72 - Bijlage Transitievisie Warmte Roosendaal 1.0.pdf
Tekst van het document
Kansen naar aardgasvrij Westrand De Westrand bestaat uit ruim 2.500 woningen. Hiervan heeft woningcorperatie Alwel er ongeveer 1.000 in bezit, waarvan een groot deel appartementen. De relatief hoge bebouwingsdichtheid en aanwezigheid van een woningcorporatie (Alwel) met een flink bezit maakt (uitbreiding van) een collectief warmtenet kansrijk. Westrand grenst aan de nieuwbouwbuurt Stadsoevers, waar al een warmtenet aanwezig is, dat op dit moment wordt geëxploiteerd door Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal. Dit warmtenet heeft de capaciteit om meer woningen aan te sluiten, de benodigde warmte hiervoor is ook al gecontracteerd bij PreZero (voorheen GDF Suez). Vanuit het leidende principe “we kiezen voor een flexibele bronnenstrategie” heeft het logica om ook in de Westrand te kiezen voor een lage-temperatuur warmtenet. Voor de woningen die op dit moment nog een hogere temperatuur nodig hebben, kan de temperatuur van het warmtenet verhoogd worden, bijvoorbeeld door middel van warmtepompen. Voor de omliggende gebouwen die niet in bezit zijn van Alwel (met name eengezinswoningen en onderwijsinstellingen) kan onderzocht worden of het haalbaar is om (een deel) direct aan te sluiten. Gezien de huidige isolatieniveaus van de overige woningen en de kosten om deze te verbeteren, zal het een uitdaging worden om particuliere eigenaren op grote schaal te laten aansluiten.
Het meest haalbaar lijkt het om de pijlen in de eerste fase te richten op het bezit van Alwel, utiliteitsgebouwen en particuliere bezitters die nu al wel willen aansluiten. In de periode 2024 tot 2026 zijn er in deze omgeving op enkele locaties werkzaamheden gepland in de openbare ruimte die mogelijk gelegenheid bieden om werkzaamheden te combineren.
Recreatiegebied de Stok en Designer Outlet Roosendaal Ten westen van de A17 en de Westrand liggen recreatiegebied de Stok en Designer Outlet Roosendaal. In recreatiegebied de Stok zijn diverse bedrijven actief in sport en recreatie, waarbij met name het zwembad een aanzienlijk gasverbruik heeft, vergelijkbaar met dat van zo’n 250 huishoudens. Het Designer Outlet bestaat uit een fors oppervlak aan moderne en uitstekend geïsoleerde winkelruimte.
30
Gezien de nabijheid van het bestaande warmtenet van Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal is het interessant om te onderzoeken of bedrijven in recreatiegebied de Stok en Designer Outlet Roosendaal kunnen aansluiten op het warmtenet of dat ze op andere wijze aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Door de uitstekende isolatie van de winkels in de Designer Outlet is een systeem dat lage-temperatuur warmte levert kansrijk. Het terugdringen van het aardgasverbruik van het zwembad kan een forse duurzaamheidswinst opleveren en maakt de investering in een alternatief voor aardgas naar verwachting ook financieel interessant. Vlietpark / Borchwerf Tussen Stadsoevers en het station ligt het oudste stuk van het industrieterrein Borchwerf. Inmiddels zijn veel bedrijven gesaneerd. Het gebied wordt als “Vlietpark” herontwikkeld, waarbij ongeveer 250 nieuwbouwwoningen en een gebouw met onderwijsfunctie worden gerealiseerd. De concrete planning voor deze herontwikkeling komt waarschijnlijk kort na het verschijnen van deze versie van de Transitievisie Warmte rond. Deze nieuwe gebouwen zullen aardgasvrij gerealiseerd worden, in de nabijheid van het bestaande warmtenet in Stadsoevers. Uitbreiding naar Vlietpark kan relatief eenvoudig gerealiseerd worden. Voor bestaande bouw van bedrijven in Borchwerf-Noord en Borchwerf-Zuid kan geanalyseerd worden of er bedrijven aangesloten kunnen worden.
De isolatie van gebouwen in deze omgeving varieert, met name in Borchwerf-Noord zijn er diverse gebouwen met Energielabel B of hoger. Door dit gezamenlijk met de herontwikkeling van Vlietpark aan te pakken kunnen bestaande gebouwen meeliften op de aansluiting van deze nieuwbouw en kan een kostenvoordeel behaald worden. Landerije De buurt Landerije bestaat uit vrijstaande woningen gebouwd tussen 2005 en 2010. Het overgrote deel van de ongeveer 400 woningen in deze buurt heeft een energielabel A of hoger en is waarschijnlijk reeds geschikt om verwarmd te worden door een systeem dat op lagere temperatuur werkt, of kan hier vrij eenvoudig voor geschikt worden gemaakt. Dit vereist echter wel nader onderzoek, samen met inwoners. Rekening houdend met een levensduur van zo’n vijftien jaar van een cv-ketel, zullen veel eigenaren de komende jaren toe zijn aan het vervangen van de cv-ketel. Dit biedt een kans om over te gaan op een alternatief voor aardgas. Er is momenteel geen warmtenet in de omgeving aanwezig en de lage dichtheid van bebouwing maakt de aanleg hiervan minder interessant. Voor deze buurt kan daarom onderzocht worden of individuele all-electric oplossingen (zoals een lucht- of grondwarmtepomp of infraroodverwarming) aardgas kunnen vervangen.
Dit vereist wel afstemming met netbeheerder Enexis, omdat het elektriciteitsnet verzwaard moet worden wanneer een significant aantal woningen hierop overstapt. De buurt bestaat volledig uit individuele woningeigenaren, die zelf de keuze maken om deze stap wel of niet te zetten. Eigenaren kunnen wel ondersteund worden met kennis, advies en het organiseren van schaalvoordelen door een gezamenlijke aanpak.
Nispen – bewonersinitiatief verduurzaming
31
In de dorpskern van Nispen is een bewonersinitiatief actief voor het verduurzamen van het energiegebruik in het dorp. Het bewonersinitiatief houdt dorpsdialogen om te onderzoeken waar draagvlak voor is binnen het dorp. Er is al een verkenning gedaan naar een duurzaam collectief warmtesysteem. Op basis van de dorpsdialogen wordt bepaald of er draagvlak is voor een verdere uitwerking van een alternatief voor aardgas. Dit bewonersinitiatief draagt bij aan draagvlak voor een alternatief voor aardgas dat past bij de wensen van de inwoners van Nispen. Als er voldoende draagvlak is kan dit initiatief in samenwerking met de gemeente tot een concreet uitvoeringsplan worden uitgewerkt. Door de relatief lage dichtheid van gebouwen die ook nog eens sterk verschillen, is een collectieve oplossing in de dorpskernen vooralsnog een uitdaging. Als Nispen aan de slag gaat met warmte(opslag) is het een potentiële kandidaat voor een experiment zoals beoogd in de RES.
Kansen in Ruimtelijke ontwikkeling We werken in Roosendaal continu aan een prettige leefomgeving voor onze inwoners. Om dit te bereiken vindt er vernieuwing plaats in de stad. Gebieden worden gerenoveerd, er wordt gesloopt en nieuwbouw gerealiseerd. Nieuwe gebouwen worden aardgasvrij opgeleverd en ook bij renovatie wordt soms de stap naar aardgasvrij gezet. Dit biedt steeds kansen om in kaart te brengen of omliggende bestaande gebouwen kunnen deelnemen in een gezamenlijk aardgasvrij systeem. Of dit kansrijk is, hangt van veel factoren af en moet per geval bepaald worden, maar verdient altijd een overweging. Vernieuwingen in de stad zijn er op grote en kleine schaal. Hieronder beschrijven we twee bouwopgaves. Woningbouwopgave Tot 2030 kent Roosendaal een woningbouwopgave van 2000 tot 4500 woningen, waarvan er circa 2000 gepland zijn in het “Rondje Roosendaal”. Hieronder vallen enkele locaties in en rondom het centrum, waaronder het stationsgebied, Groot Mariadal, de binnenstad, Stadsoevers en Vlietpark. Stadsoevers wordt aangesloten op het warmtenet van DER; ook voor het naastgelegen Vlietpark is dit een optie. Stadsoevers grenst aan de bestaande wijk Westrand. Het stationsgebied, Groot Mariadal en de binnenstad grenzen aan bestaande, oudere woongebieden.
Een belangrijke opgave in die gebieden is om de huizen voldoende te isoleren, voordat aardgasvrije opties kunnen worden gerealiseerd. Een andere uitdaging in deze wijken is het beperkte bezit van woningcorporaties, waardoor relatief veel afstemming nodig zal zijn met individuele eigenaren. Naast de Rondje-Roosendaallocaties kijken we voor de wat langere termijn naar de stadsrandzones aan de west- en oostzijde van de bestaande stad, en naar (kleinschaliger) ontwikkellocaties bij de dorpskernen. Ontwikkeling nieuw Ziekenhuis Het Bravis ziekenhuis in Roosendaal zal verhuizen naar een nieuwbouwlocatie nabij Bulkenaar. Naar verwachting zal de nieuwbouw van het ziekenhuis rond 2025 gereed zijn. Deze nieuwe locatie met een grote warmtevraag kan een kans bieden om samen met omliggende bebouwing een aardgasvrij warmtesysteem te realiseren. Er zijn verschillende
32
technische mogelijkheden denkbaar, onderzoek is nodig om te achterhalen welke opties haalbaar zijn en of hier draagvlak voor bestaat. De naastliggende wijk Tolberg-West is een jonge wijk, waar de huizen al goed geïsoleerd zijn (grotendeels energielabel B) waardoor aanvullende isolatie beperkt kan blijven. De uitdaging voor een collectieve oplossing in deze wijk is het beperkte bezit van woningcorporaties, waardoor relatief veel afstemming nodig zal zijn met individuele eigenaren. Tevens zijn er bijna alleen eengezinswoningen en weinig appartementencomplexen, waardoor de infrastructuurkosten hoger zijn.
33
12. Wat is de rol van de gemeente Gemeenten kunnen in de warmtetransitie verschillende rollen op zich nemen. Van alleen een faciliterende rol waarin de gemeente ondersteuning biedt aan initiatieven met bijvoorbeeld vergunningen, tot een regisserende rol waarin de gemeente de leiding neemt. Nieuwbouw moet wettelijk al aardgasvrij opgeleverd worden, dus kan de gemeente er dan voor kiezen om alleen te faciliteren. Marktpartijen kunnen dan zelfstandig kiezen op welke wijze aardgasvrij wordt gebouwd. Nieuwbouw kan echter ook een stimulans zijn om omliggende bestaande bouw aardgasvrij te maken, doordat er kosten gedeeld kunnen worden. Zonder regie vanuit de gemeente is de kans dat dit gebeurt klein. Tevens stelt de regierol de gemeente in staat om gewenste kaders te bewaken, zoals onder andere duurzaamheidseisen, betaalbaarheid, eigenaarschap en de toegepaste techniek. Het aardgasvrij maken van bestaande bouw is complex en dat maakt dat een regierol voor de gemeente voor de hand ligt. Bij grootschalige warmteprojecten is een regierol bij de gemeente bijna altijd noodzakelijk. Wanneer een initiatief zonder regierol van de gemeente tot stand komt, zal de gemeente nog steeds moeten afwegen of het initiatief vanuit breed maatschappelijk perspectief wenselijk is. Bijvoorbeeld om er voor te zorgen dat zoveel mogelijk gebouwen in een wijk kunnen aansluiten bij een stap naar aardgasvrij.
In de ontwikkeling van nieuwe wetgeving omtrent collectieve warmte wordt de rol van de gemeente vermoedelijk verder uitgewerkt tot die van regisseur. Totdat hier meer duidelijkheid over is, zal de gemeente per project bepalen welke rol zij neemt. De gemeente is zelf ook eigenaar van vastgoed. Gebouwen waarvan we verwachten dat we ze nog minimaal tien jaar in bezit houden, zullen we verduurzamen. Voor de warmtetransitie betekent dit met name het verbeteren van isolatie. De gemeente zet zich overigens ook in voor de verduurzaming van gebouwen met een maatschappelijke functie die ze niet in bezit heeft, zoals onderwijsgebouwen. Rol Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal (DER) De toekomstige rol van DER hangt ook sterk af van nieuwe wetgeving over collectieve warmtevoorziening. Hierin worden naar verwachting regels opgenomen over de toewijzing van gebieden door de gemeente aan warmtebedrijven en over transport van warmte. Dit betekent dat een nieuw warmtenet of (een uitbreiding van) het bestaande warmtenet niet vanzelfsprekend door DER geëxploiteerd zal worden. Zodra er duidelijkheid over nieuwe wetgeving voor collectieve warmte is, kan de gemeente bepalen welke rol DER kan spelen in de warmtetransitie.
34
13. Wat heeft de gemeente nodig? Om daadwerkelijk stappen te kunnen zetten naar aardgasvrij, beschikt de gemeente op dit moment nog niet over voldoende middelen en instrumenten. Op zijn minst zijn de volgende zaken nog nodig: • Middelen Het regisseren van de warmtetransitie is een nieuwe taak voor gemeenten. Het opstellen van de Transitievisie Warmte is de start en wordt onder andere gevolgd door het maken van wijkuitvoeringsplannen, het afstemmen met belanghebbenden en (laten) uitvoeren. De Raad voor het Openbaar Bestuur liet de benodigde inzet voor verduurzaming van de gebouwde omgeving in kaart brengen3. Voor het opstellen van een wijkuitvoeringsplan wordt 1,2 tot 1,8 fte aan inzet geschat, voor het uitvoeren hiervan 1,9 tot 2,4 fte. Omdat er steeds meer wijken in voorbereiding of uitvoering komen, geldt dit ook voor de benodigde inzet vanuit de gemeente. Voor een G40 gemeente als Roosendaal is in 2022 tussen de 11 en 20 fte geschat, oplopend tot 21 tot 36 fte in 2030 voor alle werkzaamheden voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De gemeente heeft die bezetting momenteel nog niet en ook geen financiële middelen om deze op te bouwen. • Financiering De warmtetransitie vraagt investeringen. Er zijn financiële middelen nodig om projecten voor alle betrokken partijen aantrekkelijk te maken, omdat niet alle kosten terugverdiend kunnen worden.
Daarnaast dienen er investeringen gedaan te worden die zichzelf op lange termijn wel terugverdienen, maar die eigenaren of bewoners niet kunnen doen omdat ze het geld hiervoor niet direct beschikbaar hebben. Hierbij kan gedacht worden aan investeringen in isolatie of in een warmtepomp. Hiervoor zijn momenteel wel financieringsmogelijkheden, maar er zijn nog praktische bezwaren. Zo zal een eigenaar niet snel een lange termijn financiering afsluiten als hij verwacht de woning binnen die periode te verlaten. Oplossingen hiervoor zoals gebouwgebonden financiering zijn in ontwikkeling, maar nog niet beschikbaar. • Wetgeving en aansluitvoorwaarden Vanuit de rijksoverheid wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving voor levering van collectieve warmte. Die nieuwe wetgeving zal ook de rol van de gemeente raken. Het is belangrijk dat er met die wetgeving duidelijke spelregels komen over de deelname aan collectieve oplossingen en over het bepalen van de einddatum voor de levering van aardgas in een bepaald gebied. Voldoende deelname is cruciaal voor een positieve businesscase van collectieve warmteoplossingen. Binnen de huidige wetgeving gebeurt deelname aan een collectieve oplossingen op vrijwillige basis: eigenaren of bewoners zijn vrij om niet mee te doen. Dit verhoogt de onzekerheid en verslechtert de businesscase van collectieve warmteprojecten.
De warmtetransitie is dus geholpen met duidelijke spelregels.
3
Andersson Elffers Felix (2022) in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur
35
Deel IV Vervolg 14. Vervolg Aan de slag! In deze Transitievisie Warmte zijn leidende principes, aanknopingspunten en kansrijke buurten om te starten beschreven. De komende jaren wordt er gaandeweg meer duidelijk over de wettelijke kaders, de financiële mogelijkheden en de instrumenten die de gemeente ter beschikking krijgt. Daar gaan we niet op wachten. We starten alvast met: • Gemeentebreed isoleren • Kansrijke gebieden Voorafgaand aan de daadwerkelijke realisering van aardgasvrije locaties, werken we samen met de inwoners en andere belanghebbenden een gebiedsstrategie uit. Daarin komt te staan op welke manier betrokken partijen kunnen samenwerken en communiceren. Er staat ook een nadere analyse van de kansrijke alternatieven voor aardgas in, evenals een analyse van investeringen, kosten en opbrengsten, en een beschrijving van andere ontwikkelingen in de wijk of buurt. Daarnaast bieden we de komende jaren ruimte voor kleinschalige innovatietrajecten, om te onderzoeken welke technieken kunnen bijdragen aan de warmtetransitie en of deze kansrijk zijn voor grootschalige toepassing. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vooruitstrevende methodes om warmte op te slaan (zoals warmtebatterijen op basis van zout of basalt), proefprojecten met waterstof en innovatieve warmtepompen.
36
Meerjarenagenda Deze visie laat diverse kansen zien om tot 2030 aan de slag te gaan. Voor een deel daarvan geldt dat er eerst meer duidelijkheid of ondersteuning nodig is vanuit de regio of het rijk. Desondanks hebben we voor de periode tot 2025 een agenda op hoofdlijnen kunnen maken.
Periode
Verwachte input
Acties
Doorlopende thema’s
2021
• Regionaal onderzoek
• Vastellen Transitievisie
• Financiering
potentie geothermie
Warmte 1.0
• Subsidies
• Ondersteuning
• Wetgeving
bewonersinitiatief Nispen
• Innovaties en doorontwikkeling • Ruimtelijke
2022
• Duidelijkheid over
• Opstarten
vervolg en inhoud
gemeentebreed
Warmtewet 2.0
isolatieprogramma en
• Uitkomst dorpsdialogen Nispen
Ontwikkeling • Opstarten Innovatie-pilots
isolatie kans Langdonk. • Oppakken kans Westrand + Recreatiegebied de Stok en Designer Outlet Roosendaal • Analyse en besluit rol DER • Onderzoek naar kans Landerije • Verdiepende Bronnenstudie
2023
• Onderzoek Regionaal Tracé warmtetransport
• Opstarten isolatiekans Kalsdonk
uit Regionale Energie Strategie 2024
• Bijwerken Transitievisie Warmte naar versie 2.0
2025
• Plannen nieuw ziekenhuis en huidige
• Vaststellen Transitievisie 2.0
locatie ziekenhuis Bestuurlijke aandachtspunten De gemeente zet zich in om de randvoorwaarden voor de warmtetransitie te verbeteren en tegelijkertijd vraagt ze aandacht voor de volgende onderwerpen: • Behoud en uitbreiding van subsidies voor woningeigenaren voor verduurzamen woning • Regionale kansen voor het benutten van warmtebronnen • De benodigde instrumenten en financiële middelen voor gemeenten vanuit de rijksoverheid
37
Bijwerken Transitievisie Warmte Terwijl bovenstaande meerjarenagenda uitgevoerd wordt, staan de ontwikkelingen in de warmtetransitie niet stil. We hebben het al eerder genoemd: er zijn technische ontwikkelingen en ook het rijks- en regionale beleid. Daarnaast willen we de inzichten uit de eigen ervaringen van de eerste projecten gebruiken. Daarom gaan we deze Transitievisie Warmte periodiek bijwerken. Met elke nieuwe versie zal de route naar aardgasvrij in de gemeente Roosendaal duidelijker en concreter zijn. Zodra er vanuit het rijk meer duidelijkheid is over wetgeving en financiering, bezien we of we deze transitievisie 1.0 kunnen aanvullen, en op basis daarvan een start kunnen maken met gebiedsstrategieën. Mocht blijken dat aanpassen onvoldoende is en er meer ingrijpende veranderingen nodig zijn, dan maken we in 2022 al een Transitievisie Warmte 2.0. En anders geldt dat de Transitievisie Warmte tenminste iedere vijf jaar bijgewerkt dient te worden. Gezien het voornemen van de Regio West-Brabant om in 2023 een besluit te nemen over de mogelijkheden van een regionaal warmtenet ligt het voor de hand om hierna (in 2024) deze transitievisie al eerder bij te werken.
38
Bijlage 1: Alternatieven voor aardgas In deze Transitievisie Warmte noemen we diverse alternatieven voor verwarming met aardgas. Hieronder volgt een globale beschrijving van de genoemde alternatieven: dit zijn de meest kansrijke en gangbare oplossingen. Individueel Woningen kunnen individueel van het gas gehaald worden met volledig elektrische oplossingen zoals: • lucht- of grondwarmtepomp • infrarood panelen • zonnecollectoren in combinatie met een warmtepomp • biomassa Lucht- of grondwarmtepomp Een lucht-of grondwarmtepomp onttrekt warmte uit lucht of grond en pompt deze warmte met behulp van elektrische energie op tot een hoger niveau. Moderne warmtepompen kunnen (seizoensgemiddeld) 4 tot 5 eenheden thermische energie leveren per eenheid verbruikte elektrische energie. De huidige generatie warmtepompen is meestal geschikt voor het verwarmen met een watertemperatuur in het verwarmingssysteem tot maximaal 50 à 60 graden en ze worden boven de 40 graden minder efficiënt. Hierdoor zijn warmtepompen op dit moment met name geschikt voor huizen met een goede isolatie. Er bestaan ook hoge-temperatuur warmtepompen die een hogere maximumtemperatuur kunnen leveren, waardoor minder isolatie nodig is. Infrarood panelen Met infraroodpanelen wordt niet de lucht verwarmd, maar wordt stralingswarmte afgegeven aan de plek waarop de infraroodpanelen gericht zijn.
Infraroodpanelen verbruiken hiervoor elektriciteit. Buiten het bereik van de infraroodpanelen ervaar je geen warm gevoel als de lucht in de ruimte koud is. Infraroodpanelen worden meestal gebruikt om een specifieke plek extra te verwarmen. In zeer goed geïsoleerde huizen wordt het soms als hoofdverwarming ingezet. Zonnecollectoren Met zonnecollectoren wordt de energie van de zon omgezet in warmte, in de vorm van warm water of een andere vloeistof (en niet in elektriciteit, zoals bij gebruikelijke zonnepanelen). Bij individuele systemen worden zonnecollectoren vaak ingezet om water in een boiler te verwarmen en te gebruiken voor tapwater. Als het ook voor het verwarmingssysteem wordt gebruikt, gebeurt dit vaak in combinatie met een warmtepomp. Biomassa Bij verwarming met biomassa wordt een stof van organische oorsprong verbrand. Meestal gaat het om houtproducten, maar het kan bijvoorbeeld ook met voedselresten of restproducten uit de landbouw. In individuele woningen wordt in veel gevallen een pelletkachel gebruikt. Het verbranden van biomassa staat om verschillende redenen ter discussie: vanwege de luchtvervuiling, de herkomst van de biomassa en de vraag of het door aanplant van nieuwe bomen daadwerkelijk CO2 neutraal is.
39
Collectief warmtenet Een warmtenet levert warm water aan meerdere huizen en/of gebouwen, vanuit een of meerdere bronnen. Een kleinschalig warmtenet bedient tientallen woningen, een grootschalig warmtenet kan tot tienduizenden woningen bedienen. De temperatuur van het aangeleverde warme water verschilt per warmtenet. Dit hangt af van de behoefte van de aangesloten gebouwen, die met name afhankelijk is van het isolatieniveau, én van de beschikbare warmte van de bron(nen). Bronnen van een warmtenet zijn onder andere: • restwarmte van bedrijven • warmte uit de bodem (geothermie) • verbranding van biomassa • zonthermie • aquathermie (oppervlaktewater, rioolwater) • geothermie Restwarmte van bedrijven Bij een deel van de bedrijven blijft er restwarmte over in het productieproces. Dit kunnen grote industriële bedrijven zijn zoals in Moerdijk, of energiecentrales die bij het opwekken van elektriciteit warmte overhouden, of afvalverbrandingscentrales zoals PreZero in Roosendaal. Een bedrijf kan zowel afnemer als leverancier zijn, doordat hoge-temperatuur warmte in het productieproces wordt gebruikt en lage-temperatuur warmte als restwarmte overblijft. Biomassa Bij verwarming met biomassa wordt een stof van organische oorsprong verbrand. Meestal gaat het om houtproducten, maar het kan bijvoorbeeld ook met voedselresten of restproducten uit de landbouw.
Bij collectieve toepassing wordt er op een centrale locatie water verwarmd door verbranding en wordt dit aan een warmtenet gevoed. Biomassa wordt in collectieve oplossingen echter meer gebruikt voor opwekking van elektriciteit (als alternatief voor steenkool) dan voor warmte. Zonthermie Met zonnecollectoren wordt de energie van de zon omgezet in warmte, in de vorm van warm water of een andere vloeistof (en niet in elektriciteit zoals bij gebruikelijke zonnepanelen). Bij collectieve toepassingen wordt er meestal een veld met zonnecollectoren vol gelegd. De warmte wordt geleverd aan een warmtenet, vaak in combinatie met een vorm van seizoensopslag, omdat de piek van de productie bij zonthermie (zomer) en vraag (winter) uit elkaar liggen. Geothermie (ondiep en diep) Ondiepe geothermie levert temperaturen van 12 tot 35 graden en is daarmee vooral geschikt voor nieuwbouwwoningen met een goede isolatie. Dergelijke systemen worden al op verschillende locaties in de regio gebruikt voor zowel woningen als bedrijven, veelal in de tuinbouw. Ondiepe bronnen kunnen als bron werken voor een warmtenet. Eventueel in combinatie met een warmtepomp die de temperatuur verhoogd, centraal of decentraal. Een nieuwe generatie (grote) warmtepompen kan een temperatuur tot wel 70 graden leveren, met een hogere efficiency dan voorheen.
40
Met diepe of ultradiepe geothermie zijn hogere temperaturen uit de bodem te onttrekken: van 70 tot wel 150 graden. Dergelijke temperaturen bieden de mogelijkheid om ook matig geïsoleerde gebouwen te verwarmen. Er is echter nog weinig ervaring met diepe en ultradiepe geothermie in Nederland, dat zorgt voor onzekerheden. Bovendien maakt de grote diepte het kostbaar. Uit eerste verkenningen lijkt het potentieel voor diepe geothermie in de gemeente Roosendaal en omgeving niet zo groot. Het is dan ook niet te verwachten dat deze bron voor 2030 een rol gaat spelen. Aquathermie Bij aquathermie wordt warmte onttrokken aan het oppervlaktewater en met warmtepompen opgewaardeerd tot een temperatuur waarmee verwarmd kan worden. Hiervoor is een omvangrijke waterbron met een stabiele temperatuur gedurende het jaar, zoals de zee, een rivier of een groot meer. Ook rioolwater of gezuiverd water van een waterzuiveringsinstallatie kan geschikt zijn. Duurzaam gas: waterstof of groengas Groengas en waterstof zijn de alternatieven die voor de afnemer het meeste lijken op aardgas. Groengas is duurzaam geproduceerd gas. Het kan bijvoorbeeld gemaakt worden door het vergisten van mest of rioolslib. Momenteel stroomt er al groengas door het gasnetwerk.
Waterstof kan zowel omgezet worden in warmte als in elektriciteit en het kan opgeslagen worden, zodat het ook toepasbaar om pieken in warmte- of elektriciteitsvraag op te vangen. Waterstof is geen bron voor energie, maar moet worden geproduceerd. Dit gebeurt tot op heden vooral op basis van aardgas of kolen (grijze waterstof) en is dus niet duurzaam. Het is wel mogelijk om in het productieproces de CO2 af te vangen en op te slaan, waardoor CO2 uitstoot wordt voorkomen. In dit geval wordt gesproken over blauwe waterstof. Het gebruik van blauwe waterstof kan bijdragen als transitieoplossing naar volledige duurzaam geproduceerde waterstof. Productie van duurzame (groene) waterstof is zeker al mogelijk, maar voorlopig relatief kostbaar en beperkt beschikbaar. Er zijn veel plannen om de productie van duurzame (groene) waterstof te verhogen en door schaalvergroting de kosten te verlagen. Maar het zal nog jaren duren voor dit daadwerkelijk grootschalig groene waterstof oplevert. Als de productie van groene waterstof toeneemt, zal dit naar verwachting in eerste instantie niet voor verwarming van gebouwen worden ingezet. Met verbranding van waterstof kunnen hele hoge temperaturen worden bereikt en het is daarom geschikt voor het verduurzamen van industrie en toepassingen in transport, zoals in zwaar wegtransport, scheepvaart en de luchtvaartsector.
Het bestaande gasnetwerk is hoogstwaarschijnlijk geschikt voor het transport van waterstof, of er zijn slechts beperkte aanpassingen nodig. Daar lopen momenteel proeven voor. Tot 2030 zal er nog slechts mondjesmaat waterstof beschikbaar zijn voor het verwarmen van gebouwen. De beschikbaarheid na 2030 is nog onzeker.
41