6b - Inspraak- en overlegrapport bestemmingsplan De Meeten 2.pdf
Tekst van het document
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
Inspraak- en overlegrapport ‘Bestemmingsplan De Meeten 2’
Juli 2023
1
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
2
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2
1. Inleiding In 2007 is het bestemmingsplan 'Majoppeveld_nr_2009' vastgesteld, daarin is de uitbreiding van het bedrijventerrein Majoppeveld planologisch vastgelegd. De uitbreiding van Majoppeveld was beleidsmatig al vastgelegd in de structuurvisie “Op weg naar 2015” die in 1994 door de gemeenteraad is vastgesteld. Tot dusver is er geen concrete invulling gegeven aan de gronden in de zuidoosthoek van het bedrijventerrein, dat bekend staat onder de naam ‘De Meeten 2’. De indeling van de gronden in diverse kleine percelen van elkaar gescheiden door een weg is een van de redenen hiervoor. De huidige bestemmingsopzet, gebaseerd op de toenmalige inzichten, is star en biedt te weinig flexibiliteit in de verkavelingsmogelijkheden. Inmiddels heeft zich een concreet initiatief gemeld voor invulling van de nog steeds braakliggende bedrijfsgronden. Het gaat om het zoetwaren- en notenbedrijf Cloetta. Dit bedrijf wil drie bestaande productielocaties samenbrengen op één nieuwe locatie. Twee van deze locaties bevinden zich Roosendaal en één locatie bevindt zich in Turnhout (België). Het bedrijf wil graag in Roosendaal blijven en hier de totale productie concentreren. Dit bedrijf past binnen de milieucategorieën die in het bestemmingsplan 'Majoppeveld_nr_2009' zijn vastgesteld.
Het bedrijf wil het hele gebied aanwenden voor de bouw van een nieuwe productie-eenheid met bijbehorende faciliteiten. Op basis van het huidige bestemmingsplan behoort dit niet tot de mogelijkheden, omdat het gebied doorsneden wordt door een weg (de Kernweg) die een ‘harde verkeersbestemming’ heeft. Gegeven het feit dat het bedrijf binnen de ter plaatse toegestane milieucategorie(ën) blijft, de toegestane bouwhoogten en bebouwingspercentage niet overschrijdt, is de gemeente van oordeel dat vestiging van dit Roosendaalse bedrijf op De Meeten 2 tot de mogelijkheden behoort. In 2007 zijn bij het in procedure brengen van het bestemmingsplan Majoppeveld afspraken gemaakt met de bewoners van de wijk De Landerije, op dat moment nog in ontwikkeling, omtrent de invulling van het gebied De Meeten 2. Daarbij werd afgesproken dat de toegestane milieucategorieën op basis van het principe van strikte binnenwaartse milieuzonering zouden worden vastgelegd, dat wil zeggen: hoe dichter bij de woningen, hoe lager de toegestane milieucategorieën of omgekeerd: hoe verder weg van de woningen, hoe hoger de milieucategorieën. Het gaat daarbij wel om woningen die onderdeel uitmaken van een ‘rustige woonwijk’. Ook werden de bebouwingshoogten gedifferentieerd vastgelegd (hoe verder van de woonwijk verwijderd, hoe hoger de toegestane bouwhoogten).
Tevens werd uitgesproken dat op De Meeten 2 (bij voorkeur) kleinschalige bedrijven zouden worden gevestigd. De planregels bieden daarentegen voor wat betreft dat laatste meer mogelijkheden: alleen een minimum perceelsgrootte is vastgelegd, maar geen maximum. Dat betekent dat in het middengebied (het gebied dat nu valt in het plangebied De Meeten 2) op basis van het huidige bestemmingsplan ook twee wat grotere bedrijven kunnen gevestigd worden (uiteraard met inachtneming van de toegestane hoogten en het bebouwingspercentage).
3
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 De voorgenomen bestemmingsplanwijziging blijft inhoudelijk beperkt tot de wijziging van de bestemming van de Kernweg en het vervallen van de bepaling omtrent het minimum bebouwingspercentage. Het is duidelijk dat Cloetta niet is te beschouwen als een kleinschalig bedrijf. Waarom dan toch medewerking verlenen aan de vestiging van een dergelijk bedrijf op deze locatie? Daarbij zijn verschillende aspecten afgewogen: •
• •
•
•
•
De gemeente wil een bedrijf als Cloetta graag behouden voor Roosendaal, ook het bedrijf wil vanwege de banden met Roosendaal graag in deze gemeente blijven. Het is een bedrijf dat zijn wortels in Roosendaal heeft sinds 1928. Er zijn echter behoudens de kavel aan De Meeten geen gronden in de gemeente voorhanden die kunnen voldoen aan de behoefte van Cloetta, ook niet in de directe omgeving van Roosendaal. Met nieuwbouw wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van de duurzaamheid en aan de ambities van Cloetta als food-tech-bedrijf. De werkgelegenheid die Cloetta biedt, is voor de gemeente belangrijk. Er werken bij Cloetta ongeveer 350 medewerkers in verschillende opleidingsniveaus. Daarnaast is Cloetta van belang voor de werkgelegeheid van een aantal toeleveringsbedrijven. Tot slot is Cloetta een actief leer-werkbedrijf (WVS). Het gebied ‘de Boemerang’ is als onderdeel van De Meeten 2 het gebied tussen de woonwijk en het middengebied. Dit gebied is en wordt verder kleinschalig ingevuld en geldt als een relevante buffer c.q. overgangsgebied. Op basis van feitelijke schouw blijkt dat als gevolg van de aanwezigheid van dit overgangsgebied en de bijhorende groenstrook het zicht vanuit het noordelijk deel van De Landerije op het middengebied nagenoeg nihil is, ook in de winter wanneer de bomen ontdaan zijn van bladeren.
De vestiging van Cloetta op deze locatie is alleen mogelijk wanneer alle relevante milieuaspecten zijn afgewogen en waarbij in alle gevallen de eindconclusie dient te zijn dat voldaan wordt aan alle aspecten. Dit betekent dat het bedrijf qua milieucategorie binnen de normstelling dient te vallen. Dat biedt een uitgangspunt dat daarmee aan aspecten als hinder, geur, geluid en externe veiligheid voldaan kan worden. Er heeft een afweging plaatsgevonden over de vraag of één grootschaliger bedrijf een grotere omgevingsimpact heeft dan een aantal kleinschalige bedrijven. Op basis daarvan is gebleken, dat de impact van een bedrijf als Cloetta niet groter is dan wanneer het terrein verkaveld zou worden in kleinere bedrijvigheid.
Nieuwe inzichten Tijdens de voorontwerpfase en de verwerking van de inspraakreacties van het bestemmingsplan zijn inzichten veranderd die geleid hebben tot een aanpassing van de oorspronkelijke planopzet. Deze inzichten werden ook deels ingegeven door de eerste in de standaardinspraakbrief aan de orde gestelde opmerking van insprekers: staat de bestemmingsplanherziening los van de komst van Cloetta of niet? Het gegeven dat diverse bij het bestemmingsplan behorende onderzoeken en rapportages waren toegeschreven op de vestiging van Cloetta gaven aanleiding tot deze opmerking, insprekers zijn van oordeel dat de reden om een bestemmingsplanherziening op te starten, toch vooral werd ingegeven om de vestiging van Cloetta te faciliteren. Alle andere motieven om het huidige bestemmingsplan te herzien werden als meer als bijkomende argumenten gezien.
4
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 Afwijkend ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan wordt nu uitdrukkelijk als uitgangspunt gehanteerd dat het voorliggende bestemmingsplan erop gericht is enkel en alleen de vestiging van Cloetta op de locatie De Meeten 2 te faciliteren. Daarom is in het ontwerpbestemmingsplan gekozen voor een bestemmingsregeling waarbij uitsluitend de beoogde productielocatie van Zoetwaren- en notenbedrijf Cloetta conform de aangevraagde vergunning in het plangebied De Meeten 2 wordt toegestaan. Met als voorwaarde dat de milieucategoriën, bouwhoogten en bebouwingspercentages niet hoger worden dan dat het geldende bestemmingsplan toe laat. Door de planregels toe te spitsen op Cloetta worden de mogelijkheden van het bestemmingsplan ingeperkt tot uitsluitend de activiteiten en bebouwing uit de aangevraagde omgevingsvergunning met een milieucategorie 3.2 in plaats van 4.2. Dit schept ook duidelijkheid in de positie van de gemeente: de gemeente vindt het belangrijk dat Cloetta in Roosendaal gevestigd blijft, het plangebied De Meeten 2 is een geschikte vestigingsplek (andere geschikte locaties zijn binnen de gemeente niet voorhanden), mits aan alle relevante (milieu)aspecten aantoonbaar kan worden voldaan.
Deze keuze om het bestemmingsplan méér toe te schrijven op de vestiging van Cloetta wordt ook ingegeven door de vraag, die tijdens het planproces in de voorontwerpfase aan de orde kwam: moet het bestemmingsplan ook vergezeld gaan van een plan-MER? Tijdens de raadsbehandeling om de coördinatieregeling toe te passen (6 april 2023) is middels een amendement het opstellen van een plan-MER aan de lijst besluiten die onder de coördinatieregeling zouden komen te vallen, toegevoegd, dit vanuit de veronderstelling met name vanuit de raad/enige raadsleden dat het opstellen van een plan-MER op grond van wetgeving in dit geval verplicht zou zijn. Vervolgens is extern advies ingewonnen om hierover uitsluitsel te krijgen. Het inmiddels ingekomen advies is duidelijk: er hoeft geen plan-MER te worden opgesteld, op voorwaarde dat het nieuwe bestemmingsplan De Meeten 2 niet meer mogelijk zal maken dan wordt vergund met de omgevingsvergunning voor de bouw en ingebruikname van de fabriek. Om die reden is ervoor gekozen het huidige voorontwerpbestemmingsplan aan te passen naar een ontwerp bestemmingsplan dat hier aan voldoet. Het gaat hierbij derhalve om een ‘een-op-een inpassing’. De toegestane activiteiten die op basis van het bestemmingsplan zijn toegestaan, blijven dan beperkt tot hetgeen vergund is in de omgevingsvergunning, waarvoor een MER beoordeling uitgevoerd is.
Dit betekent dat het nieuwe bestemmingsplan niet voorziet in een mogelijke toekomstige uitbreidingen van Cloetta. Wanneer Cloetta in de toekomst uitbreidingswensen heeft, dient voor die uitbreiding een procedure te worden doorlopen waarin alle relevante (milieu)aspecten wederom zullen worden afgewogen. Evenmin voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om andere bedrijven in het plangebied De Meeten 2 te vestigen. Mocht de vestiging van Cloetta om wat voor redenen geen doorgang vinden, dan dient een nieuwe ruimtelijk-planologische regeling te worden opgesteld (onder de vigeur van de op 1 januari 2024 in werking tredende Omgevingswet).
2. Inspraakprocedure De gemeente Roosendaal kent op grond van de gemeentelijke inspraakverordening een fase voorafgaand aan de officiële wettelijke procedure: de voorontwerpfase. Tijdens deze fase
5
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 vindt de inspraakprocedure plaats, tegelijk met het wettelijk verplichte overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond van de Inspraakverordening biedt de gemeente Roosendaal de gelegenheid voor een ieder om in te spreken op de voorontwerpversie van een bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan is op 30 januari 2023 voor een periode van zes weken (dus tot en met 13 maart 2023) ter inzage gelegd. Gedurende die termijn werd de gelegenheid geboden aan een ieder om een inspraakreactie in te dienen. Ook is in voornoemde termijn een inspraakbijeenkomst georganiseerd waarbij ook mondeling kon worden ingesproken. Inspraakbijeenkomsten hebben de vorm van een ‘inloopbijeenkomst’ en zijn vooral bedoeld om kennis te nemen van het bestemmingsplan en om mondelinge inspraakreacties naar voren te brengen, die via daartoe ontwikkelde formulieren kunnen worden ingediend. Van de inspraakbijeenkomst (die plaatsvond op 2 maart 2023) heeft overigens slechts één persoon gebruikgemaakt. De planontwikkeling van het gebied De Meeten 2 is voorafgegaan door een informatietraject, waarbij ‘de omgeving’ op diverse momenten is geïnformeerd en bijgepraat over de voortgang en gedachtevorming van het stedenbouwkundig plan. Dat is in nauwe samenspraak gebeurd met het bedrijf Cloetta.
De verslagen van de diverse bijeenkomsten zijn gepubliceerd en kunnen door belangstellenden worden ingezien en geraadpleegd. De voorgenomen vestiging van Cloetta op De Meeten 2 heeft tot de nodige beroering en weerstand geleid met name vanuit De Landerije, maar ook vanuit Kortendijk en het bedrijventerrein De Meeten 1. Uiteindelijk zijn 269 inspraakreacties ingekomen. Grote katalysator is hierin het Actiecomité De Meeten 2 dat samen met het Bewonersplatform Kortendijk de bewoners van beide woonwijken benaderde om in te spreken op het voorontwerpbestemmingsplan. Daartoe heeft het Actiecomité een standaardinspraakreactie opgesteld, waar insprekers gebruik van konden maken. De meeste bewoners/insprekers hebben dat gedaan. Sommige insprekers hebben op onderdelen nog aanvullende opmerkingen geplaatst ter verduidelijking, maar die aanvullingen sluiten in de meeste gevallen inhoudelijk aan op de standaardinspraakreactie. Hierna zullen de inspraakreacties per onderdeel worden voorzien van een gemeentelijk antwoord. Ook aanvullende opmerkingen zullen daarin worden meegewogen wanneer daarin nieuwe gezichtspunten naar voren worden gebracht.
3. De inspraakreacties De algemene standaardinspraakreactie (inspreker(s) 1) 1. Bestemmingswijziging staat los van komst Cloetta of toch niet? ‘In het verslag van de informatiebijeenkomsten van 14 december 2022 heeft de gemeente de volgende uitspraak gedaan: "De gemeente brengt een nieuw bestemmingsplan in procedure waarin de Kernweg wordt omgezet in bedrijventerrein. Dit geeft meer flexibiliteit in de gronduitgifte, en staat op zich los van een eventuele verkoop aan Cloetta." Daaruit maak ik op dat de bestemmingswijziging niet gekoppeld is aan de eventuele komst van Cloetta naar De Meeten 2. Het bevreemdt mij dan ook dat bij het ter inzage gelegde plan verschillende stukken zijn gevoegd die betrekking hebben op Cloetta. Het vermengen van de bestemmingsplanprocedure en de eventuele komst van Cloetta maakt dit proces voor belanghebbenden heel ondoorzichtig. Ik twijfel ook sterk of het bestemmingsplan gelet hierop wel uitvoerbaar is. Het zou namelijk zo maar kunnen dat Cloetta zich vanwege regelgeving niet kan vestigen op de Meeten 2. Wat zijn dan de consequenties van het 6
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 gewijzigde bestemmingsplan voor omwonenden? Die is dan namelijk onderbouwd met stukken van Cloetta. Ik verzoek u dan ook een duidelijke keuze te maken en deze aan de belanghebbenden kenbaar te maken. Een solitaire bestemmingswijziging of één die ziet op de komst van Cloetta.’ Gemeentelijk reactie Gelet op hetgeen in de inleiding van onderhavige inspraakrapportage al is gesteld, is nu gekozen voor een bestemmingsplan dat louter de vestiging van Cloetta op basis van de ingediende bouwaanvragen mogelijk maakt. Uitgangspunt is daarbij dat er ten opzichte van de bestemmingsregeling van 2007 geen veranderingen plaatsvinden voor wat betreft bouwhoogten, maximum bebouwingspercentages en milieucategorieën. Wel is ten opzichte van het plan uit 2007 de bepaling omtrent het minimum bebouwingspercentage komen te vervallen. Dat betekent, dat het bestemmingsplan op de gronden de bestemming ‘Bedrijf’ legt. Binnen deze bestemming is uitsluitend ‘een inrichting voor het vervaardigen van suikerwerken conform de omgevingsvergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met nummer 2023-001444’ zoals deze verleend is door het bevoegde gezag. Met het oog op de voorgenomen vestiging van Cloetta is onderzocht of dit op milieu hygiënische bezwaren stuit. Om die reden zijn de onderzoeken afgestemd op vestiging van Cloetta.
Uit de onderzoeken blijkt, dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn. Mocht de vestiging van Cloetta om wat voor redenen dan ook geen doorgang vinden, dan dient voor het plangebied een nieuwe planologische regeling (onder de vigeur van de Omgevingswet) te worden opgesteld. 2. Coördinatieregeling Het College is voornemens de zogenaamde "coördinatieregeling" van toepassing te verklaren op dit dossier. Daarmee worden de procedure voor de bestemmingswijziging en de omgevingsvergunning gelijktijdig doorlopen. Dit verergert echter de hierboven geschetste ondoorzichtigheid. Belangrijkste argument vanuit de gemeente is dat dit voor belanghebbenden een completer beeld geeft van de uiteindelijke invulling van het betreffende kavel. Gevolg hiervan is echter dat omwonenden slecht heel beperkt tijd hebben om de grote hoeveelheid rapporten, tekeningen en overige gegevens te beoordelen. En waarom deze haast? Gaat zorgvuldigheid niet boven snelheid? Daarnaast ontneemt het belanghebbenden het recht om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen de omgevingsvergunning. Deze gaat namelijk direct over in naar een behandeling door de Raad van State. Het mag duidelijk zijn dat het voorontwerpbestemmingsplan ten behoeve van het project van Cloetta kan niet worden goedgekeurd door de raad in verband met strijd met het recht, (beleids-)regelgeving en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De procedures zijn onzorgvuldig verlopen, relevante juridische documentatie ontbreekt en de belangen van omwonenden worden veronachtzaamd. Ik roep u dan ook op tot het zorgvuldig doorlopen van het proces van bestemmingswijziging, alvorens de procedure rondom de omgevingsvergunning op te starten. Gemeentelijke reactie De coördinatieregeling maakt geen onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure, maar is een apart besluit dat door de gemeenteraad wordt genomen. Dit laatste is inmiddels gebeurd: in de raadsvergadering van 6 april 2023 heeft de raad ermee ingestemd dat de coördinatieregeling mag worden toegepast. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de raad 7
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 daarmee nog geen inhoudelijk oordeel heeft uitgesproken over het bestemmingsplan en de onder het coördinatiebesluit vallende vergunningstrajecten. De coördinatieregeling is opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening en behoort dus tot de door de Wet ruimtelijke ordening aangereikte instrumenten en procedures. De coördinatieregeling is een instrument om verschillende procedures die noodzakelijk zijn voor vergunningverlening, gezamenlijk (gelijktijdig) te doorlopen. In artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening is de mogelijkheid opgenomen om na een besluit van de gemeenteraad de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan te coördineren met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten op aanvragen om diverse vergunningen. De coördinatiebepaling biedt de mogelijkheid de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan te coördineren (maar niet samen te voegen) met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten op aanvragen om diverse vergunningen.
Op basis van de huidige stand van zaken en inzichten gaan op verzoek van Cloetta en met inachtneming van het amendement dat is aangenomen door de Gemeenteraad in de raadsvergadering van 6 april 2023, de volgende vergunningen met het ontwerpbestemmingsplan onderdeel uitmaken van de coördinatieregeling: • Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen; • Omgevingsvergunning voor de activiteit kappen; • De vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming; • Omgevingsvergunning beperkte milieutoets. • Plan-MER (op basis van een raadsamendement). Een vergunning voor de activiteit milieu is niet aan de orde, omdat op basis van de huidige inzichten volstaan kan worden met een melding. Mocht(en) één of meerdere van de in het coördinatiebesluit genoemde vergunningen niet nodig zijn, dan blijft/blijven deze buiten de regeling. Dan dient dit wel onderbouwd te worden. Met de coördinatieregeling wordt beoogd diverse procedures gecoördineerd te behandelen zodat deze in één keer kunnen worden beoordeeld, ook wanneer een en ander bij beroep wordt voorgelegd aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit levert aanzienlijke tijdwinst op. Insprekers zijn van oordeel dat de coördinatieregeling de ondoorzichtigheid verergert. Ook vrezen insprekers dat toepassing van de coördinatieregeling mogelijkheden voor belanghebbenden vermindert.
Het tegendeel is waar: alle mogelijkheden die insprekers ten dienste staan om hun zienswijze en bezwaren naar voren te brengen blijven in stand. Het enige -en dat is te beschouwen als een voordeel-, is dat er meer samenhang wordt geboden in de diverse onderdelen: het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning voor bouwen et cetera. • Belanghebbenden hoeven zich slechts op één procedure te richten Voor bestemmingsplan en omgevingsvergunning is sprake van één voorbereidingsprocedure en één rechtsgang. Belanghebbenden hoeven zich slechts op één procedure te richten. Bovendien is er, indien beroep wordt ingesteld, sneller sprake van duidelijkheid voor belanghebbenden doordat bij één instantie (Raad van State) beroep ingesteld wordt en ook in één uitspraak wordt gedaan op alle gecoördineerde besluiten. Met de terinzagelegging van alle (ontwerp)besluiten en het ontwerpbestemmingsplan wordt de procedure derhalve overzichtelijker en transparanter.
8
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 •
De coördinatieregeling biedt meer inzicht in het te realiseren plan
Bij toepassing van de coördinatieregeling is direct duidelijk voor bijvoorbeeld omwonenden hoe het bouwplan dat met het nieuwe bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, er uit ziet. In het bestemmingsplan ziet men de ruimtelijke kaders, in de omgevingsvergunning de concrete invulling daarvan. Het voordeel voor alle belanghebbenden is, dat de gevolgen van de (te nemen) besluiten in één oogopslag inzichtelijk worden. •
Een gecoördineerde procedure biedt procesversnelling en er is slechts eenmaal griffierecht verschuldigd
De tijdwinst bij toepassing van de coördinatieregeling is vooral te behalen ten aanzien van de omgevingsvergunning. Normaal gesproken wordt een omgevingsvergunning om te bouwen pas aangevraagd en verleend op het moment dat het bestemmingsplan in werking is getreden. De omgevingsvergunning volgt dus na het bestemmingsplan. Bij de coördinatieregeling worden zowel bestemmingsplan als de ontwerpbesluiten voor de diverse omgevingsvergunningen gelijktijdig in procedure gebracht en wordt daar ook gelijktijdig over besloten. Zo hoeft bij de omgevingsvergunning voor bouwen dus niet gewacht te worden totdat het nieuwe bestemmingsplan rechtskracht heeft gekregen. De gecoördineerde besluiten treden gelijktijdig in werking. Inmiddels heeft, zoals hiervoor al vermeld, de gemeenteraad in de vergadering van 6 april 2023 ingestemd met de toepassing van de coördinatieregeling. 3. Belangenafweging Hoewel er meerdere keren is verzocht om inzage te geven in de belangen die de gemeente Roosendaal heeft afgewogen om tot het voorgenomen besluit tot bestemmingswijziging te komen is deze vraag nooit onderbouwd beantwoord. Daarmee staat wat ons betreft vast dat de belangafweging om het bestemmingsplan te wijzigen puur economisch van aard is. Andere belangen, zoals die van vele omwonenden, zijn niet aantoonbaar meegewogen. Gemeentelijke reactie De gemeente heeft verschillende belangen af te wegen.
In dat afwegingskader spelen, zoals insprekers stellen, economische belangen zeker een rol. Het bedrijf biedt immers belangrijke werkgelegenheid voor Roosendaal, zowel direct (350 eigen medewerkers) als indirect (toeleveranciers / dienstverleners). Daarnaast is Cloetta een actief leer-werkbedrijf (WVS). De gemeente dient een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijvigheid te creëren. Het terrein De Meeten 2 maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein Majoppeveld. Dat betekent dat op het betreffende perceel op basis van het huidige bestemmingsplan het vestigen van bedrijven tot de mogelijkheid behoort, mits passend binnen de planregels. Ook de belangen van omwonenden zijn uitdrukkelijk meegewogen. Om te beoordelen of het uit ruimtelijk en milieuoogpunt verantwoord is een bedrijf als Cloetta op deze locatie te vestigen, heeft uitgebreid onderzoek plaatsgevonden naar de milieu-impact van het bedrijf, de verkeersafwikkeling en de vraag of het verantwoord is vanuit een ‘oogpunt van een goede ruimtelijke ordening’ een bedrijf als Cloetta op deze locatie te vestigen. Daarbij is ook een vergelijking gemaakt met de invulling van het plangebied met kleinschaliger bedrijvigheid.
Bij de totstandkoming van het huidige bestemmingsplan was de vestiging van kleinschalige bedrijvigheid het uitgangspunt met de aantekening dat op basis van de bestemmingen ook grootschaliger ontwikkelingen tot de mogelijkheden behoren. Gebleken is dat de impact van één grootschalige ontwikkeling minder ingrijpend is qua milieubelasting en qua verkeersbewegingen. Het bedrijf Cloetta valt aantoonbaar in (ook al op basis van het huidige bestemmingsplan toegestane) milieucategorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, terwijl 9
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 op basis van het huidige bestemmingsplan op een gedeelte van het plangebied ook 4.1. en 4.2-bedrijvigheid tot de mogelijkheden behoort. Ook is bij de keuze voor de invulling van het terrein door de initiatiefnemer ervoor gekozen dat het kantoor en het personeelsparkeren aan de zuidzijde wordt gerealiseerd c.q. plaatsvindt en het productiegedeelte meer in noordelijke richting, dus verder verwijderd van de woonwijken Kortendijk en De Landerije. Weliswaar zijn op het bedrijventerrein Majoppeveld ten noorden van de Rucphensebaan diverse bedrijfswoningen en voormalige bedrijfswoningen gesitueerd. Naar het oordeel van de gemeente kunnen deze woningen niet geheel gelijkgeschakeld worden met woningen in een rustige woonwijk. Het woonachtig zijn op een bedrijventerrein brengt met zich mee dat eventuele impact vanwege de bedrijvigheid nooit helemaal nihil zal zijn. Uiteraard dient overlast ook voort deze (bedrijfs) woningen zoveel mogelijk voorkomen te worden dan wel beperkt te worden. Door de gemeente is tijdens inspraak en informatiebijeenkomsten telkens gesteld dat vestiging van Cloetta op deze locatie alleen mogelijk zal zijn indien aantoonbaar de milieucategorie van het bedrijf niet hoger zal zijn dan 3.2.
Qua afstand wordt dan ruimschoots voldaan aan de afstandseisen zoals deze in de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering zijn vastgelegd, namelijk 100 m. De afstand tussen de zuidzijde van het plangebied en de dichtstbijzijnde woningen van De Landerije bedraagt 125-130 m. De afstand tussen deze dichtstbijzijnde woningen en de te realiseren productiegebouwen is aanzienlijk groter. De afstand tot de woningen aan de Euklaasdijk is weliswaar korter, maar daar is het kantoorgedeelte van Cloetta voorzien. Op basis van de ingediende rapportages en de ingewonnen adviezen luidt de conclusie van de gemeente dat op het betreffende bedrijfsperceel een bedrijf als Cloetta gevestigd kan worden zonder dat dit een negatieve impact heeft op de woonwijken Kortendijk en De Landerije. 4. Alternatieve locaties voor grootschalige bedrijven Hoewel er meerdere keren is verzocht om inzage te geven in het onderzoek naar alternatieve locaties voor grootschalige bedrijven heeft de gemeente Roosendaal deze vraag nooit onderbouwd beantwoord. Los van het feit dat dit strijdig is met regionale afspraken geeft het argument dat er geen alternatieve locaties beschikbaar zijn nog niet recht dan maar voor een locatie te kiezen die qua bestemming niet passend is. We lazen afgelopen zaterdag dat er een hotel gebouwd gaat worden op een beschikbaar kavel van 11.000 m2 op de Borchwerf.
Borchwerf lijkt ons een veel geschiktere locatie voor een fabriek dan naast een woonwijk. Gemeentelijke reactie Er zijn in Roosendaal op de bedrijventerreinen Borchwerf en Majoppeveld geen alternatieve percelen voorhanden die voor vestiging van een bedrijf als Cloetta beschikbaar zijn. Diverse insprekers dragen in hun reactie ook locaties aan die veel verder van Roosendaal zijn gesitueerd. Cloetta heeft echter aangegeven bij voorkeur in Roosendaal gevestigd te blijven. De kans is groot dat wanneer vestiging in Roosendaal niet tot de mogelijkheden blijkt te behoren, Cloetta uit Nederland verdwijnt. 5. Toezeggingen uit verleden De vorige bestemmingsplanwijziging voor De Meeten 2 (Majoppeveld) kon in eerste instantie op veel verzet rekenen van de omwonenden. Om de omwonenden goed te informeren heeft de gemeente Roosendaal in mei 2007 een nieuwsbrief uitgebracht. Ik citeer uit deze 10
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 nieuwsbrief; “U als (toekomstige) bewoner mag geen hinder ondervinden van de nieuwe bedrijvigheid van de Meeten II. Dus geen geluidshinder, stankoverlast en zwaar transport". Verder wordt er in de nieuwsbrief aandacht geschonken aan de "hoogte van de gebouwen, de kleinschaligheid van het bedrijventerrein, herkenbare en hoogwaardige architectuur en het ontbreken van een vrijstellingsbevoegdheid van B&W voor bouwhoogtes en milieucategorieën in het bestemmingsplan". In de nu voorgenomen bestemmingsplanwijziging verdwijnt de reeds aangelegde Kernweg, waardoor een vrij te bebouwen oppervlak ontstaat tussen het Spectrum, de Rucphensebaan en de waterloop Bakkersberg van ca. 9 ha. (= 13 voetbalvelden). Hiermee wordt de kleinschaligheid losgelaten en staat de deur open voor grootschalige industrie, logistiek, etc. De opmerking van de gemeente dat het huidige bestemmingsplan ook al de mogelijkheid biedt voor de vestiging van grotere bedrijven, in de zin dat geen maximum aan oppervlakte werd vastgelegd, is ongegrond. Immers, de op de kaart aangegeven Kernweg, zorgt er juist voor dat er beheersbare kavels blijven. Door de beperking in kaveloppervlak is de locatie op dit moment dan ook niet interessant voor 24/7 productiebedrijven of grootschalige logistiek.
Op basis van de toezeggingen en informatie van de gemeente Roosendaal hebben wij en vele met ons, besloten om een woning te bouwen in de Landerije in de directe omgeving van De Meeten 2. Daarmee staat de betrouwbaarheid van Gemeente Roosendaal wat ons betreft zwaar ter discussie. De voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan is niet in lijn met "een stad van de menselijke maat", "balans tussen mens en natuur" en "een prettige omgeving blijft om in te wonen". We zien ook nergens in beleid terug dat volgens de gemeente (stank)overlast nu wel aanvaardbaar zou worden geacht. Een beleidswijziging heeft op dit punt niet plaatsgevonden. De voorziene ontwikkelingen zorgen voor een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gemeentelijke reactie Hetgeen in de nieuwsbrief van 2007 is gesteld dat de bewoners van De Landerije (en van Kortendijk) geen hinder en overlast mogen ondervinden van de bedrijvigheid die in het plangebied De Meeten 2 wordt gevestigd staat nog steeds niet ter discussie. Derhalve mag geen sprake zijn van “geluidhinder, stankoverlast en zwaar transport". Ook wordt in de nieuwbrief gesproken over de "hoogte van de gebouwen, de kleinschaligheid van het bedrijventerrein, herkenbare en hoogwaardige architectuur en het ontbreken van een vrijstellingsbevoegdheid van B&W voor bouwhoogtes en milieucategorieën in het bestemmingsplan".
Deze uitgangspunten staan ook in de huidige situatie niet ter discussie. Voor wat betreft de grootschaligheid wordt daarbij wel een kanttekening geplaatst. Hoewel het huidige bestemmingsplan qua bestemmingsregels ook grootschaliger bedrijvigheid mogelijk maakt (er wordt alleen bepaald dat een bedrijfskavel minimaal 1000 m2 dient te zijn), wordt geen maximum perceelsgrootte aangegeven. Weliswaar maakt de Kernweg het niet mogelijk om één bedrijf te vestigen, maar het gebied kan opgedeeld worden in twee bedrijfskavels waardoor er in de huidige situatie twee grotere bedrijven in het gebied kunnen worden gevestigd. Bij de ontwikkeling van het bouwplan zijn de bouwregels van het huidige bestemmingsplan uit 2007 steeds randvoorwaardelijk geweest. Nu een één-op-één inpassing plaatsvindt (uitsluitend een inrichting conform de omgevingsvergunning is op basis van het bestemmingsplan toegestaan) wordt van de oorspronkelijke bouwregels niet afgeweken. Ook in het nieuwe bestemmingsplan blijven de hoogtebepalingen van het huidige 11
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 bestemmingsplan in stand, ze worden door de één-op-één inpassing zelfs nog stringenter vastgelegd. Qua gebruik geldt: alleen het bedrijf Cloetta kan conform de aangevraagde vergunning worden gevestigd in het plangebied: vestiging van andere (industriële) bedrijvigheid en/of zelfstandige logistieke bedrijven behoort niet tot de mogelijkheden. Opgemerkt wordt dat het gedeelte van het gebied De Meeten 2 dat het dichtst tegen De Landerije aan is gesitueerd (tussen Spectrum en de Elementweg), al deels kleinschalig is ingevuld en verder ook kleinschalig wordt ingevuld zodat er sprake blijft van een buffer tussen het plangebied De Meeten 2 en De Landerije. Deze buffer wordt bovendien nog versterkt door een bomenrij en een retentiegebied. Daarmee bedraagt de afstand tussen De Landerije en het plangebied minimaal 125 m. 6. Kleinschaligheid Het bestemmingsplan van De Meeten 2 draagt op dit moment bij aan een rustige overgang van een jaren '60/'70 bedrijventerrein (voornamelijk lage loodsen met enkele woningen) naar de woonwijken Landerije en Kortendijk, om vervolgens over te lopen in het buitengebied. De door het gebied lopende Kernweg borgt daarbij de "kleinschaligheid" en voorkomt dat grote bedrijven (logistiek, industriële productie, groothandel) zich op de Meeten 2 kunnen vestigen.
Het laten vervallen van de Kernweg zal, in combinatie met de nieuwe bestemmingsplanvoorschriften, de mogelijkheid bieden voor extreem grootschalige bedrijvigheid. Daarmee wordt de bestemming omgezet van een kleinschalig bedrijventerrein naar grootschalige industrie. Gevolgen: intensief en zwaar transport (zowel overdag als 's nachts), geuroverlast, uitstoot toxische stoffen, geluidoverlast, lichtoverlast, opslag en/of gebruik gevaarlijke stoffen, etc. met alle mogelijke gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van de bewoners van de direct omliggende woningen. Conclusie: grootschalige industrie is ter plaatse niet passend en in strijd met een goede ruimtelijke ordening; dit gelet op de ligging nabij woonwijken Kortendijk en De Landerije alswel de bedrijfswoningen aan de randen van Majoppeveld. Daarnaast zijn de plannen niet passend gelet op de aard en omvang van de al binnen Majoppeveld en De Meeten 2 gevestigde bedrijven. Het mag duidelijk zijn dat het Voorontwerpbestemmingsplan het tegenovergestelde effect sorteert van de in het huidige bestemmingsplan beoogde kleinschaligheid met een hoogwaardige kwaliteit. Wij roepen u dan ook op de voorgenomen bestemmingswijziging in overeenstemming te brengen met een goede ruimtelijke ordening, rekening houdend met het woongenot van de bewoners uit de direct aangrenzende woningen.
Gemeentelijke reactie Op basis van het huidige bestemmingsplan Majoppeveld kunnen in het gebied De Meeten 2 diverse bedrijven worden gerealiseerd mits deze voldoen aan de planregels. Het gaat daarbij gelet op de toegestane milieucategorieën ook om industriële en ambachtelijke bedrijven. Vestiging van deze bedrijvigheid is alleen mogelijk wanneer deze bedrijven niet leiden tot milieuoverlast voor de omgeving. Dat betekent dat de mogelijke vestiging van bedrijven pas mogelijk is wanneer uit nader onderzoek dan wel te nemen maatregelen en geformuleerde dwingende uitgangspunten blijkt dat de door insprekers naar voren gebrachte vormen van overlast (intensief en zwaar transport (zowel overdag als 's nachts), geuroverlast, uitstoot toxische stoffen, geluidoverlast, lichtoverlast, opslag en/of gebruik gevaarlijke stoffen, etc.) kunnen worden voorkomen. In de nu in het bestemmingsplan opgenomen bestemming is sprake van een ingrijpende beperking van de vestigingsmogelijkheden van bedrijvigheid. Alléén de vestiging van ‘een 12
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 inrichting voor het vervaardigen van suikerwerken conform de verleende omgevingsvergunning’ behoort tot de mogelijkheden en derhalve geen andere vormen van bedrijvigheid. Ten behoeve van de voorgenomen vestiging van Cloetta is een verkeersstudie verricht naar de ontsluiting van de fabriek, waarbij maatregelen zijn voorgesteld dat het vrachtverkeer niet via de Dijkrand maar via het Spectrum naar de A58 rijdt. Uiteraard valt nooit helemaal uit te sluiten dat er toch vrachtverkeer over de Dijkrand rijdt, maar dit zal niet tot onaanvaardbare overlast leiden. 7. Aanpassingen bestemmingsvoorschriften In tegenstelling tot hetgeen is gepresenteerd tijdens de informatiebijeenkomsten van de gemeente zijn in het voorontwerpbestemmingsplan milieucategorieën, maximale bebouwingshoogtes en maximale bebouwingsoppervlaktes wel aangepast. Ik roep u dan ook op deze, conform uw eigen toezeggingen, weer in overeenstemming te brengen met de huidige bestemmingsvoorschriften. Gemeentelijke reactie Ten opzichte van het huidige bestemmingsplan uit 2007 zijn de milieucategorieën, de maximale bouwhoogten per differentiatievlak en de bebouwingspercentages niet aangepast. Deze blijven onverkort van toepassing. Cloetta is zoals het bedrijf zich op De Meeten 2 wil vestigen, aan te merken als een milieucategorie 3.2 bedrijf.
Met de één-op-één inpassing kan alleen Cloetta zich in het plangebied vestigen conform de omgevingsvergunning. Het bouwplan is ontwikkeld met inachtneming van de bouwregels van het bestemmingsplan Majoppeveld dat in 2007 is vastgesteld. 8. Afwijkingsbevoegdheid B&W In tegenstelling tot het vigerende bestemmingsplan krijgt B&W ruime vrijstellingsbevoegdheden voor wat betreft de in het bestemmingsplan vastgestelde bouw- en gebruiksregels. Dit zorgt voor een onvoldoende rechtszekerheid. Dit staat daarnaast naar onze mening haaks op hetgeen in de nieuwsbrief wordt verwoord ("er hoeft geen vrees meer te bestaan dat door toepassing van deze bepalingen op een later tijdstip toch weer méér mogelijk is") en waar het vigerende en met zorg tot stand gebrachte bestemmingsplan voor staat. De ter inzage gelegde bestemmingsregels laten zien dat B&W na de wijziging een ruime bevoegdheid heeft om omgevingsvergunningen te verstrekken en daarbij onder andere de maximale gebouwhoogte aan te passen, meer bebouwing toe te staan en af te wijken van geldende parkeernormen. Opmerkelijk is dat tijdens de informatiebijeenkomst op het stadskantoor de verlaging van de milieucategorieën in de voorgenomen bestemmingswijziging als voordeel voor de omwonenden werd betiteld. Helaas werd er niets vermeld over het herintroduceren van een ruime afwijkingsbevoegdheid voor B&W.
Wij roepen u dan ook op de afwijkingsbevoegdheid van B&W te beperken zoals in het vigerende bestemmingsplan. Gemeentelijke reactie Er zijn qua bouwregels geen wijzigingen op dit onderdeel ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Wel wordt in het ontwerpbestemmingsplan de bestemmingsregeling zoals eerder beschreven nu toegespitst op de vestiging van Cloetta zodat in het plangebied alleen dit bedrijf ter plaatse gevestigd kan worden, maar dan wel binnen de bouwregels zoals deze 13
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 ook in het huidige bestemmingsplan zijn opgenomen. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat hogere bouwhoogten niet aan de orde zijn en deze ook niet middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van het college tot de mogelijkheden behoren. Er is tijdens de informatiebijeenkomsten voor bewoners vanuit de gemeente niet aangegeven dat men de milieucategorieën zou gaan verlagen in het voorontwerpbestemmingsplan, maar door de één -op-één inpassing gebeurt dit nu wel. 9. Beeldkwaliteitsplan Ten tijde van het opstellen van het huidige bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Ook hierin is zorgvuldig gezocht naar een goede overloop van de bedrijfsbestemming naar woonbestemming. Het voorliggende voorontwerpbestemmingsplan kent geen beeldkwaliteitsplan en daarmee geen eisen ten aanzien van architectuur, inrichting terrein, ontsluiting kavels, etc. Potentiële kopers van de grond hebben daarmee, buiten de redelijke eisen van welstand, geen enkel kwalitatief kader voor de uitwerking van hun plannen. De kwaliteit van de inrichting van de Meeten 2 staat daarmee zwaar onder druk. Gemeentelijke reactie Het Beeldkwaliteitplan Majoppeveld De Meeten II/De Kapstok I en II is in december 2007 door de gemeenteraad vastgesteld tegelijk met het bestemmingsplan Majoppeveld.
Het Beeldkwaliteitplan bepaalt in hoofdlijnen het kwalitatieve, beeldvormende kader waarbinnen het bedrijventerrein ontwikkeld dient te worden. Het beeldkwaliteitplan biedt kaders voor de architectonische kwaliteit van de op te richten bebouwing en biedt de welstandscommissie (thans: Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) uitgangspunten voor de beoordeling van de in te dienen bouwplannen. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat in het beeldkwaliteitplan expliciet is aangegeven dat beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan elkaar aanvullen en dat bij strijdigheid tussen het gestelde in het beeldkwaliteitsplan en het bestemmingsplan de bepalingen van het bestemmingsplan prevaleren. Het nieuwe plangebied De Meeten 2 omvat de gebieden die in het beeldkwaliteitplan worden aangeduid met 6a. Voor dit gebied wordt de typologie van de architectonische elementen beschreven: om die aspecten gaat het in het beeldkwaliteitplan. Deze architectonische uitwerking dient zowel bij kleinschalige als bij wat grootschaliger bouwplannen tot uitdrukking te komen en vormt voor de CRK het toetsingskader. Bij de reeds ingevulde delen van Majoppeveld zijn conform het bestemmingsplan ook wat grootschaliger bedrijfsgebouwen gerealiseerd terwijl ook daar het beeldkwaliteitplan kleinschaliger verkaveling suggereert.
Voor wat betreft de positie van het beeldkwaliteitsplan in relatie tot de welstandsnota kan gewezen worden op de in de Welstandsnota opgenomen zinsnede: Bij de beoordeling van bouwplannen zijn de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitplan Uitbreiding De Meeten II (2003) aanvullend van toepassing. Dit impliceert dat het Beeldkwaliteitplan gekoppeld is aan de Welstandsnota. Het ligt daarmee voor de hand dat de welstandsnota met het beeldkwaliteitplan toetsingskader is en blijft voor de bouwplannen die ontwikkeld worden in De Meeten (en de Kapstok). Om die reden blijft het huidige beeldkwaliteitplan voor zover betrekking hebbend op het plangebied De Meeten 2 in stand.
14
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 10. Strijdig met omgevingsvisie "de verbonden stad" Op 1 december 2022 heeft uw raad de omgevingsvisie "de verbonden stad" vastgesteld. In deze visie worden een aantal uitspraken gedaan ten aanzien van het plangebied. Het is overduidelijk dat de voorgenomen bestemmingswijziging op geen enkele wijze past binnen de omgevingsvisie. En aangezien de inkt van deze visie nog maar net droog is moeten we concluderen dat deze geschreven is in dezelfde periode als dat de gemeente de bestemmingswijziging in voorbereiding had, wat het standpunt van de gemeente nog discutabeler maakt. Tijdens de informatiebijeenkomsten werd de uitspraak gedaan dat de omgevingsvisie slechts een "visie" is. Daarmee werd gesuggereerd dat de gemeente niet gehouden is aan de uitgangspunten uit dit document. Niets is echter minder waar. De vastgestelde omgevingsvisie is "zelfbindend", wat betekent dat het bestuursorgaan dat hem heeft opgesteld gehouden is deze visie na te leven. Tevens is het afwijken van de vastgestelde omgevingsvisie een duidelijke indicatie dat de gemeente geen betrouwbare partner is naar de omwonenden. Ik roep u dan ook op de voorgenomen bestemmingswijziging in overeenstemming te brengen met de vastgestelde omgevingsvisie "de verbonden stad".
Gemeentelijke reactie In de omgevingsvisie ‘de verbonden stad’ staat op pagina 114 het volgende: “Voor de komende tijd is het aanbod van bedrijventerreinen beperkt. Er zijn nog kavels beschikbaar op de Meeten II (onderdeel van Majoppeveld), maar die worden vooral ingevuld met kleinschalige bedrijven. Volgens verwachting zijn we binnen enkele jaren ‘uitverkocht’. Voor enkele bedrijven die binnen Roosendaal willen verplaatsen zijn nu al geen kavels beschikbaar” Zoals reeds tijdens de informatiebijeenkomst werd toegelicht is de omgevingsvisie een visie met daarin de verwachting dat het bedrijventerrein De Meeten 2 zal worden ingevuld met vooral kleinschalige bedrijven. Dit is ook gebeurd en gebeurt nog steeds in de 'Boemerang'. Voor het kerngebied in De Meeten 2 gebeurt dit niet omdat dit, zoals de omgevingsvisie ook aangeeft, de enige plaats is waar nog kavels beschikbaar zijn. Door een combinatie van deze kavels en het wegbestemmen van de kernweg kunnen wij een bestaand bedrijf in Roosendaal behouden, wat invulling geeft aan de opgave uit de omgevingsvisie pagina 57 : “ OPGAVE: versterken van de sectoren Agrofood & Biobased, onderhoud, installatie en bouw en logistiek Het agrofoodcluster wordt steeds belangrijker en we willen innovatie stimuleren. Voor het agrofoodcluster blijft import en verwerking van primaire landbouwproducten belangrijk.
De kracht van het cluster is de blijvende kennisontwikkeling, het inzetten van agrofooddiensten als exportproduct en het ontwikkelen van crossovers in chemie en agrofood. “ 11. Voldoende kandidaten voor kleinschalige bedrijvigheid In de omgevingsvisie "de verbonden stad" schrijft de gemeente op pagina 64: Voor de komende tijd is het aanbod van bedrijventerreinen beperkt. Er zijn nog kavels beschikbaar op de Meeten II (onderdeel van Majoppeveld), maar die worden vooral ingevuld met kleinschalige bedrijven. Volgens verwachting zijn we binnen enkele jaren 'uitverkocht'. Deze uitspraak van de gemeente is in lijn met ons beeld en wij concluderen dat deze bedrijven passen binnen de geldende bestemmingsplanvoorschriften. Met deze uitspraak ondermijnt de gemeente haar belangrijkste eigen motivatie om het bestemmingsplan te wijzigen. Dat doet zij namelijk om “meer flexibiliteit in gronduitgifte" te bewerkstelligen. Gezien het 15
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 bovenstaande is het aanpassen van het bestemmingsplan politiek niet te verantwoorden, laat staan de kostenpost die gemoeid gaat met het verwijderen van de Kernweg (riolering, asfalt, in- en uitrit, etc.). Gemeentelijke reactie De motivatie om het bestemmingsplan te wijzigen ligt in het feit dat enkel op De Meeten 2 beschikbare kavels liggen die door combinatie en het wegbestemmen van de Kernweg een perceelsgrootte creëren die voldoende is voor het behoud van Cloetta. 12. Gezonde leefomgeving Het voorontwerpbestemmingsplan zet in op grootschalige bedrijvigheid. Hiermee wordt de locatie geschikt voor grote logistieke en/of productiebedrijven. Deze bedrijven stoten veel meer stikstof, CO2 en andere schadelijke stoffen uit dan de optelsom van de kleinschalige bedrijven waarop het huidige bestemmingsplan ziet. Daarmee wordt de kwaliteit van de leefomgeving en daarmee de gezondheid van de omwonenden negatief beïnvloed. Gemeentelijke reactie Uit de aangeleverde en door de OMWB getoetste rapportages blijkt dat sprake is van een alleszins aanvaardbare situatie. Dat één bedrijf per definitie meer uitstoot oplevert dan een optelsom van de kleinschalige bedrijvigheid wordt niet onderschreven: ook vele kleinschalige bedrijven kunnen leiden tot uitstoot van schadelijke stoffen.
Niet de schaal van het bedrijf is leidend voor de effecten op de omgeving, doch de milieucategorie die aan een bedrijf moet worden toegekend. De opmerking dat grote bedrijven per definitie meer stikstof, CO2 en andere stoffen zouden uitstoten dan de optelsom van kleinschalige bedrijven, wordt niet onderbouwd. Het voordeel van de vestiging van één specifiek bedrijf is dat in een casus de totale milieuimpact in kaart kan worden gebracht. Daarbij geldt als uitgangspunt dat uit de aangeleverde milieuonderzoeken moet blijken dat voldaan kan worden aan de normstelling, ook voor wat betreft de gezondheidsaspecten. Het geldende bestemmingsplan maakt de vestiging van grote bedrijven al mogelijk. In het geldende bestemmingsplan is een aaneengesloten perceel beschikbaar van ruim drie hectare aan de zuidoostkant van de Kernweg. Aan de noord- en westkant van de Kernwerg is een perceel van circa vijf hectare beschikbaar. 13. Veiligheid omgeving De grootschalige bedrijvigheid die het voorontwerpbestemmingsplan met zich meebrengt heeft tot gevolg dat er grotere hoeveelheden (schadelijke) stoffen worden opgeslagen en/of verbruikt in de productieprocessen. Tevens zal het aantal verkeersbewegingen drastisch toenemen. Dit zal naast korte en lange termijn risico's voor de gezondheid van de buurtbewoners ook het risico op verkeersongevallen doen toenemen.
Dit levert een potentieel gevaar op voor de directe woonwijken. Gemeentelijke reactie Naar het oordeel van de gemeente is de kans groot dat met de invulling van verschillende kleine bedrijven eveneens en misschien cumulatief wel meer (schadelijke) stoffen kunnen worden opgeslagen en worden toegepast. Immers: op basis van het huidige bestemmingsplan zijn in het plangebied bedrijven in dezelfde milieucategorie (en in noordelijke richting hogere milieucategorieën dan 3.2) toegestaan. 16
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 Als het gaat om de verkeersbewegingen: een vergelijking tussen de specifieke verkeersgeneratie Cloetta en de verkeersgeneratie bij de uitgifte van verschillende bedrijven zal als resultaat opleveren dat de invulling met kleinere bedrijven een veel grotere verkeersgeneratie opleveren dan de vestiging van alleen Cloetta. 14. Cloetta Inspraak Mocht de voorgenomen bestemmingswijziging toch zien op de komst van Cloetta dan ontbreekt er nog heel veel informatie om een goede inspraakreactie te kunnen geven. Desondanks hebben we hieronder toch een aantal punten geformuleerd. Cloetta is voornemens een fabriek te bouwen waarin de drie huidige fabrieken (Spoorstraat, Lonka en Turnhout) worden samengevoegd. Deze fabriek gaat 24 uur per dag en 7 dagen per week en 365 dagen per jaar snoepjes produceren. Daarbij worden 5 ploegen ingezet die elkaar over de dag/nacht heen aflossen. Een dergelijke bedrijfsvoering levert veel overlast in de situatie waarin de fabriek direct grenst aan een grote hoeveelheid woningen. Om het productieproces te voeden worden er dag en nacht grondstoffen geleverd. Daarnaast moeten de geproduceerde snoepjes afgevoerd worden.
Het totaal aantal transportbewegingen, het laden en lossen van vrachtwagens en het vullen van de voorraadsilo's gaat geluidsoverlast opleveren, met name in de nachtelijke uren, voor de omwonenden die in de directe omgeving van de locatie wonen. Ook de vele verkeersbewegingen die gemoeid gaan met het komen en gaan van de productieploegen zal niet ongemerkt verlopen. De kleinschalige bedrijven die zich binnen de huidige bestemmingsplaneisen op de Meeten 2 kunnen vestigen kennen dit soort overlast door 24/7 productie niet. Gemeentelijke reactie Zoals insprekers stellen zal de fabriek 24/7 in bedrijf zijn. Daarbij is sprake van een vijfploegendienst, die elkaar afwisselen. Per ploegwisseling levert dit een verkeersgeneratie op van vertrekkende en komende medewerkers. Een ploeg bestaat uit 33 medewerkers, zodat het gaat om maximaal 60 verkeersbewegingen per ploegwisseling. Daarbij is nog niet meegerekend dat diverse medewerkers met de fiets naar het werk gaat. Tijdens informatiebijeenkomsten Cloetta is reeds aangegeven dat grondstoffen zoveel als mogelijk tijdens dagrooster worden aangevoerd. Door Cloetta is op informatieavonden aangegeven dat voorziening worden getroffen voor het vullen van silo’s zodat de geluidsoverlast geminimaliseerd wordt. Er zal sprake zijn van een verkeersgeneratie van 256 autobewegingen per etmaal/werkdag en 51 vrachtwagenbewegingen per gemiddelde werkdag.
Dit levert een totaal aantal verkeersbewegingen op 307 per gemiddelde werkdag. Bij de invulling met kleinschalige bedrijvigheid zou het aantal verkeersbewegingen niet minder zijn. Inspraak Gevolg van de productie van snoepjes is de uitstoot van gassen die stankoverlast opleveren. Cloetta geeft aan dat zij de best beschikbare technieken (BBT) toe gaan passen om dit zo veel als mogelijk te voorkomen. De overlast is volgens Cloetta echter moeilijk te kwantificeren en niet uit te sluiten. Dit is onacceptabel en er zal daarom kwantitatief moeten worden aangetoond dat de overlast naar de omwonenden niet tot zeer gering zal zijn. Er is niet onderbouwd wat de gevolgen van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging zijn ten aanzien van de geurbelasting op de omgeving. Alleen verwijzen naar milieuwetgeving is 17
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 hiervoor onvoldoende. Als stankoverlast niet uit te sluiten is, welke rechten hebben omwonenden dan straks om zich te beklagen? Of moeten zij maar accepteren dat zij in de zoete weeïge lucht van de snoepjes productie in hun tuinen moeten zitten? En is bekend welke effecten de uitgestoten stoffen hebben op de gezondheid van de omwonenden? Veel vragen waar duidelijke en door een onafhankelijke partij onderbouwde antwoorden op moeten komen. Tijdens de informatiebijeenkomst bij Cloetta is aangegeven dat zij (hoogstwaarschijnlijk) op De Meeten 2 dezelfde producten gaat produceren als in de huidige 3 fabrieken. Cloetta claimt daarbij dat zij binnen milieucategorie 3.2 valt. Onderbouwing van deze claim ontbreekt echter. Om de gevolgen van de komst van Cloetta goed te kunnen beoordelen is een onafhankelijke toets van deze claim (lees: in opdracht van de gemeente) noodzakelijk. Gemeentelijke reactie Het bedrijf Cloetta is aan te merken als een milieucategorie 3.2 bedrijf. Dit wordt ook onderschreven door de Omgevingsdienst Midden en West Brabant. Bestaande situatie Cloetta (Spoorstraat) De bestaande locatie van Cloetta aan de Spoorstraat heeft de bestemming Bedrijventerrein1. Op deze locatie zijn bedrijven toegestaan in ten hoogste milieucategorie 3.2. De huidige activiteiten van Cloetta aan de Spoorstraat passen in deze milieucategorie.
Bestaande situatie Lonka (Gewenten) De locatie van Lonka heeft de bestemming Bedrijventerrein - 5. In deze bestemming zijn bedrijven toegestaan in ten hoogste milieucategorie 5.1. In bijlage 4 van het document ‘Milieuaspecten Borchwerf I’ bij de toelichting van het bestemmingsplan is Lonka aangemerkt als ‘suikerwerkfabrieken’ met SBI nummer 1081.1 (volgens SBI 2008) en ingeschaald in milieucategorie 5.1. In de Staat van Bedrijfsactiviteiten bij de regels van het bestemmingsplan is het nummer 1081.1 gekoppeld aan ‘Suikerfabrieken’. Bij een verwerkingscapaciteit tot 2.500 t/j valt een milieucategorie in milieucategorie 5.1. De term ‘suikerwerkfabrieken’ komt ook voor, bij nummer 10821. Dat is milieucategorie 4.2 (met suiker branden), of milieucategorie 3.2 (zonder suiker branden). De tabel in de toelichting van het geldende bestemmingsplan en de Staat van Bedrijfsactiviteiten komen dus niet met elkaar overeen. De Staat van Bedrijfsactiviteiten is in dit geval leidend. Deze is namelijk onderdeel van de regels van het geldende bestemmingsplan. Lonka is geen suikerfabriek en suikerbranden vindt niet plaats in het bedrijf (in ieder geval de afgelopen tien jaar niet meer). Grondstoffen als gebrande suiker en chocolade worden elders gefabriceerd en bij Lonka aangeleverd om te verwerken tot het eindproduct.
De huidige activiteiten van Lonka zijn te typeren als suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: productie-oppervlak > 200 m² (SBI-Code 10821.5). Volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten kan Lonka daarmee ingeschaald worden in milieucategorie 3.2. Nieuwe situatie Cloetta In het geval van de beoogde nieuwe locatie van Cloetta aan de Rucphensebaan gaat het wat betreft de maatgevende milieubelastende activiteiten om het produceren van snoepgoed en daarbij mogelijk deels het verwerken van elders gemaakte chocolade en/of gebrande suiker. 18
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 Cloetta gaat op de nieuwe locatie niet zelf chocolade produceren en/of suiker branden. De activiteiten van Lonka gaan niet integraal over naar de nieuwe fabriek. Dit is dan ook geen onderdeel van het bestemmingsplan en het wordt ook niet aangevraagd in de milieuvergunning. Vertaald naar de VNG-lijst betekent dit milieucategorie 3.2: suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: productieoppervlak > 200 m². Hierbij hoort een richtafstand van 100 meter voor geur, 30 meter voor stof en 50 meter voor geluid in een rustige woonwijk en respectievelijk 50, 10 en 30 meter in gemengd gebied. De dichtstbijzijnde woning bevinden zich op ongeveer 75 meter afstand (ten zuidwesten). Hier is sprake van een rustige woonwijk en wordt niet aan de richtafstand voor geur voldaan. In het geldende bestemmingsplan zijn de activiteiten al toegestaan, er is dan ook geen verandering ten opzichte van de aanwezige planologische mogelijkheden. Echter is met de inrichting van het terrein wel rekening gehouden met de aanwezigheid van woningen in deze hoek door hier het parkeerterrein en het kantoor te voorzien. De richtafstand tot de hinderlijke bedrijfsactiviteiten is ruimschoots meer dan 100 meter. Ten westen liggen ook nog (voormalige) bedrijfswoningen, de dichtstbijzijnde bedrijfswoning bevindt zich op ongeveer 30 meter afstand.
De bedrijfswoningen bevinden zich in gemengd gebied, waardoor een stap terug gedaan mag worden in de richtafstanden (respectievelijk 50, 10 en 30 meter). Hier wordt niet aan de richtafstanden voor geur voldaan. Ook hier geldt dat er geen verandering is ten opzichte van de planologische mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan. Bij de inrichting van het plangebied is zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van ook deze woningen. Daarnaast zal bij de vergunning aan het activiteitenbesluit getoetst moeten worden, waarbij ook op de omliggende woningen wordt getoetst. De bedrijfsactiviteiten van Cloetta zijn niet van dien aard dat bij voorbaat geurhinder verwacht kan worden. Vanuit de bestaande locatie aan de Spoorstraat te Roosendaal zijn geen geurklachten bekend. De dichtstbijzijnde woningen op de nieuwe locatie zijn verder weg gelegen (ca. 75 m.) dan aan de huidige locatie aan de Spoorstraat (ca. 20 m.). Bovendien worden de procesruimten afgezogen en wordt de lucht gefilterd. Inspraak Voor de stikstofuitstoot wordt nu gebruik gemaakt van interne salderingsregeling. Dat het een andere locatie van eenzelfde organisatie is maakt niet uit nu het om een zelfstandig nieuw project gaat. Regels van externe saldering zouden moeten worden toegepast.
Daarnaast is er geen waarborg dat de activiteiten op de oude locatie beëindigd worden, een nieuw bedrijf kan zich daar immers vestigen en een vergunning aanvragen. Dan is er sprake van dubbele stikstofemissie. Gemeentelijke reactie Dit heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan door toevoeging van een bestemmingsregeling voor de huidige locatie aan de Spoorstraat. Deze aanpassing voorziet in het borgen van het beëindigen activiteiten en stikstofuitstoot aan de Spoorstraat. Door middel van een ‘voorwaardelijke verplichting gebruik’ wordt het gebruik van de gronden overeenkomstig de bestemming Bedrijf in het plangebied De Meeten 2 toegestaan indien en voorzover de stikstofemissie op het adres Spoorstraat 51 is (en blijft) stopgezet. Inspraak In het huidige bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan is geen ontsluiting aan de Rucphensebaan voorzien. Cloetta heeft in haar plannen juist daar de toevoer van 19
Inspraak- en overlegrapport
BESTEMMINGSPLAN DE MEETEN 2 grondstoffen gepland. Gevolg daarvan is een doorkruising van het fietspad door vrachtverkeer. Dit fietspad is een belangrijke verbinding tussen Roosendaal en Rucphen en wordt veel gebruikt door onder andere scholieren. Hoe kan de veiligheid van de fietsers geborgd worden als hier 24/7 afslaande vrachtwagens gaan kruisen? Om de inrit te kunnen maken moeten er enkele (of alle) bomen worden gekapt. Deze bomen staan hier al vele decennia en dragen bij een de biodiversiteit in de directe omgeving. Wij pleiten dan ook voor behoud van de bomen en een onafhankelijk opgesteld verkeersplan. Gemeentelijke reactie Er is gekozen voor een andere ontsluiting van de bedrijfskavel. Het terrein wordt voor vrachtverkeer niet meer ontsloten met een in-/uitrit aan de Rucphensebaan, maar via een in/uitrit aan het Spectrum, ongeveer ter hoogte van waar de huidige Kernweg is gesitueerd. Deze keuze is gemaakt uit verkeersveiligheidsoverwegingen - na vragen en opmerkingen tijdens één van de infomatieavonden van Cloetta - (bij de ontsluiting via de Rucphensebaan moet een fietspad doorkruist worden). Ook hoeft geen kap meer plaats te vinden van een aantal waardevolle bomen aan de Rucphensebaan.