6b - Quick scan flora en fauna.pdf
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Opdrachtgever Cloetta Holland B.V. De heer T. Jeurnink Postbus 63 4700 AB ROOSENDAAL Adviesbureau Geofoxx Jules Verneweg 21-15 Postbus 2205 5001 CE Tilburg 013 - 458 21 61 Status Definitief Datum 25 mei 2023 Projectnummer 20221446/NVER Documentkenmerk 20221446_a2RAP
Auteur N. (Nienke) Vermeer MSc. Paraaf:
Controle / vrijgave L. (Luuk) de Vetten MSc. Paraaf:
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Inhoudsopgave
1 2 3
4
5
Inleiding Resultaten vooronderzoek 2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Ontwikkeling/activiteiten Wettelijk kader 3.1 Wet natuurbescherming 3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Werkzaamheden, resultaten en interpretatie 4.1 Werkzaamheden 4.2 Bureaustudie gebiedsbescherming 4.3 Bureaustudie en veldinspectie beschermde soorten Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen
1 2 2 3 4 4 5 5 6 6 6 7 12 12 13
Bijlagen 1 Foto’s 2 Lijst jaarrond beschermde vogels 3 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
-/-
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
1
Inleiding
In opdracht van Cloetta Holland B.V. heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1 , een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie De Meeten 2 te Roosendaal. De aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt gevormd door de nieuwbouw op het terrein en de bijbehorende aanvraag van een omgevingsvergunning. Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden voor kwetsbare en/of beschermde flora en fauna en de eventuele risico’s en randvoorwaarden die hiermee verband houden. Tevens wordt bepaald of nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Ook wordt beoordeeld of er natuurgebied nabij de locatie is gelegen en of een voortoets nodig is om effecten van de ontwikkeling hierop nader te onderbouwen. Aan de orde komen: het vooronderzoek (literatuurstudie), de veldinspectie, de interpretatie van de verzamelde gegevens en de conclusies en aanbevelingen.
1
De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.
1 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
2
Resultaten vooronderzoek
2.1
Locatiebeschrijving
De locatie ligt ten oosten van het stadscentrum van Roosendaal in de provincie NoordBrabant. De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein met enkele bomen aan de grenzen. De onderzoekslocatie ligt aan de rand van industrieterrein Majoppeveld-Zuid met oostelijk agrarisch gebied. Ten zuiden ligt een woonwijk. De locatiegegevens zijn beschreven in tabel 2.1. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1. De blauwe contour betreft het plangebied. Tabel 2.1: Locatiegegevens
locatie Straat Gemeente Kadastrale gegevens Oppervlakte locatie
: : : :
De Meeten Roosendaal en Nispen Roosendaal en Nispen, Sectie: S, Nummer: 1463 en 718 Ongeveer 97.000 m2
Figuur 2.1: Luchtfoto. Onderzoekslocatie ligt binnen de contour. Bron: geodata.nationaalgeoregister.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
2 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
2.2
Ontwikkeling/activiteiten
Een ruimtelijke ingreep kan negatieve gevolgen hebben voor de actuele natuurwaarden van de onderzoekslocatie. In deze quickscan is vooraf bekeken welke effecten op de actuele natuurwaarden optreden, als gevolg van de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
3 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
3
Wettelijk kader
3.1
Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Hiermee zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. De Wet natuurbescherming voorziet in een wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. De provincie is hierbij bevoegd gezag uitgezonderd Rijkszaken (hoofdwegen, spoorwegen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, kustlijn, e.d.), waarbij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bevoegd gezag is. Algemene zorgplicht De wettelijke zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) is altijd van toepassing. Deze houdt in dat nadelige effecten op aanwezige flora en fauna, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, voorkomen moeten worden. Gebiedsbescherming Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels voorziet in omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In de Wet natuurbescherming zijn specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzondere natuurwaarden. Het gaat dan voornamelijk om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het zogenoemde Natura 2000-netwerk.
De in de wet opgenomen regels ter bescherming van Natura 2000-gebieden omvatten onder meer maatregelen met het oog op behoud en herstel van leefgebieden voor vogels, van natuurlijke typen habitats en van habitats van diersoorten en van plantensoorten van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding. Ook is een vergunningensysteem opgenomen met het oog op een toetsing van mogelijk schadelijke handelingen en de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om ter voorkoming van schadelijke effecten preventieve dwingende maatregelen te treffen. Soortbescherming De soortbescherming omvat drie beschermingsregimes met afzonderlijke verbodsbepalingen (zie bijlage 4). 1) Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Dit zijn alle van nature in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2) Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Dit zijn de in het wild levende plant- en diersoorten die vallen onder bepaalde bijlagen van: de Habitatrichtlijn (Bijlage IV); het Verdrag van Bern (Bijlage I en II); het Verdrag van Bonn (Bijlage II). 3) Beschermingsregime andere soorten Dit zijn in Nederland in het wild voorkomende plant- en diersoorten die beschermd zijn aanvullend op de Europees beschermde soorten. Houtopstanden In de Wet natuurbescherming is de bescherming geregeld van houtopstanden.
De kern wordt gevormd door een herbeplantingsplicht ingeval houtopstanden worden geveld. Dit onderdeel wordt in deze quickscan flora en fauna niet meegenomen.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
4 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
3.2
Interim omgevingsverordening Noord -Brabant
Op basis van de bevoegdheden in de Wet natuurbescherming hebben de Provinciale Staten van Noord-Brabant op 16 december 2016 de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant vastgesteld. Hierin is onder andere de vrijstelling vastgelegd van enkele soorten die onder het regime “andere soorten” vallen, en waarvan is geconcludeerd dat de staat van instandhouding gunstig is. Deze lijst is in november 2019 geüpdatet tijdens het opstellen van de provinciale interim omgevingsverordening. Soortenvrijstellingslijst De volgende soorten zijn conform de Provinciale Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (d.d. 5 november 2019) vrijgesteld van bescherming voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer: Tabel 3.1: Lijst van soorten die in Noord-Brabant zijn vrijgesteld van bescherming. Amfibieën Zoogdieren (grondgebonden) Bruine kikker
Aardmuis
Haas
Tweekleurige bosspitsmuis
Gewone pad
Bosmuis
Huisspitsmuis
Veldmuis
Kleine watersalamander
Dwergmuis
Konijn
Vos
Meerkikker
Dwergspitsmuis
Ondergrondse woelmuis
Wild zwijn
Middelste groene kikker (of
Egel
Ree
Woelrat
bastaardkikker)
Gewone bosspitsmuis
Rosse woelmuis
3.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN )
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met hoge natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Hiermee dragen we bij aan (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De realisatie van natuurdoelen gaat zo veel mogelijk samen met het versterken van de landbouw, de regionale economie en de wateropgaven. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden, waaronder 20 Nationale Parken, gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd, landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, ruim 6 miljoen hectare grote wateren (meren, rivieren, de kustzone van de Noord-, en Waddenzee) en alle Natura 2000 gebieden. De bescherming van de NNN gebeurt via de regelgeving in de ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime is onder de Wet ruimtelijke ordening door het Rijk vastgelegd in de AMvB Ruimte en werkt via provinciale verordeningen (Nota Ruimte) door in gemeentelijke bestemmingsplannen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Bevoegd gezag hierbij is de provincie.
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het NNB bestaat uit grote en kleine Brabantse natuurgebieden en alle verbindingen hiertussen. Het natuurbeheerplan beschrijft de grenzen van het NNB. Binnen het NNB zijn Natte Natuurparels aangewezen. Dit zijn hydrologisch gevoelige gebieden die vanwege specifieke omstandigheden van bodem en water hoge natuurwaarden vertegenwoordigen. Tevens zijn ecologische verbindingszones aangewezen (EVZ).
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
5 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
4
Werkzaamheden, resultaten en interpretatie
4.1
Werkzaamheden
Geofoxx is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens hun gedragscode. De werkzaamheden omvatten een bureaustudie waarbij de ligging van natuurgebieden ten opzicht van de locatie is beoordeeld. Tevens zijn bekende verspreidingsgegevens van beschermde soorten geraadpleegd. Daarnaast is een veldinspectie uitgevoerd om een globale indruk te krijgen van het gebied en de soorten die mogelijk in het gebied voor kunnen komen. Beoordeeld is of de aanwezige habitattypen geschikt zijn voor het voorkomen van beschermde soorten (Wet natuurbescherming) amfibieën, ongewervelden, reptielen, vissen, vogels, zoogdieren (grondgebonden en vleermuizen) en flora. Ook is gezocht naar sporen van dieren en mogelijke broed-, foerageer- en rustplaatsen.
4.2
Bureaustudie gebiedsbescherming
In figuur 4.1 is een afbeelding opgenomen van de Natura 2000-gebieden en het natuurnetwerk Nederland in de omgeving van de onderzoekslocatie. Er is geen Natura 2000gebied binnen een straal van 5 kilometer van de locatie.
Figuur 4.1: Kaart met de locatie (in blauw), Natuurnetwerk Nederland (gearceerd) en de Natura 2000-gebieden (niet aanwezig op de kaart). De rode cirkel geeft een straal van 5 km en de groene cirkel geeft een straal van 1 km aan. Bron: PDOK.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
6 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Op circa 10 kilometer ten noordwesten van de locatie bevindt zich het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Het gebied bestaat uit diverse gebieden die op het grensgebied van het Brabantse hogere zandlandschap en de Zeeuwse kleilandschap van de delta liggen. Er komen meerdere stuifzandgebieden voor, naaldbos en gemengd bos. Het gebied is wel overbelast door stikstof (bron: Natura2000.nl). Gezien de gebruiksfunctie van het terrein drastisch veranderd wordt aangeraden om een stikstofdepositieonderzoek te laten uitvoeren, ongeacht de afstand tussen de locatie en de Natura 2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden verbonden via ecologische verbindingszones. De Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in dit netwerk. In figuur 4.1 zijn deze gebieden weergegeven. Op circa 650 meter ten zuiden van de locatie zijn gebieden van het NNN aanwezig. Gezien het feit dat er geen directe verbinding of ecologische verbindingszone ligt tussen de onderzoekslocatie en het NNN zullen de werkzaamheden niet tot een negatief effect lijden op het NNN.
4.3
Bureaustudie en veldinspectie beschermde soorten
Met gebruik van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is gekeken of er binnen een straal van 1 kilometer van de onderzoekslocatie beschermde soorten zijn waargenomen in minstens de afgelopen 5 jaar. Hierbij zijn zowel de beschermde soorten volgens de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en ‘andere soorten’ meegenomen. Veldinspectie De veldinspectie heeft plaatsgevonden op 14 december 2022. Het volledige terrein is geïnspecteerd. Tijdens de inspectie was het zonnig met -4,5 graden Celsius. De inspectie is uitgevoerd in de ochtend door Nienke Vermeer, werkzaam als ecoloog bij Geofoxx. Onderstaand is de informatie uit de bureaustudie en de bevindingen bij de veldinspectie gecombineerd geïnterpreteerd. Enkele foto’s zijn opgenomen in bijlage 1. Aanwezige biotopen Bomen en lage en opgaande begroeiing De locatie bestaat uit een grasland met daarop Engels raaigras en diverse ruigte kruiden. Aan de noordkant van de locatie staan enkele zomereiken. In de bomen zijn geen holtes aangetroffen. Binnen het grasland zijn enkele randen minder kort gemaaid waardoor daar ook braam en brem is tussen gegroeid. Watergang Ten westen van de locatie ligt de watergang OVK04175 aangrenzend aan het plangebied. Deze watergang staat in verbinding met de Rucphense Vaart (bron: leggerkaart waterschap Brabantse wal).
Bebouwing Er is geen bebouwing op de locatie, de dichtstbijzijnde bebouwing is op +- 25 m afstand. Het gaat hier om een pand met industriefunctie uit 1976 (bron: BAG-viewer). Het gebouw is bekleed met metalen platen.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
7 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Voedselbronnen Er zijn met uitzondering van natuurlijke voedselbronnen (wormen en stuifmeel) geen andere voedselbronnen aanwezig. Bodem De bodem op het terrein bestaat uit leemarme en zwak lemig fijn zand (bron: bodemkaart Nederland). Beschermde soorten Flora Uit de voorstudie komt naar voren dat het kluwenklokje in een straal van 1 kilometer van de locatie is waargenomen. Het kluwenklokje is een soort die op blauwgraslanden en bij rivierdijken voorkomt. Dit habitat is niet aangetroffen op of nabij de onderzoekslocatie. Tijdens de veldinspectie zijn eveneens geen andere beschermde soorten of geschikte habitat aangetroffen voor beschermde plantensoorten. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid tot geen negatief effect leiden op strikt beschermde planten. Amfibieën Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar de volgende beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen; bruine kikker, gewone pad, groene kikker (onb.), en de kleine watersalamander. De bruine kikker, gewone pad en de kleine watersalamander zijn alle vrijgesteld van bescherming binnen de provincie Noord-Brabant. Hiervoor is wel de zorgplicht nog steeds van toepassing. De soortgroep groene kikkers bestaat uit drie kikkersoorten (meerkikker, bastaardkikker en poelkikker).
Van deze soorten is alleen de poelkikker niet vrijgesteld van bescherming in Noord-Brabant. De poelkikker is een kritische soort die houdt van voedselarm en schoon water. In verband met de omgeving, een industrieterrein, wordt niet verwacht dat aan de eisen voldaan wordt. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid geen negatief effect hebben op strikt beschermde amfibieën. Broedvogels Voor alle vogelsoorten geldt dat de meest kwetsbare periode het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) betreft voor het bouwen van hun nesten. Deze periode is een richtlijn. Alle broedende vogels zijn beschermd, ook voor of na deze periode. Daarnaast zijn er enkele vogelsoorten aangewezen door het (voormalige) ministerie van LNV, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar 33 beschermde soorten in een straal van 1 kilomeer zijn waargenomen (tabel 4.1). Hiervan zijn zeven soorten waargenomen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Deze soorten zijn elk ‘categorie V-soorten’. Dit zijn soorten die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of in de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen slechts in sommige gevallen een extra nader onderzoek.
Bijvoorbeeld als er geen alternatieve verblijfplaatsen zijn in de omgeving. In dit geval is hier geen sprake van.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
8 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Tabel 4.1: Waargenomen vogels volgens de NDFF. Blauwborst Holenduif Roodborst Bonte vliegenvanger (Jr. Cat. 5) Houtduif Scholekster Boomkruiper (Jr. Cat. 5) Kievit Spreeuw (Jr. Cat. 5) Braamsluiper Kleine karekiet Tjiftjaf Fazant Knobbelzwaan Tuinfluiter Fitis Koolmees (Jr. Cat. 5) Vuurgoudhaan Gekraagde roodstaart (Jr. Cat. 5) Koperwiek Waterhoen Grasmus Merel Winterkoning Groenling Nachtegaal Zanglijster Grote bonte specht Pimpelmees (Jr. Cat. 5) Zwarte roodstaart (Jr. Cat. 5) Heggenmus Rietgors Zwartkop Jr: Vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, met daarachter in welke beschermingscategorie deze vallen.
Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie de volgende vogelsoorten waargenomen: vink, ekster (Jr. Cat. 5), houtduif en kauw. De onderzoekslocatie is slechts beperkt geschikt voor rust- en nestplaatsen. De locatie wordt ook als uitlaatgebied gebruikt voor honden (uitwerpselen aanwezig). Er is hierdoor te veel verstoring voor vogels die op de grond broeden. Daarnaast ontbreekt het aan struweel of ander groen op de locatie om te voorzien in broedgelegenheid van vogels. Als foerageergebied is de locatie ook geschikt voor insectenetende vogels, zoals kieviten. Ongewervelden Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar geen beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen. Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie geen insecten aangetroffen. Dit is vanwege het jaargetijde en de weersomstandigheden te verwachten. Er wordt verwacht dat er wel algemene ongewervelden op de locatie aanwezig kunnen zijn. De locatie vormt geen direct geschikt habitat voor beschermede ongewervelden. Wel is de locatie geschikt voor algemeen voorkomende ongewervelden. Reptielen Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar geen beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen. Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie geen reptielen waargenomen.
De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid tot geen negatief effect leiden op strikt beschermde reptielen. Vissen De geplande herontwikkeling van het terrein zal de aangrenzend watergang niet beïnvloeden. Derhalve is in deze quickscan niet naar de aanwezigheid van vissen in de watergang gekeken. Zoogdieren (grondgebonden) Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar volgende soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen; bosmuis, bunzing, eekhoorn, egel, haas en konijn. De bosmuis, egel, haas en konijn zijn alle vrijgesteld van bescherming binnen de provincie Noord-Brabant. Hiervoor is wel de zorgplicht nog steeds van toepassing. Bunzing De bunzing verblijft in oude holen van bijvoorbeeld konijn en vos, maar ook onder steen en takkenhopen. Deze zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Het wordt niet verwacht dat er rust en verblijfsplaatsen van de bunzing aanwezig zijn binnen het plangebied. Het is echter niet uit te sluiten dat het terrein onderdeel is van het foerageergebied van de bunzing. Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
9 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Vanwege de agrarische gebieden ten oosten van het plangebied wordt niet verwacht dat het plangebied essentieel foerageergebied is. Eekhoorn De eekhoorn is aangetroffen in de bomenrij aan de noordzijde van het perceel. Echter ging het hier om een passerend individu. Tijdens het veldwerk zijn geen nesten aangetroffen, dit was goed te inspecteren in verband met het jaargetijden. Er wordt niet verwacht dat er rust en verblijfsplaatsen van de eekhoorn aanwezig zijn binnen het plangebied. Wel kan de bomenrij mogelijk een migratieroute zijn voor de eekhoorn. Er wordt niet verwacht dat deze essentieel is vanwege de onderbreking na +- 200 m bij de rotonde. De lokale ingreep zal, mits enkele maatregelen getroffen worden, naar alle waarschijnlijkheid niet tot een negatief effect leiden op strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Op vrijgestelde soorten kunnen de werkzaamheden mogelijk wel een effect hebben, let erop dat de zorgplicht van toepassing is. Zoogdieren (vleermuizen) Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar in een straal van 1 kilometer van de locatie de volgende vleermuizen zijn waargenomen; gewone dwergvleermuis, grootoorvleermuis (onb.), laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis. Tijdens de veldinspectie zijn op de locatie geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen.
Er zijn tevens geen holtes aangetroffen in bomen waar de ontwikkeling invloed op heeft. De bomenrij ten noorden van het plangebied kan niet als vliegroute gebruikt worden omdat deze in de noordoost hoek van het plangebied al onderbroken is door een rotonde en straatverlichting. De watergang aan de westzijde van het plangebied kan wel als vliegroute gebruikt worden door de watervleermuis. Verder is de locatie voornamelijk geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuis soorten. In de omgeving is voldoende groen aanwezig zodat dit niet tot een negatief effect leidt.
Figuur 4.2: Luchtfoto. Onderzoekslocatie ligt binnen de contour. De oranje lijn is de mogelijke vliegroute Bron: geodata.nationaalgeoregister.
De lokale ingreep kan mogelijk tot een negatief effect leiden, zolang er aan enkele maatregelen gehouden kan worden is dit niet noodzakelijk (zie hoofdstuk 5; “aanbevelingen”). Invasieve exoten
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
10 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Invasieve exoten zijn niet beschermd, maar kunnen voor de opdrachtgever wel een belemmering vormen. Binnen het NDFF zijn géén invasieve exoten waargenomen binnen de grenzen van de onderzoekslocatie. Tijdens het veldwerk zijn eveneens géén invasieve exoten waargenomen. *Binnen het NDFF systeem is alleen gekeken naar de soorten die staan op de zogenaamde Unielijst (EUexotenverordening 1143/2014). Opgemerkt dat hier ook diverse soorten niet op staan, zoals de Japanse Duizendknoop.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
11 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
5
Conclusies en aanbevelingen
In opdracht van Cloetta Holland B.V. heeft Geofoxx een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie De Meeten 2 te Roosendaal. De aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt als gevolg van de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden voor kwetsbare en/of beschermde flora en fauna en de eventuele risico’s en randvoorwaarden die hiermee verband houden. Tevens is bepaald of nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Ook is beoordeeld of er natuurgebied nabij de locatie is gelegen en of een voortoets nodig is om effecten van de ontwikkeling hierop nader te onderbouwen. De onderzoeksresultaten zijn samengevat in navolgende tabel. In paragraaf 5.2 zijn de aanbevelingen voor de vervolgstappen opgenomen.
5.1
Conclusies
Onderwerp Gebiedsbescherming
Natura 2000 NNN
Flora Amfibieën
Ongewervelden Reptielen Vissen
Vogels
Zoogdieren (grondgebonden)
Zoogdieren (vleermuizen)
Resultaat en interpretatie Toekomstige situatie verhoogd mogelijk de stikstofdepostie in N2000 gebied. Niet aangrenzend aan de locatie gelegen. Werkzaamheden niet van invloed. Geen beschermde flora aanwezig op de locatie. Voor algemene soorten geschikt. Beschermde soorten worden hier niet verwacht. Locatie niet geschikt als standplaats voor beschermde ongewervelden. Locatie niet geschikt als standplaats voor beschermde reptielen. Werkzaamheden hebben geen invloed op waterlichamen. Locatie niet geschikt voor beschermde vissoorten. Op de locatie zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Locatie potentieel wel geschikt voor broedvogels (bomen, struiken). Het terrein wordt mogelijk gebruikt als foerageergebied door de bunzing en als migratieroute van de eekhoorn. Deze worden niet als essentieel beschouwd. Locatie geschikt als foerageergebied voor meerdere soorten. Geen essentieel foerageergebied gaat verloren op locatie. Mogelijk wordt een vliegroute aangetast.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
Conclusie Stikstofdepostie onderzoek wordt aanbevolen. Geen maatregelen nodig. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Aanbevolen wordt om buiten het broedseizoen te werken. Geen nader onderzoek nodig
Werk met een ecologisch werkprotocol.
12 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
5.2
Aanbevelingen
Natura 2000-gebied en NNN Vanuit de voorgenomen ontwikkeling wordt geen invloed verwacht op Natura 2000-gebied of de NNN. Het uitvoeren van een voortoets in dit kader is niet noodzakelijk. Wel is het noodzakelijk om een stikstofdepositie berekening te laten uitvoeren. Algemene zorgplicht Deze locatie staat al een lange periode leeg waardoor de aanwezigheid van niet strikt beschermde soorten of vrijgestelde soorten, zoals muizen en kikkers, niet uit te sluiten valt. De soorten vallen onder de algemene zorgplicht waarin aangegeven wordt ze niet opzettelijk te doden. Om de schade te minimaliseren voor deze soorten, wordt aangeraden om tijdens de werkzaamheden niet het volledige terrein af te sluiten. Dit zodat soorten de kans krijgen om via een uitvluchtroute te ontsnappen en niet omsingeld raken. Broedseizoen Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van broedvogels wordt grotendeels voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli uit te voeren. Als dit niet mogelijk is dan kan het terrein voor het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden door vooraf alle bosschages te verwijderen, en het grasveld kort te houden. Het is noodzakelijk om een ecoloog voor de start van de werkzaamheden in het broedseizoen een broedvogelonderzoek te laten uitvoeren.
Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn (en geen jaarrond beschermde nesten), is overtreding van de wet niet aan de orde. Vleermuizen Op basis van deze quickscan kan niet worden uitgesloten dat er een vliegroute op de locatie aanwezig is ten westen van het plangebied (zie afbeelding 4.2). Eventuele overlast op de migratieroute kan voorkomen worden door te werken door middel van een ecologisch werkprotocol. Hierin komen enkele maatregelen zoals; Zorg ervoor dat er geen lichtoverlast plaats kan vinden bij de desbetreffende watergang. Dit kan door de werkzaamheden alleen overdag in uitvoering te brengen, of door bijvoorbeeld het licht af te schermen. Als het niet mogelijk is om door middel van een ecologisch werkprotocol te werken, dan is het noodzakelijk om een nader onderzoek naar vleermuizen uit te voeren.
Projectnummer
Datum
20221446/NVER
december 2022
13 / 13
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Bijlage 1: Foto’s d.d. 14-1-2022
Figuur 1: Het weiland en de minder korte rand nabij de wegen
Figuur 2: De bomenrij aan de noordzijde van het perceel.
Figuur 3: Braamstruweel op het plangebied
projectnummer
datum
20221446/NVER
december 2022
Bijlagen
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Figuur 4: Overzicht foto van het plangebied
projectnummer
datum
20221446/NVER
december 2022
Bijlagen
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Bijlage 2: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten In de onderstaande lijst zijn de vogelsoorten opgenomen waarvan de vogelnesten (categorie 1 t/m 4) het gehele jaar beschermd zijn en categorie 5 die onder bepaalde voorwaarden ook jaarrond zijn beschermd (zie toelichting onder tabel). Vogelsoort Steenuil Gierzwaluw Huismus Roek Grote gele kwikstaart Kerkuil Oehoe Ooievaar Slechtvalk Boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer Wespendief Zwarte wouw Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals
Bescherming Categorie 1 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
Vogelsoort Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht IJsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
Categorie 1:
Nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en nestplaats;
Categorie 2:
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde nestlocatie broeden en die zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van opstallen of een specifieke biotoop. De voorwaarden voor deze nesten zijn meestal zeer specifiek en weinig beschikbaar;
Categorie 3:
Nesten van niet-kolonie broedende vogels die elk broedseizoen op dezelfde nestlocatie broeden en die zeer honkvast zijn of afhankelijk van opstallen. De voorwaarden voor deze nesten zijn meestal zeer specifiek en weinig beschikbaar;
Categorie 4:
Vogels die elk broedseizoen gebruik maken van hetzelfde nest en die bijna nooit in staat zijn een nieuw nest te bouwen;
Categorie 5:
Vogels die meestal terugkeren naar dezelfde nestlocatie of in de directe omgeving hiervan. Deze soorten beschikken over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Deze soorten zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Er is wel sprake van jaarronde bescherming van de nesten als ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen (voorbeeld geen alternatieve nestlocaties in de directe omgeving).
projectnummer
datum
20221446/NVER
december 2022
Bijlagen
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Bijlage 3: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Zorgplicht Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Vogelrichtlijn: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2.
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
3.
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
4. 5.
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Habitatrichtlijn: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2.
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
3.
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
5.
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
projectnummer
datum
20221446/NVER
december 2022
Bijlagen
Quickscan flora en fauna
De Meeten 2 te Roosendaal
Andere soorten: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.
3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
projectnummer
datum
20221446/NVER
december 2022
Bijlagen
geofoxx.nl