7c - Spoedeisende eigenstandige motie VLP en CDA - Vervolg zonneparken De Donken.pdf
Tekst van het document
Agendapunt 7c Motie 4 is met 28 stemmen voor en 3 stemmen tegen aangenomen. Spoedeisende eigenstandige motie Vervolg zonneparken De Donken De gemeenteraad van Roosendaal, in vergadering bijeen op donderdag 19 januari 2023: Constaterende dat: De rechtbank Zeeland-West-Brabant bij uitspraak van 19 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7852, de besluiten strekkende tot afwijzing van de aanvragen voor een omgevingsvergunning ten behoeve van het realiseren van zonneparken De Donken heeft vernietigd en het college van burgemeester en wethouders heeft opgedragen om binnen drie maanden nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen; Overwegende dat: De aanvragen zijn afgewezen omdat de gemeenteraad op 10 maart 2022 geweigerd heeft verklaringen van geen bedenkingen af te geven omdat het realiseren van zonneparken De Donken in strijd is met een goede ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 6.5, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht; Het college in raadsmededeling 01-2023 afgeraden heeft om hoger beroep in te stellen als de te nemen nieuwe besluiten niet zijn voorzien van een verbeterde motivering; In deze motie voorgesteld wordt om die nieuwe besluiten te voorzien van een verbeterde motivering; In de beleidsvisie op Zonne-energie niet ingegaan wordt op de ter plekke aanwezige aanduiding aardkundige waarden en groenblauwe mantel; In de toelichting op de beleidsregel
maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant vermeld wordt: “Hoewel tijdelijk betekent een dergelijke periode dat langdurig wordt ingegrepen op het karakter van het landelijk gebied”; Dat door het instellen van hoger beroep er sneller een finaal juridisch oordeel geveld zal worden (omdat zienwijze- en beroepsfase dan niet open staan) dan wanneer dat niet wordt gedaan en dat een snel finaal oordeel voor alle partijen wenselijk is; Van mening zijnde dat: De rechtbank (in rechtsoverweging 8) miskent dat het bepaalde in de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied Wouw (met name paragraaf 4.6) redengevend is om zonneparken De Donken in strijd te achten met een goede ruimtelijke ordening, aangezien de gemeenteraad daar de herkenbaarheid van het landschap als een aspect van goede ruimtelijke ordening benoemt terwijl de zonneparken (met landschappelijke inpassing) het zicht op het landschap gedurende in ieder geval 25 jaar grotendeels zullen wegnemen; De rechtbank (in rechtsoverwegingen 8 tot en met 12) miskent dat zonneparken De Donken in strijd zijn met de interim-Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (IOV), waarbij bovendien sprake is van een stapeling van waarden, in het bijzonder: - de artikelen van paragraaf 3.1.2 (Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, waaronder: goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik en
lagenbenadering), aangezien met zonneparken De Donken de kernkwaliteiten zoals benoemd in de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart van de provincie Noord-Brabant (onder “Smalle Beek, Wouw”, waaronder: ‘een goede waarneming van het natuurlijk reliëf’) geweld aan wordt gedaan,
artikel 3.32 (Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel) aangezien de zonneparken De Donken niet bijdragen aan natuur- en landschapswaarden en het bodemen watersysteem en de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap; De rechtbank (in rechtsoverweging 8) miskent dat niet elk zonnepark dat is gelegen in het gebied dat in de herziene ‘Visie op zonne-energie’ rood is ingekleurd getuigt van een goede ruimtelijke ordening, temeer daar deze kaart is gemaakt door het college van burgemeester en wethouders (en daarmee dus niet door het orgaan dat bepaalt wat wordt verstaan onder goede ruimtelijke ordening, zijnde de gemeenteraad), en in deze visie een hardheidsclausule is opgenomen die erin voorziet dat voorrang kan worden gegeven aan de gebiedscriteria boven de beleidsregels in de visie; De rechtbank (in rechtsoverweging 8) niet motiveert waarom hij er ondanks de door diverse personen geuite twijfels niet van overtuigd is dat draagvlak ontbreekt en miskent dat artikel 3.41 van de IOV maatschappelijke meerwaarde als voorwaarde stelt voor het realiseren van een zonnepark in landelijk gebied;
Draagt het college op: 1. Tijdig vóór 2 februari 2023, en gelet op het bepaalde in de Crisis- en Herstelwet voorzien van gronden, hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7852; 2. In het hoger beroepschrift in ieder geval de hierboven genoemde gronden van beroep uit te werken en daarbij het nodige juridisch advies in te winnen; 3. Hangende het hoger beroep nieuwe besluiten te nemen (zoals bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht) en daarbij de onderbouwing genoemd in de beslispunten 5 en 6 te betrekken in een aanvullend hoger beroepschrift; 4. De gemeenteraad in de voorbereiding van het hoger beroepschrift te blijven betrekken. De gemeenteraad besluit: 5. Het college in het kader van de onder 3. genoemde nieuwe besluiten te voorzien van een verbeterde onderbouwing van de geweigerde VVGB waarmee in ieder geval de afwijzing van de aanvragen voor zonneparken De Donken op het aspect van goede ruimtelijke ordening wordt verbeterd; 6. Deze verbeterde onderbouwing op te stellen aan de hand van een deskundigenrapport met betrekking tot de aardkundige en landschappelijke waarden.
Namens: Martijn Verbeek, VLP Roosendaal Pieter Smits, CDA Paul Klaver, PvdA Jac Wezenbeek, Vitaal Liberaal Corrie van Leerzem, Forum voor Democratie Selda Bozkurt, BurgerBelangen Roosendaal