CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6192 Gemeente Roosendaal - Jaarstukken 2023 DEFINITIEF.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5a: Raadsvoorstel Jaarstukken 202353.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

punten voor het college. Hier zijn in eerdere jaren reeds verbeteringen in de processen

samenhangende reputatie een hoge prioriteit. Een zogenoemde CISO (Chief Information

doorgevoerd.

Security Officer) en Functionaris Gegevensbescherming zijn hiervoor aangesteld. Mocht onverhoopt een fraudemelding plaatsvinden dan heeft Roosendaal een Fraude

Misbruik en oneigenlijk gebruik

responsplan opgesteld, waaruit blijkt welke stappen doorlopen moeten worden. Dit plan is in 2023 tot stand gekomen, vastgesteld door het college en besproken met de audit

Dit is naast het voorwaardencriterium en begrotingscriterium het derde criterium te

commissie. In 2023 zijn geen indicaties van fraude of onrechtmatig handelen bekend

toetsen in het kader van rechtmatigheid. 2023 is het eerste jaar van de rechtsmatigheids-

geworden binnen de gemeente Roosendaal.

verantwoording waarin het aanwezig en zichtbaar geborgd zijn van een beleid rondom misbruik en oneigenlijk gebruik gewenst, maar nog niet afrekenbaar was. In 2024 wordt

Rekenkameronderzoeken

dit beleid opgesteld, gecommuniceerd met de raad en de organisatie en zichtbaar geborgd in de processen. De verwachting is daarmee dat nog in 2024 een eerste toets

In 2020 is het Rekenkameronderzoek ‘Doorwerking van rekenkameronderzoek’

hierop kan plaatsvinden in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording.

uitgevoerd. Vanuit de aanbeveling dat de monitoring van de opvolging van aanbevelingen beter kan, heeft het college toegezegd in de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening

Frauderisico

hier informatie over op te nemen.

Het college van gemeente Roosendaal is zich bewust van het inherente risico van fraude

Rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving (2019):

dat zij loopt bij het uitvoeren van haar activiteiten.

In 2019 heeft de Rekenkamer West-Brabant onderzoek gedaan naar het toezicht- en handhavingsbeleid van de gemeente Roosendaal, de uitvoering hiervan in de praktijk

De directie heeft een frauderisicoanalyse opgesteld, rekening houdend met NV COS 315,

en de wijze waarop de raad hierop stuurt. Aanbeveling 1 was: “Neem als college in het

die relevant is voor de accountant en om inzicht te verwerven in de processen/posten die

volgende integrale VTH-beleidsplan SMART geformuleerde en op de lokale situatie

relevant zijn voor de interne controle. Waar noodzakelijk zijn interne beheersingsmaat­

gerichte hoofd- en subdoelstellingen op voor het fysieke domein. Stel als raad deze

regelen getroffen en getoetst bij de interne controle. Deze analyse wordt elk jaar opnieuw

doelstellingen vast.” Het is overigens niet aan de gemeenteraad om deze doelstellingen

uitgevoerd en de benodigde acties worden uitgezet en opgevolgd.

vast te stellen; deze bevoegdheid komt het college toe op grond van artikel 7.2 eerste lid van het Bor. Deze aanbeveling is meegenomen bij het maken van de Uitvoerings- en

Externe partijen moeten er op kunnen vertrouwen dat gemeente Roosendaal en haar

Handhavingsstrategie 2024, welke door het college op 19 december 2023 in concept

medewerkers op een betrouwbare, eerlijke en zorgvuldige manier zaken doen. Daarom

is vastgesteld (dit is de opvolger van het VTH-beleid). Vaststelling van het definitieve plan

heeft gemeente Roosendaal een gedragscode opgesteld die door iedere medewerker bij

door het college is voorzien in Q2 van 2024.

indiensttreding wordt ondertekend. Het belang van de gedragscode en de naleving wordt periodiek benadrukt en is onderwerp van gesprek tussen leidinggevende en medewerker. Er zijn een externe vertrouwenspersoon en een meldpunt ingesteld waarbij eventuele misstanden vertrouwelijk kunnen worden gemeld. De gedragscode is beschikbaar via onze website en wordt (daarmee) ook gedeeld met onze externe relaties. Onze (financiële) processen kenmerken zich door de aanwezigheid van functiescheiding en het 4-ogen principe. Hiermee voorkomen we dat slechts één persoon ongecontroleerd transacties of verplichtingen kan aangaan, autoriseren, verwerken

172

en afwikkelen en toegang heeft tot activa.

173

P

P Paragraaf 8. Subsidies

Monitoring subsidie 2023

Subsidieverlening 2023

Gedurende 2023 is contact met subsidieontvangers onderhouden over het proces, de gesubsidieerde activiteiten en bijbehorende verwachtingen en verplichtingen.

Het subsidieproces 2023 is gestart in 2022 met het opstellen van de subsidieregelingen

Waar nodig zijn gesprekken gevoerd over de voortgang van de uitvoering van

2023. In juni 2022 heeft het college 12 nieuwe subsidieregelingen voor 2023 vastgesteld,

de gesubsidieerde activiteiten. Indien -de nasleep van- coronabeperkingen nog effect

waarvan 1 één-op-één subsidieregeling (Citymarketing). In 2022 zijn nog 6 extra

had op de uit te voeren activiteiten, zijn we coulant omgegaan met eventuele gewijzigde

subsidieregelingen voor 2023 vastgesteld en zijn 6 subsidieregelingen gewijzigd die

uitvoering van activiteiten. Organisaties hebben actief geprobeerd om, in overleg,

het jaar 2023 binnen hun geldigheidsperiode tellen.

alternatieve invulling te geven aan geplande activiteiten waar dat nodig was.

Uiterlijk op 31 december 2022 zijn de jaarlijkse subsidies voor 2023 verleend. In totaal zijn

Voor subsidies die meerjarig zijn verstrekt, wordt een jaarrapportage gevraagd.

242 subsidies voor 2023 verstrekt, waarvan 2 subsidies zijn verleend op basis van

Voor subsidies met een jaarbedrag van € 50.000 of hoger wordt daarnaast ook een

de begroting. Binnen dit totaal zijn 8 incidentele subsidies verstrekt voor 2023, naast

half­jaarlijkse tussenrapportage gevraagd. Deze rapportages geven een helder beeld in

de 19 incidentele die al eerder zijn verstrekt met een periode die doorloopt tot in of

de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten en het bijbehorende financiële overzicht.

na 2023. Deze verstrekkingen betreffen, naast specifieke uitkeringen vanuit het Rijk,

De inhoudelijke en financiële rapportages worden met de betrokken beleidsadviseur en

initiatieven die passen in het beleid van de gemeente Roosendaal.

financieel adviseur gedeeld. Als de jaar- of tussenrapportage daartoe aanleiding geeft zijn hierover vervolggesprekken gevoerd, zowel intern met beleids- en financieel adviseurs als

Naast dit totaal heeft de gemeente Roosendaal uitvoering gegeven aan de regionale

met de subsidieontvanger. Waar dat nodig bleek is de subsidiebeschikking aangepast.

subsidie Meerkostenregeling corona (tot en met 31 maart 2023) en de Eenmalige compensatie energielasten maatschappelijke instellingen Roosendaal 2022-2023.

Subsidieverlening 2024

Bij het verlenen van subsidies voor 2023 was geen sprake van inzet van de hardheidsclausule.

In juni 2023 heeft het college de nieuwe subsidieregelingen voor/vanaf 2024 vastgesteld. Een aantal actieve subsidieregelingen lopen tot en met 2025 of verder.

Vaststellingen 2022

Voor de regelingen met een looptijd tot en met 2025 worden in de eerste helft van 2024 nieuwe subsidie­regelingen opgesteld, die na vaststelling door het college vanaf 1 juli 2024

Uiterlijk 30 april 2023 moesten organisaties hun eindverantwoording indienen voor

worden open­gesteld voor aanvragen.

de vaststelling van de verleende subsidies over of tot en met 2022. Door de beperkte beschikbaarheid van accountants voor de verplichte controleverklaring was het voor veel

In juni 2023 zijn voor 2024 totaal 17 nieuwe subsidieregelingen opgesteld.

organisaties niet haalbaar op tijd de juiste stukken aan te leveren. We zijn hier coulant mee

Voor 1 subsidieregeling gold een afwijkende aanvraagtermijn, waardoor deze op een

omgegaan en hebben uitstel verleend waar dat redelijk was. Omdat de stukken na

eerder moment al door het college werd vastgesteld. Daarnaast zijn voor 8 organisaties

toestemming later ingediend konden worden zijn de meeste vaststellingen later in het jaar

begrotings­subsidies voor de periode 2024 tot en met 2027 vastgesteld met het nieuwe

alsnog afgerond. Twee vaststellingen zijn tot op heden nog niet uitgevoerd, omdat de

‘Subsidie­programma Vastgestelde Organisaties’* (zie de volgende pagina).

betrokken organisaties niet in staat zijn de gevraagde documenten aan te leveren. Met deze organisaties is een begeleidingstraject gestart, naar verwachting worden deze

Voor 2024 zijn in totaal 177 subsidies verleend.

subsidies over 2022 in de loop van 2024 alsnog vastgesteld.

> Hiervan zijn 40 subsidies nieuw, verstrekt op basis van de nieuwe subsidieregelingen en het Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties vanaf 2024.

In 2023 zijn 56 subsidieverleningen over 2022 vastgesteld, waarvan 15 lager werden vastgesteld dan verleend, omdat minder kosten of minder activiteiten zijn uitgevoerd dan oorspronkelijk beschikt. Twee subsidies zijn hoger vastgesteld; dit betreft subsidies voor peuteropvang waarbij het werkelijke aantal peuters hoger was dan vooraf ingeschat. Een aantal verleende subsidies is voor meerjaren verstrekt en wordt daardoor niet jaarlijks vastgesteld.

> Van de nieuwe subsidies zijn 21 subsidies voor alleen 2024 en 19 subsidies voor meerdere jaren verleend. > In het totaal aantal verleende subsidies voor 2024 zijn ook 137 nog lopende meerjarige subsidies opgenomen, waarvan 13 incidentele subsidies, die zijn verleend in 2023 of eerder en doorlopen tot of na 2024. > Er is tot nu toe één incidentele subsidies verleend voor 2024. Dit betreft een subsidie voor gezonde leefstijl. De subsidieregeling Gezonde leefstijl liep van 2020 t/m 2023.

Inhoudelijke en financiële verantwoordingsplicht bij lagere subsidiebedragen

Door onduidelijkheid over de vorm en voortzetting van de regeling kon hiervoor geen

In het nieuwe subsidiebeleid is opgenomen dat voor de subsidies onder € 10.000

nieuwe subsidieregeling per 2024 opgesteld worden. Vanaf 2025 komt er wel

(onder andere de subsidieregelingen Sportinitiatieven, RSD Fit gezonde leefstijl

een nieuwe meerjarige subsidieregeling.

en bewegen, Volksfeesten en AED & buitenkast) een bewijs van uitvoering wordt gevraagd. Na ontvangst hiervan worden deze subsidies ambtshalve vastgesteld.

174

175

P

P *Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties

Paragraaf 9. Wet Open Overheid (Woo)

In het ’Subsidiebeleid open en transparant subsidiëren’ is opgenomen dat als dit vanwege politieke, inhoudelijke of financiële redenen wenselijk is, wordt afgeweken

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De wet is bedoeld om

van het openstellen van subsidie voor meerdere aanvragers. In deze situaties is gekozen

overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter

voor één-op-één subsidiëring, door een begrotingssubsidie of een één-op-één

vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo vervangt

subsidieregeling.

de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Waar de Woo voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) op 1 mei per direct in werking is getreden, geldt voor

Met ingang van 2024 worden geen nieuwe één-op-één subsidieregelingen opgesteld,

actieve openbaarmaking een overgangsperiode waarin een inspanningsverplichting geldt.

maar zijn deze gebundeld in het nieuwe ‘Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties’.

Er zijn 11 informatiecategorieën die op termijn door gemeenten actief openbaar gemaakt

Het ‘Subsidieprogramma vastgestelde organisaties’ wordt gekoppeld aan de

moeten worden (o.a. wet- en regelgeving, convenanten, raadsstukken, beschikkingen

begrotingssubsidies; hierdoor biedt het inzicht in de begrotingssubsidies die zijn verstrekt

en klachten).

aan vooraf vastgestelde organisaties.

Woo in collegeprogramma Voor 9 lopende meerjarige subsidies zijn op dit moment nog één-op-één subsidieregelingen actief. Subsidies aan vastgestelde organisaties waarvan de één-op-één

De implementatie van de Woo is onderdeel van het programma Betrouwbare en

subsidieregeling afloopt, worden toegevoegd aan het Subsidieprogramma. Op deze wijze

Gastvrije Gemeente. In het collegeprogramma is de volgende ambitie opgenomen:

worden de nog lopende één-op-één subsidieregelingen uit gefaseerd, tot er geen

“We zijn duidelijk. We leggen uit wat we doen en waarom. We gaan verder met

lopende één-op-één subsidieregelingen meer zijn.

de implementatie van de Wet open overheid”. We volgen de landelijke ontwikkelingen en deadlines, en sorteren daar waar mogelijk op voor.

Alle subsidies die slechts door één organisatie aangevraagd en slechts aan één organisatie kunnen worden toegekend, worden op termijn opgenomen in het Subsidieprogramma

Wat hebben we in 2023 gedaan?

vastgestelde organisaties. Het Subsidieprogramma vastgestelde organisaties en de daarin opgenomen begrotingssubsidies worden jaarlijks aan het college aangeboden.

> De implementatie van de Woo wordt projectmatig opgepakt. Er is een projectgroep

Daarbij worden de nieuw opgenomen subsidies ter vaststelling aangeboden.

met daarin een vertegenwoordiging van diverse disciplines. Het project kent een projectleider.

Passieve openbaarmaking > Er is software aangeschaft om documenten te anonimiseren. > Het proces Woo-verzoeken is verder geoptimaliseerd en medewerkers zijn begeleid in het behandelen van Woo-verzoeken. Er zijn instructies opgesteld en medewerkers hebben toelichting gehad over het gebruik van de anonimiseringssoftware. Verbeteringen in het proces zijn zichtbaar doordat verzoeken sneller afgehandeld worden dan vorig jaar. De wettelijke termijn hiervoor bedraagt vier weken, plus eventueel twee weken verdaging. > In 2023 zijn er 61 informatieverzoeken binnen gekomen die formeel als Woo-verzoek zijn ingediend en behandeld. Bij 67% is actief contact geweest met de verzoeker. Van alle Woo-verzoeken is 57% binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Dit wordt deels veroorzaakt door het type vraag dat gesteld wordt en de hoeveelheid informatie die opgevraagd wordt in een verzoek. Landelijk gezien duurt de afhandeling van een Woo-verzoek gemiddeld 162 dagen. We streven in 2024 naar een versnelde afhandeling. > De rol van de Woo contactpersoon is uitgebreid. Hij is bereikbaar voor iedereen die een informatievraag heeft en neemt contact op met iedere verzoeker om het verzoek scherp te stellen en ook eventuele achterliggende vragen te beantwoorden. Contactgegevens van de Woo contactpersoon zijn te vinden op de gemeentelijke website en op de landelijke Woo-index.

Daarnaast is er extra inzet op ondersteuning bij afhandeling van Woo-verzoeken.

176

177

P

P Actieve openbaarmaking > De landelijk ontwikkelde Woo-index is gevuld (Woo-index Gemeente Roosendaal | Overheid.nl). > Er is een start gemaakt met actieve openbaarmaking. We bekijken per categorie wat de meest logische plaats is voor publicatie van documenten, welke informatie actief openbaar gemaakt dient te worden en op welke wijze dit dient te gebeuren om het makkelijk vindbaar en doorzoekbaar te maken, om te zorgen dat voor inwoners duidelijk is welke informatie waar teruggevonden kan worden en zodat informatie niet op meerdere plaatsen tegelijkertijd gepubliceerd hoeft te worden. We hebben hierbij de aansluiting gezocht met het project dienstverlening en de verplichte bekendmaking via overheid.nl. Hierbij kijken we bovendien waar het mogelijk en gewenst is om meer actief openbaar te maken dan de Woo van ons vraagt. Door landelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de markt hebben we in 2023 nog geen Roosendaals publicatieplatform kunnen aanschaffen, terwijl daar wel middelen voor gereserveerd waren. > In 2024 wordt een definitief publicatieplatform neergezet in samenwerking met dienstverlening, om zo optimaal aan te sluiten op de wensen van de inwoner en informatie zo makkelijk vindbaar en doorzoekbaar mogelijk te maken.

> In 2023 is in de volgende categorieën informatie actief openbaar gemaakt: > Vergaderstukken van de gemeenteraad via de website van de gemeenteraad > Besluitenlijsten college van B&W via de gemeentelijke website > Ruimtelijke plannen via www.ruimtelijkeplannen.nl en vanaf 1 januari 2024 via Regels op de kaart Regels op de kaart - Omgevingsloket (overheid.nl) > Vergunningen via www.officielebekendmakingen.nl > Jaarplannen en –verslagen via de gemeentelijke website > Wet- en regelgeving in het Gemeenteblad via officiëlebekendmakingen.nl > Organisatie- en bereikbaarheidsgegevens via de gemeentelijke website, via het Register van Overheidsorganisaties en de Woo-index > Woo-verzoeken via WooGLe (wooverheid.nl) > Convenanten via WooGLe (wooverheid.nl)

178

179

DEEL II:

II

JAARREKENING

II

JAARREKENING GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING Inleiding De jaarrekening is opgemaakt conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële Verordening van de gemeente Roosendaal.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn ­gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Voor personeelskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een voorziening gevormd te worden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. De baten en lasten rondom jeugdzorgplus worden bruto (zowel onder baten en lasten) gepresenteerd, dit betreft een bestendige gedragslijn vanuit voorgaande jaren en de begroting.

180

181

II

II Met betrekking tot de verwerking van de algemene uitkering heeft de commissie BBV een

Balans

stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak luidt dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in dat jaar laatst gepubliceerde accresmededeling. In

Algemeen

afwijking van deze richtlijn is bij de berekening van de algemene uitkering 2023 zoals die is verwerkt in de jaarrekening 2023 zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de actualiteit.

Vaste activa

Wij menen dat dit het inzicht in de jaarrekening ten goede komt. Artikel 59 BBV beschrijft het onderscheid tussen investeringen met uitsluitend

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording

maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis

zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut moeten vanaf

rechtmatigheid. Dat betekent dat:

1-1-2017 worden geactiveerd.

> De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op

Immateriële vaste activa

grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; > De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het

Onder immateriële vaste activa wordt verstaan de kosten verbonden aan het sluiten van

begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:

geldleningen, het saldo van agio en disagio, de kosten van onderzoek en ontwikkeling

a. Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 7

voor een bepaald actief en de bijdragen aan activa in eigendom van derden.

maart 2024 door de raad is vastgesteld; b. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investe-

Bij de immateriële vaste activa worden de bijdragen aan activa in eigendom van derden conform artikel 62 en 63 BBV gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. De geactiveerde

ringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in het Controle-

bijdragen van derden zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen,

protocol 2023 is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor

verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de

over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onder­

periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente

schrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn

gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

­aangemerkt indien ze niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig

De volgende immateriële vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste de hieronder

aan de raad zijn gemeld.

genoemde termijnen.

c. Ten aanzien van het M&O criterium geldt dat het beleid ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik nog niet is vastgelegd in door de raad vastgesteld beleid. De van

Vaste activa

Termijn (in jaren)

toepassing zijnde wet- en regelgeving per proces is verwerkt in de processtappen en

1.

Kosten sluiten geldleningen

0

is onderwerp van de interne controle op de betreffende processen. Alleen bij

2.

Saldo van agio en disagio

5

misbruik is sprake van een onrechtmatigheid en zijn eventuele gevallen van misbruik

3.

Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling

5

(mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordings-

4.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

5

grens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. > De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota

Materiële vaste activa

rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:

Algemeen

a. Een verantwoordingsgrens van 1 % (zijnde € 2,9 miljoen) is gehanteerd waarboven

Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrij-

cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording

gingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de

worden opgenomen;

aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke

b. Een rapporteringstolerantie van € 145.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, inclusief de direct toe te rekenen salariskosten. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.

182

183

II

II vastgelegd in het vastgestelde activabeleid. Duurzame waardeverminderingen van vaste

Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

activa worden, zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 BBV, onafhankelijk van het resultaat

Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering, het inzamelen

‘in aanmerking genomen’.

van huishoudelijk afval of andere alsook voor rechten die op grond van art. 229 lid 1 a

Nadere voorschriften over afschrijving, waardering en registratie van vaste activa zijn

en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 15.000 exclusief omzetbelasting worden

opgenomen in een aparte categorie: ‘investeringen met economisch nut, waarvoor ter

niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd

bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven’.

geactiveerd.

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Investeringen met economisch nut

Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur

Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in

afgeschreven. De verplichting om alle investeringen te activeren volgens de nieuwe

mindering gebracht.

methode geldt alleen voor investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2020 gedaan zijn. Door de invoering van de nieuwe systematiek blijven verschillen bestaan in de wijze

Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

waarop mag worden afgeschreven op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór het begrotingsjaar 2017 zijn gedaan. Om inzicht te geven

De volgende vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste de hieronder

in het deel van de activa dat wel vergelijkbaar is qua systematiek is in het verloopoverzicht

genoemde termijnen.

in de toelichting op de balans aangeven welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere systematiek.

Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen

Termijn (in jaren)

Bedrijfsgebouwen

15 - 40

De volgende vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste de hieronder

Gronden en terreinen (inclusief sportvelden)

0 - 30

genoemde termijnen.

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

15 - 60

Vervoermiddelen

5 - 10

Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen

Termijn (in jaren)

Machines, apparaten en installaties

5 - 10

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

15 - 40

Inventarissen

10 - 20

Machines, apparaten en installaties

20 - 40

Overige materiële vaste activa van economisch nut

4-7

Overige materiële vaste activa met maatschappelijk nut

10 - 20

Erfpachtgronden

0

Werk in uitvoering

0

Bij de afschrijvingen worden geen restwaarden toegepast. Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Financiële verordening.

Bij de afschrijvingen worden geen restwaarden toegepast. Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Financiële verordening.

Financiële vaste activa

Een aantal gebouwen wordt nog afgeschreven op basis van een verwachte levensduur

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn

van 60 jaar in plaats van de gebruikelijke levensduur van 40 jaar. Naar onze inschatting is

opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte

het effect hiervan niet van materiële betekenis, aangezien in het verleden de ondergrond

oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’ s en BV’

van de gebouwen is afgewaardeerd tot nihil en de gebouwen op dit moment worden

s (‘kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen’ in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd

afgeschreven tot nihil terwijl feitelijk sprake is van een restwaarde.

tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Als de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden.

184

185

II

II Vlottende activa

Vaste passiva

Onderhanden werk

Eigen vermogen

De als ‘onderhanden werk’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd

Reserves maken, samen met het gerealiseerde resultaat, deel uit van het eigen vermogen.

tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs

Onderscheid wordt gemaakt tussen de algemene reserve en bestemmingsreserves.

omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend

Bestemmingsreserves omvatten reserves waaraan een specifieke bestemming is gegeven.

(zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk

Het eigen vermogen kent geen eigen waarderingsgrondslag. Feitelijk vormt het eigen

te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten.

vermogen de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een

Conform de Percentage of Completion (PoC) methode worden (tussentijdse) winsten

eigen waarderingsgrondslag kennen.

uit de grondexploitatie slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen

Voorzieningen

sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingkosten

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde met uitzondering van

in mindering gebracht.

de grondexploitatie. De voorzieningen van de grondexploitatie worden gewaardeerd tegen de contante waarde met een disconteringsvoet van 2%.

Verliesvoorzieningen voor bouwgronden in exploitatie zijn gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties en gewaardeerd tegen het verwachte verlies.

Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd wegens:

De bouwgronden in exploitatie worden jaarlijks per 31 december naar actuele inzichten

> Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is,

herzien. Mogelijke scenario’s, zoals daling van de opbrengsten in de toekomst, worden meegenomen als risico’s en verwerkt in de benodigde weerstandscapaciteit bij de beoordeling van het weerstandsvermogen.

doch redelijkerwijs te schatten is. > Bestaande risico’s op balansdatum ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is. > Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken

Vorderingen en overlopende posten

van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd. De hoogte van de voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

een aantal begrotingsjaren. > De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten

Liquide middelen

gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

Langlopende schulden Langlopende schulden betreffen de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.

Vlottende passiva De vlottende passiva betreffen de kortlopende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen.

186

187

II

II

BALANS MET TOELICHTING PER 31 DECEMBER 2023 ACTIVA (x € 1.000)

31-12-2023

PASSIVA (x € 1.000)

Eigen vermogen

31-12-2022

166 166

Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut

202 202

216.193 137.035

201.575

5.392

5.777

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

73.766

67.975

Financiële vaste activa

19.919

Overige langlopende leningen

1.426 492

600

17.401

15.241

39.871 38.340

99

1.483 14.070

10.207

83

2.878

5.000

-

Rekening-courantverhoudingen met niet- financiële instellingen

1.285

1.974

Overige vorderingen

7.702

5.355

Liquide middelen

383 383

Overlopende activa

12

4.963

Ter egalisatie van kosten

12.825

11.435

Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

26.980

23.641 86.875

86.875

98.000 98.000

33.566

36.425

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar 20.000

20.000

0

5.318

13.566

11.107 53.442

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: > Het Rijk > Overige Nederlandse Overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

29.869

15.121

11.213

33.131 4.800

12.285 6.182

390

188

TOTAAL PASSIVA

313.865

302.088

Gegarandeerde geldleningen

440.165

401.624

Toelichting op de balans

23.263

32.079

211 2.232

6.283 736

Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die t.l.v. volgende begrotingsjaren komen

20.820

25.060

Vaste activa Immateriële vaste activa Betreft bijdragen aan activa in eigendom van derden die betrekking hebben op

313.865

investeringen in welzijnsaccommodaties waarop lineair (o.b.v. verwachte levensduur) 302.088

is afgeschreven. Immateriële vaste activa (x € 1.000)

188

40.039

5.295

12

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: > Het Rijk > Overige Nederlandse Overheidslichamen

TOTAAL ACTIVA

45.100

Verplichtingen, verliezen en risico’s

Verplichtingen in het begrotingsjaar opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen.

39.823

39.772

Uitzettingen in ’s-Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Kas en banksaldi

9.773

Overige schulden

492

600

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen

9.205

Overlopende passiva

Voorraden

Gereed product en handelsgoederen

Gerealiseerd resultaat

Banksaldi

1.857

VLOTTENDE ACTIVA

Onderhanden werk waaronder; bouwgrond in exploitatie

65.265

Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen

Leningen Deelnemingen

22.718

68.598

VLOTTENDE PASSIVA

Kapitaalverstrekkingen

Overige verbonden partijen

17.079

Bestemmingsreserves

Onderhandse leningen van banken en overige financiële instellingen

18.190

97.756

Algemene reserves

Vaste schulden met rentetypische looptijd >1 jaar

127.823

Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Deelnemingen

94.882

Voorzieningen

Immateriële vaste activa

31-12-2022

VASTE PASSIVA

VASTE ACTIVA

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

31-12-2023

Boek waarde 01-01-2023

Vermeer­­deringen

Verminderingen

Aflossingen/ Afschrijvingen

Boek waarde 31-12-2023

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

202

-

-

34

166

Totaal

202

-

-

166

189

II

II Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn uitgaven met meerjarig nut die in meerdere jaren worden

De reiniging is uitbesteed aan Saver N.V. Roosendaal koopt diensten in op contractbasis.

afgeschreven.

De investeringen worden door Saver N.V. zelf gedaan en zodoende heeft Roosendaal geen investeringen ten behoeve van de heffing reiniging.

Materiële vaste activa (x € 1.000)

Boek waarde 01-01-2023

Balansverschuiving

Inves­ teringen

Inkomsten

Afschrij­ vingen

Boek waarde 31-12-2023

(totaal € 8,7 miljoen )

Materiële vaste activa met economisch nut Bedrijfsgebouwen Gronden en terreinen

97.506

29

15.592

15.504

1.724

-

38

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen

5.547

3.788 155

103.792 17.073

€ 600.000 € 699.000

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut vóór 2017

28

97

259

747

104

2.305

Inventarissen

3.001

188

364

2.825

Overige materiële activa

9.765

326

760

10.686

Erfpachtgronden

57

Materiële vaste activa met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

57 1.384

5.777

18.643

5.547

5.268

137.035

825

825

385

5.392

Om inzicht te geven in het deel van de activa dat vergelijkbaar is qua systematiek, wordt in het onderste verloopoverzicht een scheiding aangebracht tussen welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere systematiek. De boekwaarde van de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut had het volgende verloop: Materiële vaste activa met maatschappelijk nut (x € 1.000)

Boekwaarde 01-01-2023

Investeringen

Inkomsten

Afschrijvingen

Boekwaarde 31-12-2022

1.359

15.281

Maatschappelijk nut vóór 2017

Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

€ 961.000

Stepvelden (tussen A17 – Borchwerf)

328

127.823

€ 1.069.000

Snelfietsroute F58 Molensingel voet- en fietspaden

1.662

1.355

Damwanden

38

Machines, apparaten en installaties

Subtotaal

Belangrijkste investeringen > € 500.000 met maatschappelijk nut

67.430

10.408

1.709

2.914

73.215

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Overige

545

98

-4

96

551

Subtotaal

67.975

10.506

1.705

3.010

73.766

Totaal

201.575

29.974

8.077

8.663

216.193

1.384

In 2023 heeft voor een bedrag van € 8,7 miljoen aan reguliere afschrijvingen op de materiële vaste activa plaatsgevonden.

0

27

0

0

27

0

26

0

1.386

15.281

50.816

10.382

1.709

1.555

57.934

517

98

-4

68

551

Subtotaal

51.333

10.480

1.705

1.623

58.485

Totaal

67.974

10.506

1.705

3.010

73.766

Maatschappelijk nut vanaf 2017 Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Overige

Reguliere afschrijvingen

26

16.641

Subtotaal

Overige

16.614

Belangrijkste investeringen / activeringen > € 500.000 met economisch nut (totaal € 19 miljoen)

190

Huisvesting Oekraïners

€ 5.541.000

Renovatie Huis van Roosendaal

€ 1.607.000

Kroevendonk

€ 4.002.000

Kroevendonk IKC

€ 1.881.000

Grondverwerving Bulkenaar

€ 1.634.000

Verduurzaming gemeentelijke gebouwen

€ 595.000

191

II

II Financiële vaste activa Financiële vaste activa (x € 1.000)

Boek waarde 01-01-2023

Vermeerderingen

Afwaarde­ ringen en voorzie­ ningen

Aflossingen/ Afschrij­ vingen

Boek waarde 31-12-2023

Kapitaalverstrekkingen Deelnemingen

1.857

Overige verbonden partijen

492

Subtotaal

2.349

134

134

565

565

Overige langlopende geldleningen Startersleningen (via SVn)

€ 12.947.000

Duurzaamheidsleningen (via SVn)

€

465.000

Verzilverleningen (via SVn)

€

133.000 921.000

1.426

Verstrekte leningen op grond van de Participatiewet

€

492

Stimuleringsregeling verbetering Wooncomfort en woon werklocaties

€ 2.935.000

€ 17.401.000

1.918

Leningen Deelnemingen

600

600

Subtotaal

600

600

Overige langlopende leningen Langlopende geldleningen sociaal domein Langlopende geldleningen

974

349

402

921

14.310

4.159

1.989

16.480

4.508

2.391

17.401

starters etc./ Enexis Subtotaal

0 15.284

Correctie risico afdekking voorziening leningen sociale zaken Totaal

0

-43 -43 18.190

4.642

522

2.391

19.919

De balanspost financiële vaste activa is in 2023 toegenomen met € 1.729.000 tot € 19.919.000.

Vlottende activa Voorraden Voorraden (x € 1.000)

Boek­ waarde 01-01-2023

Balansverschuiving

Bouwgrond in exploitatie

41.800

Bijbehorende verlies vz

-3.460

Gereed product en handelsgoederen

1.483

-1.384

39.823

-1.384

Totaal

Uitgaven Grond exploitaties

Inkomsten Grond exploitaties

4.907

-2.128

Overige mutaties

Boek­ waarde 31-12-2023 44.579

-1.347

-4.807 99

4.907

-2.128

-1.347

39.871

Roosendaal neemt deel in diverse rechtspersonen zoals NV’s, BV’s en Gemeenschappelijke Regelingen. In een aantal daarvan is de gemeente

Op 31 december 2023 resteert nog een boekwaarde van € 44.579.000 op bouwgronden

enig eigenaar of meerderheidsaandeelhouder. In andere rechtspersonen neemt

in exploitatie. Hierop worden de voor de voorraden getroffen verliesvoorzieningen in

de gemeente slechts beperkt deel. Zie hiervoor Paragraaf 6 Verbonden partijen.

mindering gebracht (€ 4.807.000). Hierna bedraagt de resterende boekwaarde inclusief gereed product en handelsgoederen op 31-12-2023 € 39.871.000.

Belangrijkste vermeerderingen Startersleningen Roosendaal (via SVn)

€ 2.779.000

De post “gereed product en handelsgoederen” betreft het volgende pand:

Stimuleringslening verbetering wooncomfort

€ 1.288.000

Pand Philipslaan 63

Voorziening voor deelneming Duurzaam Energie Bedrijf Roosendaal B.V.

€ 565.000

€

99.000

Dit pand is opgenomen in de verkoopportefeuille en derhalve onder deze balanspost Voor de deelneming van Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal B.V. ad € 2.280.000 is een

opgenomen. Levering zal plaatsvinden in 2024.

voorziening gevormd. Het eigen vermogen van Duurzaam Energie Bedrijf Roosendaal B.V. bedraagt op basis van voorlopige cijfers per 31 december 2023 € 174.000.

Voor een nadere specificatie en toelichting per complex wordt verwezen naar

De jaarrekening 2023 van deze deelneming is nog niet definitief. Voor het waarderings-

Paragraaf 7 Grondbeleid.

verschil ad € 565.000 is de voorziening verhoogd. Ultimo 2023 bedraagt de voorziening De specificatie van het gereed product en handelsgoederen is opgenomen onder

€ 2.106.000.

toelichting van de materiële vaste activa onderdeel balansverschuiving.

Belangrijkste aflossingen: Betreft aflossingen van starters- en duurzaamheidsleningen en een aflossing van de stimuleringsregeling wooncomfort. De post leningen is als volgt te specificeren Deelname NV Monumentenfonds

192

€ 600.000

193

II

Omschrijving complex (x €1.000 )

Boek­ waarde 3112-2023

Geraamde nog te maken kosten

Geraamde nog te realiseren op­ brengsten

Geraamde resultaat (nominale waarde)

Geraamde resultaat (contante waarde)

II

Verlies­ voor­ ziening

De totale correctie op de debiteuren algemeen is als volgt opgebouwd:

Bedrijventerreinen: Majoppeveld

18.015

450

22.688

4.222

5.143

-

Subtotaal

18.015

450

22.688

4.222

5.143

-

Gebrande Hoeff

1.028

430

1.600

142

135

-

Stadsoevers

7.885

8.153

12.350

-3.689

-3.762

-3.762

Vlietpark

14.021

4.348

17.012

-1.357

-1.044

-1.044

De Hoogt Wouw

2.457

434

3.058

167

92

-

Groot Mariadal

479

1.414

2.081

188

203

-

Dunantstraat

21

1.713

1.738

4

15

-

25.891

16.492

37.839

-4.545

-4.361

-4.807

-

-

782

-4.807

Afbouw complexen niet in exploitatie: Grondbank Borchwerf II

673

-673

Subtotaal

673

-673

Totaal

-/- € 439.000

Dwangsommen

-/- € 209.000

-/- € 648.000

Specificatie debiteuren sociale zaken

Herontwikkeling/ woongebied

Subtotaal

Voorziening oninbaarheid (privaatrechtelijk)

44.579

16.942

60.527

-996

In het hierboven opgenomen overzicht van de complexen zijn de verwachte resultaten

Diverse bijstandsdebiteuren Werkplein

€ 2.206.000

“Granieten”-bestand Cannock Chase

€

129.000

Wmo-gelden

€

24.000

Totaal debiteuren sociale zaken

€ 2.359.000

Voor oninbaarheid is een voorziening opgenomen voor een bedrag van € 1.287.000.

Uitzettingen in ’s-Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar Schatkistbankieren (x € 1.000)

Saldo 01-01-2023

Schatkistbankieren

Saldo 31-12-2023 -

5.000

opgesomd. Het totale resultaat op eindwaarde ligt nu in totaliteit op een winst van € 782.000 aan positieve en negatieve exploitaties.

Op grond van de Regeling Schatkistbankieren dienen decentrale overheden

Per te exploiteren gebied wordt een grondexploitatie opgesteld. Het uitgangspunt van

eventuele overtollige geldmiddelen boven een bepaald drempelbedrag aan te houden

de grondexploitatie is dat deze sluitend is. Uit de ervaringen van de afgelopen jaren

in ’s Rijks Schatkist. Zoals ook uit onderstaande tabel naar voren komt bedroeg

is gebleken dat aan de grondexploitaties risico’s zijn verbonden. Door de vorming van

die drempel voor 2023 circa € 6,8 miljoen.

verliesvoorzieningen worden verliezen genomen zodra ze te verwachten zijn. Voor een nadere specificatie en toelichting per complex wordt verwezen naar

Conform voorschrift BBV zijn in onderstaande tabel posities met betrekking tot

Paragraaf 7 Grondbeleid.

Schatkistbankieren (benutting drempelbedrag) weergegeven. In 2023 zijn de kwartaalgemiddelden van de liquide middelen onder de vrijstellingsgrens voor het afstorten gebleven. De rentevergoeding over in de Schatkist geplaatste

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

geldmiddelen is nihil.

De totale debiteurenpost is voor de BBV wetgeving als volgt te splitsen:

Omschrijving (x € 1.000)

Vorderingen openbare lichamen

€

83.000

Overige vorderingen

€ 7.702.000

€ 7.785.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

531

849

2.365

688

Drempelbedrag

6.798

6.798

6.798

6.798

Ruimte onder drempelbedrag

6.267

5.949

4.433

6.110

0

0

0

0

Op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen

Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 4

Ten behoeve van diverse aansluitingen is de onderstaande onderverdeling tevens van belang: Vorderingen (x € 1.000)

Saldo 01-01-2023 Debiteuren

Saldo 31-12-2023 Debiteuren

Voorziening oninbaarheid en dwangsommen

Gecorrigeerd saldo 31-12-2023

Debiteuren algemeen

1.989

5.362

648

Debiteuren belastingen

1.955

2.644

728

4.714 1.916

Debiteuren sociale zaken

1.411

2.359

1.287

1.072

Totaal

5.355

10.365

2.663

7.702

Op de post debiteuren algemeen is een voorziening voor oninbare debiteuren gecorrigeerd en daarnaast zijn ook dwangsommen in mindering gebracht. Deze laatste post

194

heeft de aard van een voorziening voor dubieuze vorderingen.

195

II

II Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen

De in de balans opgenomen nog te ontvangen voorschotbedragen van EU, Rijk en provincies, die zijn ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met

Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen (x € 1.000)

Saldo 01-01-2023

Stimuleringsfonds Volkshuisvesting

Vermeer­ deringen

1.974

Vermin­ deringen

4.080

een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Saldo 31-12-2023

4.769

1.285

Onderwerp

Saldo 01-01-2023

Ontvangsten subsidie

Saldo 31-12-2023

Rijk

Belangrijkste vermeerderingen € 2.503.000

Maatschappelijke begeleiding statushouders en vergeten groepen 2020

73.000

Stimuleringsfonds verbetering wooncomfort

€ 1.321.000

Suppletie regeling explosieven 2022

209.000

Duurzaamheidsrekening RSD

€

Suppletie regeling explosieven 2023

Startersfonds VROM

119.000

Zonnepanelen Melkbussen

Belangrijkste verminderingen

Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne 2022

Startersfonds VROM

€ 3.192.000

Stimuleringsfonds verbetering wooncomfort

€ 1.302.000

Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne 2023

Duurzaamheidsrekening RSD

€

Crisisnoodopvanglocatie Roosendaal

118.000

Totaal Rijk

Liquide middelen Liquide middelen (x € 1.000)

Bestedingen

73.000 209.000 191.000

191.000

95.000

95.000

5.119.000

5.119.000 20.000

787.000 6.283.000

20.000 787.000

211.000

6.283.000

211.000

102.000

314.000

Overige overheidsinstellingen

Saldo 01-01-2023

Saldo 31-12-2023

Molenbeek Noord en Oude Beek

416.000

Economische verbindingszone Spuitendonksebeek

29.000 291.000

29.000

Kas

11

15

Kasteel van Wouw

Banken

-

367

Werkplein afrekening 2023

963.000

963.000

Kruisposten

1

1

WVS verwacht resultaat 2023

635.000

635.000

Totaal

12

383

Totaal overige overheidsinstellingen Totaal

291.000

736.000

1.598.000

102.000

2.232.000

7.019.000

1.809.000

6.385.000

2.443.000

Overlopende activa Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende Overlopende activa (x € 1.000)

Saldo 01-01-2023

Saldo 31-12-2023

begrotingsjaren komen.

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

7.019

2.443

> Nog te ontvangen bedragen Rijk > Nog te ontvangen overige overheidsinstellingen

6.283 736

211 2.232

BTW vorderingen (m.n. BCF-declaratie bij het Rijk, wordt omtrent 30 juni voldaan)

€ 15.827.000

Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die t.l.v. volgende begrotingsjaren komen

25.060

20.820

Nog op te leggen BWB diverse belastingen 2023

€ 1.463.000

Afrekening Jeugdzorgplus regio Zeeland

€

921.000

> Overige nog te ontvangen bedragen > Vooruitbetaalde bedragen

22.057 3.003

20.603 217

Afrekening Jeugdzorgplus regio WBW

€

394.000

Totaal

32.079

23.263

Parkeer- en naheffingsgelden PBR

€

419.000

Bijdrage KCT terrein 2023

€

225.000

De Viersprong

€

97.000

Subsidie WijZijn 2024 t/m 2026 buurtinitiatieven

€

30.000

Subsidie Wereldkeuken 2024-2025

€

42.000

Centric

€

28.000

Overige nog te ontvangen (grootste posten)

Vooruitbetaalde bedragen De belangrijkste vooruitbetaalde bedragen hebben betrekking op:

196

197

II

II

Vaste passiva Eigen Vermogen

De begrote onttrekkingen bedragen in totaal € 21.779.000. De werkelijke onttrekkingen bedragen € 19.528.000. Het verschil van € 2.251.000 wordt veroorzaakt door de volgende

Reserves

posten > € 100.000:

Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en

Cultuur coronacompensatie

€

161.000

die na besluitvorming vrij te besteden zijn. Reserves worden onderscheiden in algemene

Storting budget WKB 2022 naar 2023

€ 140.000

reserves en bestemmingsreserves.

Strategische verwerving – aankoop

€ 1.835.000

€ 2.136.000

Algemene reserves (x € 1.000)

Saldo 01-01-2023

Resultaat­ be-stemming 2022

Algemene reserve

22.690

9.773

4.144

19.528 28

0

9.773

4.144

19.556

17.079

Algemene saldireserve Totaal

Dotaties

Onttrekkingen

28 22.718

Saldo 31-12-2023

Algemene saldireserve

17.079

Deze reserve was bestemd om overschotten en tekorten uit de verschillende jaarschijven te storten of te onttrekken. Het saldo van deze reserve bedroeg per 1-1-2023 € 28.000. De reserve is in 2023 opgeheven. Het saldo is, conform aanbiedingsnota begroting 2023, gestort in de Algemene reserve.

Algemene reserve De algemene reserve heeft als doel om het weerstandsvermogen en de solvabiliteit

Gerealiseerd resultaat 2023

van de gemeente te garanderen. Per eind 2023 is het saldo van deze reserve € 17.079.000. De ondergrens voor deze reserve is vastgesteld op € 10.000.000. Het voordelige rekeningresultaat van 2022 is in deze reserve gestort. Middels de resultaatbestemming 2022 is het grootste gedeelte (€ 6.777.000) van deze middelen weer uit de reserve gehaald en is € 2.996.000 in deze reserve gebleven.

Gerealiseerd resultaat 2023 (x € 1.000)

2022

Gerealiseerd resultaat 2022

Voordelig 9.773

Gerealiseerd resultaat 2023

2023

Voordelig 9.205

De onttrekking van € 6.777.000 als gevolg van de resultaatbestemming 2022 kan als volgt worden gespecificeerd: Energietoeslag

€ 3.342.000

Omgevingswet

€

184.000

Energierekening bijzondere bijstand

€

162.000

Meerkosten corona jeugd

€

36.000

Meerkosten corona Wmo

€

56.000

Storting in Bestemmingsreserve Investeringsfonds

€ 2.996.000

De vermeerderingen bedragen € 4.144.000. Begroot was een dotatie van € 4.022.000. De vermeerderingen betreffen: Storting vanuit bestemmingsreserve Duurzaamheidsfonds Rimboe

198

€

30.000

Storting vanuit algemene saldireserve

€

29.000

Storting vanuit bestemmingsreserve Innovatiefonds

€ 108.000

Storting vanuit bestemmingsreserve Onderhoud speelgelegenheden

€ 423.000

Storting vanuit bestemmingsreserve risicopremies garantstellingen

€ 229.000

Correctie begrote storting bestemmingsreserve

€ -96.000

Resultaatbestemming 2022

€ 2.996.000

Opbouwwerk en jongerenwerk i.v.m. criminaliteit

€ 302.000

Storting saldo bestemmingsreserve groenfonds

€

€ 4.144.000

122.000

199

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1632/documents/43572