73-2021 bijlagen bij RM anterieure overeenkomst Bulkenaaar.pdf
Tekst van het document
Landschapskamers
OMSLOTEN KAMERS
Landgoed Twickel, Michael van Gessel
12
PADEN LOPEN DOOR DE KAMER
Belvederes, Drentsche Aa ,Strootman
Zorglandschap
VLAKKEN BINNEN LANDSCHAPPELIJKE LIJNEN
Maxima Ziekenhuis, Utrecht. LIAG/B+B 13
Plantage
MOSAIEK VAN VOLUMES DIE OPWEGEN TEGEN VOLUME ZIEKENHUIS
Meander Medisch Centrum, Amersfoort. AtelierPro
DIVERSITEIT BINNEN STRAK GRID
Park of Pellissier, Atelier Arcadie
WIJKERS EN BLIJVERS
14
PLAN 15
3
3. Plan
VO plankaart
De VO plankaart is een uitwerking van de raamwerkkaart uit de vorige fase. Op basis van meer gedetailleerde informatie over bodem, water, hoogte, grondbalans, bestaande bomen en andere informatie zijn deze schets en de bijbehorende ontwerpprincipes aangescherpt en verder uitgewerkt. De visie, beoogde landschappelijke kwaliteiten en globale indeling staan nog steeds. Ook zijn alle ruimtelijke ambities in 3D getest en op maat gemaakt voor de Bulkenaar. Het resultaat is een divers landschapspark, waar flora, fauna en de mens in een rijke groene omgeving van de natuur kan genieten.
VO plankaart: een preciezere uitwerking van het landschappelijk raamwerk. 16
Kijkje in de keuken: een tussentijds beeld van het 3d model waarmee ontworpen is. 17
3.1 Topografie Het terrein van de Bulkenaar kent een aantal kenmerkende, maar subtiele, hoogteverschillen. Duidelijk te zien op de kaart is de hogere zandrug die door het gebied loopt. Ook is in het noordwesten een lager deel te zien waar vroeger de beek liep. We willen de landschappelijke logica van deze plek in stand houden en versterken om de natuurlijke rijkdom die vroeger in het gebied zat beter leesbaar te maken. De bewerkingen van de topografie die voorgesteld worden zijn: 1. Het terugbrengen van de beekarm die in het gebied lag. 2. De noordwesthoek die al lager ligt, afgraven tot dichter bij het grondwater om een beekdal met natte natuur te realiseren. 3. Op de zandruggen houtwallen ophogen als randen voor de landschapskamers 4. In het gebied wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Eventuele overschot aan grond na het afgraven van de beek, het beekdal of uit andere delen van de gebiedsontwikkeling kan gebruik worden voor het egaliseren van de ziekenhuiskavel of een deel van het bos op te hogen.
HUIDIGE HOOGTES 3-4m 4-5m 5-6m 6-7m
18
BEOOGD GRONDWERK >0,5m ophogen <0,5m ophogen <0,5m afgraven >0,5m afgraven
19
3.2 Watersysteem Integraal met het landschapspark, wordt ook het watersysteem van het park gerealiseerd. Dit watersysteem draagt zijn steentje bij aan de klimaatbestendigheid van de Bulkenaar. De nieuwe beekarm vangt al het regenwater op dat in het gebied valt en voert het af richting de Spuitendonksebeek. Water van verharde oppervlakken overtollig regenwater uit de Tolbergvijver, en eventueel van de daken van het toekomstige ziekenhuis, kan opgevangen worden in de centrale watergang. Zo zal het
HUIDIGE GRONDWATER PEILEN
regenwater niet tot wateroverlast zorgen, maar juist bijdragen aan de natuurontwikkeling van het beekdal. De natte natuur werkt zo als spons voor zijn omgeving, die water op kan nemen bij overschot en water terug kan geven bij droogte. Een stuw bij de onderdoorgang van de snelweg regelt dat er voldoende water is bij zowel piekbuien als droogte. Stroomopwaarts wordt gekeken naar natuurlijke stuwende maatregelen als boomstammen en beplanting in de beek.
TOEKOMSTIG WATERSYSTEEM
Tolbergvijver
Centrale sloot (B watergang) Daken ziekenhuis
Wadi’s/greppels Beekdal Sloten
Beek (A watergang)
Greppels
20
WATERSYSTEEM BIJ PIEKBUIEN
WATERSYSTEEM BIJ DROOGTE
Overstort regenwater Tolbergvijver
Geen overstort regenwater
Eventueel koppeling afvoer daken ziekenhuis Overstort richting Spuitendonkse beek
Natuurlijke stuwmaatregelen vertragen de afvoer
Natuurlijke stuwmaatregelen houden water langer vast
Vasthouden water in beekdal met stuw onder snelweg
Greppels vallen droog Natte natuur zone als buffer Natuurlijke stuwmaatregelen vertragen de afvoer
21
Natuurlijke stuwmaatregelen houden water langer vast
3.3 Ecologie De bodem en het water zorgen samen voor de basisomstandigheden waar de natuur zich ontwikkelt. Met elke verschillende verhouding tussen het maaiveld en het grondwater, ophogen en afgraven, ontstaan kansen voor een ander soort landschap. Door hiermee te ontwerpen, in combinatie met de intensiteit van het natuurbeheer, ontstaat landschappelijke en ecologische rijkdom, en daarmee ook een rijkdom aan landschappelijke belevingen voor omwonenden, bezoekers en patiënten.
Overzicht verschillende landschapstypen die voorkomen uit de samenkomst tussen bodem, water en beheer 22
Verwachte flora en fauna per landschapstype 23
3.4 Gezondheid Behalve een mooi natuurlijk landschap, wordt de Bulkenaar ook een park waar zorg en gezondheid centraal staan. Het doel is om een goede integratie tussen zorg en park, ziekenhuis en landschap te realiseren. Het denken in positieve gezondheid helpt daarbij. Bij positieve gezondheid is gezond zijn meer dan alleen ‘niet ziek’ zijn. Het gaat om een bredere kwaliteit van leven, waar het Bulkenaar park goed aan bij kan dragen. De uitgangspunten van positieve gezondheid zijn vertaald naar ruimtelijke aspecten waaronder bijvoorbeeld de aanwezigheid van ontmoetingsplekken, gezond voedsel, ruimte voor sport en spel, inclusief en voor alle leeftijden ontwerpen en ruimte voor rust. Ook biedt dit mogelijkheden voor synergiën met het ziekenhuis. Het park kan bijvoorbeeld ontspanning bieden aan patiënten en bezoekers van het ziekenhuis, lunchrondjes voor medewerkers of een plek die bij mooi weer ingezet kan worden voor (bewegings)therapie. Al met al een groene omgeving die bijdraagt aan het herstel en preventie. Voor het park wordt bij oplevering, na de afronding van het ziekenhuis en na 5 jaar ingebruikname ambities gesteld ten aanzien van de bijdrage aan de positieve gezondheid. Zo groeit de bijdrage aan gezondheid mee met de groei van het park.
Ambitie positieve gezondheids score na oplevering park (blauw), na oplevering ziekenhuis (groen) en 5 jaar na ingebruikname totaal (geel)
Natuurspelen 24
Plukbos voor en door de wijk
Plek voor sport en ontmoetingen
Samen genieten van het landschap of helpen bij het onderhoud
25
26
PRINCIPES LANDSCHAP 27
4
4. Principes landschap
Aannames grond en water
Elk landschapstype is uitgewerkt in detaildoorsnedes. Deze doorsnedes vormen de principes voor dat specifieke landschappelijke element. Om die principes te ontwikkelen, moesten er soms aannames gedaan worden met betrekking tot het grondwater. In de kaarten hiernaast is te zien welke doorsnede op welke data gebaseerd is. Aangezien de huidige peilbuizen aan de rand van het gebied zijn, zal de werkelijke grondwaterstand in het midden van het gebied kunnen afwijken van de huidige data. Wanneer meer gedetailleerde informatie beschikbaar is, kan het zijn dat deze doorsnedes aangepast worden.
Lokatie doorsnedes en welke grondwaterstanden zijn aangenomen 28
Lokatie doorsnedes en huidig maaiveld
29
Beoogde ingrepen maaiveld
4. Principes landschap
Gebiedsdoorsnedes
a
B West oost doorsnede Bulkenaarsestraat
b a b
30
N-Z doorsnede W-O doorsnede
Singels
Bos
Beek
A Noord zuid doorsnede
snelweg
ontsluitingsweg
Plantage
31
broekbos
Houtwal
natte graslanden
Plantage
Greppel
bos
Landschapskamers
beek
bos
Plantage
Landschapskamers
Houtwal
Zoekgebied voedselbos
Plantage
32
4.1 Beek
Principes
1a
1b 1a Principe profiel - beek door beekdal 1b Principe profiel - beek door bos
33
4.1 Beek 1A BEEK DOOR BEEKDAL • • • • •
1 zijde flauwe ecologische oever en 1 steile oever 2,5m vrij voor beheer Beek 1m onder GLG - altijd water Profiel binnen eisen A-watergang Nieuw maaiveld van beekdal 20cm boven GHG
BEHEER
•
Voorzien van beheerstrook van 2.5m aan beide zijden van de beek; Natuurlijke oever tweejaarlijkse maaicyclus; Stijle oevers, jaarlijkse maaien; Twee tot vierjaarlijks schonen van de watervegetatie en/of baggeren indien de capaciteit van de beek beperkt wordt door beplanting/verlanding; Mogelijkheid om te voormalen (het voortijdig laten zakken van stuw bij de snelweg om ruimte te maken voor komend regenwater).
Huidig mv: 4.40+nap Nieuw mv: 4.00+nap GHG 3.80+nap
1:3
1:8
GLG 2.69+nap
1.00
• • • •
18.48
0.50
Nieuw mv: 5.20+nap
Huidig mv: 4.70+nap GHG 4.70+nap 1:3
34
1.00
GLG 2.86+nap
2.50
6.93
8.52
0.50
8.52
2.50
18.48
0.50
6.93
1B BEEK DOOR BOS Beide zijden beek steile oevers 2.5 m vrij voor beheer Profiel ligt onder GLG, dus altijd water in de beek Profiel ligt onder GHG, bij regen niet buiten oevers treden Profiel binnen eisen A-watergang In principe huidig maaiveld aanhouden, evt deel bos ophogen met 0,5m ivm grondbalans.
BEHEER • •
Voorzien van beheerstrook van 2.5m aan beide zijden van de beek Afstemming met waterschap over minimaal beheer van de watergang voor ecologische doeleinden en als natuurlijke stuwmaatregelen.
1:3 GLG 2.86+nap
2.50
35
Nieuw mv: 5.20+nap
Huidig mv: 4.70+nap GHG 4.70+nap
1.00
• • • • • •
8.52
0.50
8.52
2.50
4.1 Beek De beek kenmerkt zich door een combinatie van zachte, ecologische oevers en steile oevers. De ecologische oevers worden extensief beheert ten opzichte van de steile oevers, ten behoeve van het zo min mogelijk verstoren van het leefgebied van diverse soorten. Door het beheer ontstaan er ook andere omstandigheden voor plantgroei. Langs de beek komen af en toe bomen kenmerkend voor dit natte natuurtype die de beek herkenbaar maken van een afstand. Deze houden minimaal 2.5m afstand tot de insteek beek voor onderhoud.
36
Beplanting en beheer
BOMEN
Salix fragilis
Alnus glutinosa
Betula pendula
Salix cinerea
Myrica gale
Prunus spinosa
Crataegus monogyna
fluctuerende waterpeilen
oeverbeplanting
natte graslanden
begaanbare oeverwallen
ONDERGROND
HEESTERS
Salix alba
37
4.2 Beekdal
Principes
1a
1b
1c
1a Principe profiel - Sloten 1b Principe profiel - Rij wilgen 1c Principe profiel - Singels
38
2.50
1.00
2.50
1A SLOOT • • • •
huidig maaiveld al heel dicht op GHG, niet verder afgraven. Sloot boven GLG, dus niet altijd water, alleen functioneel bij regen Kruidenlaag doorzetten min 3m uit insteek Aangrenzend natte graslanden
•
Greppel en zoom dient jaarlijks gemaaid te worden en maaisel af te voeren.
Huidig mv: 4.60+nap GHG 4.58+nap
0.50
BEHEER
1:3
GLG 2.49+nap
3.00
1.00 1.00 1.00
3.00
0.50
Huidig mv: 5.10+nap 1:3 GHG 4.18+nap GLG 2.65+nap
3.00
39
1.50
1.00
1.50
3.00
4.2 Beekdal 1B RIJ WILGEN ICM SLOOT • • •
Beekdal afgraven tot 20cm boven GHG Profiel tussen GLG en GHG, dus niet altijd water. Ene zijde steile gemaaide randen, andere zijde flauwe ecologische randen
• • •
Knotten op minimaal 1.5 meter hoogte; knotten één maal in de vijf jaar; Greppel/sloot en zoom dient jaarlijks gemaaid te worden en maaisel af te voeren.
Huidig mv:4.30+nap Nieuw mv: 4.00+nap GHG 3.80+nap
1:2.5
1:5
GLG 2.69+nap
1.50
huidig mv: 4.50+nap
40
3.60
1.00
6.50
1.30
BEHEER
GLG 2.49+nap
3.00
huidig mv: 4.50+nap
1C SINGEL NAT • •
Huidig maaiveld al dicht op GHG, niet verder afgraven. Enkel of dubbele rij bomen
BEHEER • •
Singel tussen de 10-12 jaar afzetten (terugsnoeien tot 20cm boven maaiveld) Kleinschalig werken waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen (t.b.v. ecologie en landschappelijk / ruimtelijk karakter)
GHG 4.58+nap
GHG 4.58+nap
Huidig mv: 4.50+nap
Huidig mv: 4.50+nap
GLG 2.49+nap
GLG 2.49+nap
3.00
41
5.00
4.2 Beekdal Het beekdal wordt in principe afgegraven tot 20cm boven GHG tenzij het huidige maaiveld al lager is. Door de kleine afstand tussen maaiveld en grondwater kunnen wilgen en nat grasland ontstaan. Afhankelijk van de functie in het watersysteem worden het beheer wordt oevers en sloten meer ecologisch of strakker bemaaid. Om deze weides geschikt te maken als leefgebied voor diverse soorten weidevogels dient er rekening te houden met mogelijke broedtijden en behoudt van potentieel broedgebied en voedselbronnen, waarbij systemisch beheer in delen wordt uit gevoerd.
42
Beplanting en beheer
BOMEN
Alnus glutinosa
Betula pubescens
Betula pendula
Salix cinerea
Salix viminalis
Salix caprea
Corylus avellana
rietland & water
watergangen van verschillende afmeting
natte graslanden
hooilanden
ONDERGROND
HEESTERS
Salix alba
43
44
4.3 Bosrand
Principes
1a 1b
1c
1a Principe profiel - Broekbos 1b Principe profiel - Bosrand 1c Principe profiel - Loofbos
45
4.3 Bosrand 1A BROEKBOS • • • •
Als er extra grond nodig is voor bijvoorbeeld het egaliseren van de ziekenhuiskavel, kan een deel van het bosgebied afgegraven worden en als broekbos ontwikkeld worden. Maaiveld afgraven tot 20cm boven GHG Brede bosstroken met smalle sloten Geen ondergroei op ooghoogte (zicht)
BEHEER
• •
Dunning dient plaats te vonden wanneer boomkronen gesloten worden en wijkers de groei van blijvers gaan belemmeren; aanplant van mantel van heesters om het bosgebied; opslag van bomen in deze matelzone verwijderen om uitbreiding van het bos tegen te gaan.
Huidig mv: 4.20+nap Nieuw mv: 4.00+nap GHG 3.80+nap
1:3
GLG 2.69+nap
1.50
46
0.50
•
1.00
1.50
14.00
1B BOSRAND • •
Van afgegraven broekbos (20cm boven GHG) tot bos op huidig maaiveld Flauwe rand zorgt voor brede overgangszone met veel lichtinval en diverse beplanting
BEHEER
• •
Dunning dient plaats te vonden wanneer boomkronen gesloten worden en wijkers de groei van blijvers gaan belemmeren; aanplant van mantel van heesters om het bosgebied; opslag van bomen in deze matelzone verwijderen om uitbreiding van het bos tegen te gaan.
Huidig mv: 5.25+nap 1:5
Nieuw mv: 4.00+nap
1.25
•
GHG 3.80+nap GLG 2.69+nap
6.25
Huidig mv: 5.25+nap GHG 4.70+nap
GLG 286+nap
6.00
47
GLG 2.69+nap
4.3 Bosrand
6.25
1C LOOFBOS • • •
Huidig maaiveld behouden, evt als benodigd vanuit grondbalans kan er een deel van het bosgebied opgehoogd worden. Bomen 6m uit elkaar (2x zo dicht als het parkgrid) geen ondergroei, doorzicht onder bomen
BEHEER • • • • •
48
Selectief snoeien en opkronen van boomvormers en ope n heesters voor een opener structuur; Dunning dient plaats te vinden wanneer boomkronen gesloten worden en wijkers de groei van blijvers gaan belemmeren; Selectief uitmaaien/trekken verstorings heesters en kruiden; aanplant van mantel van heesters om het bosgebied; opslag van bomen in deze matelzone verwijderen om uitbreiding van het bos tegen te gaan.
Huidig mv: 5.25+nap GHG 4.70+nap
GLG 286+nap
6.00
Beplanting en beheer Ook in het bosgebied wordt veel diversiteit nagestreeft: nat en droog bos, met wijkers en blijvers, en een brede en diverse rand op de overgang van hoog naar laag. Ook zou het initiatief van het voedselbos een onderdeel uit kunnen maken van dit gebied. Als de basis van het bos staat, zal het beheer vooral richten op het open houden van de ondergroei om de zichten onder de boomkronen open te houden.
49
4.3 Bosrand
laten groeien
wijker
blijver en wijker bomen bij aanplant
50
dunnen voor natuurlijk beeld
blijver
blijver en wijker bomen na 5-10 jaar
blijver en wijker bomen na 20-25 jaar
na verwijderen wijkers
BOMEN
Betula pubescens
Populus nigra
Quercus robur
Pinus sylvestris
Salix cinerea
Prunus spinosa
Corylus avellana
Sorbus aucuparia
Amelanchier lamarkii
moerasvegetatie
divers milieu door wisseling waterpeil
bosrand
open plek(ken) in bos
droge bos ondergrond
ONDERGROND
HEESTERS
Alnus glutinosa
51
52
53
54
4.4 Plantage
Principes
1b
1c
1a
1a Principe profiel - Parkbos 1b Principe profiel - Overgang open plek 1c Principe profiel - Watergang
55