92-2025 Interbestuurlijk Toezicht -IBT- toezichtoordeel Omgevingsrecht 2025.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling
Gemeente
Roosendaal Datum:
9 september 2025
Van:
het college van burgemeester en wethouders portefeuillehouders Burgemeester Buijs en wethouder Heij
Aan:
de raad van de gemeente Roosendaal
Zaaknummer: 1485885
Onderwerp: Interbestuurlijk Toezicht (IBT): toezichtoordeel Omgevingsrecht 2025 Bijlage: Kennisnemen van De brief 'interbestuurlijk Toezicht (IBT): toezichtoordeel Omgevingsrecht 2025' (hierna: brief) en het daarbij behorende 'Beoordelingsformulier IBT 2025 systematisch toezicht omgevingsrecht Gemeente Roosendaal' (hierna: beoordelingsformulier) van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (hierna: GS) van 1 juli jl. Met deze brief informeren GS ons college over de prestaties van de gemeente Roosendaal in 2025 op het gebied van: a) Tijdigheid: tijdige bestuurlijke vaststelling en actualiteit van de uitvoerings- en handhavingsdocumenten op basis van de Omgevingswet; b) Kwaliteit: naleving van een selectie uit de procescriteria U&H op basis van de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Ook informeren GS ons over hun samenvattend eindoordeel over de gemeente Roosendaal. Inleiding GS zien er met Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) op toe dat de lokale overheden hun maatschappelijke taken goed uitvoeren. Daarmee wordt bijgedragen aan een bestendig en veilig Brabant met een sterk openbaar bestuur. Een bestuur dat zelf het goede voorbeeld geeft en waar de inwoners op kunnen vertrouwen. Respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen en raden is het uitgangspunt.
De hoofddoelstelling van de wetgeving op het terrein van het omgevingsrecht is een veilige en gezonde leefomgeving te bewerkstelligen. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden, beheren, gebruiken en ontwikkelen. De gemeente speelt daarbij een belangrijke rol door een adequate uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zogenaamde U&H-taken). Als de overheden deze taken niet goed uitvoeren, kan dat grote invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. Op grond van de Omgevingswet dient iedere gemeente te beschikken over een actueel beleidsplan (Uitvoerings- en Handhavingsstrategie), een uitvoeringsprogramma en een evaluatieverslag. Informatie/kernboodschap GS stellen vast dat de gemeente Roosendaal voldoet aan de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, zowel op het onderdeel kwaliteit als op het onderdeel tijdigheid. Door GS zijn twee verbeterpunten benoemd met betrekking tot ons jaarlijkse evaluatieverslag: a) Neem in het Jaarverslag VTH op in hoeverre de activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. b) Neem in het Jaarverslag VTH een apart hoofdstuk op met conclusies en eventueel vooruitblik naar het nieuwe jaar. Beschrijf hierin dat uit de evaluatie blijkt dat aanpassing van de U&H-strategie al dan niet nodig is.
Bij het samenstellen van het jaarlijkse evaluatieverslag VTHV (vergunningen, toezicht, handhaving en veiligheid) nemen we deze aandachtpunten mee.
Consequenties n.v.t. Communicatie n.v.t. Vervolg(procedure) n.v.t. Afsluiting en ondertekening Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, 9e burgemeester, De secretaris,
Klaucke
M. Buijs
Bijlage 1. Brief van Gedeputeerde Staten d.d. 1 juli 2024 (incl. 'Beoordelingsformulier 2025 systematisch toezicht IBT-Omgevingsrecht Gemeente Roosendaal').
Pagina 2 van 2
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 680 76 80 www. brabant. nl IBAN NL86INGB0674560043
Aan het college van burgemeester en wethouders
de gemeente Roosendaal Postbus 5000 van
4700 KA ROOSENDAAL
Onderwerp
Interbestuurlijk Toezicht (IBT): toezichtoordeel Omgevingsrecht 2025 Geacht college
,
De provincie ziet met IBT erop toe dat de lokale overheden hun
maatschappelijke taken goed uitvoeren. Daardoor dragen wij bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterk openbaar bestuur. Een bestuur dat zelf het goede voorbeeld geeft en waar de inwoners op kunnen vertrouwen. Respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen en raden is het uitgangspunt. Wij hebben een provinciaal Beleidskader Toekomstbestendig Bestuur. Daarin staat dat wij systematisch toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Naast het systematisch toezicht ligt de nadruk meer op lerend toezicht en dialoog. Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze provinciale website www. brabant. nl/ibt. ,
Datum 1 juli 2025 Ons kenmerk
C2347621/6150961 Uw kenmerk -
Contactpersoon Team IBT Omgevingsrecht Telefoon 073 – 681 28 12 Email
ibt @brabant.nl Bijlage 1
Omgevingsrecht Met deze brief informeren wij u over de prestaties van
uw
gemeente in 2025 op
het gebied van: a) Tijdigheid: tijdige bestuurlijke vaststelling en actualiteit van de uitvoerings- en handhavingsdocumenten (U&H-documenten of ook wel VTH-documenten) op basis van de Omgevingswet (beleidscyclus U&H); b) Kwaliteit: naleving van een selectie uit de procescriteria U&H op basis van de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Tevens informeren wij u over ons samenvattend eindoordeel over uw gemeente. Samenvattend eindoordeel omgevingsrecht: ‘voldoet’ Dit eindoordeel is op basis van de criteria in het Jaarplan IBT. Dit betekent dat uw gemeente de kleur ‘groen’ krijgt op de kaart die wij via een digitaal dashboard op onze website www. brabant. nl/ibt publiceren. Het dashboard ,
bevat ook kaarten met de prestaties van het systematisch toezicht op de andere toezichtgebieden die ook op uw gemeente van toepassing zijn. Doelstelling omgevingsrecht De hoofddoelstelling van de wetgeving op het terrein van het omgevingsrecht is een veilige en gezonde leefomgeving te bewerkstelligen. En deze op een
duurzame en doelmatige wijze te behouden beheren gebruiken en ,
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www. brabant. nl/route
,
ontwikkelen. De lokale overheden spelen daarbij een belangrijke rol door een adequate uitvoering van vergunningverlening toezicht en handhaving (U&Htaken). Als de overheden deze U&H-taken niet goed uitvoeren kan dat grote invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. ,
,
Datum 1 juli 2025 Ons kenmerk
C2347621/6150961
Op grond van de Omgevingswet
en de Verordening systematische toezichtsinformatie dient iedere gemeente te beschikken over de volgende documenten: a) een actuele Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) met een geldige looptijd; b) jaarlijks vóór 1 februari een uitvoeringsprogramma U&H; c) jaarlijks vóór 1 mei een evaluatieverslag U&H.
Criteria waaraan wij toetsen We vinden transparantie over de manier waarop we toezicht houden en wat onze beoordelingscriteria zijn belangrijk. Daarom bevat ons Jaarplan IBT de toetsingscriteria voor gemeenten en waterschappen. Het betreft de volgende criteria: Voldoet
De wettelijk verplichte U&H-documenten voldoen aan de eisen en
Voldoet gedeeltelijk Voldoet niet
zijn tijdig vastgesteld.
De wettelijk verplichte U&H-documenten voldoen grotendeels aan de eisen en één of meer van die documenten zijn niet later dan één maand te laat vastgesteld. De wettelijk verplichte U&H-documenten voldoen niet aan de eisen en één of meer van die documenten zijn meer dan één
maand te laat vastgesteld. Toezichtbevindingen beleidscyclus U&H Het ingevulde beoordelingsformulier is vooraf in concept per mail aan onze contactpersoon van uw gemeente toegezonden met gelegenheid voor reactie. We hebben een reactie ontvangen. Die reactie is door ons betrokken bij het
opstellen van de definitieve beoordeling. Tijdigheid Wij stellen vast dat uw gemeente alle U&H-documenten tijdig vaststelde. Samen met het overgrote deel van uw collega-gemeenten behoort u tot de categorie koplopers in Brabant op het gebied van het bestuurlijk tijdig vaststellen van de wettelijke U&H-documenten. Daarvoor spreken wij graag onze waardering uit. U geeft daarmee een uitstekende invulling aan de voorbeeldfunctie die u heeft richting burgers bedrijven en andere overheden. ,
Kaartjes met een overzicht van de prestaties op tijdigheid van alle gemeenten in
Brabant treft u aan op onze website www. brabant. nl/ibt.
2/4
Kwaliteit We stellen vast dat uw gemeente niet voldoet aan alle door ons beoordeelde procescriteria U&H. Waar u niet voldoet ziet u in de bijlage. U leest hierna of en zo ja welke consequenties dat heeft.
Datum 1 juli 2025 Ons kenmerk
,
C2347621/6150961
,
Gevraagde actie(s) van uw kant
Opheffen tekortkomingen Tekortkomingen U&H-documenten (kwaliteit): Wij verwachten van u dat u maatregelen treft dan wel heeft getroffen zodanig dat de geformuleerde verbeterpunt(en) tijdig worden gerealiseerd en wij dat in de documenten van de komende beleidscyclus terugzien. ,
Toesturen digitale informatie
Ook volgend jaar willen wij zicht houden op de tijdigheid en actualiteit van de U&H-documenten en de naleving van de procescriteria U&H. Daarom vragen wij u ons te informeren door het toesturen van de volgende informatie naar ibt @brabant.nl: 1) uw vaststellingsbesluit(en) samen met: a) de U&H-documenten of b) de vindplaats van de U&H-documenten op de website van uw gemeente en; de informatie waaruit blijkt dat de U&H-documenten aan de raad bekend zijn gemaakt; graag ontvangen wij ook van u per mail het werkprogramma U&H het jaarverslag U&H van de omgevingsdienst voor uw gemeente. ,
2) 3)
en
Als u zich heeft aangemeld voor de digitale werkomgeving IBT Omgevingsrecht kunt u er desgewenst ook voor kiezen om die stukken daar te uploaden. Aparte toezending via het hiervoor genoemde algemene IBT-mailadres is dan niet nodig. Informeren gemeenteraad In verband met de belangrijke rol van de gemeenteraad in de horizontale verantwoording gaan wij ervan uit dat u uw raad nadrukkelijk informeert over de inhoud van deze brief. Wij verzoeken u ons de informatie te doen toekomen waaruit blijkt dat de raad is geïnformeerd.
,
,
,
Regiobijeenkomsten Omgevingsrecht
Als onderdeel van lerend toezicht en dialoog organiseren wij jaarlijks in het najaar een regiobijeenkomst waarin ‘Best-Practices’ worden gedeeld voor een nog betere kwaliteit van de U&H-documenten en uitvoering van de U&H-taken. De bijeenkomst vindt dit jaar plaats op 25 en 30 september. Gastheer zijn respectievelijk Waterschap Brabantse Delta voor de regio midden- en west Brabant en de gemeente Meierijstad voor de regio Brabant noord en zuidoostBrabant. De bijeenkomst is met name bedoeld voor medewerkers van gemeenten en waterschappen die betrokken zijn bij het opstellen van de U&H-
3/4
Provincie
Noord-Brabant
documenten.
tijdig
een
Alle
bij ons bekende U&H-contactpersonen ontvangen daarvoor vitnodiging. Deelname aan een bijeenkomst bevelen wij van harte
aan.
Datum 1
juli 2025
Ons
kenmerk
C2347621/6150961 Tot slot
Indien uw
vragen heeft, kunt v contact opnemen gemeente of via ibt@brabant.nl.
Als
u
v
nog
met
de toezichthouder
voor
schriftelijk reageert op deze brief, verzoeken wij v daarbij ons kenmerk te vermelden. Dat is belangrijk voor een snelle en correcte digitale verwerking.
Gedeputeerde namens
Staten
van
Noord-Brabant,
deze,
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
programmamanager In verband
met
kwaliteit openbaar
geautomatiseerd
bestuur
verwerken is dit document
digitaal ondertekend.
4/4
Beoordelingsformulier 2025 systematisch toezicht IBT-Omgevingsrecht Gemeente Roosendaal Procesinformatie (beoordeelde documenten) Verordening kwaliteit U&H: Beleidsplan U&H-strategie:
Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht (25 oktober 2023) Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-2027 + Werkprogramma 2025 OMWB
Uitvoeringsprogramma U&H 2025: Uitvoeringsprogramma VTHV 2025 U&H 2024: Evaluatierapportage Jaarverslag VTHV 2024 Reactie gevraagd: Reactie ontvangen: Beoordeling afgerond: 28 mei 2025 18 juni 2025 11 juni 2025
Reactie verwerkt: 12 juni 2025
Met interbestuurlijk toezicht zoals de provincie Noord-Brabant dit uitvoert draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterk openbaar bestuur. Een bestuur dat zelf het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven en waarop de mensen kunnen vertrouwen. De kaders en uitgangspunten voor het interbestuurlijk toezicht zijn vastgelegd in het beleidskader Toekomstbestendig bestuur. De wijze waarop in deze ,
bestuursperiode invulling wordt gegeven Toekomstbestendig bestuur 2024-2027.
aan
dit beleid is vastgelegd in de uitvoeringsagenda
Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste documenten voor de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaak (hierna: U&H-documenten of ook wel VTHdocumenten) van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (Omgevingsbesluit (met de zogeheten procescriteria U&H) Besluit kwaliteit Leefomgeving) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Het doel van de wetgever is dat provincies gemeenten en waterschappen hun U&H-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de U&H-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; en deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke ,
,
opgaven.
Een tijdige en goede naleving van de procescriteria U&H is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de U&H-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele U&Hstructuur om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid veiligheid of onomkeerbare schade aan ,
de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle U&Hdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria U&H. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De beoordelingsvragen met bijbehorende beoordelingscriteria zijn via de mail op 6 december 2024 bekend gemaakt aan de contactpersonen IBT Omgevingsrecht bij gemeenten en waterschappen. Omdat de beoordelingsvragen 2025 identiek zijn aan de beoordelingsvragen 2024 zijn deze vooraf niet toegezonden met een verzoek om reactie. Dit hebben we immers vorig jaar al gedaan. Met de beoordelingsvragen 2025
willen we nagaan in hoeverre opvolging gegeven wordt aan de aanbevelingen en tekortkomingen uit de beoordelingsronde 2024. De beoordelingsvragen 2025 zijn opgenomen in het Jaarplan IBT 2025. Het definitieve beoordelingsformulier is ook geplaatst op de website IBT-Omgevingsrecht in de SharePoint werkomgeving. 1
Verordening kwaliteit uitvoering
en
handhaving omgevingsrecht
Vraag 1: Stelt de gemeenteraad regels over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden die in opdracht van B&W worden uitgevoerd
goede kwaliteit van de uitoefening van die taken door de omgevingsdiensten te waarborgen? (Ow art. 18.23 lid 1 onder a (kwaliteit basistakenpakket omgevingsdiensten) Toelichting wetgever: Onder de Omgevingswet hebben de betrokken bestuursorganen de plicht om te zorgen voor een goed kwaliteit van de uitoefening van de uitvoering- en handhavingstaak (art. 18. 20 lid 1 Ow). Daartoe kan/mag de gemeenteraad regels stellen over de uitoefening van de thuistaken en moet de gemeenteraad regels stellen over de uitoefening van de basistaken of de daarmee samenhangende werkzaamheden (art. 18. 20 lid 3 en art. 18. 23 lid 1 Ow). Voor de invulling van deze verplichting is door de VNG en het IPO een Modelverordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht opgesteld die voor gemeenten en provincies gelijkluidend is. Door zich te committeren aan de kwaliteitscriteria door middel van een vastgestelde verordening voor deze criteria en door deze verordening daadwerkelijk uit te voeren zorgen de betrokken bestuursorganen ervoor dat ze in staat is om goede kwaliteit te leveren. om een
,
,
,
,
,
,
Definitief oordeel: Voldoet Op basis van de modelverordening VNG is in De6 verband is een kwaliteitsverordening ontwikkeld voor de VTH-taken. In de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht zijn voor de eigen organisatie (voor
de thuistaken) als voor de omgevingsdienst (voor de basis- en plustaken) respectievelijk kwaliteitsvoorwaarden en kwaliteitscriteria opgenomen. Deze verordening is op 25 oktober 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Vraag 2. a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de actuele kwaliteitscriteria U&H voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de
gemeenteraad? Vraag 2. b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd , motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening U&H omgevingsrecht art. 5 lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Over de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages in de op grond van het Omgevingsbesluit (afd. 18. 2) op te stellen documenten. ,
,
Definitief oordeel: Voldoet Eigen organisatie: Voldoet In het Jaarverslag VTHV 2024 bijlage 1 worden de kwaliteitscriteria geëvalueerd Hieruit blijkt dat de eigen organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria VTH.
,
voor
de eigen organisatie.
Omgevingsdienst: Voldoet Op de uitvoering en handhaving van de basis- en plustaken zijn zoals weergegeven in de Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht de kwaliteitscriteria van toepassing. In het Jaarverslag VTHV 2024 wordt aangegeven dat in de Jaarrekening 2024 van de OMWB de kwaliteitscriteria worden geëvalueerd. Deze jaarrekening wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. ,
,
In de Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht
is opgenomen dat burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling doen aan de gemeenteraad over de naleving van de kwaliteitscriteria en kwaliteitsvoorwaarden. Het Jaarverslag VTHV 2024 is middels een raadsmededeling d. d. 8 april 2025 ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad.
2
Vraag 3. Voldoen B&W aan deskundigheidsgebied 27 (Cultuurhistorie) van de actuele kwaliteitscriteria U&H?
Toelichting wetgever: Deskundigheidsgebied 27 van de actuele kwaliteitscriteria 2. 3 (deel B kritieke massa) bevat de eisen aan de U&H-medewerkers en aan de organisaties die de daar genoemde activiteiten op het gebied van cultuurhistorie uitvoeren. De criteria voor kritieke massa hebben geen relatie met de omvang van het werkaanbod. Ze geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid die nodig is om activiteiten in continuïteit uit te kunnen voeren. ,
Definitief oordeel: Voldoet In De 6-verband wordt er voldaan aan de kwaliteitscriteria zij het dat de werving van deskundig personeel een knelpunt is gebleken. In 2025 wordt er een nieuwe toetsing aan de criteria gedaan. ,
Beleidsplan Uitvoerings- & Handhavingsstrategie (BP U&H-strategie) Vraag 4: Stellen B&W een U&H-strategie vast in een of meer documenten waarin
gemotiveerd wordt aangegeven welke U&H-doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht? (Ob art. 13.5 lid 1 en Ob art. 13. 6) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich een U&H-strategie vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk U&H-document of apart. U&H-strategie bevat het geheel van prioriteiten doelstellingen strategie en werkwijze. Voor uitvoering hoort daar een analyse van inzichten technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van uitvoering en handhaving is belangrijk. U&H-strategie wordt indien nodig ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt bijvoorbeeld omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden uitvoering en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. ,
,
,
,
,
,
,
Definitief oordeel: Voldoet Op 14 mei 2024 heeft het college de Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-2027 vastgesteld. In hoofdstuk 6 worden de prioriteiten en doelen verder uitgewerkt. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven welke strategie wordt toegepast om deze doelen te behalen. Hoofdstuk 89 en 10 beschrijven de activiteiten die ,
daartoe worden uitgevoerd. In het Uitvoeringsprogramma VTH 2025 hoofdstuk 5 wordt aangegeven welke activiteiten daartoe worden uitgevoerd. Vraag 5: Wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie gebaseerd op een analyse van de
problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet?
(Ob art. 13.5 lid 4) Toelichting wetgever: Er moet sprake zijn van door het bestuursorgaan schriftelijk vastgelegde handhavingsdoelstellingen. Deze moeten gebaseerd zijn op een probleemanalyse waarbij het bestuursorgaan in kaart heeft gebracht voor welke regelgeving (de Ow en het bij of krachtens de andere betrokken wetten bepaalde) het de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving is opgedragen wat de kansen op overtredingen van die regelgeving zijn en wat de effecten van die overtredingen voor de fysieke leefomgeving zijn. Een goede probleem- of risicoanalyse is één van de belangrijkste factoren om een kwalitatief goede beleidscyclus te realiseren. Op basis van de ,
,
3
probleemanalyse bepaalt het bestuursorgaan welke activiteiten nodig zijn om de in kaart gebrachte handhavingsdoelen te bereiken en welke prioriteiten het daarbij stelt. Definitief oordeel: Voldoet In de Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-2027 hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de werkwijze bij het opstellen van de risicoanalyse en de totstandkoming van de prioriteiten. De prioriteringslijst voor de gemeente Roosendaal is beschreven in hoofdstuk 6 en bijlage 2. Vraag 6: Gaan B&W in de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1. 2 en Ob art. 13. 5)
Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1. 2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&Hstrategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. ,
Definitief oordeel: Voldoet In hoofdstuk 6 en bijlage 2 worden monumenten
meegenomen in de risicoanalyse en de prioriteitenstelling. In de prioritering is aan het onderdeel bouwen voor monumenten een hoge en voor illegale bouwactiviteiten met betrekking tot monumenten een zeer hoge prioriteit toegekend. Aanvragen voor monumenten worden getoetst door de monumentencommissie (par. 7. 2). Voor de locaties die vallen onder de erfgoedverordening (monumenten) wordt een programmatisch toezichtprogramma opgesteld om verval of slecht onderhoud te voorkomen (par. 7. 3).
Vraag 7: Gaan B&W in de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2 2. 4 en Ob art. 13. 5) ,
Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2. 4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&H-strategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet In de Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-2027 paragraaf 6. 1 en bijlage 2 worden de bestuurlijke uitvoerings- en handhavingstaken met hun prioriteiten aangegeven. Hierin is ook naleving van voorschriften uit het omgevingsplan opgenomen waarbij voor de afzonderlijke taken verschillende prioritering is toegekend. In de Uitvoerings- & Handhavingsstrategie paragraaf 7. 1 wordt aangegeven dat de hiertoe verschillende strategieën (landelijke strategieën aangevuld met regionale ingezet voor uitvoering en handhaving.
afspraken en gemeentelijke werkwijze) worden
Uitvoeringsprogramma Uitvoering & Handhaving 2025 Vraag 8. Werken B&W jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit in een uitvoeringsprogramma , waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende 4
jaar zullen worden verricht , waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Ob art. 13. 6 lid 1)
Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten legt een relatie met de geldende vastgestelde U&H-strategie. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn ,
de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met het bereiken van de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen. met
Definitief oordeel: Voldoet B&W werken jaarlijks de U&H-strategie uit in een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke ,
jaar zullen worden verricht
werkzaamheden het komende houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten. Het college heeft op 21 januari 2025 het Uitvoeringsprogramma VTHV 2025 vastgesteld. In het Uitvoeringsprogramma VTHV 2025 wordt in hoofdstuk 5 aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met gestelde doelen en gestelde prioriteiten. ,
waarbij zij rekening
,
Vraag 9. Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma uitvoerings- en handhaving ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1. 2 en Ob art. 13. 6 lid 1)
Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1. 2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. ,
Definitief oordeel: Voldoet In §5. 4 worden de verwachting van het aantal aanvragen
en de werkwijze beschreven met betrekking tot activiteiten op het gebied van cultureel erfgoed en werelderfgoed. In de bijlage wordt gerapporteerd over prioriteiten en de verdeling van werkzaamheden.
de
Vraag 10: Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma uitvoering- en handhaving ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2 2. 4 en Ob art. 13. 6 lid 1) ,
Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2. 4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet gaan in het Uitvoeringsprogramma VTHV 2025 ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving de regels in het omgevingsplan. Paragraaf 5. 4. gaat in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan.
B&W van
Beoordeling tijdigheid 5
Vraag 11: Stellen B&W het uitvoeringsprogramma uitvoering- en handhaving jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant)
Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt de U&H-strategie uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet B&W stellen het uitvoeringsprogramma jaarlijks vóór 1 februari vast. Het Uitvoeringsprogramma VTHV 2025 is bestuurlijk vastgesteld op 21 januari 2025.
Borging
van
middelen
Vraag 12: Dragen B&W er zorg voor dat: a. De voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden ,
benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn? (Ob art. 13. 10) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van de U&H-strategie benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk In de U&H-strategie hoofdstuk 8 wordt aangegeven dat de doorwerking van de prioriteiten en doelen op de personele en financiële capaciteit plaatsvindt in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en wordt geborgd in de
begroting. Het Uitvoeringsprogramma VTH 2025 geeft in hoofdstuk 4 inzicht in de personeelsformatie met daarbij de ,
beschikbare capaciteit. Tekortkomingen: Het Uitvoeringsprogramma VTH 2025 heeft niet benodigde personele capaciteit en de beschikbare financiële
middelen uiteengezet voor de verschillende werkzaamheden van de eigen organisatie. Verbeterpunten: Neem in het Uitvoeringsprogramma VTH 2025 in de tabellen van de beschikbare personele capaciteit ook de en benodigde personele capaciteit en beschikbare financiële middelen op voor de verschillende werkzaamheden. Hierdoor wordt in een overzicht inzichtelijk gemaakt welke werkzaamheden er zijn welke personele capaciteit benodigd is en welke financiële middelen beschikbaar zijn om deze doelen te behalen. ,
,
Reactie gemeente: Uw aanbeveling nemen wij ter harte. Waar dit mogelijk is binnen ons bedrijfsvoeringconcept nemen wij uw 6
suggestie
over
bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma VTHV 2026.
Zoals in het ‘Uitvoeringsprogramma VTHV 2025’ (blz. 9) is in de Programmabegroting (door de gemeenteraad vastgesteld op 7 november 2024) opgenomen welke financiële middelen zijn toegekend om het uitvoeringsprogramma te kunnen realiseren. Hierin is het volgende opgenomen met betrekking tot de toegekende middelen:
Onder ‘Openbare orde veiligheid en preventie’ vallen de lasten en baten (inclusief personele kosten) voor toezicht en handhaving. ,
Onder ‘Vergunningen’ vallen de lasten en baten (inclusief personele kosten) voor vergunningverlening en het toezicht op omgevingsvergunningen. Verwerking reactie: In dat geval begrijp ik dat dit niet als zodanig is opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Toch zou het voor de volledigheid goed zijn om dit in het uitvoeringsprogramma te schrijven of als aanvullend stuk mee te sturen. Het is goed om te lezen dat de gemeente streeft om dit volgend jaar op te nemen. Akkoord met de toelichting. Het oordeel wordt in positieve zin aangepast: voldoet. Definitief oordeel: Voldoet Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2024 Vraag 13. Rapporteren B&W jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma uitvoering en handhaving heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Ob art. 13.11 ,
lid 1) 7
Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van de U&H-strategie het jaarprogramma of de uitgevoerde U&H-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. ,
,
,
Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk B&W rapporteren jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden
de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. In de U&H-strategie hoofdstuk 5 en paragraaf 7. 7. wordt aangegeven dat de gemeente jaarlijks evalueert of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen en
In het Jaarverslag 2024 VTH wordt in hoofdstuk 4 beschreven in hoeverre de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het
bereiken van de gestelde doelen. Tekortkomingen: In het Jaarverslag VTH 2024 worden alleen onder 4. 3. twee doelen uit de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie geëvalueerd. Er wordt niet geëvalueerd in hoeverre de rest van de activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de overige gestelde doelen. Verbeterpunten: Neem in het Jaarverslag VTH op in hoeverre de activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Reactie gemeente: Uw aanbeveling nemen wij ter harte en zullen hiermee bij het samenstellen van het Jaarverslag VTHV 2025
rekening houden. Verwerking reactie: Het is goed om te lezen dat de gemeente dit streven heeft. De toelichting geeft geen aanleiding om het voorlopig oordeel aan te passen. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk Vraag 14. Wordt naar aanleiding van de evaluatierapportage de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast? (Ob art. 13.11 lid 2) ,
,
Toelichting wetgever: De U&H-strategie wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop de strategie betrekking dient te hebben is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of de vastgestelde strategie door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als strategie is ook mogelijk. ,
,
8
Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
paragraaf 2. 1. beschrijft dat de U&H-strategie een dynamisch document is dat tussentijds aangepast kan worden en jaarlijks wordt geëvalueerd. Tekortkomingen: In het Jaarverslag VTH 2024 worden vaak geen concrete conclusies geschreven. Er wordt niet aangegeven dat de monitorresultaten worden gebruikt om te beoordelen of de U&H-strategie nog voldoende actueel is. Uit de evaluatie blijkt niet dat is bezien of de vastgestelde U&H-strategie moet worden aangepast. Verbeterpunten: Neem in het Jaarverslag VTH een apart hoofdstuk op met conclusies en eventueel vooruitblik naar het nieuwe jaar. Beschrijf hierin dat uit de evaluatie blijkt dat aanpassing van de U&H-strategie al dan niet nodig is. Reactie gemeente: De ‘Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024’ is op 14 mei 2024 vastgesteld door het college (in werking getreden op 17 mei 2024). Het is prematuur om binnen zo’n korte periode de U&H-strategie aan te passen. Overigens heeft dit impliciet wel plaatsgevonden door een aanpassing van de gestelde prioriteiten. Kortheidshalve wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Kaders onder het kopje Prioriteiten (blz. 7). ,
Verwerking reactie: In dat geval begrijp ik dat er geen conclusie is beschreven. Hoewel aanpassing niet noodzakelijk is dient de strategie jaarlijks geëvalueerd te worden om vast te stellen of wijzigingen nodig zijn. Graag verzoeken wij de gemeente om volgend jaar de uitvoerings- en handhavingsstrategie te bezien en waar nodig aan te passen. De toelichting geeft geen aanleiding om het voorlopig oordeel aan te passen. ,
Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk Vraag 15. Gaan B&W in de evaluatierapportage ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1. 2 en Ob art. 13. 11)
Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1. 2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de evaluatierapportage wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. D. w. z. dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging sloop of verwijdering’. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. ,
,
Definitief oordeel: Voldoet Er wordt gerapporteerd over het toezicht op monumenten. Verder is de aandacht voor erfgoed summier. In 2024 lijkt de aandacht -begrijpelijkerwijs- met name uitgegaan te zijn naar het leggen van de kaders voor de uitvoering van de VTHV-taken. In de strategie en het uitvoeringsprogramma 2025 is de aandacht voor erfgoed
wel prominenter aanwezig. Vraag 16: Gaan B&W in de evaluatierapportage ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2 2. 4 en Ob art. 13. 11) ,
9
Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2. 4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de evaluatierapportage ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. D. w. z. dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving en de verlening van omgevingsvergunningen. De genoemde omgevingsvergunningen gaan over de activiteiten bouwen van een bouwwerk het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan beheerverordening exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan een beheerverordening een exploitatieplan de planregels of een voorbereidingsbesluit en het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan beheerverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Definitief oordeel: Voldoet In het Jaarverslag 2024 VTH wordt ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving van de regels van het omgevingsplan. Hier worden zowel de uitgevoerde activiteiten en de inzet geëvalueerd.
Beoordeling tijdigheid Vraag 17. Stellen B&W de evaluatierapportage jaarlijks vóór 1 mei vast?
(Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet B&W stellen het evaluatierapport jaarlijks vóór 1 mei vast. Op 8 april 2025 is het Jaarverslag VTHV 2024 door
het college vastgesteld.
Eindoordeel kwaliteit (exclusief
11 en 17) Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen is het eindoordeel: voldoet vragen
,
Toetsingsvragen Score Voldoet (2 punten) Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt) Score Voldoet niet (0 punten)
Totaal aantal punten Eindoordeel o. b. v. punten
Toelichting eindoordeel:
Aantal
Punten
15 13 2 0
26 2
-
28
-
28/30 x 100 = 9333 ,
≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet
10
Eindoordeel tijdigheid (vragen 11
en
17)
Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen
,
is het oordeel:
voldoet
11