CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5b-05. OMWB.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Raadsvoorstel 037 - Toestemming vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regelingen21.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beoordelingsformulier definitief wijzigingsvoorstel zaaknummer collectief raadsvoorstel: 817670

Naam gemeenschappelijke regeling

OMWB

1

Zienswijze over ontwerpwijziging ingebracht door college van Roosendaal? X Ja □ Nee (indien nee, dan is vraag 2 niet relevant)

2

Komt bestuur GR tegemoet aan zienswijze college Roosendaal? □ Ja (indien ja, dan is vraag 3 niet relevant) X Nee (dan toelichten bij vraag 3)

3

Toelichting op niet tegemoetkomen zienswijze Roosendaal: Artikel 2.3 werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen Zienswijze: De raad verzoekt, op verzoek van de gemeente Moerdijk, na de tekst ‘andere publiekrechtelijke rechtspersoon’ de tekst ‘of een andere overheid gelieerde derde’ toe te voegen en in de toelichting op de gemeenschappelijke regeling het begrip verstoring nader te duiden. Reactie GR: De OMWB kiest er niet voor om de voorgestelde aanpassing door te voeren, maar kiest voor een andere optie. De opdrachten aan het Havenbedrijf kunnen namelijk aangegaan worden via een privaatrechtelijke overeenkomst/opdracht tussen de N.V. Havenbedrijf en het DB van de OMWB. Conclusie: akkoord met deze andere optie. Artikel 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomsten In de ontwerpregeling is toegevoegd de algemene leveringsvoorwaarden als optie naast de dienstverleningsovereenkomst. Zienswijze: De raad verzoekt u in Artikel 2.4 en 8.5 “algemene leveringsvoorwaarden” laten vervallen en “wat de vergoeding daarvoor zal zijn” weer toe te voegen. Reactie GR: Het AB is met de deelnemers van mening dat de huidige dienstverleningsoverkomst eerst geëvalueerd moet worden. Daarna kan besloten worden wat het beste vervolg is: aanpassing, beëindiging of overgaan op een andere vorm. Om deze reden kiest het AB ervoor om beide vormen in de GR op te nemen.

Conclusie: Wij zijn het niet eens met het vervangen van een dienstverleningsovereenkomst door algemene voorwaarden. Hier zijn verschillende argumenten voor. Gezien de samenwerking die we nastreven met de GR vinden wij een dienstverleningsovereenkomst beter passen. Wel kunnen we de redenatie dat eerst geëvalueerd moet worden volgen en stemmen daarmee in.

-1-

Artikel 6.2 Externe inlichtingenplicht Zienswijze Lid 3 van dit artikel 6.2 Externe inlichtingenplicht is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Reactie GR: Artikel 6.2, eerste lid, gaat over het verstrekken van gevraagde inlichtingen door het AB-lid lid aan de raad. Het tweede lid gaat over het verstrekken van de gevraagde inlichtingen door het bestuur. Het bestuur kan geheimhouding opleggen, maar een AB-lid kan dat niet. Daarom vindt de OMWB de weigeringsgrond van strijdigheid met het openbaar belang nog steeds toepasselijk. Ter verheldering is in lid 3 een toevoeging gedaan over geheimhoudingsplicht. Conclusie: Zowel op basis van de Woo als op basis van in strijd met het openbaar belang kan besloten worden informatie niet openbaar te maken, dan wel onder geheimhouding te verstrekking. Dit betekent dat de redenering van de OMWB gevolgd kan worden.

Zienswijze op voorgenomen besluiten (artikel 10, lid 5 en 6 Wgr) Zienswijze: Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWBnorm worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd. Reactie GR: De OMWB is een beleidsarme uitvoeringsorganisatie en ziet geen bestuursbesluiten waarvoor een zienswijzeprocedure aan de orde kan zijn. Het volgen van een zienswijzeprocedure over het bestemmen van het resultaat heeft geen meerwaarde, omdat de besluitvorming hierover al sluitend omschreven is in de financiële verordening. De Midden- en West-Brabantnorm (MWB-norm) vormt een onderdeel van de begroting en raden kunnen via die weg een zienswijze indienen. Het Gemeenschappelijk uitvoeringskader is een bevoegdheid van de colleges en niet van het bestuur van de OMWB. Het volgen van een zienswijzeprocedure door de OMWB past dus niet in dit proces. Conclusie: De argumentatie over aanpassing van de Midden- en West-Brabantnorm (MWBnorm) via een zienswijze op de begroting vinden wij niet realistisch. Aangezien er geen sprake is van strijd met algemeen belang of wet stemmen wij ermee in dat de voorgestelde aanpassing niet wordt overgenomen.

Artikel 10.1 Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften Het is niet duidelijk welke besluiten op grond van deze regeling de mogelijkheid openstaat een bezwaarschrift in te dienen. Graag in de toelichting dit nader duiden. Zienswijze: De raad verzoekt u in lid 3 de tekst ‘het bestuur van het openbaar lichaam’ te wijzigen in ‘bevoegde bestuursorgaan’. Reactie: Wij nemen de voorgestelde aanpassing van de tekst niet over. In de toelichting is opgenomen dat het orgaan van het bestuur dat het besluit heeft genomen ook de beslissing op bezwaar neemt. Het bestuur van een openbaar lichaam in de zin van de Wgr bestaat op grond van artikel 12, eerste lid, uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. De bepaling laat in het midden welk bestuur bevoegd gezag is in geval van interne geschillen of interne bezwaarschriften omdat dit kan verschillen per procedure. De voorgestelde term ‘bevoegde bestuursorgaan’ schept een nieuwe aanduiding. Conclusie: met de gegeven onderbouwing stemmen we in om de voorgestelde aanpassing niet over te nemen. Artikel 11.1 Evaluatie Zienswijze:

-2-

De raad stelt voor om ten aanzien van de evaluatie van de regeling op te nemen structureel eenmaal per vier jaar de werkwijze en het functioneren van de GR te evalueren. Indien er tussentijds behoefte is aan een evaluatie kan de voorgestelde bepaling worden gevolgd. Reactie GR: De OMWB stelt voor de evaluatie te koppelen aan de rapportage van de visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL. Deze rapportage is in feite al een evaluatie of kan een goede aanzet daarvoor zijn. Indien nodig kan het AB besluiten een aanvullende evaluatie (op bijvoorbeeld een specifiek onderdeel) te laten uitvoeren. Daarmee kan de evaluatie qua tijdsbesteding beperkt blijven. Conclusie: wij kunnen instemmen met dit voorstel.

4

Zijn er overige inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 5) X Nee (indien nee, dan is vraag 5 niet relevant)

5

Toelichting op inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel

6

Is er een reden om toestemming vanwege strijd met het algemeen belang of strijd met het recht te onthouden? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 7) X Nee (indien nee, dan is vraag 7 niet relevant)

7

Toelichting op onthouden toestemming

8

Overige opmerkingen

-3-

Ot-gevin gsdienst + Midden- en West-Btabant

Aan de colleges van burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten van de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling OMWB

Geacht college, Eind september 2023 zonden wij u toe de Ontwerpregeling voor de Gemeenschappel ij ke Regeli ng Omgevi n gsd ienst M idden- en West-B rabant 2024 (GR OMWB 2024). Met deze Ontwerpregeling wordt de gemeenschappelijke regeling van de OMWB opnieuw vastgesteld en daarmee aangepast aan de

wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Alle colleges van de deelnemers van de OMWB hebben een voorgenomen besluit genomen tot vaststelling van deze Ontwerpregeling en hebben deze vervolgens voorgelegd aan hun raad of Staten voor een zienswijzeprocedure. De afgelopen periode hebben wij van 12 organisaties zienswijzen ontvangen. Het Algemeen Bestuur van de OMWB heeft de zienswijzen beoordeeld en wil, op onderdelen, tegemoetkomen aan de wensen van de raden en Staten. Als gevolg hiervan zijn met name de artikelen over Participatie en Evaluatie inhoudelijk gewijzigd.

ons kenmerk

uw kenmerk

onderwerp Vaststellen GR oMWB 2024

behandeld door A. Arbouw

plaats / datum Tilburg, 4-3-2024

bijlage(n) 2

De ingekomen zienswijzen zijn, gebundeld naar inhoud en voorzien van een gemotiveerde reactie, integraal opgenomen in de'Reactienota zienswijzen wijziging GR OMWB'. Wij zenden u deze ter informatie toe, welke u met uw raad

of Staten kunt delen (Bijlage 1). Naast inhoudelijke reacties zijn er ook juridisch technische aanbevelingen ontvangen en zijn er enkele ambtshalve verbeteringen doorgevoerd.

In zijn vergadering van I februari 2024 is het Algemeen Bestuur akkoord gegaan met de Definitieve Ontwerpregeling GR OMWB 2024. Wij bieden u hierbij deze definitieve ontwerpregeling aan (Bijlage 2).

Gevraagd besluit Wij vragen u te besluiten tot vaststelling van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024. U kunt de regeling pas vaststellen na verkregen toestemming van uw raadlStaten (artikel 51 lid 4 en 5 van de Wgr). Pas nadat alle colleges hebben besloten tot vaststelling van de nieuwe regeling is de Gemeenschappelijke Regeling OMWB 2024 tot stand gekomen.

Wij verzoeken u de bijgevoegde GR OMWB 2024 te ondertekenen op de voor uw organisat¡e aangegeven plaats, zowel onder de tekst van de regeling als onder de toelichting. U dient daarbij de datum van ondertekening en de naam van de voorzitter en secretaris van uw college in te vullen. Andere aanpassingen in het

Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 01 00

Zichtboor somen werken son een schone, veilige en duurzome leefomgeving

info@omwb.nl www.omwb.nl

'O--gevin gsdienst TT Midden- en Vest-Brabant

document zijn niet toegestaan. Graag ontvangen wij uiterlijk 14 juni 2024 een afschrift van de getekende regeling van u retour. Het origineel is voor uw eigen archief.

Publicatie Nadat alle colleges besloten hebben, wordt de gemeenschappelijke regeling bekendgemaakt in het Provinciaal blad van de provincie Noord-Brabant (conform artikel 52 lid l sub l. van de Wgr) en treedt daarmee in werking'

fnformatie Heeft u vragen over deze brief met bijlagen? Neem dan contact op met mevrouw

Y. Fens (v,fens@omwb.nl of 06-52857411). Met vriendelijke groet,

het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant namens deze,

| ¿-'

¡,I I

A.L.E. Arbouw

Directeur Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Bijlagen: 1. Reactienota zienswijzen wijziging GR OMWB 2. Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024

Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 01 00

Zichtboor sqmen werken sqn een schone, veilige en duurzome leefomgeving

pagina 2 van 2

info@omwb.nl www.omwb.nl

t

Reactienota zienswijzen wijziging GR OMWB

A. Inleiding Eind september 2023 is aan alle colleges van de deelnemers van de OMWB de Ontwerpregeling GR OMWB 2024 toegezonden. De gemeenschappelijke regeling van de OMWB dient te worden gewijzigd vanwege een aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De colleges hebben een voorgenomen besluit genomen tot het vaststellen van de nieuwe GR OMWB 2024 en dit besluit voorgelegd aan hun raden of Staten om hun de mogelijkheid te geven zienswijzen in te dienen. Een aantal organisaties heeft besloten geen zienswijzen in te dienen op de voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling OMWB. Dit betreft 14 organisaties en wel de gemeenten Altena, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk en Woensdrecht. Van de overige organisaties zijn zienswijzen binnengekomen. Deze worden hieronder integraal weergegeven en voorzien van een reactie. De zienswijzen zijn gebundeld naar inhoud, aangezien meerdere organisaties dezelfde zienswijzen hebben ingediend of over hetzelfde onderwerp een zienswijze hebben ingediend. Dit overzicht wordt afgesloten met een aantal ambtelijke opmerkingen die zijn gemaakt over de tekst van de regeling. Dit betreft verschrijvingen of tekstuele verbeteringen. Tot slot zijn de ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.

B. Inhoudelijke zienswijzen Participatiebepaling (artikel 1.3) Provincie Noord-Brabant: Wij verzoeken u in het kader van artikel 10, zevende en achtste lid, juncto artikel 52, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) de bepaling met betrekking tot participatie (artikel 1.3 van de voorgestelde Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024) aan te passen zodat een vorm van participatie wordt geregeld. Het vastleggen van het petitierecht is voldoende. Gemeente Drimmelen: Ex artikel 10 lid 7 en 8 van de Wgr gevraagd om in de regeling een bepaling op te nemen over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid worden betrokken. Gemeente Etten-Leur: Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

Gemeente Breda: Aandachtspunt: Dit artikel voldoet niet aan het bepaalde in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het is wettelijk niet mogelijk om te bepalen dat participatie niet mogelijk is. Ook op regionaal niveau moeten inwoners in de gelegenheid worden gesteld om hun mening over beleid of de uitvoering daarvan kenbaar te kunnen maken. Burgerparticipatie moet in gemeenschappelijke regelingen een vaste plek krijgen. Voorgesteld wordt om het artikel in overeenstemming te brengen met het bepaalde in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gemeente Geertruidenberg: Een zienswijze in te dienen tegen alle gewijzigde gemeenschappelijke regelingen om alsnog een vorm van participatie op te nemen in de gewijzigde regeling. Gemeente Moerdijk: De gemeenteraad van Moerdijk heeft geconstateerd dat in de ontwerpregeling de wettelijk verplichte participatiebepaling op grond van artikel 10, lid 7 van de Wgr ontbreekt en verzoekt het Algemeen Bestuur in de definitieve regeling een passende participatiebepaling op te nemen. Artikel 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen Gemeente Oosterhout Neem een bepaling over participatie op die voldoet aan het wettelijk kader.

Gemeente Roosendaal De raad stelt voor ten aanzien van participatie de volgende tekst op te nemen: Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Reactie OMWB Tijdens de zienswijzetermijn is duidelijk geworden dat het artikel over participatie zoals nu opgenomen in de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling OMWB 2024 niet voldoet aan de bedoeling van de wetgever. Door een amendement is het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wgr aangescherpt en dient een bepaalde vorm van participatie te worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Over hoe de tekst van een participatieartikel zou kunnen luiden dat recht doet aan de situatie bij de OMWB is in een overleg met de drie diensten in Brabant, de wetgevingsjuristen van de provincie en een Wgr deskundige uitvoerig besproken. Het tekstvoorstel voor een nieuw participatie artikel luidt als volgt: 1. Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden of staten van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2.

In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. Door allen wordt onderschreven dat voor een beleidsarme organisatie als een omgevingsdienst het uitgangspunt moet zijn en blijven dat participatie in beginsel via de deelnemers verloopt. Daar wordt

immers het beleid gemaakt en dat is het moment waarop participatie door burgers het meest direct invloed heeft op de beleidsvorming en daarmee op de leefomgeving voor die burgers. Dit uitgangspunt is omschreven in lid 1 van het voorgestelde artikel. Participatie zoals in de Wgr omschreven ziet echter ook op de uitvoering of evaluatie van beleid. In lid 2 wordt daarom opgenomen dat het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst bij voor de burgers ingrijpende besluiten kan besluiten tot een participatie traject. Wat dan ingrijpende gevolgen zijn is aan het dagelijks bestuur om af te wegen. Wij vinden het procesmatig gezien juist om deze taak bij het dagelijks bestuur te leggen. Zij hebben immers de taak om de besluiten van het algemeen bestuur voor te bereiden. In het proces is het daarom het meest tijdig dat het DB reeds bij de voorbereiding van het besluit afweegt of een participatietraject doorlopen moet worden, zodat het besluit, als het aan het AB wordt voorgelegd voor besluitvorming, uitvoerig is voorbereid. Over de wijze waarop de participatie plaats vindt geeft de wet al aan dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het participatietraject zal bestaan uit het ter inzage leggen van het voorgenomen besluit en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld mondeling of schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen.

Als aanvulling daarop geldt nog het petitierecht. Dit is geregeld in de Grondwet en is daarom altijd ook van toepassing. Werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen (artikel 2.3 GR OMWB) Gemeente Halderberge Wij verzoeken u na de tekst `andere publiekrechtelijke rechtspersoon' de tekst 'of een andere overheid gelieerde derde' toe te voegen en in de toelichting op de gemeenschappelijke regeling het begrip verstoring nader te duiden. Gemeente Roosendaal De raad verzoekt, op verzoek van de gemeente Moerdijk, na de tekst ‘andere publiekrechtelijke rechtspersoon’ de tekst ‘of een andere overheid gelieerde derde’ toe te voegen en in de toelichting op de gemeenschappelijke regeling het begrip verstoring nader te duiden. Gemeente Zundert Wij verzoeken u na de tekst 'andere publiekrechtelijke rechtspersoon' de tekst' of een andere overheid gelieerde derde' toe te voegen en in de toelichting op de gemeenschappelijke regeling het begrip verstoring nader te duiden. Reactie OMWB: De GR is op dit punt niet aangepast. Dit verzoek heeft betrekking op het kunnen blijven uitvoeren van werkzaamheden voor het Havenbedrijf Moerdijk, hetgeen sinds 2017 een privaatrechtelijke onderneming is. Wij kiezen er niet voor om de voorgestelde aanpassing door te voeren, maar kiezen voor een andere optie.

De opdrachten aan het Havenbedrijf kunnen namelijk aangegaan worden via een privaatrechtelijke overeenkomst/opdracht tussen de N.V. Havenbedrijf en het DB van de OMWB. We verwijzen hiervoor naar de toelichting bij artikel 4.5 van de nieuwe Gemeenschappelijke regeling en dan specifiek de toelichting over artikel 57b Wgr.

“Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 55a” De OMWB is zeer terughoudend bij het aangaan van dergelijke overeenkomsten. De werkzaamheden voor het Havenbedrijf zijn historisch ontstaan en vormen in die zin een uitzondering. Algemene leveringsvoorwaarden of dienstverlengingsovereenkomsten (art 2.4 GR OMWB) Gemeente Etten-Leur: Algemene leveringsvoorwaarden worden eenzijdig door het AB opgelegd. Het uitgangspunt van een DVO is een overeenkomst tussen 2 (of meerdere) partijen. Een DVO past daarom beter bij de samenwerking die we nastreven met de dienst. De beëindiging van de DVO kan alleen met wederzijds goedvinden van partijen. Voorstel: eerst de DVO te evalueren en op basis daarvan te beslissen om de DVO te behouden (actualiseren) of te beëindigen. Gemeente Halderberge: Lid 1 en 2 algemene leveringsvoorwaarden laten vervallen en wat de vergoeding daarvoor zal zijn weer toe te voegen. Gemeente Moerdijk: Lid 1 en 2 algemene leveringsvoorwaarden laten vervallen en wat de vergoeding daarvoor zal zijn weer toe te voegen. Gemeente Roosendaal De raad verzoekt u in Artikel 2.4 en 8.5 “algemene leveringsvoorwaarden” laten vervallen en “wat de vergoeding daarvoor zal zijn” weer toe te voegen.

Gemeente Rucphen: Voorgesteld wordt om in dit artikel overal “algemene leveringsvoorwaarden” te laten vervallen en enkel te kiezen voor een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) i.p.v. algemene leveringsvoorwaarden. Gemeente Zundert: Wij stellen voor om in lid 1 en 2 'algemene leveringsvoorwaarden' te laten vervallen en wat de vergoeding daarvoor zal zijn weer toe te voegen. Reactie OMWB: De OMWB is verlengd lokaal bestuur. Het afsluiten van een dienstverleningsovereenkomst naar burgerlijk recht waarbij twee partijen afspraken met elkaar maken, is eigenlijk een vreemde constructie in de bestaande rechtsverhouding tussen OMWB en deelnemers. De DVO is ook geen volledige vrije overeenkomst. De OMWB wil immers met alle deelnemers dezelfde afspraken maken. Er vindt dus geen vrij onderhandelingsproces plaats over de inhoud van de DVO met een individuele deelnemer. In het algemeen bestuur wordt de tekst van de DVO vastgesteld, die vervolgens aan de deelnemers wordt voorgelegd ter tekening, zonder dat wijziging daarin mogelijk is. Dit heeft veel weg van algemene leveringsvoorwaarden die door het AB worden vastgesteld. We zien dat andere omgevingsdiensten al werken met algemene leveringsvoorwaarden.

Verder zijn wij het volledig eens met deze zienswijze dat eerst en evaluatie van de huidige DVO moet plaatsvinden. Daarna zal besloten worden wat het beste vervolg is, aanpassing, beëindiging of overgaan op een andere vorm. We hebben ervoor gekozen om beide vormen te noemen in de GR zodat er ruimte is om ook de vorm van algemene leveringsvoorwaarden te verkennen. Wij zijn van mening dat het geen kwaad kan om beide vormen te noemen en daarmee ruimte te creëren in het proces van evaluatie van de DVO. Wij nemen de zienswijze daarom niet over. Externe inlichtingenplicht (artikel 6.2 GR OMWB) Gemeente Etten-Leur: Het bepaalde ‘De inlichtingen worden niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang’ in de nieuwe artikelen 6.2, 6.3 en 6.4 is in strijd met de wet. Er kan gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden tot het opleggen van geheimhouding. Voorstel: deze bepaling te laten vervallen. Gemeente Halderberge: Lid 3 van artikel 6.2 is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Gemeente Moerdijk: Lid 3 van artikel 6.2 is naar onze mening in strijd met de wet.

De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Gemeente Roosendaal: Lid 3 van artikel 6.2 is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Gemeente Rucphen: Zoals het 3e lid nu luidt worden inlichtingen niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang. Dit lijkt in strijd met de Wet open overheid (Woo). Op grond van deze Wet moeten gevraagde inlichtingen moeten verstrekt (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Woo zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Gemeente Zundert: Lid 3 van dit artikel is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet), Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken.

Reactie OMWB: De weigeringsgrond wegens strijdigheid met het openbaar belang is reeds opgenomen in de huidige regeling. Met het huidige voorstel blijft dit ongewijzigd. De inlichtingenplicht van artikel 6.2 bevat twee onderdelen. Artikel 6.2, eerste lid, van de regeling ziet op het verstrekken van gevraagde inlichtingen door het lid aan de raad die het lid heeft aangewezen. Artikel 6.2, tweede lid, ziet op het verstrekken van de gevraagde inlichtingen door het bestuur. Het bestuur kan geheimhouding opleggen, een lid is echter niet eigenstandig in staat geheimhouding op te leggen. Indien de informatie niet vrijelijk kan worden verstrekt kan een lid niet zelfstandig besluiten om de informatie onder geheimhouding te overleggen. Daarom vinden wij de weigeringsgrond van strijdigheid met het openbaar belang nog steeds toepasselijk. Het is aan het lid van het bestuur om daar een nadere toelichting op te geven richting de raad die het lid heeft aangewezen. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regeling kan een stuk waarop een geheimhoudingsplicht rust slechts gedeeld worden met de deelnemers indien de deelnemers ook een geheimhoudingsplicht op het stuk leggen. Daarom passen wij de bepaling in de regeling wel aan om dit te verhelderen. Actieve externe informatieplicht (artikel 6.3 GR OMWB) Gemeente Halderberge: Lid 2 van artikel 6.3 is naar onze mening in strijd met de wet.

De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Gemeente Moerdijk: Lid 2 van artikel 6.3 is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Gemeente Roosendaal: Lid 2 van artikel 6.3 is naar onze mening in strijd met de wet. De gevraagde inlichtingen moeten verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken. Gemeente Rucphen: Zoals het 2e lid nu luidt worden inlichtingen niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang. Dit lijkt in strijd met de Wet open overheid (Woo). Op grond van deze Wet moeten gevraagde inlichtingen moeten verstrekt (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Woo zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken

Gemeente Zundert Wij verzoeken u om lid 2 te verwijderen. Reactie OMWB: Dit artikel gaat over de actieve inlichtingenplicht van het bestuur. Juridisch gezien kan lid 2 er inderdaad uit. Indien strijdigheid met het openbaar belang zich voordoet dienen de inlichtingen dus inderdaad onder geheimhouding verstrekt te worden. Artikel 6.4 Interne informatieplicht (artikel 6.4 GR OMWB) Gemeente Halderberge: Lid 3 van artikel 6.4 is naar onze mening in strijd met de wet. Er kan dan gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden tot het opleggen van geheimhouding. Gemeente Moerdijk: Lid 3 van artikel 6.4 is naar onze mening in strijd met de wet. Er kan dan gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden tot het opleggen van geheimhouding. Gemeente Roosendaal: Lid 3 van artikel 6.4 is naar onze mening in strijd met de wet. Er kan dan gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden tot het opleggen van geheimhouding. Gemeente Rucphen: Zoals het 3e lid nu luidt vindt kennisgeving of terinzagelegging van besluiten niet plaats indien dit strijdig is met het openbaar belang. Dit lijkt in strijd met de Wet open overheid (Woo). In dergelijke gevallen kan er ook gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden tot het opleggen van geheimhouding. Gemeente Zundert: Wij verzoeken u om lid 3 te verwijderen.

Reactie OMWB: Dit artikel gaat over de interne inlichtingenplicht van het bestuur. Juridisch gezien kan lid 2 er inderdaad uit. Indien strijdigheid met het openbaar belang zich voordoet dienen de inlichtingen dus inderdaad onder geheimhouding verstrekt te worden. Geheimhouding (artikel 6.5 GR OMWB) Gemeente Halderberge: Dit artikel is overbodig. De bepalingen over geheimhouding vloeien rechtstreeks voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wij verzoeken u dit artikel te schrappen Gemeente Moerdijk: Dit artikel is overbodig. De bepalingen over geheimhouding vloeien rechtstreeks voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wij verzoeken u dit artikel te schrappen.

Gemeente Roosendaal: Dit artikel is overbodig. De bepalingen over geheimhouding vloeien rechtstreeks voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wij verzoeken u dit artikel te schrappen. Gemeente Rucphen: Dit artikel is overbodig. De bepalingen over geheimhouding vloeien rechtstreeks voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gemeente Zundert: Wij verzoeken u om artikel 6.5 te verwijderen. Reactie OMWB Het klopt dat het artikel niet noodzakelijk is om op te nemen omdat de Wgr de bepalingen hieromtrent dwingend regelt. Het is echter wel wenselijk om een haakje te laten staan voor de leesbaarheid en bruikbaarheid van de wettelijke bepalingen. Anders zou nergens in de tekst van de regeling of de bijbehorende toelichting nog worden verwezen naar de wettelijke bepalingen omtrent geheimhouding. Daarom, als praktisch compromis, is deze tekst blijven staan. Wij willen dit graag behouden. Het indienen van een zienswijze over andere besluiten dan de begroting (artikel 7.1 GR OMWB) Gemeente Drimmelen: De OMWB wordt ex artikel 10 lid 5 en 6 van de Wgr gevraagd om in de regeling een bepaling op te nemen waarin de raden een zienswijze naar voren kunnen brengen over bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige bestuursbesluiten en bestuursbesluiten over meerjarenbeleidsplannen en tussentijdse wijzigingen hiervan.

Gemeente Etten-Leur: Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd. Gemeente Halderberge: Wij verzoeken u artikel 6.6. aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen. Dit nieuwe artikel luidt als volgt: "Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd" . Gemeente Heusden: Als zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van de OMWB dat in de gemeenschappelijke regeling moet worden opgenomen dat, voorafgaande aan een definitieve positieve resultaatbestemming, een zienswijzeprocedure voor gemeenteraden wordt gevolgd.

Gemeente Moerdijk: Wij verzoeken u artikel 6.6. aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen. Dit nieuwe artikel luidt als volgt: “Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd”. Gemeente Roosendaal: Wij verzoeken u artikel 6.6. aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen. Dit nieuwe artikel luidt als volgt: “Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd”. Gemeente Rucphen: Verzocht wordt om een artikel aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen.

Dit nieuwe artikel zou als volgt kunnen luiden: “Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten, zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm, worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd”. Gemeente Zundert: Wij verzoeken u artikel 6.6. aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen. Dit nieuwe artikel luidt als volgt: "Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd". Reactie OMWB: Door enkele (8) deelnemers is een zienswijze ingediend die betrekking heeft op het volgen van een zienswijzeprocedure op andere besluiten dan de begroting. De wijziging van de Wgr geeft de raden/Staten van de deelnemers een nieuwe bevoegdheid namelijk de mogelijkheid om te bepalen dat ook voor andere besluiten dan de begroting een zienswijze door de raden/Staten kan worden ingediend. Van deze mogelijkheid is in onze Ontwerpregeling geen gebruik gemaakt.

De motivatie daarvan is dat wij, als beleidsarme organisatie, geen bestuursbesluiten zien waarbij deze mogelijkheid aan de orde zou kunnen zijn. Voor de begroting en ingrijpende begrotingswijzigingen geldt al een zienswijze procedure. Wij zijn van mening dat er daarnaast geen andere besluiten zijn met een aanzienlijk financieel belang. Dit is nog minder geworden doordat de GR’en in de regio West- en Midden-Brabant gezamenlijk financiële uitgangspunten hebben geformuleerd. Deze uitgangspunten zijn overgenomen in de Financiële Verordening en zijn daarmee vastgesteld voor de OMWB.

In de Financiële verordening is omschreven hoe omgegaan wordt met een begrotingsoverschot en een begrotingstekort, hoe hoog de algemene reserve mag zijn en hoe omgegaan wordt met bestemmingsreserves. Daarmee zijn aan de OMWB-richtlijnen opgelegd waarnaar zij dient te handelen. In de GR is ook expliciet omschreven hoe omgegaan wordt met een begrotingsoverschot of-tekort. Het volgen van een zienswijzeprocedure over het bestemmen van het resultaat heeft naar onze mening daarom geen meerwaarde. Die besluitvorming is al sluitend omschreven. De MWBnorm vormt een onderdeel van de begroting en raden/Staten kunnen via die weg een zienswijze op een aanpassing van die norm indienen. De OMWB is een uitvoeringsorganisatie die beleidsarm is. Dit komt bv tot uitdrukking in het feit dat het Gemeenschappelijk uitvoeringskader een bevoegdheid is van de colleges en niet van het bestuur van de OMWB. Het volgen van een zienswijzeprocedure door de OMWB past dus niet in dit proces. Het is aan iedere deelnemer om de raad daarover te informeren op de wijze die per gemeente tussen college en raad gangbaar is. Ook maakt de OMWB om dezelfde reden geen meerjarenbeleidsplannen, waardoor ook deze besluiten niet opgenomen kunnen worden in de GR als een besluit waarvoor een zienswijzeprocedure zou kunnen gelden.

Omdat het wel noodzakelijk is om iets op te nemen in de regeling omtrent het bieden van een aanvullende mogelijkheid tot het geven van een zienswijze is artikel 1.4 toegevoegd. De locatie in hoofdstuk 1 lijkt ons beter te passen dan in hoofdstuk 6. Dit luidt als volgt: Artikel 1.4 Zienswijze Met inachtneming van artikel 10, vijfde lid, van de wet worden geen aanvullende besluiten aangewezen waarover de raden of Provinciale Staten in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Naast de hierboven genoemde besluiten betreft één zienswijze het opnemen van een algemene formulering van een type besluit dat voor zienswijze in aanmerking komt. Op voorhand zijn wij geen voorstander van het opnemen van een algemene termen als ‘aanzienlijk’ en ‘politiek gevoelig’. Dit kan immers leiden tot interpretatieverschillen en daarmee tot discussie tussen het bestuur van de OMWB en de raden. Buiten dat heeft de wetgever juist bedoeld hier concrete besluiten te benoemen, zodat vooraf helder en transparant is voor welk besluit een zienswijzeprocedure geldt. Gezien de argumenten hierboven brengt ons dit tot de conclusie dat de ingediende zienswijze niet leiden tot aanpassing van de Ontwerpregeling.

Verplichtingen deelnemers (art 7.4 eerste lid) Gemeente Breda: Aandachtspunt: Een dergelijke garantie zouden deelnemers alleen moeten geven mits het openbaar lichaam binnen de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders blijft. Deze voorwaarde is ook in andere gemeenschappelijke regelingen (GGD, Veiligheidsregio) zo opgenomen. Voorgesteld wordt om het lid als volgt aan te passen: De deelnemers zullen er steeds voor zorg dragen, dat de omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, mits het openbaar lichaam binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders blijft.

Reactie OMWB: Wij nemen deze aanpassing van de tekst niet over. De tekst is ongewijzigd ten opzichte van de huidige regeling. Uiteraard staan wij achter het uitgangspunt dat de dienst moet blijven binnen de kaders die het algemeen bestuur heeft vastgesteld. Toch kan het voorkomen dat de dienst niet binnen de kaders blijft, bv. door onvoorziene omstandigheden of omstandigheden waar de dienst geen invloed op heeft. Als dit de deelnemers zou ontslaan van het voldoen aan hun verplichtingen kan de dienst niet meer aan zijn eigen verplichtingen voldoen zoals betalen van huur of salarissen. Er zou dan een zeer ongewenste situatie ontstaan. P&C cyclus: Gemeente Etten-Leur: Voorstel: in de gemeenschappelijke regeling de volgende bepaling toe te voegen: Als in de Nota Verbonden Partijen van de wet afwijkende termijnen zijn opgenomen, zijn de termijnen van de Nota van toepassing.

Gemeente Geertruidenberg: De OMWB te verzoeken, conform de nota Verbonden Partijen, de datum van indienen van de ontwerpbegroting te stellen op 1 april, de datum voor het indienen van de Kaderbrief aan de deelnemende gemeenten te stellen op 1 februari en de datum voor het indienen van de ontwerpjaarrekening te stellen op 15 april, hetzij in de desbetreffende artikelen te verwijzen naar de datums genoemd in de nota Verbonden Partijen; Reactie OMWB: De Nota verbonden partijen wordt vastgesteld door de 16 gemeenten in West-Brabant. Naast deze gemeenten nemen nog 10 organisaties deel aan de OMWB. De Nota verbonden partijen is daarom niet (automatisch) van toepassing op de OMWB. Wij nemen daarom in onze GR geen bepalingen op die verwijzen naar de Nota verbonden partijen of termijnen die daarin worden afgesproken. Deze nota en de termijnen gelden immers niet voor de OMWB. Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften (artikel 10.1 GR OMWB) Gemeente Halderberge: Wij verzoeken u in lid 3 de tekst 'het bestuur van het openbaar lichaam' te wijzigen in `bevoegde bestuursorgaan'. Dit om misverstanden te voorkomen. Het is daarnaast niet duidelijk welke besluiten op grond van deze regeling de mogelijkheid openstaat een bezwaarschrift in te dienen. Graag in de toelichting dit nader duiden.

Gemeente Moerdijk: Wij verzoeken u in lid 3 de tekst ‘het bestuur van het openbaar lichaam’ te wijzigen in ‘bevoegde bestuursorgaan’. Gemeente Roosendaal De raad verzoekt u in lid 3 de tekst ‘het bestuur van het openbaar lichaam’ te wijzigen in ‘bevoegde bestuursorgaan’.

Gemeente Rucphen: In lid 3 van dit artikel wordt verwezen naar “het bestuur van een openbaar lichaam”. Het is niet duidelijk welk bestuur hiermee wordt bedoeld. Voorgesteld wordt om de tekst ‘het bestuur van het openbaar lichaam’ te wijzigen in ‘bevoegde bestuursorgaan’. Gemeente Zundert: Wij verzoeken u in lid 3 de tekst 'het bestuur van het openbaar lichaam' te wijzigen in 'bevoegde bestuursorgaan'. Reactie OMWB: Wij nemen de voorgestelde aanpassing van de tekst niet over. In de toelichting is opgenomen dat het orgaan van het bestuur dat het besluit heeft genomen ook de beslissing op bezwaar neemt. Het bestuur van een openbaar lichaam in de zin van de Wgr bestaat op grond van artikel 12, eerste lid, uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. De bepaling laat in het midden welk bestuur bevoegd gezag is in geval van interne geschillen of interne bezwaarschriften omdat dit kan verschillen per procedure. De voorgestelde term ‘bevoegde bestuursorgaan’ schept een nieuwe aanduiding. De tekst van de regeling sluit aan de bij de Wgr.

Interne klachten (artikel 10.2) Gemeente Halderberge: Wat is de toegevoegde waarde van het opnemen van dit artikel in de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht? Gaat het hier specifiek over gedragingen van het bestuur van het openbaar lichaam naar deelnemers? Graag een nadere duiding van dit artikel in de toelichting opnemen of artikel achterwege laten. Gemeente Moerdijk: Wat is de toegevoegde waarde van het opnemen van dit artikel in de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht? Gaat het hier specifiek over gedragingen van het bestuur van het openbaar lichaam naar deelnemers? Graag een nadere duiding van dit artikel in de toelichting opnemen of artikel achterwege laten. Gemeente Roosendaal: Wat is de toegevoegde waarde van het opnemen van dit artikel in de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht? Gaat het hier specifiek over gedragingen van het bestuur van het openbaar lichaam naar deelnemers? Graag een nadere duiding van dit artikel in de toelichting opnemen of artikel achterwege laten. Gemeente Rucphen: Het is niet duidelijk wat de toegevoegde waarde is van het opnemen van dit artikel in de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Gaat het hier specifiek over gedragingen van het bestuur van het openbaar lichaam naar deelnemers? Voorgesteld wordt om een nadere duiding van dit artikel in de toelichting opnemen of het artikel achterwege laten.

Gemeente Zundert: Wij stellen voor het artikel achterwege te laten of een nadere duiding te geven. Reactie OMWB: Het klopt dat het artikel niet noodzakelijk is om op te nemen omdat de Awb deze bepalingen ook bevat. Het is echter wel wenselijk om een haakje te laten staan voor de leesbaarheid en bruikbaarheid van de wettelijke bepalingen. Anders zou nergens in de tekst van de regeling of de toelichting nog worden verwezen naar de wettelijke bepalingen over klachten. Het is daarnaast ook wenselijk om het op te nemen om daarmee in de toelichting te verduidelijken dat klachten over het uitoefenen van gemandateerde bevoegdheden bij de mandaatgever dienen te plaats te vinden. Daarom, als praktisch compromis, is deze tekst blijven staan. Wij willen dit graag behouden. Evaluatie (artikel 11.1) Provincie Noord-Brabant: Wij verzoeken u om een termijn van minimaal 1 x per 4 jaar als frequentie op te nemen in het voorgesteld artikel 11.1 Evaluatie van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024. Waarbij het tijdstip van evaluatie moet aansluiten bij de zittingsperiode van de Volksvertegenwoordigers van de bij de GR aangesloten organen.

Gemeente Etten-Leur: Voorstel om de volgende bepaling op te nemen in artikel 10.1: De werkwijze en het functioneren van de OMWB vierjaarlijks te evalueren, tenzij een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten besluit af te zien van een evaluatie. Gemeente Halderberge: Wij stellen voor lid 1 als volgt te wijzigen: Het algemeen bestuur bepaalt eenmaal per 4 jaar of een verslag wordt opgesteld: a. over••• b.• . De voorgestelde wijziging verplicht het algemeen bestuur eenmaal per vier jaar expliciet een besluit te nemen over het opstellen van een evaluatieverslag. Het opstellen van een verslag is daarmee niet verplicht. Gemeente Moerdijk: Wij stellen voor lid 1 als volgt te wijzigen: Het algemeen bestuur bepaalt eenmaal per 4 jaar of een verslag wordt opgesteld: a. over…. b. …. Gemeente Roosendaal: De raad stelt voor om ten aanzien van de evaluatie van de regeling op te nemen structureel eenmaal per vier jaar de werkwijze en het functioneren van de [GR] te evalueren. Indien er tussentijds behoefte is aan een evaluatie kan de voorgestelde bepaling worden gevolgd.

Gemeente Rucphen: Zoals het artikel nu luidt wordt enkel een evaluatieverslag opgesteld als het algemeen bestuur van de OMWB hierom verzoekt. Dit is te vrijblijvend. Voorgesteld wordt om lid 1 als volgt te wijzigen: -Het algemeen bestuur bepaalt eenmaal per 4 jaar of een verslag wordt opgesteld: a. over…. b. …. Gemeente Zundert: Wij stellen voor lid 1 als volgt te wijzigen "Het algemeen bestuur bepaalt eenmaal per vier jaar of een verslag wordt opgesteld: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers". Reactie OMWB: Een evaluatie is een tijdrovend proces als het gaat om het functioneren van de dienst. Wij zijn daarom van mening dat een evaluatie alleen moet worden uitgevoerd als daar echt behoefte aan is. Vier jaar lijkt lang maar is toch eigenlijk best snel als het gaat om de werkwijze én het functioneren van een dienst als de OMWB. Daarbij komt dat de dienst gedurende de jaren heen al op meerdere manieren geëvalueerd wordt. Denk daarbij aan de jaarlijkse accountantscontrole, de jaarlijkse evaluatie over de collectieve taken, we hanteren (en zijn verder aan het uitbouwen) een kwaliteitsmanagementsysteem, de kwaliteitscriteria, de visitatiecommissie vanuit ODNL die om de 4 jaar herhaald wordt.

We willen voorkomen dat er een overload aan evaluaties op de dienst afkomt. Daarom stellen wij voor de evaluatie te koppelen aan de rapportage van de visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL. Deze rapportage is in feite al een evaluatie of kan een goede aanzet daarvoor zijn. Indien nodig kan het AB besluiten een aanvullende evaluatie (op bijvoorbeeld een specifiek onderdeel) te laten uitvoeren. Daarmee kan de evaluatie qua tijdsbesteding beperkt blijven. We verwachten hiermee tegemoet te komen aan de wens van de raden/Staten door hun gestructureerd inzicht te geven in het functioneren van de dienst en tegelijk de dienst niet onnodig te belasten.

C. Overige of tekstuele opmerkingen Provincie Noord-Brabant: PS willen graag zien dat de OMWB proactief en transparant tenminste alle documenten van de bestuursvergaderingen voor het publiek laagdrempelig en toegankelijk maakt. Reactie OMWB: Dit verzoek sluit grotendeels aan op de toekomstige inwerkingtreding van artikel 3.3, tweede lid onder c en d van de Woo. De OMWB zal in de tussenliggende tijd op de volgende wijze tegemoet komen aan de wens van PS. Tot nu toe werden inderdaad alleen de agenda’s van de AB vergaderingen gepubliceerd waarbij de bijbehorende agendastukken opvraagbaar waren. Wij zullen in 2024 overgaan tot het proactief publiceren van de vergaderstukken en verslagen van de AB

vergaderingen. Deze publicatie geldt niet voor de DB-vergaderingen aangezien deze niet openbaar zijn. Voor de DB-vergaderingen geldt dat alleen de agenda’s en besluitenlijsten op grond van de Woo op enig moment actief openbaar gemaakt moeten worden. De OMWB zal uiteraard aan deze verplichting gaan voldoen. Ambtshalve aanpassingen: • In artikel 8.1, tweede lid, is opgenomen dat de archivaris, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, belast is met het toelicht van het beheer. Dit volgt uit Archiefwet. De toelichting is hier nader op aangepast. De archivaris is belast met het toezicht op het beheer. • Artikel 8.4 is gewijzigd door in het tweede lid, onder a, te verhelderen het verslag van de archivaris in ieder geval betrekking moet hebben op het beheer, als bedoeld in artikel 8.3, eerste lid. Tekstuele aanpassingen: • In de aanhef van de regeling is het woord “omgevingsdienst” weggevallen. • In artikel 1.1 is een definitiebepaling voor SGO opgenomen. • In artikel 3.5, tweede lid: ‘vertegenwoordigt’ in plaats van ‘vertegenwoordigd’ • In artikel 3.6, tweede lid, onder d is ‘van de wet’ na artikel 25 toegevoegd. • In artikel 5.1 is “Wgr” vervangen door “wet”.

• In artikel 5.3, vijfde lid: ‘bedoeld’ in plaats van ‘bedoelt’ • In artikel 6.1 is “de raad of Provinciale Staten” vervangen door “de raad en Provinciale Staten” en “college of Gedeputeerde Staten” door “college en Gedeputeerde Staten”. • In artikel 6.4, tweede en derde lid: ‘terinzagelegging’ in plaats van ‘ter inzagelegging’. • Artikel 7.5: artikel herschreven. • Artikel 9.1, eerste lid aangepast aangezien een gemeente niet kan deelnemen aan een gr. Het is het bestuursorgaan dat aan de gr deelneemt (zie ECLI:NL:RVS:2010:BL9633, Gst. 2010/53). • In artikel 10.2 van de GR wordt verwezen naar artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit moet artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn (: i.p.v. .). • In de toelichting op het artikel van de evaluatie wordt gesproken over ‘reglement’ waar regeling (gemeenschappelijke regeling) wordt bedoeld.

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024 Regeling van Gedeputeerde Staten en de colleges van de gemeenten in de regio Midden- en West-Brabant van …..(datum in te vullen bij publicatie), houdende de instelling van een openbaar lichaam ten behoeve van de uitvoering van taken op het gebied van het omgevingsrecht en de regeling van haar werkwijze (Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam, Burgemeester en wethouders van de gemeente Altena, Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau, Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, Burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, Burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, Burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen, Burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur, Burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg, Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen, Burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, Burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge, Burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden, Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek, Burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand, Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, Burgemeester en wethouders

van de gemeente Oisterwijk, Burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, Burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, Burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen, Burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen, Burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, Burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk, Burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht, Burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft; Gelet op artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Gezien de toestemming van Provinciale Staten van Noord-Brabant en de raden van de gemeenten

Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Woensdrecht en Zundert

Overwegende dat er in de provincie Noord-Brabant omgevingsdiensten zijn ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken op een efficiënte en doelmatige wijze uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren

1

aan het realiseren en borgen van de kwaliteit en veiligheid van de fysieke werk- en leefomgeving van de verschillende regio’s in de provincie Noord-Brabant; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: boekjaar: boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar; colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; deelnemers: aan deze regeling deelnemende gemeenten en de provincie Noord-Brabant; Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant; Landelijk basistakenpakket: verplichte Landelijke Basistakenpakket, als opgenomen in artikel 13.12 Omgevingsbesluit juncto bijlage VI van het Omgevingsbesluit; omgevingsdienst: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; Provinciale Staten: Provinciale Staten van Noord-Brabant; raden: gemeenteraden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; SGO: Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties; werkgebied: totale grondgebied van de deelnemers, alsmede het daarmee overeenkomende grondgebied van de provincie Noord-Brabant; wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 1.2 Openbaar lichaam 1.

2.

Er is een openbaar lichaam dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Het openbaar lichaam is gevestigd te Tilburg.

Artikel 1.3 Participatie 1.

2.

Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden of Provinciale Staten van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen.

Artikel 1.4 Zienswijze Met inachtneming van artikel 10, vijfde lid, van de wet worden geen aanvullende besluiten aangewezen waarover de raden of Provinciale Staten in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze naar voren te brengen.

Paragraaf 2 Taken Artikel 2.1 Basistaken 1. 2.

De omgevingsdienst is belast met het ten behoeve van de deelnemers uitvoeren van het Landelijk Basistakenpakket met inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid. Onder de taken, bedoeld in het eerste lid, behoort ook het vervullen van:

2

a.

adviserende taken op het terrein van de vergunningverlening, toezicht en handhaving ten behoeve van de deelnemers; b. coördinerende taken voor de deelnemers tezamen; en c. afstemmende taken voor de deelnemers tezamen. Artikel 2.2 Verzoektaken Onverminderd artikel 2.1 kan de omgevingsdienst, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de basistaken, op verzoek van een of meer van de deelnemers de volgende andere taken uitvoeren: a.

verzoektaken met betrekking tot andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden inzake vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de fysieke leefomgeving; of b. andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving. Artikel 2.3 werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen Onverminderd de taken, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2, kan de omgevingsdienst op verzoek van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, indien dit geen verstoring veroorzaakt, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden voor die rechtspersoon verrichten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Artikel 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomsten

1.

2.

Het algemeen bestuur stelt algemene leveringsvoorwaarden vast, of geeft het dagelijks bestuur opdracht tot het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst met elk van de deelnemers afzonderlijk, met betrekking tot de uitvoering van de taken, genoemd in de artikelen 2.1 en 2.2. In de algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in eerste lid, wordt in ieder geval vastgelegd: a. welke producten en diensten de omgevingsdienst aan de deelnemers zal leveren; en b. de afwikkeling van de financiële gevolgen, alsmede compensatie voor de overige rechten en verplichtingen bij beëindiging van de in artikel 2.2. genoemde taken.

Paragraaf 3 Algemeen bestuur Artikel 3.1 Samenstelling en aanwijzing 1. 2.

De colleges en Gedeputeerde Staten wijzen ieder uit hun midden een lid aan en wijzen een plaatsvervangend lid aan. Een plaatsvervangend lid vervangt het aangewezen lid bij: a. ontstentenis; of b. ontslag.

Artikel 3.2 Incompatibiliteit Onverminderd artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een der deelnemers, dan wel door of vanwege het bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. Artikel 3.3 Einde lidmaatschap 1.

Onverminderd artikel 13, tweede lid, van de wet, eindigt het lidmaatschap van een lid van het algemeen bestuur van rechtswege indien:

3

2.

a. het college dat hem heeft aangewezen of Gedeputeerde Staten een nieuw lid aanwijst; of b. het college dat hem heeft aangewezen of Gedeputeerde Staten schriftelijk het ontslag verleent indien: 1°. hij daar om verzoekt; 2°. hij het vertrouwen niet meer bezit van Gedeputeerde Staten of het college uit wiens midden men is aangewezen. Indien tussentijds de plaats van een lid of een plaatsvervangend lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college of Gedeputeerde Staten zo spoedig mogelijk een nieuw lid of een plaatsvervangend lid aan.

Artikel 3.4 Vergaderingen 1.

2.

3.

4.

Onverminderd artikel 22, tweede lid, van de wet, juncto artikel 17 van de Provinciewet, kunnen meer vergaderingen worden ingelast, indien een of meer leden van het dagelijks bestuur moeten worden benoemd. Van een vergadering met gesloten deuren als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de wet, wordt een afzonderlijk verslag gemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. In een vergadering met gesloten deuren als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de wet, wordt niet beraadslaagd of besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; b. de vaststelling van het liquidatieplan; c. het benoemen of ontslaan van een lid van het dagelijks bestuur; d. de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen de omgevingsdienst en andere openbare lichamen; e. het toetreden tot of het uittreden uit een regeling, bedoeld onder d; f. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties of verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. Het algemeen bestuur kan zich in de vergaderingen laten bijstaan door deskundigen.

Artikel 3.5 Besluitvorming

1. 2.

3.

Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering een stem. De volgende besluiten worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid, waarbij de meerderheid van stemmen tevens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigt welke de omgevingsdienst in het voorgaande jaar heeft gegenereerd: a. het vaststellen van de begroting; b. de wijziging van de begroting; en c. het vaststellen van de jaarrekening. De omzet, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald op basis van de basistaken en verzoektaken als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2.

Artikel 3.6 Taken en bevoegdheden 1.

Onverminderd de wet, heeft het algemeen bestuur de volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen van beleidsregels waarmee de andere organen van de omgevingsdienst rekening houden bij de uitoefening van hun bevoegdheden; b. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 25 van de wet; c. het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dat in het bijzonder aangewezen is voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang; en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1680/documents/43505