80-2021 Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling Gemeente
-
R oosen daal
Datum:
14 december 2021
Van:
het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Wethouder Koenraad
Aan:
de raad van de gemeente Roosendaal
Steller:
Lieke Verstraaten en Loes Kokken
Kopie aan:
Jeugdbeleid, Ondersteunen & Meedoen, Karen Duys, Sjoerd Veldhuizen
Onderwerp:
Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen
Bijlage:
Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen
.D
Zaaknummer:45484t
Kennisnemen van De Be leidsagenda Bestaa nszekerheid Jeugd igen.
lnleiding ln de gemeente Roosendaal leven 2.22O jeugdigen in armoede. Dit komt neer op een percentage van 15%. Deze jeugdigen groeien op in een huishouden met een inkomen tot L2O% van het Wettelijk Sociaal Minimum (Wsm). De situatie in de gemeente Roosendaal is, afgezet tegenover gemeenten van vergelijkbare grootte, bovengemiddeld. Armoede op jonge leeftijd verhoogt de kans op armoede tijdens de volwassen leeftijd. Door een gebrek aan financiële middelen kunnen jeugdigen n¡et meedoen aan allerlei activiteiten die hen leerervaringen bieden en die hen in contact brengen met andere jeugdigen en volwassenen. Dit heeft niet alleen een negatieve invloed op hun ontwikkeling. Het beperkt ook de opbouw van een breed sociaal netwerk. Beide aspecten hebben invloed op toekomstkansen. Jeugdigen die opgroeien in armoede lopen daarbij een groter risico om voortijdig, zonder startkwalificatie, hun opleîding te beëindigen. Hiermee verkleinen ze de kans op werk en inkomen, dat hen voldoende voldoening biedt. Om jeugdigen en volwassenen een uitweg te bieden uit armoede heeft de gemeente de themalijnen
bestaanszekerheid geformuleerd (raadsmededeling themalijnen bestaanszekerheid 2l april2O2Ol, waarlangs het integraal armoedebeleid het afgelopen jaar verder is geintensiveerd. Eén themalijn is exclusief gericht op het tegengaan van kinderarmoede. Met deze Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen wordt invulling gegeven aan deze themalijn. I
nformatie/kernboodschap
Op initiatief van portefeuillehouder wethouder Koenraad is vanuit Bestaanszekerheid de samenwerking binnen het college gezocht. Dit is tot uiting gekomen in een gezamenlijke ambitie waarbij de verbinding is
gemaakt met de Jeugdagenda, met thema's als onderwijs, sport en arbeidsmarktparticipatie én met de aanpak tegen eenzaamheid. Vanuit de gezamenlijke ambitie is de Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen tot stand gekomen. ln aansluiting op de Jeugdaeenda staan in deze beleidsagenda twee overkoepelende ambities centraal. Beiden hebben als doel het vergroten van de kansen voor de toekomst van jeugdigen. De eerste ambitie betreft het vergroten van kansengelijkheid. De tweede ambitie het vergroten van kindinclusie. Deze worden als volgt omschreven: o Kansengelijkheid - iedere jeugdige krijgt gelijke kansen ledere jeugdige moet zich volledig kunnen ontwikkelen.Zijn of haar achtergrond, het opleidingsniveau van ouders of hun fínanciële situatie mag geen invloed hebben op de ontwikkeling. o Kindinclusie - iedere jeugdige kan meedoen en zijn/haar talenten ontplooien Ongeacht de financiële middelen en maatschappelijke positie krijgen jeugdigen de kans om deel te nemen in de samenleving (onderwijs-, sport-,cultuur- en/of vrijetijd activiteiten),
Om deze overkoepelende ambities te bereiken zijn twee focuspunten geformuleerd die we als startpunten inzetten. Deze focuspunten zün: (1) vroegsignalering en (2) wezenlijk contact maken. Vanuit deze focuspunten worden verschillende acties in gang gezet. De beleidsagenda heeft als doel alle betrokkenen, zowel intern als extern, bewust te maken van de gevolgen van (kinder)armoede, te ¡nformeren, te inspireren én bovenal hen concrete handvatten te b¡eden om in actie te komen.
Consequenties Om uitvoering te geven aan de acties uit de Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen wordt gebruik gemaakt van de Klijnsma gelden en de decentralisatie-uitkering armoede bij kinderen. De gemeente ontvangt jaarlijks (structureel) tussen de € 725.000 en €750.000 aan middelen om in te zetten op de aanpak van kinderarmoede. Dit is naar verwachting voldoende om de acties uit te voeren. Communicatie Externe partners, de adviesraad sociaal domein en de gemeenteraad zijn door middel van twee themabijeenkomsten kínderarmoede (26 mei en 16 november 2O2Il geïnformeerd en meegenomen in de totstandkoming van de beleidsagenda. Wethouder Koenraad voert in de week van 17 januari een persgesprek om de beleidsagenda naar buiten te brengen.
-
Vervolg(procedure) De gemeenteraad wordt jaarlijks op de hoogte gehouden van de voortgang van de uitvoering van de
-
beleidsagenda.
Bijlagen
L. Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen Afsluiting en ondertekening Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosenda De secretaris,
De bu
Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen 2022
Inhoudsopgave Inleiding .......................................................................................................................................3
1. De totstandkoming van de Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen...........5 A. Bestuurlijk niveau...................................................................................................................5 B. Beleid en uitvoering..............................................................................................................5 C. Externe Partners....................................................................................................................5 D. De doelgroep.........................................................................................................................6
2. De context van armoede....................................................................................................8 A. Wanneer spreken we over armoede?...............................................................................8 B. Wie heeft de grootste kans op een leven in armoede?.................................................8 C. Wat zijn de gevolgen van armoede?.................................................................................8 D. Wat is de stand van zaken rondom kinderarmoede in de gemeente Roosendaal?... 9 E. Waarom is een speciale armoede-aanpak gericht op kinderen en jongeren belangrijk?...............................................................................................................................9 F. Waaraan moet Kindgericht Armoedebeleid voldoen?.................................................10
3. De ambities en focuspunten van de Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen................................................................................................................................. 12 A. Overkoepelende ambities in aansluiting op de Jeugdagenda...................................12 B. Acties om deze ambities te bereiken..............................................................................12 C. Focuspunt 1: Vroegsignalering.........................................................................................14 Wat is het?.............................................................................................................................14 Waarom is het belangrijk?..................................................................................................14 Wat doen we al?..................................................................................................................15 Wat gaan we meer en/of beter doen?............................................................................15 Wie gaan we hierbij betrekken en hoe gaan we verder?............................................16 D. Focuspunt 2: Wezenlijk contact maken met de doelgroep....................................... 17 Wat is het?.............................................................................................................................
17 Waarom is het belangrijk?.................................................................................................. 17 Wat doen we al?.................................................................................................................. 17 Wat gaan we meer en/of beter doen?............................................................................18 Wie gaan we hierbij betrekken en hoe gaan we verder?............................................18 E. Effecten monitoren.............................................................................................................19
2
Inleiding Armoede op jonge leeftijd heeft vaak negatieve gevolgen voor de bestaanszekerheid van een volwassene. Armoede vergroot het risico op sociale uitsluiting en drukt aanzienlijk op de kansengelijkheid. Deze omstandigheden versterken - al dan niet in wisselwerking met elkaar - de kans op levenslang leven in armoede en op het overdragen van armoede op de volgende generatie1. Wie zich buitengesloten voelt, heeft de neiging zich verder uit de samenleving terug te trekken. Minder participatie vergroot niet alleen het gevoel van eenzaamheid. Het verkleint tevens het sociale netwerk en minimaliseert het aantal kansen op leren en experimenteren, waardoor kansenongelijkheid toeneemt en maatschappelijke participatie verder afneemt. Hierdoor dreigen mensen steeds verder af te zakken in een neerwaartse spiraal, waaraan zij zelfstandig nauwelijks lijken te kunnen ontsnappen. Voor jeugdigen geldt dit in sterkere mate daar hun afhankelijkheid van anderen groter is. Om jeugdigen en volwassen een uitweg1 uit deze situatie te bieden heeft de gemeente een zestal themalijnen geformuleerd waarlangs het integraal armoedebeleid het afgelopen jaar verder is geïntensiveerd. De focus van het armoedebeleid is verschoven van enkel ‘het verbeteren van voorzieningen’ naar ‘het versterken van verbinding tussen samenwerkende partijen en de verduurzaming van de armoedeaanpak’.
Eén van de zes themalijnen is exclusief gericht op het tegengaan van kinderarmoede. Met deze Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen wordt op hoofdlijnen invulling gegeven aan de themalijn ‘Kindgericht Armoedebeleid’. In deze beleidsagenda formuleren we - in aansluiting op de Jeugdagenda - de overkoepelende ambities van de aanpak kinderarmoede: het verbeteren van ‘kansengelijkheid’ en het versterken van ‘kindinclusie’. Eveneens worden in deze beleidsagenda de twee focuspunten uiteengezet die als concrete startpunten moeten dienen bij het bereiken van de overkoepelende ambities. Met deze beleidsagenda richten we ons uitdrukkelijk op alle partners binnen én buiten de gemeente, die direct én indirect betrokken zijn bij de aanpak van kinderarmoede. Deze beleidsagenda heeft tot doel alle betrokkenen bewust te maken van de gevolgen van (kinder)armoede, te informeren, te inspireren én bovenal het bieden van concrete handvatten om in actie te komen. Dit met vereende krachten én in samenhang met elkaar, ieder vanuit zijn eigen positie en eigen mogelijkheden om werk te maken van het tegengaan van kinderarmoede in de gemeente Roosendaal.
1. In aansluiting op de Social Development Goal #1: end poverty in all its forms everywhere
3
4
1. De totstandkoming van de Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen In het visiedocument Integraal Armoedebeleid zijn de toekomstambities als het gaat om armoedebestrijding en preventie in grote lijnen uiteengezet. Het document biedt aanknopingspunten voor een armoede-aanpak in algemene zin en enkele handreikingen gericht op de aanpak van kinderarmoede in meer specifieke zin. Multi-dimensionaliteit, integraliteit (op verschillende leefgebieden) en samenwerking met partners zijn enkele centrale thema’s die ook bij de totstandkoming van deze beleidsagenda als uitgangspunten hebben gediend2.
A. Bestuurlijk niveau Op initiatief van portefeuillehouder wethouder Koenraad is vanuit Bestaanszekerheid de samenwerking binnen het college gezocht. Het belang van een aanpak tegen kinderarmoede is door het college onderstreept en tot uiting gekomen in een gezamenlijke ambitie. In aansluiting daarop is de verbinding gemaakt met de Jeugdagenda, met thema’s als onderwijs, sport en arbeidsmarktparticipatie én met de aanpak tegen eenzaamheid. Met deze
1
bundeling van krachten wordt de noodzaak van samenwerking en integraliteit voor een succesvolle armoedeaanpak wederom benadrukt.
B. Beleid en uitvoering Deze gezamenlijke ambitie en prioritering in twee ‘focuspunten’ zijn voorgelegd aan zowel professionals van beleid als van de uitvoering. Aan de hand van rondetafelgesprekken zijn de kansen en valkuilen besproken, zijn oplossingen en nieuwe ideeën opgehaald en zijn de reeds bestaande ondersteunende regelingen en programma’s verder in kaart gebracht.
C. Externe Partners Alle opbrengsten uit voorgaande overleggen en bijeenkomsten zijn samengevoegd en in een overkoepelende themabijeenkomst op 26 mei 2021 aan externe partners voorgelegd. Met de uitkomsten van deze bijeenkomst zijn de focuspunten verder ingevuld. Tijdens deze bijeenkomsten is niet alleen de noodzaak tot samenwerking nog eens benadrukt, maar is uitdrukkelijk ook gewerkt aan samenhang en integraliteit. Daarnaast is informatie opgehaald bij basisschooldirecteuren en docenten van een middelbare school. Tijdens de tweede themabijeenkomst op 16 november 2021 zijn, gezamenlijk met de externe partners, de puntjes op de ‘i’ gezet.
2. Een integrale samenhangende aanpak, waarbij wordt ingezet op samenwerking met diverse partijen én de betrokkenheid van de doelgroep wordt reeds in 2017 aanbevolen door de Nationale Kinderombudsman: Alle kinderen kansrijk (2017) [https://www.dekinderombudsman.nl/publicaties/ rapport-alle-kinderen-kansrijk]. Dit advies wordt door verschillende partijen overgenomen, waaronder door het Nederlands Jeugdinstituut.
5
D. De doelgroep Tegelijkertijd is er gewerkt aan het verrijken van het beeld van de doelgroep. De Armoedemonitor (2020) heeft hierbij als uitgangspunt gediend. Cijfers en indicatoren van risicogroepen onder jeugdigen zijn aangevuld met tastbare en minder tastbare kenmerken die het beeld van de doelgroep, voor met name beleidsmakers en bestuurders, moeten verlevendigen. Met als doel om het perspectief van de doelgroep centraal te kunnen stellen en daar passende ondersteuning op te kunnen bieden. Aan de hand van interviews met professionals die werken met de doelgroep, zoals jongerenwerkers, onderwijzers en welzijnswerkers én aan de hand van ontmoetingen met de doelgroep zelf, zijn de cijfers ‘ingekleurd’. Toekomstige ondersteuning kan hierdoor beter worden toegesneden op de behoeften van de doelgroep, waardoor deze effectiever zal zijn en de doelgroep beter wordt bereikt. Let wel, dit is geen eindig proces. De doelgroep zal ook in de toekomst in beeld moeten blijven om effectief te kunnen blijven zijn in de aanpak van armoede. Deze beleidsagenda is juist hierom uitdrukkelijk ook gericht op het in beeld krijgen en houden van jeugdigen die opgroeien in armoede.
Tot slot is bij de totstandkoming van deze beleidsagenda ook gebruik gemaakt van inzichten van experts op het gebied van de bestrijding van kinderarmoede en de kindgerichte armoede-aanpak, zoals de Kinderombudsman, het Nederlands Jeugdinstituut en Divosa, om voort te bouwen op wat werkt (‘best practises’) en om bekende valkuilen te omzeilen.
6
7
2. De context van armoede A. Wanneer spreken we over armoede? Volgens de definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau zijn mensen arm ‘wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden’. Om deze definitie te concretiseren is een zogeheten lage-inkomensgrens3 bepaald, waarbij de kans op armoede toeneemt zodra een persoon of gezin onder die grens valt. Deze grens verschilt per type huishouden. De gemeente Roosendaal heeft de grens bepaald op 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm).
B. Wie heeft de grootste kans op een leven in armoede? Geldgebrek is de basis van armoede. Mensen zonder betaald werk en mensen met een uitkering leven relatief vaak in armoede. Armoede treft echter ook mensen met een inkomen. Mensen met een parttimebaan, een nulurencontract of zzp’ers leven verhoudingsgewijs vaker onder de lage-inkomensgrens. Jeugdigen die opgroeien in deze gezinnen leven derhalve vaker in armoede. Zo ook jeugdigen die opgroeien in eenoudergezinnen en in gezinnen van nietwesterse immigranten. In de gemeente Roosendaal is dit beeld niet anders blijkt uit de Armoedemonitor. Daarbij zien we dat in de gemeente Roosendaal jeugdigen in de wijken Langdonk, Kroeven, Kalsdonk en Westrand een hogere kans hebben om op te groeien in armoede. Met deze beleidsagenda richten we
1
ons op jeugdigen (0 tot 24 jaar) die opgroeien en leven in armoede.
C. Wat zijn de gevolgen van armoede? Armoede kent veel dimensies die sterk met elkaar samenhangen. Zo heeft armoede niet alleen invloed op de financiële positie van mensen. Het raakt ook aan gezondheid, woon- en werkomstandigheden, opleidingskansen en vrijetijdsbesteding. Al deze omstandigheden werken in elkaar door en bepalen de kwaliteit van het leven. Armoede ondermijnt zodoende de bestaanszekerheid van mensen. Door verlies van werk, het niet kunnen betalen van rekeningen, de opbouw van schulden en de daaropvolgende kans op huisuitzetting door bijvoorbeeld huurachterstand leiden tot een hoge mate van onzekerheid. En deze leidt vervolgens vaak tot langdurige stress die de mentale en fysieke gezondheid van mensen zodanig beïnvloedt dat bijvoorbeeld het zoeken en vinden van een nieuwe baan onder druk komt te staan. Mensen komen zo steeds verder in een neerwaartse spiraal terecht die leidt tot bestaanszonzekerheid. Bestaanszekerheid is onlosmakelijk verbonden met armoede. De armoedeaanpak van de gemeente en daarmee ‘Kindgericht Armoedebeleid’ vallen daarom binnen de portefeuille Bestaanszekerheid.
3. Beschrijving van en informatie over de lage-inkomensgrens is te vinden op de website van het Centraal Bureau voor Statistiek [https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/laaginkomen#:~:text=Het%20resulterende%20gestandaardiseerde%20en%20gedefleerde,deze%20op%20 zijn%20hoogst%20was]
8
D. Wat is de stand van zaken rondom kinderarmoede in de gemeente Roosendaal? In de gemeente Roosendaal leven 2.220 jeugdigen in armoede. Dit komt neer op een percentage van 15%4. Deze jeugdigen groeien op in een huishouden met een inkomen tot 120% van het Wsm. De situatie in de gemeente Roosendaal is, afgezet tegenover gemeenten van vergelijkbare grootte, bovengemiddeld. Op landelijk niveau geldt namelijk een gemiddelde van 10,3%5. Zoals onder B genoemd hebben jeugdigen die in de wijken Langdonk, Kroeven, Kalsdonk en Westrand wonen het hoogste risico om op te groeien in armoede. Echter gaat het hier vooral om statistische gegevens. De gemeente wil deze gegevens verrijken met kwalitatieve gegevens door middel van de acties die voortkomen uit deze beleidsagenda.
E. Waarom is een speciale armoede-aanpak gericht op kinderen en jongeren belangrijk? Armoede op jonge leeftijd verhoogt de kans op armoede tijdens de volwassen leeftijd6. Door een gebrek aan financiële middelen kunnen jeugdigen niet meedoen aan allerlei activiteiten die hen leerervaringen bieden en die hen in contact brengen met andere jeugdigen en volwassenen. Dit heeft niet alleen een negatieve invloed op hun ontwikkeling. Het beperkt ook de opbouw van een breed sociaal netwerk. Beide aspecten hebben invloed op toekomstkansen. Jeugdigen die opgroeien in armoede lopen daarbij een groter risico om voortijdig, zonder startkwalificatie, hun opleiding te beëindigen. Hiermee verkleinen ze de kans op werk en inkomen, dat hen voldoende voldoening biedt.
1
Doordat jeugdigen minder meedoen aan allerlei activiteiten is ook de kans op sociale uitsluiting groot. Het gevoel buitengesloten te worden en niet mee te tellen heeft grote invloed op zowel jonge leeftijd als later tijdens de volwassen leeftijd. Dit is zogezegd een negatief proces dat zichzelf lijkt te versterken en dat veelal leidt tot het zich steeds verder terugtrekken uit het collectieve leven waardoor sociale uitsluiting toeneemt en maatschappelijke participatie en aansluiting afneemt (figuur 1).
Figuur 1. Hoe minder middelen leiden tot (een gevoel van) uitsluiting en kans op blijvende armoede
4. Armoedemonitor gemeente Roosendaal 2020. Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke minimabeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Roosendaal 5. Monitor A0J [https://monitoraoj.nl/kinderen-in-armoede/#] 6. Rapport opgroeien en opvoeden in armoede van het Nederlands Jeugdinstituut
9
Kortom, armoede op jonge leeftijd werkt door op de kansen voor de toekomst en verhoogt het risico op bestaansonzekerheid. Een armoede-aanpak enkel gericht op jeugdigen is niet alleen relevant voor alle kinderen en jongeren die nu opgroeien in armoede; deze aanpak is belangrijk voor de samenleving als geheel.
F. Waaraan moet Kindgericht Armoedebeleid voldoen? Om effectief beleid te ontwikkelen dat gericht is op de aanpak van kinderarmoede kunnen we te rade gaan bij de nationale kinderombudsman en haar collega’s in het land. In het rapport Alle kinderen kansrijk (2017) doet de Kinderombudsman enkele aanbevelingen. Deze worden onderschreven door het Nederlands Jeugdinstituut. Recent onderzoek (2021) van de Kinderombudsman van regio Rotterdam onderschrijft het rapport en voegt aandachtspunten toe. Een belangrijk deel van alle aanbevelingen is gericht op het verbeteren van de (financiële) positie van ouders, waardoor het leven van een gezin als geheel verbetert. De aanpak van schulden, het verbeteren van huisvesting en leefomstandigheden plus het verbeteren van het toekomstperspectief van ouders komen ook de kinderen in het gezin ten goede. De aanpak van kinderarmoede vereist een integrale aanpak waarbinnen de thema’s als wonen, werk en inkomen, onderwijs en vrijetijdbesteding in samenhang met elkaar moeten worden opgepakt. Het genoemde rapport uit 2021 voegt enkele praktische tips toe. Zoals het vereenvoudigen van de aanvraagprocedure voor ondersteunende maatregelen; het vergroten van de bekendheid van gemeentelijke regelingen en van
1
ondersteunend aanbod van externe partners én het betrekken van jeugdigen bij het opstellen van de regelingen die voor hen bedoeld zijn. In het Integraal Armoedebeleid van de gemeente vinden we de meeste van deze aanbevelingen gericht op gezin en ouders terug. Met deze beleidsagenda richten we ons uitdrukkelijk op de aanbevelingen die specifiek gericht zijn op kinderen en jongeren.
10
11
3. De ambities en focuspunten van de Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen A. Overkoepelende ambities in aansluiting op de Jeugdagenda In aansluiting op de Jeugdagenda staan in deze beleidsagenda twee overkoepelende ambities centraal. Beiden hebben als doel het vergroten van de kansen voor de toekomst van jeugdigen. De eerste ambitie betreft het vergroten van kansengelijkheid. De tweede ambitie het vergroten van kindinclusie. Deze worden als volgt omschreven:
KANSENGELIJKHEID Iedere jeugdige krijgt gelijke
KINDINCLUSIE
kansen
Iedere jeugdige kan meedoen en
Iedere jeugdige moet zich
zijn/haar talenten ontplooien
volledig kunnen ontwikkelen.
Ongeacht de financiële middelen
Zijn of haar achtergrond, het
en maatschappelijke positie
opleidingsniveau van ouders of
krijgen jeugdigen de kans om
hun financiële situatie mag
deel te nemen in de samenleving
geen invloed hebben op de
(onderwijs-, sport-, cultuur- en/
ontwikkeling.
of vrijetijd activiteiten).
1
Beide ambities zijn relevant voor alle jeugdigen die opgroeien in de gemeente Roosendaal. Voor jeugdigen die leven in armoede staan deze ambities doorgaans meer onder druk dan voor leeftijdsgenoten die opgroeien in gezinnen zonder financiële problemen. Met de Beleidsagenda Bestaanszekerheid Jeugdigen beoogt de gemeente de bestaanszekerheid van jeugdigen die opgroeien in armoede te bevorderen. Dat houdt in dat we werk maken van het toerusten van jeugdigen in onze gemeente, zodat zij een goede start kunnen maken richting een leven als volwassene met (uitzicht op) werk en/of onderwijs en een vast inkomen.
B. Acties om deze ambities te bereiken Ambities vereisen actie. In de gemeente Roosendaal lopen al verschillende programma’s en initiatieven om kansengelijkheid en kindinclusie van jeugdigen te bevorderen. Figuur 2 toont de opsomming van bestaande initiatieven en programma’s die de gemeente Roosendaal biedt. Deze zijn verdeeld over thema’s die raken aan de armoedeproblematiek en verschillende leeftijdscategorieën tussen 0 en 23 jaar.
12
Programma
Doel
Leeftijdsgroep
Middelen
Werk
Veiligheid
Meedoen
1
Kansrijke Start Stichting Babyspullen
1
Peuteropvangregeling
1
1
12 - 18 jaar
X
X
X
X
X
X
X
X
1 1
Gelijke Kansen Alliantie
1
Taal- en schakelprogramma’s
1
1
1
X
1
X 1
Voorleesexpress Jeugdprofessional (Onderwijs)
1
Buurtsportcoaches
1
JOGG
1
18 - 24 jaar
X
1
1
4 - 12 jaar
X 1
Don Bosco
0 - 4 jaar X
Stichting Buurtgezinnen
Jeugdontbijt Roosendaal
Wonen
1
X 1
1
1
1 1
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
MoneyWays
1
X
X
Financieel spreekuur Curio
1
X
X
Get a Grip
1
Join Us
X
X
X
JGZ
1
1
X
Consultatiebureau (TWB)
1
1
X
1 1
X 1
1
1
1
1
1
Voorschoolse educatie (VVE)
1
Leerplicht Stichting Leergeld
1
1
1
GGD
1
X
X
Jongerenwerk
Jeugdprofessionals (IOR)
1
X 1
1
Stichting Paul
1
Jeugdfonds cultuur
1
Bijdrage schoolkosten
1
Kledingbank
1
Meedoenregeling volwassenen
1
Quiet Community
1
X
X
X
X
X
X
X
X 1
1 1
1
X
X
X
X
1
X
X
1
X
X
1
X X
1
X
X
X
1 1
X X
X
X
Figuur 2. Overzicht programma’s (niet uitputtend)
Ondanks dat de gemeente mooie programma’s en hulpverlening biedt groeien nog te veel jeugdigen in Roosendaal op in armoede, maar liefst 2.220. Als gevolg van de Coronapandemie en stijgende inflatie en energieprijzen zal dit aantal vermoedelijk toenemen. Daarnaast blijkt uit de Armoedemonitor dat nog niet alle jeugdigen die er recht op hebben gebruik maken van de regelingen. Dit betekent niet alleen dat we actief aan de slag moeten blijven met onze armoedeaanpak. Het betekent ook dat we moeten inzetten op effectievere ondersteuning van jeugdigen, zodat we onze ambities, kansengelijkheid en kindinclusie, bereiken.
12
Om deze overkoepelende ambities te bereiken zijn twee focuspunten geformuleerd die we als startpunten inzetten. Deze focuspunten zijn:
1Vroeg-
2Wezenlijk
signalering
contact maken
C. Focuspunt 1: Vroegsignalering Wat is het? Vroegsignaleren in de context van kinderarmoede betekent: het opvangen van signalen of kenmerken die wijzen op armoede met als doel jeugdigen (en hun ouders/verzorgers) in zo’n vroeg mogelijk stadium ondersteuning te bieden om
1
problemen voor te zijn of op te lossen. Vroegsignaleren beperkt zich niet alleen tot het opmerken van armoedesignalen maar gaat ook over het bespreekbaar maken van de situatie en waar nodig tot het verwijzen naar gerichte hulpverlening.
Waarom is het belangrijk? Vroegsignaleren kan voorkomen dat jeugdigen langdurig worden blootgesteld aan de gevolgen van armoedeproblemen in het gezin. Vroegsignalering bij jeugdigen kan bijdragen aan het wegnemen van obstakels die de ontwikkeling van het kind beperken. Bij jongeren en schoolverlaters kan vroegsignalering bijvoorbeeld voorkomen dat zij grote schulden opbouwen, waardoor hun perspectief op de toekomst beperkt wordt. Kortom: alert zijn op signalen van armoede en het vervolgens bespreekbaar maken kan jeugdigen (en hun ouders/verzorgers) helpen hun situatie bespreekbaar te maken en kan de weg vrijmaken naar hulpverlening waardoor de ontwikkeling van de jeugdige niet langer onder druk komt te staan. Het kan de deur openzetten voor meer kansengelijkheid en minder sociale uitsluiting.
Wat doen we al? Naast reguliere hulpverlening biedt de gemeente verschillende programma’s en initiatieven om ondersteuning te bieden aan jeugdigen die opgroeien in armoede (figuur 2). Deze voorzieningen worden echter niet door iedereen gevonden, omdat deze ofwel niet bekend zijn bij de doelgroep, de doelgroep door schaamte geen hulp aanvraagt of de doelgroep niet weet hoe zij deze hulp kan aanvragen.
14
De gemeente zet op verschillende manieren in op vroegsignalering. Bijvoorbeeld door middel van de aanpak Vroeg Eropaf. Bij beginnende betalingsachterstanden bij vaste lasten wordt een hulpaanbod gedaan door de gemeente. Als het gezin het hulpaanbod accepteert, wordt altijd gekeken of er minderjarige kinderen in het gezin aanwezig zijn en welke ondersteuning zij nodig hebben. Daarnaast volgt het consultatiebureau (0 tot 4 jaar) de groei en ontwikkeling van jongere kinderen. Dit stelt hen in staat om te vroegsignaleren. Ook het actieprogramma Kansrijke Start, waarbij de eerste 1000 dagen van het kind centraal staan, zorgt ervoor dat kwetsbare kinderen al vroeg in beeld komen bij de gemeente.
Wat gaan we meer en/of beter doen? ACTIE 1
Signalenkaart armoede
Om armoede bij een jeugdige te signaleren is kennis van specifieke signalen en kenmerken noodzakelijk. De gemeente gaat een signalenkaart armoede ontwikkelen en zal deze aanbieden aan externe partners die in contact staan met jeugdigen. ACTIE 2
Handreiking Bespreekbaar maken signalen
Omdat we met signaleren alleen niet veel verder komen gaat de gemeente een handreiking ontwikkelen die vrijwilligers en professionals ondersteunt bij het bespreekbaar maken van de signalen die wijzen op armoede. Deze handreiking zal aanknopingspunten bieden voor het toepassen van gesprektechnieken en om bijvoorbeeld vraagverlegenheid te ondervangen. Deze handreiking zal met alle betrokkenen in de gemeente Roosendaal die in contact staan met jeugdigen,
1
intern en extern, van professioneel tot vrijwilliger worden gedeeld. ACTIE 3
Overzicht van alle ondersteuningsregelingen en programma’s in de
gemeente Roosendaal Omdat tijdens het bespreken van armoedesignalen kan blijken dat externe hulp of ondersteuning wenselijk of zelfs noodzakelijk is, zal de gemeente het initiatief nemen om een overzicht samen te stellen van alle ondersteuningsregelingen en programma’s in Roosendaal. Met ‘alle’ bedoelen we ook alle mogelijkheden en particuliere initiatieven. Voor een volledig en up-to-date overzicht is derhalve de input van externe partijen noodzakelijk. Dit overzicht zal jaarlijks worden geactualiseerd en vervolgens worden gedeeld met al die organisaties waarbij vroegsignalering op armoede zinvol is. Te denken valt aan het Consultatiebureau, Kansrijke Start, de Voorleesexpress, scholen, diverse zorgverleners zoals huisartsen en tandartsen, Vluchtelingenwerk alsmede particuliere initiatieven en andere zogenaamde ‘vindplaatsen’. ACTIE 4
Vast contactpunt
Omdat blijkt dat zowel aan de zijde van professionals en vrijwilligers als van de doelgroep niet altijd duidelijk is bij wie zij terecht kunnen als problemen door armoede worden gesignaleerd, wil de gemeente onderzoeken of zij bijvoorbeeld binnen Inwonersondersteuning Roosendaal één vast aanspreekpunt (team/ mailadres/whatsappnummer) kan realiseren waar mensen bij vroegsignalering te rade kunnen gaan.
15
Wie gaan we hierbij betrekken en hoe gaan we verder? Signalenkaart De gemeente gaat aan de slag met de ontwikkeling van deze signalenkaart en deelt deze in 2022 actief met externe partners. Daarnaast zet de gemeente in op het herhaaldelijk onder de aandacht brengen van deze signalenkaart. Handreiking Bespreekbaar maken signalen Tijdens de themabijeenkomst op 16 november 2021 is uitgevraagd bij externe partners wat zij graag terug willen zien in de handreiking. Daarbij kan gedacht worden aan: - Hoe om te gaan met handelingsverlegenheid? - Hoe om te gaan met schaamte en taboe? - Stappenplan voor het aangaan van een gesprek (voor professionals en vrijwilligers) - Hoe om te gaan met AVG? - Hoe kan ik goed doorverwijzen? De behoeften van externe partners komen terug in de handreiking. Indien nodig, wordt met een aantal externe partners nog contact gezocht om de verwachtingen helder te krijgen. Met als doel dat de handreiking echt aansluit op de behoeften van vrijwilligers en professionals. De handreiking zal in 2022 worden ontwikkeld en gedeeld met externe partners. Overzicht van alle ondersteuningsregelingen en programma’s in de gemeente Roosendaal
1
Een groot aantal externe partners heeft tijdens de themabijeenkomst van 16 november 2021 aangegeven het overzicht actueel te willen houden. De gemeente neemt jaarlijks het initiatief om het overzicht jaarlijks te actualiseren en vraagt de externe partners te helpen. In het eerste kwartaal van 2022 zal deze actie voor het eerst worden uitgezet. Vast contactpunt De gemeente gaat een onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheden om een vast contactpunt te realiseren in samenwerking met Inwonersondersteuning Roosendaal en de Jeugdprofessionals. In het eerste kwartaal van 2022 wordt gestart met het onderzoek.
D. Focuspunt 2: Wezenlijk contact maken met de doelgroep Wat is het? Onder wezenlijk contact maken verstaan we binnen de context van deze beleidsagenda het volgende: zodanig contact maken met jeugdigen om te ontdekken wat er écht speelt en welke hulp werkelijk nodig is. Met andere woorden: door écht contact te maken met de doelgroep willen we jeugdigen die in de gemeente Roosendaal opgroeien in armoede, beter leren kennen. We willen hun leef- en belevingswereld leren kennen. En hun behoeften en noden beter begrijpen. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de experts die op basis van hun onderzoek aannemelijk maken dat wezenlijk contact maken met jeugdigen meerwaarde oplevert voor de aanpak van kinderarmoede.
16
Waarom is het belangrijk? De programma’s en regelingen die speciaal voor deze doelgroep zijn ontworpen sluiten vaak niet volledig aan bij de behoeften van deze jeugdigen. Waar hun ouders steun willen bij het bekostigen van bijvoorbeeld bijles en internet, vragen kinderen meer om eten, kleding en ‘een fijn thuis’. Door kinderen en jongeren te betrekken bij de vormgeving van regelingen en door hen vooraf mee te laten denken over mogelijke programma’s wordt de kans dat deze ondersteunende middelen beter aansluiten groter en daarmee wordt de uitwerking van beleid effectiever. De manier om deze kennis te verzamelen is via het wezenlijk contact met jeugdigen. Wezenlijk contact maken is niet alleen belangrijk omdat we daarmee relevante informatie over leven, beleven, behoeften en noden kunnen verzamelen waarmee ondersteunende programma’s en interventies kunnen worden geoptimaliseerd. Wezenlijk contact maken draagt ook bij de overkoepelde ambities van ons Jeugdbeleid in algemene zin en de ambities van deze beleidsagenda in specifieke zin. Een bijkomend voordeel ligt namelijk op het niveau van betrokkenheid. Sociale uitsluiting en armoede zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Veel jeugdigen die opgroeien in armoede ervaren een gevoel van ‘buitengesloten worden’. Door echt in contact te treden met jeugdigen voelen zij zich meer gezien en gehoord.
Dit heeft een positief effect op hun zelfbeeld en daarmee op het najagen van kansen en dus ook op kansengelijkheid (zie ook figuur 1).
Wat doen we al? De gemeente Roosendaal heeft sinds 2012 een Jongerenraad Roosendaal. De
1
Jongerenraad is een belangenbehartiger voor en door jongeren uit Roosendaal van 12 tot en met 27 jaar. Zij zijn de schakel tussen de jongeren en de verschillende organisaties binnen de gemeente. Daarnaast werd in het kader van de Gelijke Kansen Alliantie van start gegaan met het project Gelijke kansen. Vanuit dit project wordt gekeken wat kinderen en ouders nodig hebben om met elkaar in verbinding te komen. Ouders en kinderen bepalen welke richting het onderzoek uitgaat en wat uiteindelijk nodig is om in hun behoeften te voorzien. In de gemeente Roosendaal wordt het ‘wezenlijk contact maken’ met jeugdigen die opgroeien in armoede nog niet uitvoerig toegepast. Beleidsmakers die zich inspannen voor deze doelgroep geven aan vooral contact te hebben met professionals over de doelgroep en slechts een beperkt beeld te hebben van de doelgroep zelf. Zij geven eveneens aan graag in contact te komen om dichter bij de doelgroep te staan en zo een beter beeld te hebben van hun leefwereld en behoeften.
Wat gaan we meer en/of beter doen? ACTIE 1
Weekagenda
Om echt contact te maken met jeugdigen in armoede en hun stem te horen, ten behoeve van effectmaximalisatie van het beleid, moet de doelgroep betrokken worden bij beleid. In dit kader werd een opdracht verstrekt aan Diversion. Hieruit is de Weekagenda 2022 voortgekomen welke we vanaf januari zullen delen met beleidsmedewerkers, bestuurders en met de externe partners die daarin geïnteresseerd zijn. De gemeente beoogt hiermee alle professionals en vrijwilligers, intern en extern, te verrijken met kennis van de belevings- en leefwereld van de doelgroep, zodat zij hun inspanningen meer op maat kunnen
17
maken. Daarnaast dagen wij hen middels de weekagenda uit om zelf ook in contact te komen met de doelgroep, zodat het perspectief van de doelgroep meer centraal komt te staan én het aanbod daarop afgestemd kan worden. ACTIE 2
Werkgroep ‘Wezenlijk contact’
Om de stem van de jeugdige in armoede blijvend te includeren neemt de gemeente het initiatief tot het opzetten van werkgroep ‘wezenlijk contact’. De werkgroep is specifiek gericht op deze doelgroep en bestaat uit vertegenwoordigers van externe partijen die dagelijks in direct contact staan met de doelgroep en tezamen alle leeftijdsgroepen binnen de doelgroep vertegenwoordigen. Te denken valt aan leerkrachten, zorgverleners, sporttrainers, jongerenwerkers, etc. Het doel van deze werkgroep is de stem van het kind door te kunnen laten klinken in beleid en uitvoering dat door de gemeente wordt ontwikkeld voor de doelgroep. De bijeenkomsten zullen worden gefaciliteerd door de gemeente. Met de werkgroep zal nagedacht worden over hoe we de stem van de jeugdige in armoede kunnen laten doorklinken en of we daarbij kunnen aansluiten op bestaande initiatieven gericht op jeugdparticipatie.
Wezenlijk contact maken kan leiden tot het signaleren van armoede. Omdat armoede een beladen thema is kan het de verdieping in de weg staan. Bij de doelgroep zelf door gevoelens van schaamte; bij de professional of vrijwilliger door verlegenheid met het onderwerp en het ontbreken van gesprekstechnieken. Om het laatste te ondervangen gaat de gemeente een handreiking ontwikkelen waarin handvatten worden aangereikt om, ondanks de complexiteit van het onderwerp, zodat er toch echt contact kan worden gemaakt met de doelgroep. Zie ACTIE 2 onder C.4.
Wie gaan we hierbij betrekken en hoe gaan we verder? Weekagenda De weekagenda is opgesteld door Diversion. Om te komen tot de inhoud heeft Diversion met diverse externe partners samengewerkt, zoals WijZijn Traverse Groep, Don Bosco, de Kledingbank, Humanitas en de Jongerenraad. Deze externe partners hebben Diversion in contact gebracht met jeugdigen die in de gemeente Roosendaal opgroeien in armoede. Op basis van verhalen van jeugdigen is de weekkalender samengesteld. Vanaf week 1 in 2022 kunnen beleidsmedewerkers, bestuurders, externe partners en vrijwilligers (of elke andere geïnteresseerde) zich aanmelden voor het ontvangen van de weekagenda. Begin 2023 vindt er een eindevaluatie plaats. Werkgroep ‘wezenlijk contact’ De werkgroep ‘wezenlijk contact’ wordt op initiatief van de gemeente georganiseerd. Voor de werkgroep worden externe partijen uitgenodigd die alle leeftijdsgroepen vertegenwoordigen. Daarbij kan gedacht worden aan partijen, zoals: 1. Consultatiebureau/JGZ (0 tot 4 jaar) 2. Don Bosco (2 tot 13 jaar) 3. Intern Begeleiders (IB’ers) van het basis- en voortgezet onderwijs (4 tot 18 jaar) 4. Jongerenraad (12 tot 23 jaar) 5. Jongerenwerk (14 tot 23 jaar)
18
De gemeente doet eerst een inventarisatie welke partijen de doelgroep vertegenwoordigen (op basis van de uitkomsten van de themabijeenkomst van 16 november 2021). Daarna neemt ze contact op met deze partijen om te inventariseren of zij interesse hebben in het deelnemen aan de werkgroep. De gemeente organiseert vervolgens de eerste bijeenkomst. Het doel van de werkgroep is om het perspectief van de jeugdige in armoede structureel centraal te zetten, zodat op hen behoefte kan worden ingezet door het bieden van passende ondersteuning. De werkgroep zal eens per kwartaal bij elkaar komen. De gemeente zal een gespreksleider en de bijeenkomsten faciliteren. De gemeente heeft als doel om in het eerste kwartaal van 2022 de werkgroep te hebben samengesteld.
E. Effecten monitoren Elke twee jaar wordt de Armoedemonitor herhaald, zodat effecten van het bestaanszekerheidsbeleid zichtbaar worden. Ook op het gebied van kinderarmoede. De eerstvolgende keer is in 2022. Dat is naar verwachting te vroeg om de effecten van de acties uit deze beleidsagenda te meten. De eerste effecten zullen in 2024 met de Armoedemonitor worden gemeten. Tussentijds worden jaarlijks de uitgezette acties gemonitord en geëvalueerd. De acties zijn voornamelijk gericht op het faciliteren van externe partners. Daarbij zijn we ook afhankelijk van de partners en hebben we als gemeente de verantwoordelijkheid de acties onder de aandacht te houden en erop aan te sturen dat partners aangehaakt blijven.
1
19
Bezoekadres Stadserf 1 T 14 0165 info@roosendaal.nl Postadres Postbus 5000 4700 KA Roosendaal roosendaal.nl