tolberg Roosendaal | RA22086-02
7. Bronnen 7.1 Rapportages & boeken Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Dietz, C., & A. Kiefer. 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest- Afrika. Tirion Natuur. Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. Wellis, C., 2020. Quickscan Flora en fauna De Bulkenaar. Gemeente Roosendaal. ARCADIS Nederland B.V., Rotterdam. Referentie: D10003093:11.
7.2 Websites •
www.brabant.nl
•
www.natura2000.nl
•
www.ndff.nl
•
www.netwerkgroenebureaus.nl
25 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
Bijlage 1: Foto’s plangebied
26 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
27 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
28 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
29 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
30 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
Bijlage 2: Wet- en regelgeving Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van de natuur in Nederland geregeld middels de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de voormalige Natuurbeschermingswet 1998, de Flora - en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming heeft drie belangrijke onderdelen, namelijk: •
Bescherming van Natura 2000-gebieden,
•
Bescherming van soorten,
•
Bescherming van houtopstanden.
De hoofdlijnen van de bepalingen in deze drie onderdelen van de Wet natuurbescherming welke van belang zijn voor de nadere toetsing in dit onderzoek worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht.
Bescherming van Natura 2000-gebieden Binnen de Wnb is de bescherming van zogenaamde Natura 2000-gebieden geregeld. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De grondslag hiervoor ligt in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Natura 2000 -gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Welke planten- en diersoorten of habitattypen dit zijn is voor ieder gebied afzonderlijk vastgelegd middels beheerplannen met zogenaamde instandhoudingsdoelstell ingen. Ingrepen of evenementen mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Activiteiten mogen alleen doorgang vinden als deze de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen, of wanneer de provincie waarin de ingreep of het evenement plaatsvindt een vergunning verleend. Bij ingrepen in gebieden v an nationaal belang is het ministerie van Economische Zaken Bevoegd gezag.
31 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
Bescherming van soorten De soortbescherming onder de Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, namelijk: •
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,
•
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,
•
Beschermingsregime andere soorten (nationaal beschermde soorten).
Op soorten uit de beschermingsregimes Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn de verbodsbepalingen uit de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992) van toepassing. Binnen de categorie andere soorten vallen soorten welke op Europees niveau niet beschermd zijn maar door Nederland wel als beschermde soort aangewezen zijn. Iedere provincie heeft zelf de mogelijkheid om een of meerdere van deze planten- en diersoorten vrij te stellen onder bepaalde voorwaarden. Wel geldt v oor alle soorten de algemene zorgplicht (Artikel 1.11). Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatieve effecten op planten en dieren maatregelen dient te nemen om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.
Ontheffingen en vrijstelling De provincies en de Minister van Economische zaken kunnen ontheffing of vrijstelling afgeven om onder voorwaarden de Wnb te overtreden. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er gee n andere bevredigende oplossing bestaat en er geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort. Dit is wel alleen mogelijk wanneer de aanleiding van de ingreep of activiteit valt onder een in de wet genoemd belang.
32 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
Tabel 1: Verbodsbepalingen per beschermingsregime Wnb, voor zover van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen of evenementen. Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere soorten
Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1
Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2
(paragraaf 3.3 Wnb)
Wnb)
Wnb)
Art 3.1 lid 1: Het is verboden
Art 3.5 lid 1: Het is verboden
Art 3.10 lid 1a: Het is verboden in het wild
in het wild levende vogels
soorten in hun natuurlijke
levende soorten opzettelijk te doden of te
opzettelijk te doden of te
verspreidingsgebied
vangen.
vangen.
opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2: Het is verboden
Art 3.5 lid 2: Het is verboden
Art 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste
opzettelijk nesten,
dieren opzettelijk te
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van
rustplaatsen en eieren van
verstoren.
dieren opzettelijk te beschadigen of te
vogels te vernielen of te
vernielen.
beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3: Het is verboden
Art 3.5 lid 3: Het is verboden
Art 3.10 lid 1c: Het is verboden
eieren te rapen en deze
eieren van dieren in de
plantensoorten in hun natuurlijke
onder zich te hebben.
natuur opzettelijk te
verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
vernielen of te rapen.
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.1 lid 4 en lid 5: Het is
Art 3.5 lid 4: Het is verboden
verboden vogels opzettelijk
de voortplantingsplaatsen of
te storen, tenzij de storing
rustplaatsen van dieren te
niet van wezenlijke invloed is
beschadigen of te vernielen.
op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Art 3.5 lid 5: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
33 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02
Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden richt zich op de instandhouding van het oppervlakte bos in Nederland. Artikel 4.2 uit de Wet natuurbescherming verbiedt het zonder melding (gedeeltelijk) vellen van houtopstanden groter dan tien are of van meer dan twintig rijbomen welke gelegen zijn buiten de “bebouwde kom houtopstanden”. Artikel 4.3 lid 1 en 2 stellen dat het naast melding noodzakelijk is dat er herplant plaatsvindt binnen 3 jaar na het vellen van de bomen, en dat vervolgens binnen 3 jaar herplant plaats m oet vinden voor niet aangeslagen beplanting. Het bevoegd gezag kan tevens een kapverbod opleggen in het geval van bijzondere beplantingen. Zoals opgenomen in Artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming geldt voor bepaalde soorten en gevallen (houtproductie of andere bedrijfsmatige activiteiten) een vrijstelling voor de bescherming houtopstanden.
34 Ecologische quickscan Young Professional Campus Tilburg | RA22101-02