b_NL.IMRO.1674.2129ESSENSEWEG15-0401_tb3.pdf
Tekst van het document
Rapportage Quickscan Flora en Fauna Essenseweg 15 Nispen rapport 3276R005-3
datum: opdrachtgever:
4 september 2020 Pouderoyen-Tonnaer, Parklaan 21, 5261 LR VUGHT.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
I
VERANTWOORDING
P. Heesakkers Ecoloog / adviseur
Ir. J.B.P. van der Stroom Ecoloog / senior adviseur
Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Archimil BV, Laagheidehof 5, 5804 XB Venray, telnr. 0478-515736 Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
II
SAMENVATTING In verband met een bestemmingswijziging aan de Essenseweg 15 te Nispen is door Pouderoyen-Tonnaer, namens de familie Bartelen, schriftelijk opdracht verleend om een quickscan flora en fauna op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en om vast te stellen of de geplande activiteit van invloed is op beschermde flora of fauna. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Roosendaal
Adres
Essenseweg 15 te Nispen
Kadastraal
Sectie: F
Nr: 3056 + 3057
Coördinaten
X: 90.695
Y: 388.421
Oppervlakte onderzoekslocatie
840 m2
Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het terrein (excl. de woning) aan de Essenseweg 15 te Nispen is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Ook worden, op basis van het gebruik van de locatie en de directe omgeving, geen beschermde flora en fauna verwacht. Op basis van de quickscan wordt een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna, voor de geplande activiteiten, niet noodzakelijk geacht. Voor de geplande activiteiten is op basis van de bekende gegevens geen ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Aangezien de planlocatie een beperkte natuurwaarde heeft en er geen beschermde flora en fauna is aangetroffen, is geen aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna noodzakelijk en bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen bezwaren tegen de toekomstige bestemmingswijziging van de locatie. Gezien de afstand tot Natura 2000 gebieden zal de gewenste herontwikkeling vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied leiden. Om dit te bevestigen kan een Aeriusberekening worden uitgevoerd.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
III
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1
2
WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................... 2
3
LOCATIEGEGEVENS ...................................................................................................................... 4 3.1 3.2 3.3 3.4
4
QUICKSCAN................................................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3 4.4
5
ALGEMEEN .............................................................................................................................. 4 OMGEVING .............................................................................................................................. 4 NATURA 2000 ........................................................................................................................ 4 NATUURBEHEERPLAN ................................................................................................................ 4 DOELSTELLING ......................................................................................................................... 5 BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEIT ............................................................................................... 5 BIOTOOPTYPEN EN BESCHRIJVING FLORA EN FAUNA ........................................................................ 5 WAARNEMINGEN VANUIT DE OMGEVING ........................................................................................ 6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................................. 9 Bijlage 1 .......................................................................................................... situering in de regio Bijlage 2 ........................................................ globaal rapport verspreiding beschermde diersoorten Bijlage 3 ................................................................................. checklist vooronderzoek vleermuizen Bijlage 4 ........................................................................................................................ fotobijlage
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
1
1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK
In verband met gewenste bestemmingswijziging voor het terrein aan de Essenseweg 15 te Nispen is schriftelijk opdracht verleend om een quickscan flora en fauna op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna en om vast te stellen of de geplande activiteit van invloed is op beschermde flora of fauna. Contactpersoon voor de opdrachtgever is de heer B. Weekers. Contactpersoon van de eigenaar is mevrouw A. Bartelen. De werkzaamheden bij Archimil zijn gecoördineerd door de heer P. Heesakkers.
Luchtfoto van de planlocatie
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
2
2
WET NATUURBESCHERMING
De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ongeveer 500 soorten, van de 36.000 soorten die in Nederland voorkomen, vallen onder de bescherming van deze wet. Om kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen, zoals het verbod op het doden of verontrusten van dieren of het verbod om planten te plukken. De wet is bedoeld om soorten te beschermen en dient niet ter bescherming van individuele planten of dieren. De wet is erop gericht dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar te brengen. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming.
Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie NoordBrabant geregeld in de Interim Omgevingsverordening natuurbescherming Noord-Brabant van november 2019. De Wet natuurbescherming stelt het volgende: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden, te vangen en/of te verstoren. Het is tevens verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. (artikel 3.1) Naast vogels is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Het is tevens verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden om planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (artikel 3.5)
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
3
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (artikel 3.10). Dit houdt in dat binnen het plangebied in eerste instantie vastgesteld dient te worden of daarbinnen of in de directe nabijheid beschermde soorten aanwezig zijn. Indien deze aanwezig zijn dient het schadelijke effect van de activiteiten op de aanwezige soorten vastgesteld te worden en dient mogelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
3
LOCATIEGEGEVENS
3.1
Algemeen
4
De onderzoekslocatie betreft het terrein (excl. woning) aan de Essenseweg 15 te Nispen. Het terrein betreft een autobedrijf met kleine showroom. Het buitenterrein rondom de bebouwing is geheel verhard met klinkers. 3.2
Omgeving
De onderzoekslocatie is gelegen aan de uitsluitingsweg tussen de kernen van Nispen en Essen. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: Noordzijde: Essenseweg 11 (woning met siertuin) Oostzijde: Werf van Siemons Grondwerken en Transport Zuidzijde: Essenseweg 17 (woning met sieruin), en werf van Siemons Grondwerken en Transport Westzijde: Essenseweg 3.3 Natura 2000 In de directe nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen natuurgebieden gelegen die als Natura 2000 gebied zijn aangewezen. Het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied is de Brabantse Wal, op meer dan 6 km ten zuidwesten van de planlocatie. Gezien de afstand tot het Natura 2000 gebied, de ligging van de locatie en de kleinschaligheid van de activiteit, zal de gewenste herontwikkeling vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied leiden. Om dit te bevestigen kan een Aeriusberekening worden uitgevoerd. Natuurbeheerplan provincie Noord-Brabant 3.4 Natuurbeheerplan Uit het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie niet in of tegen een natuur(ontwikkelings)gebied gelegen is. Circa 150 meter zuidelijk van de locatie is een onderzoekslocatie perceel gelegen welke is aangemerkt als ‘Droog bos met productie’. Rondom Nispen zijn meer van dergelijke percelen aanwezig.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
4
QUICKSCAN
4.1
Doelstelling
5
Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie soorten aanwezig (kunnen) zijn die vallen onder de Wet natuurbescherming en waarmee bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden, hetzij in het zoeken naar alternatieven voor de geplande werkzaamheden, hetzij in het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. 4.2
Beschrijving van de activiteit
In de nabije toekomst zal voor de locatie een bestemmingswijziging worden aangevraagd. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing (exclusief de woning) te slopen, het perceel te splitsen en tussen de woningen van Essenseweg 11 en 15 een woonkavel te creëren. De op het noordelijk aangrenzend perceel aanwezige haag (direct ten noorden van de perceelsgrens) zal, voor zover bij ons bekend, behouden blijven. 4.3
Biotooptypen en beschrijving flora en fauna
De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke biotopen in het plangebied aanwezig zijn. Op voorhand is ingeschat dat vogels en vleermuizen vermoedelijk de belangrijkste fauna zijn welke negatief beïnvloed zouden kunnen worden door de beoogde activiteit. Middels een literatuurstudie en veldonderzoek is beoordeeld in hoeverre op voorhand reeds een verstoring van beschermde soorten op zou kunnen treden. De veldinspectie is uitgevoerd op 27 augustus 2020 door de heer J. Timmermans, ervaren ecologisch medewerker. In bijlage 4 is fotoreportage van het plangebied bijgevoegd. Bij de veldinspectie is gebleken dat sprake is van een autogarage met showroom. De voor- en achtergevel is opgetrokken uit damwandprofielen. Het tussendeel is gemetseld. In de bebouwing en aan de dakrand zijn geen gaten of spleten waargenomen welke toegankelijk kunnen zijn voor vleermuizen, vogels of kleine zoogdieren. Er zijn geen waarnemingen (fecaliën) gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van deze soorten. Het buitenterrein is geheel verhard. Met uitzondering van de haag op de noordelijke perceelgrens is op de locatie geen beplanting aanwezig. De haag is potentieel geschikt als nestplaats voor algemene vogelsoorten. Ten tijde van de veldinspectie is geen flora en/of fauna waargenomen welke voorkomt in de bijlage van de Wet natuurbescherming.
Gelet op het gebruik van de locatie en zijn omgeving worden deze ook niet verwacht.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
4.4
6
Waarnemingen vanuit de omgeving
De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd bij het Natuurloket. De gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De rapportage is bijgevoegd in bijlage 2. Opgemerkt wordt dat binnen een straal van 0-1 kilometer alleen de buizerd en huismus zijn waargenomen. Derhalve zullen ook de soorten in een straal tot 5 kilometer worden behandeld. Uit de rapportage blijkt dat binnen een straal van 0-5 kilometer van de onderzoekslocatie de volgende soorten zijn waargenomen: Amfibieën (alpenwatersalamander, bastaardkikker) De alpenwatersalamander is voor zijn voortplanting gebonden aan hoofdzakelijk solitaire wateren welke niet rijk bevolkt zijn met vis. De soort komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Aangezien solitair water ontbreekt binnen of in de directe nabijheid van de planlocatie is het voorkomen van deze soorten binnen het plangebied uit te sluiten. De bastaardkikker is, evenals oa. de bruine kikker en gewone pad, een algemene soort welke is opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en in de Conventie van Bern (bijlage 3).
Deze soorten zijn eveneens opgenomen in bijlage 3 van de Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant, waardoor bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt voor de genoemde soorten. Aangezien (voorplantings)water in de directe omgeving ontbreekt is het voorkomen van deze soorten binnen de planlocatie uit te sluiten. Reptielen (levendbarende hagedis) De levendbarende hagedis is een nationaal beschermde soort welke is gebonden aan heide- en hoogveenlandschap of ruige landschappen als bermen, (spoor)wegen en duinen. Door het ontbreken van dergelijk habitat binnen het plangebied is het voorkomen van deze soorten binnen het plangebied uit te sluiten. Vissen (-) In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van vissen in de directe omgeving van de planlocatie. Aangezien open water ontbreekt worden deze soorten ook niet verwacht. Insecten / libellen (-) In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van insecten en libellen in de directe omgeving van de planlocatie. Vaatplanten (dennenorchis, korensla) De dennenorchis staat op beschaduwde, droge tot iets vochtige, voedsel- en stikstofarme, meestal zure, goed doorluchte zand- en lemige grond, wortelt in de bovenste humuslaag van (half)verteerd (naalden)strooisel en vereist een hoge luchtvochtigheid.
Aangezien (naald)bos op de locatie ontbreekt is de soort binnen het plangebied uit te sluiten.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
7
De korensla prefereert open, zonnige, droge, stikstofarme, matig voedselrijke, kalkarme, zure zandgrond, nooit op veen of klei. Ze groeit op heiden, op zandstrandjes langs rivieren, in akkers (m.n. wintergraan) en moestuinen, in bermen en op braakliggende terreinen. In Nederland is ze beperkt tot akkers, maar soms treedt ze onbestendig op in bermen en op bouwterreinen. De plant is zeer zeldzaam in het oosten en midden van het land. Door het ontbreken van braakliggende grond is de soort binnen het plangebied uit te sluiten. Eveneens zijn in West-Brabant sinds 1990 geen wilde exemplaren bekend. Zoogdieren (boommarter, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, eekhoorn, egel, huisspitsmuis, veldmuis) De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. De boommarter komt hier in allerlei typen en leeftijden bos voor. De soort kiest hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten zitten vaak in oude spechten- of eekhoornholen, regelmatig in inrottigsholten en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan. Door het ontbreken van bos op of in de directe nabijheid van de locatie is de soort binnen het plangebied uit te sluiten.
De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor: daar kunnen ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen. Door het ontbreken van water en natuurlijke schuilmogelijkheden is de soort binnen het plangebied uit te sluiten. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Door het ontbreken van bomen / bos op of in de directe omgeving van de planlocatie is het voorkomen van deze soorten binnen de planlocatie uit te sluiten. De overig genoemde soorten zijn hoofdzakelijk afhankelijk van groenstroken, bosschages en akker- en weilanden die binnen het plangebied ontbreken.
Derhalve is het voorkomen van de genoemde soorten uit te sluiten. Eveneens zijn deze soorten opgenomen in bijlage 3 van de Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant, waardoor bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt voor de genoemde soorten. Vleermuizen (baardvleermuis / Brandts vleermuis, bosvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis) De genoemde soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De verblijf- / rustplaatsen van de baardvleermuis, franjestaart, grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis zijn voornamelijk spleten en holtes van bomen. De gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis zijn gebonden aan gebouwen. De bosvleermuis heeft zijn verblijf- en rustplaatsen zowel in bomen en gebouwen. Op de locatie zijn geen bomen aanwezig. In de directe omgeving zijn geen geschikte bomen met spleten en holtes aangetroffen. In de bebouwing zijn geen spleten en holtes aangetroffen welke toegankelijk zijn voor vleermuizen. Evenmin zijn geschikte en/of toegankelijke ruimtes aanwezig achter bijvoorbeeld luiken, boei- of reclameborden. Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
8
Met betrekking tot de potentiële aanwezigheid van vleermuizen is een checklist van de vleermuizenwerkgroep Nederland ingevuld (bijlage 3). Uit de checklist volgt dat er geen aanwijzingen zijn dat vleermuizen op de locatie verwacht kunnen worden. Aanvullend onderzoek hiernaar wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Vogels (boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief) Binnen het plangebied zijn geen mogelijke nestplaatsen voor de hierboven genoemde vogels aanwezig. Daarnaast is, door het gebruik van de locatie en zijn directe omgeving, het plangebied niet geschikt als foerageergebied voor bovenstaande soorten. Niet uit te sluiten valt dat in de broedperiode de haag op de noordelijke perceelsgrens wordt gebruikt als broedplaats voor diverse algemene vogelsoorten. De website Waarneming.nl van de stichting Natuurinformatie is geraadpleegd. Op de site zijn voor de periode 2017-2020 geen waarnemingen van zeldzame soorten in de directe omgeving (<100 m) van de onderzoekslocatie geregistreerd. Op basis hiervan zullen de activiteiten op de onderzoekslocatie geen negatief effect hebben op de genoemde soort.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
5
9
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het terrein (excl. de woning) aan de Essenseweg 15 te Nispen is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Ook worden, op basis van het gebruik van de locatie en de directe omgeving, geen beschermde flora en fauna verwacht. Op basis van de quickscan wordt een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna, voor de geplande activiteiten, niet noodzakelijk geacht. Voor de geplande activiteiten is op basis van de bekende gegevens geen ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Aangezien de planlocatie een beperkte natuurwaarde heeft en er geen beschermde flora en fauna is aangetroffen, is geen aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna noodzakelijk en bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen bezwaren tegen de toekomstige bestemmingswijziging van de locatie. Gezien de afstand tot Natura 2000 gebieden zal de gewenste herontwikkeling vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied leiden. Om dit te bevestigen kan een Aeriusberekening worden uitgevoerd.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
BIJLAGEN bijlage 1 situering in de regio
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
bijlage 2 globaal rapport verspreiding beschermde en bedreigde soorten
Archimil BV
Afdeling Ecologie
Project
: Essenseweg 15 Nispen
Referentie : 3276R005 Datum
: 25 juni 2020
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 25 juni 2020' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 25 juni 2020'
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Huismus
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Alpenwatersalamander
Amfibieën
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
Bastaardkikker
Amfibieën
1 - 5 km
Boommarter
Zoogdieren
1 - 5 km
Boomvalk
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Bunzing
Zoogdieren
1 - 5 km
Dennenorchis
Vaatplanten
1 - 5 km
Dwergmuis
Zoogdieren
1 - 5 km
1 - 5 km wnb-hrl
1 - 5 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Dwergspitsmuis
Zoogdieren
1 - 5 km
Eekhoorn
Zoogdieren
1 - 5 km
Egel
Zoogdieren
1 - 5 km
Franjestaart
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Grote Gele Kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Havik
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Huisspitsmuis
Zoogdieren
Kerkuil
Vogels
Korensla
Vaatplanten
Laatvlieger
Zoogdieren
Levendbarende hagedis
Reptielen
myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Steenuil
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Veldmuis
Zoogdieren
Watervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Wespendief
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Akkerboterbloem
Vaatplanten
5 - 10 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
5 - 10 km
Baardvleermuis
Zoogdieren
Bosbeekjuffer
Libellen
5 - 10 km
bruine eikenpage
Dagvlinders
5 - 10 km
Dreps
Vaatplanten
5 - 10 km
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
Edelhert
Zoogdieren
1 - 5 km wnb-vrl
1 - 5 km 1 - 5 km
wnb-hrl
1 - 5 km 1 - 5 km
1 - 5 km
1 - 5 km
wnb-hrl
wnb-hrl
5 - 10 km
5 - 10 km 5 - 10 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Getande veldsla
Vaatplanten
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Glad biggenkruid
Vaatplanten
Gladde slang
Reptielen
wnb-hrl
5 - 10 km
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
5 - 10 km
grote vos
Dagvlinders
5 - 10 km
grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
5 - 10 km
Heikikker
Amfibieën
Hermelijn
Zoogdieren
Kamsalamander
Amfibieën
kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
5 - 10 km
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
5 - 10 km
Kluwenklokje
Vaatplanten
5 - 10 km
Knoflookpad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Naakte lathyrus
Vaatplanten
5 - 10 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
5 - 10 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Roek
Vogels
wnb-vrl
5 - 10 km
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
5 - 10 km
Smalle raai
Vaatplanten
5 - 10 km
Steenmarter
Zoogdieren
5 - 10 km
Vinpootsalamander
Amfibieën
5 - 10 km
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
Wezel
Zoogdieren
5 - 10 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
5 - 10 km
Wilde weit
Vaatplanten
5 - 10 km
Zwarte Wouw
Vogels
wnb-vrl
5 - 10 km
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
5 - 10 km
5 - 10 km
wnb-hrl
5 - 10 km 5 - 10 km
wnb-hrl
wnb-hrl
5 - 10 km
5 - 10 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bokkenorchis
Vaatplanten
Boomkikker
Amfibieën
wnb-hrl
10 - 25 km
Bruinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Damhert
Zoogdieren
10 - 25 km
Das
Zoogdieren
10 - 25 km
Gewone bosspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Gewone zeehond
Zoogdieren
10 - 25 km
Grijze zeehond
Zoogdieren
10 - 25 km
Groenknolorchis
Vaatplanten
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote modderkruiper
Vissen
10 - 25 km
Hazelworm
Reptielen
10 - 25 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Knolspirea
Vaatplanten
10 - 25 km
Meerkikker
Amfibieën
10 - 25 km
Muurbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Muurhagedis
Reptielen
wnb-hrl
10 - 25 km
Narwal
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
10 - 25 km
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
wnb-hrl
10 - 25 km
Veldspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Waterspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Wild zwijn
Zoogdieren
10 - 25 km
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
25 - 50 km
Beekprik
Vissen
25 - 50 km
Beekrombout
Libellen
25 - 50 km
Berggamander
Vaatplanten
25 - 50 km
Bergnachtorchis
Vaatplanten
25 - 50 km
Blaasvaren
Vaatplanten
25 - 50 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
25 - 50 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Europese steur
Vissen
wnb-hrl
25 - 50 km
10 - 25 km
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
gentiaanblauwtje
Dagvlinders
25 - 50 km
grote parelmoervlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Hoogveenglanslibel
Libellen
25 - 50 km
iepenpage
Dagvlinders
25 - 50 km
Kartuizer anjer
Vaatplanten
25 - 50 km
Karwijselie
Vaatplanten
25 - 50 km
Knollathyrus
Vaatplanten
25 - 50 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
Kruiptijm
Vaatplanten
Mopsvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Noordzeehouting
Vissen
wnb-hrl
25 - 50 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
Otter
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Ringslang
Reptielen
Rivierrombout
Libellen
Schubvaren
Vaatplanten
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
25 - 50 km
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
25 - 50 km
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
Wezel/Hermelijn
Zoogdieren
25 - 50 km
Wolfskers
Vaatplanten
25 - 50 km
Zeggekorfslak
Weekdieren
aardbeivlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Adder
Reptielen
50 - 100 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
Brave hendrik
Vaatplanten
50 - 100 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Dikkopschildpad
Reptielen
duinparelmoervlinder
Dagvlinders
Dwergvinvis
Zoogdieren
Eikelmuis
Zoogdieren
Gaffellibel
Libellen
wnb-hrl
Afstand
25 - 50 km 25 - 50 km
25 - 50 km
25 - 50 km wnb-hrl
25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
25 - 50 km
25 - 50 km
25 - 50 km
50 - 100 km
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Gestreepte dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gestreepte waterroofkever
Kevers
wnb-hrl
50 - 100 km
Gevlekte glanslibel
Libellen
50 - 100 km
Gevlekt zonneroosje
Vaatplanten
50 - 100 km
Gewone bronlibel
Libellen
50 - 100 km
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Griend
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Groene glazenmaker
Libellen
wnb-hrl
50 - 100 km
Grote bosaardbei
Vaatplanten
grote vuurvlinder
Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Kempense heidelibel
Libellen
50 - 100 km
Kleine ereprijs
Vaatplanten
50 - 100 km
kommavlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Kranskarwij
Vaatplanten
50 - 100 km
Kwabaal
Vissen
50 - 100 km
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
Moerasgamander
Vaatplanten
50 - 100 km
Molmuis
Zoogdieren
50 - 100 km
Oostelijke witsnuitlibel
Libellen
Pijlscheefkelk
Vaatplanten
pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
Potvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Roggelelie
Vaatplanten
50 - 100 km
Rood peperboompje
Vaatplanten
50 - 100 km
Rozenkransje
Vaatplanten
50 - 100 km
Schubzegge
Vaatplanten
50 - 100 km
sleedoornpage
Dagvlinders
50 - 100 km
Speerwaterjuffer
Libellen
50 - 100 km
spiegeldikkopje
Dagvlinders
50 - 100 km
Spits havikskruid
Vaatplanten
50 - 100 km
Stofzaad
Vaatplanten
50 - 100 km
Trosgamander
Vaatplanten
50 - 100 km
Tuimelaar
Zoogdieren
50 - 100 km
wnb-hrl
wnb-hrl
50 - 100 km
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Vale vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
veldparelmoervlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Vliegend hert
Kevers
50 - 100 km
Vroedmeesterpad
Amfibieën
Vuursalamander
Amfibieën
50 - 100 km
Wilde averuit
Vaatplanten
50 - 100 km
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Zandhagedis
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
zilveren maan
Dagvlinders
50 - 100 km
Zweedse kornoelje
Vaatplanten
50 - 100 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
Beekdonderpad
Vissen
100 - 250 km
Blauw guichelheil
Vaatplanten
100 - 250 km
Bosboterbloem
Vaatplanten
100 - 250 km
Bosdravik
Vaatplanten
100 - 250 km
bosparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Brede geelgerande waterroofkever
Geleedpotigen
Breed wollegras
Vaatplanten
100 - 250 km
bruin dikkopje
Dagvlinders
100 - 250 km
Donkere waterjuffer
Libellen
100 - 250 km
donker pimpernelblauwtje
Dagvlinders
100 - 250 km
Elrits
Vissen
100 - 250 km
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen
100 - 250 km
Franjegentiaan
Vaatplanten
100 - 250 km
Geelbuikvuurpad
Amfibieën
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
50 - 100 km
100 - 250 km
100 - 250 km
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Geelgroene wespenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Geplooide vrouwenmantel
Vaatplanten
100 - 250 km
Gestippelde alver
Vissen
100 - 250 km
Gladde zegge
Vaatplanten
100 - 250 km
Groene nachtorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Groensteel
Vaatplanten
100 - 250 km
Grote bosmuis
Zoogdieren
100 - 250 km
Hamster
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Hazelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Honingorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Kalkboterbloem
Vaatplanten
100 - 250 km
Kalketrip
Vaatplanten
100 - 250 km
kleine heivlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Kleine schorseneer
Vaatplanten
100 - 250 km
Lange zonnedauw
Vaatplanten
100 - 250 km
Liggende ereprijs
Vaatplanten
100 - 250 km
Noordse winterjuffer
Libellen
Scherpkruid
Vaatplanten
100 - 250 km
Steenbraam
Vaatplanten
100 - 250 km
Tengere distel
Vaatplanten
100 - 250 km
Tengere veldmuur
Vaatplanten
100 - 250 km
veenbesblauwtje
Dagvlinders
100 - 250 km
wnb-hrl
Afstand
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
veenbesparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Veenbloembies
Vaatplanten
100 - 250 km
veenhooibeestje
Dagvlinders
100 - 250 km
Vliegenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Vroege ereprijs
Vaatplanten
100 - 250 km
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
100 - 250 km
Zinkviooltje
Vaatplanten
100 - 250 km
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
bijlage 3 checklist vooronderzoek vleermuizen
Archimil BV
Afdeling Ecologie
Vleermuizenprotocol
(versie 13 maart 2017)
Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn holtes, spleten, scheuren, losse bast uit te sluiten? JA / NEE Zo niet, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.
c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)
Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.
b)
Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
c)
Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
JA / NEE
3. Open water Is er open water aanwezig?
JA / NEE
a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?
JA / NEE
JA / NEE
a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?
JA / NEE
a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)
Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.
c)
Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
d)
Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.
JA / NEE
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
bijlage 4 fotobijlage
Archimil BV
Afdeling Ecologie
4 september 2020 rapportnummer: 3276R005-3
Foto’s van de huidige situatie (d.d. 27 augustus 2020)
Archimil BV
Afdeling Ecologie