CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

72-2022 Bewonersenquête 2021.pdf

Commissie 12 januari 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsmededeling 72-2022 Bewonersenquête 20219.233 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmededeling

Datum:

15 november 2022

Zaaknummer: 614476

Van:

het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Wethouder Van der Star

Aan:

de raad van de gemeente Roosendaal

Steller:

M.H.J. Quirijnen

Kopie aan:

Matthijs van Oosten

Onderwerp:

Bewonersenquête 2021

Bijlage:

2021 infographics Jongeren.pdf (original), Bewonersenquete 2021 Rapportage def.pdf (original)

Kennisnemen van De resultaten van de Bewonersenquête 2021, deze wordt elke twee jaar uitgezet onder de bewoners van de gemeente Roosendaal. Deze waren al eerder beschikbaar maar door de wisseling in het college worden de resultaten later gepresenteerd. Waardoor nieuwe raadsleden er ook kennis van kunnen nemen. Inleiding De gemeente Roosendaal heeft in 2021, voor de 11e keer onder 8.491 inwoners van 16 jaar en ouder een Bewonersenquête uitgezet. De respons bedraagt 32% en is daarmee gelijk aan de respons in 2019 (32%). Het gemeentebestuur wil met dit onderzoek te weten komen wat er zoal leeft onder de inwoners. Hoe veilig voelt men zich in de buurt? Is men tevreden over de voorzieningen in de stad? Hoe zijn de sociale contacten in de buurt? Dit zijn enkele voorbeelden van vragen die beantwoord kunnen worden aan de hand van het onderzoek. De resultaten gebruiken we om het beleid te monitoren en ontwikkelen en draagt bij aan het datagedreven werken. Om bepaalde doelgroepen beter te bereiken, is er tegelijkertijd ook een vragenlijst voor jongeren uitgezet en is er een online enquête via social media uitgezet. Informatie/kernboodschap De inwoners van de gemeente Roosendaal hebben zich in de Bewonersenquête kunnen uitspreken over belangrijke beleidsthema’s zoals voorzieningen, wonen, veiligheid, meedoen en gezondheid.

Voorzieningen • Over de gemeentelijke voorzieningen zijn bewoners in het algemeen tevreden. De hoogste waardering is voor de Roosendaalse Kermis, het voortgezet onderwijs en de terugkerende evenementen. • Ook zijn bewoners tevreden over de voorzieningen in de buurt. De basisscholen worden als beste gewaardeerd.

Wonen • •

•

•

De meeste bewonerservaren hun buurt als een prettige buurt om in te wonen. De fysieke kwaliteit van de buurt wordt over het algemeen positief gewaardeerd, vooral de kwaliteit van de (eigen) woningen wordt als positief gewaardeerd. Ten opzichte van 2019 is de waardering van de kwaliteit stabiel. Ook de sociale kwaliteit van de buurt wordt (gematigd) positief gewaardeerd. De meeste bewoners voelen zich thuis in hun buurt en vinden dat de buurtbewoners op een prettige manier met elkaar om gaan. Over saamhorigheid en gezelligheid in de buurt verschillen de meningen. De mate van verloedering is iets toegenomen ten opzichte van 2019.

Veilig • • • • •

Het veiligheidsgevoel in de buurt is groter dan in de gehele gemeente Roosendaal. Men voelt zich ten opzichte van 2019 veiliger in de gemeente. In de buurt is deze stabiel ten opzichte van 2019. Ook mijdt bijna de helft van de respondenten wel eens plekken in de gemeente, omdat men zich daar niet veilig voelt. Ten opzichte van 2019 is dit stabiel. Het aantal vaak voorkomende voorvallen (zoals beschadiging van auto’s, vernieling van straat meubilair en inbraak in woningen) is ten opzichte van 2019 iets toegenomen. Van vormen van overlast komen te hard rijden, rommel op straat en hondenpoep het meeste voor. Dit komt overeen met de ervaren overlast in 2019. De verschillende aspecten van drugs-gerelateerde overlast zijn ten opzichte van 2019 toegenomen.

Meedoen • • •

• •

De inzet van bewoners voor hun buurt is ten opzichte van 2019 licht afgenomen. Bijna drie op de tien respondenten zijn afgelopen jaar actief geweest om de buurt te verbeteren en ruim vier op de tien zegt dit in de toekomst misschien te willen doen. Bijna twee derde is (regelmatig of af en toe) bereid om belangeloos buurtbewoners te helpen. Bijna één op de drie respondenten doet vrijwilligerswerk en ruim een kwart van de respondenten geven mantelzorg. Ruim vier op de tien respondenten is lid van een vereniging of club. Bijna drie op de tien respondenten hebben het afgelopen jaar gebruik gemaakt van het culturele aanbod van de gemeente Roosendaal, door de beperkingen vanwege Corona is er minder aanbod geweest. Een kwart neemt deel aan kunstzinnige activiteiten.

Gezond •

• • •

Als wordt gevraagd hoe de respondenten zich de afgelopen drie maanden hebben gevoeld laat dat een positief beeld zien: de respondenten voelen zich in het algemeen goed, denken dat ze er een gezonde manier van leven op nahouden en kunnen over het algemeen de dingen doen die men wil. De mate van eenzaamheid is iets toegenomen ten opzichte van 2019. Respondenten voelen zich matig eenzaam. Ook de emotionele eenzaamheidsscore is ook toegenomen ten opzichte van 2019. Bij twee derde van de respondenten is er geen sprake van emotionele eenzaamheid. De sociale eenzaamheid van respondenten ligt gemiddeld genomen laag. Ruim vier op de tien respondenten ervaart geen sociale eenzaamheid.

Resultaten jongeren De jongeren zijn bevraagd over dezelfde thema’s, alleen is de vragenlijst korter en de vragen zijn meer gericht op hun leefwereld. De vragen zijn in samenwerking met de jongerenraad opgesteld. • Een derde van de jongeren is tevreden over de studiemogelijkheden, de bereikbaarheid van het openbaar vervoer scoort beter bij de jongeren, 79 procent vindt deze goed. • In de directe omgeving wordt door 35 procent een goede vriend gemist, maar 75 procent geeft aan altijd wel bij vrienden terecht te kunnen. Een derde van de jongeren vindt dat er voldoende te doen is in hun buurt. • Een kwart wordt regelmatig lastig gevallen door drugsdealers en meer dan de helft (55%) voelt zich niet veilig om ’s nachts alleen naar huis te fietsen. Ongeveer 58 procent voelt zich veilig in de eigen buurt. • Bijna de helft is tevreden over het uitgaansleven in Roosendaal en 72 procent vindt dat er voldoende plekken zijn om vrienden te ontmoeten. Bijna net zoveel (75%) gaat voor uitjes naar een andere stad. • Meer dan een kwart (27%) maakt regelmatig gebruik van de sportvoorzieningen in de buurt. Bijna driekwart van de jongeren (71%) voelt zich weleens somber.

Consequenties De resultaten van de Bewonersenquête bieden aanknopingspunten voor verdere discussies over de toekomst. De Bewonersenquête wordt gebruikt als basis voor het ontwikkelen, monitoren en waar nodig bijsturen van beleid. Voor een aantal thema’s zijn verdiepende analyses uitgevoerd zoals bijvoorbeeld voor dienstverlening en participatie en voorzieningen. Daarnaast speelt de informatie uit de Bewonersenquête een belangrijke rol in de P&C-cyclus , in het jaarverslag en de Programmabegroting wordt gebruik gemaakt van indicatoren uit de bewonersenquête. In de Vitaliteitskaart worden de belevingscijfers naast de objectieve cijfers( politiecijfers, registratiecijfers) gezet. De Vitaliteitskaart en meer data zijn te zien via https://roosendaal.incijfers.nl/. De bewonersenquête wordt om het jaar uitgezet. In de volgende bewonersenquête zal naast de reguliere vragenlijst weer een vragenlijst gericht op jongeren worden uitgezet. In de aanpak voor 2023 worden de volgende aandachtspunten opgenomen: •

Alternatieven inventariseren voor belevingscijfers

•

Een eventuele opsplitsing in buurt-en stadsenquête

•

Digitaal versus schriftelijk

•

Herhaling vragenlijst voor jongeren

•

Aanpak voor laaggeletterden

•

Mogelijkheden voor een meertalige vragenlijst

De voortgang van deze actiepunten wordt meegenomen in de uitwerking van het collegeprogramma. Bijlagen 1. Bewonersenquête 2021 Rapportage def. 2. 2021 Infographics Jongeren

Afsluiting en ondertekening Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, De secretaris,

De burgemeester,

Bewonersenquête 2021 Gemeente Roosendaal

2

Inhoud Aanbiedingsnota

Inleiding.............................................................................................................................................................................................4 De rapportage........................................................................................................................................................................ 5 Resultaten in het kort.............................................................................................................................................6 1. Voorzieningen...............................................................................................................................................................9 1.1 Voorzieningen in de gemeente................................................................................................................................9 1.2 Voorzieningen in de buurt..........................................................................................................................................10

2. Wonen........................................................................................................................................................................................ 12 2.1 Wonen algemeen................................................................................................................................................................. 12 2.2 Wonen fysiek............................................................................................................................................................................. 14 2.3 Wonen sociaal......................................................................................................................................................................... 15

3. Veilig..............................................................................................................................................................................................18 3.1 Veilig voelen in de gemeente en de eigen buurt................................................................................ 18 3.2 Criminaliteit............................................................................................................................................................................... 20 3.3 Overlast.......................................................................................................................................................................................... 22 3.4 Verkeersveiligheid............................................................................................................................................................... 24

4. Meedoen.............................................................................................................................................................................. 26 4.1 Vrijwillige inbreng................................................................................................................................................................ 26 4.2 Vrije tijd.......................................................................................................................................................................................... 28

5. Gezond.................................................................................................................................................................................... 32 5.1 Eenzaamheid............................................................................................................................................................................ 32 5.2 Gezondheid............................................................................................................................................................................... 33

Onderzoeksverantwoording............................................................................................................... 36

3

Inleiding De gemeente Roosendaal heeft in 2021, voor de elfde keer onder 8.491 inwoners van 16 jaar en ouder een Bewonersenquête uitgezet. De respons bedraagt 32% en is daarmee gelijk met de respons in 2019 (32%). De Bewonersenquête is uitgevoerd door onderzoeksbureau Research 2Evolve.

Doel van het onderzoek Het gemeentebestuur wil met dit onderzoek te weten komen wat er zoal leeft onder de inwoners. Hoe veilig voelt men zich in de buurt? Is men tevreden over de voorzieningen in de stad? Hoe zijn de sociale contacten in de buurt? Dit zijn enkele voorbeelden van vragen die beantwoord kunnen worden aan de hand van het onderzoek. De uitkomsten van het onderzoek bieden de gemeente handvatten om het beleid te ontwikkelen, uit te voeren en waar nodig bij te stellen.

4

De rapportage De resultaten van de Bewonersenquête 2021 zijn opgenomen in voorliggende rapportage. Het gaat daarbij om de uitkomsten op hoofdlijnen, op het niveau van de gemeente. Waar mogelijk en relevant zijn verschillen tussen groepen bewoners aangegeven en zijn de uitkomsten vergeleken met die van de vorige meting(en). Daarnaast is er een aantal factsheets opgesteld, waarin meer wordt ingezoomd op thema’s. De resultaten worden ook opgenomen in de Vitaliteitskaart, te raadplegen via. https://roosendaal.incijfers.nl/home. De rapportage wordt gepubliceerd op https://roosendaal.incijfers.nl/documents. In de rapportage is zoveel mogelijk dezelfde indeling gehanteerd als in 2019. Dat betekent dat in hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de voorzieningen en het onderhoud in de buurt. Het wonen in de buurt staat centraal in hoofdstuk 2. Overlast en veiligheid in de gemeente Roosendaal en de eigen buurt komen in hoofdstuk 3 aan bod. Daarna wordt ingegaan het meedoen van inwoners in de samenleving. Tot slot wordt hoofdstuk 5 gewijd aan gezondheid. Aan het eind van het rapport staat een onderzoekverantwoording. In de rapportage worden figuren getoond met daarin percentages. In de tekst worden deze cijfers kort toegelicht. Wanneer de cijfers van verschillende categorieën worden opgeteld, kan het voorkomen dat het totaal niet exact tot 100% optelt. Dat komt door afrondingsverschillen.

5

Resultaten in het kort De inwoners van de gemeente Roosendaal hebben zich in de Bewonersenquête kunnen uitspreken over belangrijke beleidsthema’s zoals voorzieningen, wonen, veiligheid, sociale kwaliteit, meedoen en gezondheid.

Voorzieningen > Als de respondenten een lijst met gemeentelijke voorzieningen wordt voorgelegd, met de vraag deze te beoordelen met een rapportcijfer, dan is men hierover in het algemeen tevreden. De hoogste waardering is voor de Roosendaalse Kermis, het voortgezet onderwijs en de terugkerende evenementen. > Ook zijn respondenten tevreden over de voorzieningen in de buurt. De basisscholen worden als beste gewaardeerd.

Wonen > De meeste respondenten ervaren hun buurt als een prettige buurt om in te wonen. > De fysieke kwaliteit van de buurt wordt over het algemeen positief gewaardeerd, vooral de kwaliteit van de (eigen) woningen wordt als positief gewaardeerd. Ten opzichte van 2019 is de waardering van de kwaliteit stabiel. > Ook de sociale kwaliteit van de buurt wordt (gematigd) positief gewaardeerd. De meeste bewoners voelen zich thuis in hun buurt en vinden dat de buurtbewoners op een prettige manier met elkaar om gaan. Over saamhorigheid en gezelligheid in de buurt verschillen de meningen. > De mate van verloedering is iets toegenomen ten opzichte van 2019.

Veilig > Het veiligheidsgevoel in de buurt is groter dan in de gehele gemeente Roosendaal. Men voelt zich ten opzichte van 2019 veiliger in de gemeente. In de buurt is deze stabiel ten opzichte van 2019. > Ook mijdt bijna de helft van de respondenten wel eens plekken in de gemeente, omdat men zich daar niet veilig voelt. Ten opzichte van 2019 is dit stabiel. > Het aantal vaak voorkomende voorvallen (zoals beschadiging van auto’s, vernieling van straat meubilair en inbraak in woningen) is ten opzichte van 2019 iets toegenomen. > Van vormen van overlast komen te hard rijden, rommel op straat en hondenpoep het meeste voor. Dit komt overeen met de ervaren overlast in 2019. > De verschillende aspecten van drugs-gerelateerde overlast zijn ten opzichte van 2019 toegenomen.

6

Meedoen > De inzet van bewoners voor hun buurt is ten opzichte van 2019 licht afgenomen. > Bijna drie op de tien respondenten zijn afgelopen jaar actief geweest om de buurt te verbeteren en ruim vier op de tien zegt dit in de toekomst misschien te willen doen. > Bijna twee derde is (regelmatig of af en toe) bereid om belangeloos buurtbewoners te helpen. Bijna één op de drie respondenten doet vrijwilligerswerk en ruim een kwart van de respondenten geven mantelzorg. > Ruim vier op de tien respondenten is lid van een vereniging of club. > Bijna drie op de tien respondenten hebben het afgelopen jaar gebruik gemaakt van het culturele aanbod van de gemeente Roosendaal, door de beperkingen vanwege Corona is er minder aanbod geweest. Een kwart neemt deel aan kunstzinnige activiteiten.

Gezond > Als wordt gevraagd hoe de respondenten zich de afgelopen drie maanden hebben gevoeld laat dat een positief beeld zien: de respondenten voelen zich in het algemeen goed, denken dat ze er een gezonde manier van leven op nahouden en kunnen over het algemeen de dingen doen die men wil. > De mate van eenzaamheid is iets toegenomen ten opzichte van 2019. Respondenten voelen zich matig eenzaam. > Ook de emotionele eenzaamheidsscore is ook toegenomen ten opzichte van 2019. Bij twee derde van de respondenten is er geen sprake van emotionele eenzaamheid. > De sociale eenzaamheid van respondenten ligt gemiddeld genomen laag. Ruim vier op de tien respondenten ervaart geen sociale eenzaamheid.

7

Voorzieningen 8

1. Voorzieningen 1.1 Voorzieningen in de gemeente Rapportcijfer voor voorzieningen in de gemeente, 2015-2021

Als de respondenten een lijst met gemeentelijke voorzieningen wordt voorgelegd, met de vraag deze te beoordelen met een rapportcijfer, dan is men hierover in het algemeen tevreden. Gemiddeld geeft men voor de voorzieningen een cijfer tussen 7,3 en 7,7. De hoogste cijfers zijn voor de Roosendaalse Kermis, het voortgezet onderwijs en de terugkerende evenementen, zij worden met een 7,7 beoordeeld. Bij veel voorzieningen is het gemiddelde cijfer nagenoeg gelijk aan de voorgaande jaren. Alleen de (waren)markt op zaterdag wordt iets hoger gewaardeerd dan in 2019.

9

1.2 Voorzieningen in de buurt Rapportcijfer voor voorzieningen in de buurt, 2015-2021

De respondenten is ook een lijst met voorzieningen in de buurt voorgelegd met de vraag om hiervoor een rapportcijfer te geven. De rapportcijfers wijzen uit dat de respondenten ook over de meeste buurtvoorzieningen tevreden zijn. De meeste voorzieningen krijgen gemiddeld een voldoende. De basisscholen en winkels voor de dagelijkse boodschappen worden als beste gewaardeerd met een 7,8 gemiddeld. Net iets lager scoren de straatverlichting (7,6), de peuterspeelzalen (7,5) en de kinderopvang (7,5). Met name over de parkeervoorzieningen (6,6), voorzieningen voor ouderen (6,0) en voorzieningen en activiteiten voor jongeren (5,5) is men minder tevreden. De rapportcijfers liggen veelal in lijn met de cijfers van de vorige metingen. De tevredenheid over de parkeervoorzieningen is iets toegenomen (van 6,4 naar 6,6).

10

Wonen 11

2. Wonen 2.1 Wonen algemeen Stellingen over de kwaliteit van de buurt om in te wonen

De mensen in deze buurt blijven hier graag wonen

18%

Als je in deze buurt woont, heb je het goed getroffen

18%

51%

22%

42%

25%

Als het maar enigszins kan, ga ik uit deze buurt verhuizen 5%7% 15%

31%

42 %

Het is vervelend om in deze buurt te wonen

41%

6% 15% 0%

Helemaal mee eens

Mee eens

Neutraal

20% Mee oneens

40%

7% 10% 5%

37% 60%

80%

100%

Helemaal mee oneens

De meeste respondenten ervaren hun buurt als een prettige buurt om in te wonen. Dit leiden we af uit een aantal stellingen die we hierover hebben voorgelegd. Zeven op de tien respondenten denken dat de mensen graag in hun buurt blijven wonen (69%). Zes op de tien respondenten vinden ook dat men het goed getroffen heeft als men in de buurt woont (60%). De meeste respondenten ontkennen dat men zou verhuizen als het maar enigszins kan en dat het vervelend is om in de buurt te wonen (respectievelijk 73% en 78%). Vergeleken met de vorige meting is de waardering voor de buurt weinig veranderd.

Rapportcijfers voor de kwaliteiten van de buurt, 2015-2021 10 9 8

7,3

7,4

7,3

7,2

2015

2017

2019

2021

7 6 5 4 3 2 1 0

Over het algemeen zijn respondenten tevreden over de buurt waarin men woont, getuige een gemiddeld rapportcijfer van 7,2 voor de buurt als woon- en leefomgeving.

12

Ontwikkeling van de buurt

Afgelopen jaar

6%

De komende jaren

9% 0%

Vooruit

56 %

30%

45% 20% Gelijk

27% 40% Achteruit

60%

8% 19 %

80%

100%

Weet ik niet

Ondanks de positieve kwalificaties die men in het algemeen aan de buurt geeft, ervaren de respondenten wel vaker een achteruitgang van de buurt dan een vooruitgang. Zo zag drie op de tien de buurt het afgelopen jaar achteruit gaan (30%) en constateert 6% een vooruitgang. De verwachting voor de komende jaren laat hetzelfde beeld zien. De meeste mensen zijn echter van mening dat de buurt niet zo veel veranderd is (56%)en verwacht ook geen verandering in de toekomst (45%). Het oordeel over de ontwikkeling van de buurt is vrijwel hetzelfde als in 2019.

13

2.2 Wonen fysiek Rapportcijfers voor de fysieke kwaliteiten van de buurt, 2015-2021 10,0 9,0 8,0

7,7 7,8 7,8 7,7

2015

2017

2019

2021

7,2 7,3 7,3 7,2

7,0

6,3 6,5 6,5 6,4 5,5 5,6 5,7 5,7

6,0

5,4 5,4

5,7 5,7

5,7 5,7

5,5

5,3

5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 Kwaliteit van uw eigen woning

Kwaliteit van de woningen

Kwaliteit van de woonomgeving

Onderhoud openbaar groen

Onderhoud verhardingen

Vervuiling

De respondenten hebben een aantal fysieke kenmerken van hun buurt beoordeeld met een rapportcijfer. Over de kwaliteit van de eigen woning (7,7) en de kwaliteit van de woningen in de buurt (7,2) is men zeer tevreden. De kwaliteit van de woonomgeving (inrichting van de straat, pleintjes, bankjes) scoort eveneens een ruime voldoende (6,4). Dit komt overeen met de scores in 2019. Over het onderhoud van het openbaar groen (5,7), het onderhoud van de verhardingen (wegen, straten, fietspaden, trottoirs) (5,7) en de mate van vervuiling (zwerfvuil, verkeerd geplaatst vuilnis, hondenpoep enz.) (5,3) is men minder positief. In vergelijking tot 2019 zijn de respondenten minder tevreden over de mate van vervuiling (5,5 in 2019 en 5,3 in 2021).

Probleemscore voor verloedering 2015-2021 10 9 8 7 6 5

4,0

4

3,6

3,5

3,7

2017

2019

2021

3 2 1 0 2015

De probleemscore voor verloedering is opgebouwd uit de vragen ‘bekladding van muren en gebouwen’, ‘vernieling van straatmeubilair’, ‘rommel op straat’ en ‘hondenpoep’. Hoe hoger de score, hoe vaker men verloedering ervaart. De score loopt van 0 tot en met 10. Het gemiddelde cijfer op de probleemscore voor verloedering in 2021 is een 3,7. Dit cijfer is twee tienden hoger dan de score in 2019 (3,5).

14

2.3 Wonen sociaal Figuur 2. Stellingen over de sociale kwaliteit van de buurt De mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om

53%

18%

Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt 11 % wonen Ik woon in een gezellige buurt met veel saamhorigheid

8%

De mensen in deze buurt kennen elkaar nauwelijks

6%

45%

0% Helemaal mee eens

Mee eens

28%

32%

20%

Neutraal

11 %

38%

31% 20%

17% 7% 34%

40%

Mee oneens

6%

21%

60%

8%

80%

100%

Helemaal mee oneens

Over het algemeen zijn de respondenten (gematigd) positief over de sociale kwaliteit van de buurt. Zo vinden de meeste respondenten dat de mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan (71%). Ruim vijf op de tien respondenten geven aan zich thuis te voelen bij de mensen in de buurt (56%). Over de gezelligheid en saamhorigheid in de buurt verschillen de meningen meer. Vier op de tien respondenten zijn van mening dat zij in een gezellige buurt met veel saamhorigheid wonen (39%), maar aan de andere kant vindt een kwart (24%) dat dit niet het geval is. Ook onderschrijft een kwart van de respondenten de stelling dat de mensen in de buurt elkaar nauwelijks kennen (26%). Dit is in lijn met het gebrek aan gezelligheid en saamhorigheid in de buurt. Vergeleken met de vorige meting is de waardering voor de buurt weinig veranderd.

Rapportcijfers voor sociale kwaliteiten van de buurt, 2015-2021 10,0 9,0 8,0 7,0

6,8 6,8

6,7 6,7

6,5

6,5

6,6

6,9 6,4

6,8 6,7

6,4

6,5

6,3

6,0

6,0 5,8

5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 Verzorging woning en tuin

Onderlinge sociale contacten 2015

2017

Rust in de buurt

2019

Ongewenste activiteiten

2021

Als de respondenten wordt gevraagd een rapportcijfer te geven voor de verzorging van hun woning en tuin (6,7) dan krijgt dit element een voldoende. De onderlinge sociale contacten (6,4) en de rust in de buurt (6,4) worden iets lager gewaardeerd, ook ten opzichte van 2019 (6,6 en 6,7). Het cijfer voor ongewenste activiteiten in de buurt ligt met een 5,8 iets lager dan in 2019 waar dit aspect een 6,0 scoorde.

15

Score voor sociale cohesie 2015-2021 10 9 8 7

6,1

6,2

6,1

6,0

2015

2017

2019

2021

6 5 4 3 2 1 0

Naast een verloederingsscore is er ook een score berekend voor de sociale cohesie in de buurt. De score is tot stand gekomen aan de hand van de stellingen ‘de meeste mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om’, ‘ik woon in een gezellige buurt met veel saamhorigheid’, ‘ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen’ en ‘de mensen in deze buurt kennen elkaar nauwelijks’. De score loopt van 0 tot en met 10 (hoe hoger de score, hoe beter de sociale cohesie). De sociale cohesiescore is gemiddeld een 6,0, dit is vrijwel gelijk aan 2019 (6,1) en 2017 (6,2).

16

Veiligheid 17

3. Veilig 3.1 Veilig voelen in de gemeente en de eigen buurt Veiligheidsbeleving in de gemeente en de eigen buurt (exclusief weet niet) Voelt u zich wel eens onveilig in de gemeente Roosendaal?

42 %

Voelt u zich wel eens onveilig in uw eigen buurt?

58%

31% 0%

69%

20%

40%

60%

Ja

80%

100%

Nee

Bijna zes op de tien (58%) respondenten voelt zich nooit onveilig in de gemeente Roosendaal. Daar staat tegenover dat 42% zich wel eens onveilig voelt in de gemeente. In de eigen buurt voelt men zich vaker veilig. Zeven op de tien respondenten voelt zich nooit onveilig in de eigen buurt (69%), toch voelt drie op de tien (31%) zich in de eigen woonbuurt wel eens onveilig.

Percentage respondenten dat zich nooit onveilig voelt, 2015-2021

73%

80% 60%

54%

59%

54%

72%

69%

69%

58%

40% 20% 0% Gemeente

Buurt

2015

2017

2019

2021

Ten opzichte van 2019 is de veiligheidsbeleving in de gemeente in 2021 toegenomen van 54% naar 58%. De veiligheidsbeleving in de buurt is met 69%, gelijk gebleven. Degenen die hebben geantwoord met ‘weet ik niet’ zijn buiten de beschouwing van deze grafiek gelaten.

18

Rapportcijfer voor veiligheidsgevoel in de gemeente Roosendaal en in de eigen buurt, 2015-2021 10,0 9,0 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0

6,7

7,0

7,2 6,7

6,9

6,8

In de eigen buurt

In de gemeente

2015

7,1

6,7

2017

2019

2021

Aan respondenten is gevraagd om door middel van een rapportcijfer aan te geven hoe veilig of onveilig zij zich in de gemeente Roosendaal en in de eigen buurt voelen. Gemiddeld is dit een voldoende. Er is maar een klein verschil tussen het cijfer voor de veiligheid in de gemeente en in de eigen buurt. De gemeente wordt met een 6,7 beoordeeld, de eigen buurt met een 6,8. Het rapportcijfer voor de veiligheid in de gemeente is ten opzichte van 2019 gelijk gebleven. Het cijfer voor de veiligheidsbeleving in de eigen buurt is ten opzichte van 2019 iets afgenomen (6,9).

Het mijden van plekken vanwege onveiligheid

Zijn er plekken in de gemeente Roosendaal die u mijdt omdat u zich er niet veilig voelt?

37%

Zijn er plekken in uw buurt die u mijdt omdat u zich er niet veilig voelt?

23% 0%

20%

9%

11%

55%

67% 40%

Ja, meerdere plekken

60%

80%

Ja, één plek

100% Nee

Een andere indicator voor de veiligheidsbeleving is de vraag of mensen bepaalde plekken in de gemeente vermijden. Ruim vier op de tien respondenten mijden wel eens plekken in de gemeente Roosendaal omdat zij zich daar niet veilig voelen (46%). In de eigen buurt voelt men zich minder vaak onveilig. Toch geeft een derde van de respondenten aan in de eigen buurt één of meer plekken te mijden omdat men zich daar niet veilig voelt (34%). Het merendeel van de respondenten mijdt echter geen plekken in de buurt (67%) of in de gemeente (55%). Dit is nagenoeg gelijk aan 2019, toen meed 45% wel eens plekken in de gemeente en meed een derde (32%) wel eens plekken in de buurt vanwege onveiligheid.

19

3.2 Criminaliteit Vervelende voorvallen op het gebied van diefstal, geweld en vandalisme in de eigen buurt Inbraak in woningen

9%

Beschadiging van auto's, diefstal wieldoppen enz.

14%

40%

46%

Fietsendiefstal

11 %

43%

46%

Diefstal uit / inbraak in auto's

9%

43%

48%

Vernieling van straatmeubilair (bushokjes, bankjes, speeltoestellen)

12%

37%

51 %

Gewelddelicten, bedreiging, lastig vallen

12%

Bekladding van muren en gebouwen

8% 0%

53%

38%

57%

31% 27% 20% Vaak

65% 40%

60% Soms

80%

100%

(Bijna) nooit

De respondenten is een lijst met voorvallen voorgelegd met de vraag of deze volgens hen vaak, soms of (bijna) nooit voorkomen in hun buurt. Degenen die hebben geantwoord met ‘weet ik niet’ zijn buiten de beschouwing van deze grafiek gelaten. Van deze lijst komen inbraak in woningen en beschadiging van auto’s, diefstal wieldoppen enz. volgens de respondenten het meeste voor. Zo zegt 62% dat inbraak in woningen vaak (9%) of soms (53%) voorkomt. Ook fietsdiefstal komt volgens meer dan de helft (54%) van de respondenten vaak (11%) of soms (43%) voor in de buurt. Het bekladden van muren komt minder vaak voor volgens de respondenten, maar toch geeft een derde van de respondenten aan dat hier vaak (8%) of soms (27%) sprake van is. Ten opzichte van 2019 heeft men vaker last van vervelende voorvallen. Met name van gewelddelicten, in 2019 had ruim een derde (36%) hier vaak (7%) of soms (12%) last van. In 2021 is dit toegenomen tot ruim vier op de tien (43%) die hier vaak (12%) of soms (31%) last van hebben.

20

Percentage dat vindt dat vervelende voorvallen vaak voorkomen in de eigen buurt, 2015-2021 Beschadiging van auto's, diefstal wieldoppen enz. 14% Gewelddelicten, bedreiging, lastig vallen 12% Vernieling van straatmeubilair (bushokjes, bankjes, speeltoestellen)

2015 12%

2017 2019

Fietsendiefstal 11%

2021

Diefstal uit / inbraak in auto's 9% Inbraak in woningen 9% Bekladding van muren en gebouwen 8% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

Als wordt gekeken naar het ‘vaak’ voorkomen van voorvallen dan is er ten opzichte van 2019 een toename te zien op alle voorvallen met uitzondering van het percentage inbraak in woningen. Er is een stijging te zien in het aantal gewelddelicten, dit is toegenomen van 7% naar 12%. Ook het beschadigen van auto’s, diefstal van wieldoppen is toegenomen van 11% naar 14%.

Bent uzelf of iemand uit uw huishouden in de afgelopen 12 maanden slachtoffer van een van de volgende voorvallen geweest? % ja, 2015-2021 Vernieling of diefstal van een onderdeel aan de buitenkant van uw auto

17%

Diefstal van een fiets, bromfiets, scooter 11% 2015 Diefstal uit woning of poging daartoe

2017

10%

2019 Diefstal uit een auto

2021

8% Mishandeling of bedreiging met lichamelijk geweld 7% Diefstal van een portemonnee, tasje of mobiele telefoon op straat of in een openbare gelegenheid

5%

Diefstal van een auto 4% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

Drie op de tien (31%) respondenten (of iemand anders uit het huishouden) is het afgelopen jaar het slachtoffer geweest van één of meer van bovenstaande delicten. Het meest voorkomende delict waar men het slachtoffer van is geworden is vernieling of diefstal van onderdelen aan de buitenkant van de auto. Eén op de zes is hier het afgelopen jaar het slachtoffer van geweest (17%). Van diefstal van fiets, bromfiets of scooter of van een woninginbraak of een poging daartoe is 11% en 10% slachtoffer geweest. We zien hier een afname ten opzichte van 2019, waar 12% te maken heeft gehad met diefstal van fiets, bromfiets of scooter of slachtoffer is geweest van een woninginbraak of een poging daartoe.

21

Van diefstal uit de auto is 8% het slachtoffer geweest, in 2019 was dat 9%. Van de respondenten is 7% slachtoffer geweest van mishandeling of bedreiging van lichamelijk geweld, in 2019 lag dit iets lager met 6%. Van de andere genoemde delicten (beroving van eigendom op straat of diefstal van een auto) is 5% of minder het slachtoffer geweest.

3.3 Overlast Overlast van jongeren en omwonenden in de buurt Overlast van groepen jongeren

14%

Overlast van omwonenden

8%

30%

55%

26%

0%

66%

20%

40%

Vaak

60%

80%

Soms

100%

(Bijna) nooit

Dat betekent echter wel dat ruim 40% vaak (14%) of soms (30%) overlast van jongeren ervaart in de eigen buurt en twee derde overlast van omwonenden (8% vaak en 26% soms). De inwoners die hebben geantwoord met ‘weet ik niet’ zijn buiten beschouwing gelaten van deze grafiek. Vergeleken met 2019 (12%) is het percentage dat vaak overlast ervaart van jongeren iets toegenomen (naar 14%). Ook de overlast van omwonenden is iets toegenomen (7% vaak in 2019).

Overlast in de buurt Te hard rijden

Overlast van industrie of bedrijven

7%

59%

22 %

19%

67%

26%

7%

0%

47% 52%

34%

14%

Luchtverontreiniging door verkeer Stankoverlast (algemeen)

41%

29%

25 %

Parkeeroverlast

25 %

35 % 31%

28%

Geluidsoverlast (anders dan verkeer)

24%

44%

40%

Rommel op straat Verkeerslawaai Verkeerslawaai

17%

33%

49% 32%

Hondenpoep

80%

13 % 20% Vaak

40% Soms

60%

80%

100%

(Bijna) nooit

Als het gaat om overlast in de openbare ruimte dan komen te hard rijden, rommel op straat en hondenpoep volgens de respondenten het meeste voor. Acht op de tien (82%) van de respondenten vindt dat er in de buurt vaak (49%) of soms (33%) te hard wordt gereden. Een vergelijkbaar aandeel ervaart vaak (40%) of soms (35%) overlast door rommel op straat en overlast door hondenpoep (32% vaak, 44% soms). Ook overlast door verkeerslawaai (59% vaak of soms) en parkeren (54%) komen volgens de helft van de respondenten vaak of soms voor. De meeste respondenten ervaren (bijna) nooit overlast in de openbare ruimte wanneer het gaat om overlast door industrie of bedrijven (80%), stank (67%), luchtverontreiniging door verkeer (59%) of van overige geluidsoverlast (52%). De inwoners die hebben geantwoord met ‘weet ik niet’ zijn buiten beschouwing gelaten van deze grafiek.

22

Percentage dat vindt dat vormen van overlast vaak voorkomen in de eigen buurt, 2015-2021

Te hard rijden 49% Rommel op straat 40% Hondenpoep 32% Verkeerslawaai

2015 2017

28%

2019 Parkeeroverlast

2021 25%

Luchtverontreiniging door verkeer 19% Geluidsoverlast (anders dan verkeer)

14%

Stankoverlast (algemeen) 7% Overlast van industrie of bedrijven 7% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

Dezelfde drie voorvallen vormen de top drie als in 2019. De overlast door rommel op straat is toegenomen. Vond in 2019 nog 37% dat dit vaak voorkwam in de buurt, nu is dat toegenomen tot 40%. De overlast door te hard rijden is volgens de respondenten nagenoeg gelijk gebleven: in 2019 vond 50% dat dit vaak voorkwam in de buurt en in 2021 49%. De mate van parkeeroverlast is ten opzichte van 2019 licht afgenomen van 28% in 2019 naar 25% in 2021. Overlast van verkeer is licht toegenomen (28%) ten opzichte van 2019 (26%).

Overlast gerelateerd aan drugs en alcohol in de eigen buurt Overlast van drugsrunners / drugsdealers (drugshandel)

24%

27%

Drugsoverlast (in het algemeen)

16%

27%

49% 56%

Overlast van verslaafden (drugs, alcohol)

12%

25%

62%

Overlast van drugstoeristen

14%

21 %

64%

0%

20% Vaak

40% Soms

60%

80%

100%

(Bijna) nooit

De meeste respondenten ervaren (bijna) nooit drugs-gerelateerde overlast in de buurt. Als de overlast wel wordt ervaren dan gaat het met name om de overlast door drugshandel (49% waarvan 24% vaak en 27% soms) en drugsoverlast in het algemeen (43%). Daarnaast ervaart 37% vaak of soms overlast van verslaafden en 35% ervaart specifiek drugsoverlast overlast van drugstoeristen. De inwoners die hebben geantwoord met ‘weet ik niet’ zijn buiten beschouwing gelaten van deze grafiek. Overigens kunnen veel inwoners geen inschatting geven van het voorkomen van drugs-gerelateerde overlast in de buurt: circa één op de vijf weet geen antwoord op deze vragen.

23

Percentage dat vindt dat drugs-gerelateerde overlast vaak voorkomt in de buurt, 2015-2021 Overlast van drugsrunners / drugsdealers (drugshandel)

24%

Drugsoverlast (in het algemeen)

2015

16 %

2017

Overlast van drugstoeristen

2019

14%

2021

Overlast van verslaafden (drugs, alcohol) 12 % 0%

10%

20%

30%

40%

50%

De overlast door drugshandel (drugsrunners en drugsdealers) is ten opzichte van 2019 toegenomen: 24% vindt dat dit vaak voorkomt in de buurt, in 2019 was dat 20%. Voor de overige aspecten van overlast gerelateerd aan drugs zien we ook een toename ten opzichte van 2019.

Ontwikkeling van drugsoverlast De ontwikkeling van de drugsoverlast in mijn buurt in het afgelopen jaar

24 %

0% Toegenomen

Gelijk gebleven

20%

Afgenomen

27 %

40%

6%

43%

60%

80%

100%

Ik ervaar in mijn buurt geen drugsoverlast

Als wordt gevraagd naar de ontwikkeling van de drugsoverlast het afgelopen jaar, zegt een kwart van de respondenten (24%) dat er sprake is van een toename en 6% heeft juist een afname ervaren. Bijna drie op de tien respondenten geven aan dat de overlast het afgelopen jaar gelijk is gebleven (27%). De inwoners die hebben geantwoord met ‘weet ik niet’ zijn buiten beschouwing gelaten van deze grafiek.

3.4 Verkeersveiligheid Rapportcijfer voor de verkeersveiligheid in de buurt, 2015-2021 10 9 8 7

6,4

6,2

6,0

5,9

2015

2017

2019

2021

6 5 4 3 2 1

Het gemiddeld rapportcijfer voor de verkeersveiligheid in de buurt ligt op 5,9. Dit cijfer is iets lager dan bij de vorige meting in 2019 (6,0) en 2017 (6,2).

24

Meedoen 25

4. Meedoen 4.1 Vrijwillige inbreng Mantelzorg en vrijwilligerswerk Heeft u in de afgelopen 12 maanden mantelzorg gegeven?

15%

9% 3%

73 %

Doet u vrijwilligerswerk?

18%

8% 3%

71 %

0% Ja, regelmatig

Ja, af en toe

20%

40%

60%

Ja, zowel af en toe als regelmatig

80%

100% Nee

Bijna drie op de tien respondenten hebben de afgelopen 12 maanden mantelzorg gegeven (27%). Het gaat hierbij om (onbetaalde) hulp aan iemand in de naaste omgeving die langdurig of chronisch ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is, zoals hulp bij het huishouden of wassen en aankleden. Eén op de zes respondenten doet dit regelmatig, één op de tien respondenten af en toe en 3% zowel af en toe als regelmatig. Vrijwilligerswerk is de afgelopen 12 maanden door iets meer mensen gedaan, drie op de tien respondenten heeft dit de afgelopen 12 maanden gedaan (29%). Eén op de zes respondenten doet regelmatig vrijwilligerswerk (18%), bijna één op de tien af en toe (8%), 3% doet dit zowel af en toe als regelmatig. Zowel wat betreft vrijwilligerswerk als wat betreft mantelzorg is er in de afgelopen twee jaar het aandeel inwoners dat zich hiervoor inzet licht afgenomen. In 2019 gaf 30% van de respondenten mantelzorg en heeft een derde (34%) vrijwilligerswerk gedaan. Het leeuwendeel van de respondenten (81%) voelt zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt. Dit is evenveel als voorgaande jaren (2019: 84%, 2017: 85%).

26

Percentage dat zich afgelopen jaar actief heeft ingezet voor de buurt, 2015-2021

2015

27 %

29%

45%

2017

30%

41%

29%

2019

30%

43%

27%

28%

2021 0%

41% 20%

ja

31%

40%

80%

60%

nee, maar misschien in de toekomst wel

100%

nee, en dat zal ik ook niet gaan doen

(Bijna) drie op de tien respondenten (28%) is afgelopen jaar actief geweest om de buurt te verbeteren. Vier op de tien inwoners zeggen zich in de toekomst misschien actief in te zetten voor een betere buurt (41%). De inzet van respondenten voor de buurt blijft over de jaren ongeveer gelijk. Het percentage respondenten dat niet actief is geweest maar dat misschien in de toekomst wel wil zijn neemt iets af. Waar in 2019 43% zich in de toekomst misschien wel wilde inzetten, is dit percentage in 2021 afgenomen tot 41%. Het percentage dat zich niet actief voor de buurt wil inzetten neemt in 2021 iets toe (2019: 27%, 2021: 31%).

Mate waarin inwoners belangeloos buurtbewoners helpen, 2015-2021

2015

12%

41%

2017

11%

40%

2019

12%

42%

2021

10%

41%

0%

20%

12% 12% 12% 12% 40%

60%

25%

10%

27%

10%

24%

12%

25%

11 %

80%

100%

ja, regelmatig (bijv. wekelijks, maandelijks)

ja, af en toe

ja, zowel af en toe als regelmatig

nee, maar misschien in de toekomst wel

nee, en dat zal ik ook niet gaan doen

Daarnaast is aan de respondenten gevraagd of ze zich het afgelopen jaar belangeloos ingezet hebben om buurtbewoners te helpen. Bijna twee derde heeft dit (regelmatig en/of af en toe) gedaan. Daarnaast zegt nog een kwart zich in de toekomst misschien wel belangeloos in te zetten om buurtbewoners te helpen (25%). De verschillen met 2019 en 2017 zijn op dit punt beperkt.

27

4.2 Vrije tijd Verenigings- en clublidmaatschap 27 %

Ja, sport

22%

Ja, anders

55%

Nee 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Ruim vier op de tien respondenten is lid van een vereniging of club (45%). Bijna drie op de tien (27%) is lid van een sportclub of -vereniging, ruim één op de vijf is (ook) lid van een ander soort vereniging of club (22%). Van de respondenten is 3% zowel lid van een sportvereniging of -club als van een andere vereniging of club. In 2019 lag het percentage dat lid was van een vereniging op club met 49% hoger. Een verklaring voor deze daling kan zijn dat er zich weinig nieuwe leden hebben aangemeld vanwege corona.

Waar zijn de afgelopen 12 maanden de lichamelijke activiteit/sport gedaan? Officiële binnensportaccommodatie zoals sporthal, gymnastieklokaal, fitnesscentrum, etc.

22%

Officiële buitensportaccommodatie zoals voetbalveld, openluchtzwembad, manege, golfbaan, etc.

13%

Niet officiële sportaccommodatie zoals buurthuis, wijkcentrum, café, etc.

4%

Sportvoorziening in de openbare ruimte zoals halfpipe, basketbalpleintje, trapveldje/voetbalkooi (met goals) etc.

3%

Andersoortige voorziening

29% 44%

Niet van toepassing 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Bijna zes op de tien respondenten (56%) heeft de afgelopen 12 maanden een lichamelijke activiteit of sport gedaan. Eén op de vijf (22%) heeft deze activiteit/ sport gedaan bij een officiële binnensportaccommodatie zoals sporthal, gymnastieklokaal, fitnesscentrum, etc. of bij een andersoortige voorziening (29%). In 2019 lag het percentage respondenten dat de afgelopen 12 maanden een lichamelijke activiteit of sport gedaan heeft met bijna twee derde (63%) hoger.

28

Deelname aan culturele activiteiten in de gemeente Roosendaal in de afgelopen 12 maanden

14%

Bioscoop, filmhuis bezocht Bibliotheek bezocht

11 %

Muziekoptreden, concert of festival bezocht

10%

Toneel- of dansvoorstelling bezocht

7%

Museum, tentoonstelling of galerie bezocht

5%

Overig cultureel aanbod bezocht

4% 72 %

Nee 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Bijna drie op de tien respondenten heeft in de afgelopen 12 maanden gebruik gemaakt van het cultureel aanbod in de gemeente (28%). Dit percentage ligt aanzienlijk lager dan in 2019, toen zes op de tien (60%) respondenten hier gebruik van heeft gemaakt.Vanwege corona is er minder aanbod van culturele activiteiten, wat deze daling kan verklaren.

Deelname aan kunstzinnige activiteiten Tekenen, schilderen, grafisch werk, websites ontwerpen

10%

Muziek maken

10%

Fotografie of film

6%

Beeldhouwen, boetseren, pottenbakken, sieraden maken, werken met textiel, etc.

5%

Verhalen of gedichten schrijven

3%

Toneel, mime, (volks)dans, of (jazz)ballet

2%

Ja, andere activiteiten

6% 73%

Nee 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Een kwart van de respondenten neemt deel aan kunstzinnige activiteiten (27%), dit is gelijk aan het aantal in 2019 (27%). De meeste van hen doen een activiteit als tekenen, schilderen, grafisch werk, websites ontwerpen (10%) of muziek maken (10%). 6% doet aan fotografie of film en/of 5% aan beeldhouwen, boetseren, pottenbakken, sieraden maken, werken met textiel, wandkleden maken en weven.

29

Bezoek buurt- of wijkcentrum of dorpshuis Hoe vaak komt u in het buurt- of wijkcentrum of dorpshuis in uw buurt of dorp?

9% 3 8% 0%

Elke week

80%

20%

Elke maand

40%

60%

Een paar keer per jaar

80%

100%

(Bijna) nooit

Eén op de vijf respondenten komt minimaal een paar keer per jaar in een buurtof wijkcentrum of dorpshuis (20%). We zien hier een kleine afname ten opzichte van 2019, waar 24% minimaal een paar keer per jaar in een buurt- of wijkcentrum of dorpshuis had bezocht. Het bezoek aan een buurt-of wijkcentrum kan vanwege corona afgenomen zijn.

Activiteiten waarvoor men in het buurt- of wijkcentrum of dorpshuis komt, in % van alle respondenten Overig (informatie, vergadering)

10%

Bingo, kaarten, sjoelen, biljarten, darts

5%

Dans, sport, beweging

3%

Muziek, zang

3%

Educatieve cursus

1% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

De respondenten die wel eens in het buurt- of wijkcentrum of dorpshuis komen, komen hier meestal voor informatie of een vergadering (10%). 5% komt wel eens in het buurt- of wijkcentrum voor zaken als bingo, kaarten, sjoelen, biljarten en darts en 3% voor dans, sport, beweging of muziek en zang. Dit is (vrijwel) onveranderd gebleven ten opzichte van 2019.

30

Gezondheid 31

5. Gezond 5.1 Eenzaamheid De totale score voor eenzaamheid is de som van emotionele en sociale eenzaamheid die inwoners ervaren. Deze is gebaseerd op diverse stellingen over eenzaamheid en kan variëren van 0 (helemaal niet eenzaam) tot en met 11 (zeer ernstig eenzaam). De eenzaamheidsscore ligt met een 3,6 iets hoger dan in 2019 (3,4). Dit valt in de categorie matig eenzaam. De helft van de inwoners voelt zich wel eens eenzaam, 38% matig en 13% (zeer) ernstig. Het percentage inwoners dat zich (zeer) ernstig eenzaam voelt is ten opzichte van 2019 toegenomen met 3% (2019: 10%). De emotionele eenzaamheidsscore is gemiddeld 1,47. De emotionele eenzaamheid van inwoners ligt gemiddeld genomen laag. Ten opzichte van 2019 is de score toegenomen (destijds 1,19). Bij twee derde van de respondenten is er geen sprake van emotionele eenzaamheid (67%), in 2019 lag dit percentage hoger met 73%. De sociale eenzaamheidsscore is gemiddeld 2,15. De sociale eenzaamheid van respondenten ligt gemiddeld genomen laag maar iets hoger dan de emotionele eenzaamheidsscore. Ten opzichte van 2019 is de score wat lager (toen 2,22). Bij 46% van de respondenten is er geen sprake van sociale eenzaamheid, dit is hoger dan in 2019 (43%).

Stellingen over sociale eenzaamheid Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen

10%

27%

62%

Er zijn voldoende mensen met wie ik me nauw verbonden voel

6%

22%

72%

14%

31%

55%

Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen

48%

34%

17%

Er is altijd wel iemand in mijn omgeving bij wie ik met mijn dagelijkse probleempjes terecht kan

46%

34%

20%

0%

20%

40%

60%

Ja

Min of meer

80%

100%

Nee

Meer in het algemeen en dus los van de buurt waarin men woont, kan bijna drie kwart van de bewoners altijd bij vrienden terecht als zij daar behoefte aan hebben (72%), voor nog eens 22% geldt dat min of meer. Ook geven de meeste respondenten aan dat er genoeg mensen in de omgeving zijn op wie ze terug kunnen vallen in geval van narigheid (62%). Circa 6% tot 10% heeft eigenlijk niemand om op terug te kunnen vallen. Over de verbondenheid met en het vertrouwen in anderen zijn de meningen iets meer verdeeld. Zo geeft ruim de helft van de respondenten aan dat er voldoende mensen zijn met wie men zich nauw verbonden voelt (55%). Iets minder dan de helft heeft mensen om zich heen op wie men volledig kan vertrouwen (48%) en vindt altijd wel iemand in de omgeving bij wie men met de dagelijkse problemen terecht kan (46%).

32

Stellingen over emotionele eenzaamheid Vaak voel ik me in de steek gelaten

85 %

Ik ervaar leegte om mij heen

79%

14%

7%

Ik mis mensen om mij heen

75%

17%

8%

Ik mis een echt goede vriend of vriendin

73%

16%

10%

Ik vind mijn kring van kennissen te beperkt

71 %

18%

11 %

Ik mis gezelligheid om mij heen

68%

20%

11 %

0%

20%

40% Ja

11% 4

60%

80%

Min of meer

100% Nee

Ook wanneer de stellingen over sociale contacten negatief geformuleerd worden blijkt dat de meeste mensen wel tevreden zijn over hun sociale contacten. Minimaal acht op de tien respondenten reageert afwijzend op stellingen als “Ik ervaar leegte om mij heen” of “Vaak voel ik mij in de steek gelaten”. De andere kant van de medaille laat zien dat drie op de tien respondenten wel eens gezelligheid om zich heen mist (11% ja, 20% min of meer) en de kring van vrienden en kennissen te beperkt vindt (11% ja en 18% min of meer).

5.2 Gezondheid Ervaren algemene gezondheid 2015

20%

54%

21%

4%

2017

18%

56%

21%

4%

2019

16%

56%

22%

5%

2021

18%

53%

23%

6% 1

0%

20%

40%

Zeer goed

Goed

60% Gaat wel

80% Slecht

100% Zeer slecht

De meeste mensen beoordelen hun gezondheid als (zeer) goed (71%). Ruim één op de vijf (23%) zegt dat “het wel gaat” en 7% zegt dat de gezondheid (zeer) slecht is. Dit is vrijwel dezelfde verdeling als in 2019.

33

Leefstijl 2015

11%

70%

18%

2017

11%

67%

20%

2019

9%

67%

21%

2021

11 %

66%

21%

0%

20% Zeer gezond

Gezond

40%

60%

Niet gezond / niet ongezond

80%

100%

Ongezond

Zeer ongezond

Net als in 2019 zegt (ruim) drie kwart van de respondenten dat zij alles bij elkaar genomen (zeer) gezond leven (77%). Eén op de vijf mensen zegt niet gezond maar ook niet ongezond te leven (21%). Een enkeling vindt de eigen levenswijze (zeer) ongezond (2%).

Zelfredzaamheid: kunt u de dingen doen die u wilt doen? 2015

79%

17%

4%

2017

78%

18%

4%

2019

77%

19%

4%

2021

75%

20%

5%

0%

20%

40%

60% Ja, meestal wel

80% Soms wel, soms niet

100% Nee

In lijn met het aandeel respondenten dat vindt dat ze gezond leven, kan drie kwart over het algemeen de dingen doen die men wil (75%). Eén op de vijf respondenten kan dit soms wel, soms niet (20%) en een klein deel kan dit niet (5%). Ten opzichte van voorgaande jaren is de verdeling nagenoeg gelijk.

34

Denkt u dat u genoeg aan lichamelijke activiteit doet? 2015

69%

2017

66%

25%

9%

2019

63%

27%

10%

2021

65%

26%

9%

0%

20%

23%

40%

60% Ja, meestal wel

8%

80%

100%

Soms wel, soms niet

Nee

Twee derde van de respondenten vindt dat ze meestal genoeg lichamelijke activiteiten hebben (65%). Een kwart doet soms voldoende lichamelijke activiteiten en soms niet (26%) en één op de tien doet te weinig aan lichamelijke activiteit (9%). Ten opzichte van 2019 is de verdeling nagenoeg gelijk. Mensen die hun algemene gezondheid als (zeer) slecht ervaren geven ook vaker aan dat zij over het algemeen niet alle dingen kunnen doen die zij willen. Mensen die genoeg aan lichamelijk activiteit doen kunnen over het algemeen ook de dingen doen die ze willen.

Welbevinden: het gevoel van respondenten van de gemeente Roosendaal over de afgelopen 3 maanden 8%

2015

25%

27%

13%

12%

11%

4%

2017

13%

36%

31%

12%

5%

2019

16%

36%

28%

13%

4%

2021

12%

35%

0%

20%

1

2

27 % 40%

3

60%

4

5

16%

7% 2

80%

6

100%

7

Aan respondenten is gevraagd welk gezichtje in bovenstaande figuur het gevoel van de afgelopen drie maanden het beste weergeeft. De meeste respondenten voelden zich deze periode (vrij tot heel erg) goed. Drie kwart van de respondenten (74%) respondenten kruisten een vrolijke smiley aan. In 2019 lag dit percentage met 80% hoger. Minder dan 10% voelt zich niet (zo) goed, deze verdeling is nagenoeg gelijk met 2019 (7%).

35

Onderzoeksverantwoording Tijdens het onderzoek zijn enkele methodologische keuzes gemaakt die hieronder toegelicht worden.

De vragenlijst Bij de samenstelling van de vragenlijst voor de Bewonersenquête 2021 zijn de vragenlijsten van de vorige edities als uitgangspunt genomen. Ten eerste zijn veel van de onderwerpen blijvend actueel zoals leefbaarheid en veiligheid. Ten tweede moeten, om trends en ontwikkelingen te kunnen signaleren, dezelfde vragen gesteld worden, liefst in exact dezelfde bewoordingen en met dezelfde antwoordcategorieën. De vragenlijst bestond uit 10 pagina’s vragen en een pagina toelichting (A4-formaat). Men had ongeveer 20 minuten de tijd nodig om de vragenlijst in te vullen. De vragenlijst bestond uit twee delen. Het eerste deel heeft betrekking op mensen individueel en de buurt waarin zij wonen. Het tweede deel gaat over vragen die de gemeente als geheel aangaan. Van dit tweede deel bestaan twee verschillende versies met verschillende vragen. Er is voor deze methode gekozen om de vragenlijst niet te lang te laten worden.

Het veldwerk Het steekproefkader bestond uit alle in de BRP geregistreerde inwoners van de gemeente Roosendaal die 16 jaar of ouder zijn en niet in een instelling of tehuis wonen. Uit deze populatie van 64.685 personen is een steekproef van 8.491 personen getrokken. Deze trekking is gestratificeerd naar de 48 onderscheiden buurten uitgevoerd. Binnen deze strata is volstrekt willekeurig getrokken, met dien verstande dat er maximaal een persoon per huishouden in de steekproef wordt opgenomen. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een schriftelijke enquête en digitale enquête. De vragenlijst is in juni 2021 per post verzonden aan alle personen in de steekproef. De enquête ging vergezeld van een brief ondertekend door de burgemeester en kon worden teruggestuurd naar het antwoordnummer van Research 2Evolve. Daarnaast is in de brief de mogelijkheid geboden om de vragenlijst digitaal (via internet) in te vullen. Na twee weken is een herinneringskaart verstuurd naar alle respondenten die de vragenlijst nog niet hadden teruggestuurd. Daarin werd hen verzocht alsnog mee te doen. Onder de mensen die aan het onderzoek hebben meegewerkt zijn vijf cadeaubonnen van € 100 verloot.

36

Respons en representativiteit De vragenlijst is in totaal naar 8.491 inwoners verzonden. De meeste respondenten hebben de vragenlijst op papier ingevuld: 1.797 (66%). 935 respondenten (34%) hebben de vragenlijst via internet ingevuld. Het uiteindelijke aantal respondenten waarmee in het onderzoek gewerkt is, is dan 2.731 (dit betreft respondenten die de vragenlijst voor 70% of meer hebben ingevuld). De netto respons bedraagt daarmee 32% van alle aangeschreven inwoners. Dat is gelijk aan de respons van 2019 en iets lager dan de respons in 2017 (33%) en 2015 (34%). Vanwege de grote omvang van de steekproef is deze respons ruim voldoende om betrouwbare uitspraken te doen op gemeente- en wijkniveau. Net als voorgaande jaren varieert de respons per wijk. De genoemde verschillen in de rapportage zijn niet statistisch getoetst, de genoemde verschillen kunnen daarmee ook op toeval berusten. De vragen waar meerdere antwoorden gegeven mochten worden, zijn in vergelijking tot vorige metingen, gebaseerd op een lager totaalaantal (geen opgave is niet meegeteld in het totaal). Hierdoor kunnen de percentages hoger zijn dan bij de voorgaande metingen.

Verdeling naar leeftijdsgroep en geslacht in de populatie en de steekproef

Populatie

Respons

Steekproef

(ongewogen)

abs

in %

abs

in %

abs

in %

man

32.094

49,6%

4.149

48,9%

1.229

45,1%

vrouw

32.591

50,4%

4.342

51,1%

1.495

54,9%

8.491

2.724

16-29 jaar

12.568

19,4%

166

6,5%

30-39 jaar

8.973

13,9%

260

10,2%

40-49 jaar

9.043

14,0%

279

10,9%

50-64 jaar

17.334

26,8%

760

29,7%

65+ jaar

16.767

25,9%

1.093

42,7%

Totaal

64.685

100,0%

2.599

100,0%

Er hebben in verhouding iets meer vrouwen mee gedaan aan het onderzoek, de mannen zijn daardoor iets ondervertegenwoordigd. Ook hebben er relatief veel ouderen (50-plus) meegedaan en zijn de jongere leeftijdsgroepen (tot 40 jaar) in de respons ondervertegenwoordigd. 37

Achtergrondgegevens van de respondenten In dit hoofdstuk staan verdelingen met betrekking tot de achtergrondgegevens van de respondenten. De onderstaande cijfers zijn, in tegenstelling tot de andere cijfers in de rapportage, niet gewogen.

Opleidingsniveau (n=2.577) Lagere school

4 19%

31%

13% 10%

LBO, VBO, VMBO, LTS, LHNO, LEAO, ambachts- of huishoudschool MAVO, IVO, MULO MBO, MTS, UTS, MEAO, VHBO HAVO, VWO, MMS, HBS, atheneum, gymnasium HBO, HTS, HEAO, universiteit

22%

Een derde van de respondenten heeft een hogere opleiding afgerond.

Woonsituatie (n=2.586) 3 3 24%

Ik woon bij mijn ouders/ verzorgers 19%

34%

40%

48%48%

24%

18%

Ik woon alleen Ik woon met partner en 1 of meer thuiswonende kinderen Ik woon met partner maar zonder thuiswonende kinderen Ik woon met 1 of meer kinderen maar zonder partner Anders

Vier op de tien respondenten woont met partner, zonder thuiswonende kinderen (40%). Een derde (34%) woont alleen en bijna één op de vijf (18%) respondenten woont met partner en één of meer thuiswonende kinderen.

38

Bewonersenquête 2021 Gemeente Roosendaal

Contactpersoon Marij Quirijnen Groep Informatie en Datamanagement m.quirijnen@roosendaal.nl Bezoekadres Stadserf 1 T 14 0165 Postadres Postbus 5000 4700 KA Roosendaal roosendaal.nl

39

PROFIEL

58

42

42% van de ondervraagden is man

58% van de ondervraagden is vrouw

74

74% is jonger dan 25 jaar

95 95% woont in de gemeente Roosendaal

OMGEVING 32% vindt dat er in hun buurt voldoende te doen is voor jongeren

44

44% vindt dat er voldoende voorzieningen zijn in hun buurt (speelveld, hangplek etc...)

32

WOONBUURT

35

35% mist een echt goede vriend(in) in de omgeving

75

75% kan altijd bij vrienden terecht wanneer daar behoefte aan is

VEILIGHEID

62

58 58% voelt zich veilig in de eigen buurt

62% vermijdt een aantal plekken in de buurt omdat ze zich daar niet veilig voelen

55

55% voelt zich niet veilig om ’s avonds of ’s nachts (alleen) naar huis te fietsen

24

24% wordt regelmatig lastiggevallen door drugsdealers

VRIJE TIJD

27

75% gaat voor uitjes zoals bioscoop, bowlen, escaperoom etc. naar een andere stad

27% gaat regelmatig naar een concert/ optreden in hun stad of dorp

49

49% vindt het uitgaansleven in hun stad of dorp prima

75

72% vindt dat er voldoende gelegenheden in hun stad of dorp zijn om vrienden te ontmoeten

72

22

22 % doet regelmatig vrijwilligerswerk (b.v. voor school of sportvereniging)

11% heeft door het verlenen van mantelzorg minder vrije tijd

11

35 35% is lid van een vereniging bijv. sport, scouting, muziek e.d.

GEZONDHEID

71

71% vindt dat ze alles bij elkaar genomen best wel gezond leven

71

71% voelt zich weleens somber

27

27% geeft aan dat er sportvoorzieningen in de buurt zijn (zoals halfpipe, basketbalpleintje, trapveldje/ voetbalkooi met goals etc.), waar ze regelmatig gebruik van maken

VOORZIENINGEN

34

34% vindt dat er voldoende mogelijkheden in Roosendaal zijn om de opleiding van hun keuze te volgen

79

79% vindt de bereikbaarheid per openbaar vervoer (bus, deelfiets e.d.) tussen hun huis en school, centrum e.d. goed

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1400/documents/36658