6a - NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401 -toelichting.pdf
Tekst van het document
1.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 2
1.1
Aanleiding ............................................................................................................................................................... 2
1.2
Ligging en begrenzing plangebied ........................................................................................................................... 2
1.3
Vigerend bestemmingsplan .................................................................................................................................... 3
1.4
Leeswijzer ............................................................................................................................................................... 4
2.
Huidige situatie ................................................................................................................................................ 5
2.1
Historische analyse ................................................................................................................................................. 5
2.2
Ruimtelijke structuur omgeving .............................................................................................................................. 5
2.3
Huidige situatie ....................................................................................................................................................... 6
3.
Toekomstige situatie ........................................................................................................................................ 7
4.
Beleidskader .................................................................................................................................................... 8
4.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................................................... 8
4.2
Provinciaal beleid .................................................................................................................................................... 9
4.3
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................................................. 11
5.
Omgevingsaspecten ....................................................................................................................................... 15
5.1
Archeologie ........................................................................................................................................................... 15
5.2
Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................................................. 15
5.3
Bodemonderzoek .................................................................................................................................................. 17
5.4
Cultuurhistorie ...................................................................................................................................................... 18
5.5
Externe veiligheid.................................................................................................................................................. 19
5.6
Geluid .................................................................................................................................................................... 23
5.7
Luchtkwaliteit........................................................................................................................................................ 24
5.8
Natuurwetgeving .................................................................................................................................................. 25
5.9
Verkeer en parkeren ............................................................................................................................................. 27
5.10
Waterparagraaf ..................................................................................................................................................... 27
5.11
Vormvrije m.e.r. .................................................................................................................................................... 30
6.
Plansystematiek ............................................................................................................................................. 31
6.1
Toelichting op de plansystematiek ....................................................................................................................... 31
6.2
Opzet van de regels............................................................................................................................................... 31
6.3
Verantwoording regels.......................................................................................................................................... 32
6.4
Handhaving ........................................................................................................................................................... 33
7.
Economsiche uitvoerbaarheid ........................................................................................................................ 33
7.1
Kostenverhaal ....................................................................................................................................................... 34
7.2
Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................................................................... 34
8.
Overleg en zienswijzen ................................................................................................................................... 34
8.1
Vooroverleg .......................................................................................................................................................... 35
8.2
Zienswijzen ........................................................................................................................................................... 35
Bijlagen 1. 2.
Akoestisch onderzoek horecalawaai Standaard verantwoording groepsrisico
2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingplan betreft de wens om kleinschalige en middelgrote gepaste voorstellingen met beperkt versterkt geluid mogelijk te maken binnen het openluchttheater Vrouwenhof, gelegen aan de Scholtensboslaan in Roosendaal. Hiertoe wordt de vigerende groenbestemming gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Met de bestemmingswijziging wordt het mogelijk om structureel voorstellingen te geven binnen het openluchttheater, waar nu enkel incidenteel voorstellingen mogen worden gegeven. In de toekomstige situatie vinden feitelijk geen ruimtelijke veranderingen plaats. Er wordt dan ook niet gebouwd of gesloopt. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Onderhavig plangebied is gelegen in het park Vrouwenhof aan de Scholtenboslaan, tussen de Laan van België en de rijksweg A58. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Roosendaal en Nispen, Sectie D, perceelnummer 10569 met een oppervlakte van circa 2.400 m².
Ligging plangebied (rood globaal omkaderd)
De noord- en oostzijde van het plangebied wordt direct begrensd door de gronden behorende tot het Park Vrouwenhof. Ten noorden van deze gronden is de Laan van België gelegen. Aan de oostzijde van deze gronden is de Antwerpseweg gelegen. De laatstgenoemde weg verbindt het centrumgebied van Roosendaal met de N262 waaraan de op- en afrit van de rijksweg A58 zijn gelegen. Aan de zuiden westzijde wordt het plangebied begrensd door het park Vrouwenhof.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
3
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘’Binnenstad Oost - Vrouwenhof’’, vastgesteld op 14 juni 2012. Het plangebied kent op basis van dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Groen’ met de functieaanduidingen ‘cultuurhistorische waarden’ en ‘park’. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor beplantingen, bermen en geluidswerende voorzieningen. Daarbij zijn tevens toegestaan voorzieningen van algemeen nut zoals vekeers-, nuts-, water- en daarmee vergelijkbare voorzieningen, waaronder voet- en fietspaden, wegen, parkeervoorzieningen, straatmeubilair, abri’s, kunstobjecten, transformatorhuisjes en voorzieningen ten behoeve van afvalinzamelijk en bergbezinkinbassins. Verder zijn de gronden bestemd voor watergangen en andere waterpartijen en daarbij behorende voorzieningen zoals bruggen en duikers en zijn standplaatsen voor ambulante handel toegestaan. Het plangebied heeft de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’, welke de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van het landgoed Vrouwenhof waarborgt. Tevens kent het plangebied de aanduiding ‘park’. Ter plaatse van deze aanduiding is uitsluitend een park toegestaan, waarbij bebouwing is toegestaan mits de bebouwing voldoet aan het maximale bebouwingspercentage van 5%, waarbij tevens geldt dat de oppervlakte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 200 m².
Onderhavig plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, naar het bepaalde in andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, bestemd voor het behoud van middelhoge archeologische waarden. Het bouwen van bouwwerken, met een oppervlakte van meer dan 100 m² en een grotere diepte dan 0,5 meter beneden maaiveld, is niet toegestaan zonder dat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
Vigerende bestemmingsplan (rood globaal omkaderd)
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
4
1.4
Leeswijzer
De toelichting is uit de volgende hoofdstukken opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de op de bestaande situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie omschreven. Een beschrijving van en toetsing aan het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De plansystematiek wordt beschreven in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op het vooroverleg en de zienswijzen.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
5
2.
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Historische analyse
Het park Vrouwenhof kent een lange geschiedenis. Het park is ontstaan uit twee landhuizen (Vrouwenhof en Mariahove) die met de tuinen in het agrarische landschap van Roosendaal lagen. In eerste instantie lag het landgoed op enige afstand van Roosendaal. Van het oorspronkelijke landgoed bestaat alleen nog het hoofdgebouw en een stuk gracht, deze elementen zijn gelegen in een gedeelte van het park.
2.2
Ruimtelijke structuur omgeving
De buitenplaats Vrouwenhof is in 1830 op de plaats van het voormalige Huis te Roosendaal gebouwd. Rondom het huis ligt een park waarin de achttiende-eeuwse geometrische structuur nog herkenbaar is. Waarschijnlijk werd het terrein gelijktijdig met de bouw van het huis in 1830 gedeeltelijk omgevormd in late landschapsstijl. Later werden er in 1916 nog aanpassingen verricht aan de tuin. Het huis Vrouwenhof lag ook in deze tijd in een langgerekte omgrachting. Achter het huis was de oorspronkelijke slotgracht tot waterpartij vergraven. Op het eiland daarachter, tussen de eerste en tweede dwarsgracht liep een kronkelende ‘beek’, waarlangs en waarover de wandelpaden zijn ontworpen. Buiten dit eiland werden een aantal rondwandelingen ontworpen met als middelpunt een ruimte met muziektent. Het gehele terrein werd omsingeld door lanen: een lindelaan langs de zuidgrens, een eikenlaan langs de oostgrens, een kastanjelaan langs de noordgrens en een iepenlaan langs de westgrens. Rondom dit park werd de kavelindeling voor een villapark. Bebouwing rondom de villa’s in het park is nooit uitgevoerd. Het hele ontwerp is te karakteriseren als landschappelijke aanleg met respect voor de oude formele aanleg, die nog herkenbaar is in de loop van de slotgracht. Het landgoed werd in 1946 aangekocht door de gemeente. Het park bleef gehandhaafd, maar op de weilanden werden sportvelden aangelegd.
In eerste instantie werd een eenvoudig en sober herstelplan uitgevoerd dat vanaf 1950 werd verfraaid, onder meer met aanvullende beplantingen. Het park werd bovendien uitgebreid met een openluchttheater, een hertenkamp, een volière, een rosarium en een flamingovijver. Daarbij werd er verlichting in het park aangebracht.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
6
2.3
Huidige situatie
Het plangebied betreft een gedeelte van het park Vrouwenhof te Roosendaal. Momenteel wordt er ter plaatse van het plangebied een openluchttheater geëxploiteerd dat vanaf 1950 in gebruik is. Zo worden er momenteel evenementen georganiseerd door incidenteel schouwburg de Kring en festival Blommekinders. Het openluchttheater bestaat uit drie tribunedelen en biedt ruimte voor maximaal 800 zitplaatsen. Echter vinden er voornamelijk kleinschalige evenementen plaats tot 250 bezoekers. De theatervoorstellingen worden momenteel gezien als incidentele voorstellingen. De voorstellingen die georganiseerd worden binnen het openluchttheater bestaan uit cabaret, toneel, muziek (geen house/ dance) en familievoorstellingen. Deze laatste voorstellingen beginnen om 11.00 uur en 13.00 uur. De avondvoorstellingen beginnen tussen 19.00 uur en 21.00 uur. Voorstellingen duren maximaal 75 minuten, zodat het versterkt (muziek)geluid uiterlijk omstreeks 22.15 uur stopt. Daarbij zijn er op het terrein kleinschalige bijbehorende bouwwerken aanwezig, zoals een toiletvoorziening, kleedruimte, bar en regiekamer.
Openluchttheater Vrouwenhof
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
7
3.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
Onderhavig planvoornemen betreft de wens om kleinschalige en middelgrote gepaste voorstellingen met beperkt versterkt geluid mogelijk te maken binnen het openluchttheater Vrouwenhof, gelegen aan de Scholtensboslaan in Roosendaal. Hiertoe wordt de vigerende groenbestemming gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Met de bestemmingswijziging wordt het mogelijk om structureel voorstellingen te geven binnen het openluchttheater, waar nu enkel incidenteel voorstellingen mogen worden gegeven. Het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in een planologische wijziging qua gebruiksmogelijkheden. Het openluchttheater is sinds halverwege vorige eeuw aanwezig op deze locatie en vinden al decennialang (incidenteel) voorstellingen plaats. Het initiatief zorgt ervoor dat het bestemmingsplan aansluit op de feitelijk aanwezige situatie binnen het plangebied. Hierdoor leidt het planvoornemen niet tot fysieke ingrepen en de bouwmogelijkheden nemen niet toe. Daarbij wordt het mogelijk om ondersteunende horeca te exploiteren ten dienste van het openluchttheater. De invulling van de voorstellingen en tijden, zoals omschreven in paragraaf 2.3, blijft in de toekomstige situatie ongewijzigd. De voorstellingen in het openluchttheater hebben (zowel in de bestaande als de toekomstige situatie) een lokaal karakter en de functie is voornamelijk gericht op de inwoners van Roosendaal.
De bestaande kleinschalige bijbehorende bouwwerken blijven in de toekomstige situatie eveneens ongewijzigd. Er wordt geen bebouwing toegevoegd aan het plangebied.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
8
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd is. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Toetsing Door het nationale kader van de NOVI en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld. Toetsing Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen. Ladder voor duurzame verstedelijking
Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de Ladder voor duurzame verstedelijking – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is, dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling een nieuw beslag op de ruimte betreft. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van het Bro gedefinieerd als: ‘ruimtelijke ontwikkelingen van een bedrijventerrein of zeehaven, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
9 Toetsing Onderhavig planvoornemen voorziet in een planologische wijziging waarbij geen bouwwerkzaamheden plaatsvinden. In het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking kan niet gesproken worden over een nieuwe stedelijke ontwikkeling of nieuw beslag op de ruimte. Derhalve is toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. Conclusie
Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant
De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur, erfgoed en water. En regelt zo het beheer de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijke ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort vanuit de basisopgave. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De beleidsmatige uitgangspunten van de Omgevingsvisie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld (geconsolideerde versie 1 augustus 2023) als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt en daarna op verschillende onderdelen gewijzigd vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Geen Attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Bescherming Natura 2000 (Rechtstreeks werkende regels: landbouw)
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
10 • • • • • • •
Verbod uitbreiding veehouderij (Rechtstreeks werkende regels: landbouw) Stedelijk gebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) Concentratiegebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) Normen wateroverlast (instructieregels voor waterschappen: watersystemen, - veiligheid en -berging) Norm wateroverlast Stedelijk gebied (instructieregels voor waterschappen: watersystemen, - veiligheid en -berging) Vaarwegbeheer (instructieregels voor waterschappen: watersystemen, - veiligheid en -berging) Beperking grootschalige logistiek (rechtstreeks werkende- en instructieregels: Beperking grootschalige logistiek)
Norm wateroverlast Stedelijk gebied (art. 4.2) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor het doeleind bebouwing. De norm betreft een inspanningsverplichting. Overige gebieden De overige gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen en vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikel 3.5) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: • Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6); • De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7); • Meerwaardecreatie (art. 3.8).
Zorgvuldig ruimtegebruik (art 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Er is sprake van een plan binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Met onderhavig planvoornemen wordt de bestaande functie van het plangebied planologisch gewaarborgd. Derhalve wordt gesteld dat onderhavig planvoornemen in lijn is met artikel 3.6 uit de Interim Omgevingsverordening.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
11 Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: • De ondergrond, zoals bodem, het grondwater en archeologische waarden; • De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenverkeer; • De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting.
Meerwaardecreatie (art 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; • De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Met onderhavig planvoornemen wordt de bestaande functie van het plangebied planologisch gewaarborgd. Met het structureel mogelijk maken van voorstellingen ter plaatse van het openluchttheater Vrouwenhof wordt de sociaal-culturele waarde van het gebied vergroot, hetgeen in lijn met de meerwaardecreatie uit artikel 3.8 uit de Interim Omgevingsverordening. Conclusie
Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Roosendaal (De Verbonden Stad)
Roosendaal heeft de ambitie zich tot 2030 verder te ontwikkelen als een 'verbonden gemeente'. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Roosendaal ontleent ook haar kracht aan de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio, met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam, Antwerpen en Brainport Eindhoven. Deze verbondenheid is al eeuwen de stuwende motor achter de ontwikkeling van Roosendaal en zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes: 1. Stad van de menselijke maat In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woonstad voor haar inwoners, in al hun diversiteit, met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet, gezond, groen, rustig en veilig en hebben ieder een eigen sfeer en identiteit.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
12 2. Balans tussen mens en natuur Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad, en meer stad in het groen. Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte, er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen, en naar het buitengebied. Bodem, oppervlakte en lucht zijn schoon, en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied, landbouw, natuur en recreatie. 3. Ruimte voor talent en ondernemerschap Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties. De beroepsbevolking is opgeleid voor een plaatsje op de arbeidsmarkt in sectoren die perspectief bieden. Bedrijven, mbo+ en hbo werken samen aan goed hierbij passende opleidingen in de zorg, techniek, logistiek en vrijetijdseconomie. Roosendaal is hiermee een belangrijke schakel in een rij van sterke steden en in een regio die gericht is op vernieuwend ondernemerschap. Een analyse van de ontwikkeling en huidige situatie van Roosendaal, de trends en ontwikkelingen, in combinatie met de geformuleerde ambitie voor de toekomst en leidende principes, leidt tot een drietal overkoepelende opgaven voor Roosendaal: 1. Inspelen op extra groei; 2. Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid; 3.
Werken aan een inclusieve stad Cultuur en evenementen Roosendaal heeft de ambitie uit te groeien tot een echte evenementenstad. De gemeente werkt aan een evenementenklimaat waarbij levendigheid en economische meerwaarde in balans zijn met leefbaarheid. Roosendaal wil een aantrekkelijk klimaat creëren voor evenementenorganisatoren die economisch en maatschappelijk waarde toevoegen. Daarbij wordt gekeken of het woon- en leefklimaat op of in de omgeving van de locatie niet te sterk wordt belast. Door het cultuur en het cultuuraanbod beter te benutten en te versterken wordt de aantrekkelijkheid van de stad voor huidige en toekomstige inwoners en bezoekers vergroot. Voorwaarden daarvoor zijn dat bezoekers langer blijven en de verblijfskwaliteit verbetert. De gemeente formuleert dan ook de opgave: Een krachtig en aangenaam evenementenklimaat creëren. Toetsing Onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging waarbij de groenbestemming wordt gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Met de bestemmingswijziging wordt het mogelijk om structureel voorstellingen te geven binnen het openluchttheater, waar nu enkel incidenteel voorstellingen mogen worden geven. Met onderhavig planvoornemen wordt de bestaande functie van het plangebied planologisch gewaarborgd. Er wordt dan ook niet gebouwd of gesloopt.
Onderhavig planvoornemen en het beleid uit de Omgevingsvisie liggen in elkaars verlengden. Het organiseren van meer voorstellingen draagt onder andere bij aan de ambitie van de gemeente Roosendaal om een echte evenementenstad te worden. Derhalve kan gesteld worden dat onderhavig planvoornemen in lijn is met de ambities uit de Omgevingsvisie Roosendaal (De Verbonden Stad).
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
13 Beleidskader Evenementen in Roosendaal
Het park Vrouwenhof geldt als één van de mooiere historische plekjes van Roosendaal. Het recreatief gebruik van het Vrouwenhof is de afgelopen jaren toegenomen mede dankzij het groeiende evenementenaanbod en het weer in gebruik genomen openluchttheater. Om het openluchttheater te verbeteren als evenementenlocatie schrijft de gemeente Roosendaal in haar ‘Beleidskader Evenementen in Roosendaal‘ een beleidskoers. In deze beleidskoers zijn de volgende punten opgenomen: • Verbeteren evenementenfunctie; • Maximum aantal belastende events op basis van huidige aantal te beperking van de omgevingsbelasting voor festivalterrein aan Nispensestraat; • Voorkeur voor events met een relatie met de groene parksetting; • Wel ruimte voor uitbreiding programmering in openluchttheater; • Intern spreiden van de druk door inzet van ijsbaan en zuidelijke ‘ecologische terrein’. Toetsing Onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging waarbij de groenbestemming wordt gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Met de bestemmingswijziging wordt mogelijk om structureel voorstellingen te geven binnen het openluchttheater, waar nu enkel incidenteel voorstellingen mogen worden geven. In de toekomstige situatie vinden feitelijk geen veranderingen plaats. Er wordt dan ook niet gebouwd of gesloopt.
Door het structureel organiseren van evenementen wordt de evenementenfunctie ter plaatse van het Vrouwenhof en het openluchttheater verbeterd. Hierbij wordt eveneens aangesloten bij de koers om het evenementenprogramma van het openluchttheater uit te breiden. Voor de beperking van de omgevingsbelasting wordt verwezen naar paragraaf 5.2 bedrijven- en milieuzonering. De mogelijkheid om evenementen te organiseren ter plaatse van het openluchttheater sluit aan bij de beleidskoers uit het ‘Beleidskader Evenementen in Roosendaal’. Cultuurvisie Roosendaal 2025
De Cultuurvisie Roosendaal 2025 stelt de ambitie om in 2025 een gemeente te zijn waarin kunst en cultuur vitale en integrale onderdelen zijn van de samenleving. De gemeente wil blijvend kansen bieden om eigen creatieve sterktes en talenten van ieder van haar inwoners te ontwikkelen en in te zetten. Daarbij wil de gemeente graag culturele programma’s voor alle inwoners. Meer dan ooit bestaat Roosendaal en omgeving uit een veelvoud van groepen met eigen (culturele) identiteiten en achtergronden. Om deze superdiversiteit met elkaar in verbinding te brengen is als kernwaarde vooral vertrouwen nodig. Vertrouwen om de ander te ontmoeten, om over je eigen grenzen te stappen en nieuwe gebieden te verkennen. De cultuurvisie is geschreven uit de visie dat kunst en cultuur de bovenstaande waarden dient te versterken en vergroten. Het openluchttheater is één van de faciliteiten welke wordt gebruikt om te voorzien in de invulling van culturele programma's. Toetsing Onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging waarbij de groenbestemming wordt gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Met de bestemmingswijziging wordt mogelijk om structureel voorstellingen te geven binnen het openluchttheater, waar nu enkel incidenteel voorstellingen mogen worden geven. Met onderhavig planvoornemen wordt de bestaande functie van het plangebied planologisch gewaarborgd.
Er wordt dan ook niet gebouwd of gesloopt. Met de organisatie van voorstellingen wordt bijgedragen aan de kunst- en cultuursector van Roosendaal, hetgeen in lijn is met de Cultuurvisie Roosendaal 2025.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
14 Roosendaal Natuurstad
De gemeente heeft in dit beleidskader haar ambities vastgelegd op het gebied van vergroening en klimaatadaptatie. Met als belangrijkste doel het realiseren van een klimaatbestendig en een mede daardoor aangenamer en aantrekkelijker Roosendaal. Vanaf 2020 moeten gemeenten klimaatadaptief handelen en in 2050 moet Roosendaal klimaatadaptief zijn. Deze verplichting combineert Roosendaal met meer vergroening zodat Roosendaal en de omliggende dorpen samen een aantrekkelijke, groene gemeente vormen waar mensen graag willen wonen, werken en verblijven. Roosendaal Natuurstad richt zich op de thema's: droogte, hittestress en wateroverlast. Deze investeringen benut de gemeente tegelijk om de biodiversiteit in woonwijken, buitengebied en op bedrijventerreinen te versterken en de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze uitvoeringsagenda geeft normen aan waar her- en nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte aan moeten voldoen ten aanzien van: 1. Bestrijden van droogte, hittestress en wateroverlast; 2. Borging van waterveiligheid voor zover nodig; en 3. Verbetering van biodiversiteit en luchtkwaliteit (laatste behoort niet alleen tot de scope van Roosendaal Natuurstad). De gemeente Roosendaal heeft een waarderingssysteem in het leven geroepen om de score voor een reconstructie of nieuwe inrichting van de openbare ruimte te bepalen.
Maatregelen die genomen kunnen worden zijn bijvoorbeeld afkoppelen van regenwater, wadi’s en waterbergingsvijvers, typen halfverharding, introduceren van verschillende typen planten en bomen, maar ook zitplekken in de zon en schaduw en beweegaanleidingen, wandelroutes en groene daken. Toetsing Onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging waarbij de groenbestemming wordt gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Hierbij wordt de feitelijk aanwezige situatie planologisch geregeld. Het betreft uitsluitend een planologische wijziging, waardoor er geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Derhalve wordt gesteld dat onderhavig planvoornemen geen directe raakvlakken heeft met het beleidskader Roosendaal Natuurstad en dan ook geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. Conclusie
Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
15
5.
OMGEVINGSASPECTEN
5.1
Archeologie
Beleidskader
Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Onderzoek
Onderhavig plangebied is gelegen in park Vrouwenhof te Roosendaal en kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. De regels voor deze dubbelbestemming stellen dat een archeologisch rapport genoodzaakt is wanneer er bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte van groter dan 100 m² en groter dan een diepte dan 0,5 meter. Onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging waarbij de groenbestemming wordt gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Met onderhavig planvoornemen wordt de bestaande functie van het plangebied planologisch gewaarborgd. Er wordt dan ook niet gebouwd of gesloopt. Omdat er geen graaf- en/of bouwwerkzaamheden plaatsvinden, is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ blijft behouden voor eventuele toekomstige werkzaamheden. Conclusie
Het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Beleidskader
De Wet milieubeheer zorgt er voor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
16 In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen opgenomen. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met maximale hinderafstand. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor.
Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Milieucategorie
t.o.v. rustige woonwijk
t.o.v. gemengd gebied
1 2
10 meter 30 meter
0 meter 10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
4.1
200 meter
100 meter
4.2
300 meter
200 meter
5.1 5.2
500 meter 700 meter
300 meter 500 meter
5.3
1.000 meter
700 meter
6
1.500 meter
1.000 meter
Onderzoek
In de nabije omgeving van het plangebied zijn onder andere een LPG-tankstation, een park, bedrijven, woningen, sociale voorzieningen en de rijksweg A58 gelegen. Derhalve wordt onderhavig plangebied aangemerkt als gemengd gebied. Voor onderhavig planvoornemen dient aangetoond te worden dat het openluchttheater de omliggende functies niet belemmert en er voor de omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Het openluchttheater sluit conform de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ aan bij de kenmerken van cultuur, sport en recreatie. Gezien de aard, omvang en karakter van het openluchttheater wordt aangesloten bij de milieucategorie voor theaters, met milieucategorie 2. Op basis van deze milieucategorie geldt in een gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. Aan deze richtafstand kan reeds worden voldaan.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
17 Gezien het karakter van de evenementen die plaatsvinden binnen het openluchttheater is geluid een doorslaggevend effect. Derhalve is door Tritum advies op 2 juni 2021 een akoestisch onderzoek horecalawaai uitgevoerd ter plaatse van het openluchttheater. Het onderzoek is opgenomen in de bijlage van deze toelichting. De voorstellingen die georganiseerd worden binnen het openluchttheater bestaan uit cabaret, toneel, muziek (geen house/ dance) en familievoorstellingen. Deze laatste voorstellingen beginnen om 11.00 uur en 13.00 uur. De avondvoorstellingen beginnen tussen 19.00 uur en 21.00 uur. Voorstellingen duren maximaal 75 minuten, zodat het versterkt (muziek)geluid uiterlijk omstreeks 22.15 uur stopt. Met betrekking tot het akoestisch onderzoek horecalawaai bestaat de maatgevende c.q. representatieve bedrijfssituatie uit een muziekoptreden van een popbandje. Hierbij wordt ter plaatse van de tribune uitgegaan van een gemiddeld muziekgeluidsniveau van 95 dB(A) met het popmuziekspectrum. Voor de geluidcontouren geldt dat op korte afstand van de gevoelige woonfunctie sprake is van circa 3 dB hogere waarde dan het daadwerkelijk invallende niveau vanwege de reflectie tegen het gebouw. Derhalve zijn de rekenresultaten van het invallend geluid opgenomen van de geluidsbelasting op de gevels.
Uit deze rekenresultaten blijkt, als er sprake is van voorstellingen op basis van het evenementenbeleid, dat ter plaatse van de omliggende woningen wordt voldaan aan de gestelde geluidseisen van 70 dB(A) en 83dB(C). Indien het openluchttheater op een bedrijfsmatige wijze gebruikt wordt, dient getoetst te worden aan de geluidsnormen die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Hiervoor gelden strengere eisen. Conclusie
Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.3
Bodemonderzoek
Beleidskader
Om te zorgen voor een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkeling, zoals woningbouw of de aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Onderzoek
Onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging waarbij de groenbestemming wordt gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’. Met onderhavig planvoornemen wordt de bestaande functie van het plangebied planologisch gewaarborgd. Er wordt dan ook niet gebouwd of gesloopt. Omdat het planvoornemen een bestemmingswijziging betreft, dient in principe ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht te worden. Echter, vinden er feitelijk gezien geen wijzigingen plaats in het gebruik. De locatie wordt namelijk al sinds 1950 geëxploiteerd als openluchttheater. Hierdoor vinden er geen bodemroerende werkzaamheden plaats.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
18 Daarbij blijkt op basis van de historische kaarten van het Kadaster Topotijdreis dat ter plaatse van het plangebied niet eerder gebouwen hebben gestaan. De kans op bodemverontreiniging wordt derhalve minimaal geschat. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek wordt niet als noodzakelijk geacht. Conclusie
Het aspect ‘bodemonderzoek’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.4
Cultuurhistorie
Beleidskader
De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één wet. Een groot deel van de bestaande weten regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW is vastgesteld in 2010 en herzien in 2016. Op de CHW zijn de waarden en gemeentelijke- en Rijksmonumenten weergegeven, zie onderstaand figuur.
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (planlocatie met aangeduid met gele ster)
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
19 Historisch groen – Park Vrouwenhof Het park Vrouwenhof is opgericht op de plek van een voormalige buitenplaats uit 1830. Het park is ingericht met slingerpaden met aan de randen strakke laanbeplantingen (linden in het zuiden, eiken in het oosten en kastanje in het noorden). Het openluchttheater is in 1950 gerealiseerd. Binnen het park staan bij de Bomenstichting geregistreerde bomen. Rijksmonument – Landgoed Vrouwenhof Landgoed Vrouwenhof is een in het park gelegen classicistisch landhuis welke omstreeks 1790 is gebouwd. Het monumentale pand is gelegen op een afstand van circa 50 meter tot het openluchttheater. West-Brabantse Venen Ter plaatse van het plangebied zijn, conform het Gebiedspaspoort van de provincie Noord-Brabant, de West-Brabantse venen gelegen. De West-Brabantse venen maken deel uit van het zwak golvende dekzandlandschap. Anders dan in Oost-Brabant waren hier geen beeklopen, waardoor de dekzandkommen een slechte ontwatering hadden. Hierdoor ontstond op grote schaal veen. Stromvloeden hebben grote delen van het West-Brabantse veen weggeslagen. Grote delen van de resterende venen zijn door de mens afgegraven en ontgonnen. De natuurlijke basis van dit gebied bestaat daardoor weer uit dekzand. Onderhavig planvoornemen betreft een bestemmingswijziging waarbij de groenbestemming wordt gewijzigd naar ‘Cultuur en ontspanning’.
Met onderhavig planvoornemen wordt de bestaande functie van het plangebied planologisch gewaarborgd. Er wordt dan ook niet gebouwd of gesloopt. Derhalve wordt verwacht dat onderhavig planvoornemen geen belemmering vormt voor het historische groene karakter, de omliggende monumenten en de ambities uit het Gebiedspaspoort met betrekking tot de West-Brabantse Venen. Conclusie
Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.5
Externe veiligheid
Beleidskader
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico’s van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt de veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het ‘’risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is’’.
Het groepsrisico is gedefinieerd als de ‘’cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is’’.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
20 Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto-vloeroppervlak met meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10¯⁶ per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoeren van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd.
Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemminsplannen zijn: ruimtelijke reservering plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringsstroken met een omgevingsvergunningstelsel.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
21 Inventarisatie risicobronnen
Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruikt gemaakt van de Atlas Leefomgeving. De bevindingen zijn in onderstaand figuur weergegeven, de planlocatie is aangeduid met een gele ster.
Inventarisatie risicobronnen (plangebied aangeduid met gele ster)
Inrichtingen In de nabije omgeving van het plangebied is het Shell LPG-tankstation Vrouwenhof gelegen. De afstand tussen het LPG-tankstation en het openluchttheater bedraagt circa 90 meter. Uit bovenstaande uitsnede van de Atlas van de Leefomgeving is te zien dat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation. Er dient onderzocht te worden of het tankstation mogelijk een belemmering vormt voor het openluchttheater. De mogelijke belemmering van het LPG-tankstation voor de activiteiten in het openluchttheater zijn terug te herleiden tot de wet- en regelgeving voor externe veiligheid. Daarin zijn onder meer veiligheidscontouren opgenomen. Het doel van deze wet- en regelgeving is om mensen in de buurt van bedrijven met gevaarlijke stoffen te beschermen, zo ook in het park dat in de buurt ligt van het LPG-tankstation. In deze wet- en regelgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten risico’s, namelijk: • het individuele plaatsgebonden risico; en • het groepsrisico. Voor wat betreft de activiteiten in het openluchttheater dient bekeken te worden of de activiteiten voldoen aan de voorwaarden van deze soorten risico’s, wat de mogelijke belemmeringen van deze voorwaarden zijn en wat mogelijkheden zijn om met eventuele belemmeringen om te gaan.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
22 Daarbij is het voor het aspect externe veiligheid belangrijk om te bepalen onder welke categorie in de wet- en regelgeving het openluchttheater kan worden getypeerd. Er gelden namelijk verschillende regels, normen en richtlijnen voor verschillende type objecten. Uit onderzoek is gebleken dat het openluchttheater als beperkt kwetsbaar object kan worden aangemerkt. De activiteiten binnen het openluchttheater kunnen worden gezien als die van een beperkt kwetsbaar object, namelijk voor evenementen van minder dan 5.000 personen. De activiteiten in het openluchttheater zijn structureel van aard en vinden altijd plaats in het openluchttheater. Het individuele plaatsgebonden risico Voor de eerste risicosoort, het plaatsgebonden risico, wordt er gekeken naar de bescherming van één individueel persoon in de buurt van het LPG-tankstation. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van vaste afstanden (de zogeheten PR10-6 contouren). Binnen deze afstanden zijn de veiligheidsrisico’s erg hoog en zijn er maar beperkte mogelijkheden. Op bovenstaande uitsnede van de Atlas voor de Leefomgeving zijn de verschillende contouren met bijbehorende afstanden inzichtelijk gemaakt. De afstanden voor het plaatsgebonden zijn weergegeven als blauwe cirkels en deze afstand is beperkt in omvang. In dit geval ligt het openluchttheater buiten deze afstanden.
Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor de activiteiten in het openluchttheater. Het groepsrisico Voor het groepsrisico wordt er gekeken naar de bescherming van een groep mensen. Om dit inzichtelijk te maken wordt er gebruik gemaakt van contouren (de zogeheten invloedsgebieden). Binnen een invloedsgebied moet er voor een ruimtelijke relevante evenementen en kwetsbare objecten het groepsrisico worden meegewogen. Op bovenstaande uitsnede van de Atlas voor de Leefomgeving is de contour van het groepsrisico door middel van de rode en gele contouren inzichtelijk gemaakt. De rode en gele contouren zijn respectievelijk het plasbrand- en explosieaandachtsgebied. Te zien is dat het gehele openluchttheater binnen het explosieaandachtsgebied, en dus binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation valt. Het groepsrisico kent echter geen harde grenswaarde. Het gaat hier om een oriëntatiewaarde waarvoor een verantwoordingsplicht geldt. Daarnaast dient er een advies van de veiligheidsregio ten grondslag van het groepsrisico te liggen. De verantwoording groepsrisico is onderstaand weergegeven. Het advies is eveneens opgenomen in de bijlage van deze toelichting. Transport over wegen In de nabije omgeving van het plangebied is de Rijkssnelweg A58 gelegen.
Op basis van de Atlas voor de Leefomgeving kent de A58 een brandplasaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied met een risicoafstand van respectievelijk 50 meter en 200 meter. De A58 is gelegen op een afstand van circa 280 meter van het plangebied. Het gevaarlijke transport over wegen vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Transport over water In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen watertransportwegen gelegen. Gevaarlijk transport over water vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Transport buisleiding In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen risicovormende buisleidingen gelegen. Het transport via buisleidingen vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
NL.IMRO.1674.2162OLTHEATERVRHOF-0401
Openluchttheater Vrouwenhof
23 Verantwoording groepsrisico Gezien de ligging van het plangebied, binnen het invloedsgebied van het nabijgelegen LPGtankstation, is navolgende verantwoording van het groepsrisico gegeven. De transportroutes over wegen, water en door buisleiding zijn gelegen op een afstand van meer dan 200 meter van het plangebied. Om deze reden kan ten aanzien van de transportroutes volstaan worden met een toetsing aan artikel 7 van het Bevt, waarbij wordt ingegaan op de mogelijkheid voor: • De bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute; en • De zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Verder heeft de brandweer Midden- en West- Brabant een standaardadvies afgegeven, dat is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Conclusie
Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.6
Geluid
Beleidskader
Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen verkeers-, industrie- en spoorweglawaai. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveau als gevolg van deze bronnen. Indien het ruimtelijke plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het ruimtelijke plan. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal typen objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Onderzoek
Een openluchttheater met bijbehorende voorziening is niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek vanuit de Wet geluidhinder is derhalve niet noodzakelijk. Wel is een akoestisch onderzoek horecalawaai uitgevoerd zoals opgenomen in paragraaf 5.2 van deze toelichting. Conclusie