CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5a-Bijlage_1_QS_Roemer_Visscherlaan_te_Roosendaal_compressed.pdf

Gemeenteraad 6 februari 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5a: Afgifte ontwerpverklaring van geen bedenkingen Valeriuslaan 4912.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan > ga LS) w De z

< DN w

Roemer Visscherlaan te Roosendaal

[14

le le} a a —

wi (7) wi

o a

le}

ed

Effecten

op

beschermde soorten en

gebieden, houtopstanden

7] DS

< < [14 [7

« [] ge wi

> z

le} z

« De LS)

« LL

ge

le} le) > a

OPGESTELD FACTA NON

VOOR: VERBA

OPGESTELD STANTEC BV

DOOR:

—

w (7) wi

o a

le}

8-12-2023 REFFRENT

IE:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

BRAAT

3 Stantec Quickscan Roemer Visscherlaan te Roosendaal Effecten op beschermde

gebieden, soorten

en

houtopstanden

In

opdracht van:

Facta Non

Verba Braat B.V.

Opgesteld door:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Projectnummer:

(geanonimiseerd) Documentnaam:

(geanonimiseerd) Datum: 8 december

Versie

Vrijgegeven

door

|

QS

Roemer

Visscherlaan

te Roosendaal

(geanonimiseerd) |

(geanonimiseerd) |

|

Paraaf

Datum

(geanonimise rd)

Bezoekadres

KVK

Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT

BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018

www.stantec.com/nl Het

is niet toegestaan de inhoud en/of

Haaglanden

2023

vorm

van

8 december 2023

27 18 43 23

door Stantec

opgestelde rapportages

en

aan

VCA**

gecertificeerd

te passen

Inhoudsopgave 1. 0 Samenvatting

1

2. 0 Inleiding 2. 1 Aanleiding 2. 2 Locatie 2. 3 Omschrijving plangebied 2. 4 Activiteiten 2. 5 Wettelijk kader 2. 6 Doel

3 3 3 4

3. 0 Methode 3. 1 Beschermde gebieden 3. 2 Beschermde soorten 3. 3 Beschermde houtopstanden 3. 4 Betrouwbaarheid 3. 5 Geldigheid

6 6 6

4. 0 Resultaten 4. 1 Beschermde gebieden 4. 2 Beschermde soorten 4. 3 Invasieve exoten 4. 4 Beschermde houtopstanden

9 9 11 19 20

5. 0 Conclusie 5. 1 Beschermde gebieden 5. 2 Beschermde soorten 5. 3 Invasieve exoten 5. 4 Beschermde houtopstanden

21 21 21 24 24

Bijlagen

25

Bijlage 1: Wet- en regelgeving Bijlage 2: Handreiking beheer en onderhoud

5 5 5

7 7

8

1. 0

SAMENVATTING

Binnen het plangebied is biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels en vleermuizen. In onderstaande tabel is per soortgroep aangegeven of er nader onderzoek nodig is en mogelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming of dat men volstaat met het werken middels een ecologisch werkprotocol. In paragraaf 3. 2 en verder wordt nader ingegaan op de resultaten per soortgroep. ,

Tabel 1: Conclusies en aanbevelingen over beschermde soorten (Wet natuurbescherming). Soortgroep

Beschermde soorten/functies?

Nader onderzoek?

Ontheffing Wnb nodig?

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Algemene Broedvogels

Ja , er is broedbiotoop aanwezig voor algemene broedvogels

Nee

Nee , indien maatregelen worden genomen om vernietiging van nesten en verstoring van broedende vogels te voorkomen.

Ja

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Nee

Nee

Nee

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Ja , het plangebied vormt leefgebied voor door de provincie vrijgestelde soorten als egel en algemene muizensoorten

Nee

Nee , indien er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1. 11). Het betreft namelijk leefgebied voor door provincie algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening.

Ja

Vleermuizen foerageergebied

Ja

Nee

Nee , mits tijdelijke verstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven.

Ja

,

er

treedt

geen

ruimtebeslag op

Ecologisch werkprotocol nodig? Nee

Soortgroep

Beschermde soorten/functies?

Nader onderzoek?

Ontheffing Wnb nodig?

Vleermuizen vliegroutes

Ja

Nee

Nee , mits tijdelijke verstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven.

,

er

treedt

geen

ruimtebeslag op

Ecologisch werkprotocol nodig? Ja

Vleermuizen verblijfplaatsen

Ja

Ja , naar gebouwbewonen de soorten

Mogelijk

Ja

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Nee

Amfibieën

Ja , het plangebied omvat leefgebied voor door provincie vrijgestelde soorten als de bruine kikker gewone pad en middelste groene kikker.

Nee

Nee , indien er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1. 11). Het betreft namelijk leefgebied voor door provincie algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening.

Ja

Vissen

Nee

Nee

Nee

Nee

Ongewervelden

Nee

Nee

Nee

Nee

Invasieve exoten

Nee

Nee

Nee

Nee

,

2. 0

INLEIDING

2. 1

AANLEIDING

Facta Non Verba Braat B. V. is voornemens het huidige appartementencomplex uit te breiden met een extra woonlaag. In deze extra woonlaag zullen vijf appartementen en een studio worden gerealiseerd. In het kader van de beoogde herontwikkeling is een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Een QuickScan Wet Natuurbescherming beoordeeld een plangebied op aanwezige natuurwaarden alsook het effect van de herontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Naast de directe effecten wordt ook gekeken naar indirecte effecten van de activiteit op gebieden die aangewezen zijn als Natura 2000 en/of Natuurnetwerk Nederland en beschermde soorten.

2. 2

LOCATIE

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van gemeente Roosendaal provincie Noord-Brabant. Het plangebied omvat Valeriuslaan 39 t/m 51 Roemer Visscherlaan 33 en 35 en Dorlandweg 22 t/m 26. In noordelijke richting grenst het plangebied aan de bebouwing van Roemer Visscherlaan 31. In de overige richtingen wordt het plangebied begrensd door parkeerplaatsen en verharding op het perceel en aan de openbare wegen van de Valeriuslaan Roemer Visscherlaan en Dorlandweg. In onderstaande figuur (figuur 1) is de ligging van het plangebied weergegeven. ,

,

,

Figuur 1: Globale ligging plangebied (rood omlijnd).

2.3

OMSCHRIJVING

PLANGEBIED

Het

projectgebied is voor bijna 100% bebouwd dan wel bestraat. Een klein deel is ingericht als tuin/border met planten als Rode kornoelje (Cornus sanguinea), klimop (Hedera helix), prunus spec. (waarschijnlijk Prunus nigra) en overige cultivars als siergrassen en pachysandra. De bebouwing bestaat uit laagbouw voorzien van een plat dak. De dakbekleding bestaat uit dakleer/EPDM. Het gebouw is voorzien van open stootvoegen. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrenst door de Valeriuslaan, aan de oostzijde door de Dorlandweg en de westzijde door de Roemer Visscherlaan. Aan de noordzijde grenst het plangebied direct aan andere bebouwing. Direct aangrenzend aan het plangebied (zuidzijde) is een brede watergang aanwezig voorzien van een flauwe oever en vispassages, het Kletterwater. Aan de noordzijde van het kletterwater is een bomenlaan aanwezig. Aan de oostzijde van het plangebied, buiten de begrenzing, is een grote treurwilg aanwezig en een border/openbaar groen met laag struweel en bodembedekkers. In onderstaande figuur (figuur 2) is een impressie van het plangebied weergegeven.

A

Figuur 2: Impressie van

het plangebied, foto’s door

B

_

(geanonimiseerd) 2202

2. 4

ACTIVITEITEN

De door Facta Non Verba Braat B. V. uit te voeren activiteiten betreffen het realiseren en extra woonlaag op bestaande appartementen. Hierbij worden sloop- en bouwwerkzaamheden verwacht. Daarnaast worden renovatiewerkzaamheden daar waar nodig verwacht zoals het vervangen van gevelbeplating en regenafvoeren. ,

2. 5

,

,

WETTELIJK KADER

Bij een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden effect hebben op beschermde natuurwaarden. Het volgende wettelijk kader is gehanteerd: • Wet natuurbescherming (Wnb) onderdelen beschermde soorten beschermde gebieden en beschermde houtopstanden; • Provinciaal beleid beschermde gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). ,

,

Dit wettelijk kader is van toepassing bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het wettelijk kader is nader uitgeschreven in bijlage 1. Ter aanvulling op beschermde gebieden soorten en houtopstanden is tijdens het oriënterend veldbezoek ook gelet op aanwezigheid van invasieve exoten welke vermeld zijn in de Europese Verordening 1143/2014 (Exotenverordening). Deze verordening omvat een lijst met soorten die in Europa dusdanige negatieve effecten hebben op o. a. de economisch en ecologisch vlak dat voor deze soorten de plicht geldt om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen of zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. De provincies zijn verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die op de Unielijst zijn geplaatst. In de praktijk zijn echter grondeigenaren zelf verantwoordelijk voor het (op een juiste manier) verwijderen dan wel beheren van invasieve exoten. ,

,

2. 6

DOEL

Het doel van de quickscan is toetsing van de voorgenomen ingrepen aan het wettelijk kader ten aanzien van natuur zoals hierboven aangegeven. Voorliggende rapportage betreft een quickscan ecologie waarmee middels een bureaustudie en biotoopverkenning een goede eerste indruk over de natuurwaarden in het plangebied wordt verkregen. Er wordt duidelijkheid gegeven over eventuele vervolgstappen: is er aanvullend veldonderzoek nodig? En is het nodig om een ontheffing of vergunning aan te vragen? Indien mogelijk wordt aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen of te verzachten (mitigerende maatregelen).

3.0

METHODE

In onderstaand

hoofdstuk

worden de

gebieden

en

3.1

BESCHERMDE

Er

beschermde soorten

is

gekeken natuurgebieden meegenomen

(NNN) Voor

de

en

de

naar

de

effecten

van

omvatten:

quickscan natuurgebieden van de provincie is

gekeken

de

van

invloedsfeer

in deze

effectbepaling

methoden

voor

het onderzoek

naar

beschermde

werkzaamheden

op

beschermde

GEBIEDEN

mogelijke

binnen

gehanteerde

beschreven.

het

Natura

voorgenomen

plangebied. Beschermde gebieden die zijn 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland

Noord-Brabant.

ruimtebeslag op beschermde gebieden en, indien relevant, mogelijke zijn bijvoorbeeld verstoring door geluid, licht, trillingen en optische verstoring. Voor Natura 2000-gebied is ook aangegeven of er vervolgstappen nodig zijn ten aanzien van stikstofdepositie. Voor alle natuurgebieden is onderzocht of de werkzaamheden externe werking kennen. Dat wil zeggen dat de bescherming van het gebied ook bij activiteiten rondom het natuurgebied geldt. Dit is aan de orde voor de Natura 2000-gebieden. naar

indirecte effecten. Indirecte effecten

Op basis van de effectbepaling is aangegeven welke vervolgstappen dienen te worden genomen. Hierbij kan gedacht worden aan het uitvoeren van nader onderzoek, het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming of het doorlopen van de ‘nee, tenzij-procedure’ voor NNN-gebied.

3.2

BESCHERMDE

SOORTEN

Bureaustudie Er is een

inventarisatie

verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora opgenomen natuurbescherming. Voor de bureaustudie zijn de verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij zijn gegevens van de afgelopen 5 jaar in (de omgeving van) het plangebied geraadpleegd. Als zoekgebied is een afstand van tenminste 1 kilometer tot het plangebied gehanteerd. en

fauna,

Ten

aanzien

gedaan

naar

zoals

in

de

Wet

vogels zijn in de bureaustudie alleen soorten met een jaarrond Voor algemene broedvogels geldt de algemene verbodsbepaling verstoord of vernietigd als het nest in gebruik is.

van

meegenomen. mogen worden

bestaande

beschermd

nest

dat

niet

nesten

Oriënterend veldbezoek Het oriënterend

veldbezoek

quickscan ecologie kan het hele jaar door worden uitgevoerd omdat het in eerste instantie gaat om een verkenning van geschikte biotopen voor beschermde soorten in het plangebied. Ecologen (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) van Stantec b.v. hebben op 24 MN MN november 2023 het plangebied bezocht. Tijdens het veldbezoek is middels een visuele inspectie gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en (sporen van) beschermde dieren in (de directe omgeving van) het plangebied. van

een

Tijdens de inspectie is ook een biotoopbeoordeling uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar de aanwezigheid van geschikte biotopen en essentiële landschappelijke functies voor beschermde soorten.

Effectbepaling beschermde soorten Op basis van de gegevens uit de bureaustudie en het oriënterende veldbezoek heeft een beoordeling plaatsgevonden van de effecten van de voorgenomen ingreep op de beschermde natuurwaarden in (de omgeving van) het plangebied. Vervolgstappen Op basis van de effectbepaling zijn de vervolgstappen vastgesteld. Hierbij is per soortgroep aangegeven of nader/ aanvullend onderzoek nodig is. Indien een soort aanwezig is binnen het plangebied en er sprake is van negatieve effecten is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Indien mogelijk wordt aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen of te verzachten (mitigerende maatregelen). ,

,

3. 3

BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN

Er is gekeken naar mogelijke raakvlakken van de voorgenomen werkzaamheden met houtopstanden. Hierbij is in eerste instantie getoetst of omwille van de ruimtelijke ontwikkeling houtopstanden gerooid of geveld dienen te worden. Indien er sprake is van het verwijderen van houtopstanden is nagegaan of de betreffende houtopstanden vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden. Er is aangegeven of en welke vervolgstappen er nodig zijn voor het uitvoeren van de werkzaamheden in relatie tot dit beschermingsregime. ,

,

,

3. 4

BETROUWBAARHEID

Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens het vigerende beleid wet- en regelgeving ten aanzien van natuur alsook de de richtlijnen en methoden op het gebied van ecologisch onderzoek. ,

,

Bij het bureauonderzoek wordt informatie gebruikt uit op dat moment voorhanden zijnde en beschikbare bronnen. Wij attenderen u erop dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd door het niet voorhanden dan wel opvraagbaar zijn. Hierdoor kan informatie ontbreken. ,

,

,

Het veldonderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de plangebied en de directe omgeving daarvan voor beschermde soorten alsook en het al dan niet voorkomen van soorten. Het biedt geen volledige garantie aangaande de aanwezigheid dan wel afwezigheid van soorten. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. ,

,

3. 5

GELDIGHEID

Een quickscan Wet natuurbescherming is over het algemeen geldig voor een periode van 3 jaar tenzij in deze periode de: • ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of • Wet natuurbescherming dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. ,

,

,

,

Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming opnieuw te toetsen.

,

4. 0

RESULTATEN

4. 1

BESCHERMDE GEBIEDEN

In figuur 3 is de ligging van beschermde gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 3: De ligging van beschermde natuurgebieden in de omgeving van het plangebied.

4. 1. 1

Natura 2000-gebieden

Binnen een straal van 25 kilometer liggen elf Natura-2000 gebieden (zie tabel 2). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied Brabantse Wal op een afstand van 70 km ten zuidwesten van het plangebied. ,

Tabel 2: Natura-2000 gebieden binnen een straal van 25km van het plangebied. Naam Natura-2000 gebied Brabantse Wal Markiezaat Zoommeer Oosterschelde Westerschelde & Saeftinghe Krammer-Volkerak Haringvliet

Afstand tot plangebied (in kilometer) 70 131 145 173 216 162 208 ,

, , , , , ,

Stikstof gevoelige typen of soorten aanwezig Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Naam Natura-2000 gebied

Afstand tot plangebied (in kilometer) 177 247 240 237

Hollands Diep Biesbosch Oudeland van Strijen Ulvenhoutse Bos

, , , ,

Stikstof gevoelige typen of soorten aanwezig Ja Ja Nee Ja

Ruimtebeslag De werkzaamheden binnen de scope leiden niet tot ruimtebeslag op het Natura 2000-netwerk. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Brabantse Wal ligt op een afstand van 70 km ten zuidwesten van het plangebied. Directe negatieve effecten als gevolg van oppervlakteverlies zijn daarmee uitgesloten. ,

Verstoring Als gevolg van de afstand tot het Natura 2000-netwerk kunnen indirecte negatieve effecten als gevolg van storingsfactoren zoals geluid en licht worden uitgesloten.

Stikstofdepositie Realisatiefase Vanuit wetgeving wordt geacht de invloed van stikdepositie door de uit te voeren werkzaamheden tijdens de realisatiefase uit te sluiten middels een AERIUS-berekening. Een AERIUS-berekening is niet nodig wanneer de werkzaamdeden vallen onder de voorwaarden zoals weergegeven in bijlage 2. Voorliggend project valt niet onder dergelijke werkzaamheden. Een AERIUS-berekening is daardoor noodzakelijk. ,

Gebruiksfase Voorliggend project zal naar verwachting in de gebruiksfase leiden tot een toename in stikstofemissie ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt door de verandering van de bestemming van het plangebied. Door de extra verdieping komt er een toename in woningen met als gevolg een toename van emissie door toegenomen verkeer. Gezien het beleid dat nieuwe gebouwen niet aangesloten zijn op het gasnetwerk zal een toename van emissie door gasverbruik niet toenemen. Geadviseerd wordt om ondanks de verwachting dat er geen stijging van stikstofuitstoot op treedt in de gebruiksfase toch een AERIUS-berekening uit te voeren aangezien vanuit wetgeving dit uitgesloten dient te worden middels een AERIUS-berekening voor de gebruiksfase. ,

,

,

,

,

4. 1. 2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Op een afstand van circa 35 meter ten zuiden van het projectgebied bevinden zich terreinen die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het betreft bestaande natuur met Beek en Bron (N03. 01) als beheertype. De geplande activiteiten leiden niet tot ruimtebeslag op het NNN. Gezien de aard van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten als gevolg van verstoring worden uitgesloten. Er is geen sprake van een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Er is geen nadere NNN-toetsing benodigd.

4. 2

BESCHERMDE SOORTEN

In deze paragraaf wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde soorten er op basis van de bureaustudie en het oriënterend veldbezoek in (de directe omgeving van) het plangebied worden verwacht. Vervolgens wordt per soortgroep ingegaan op mogelijke effecten die door de werkzaamheden op kunnen treden. Tot slot wordt per soortgroep aangegeven welke vervolgstappen er nodig zijn (zoals maatregelen nader onderzoek of aanvraag ontheffing). ,

4. 2. 1

Vaatplanten

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn beschermde vaatplanten waargenomen in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de beschermde plantensoorten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving (tot een afstand van 1500m) van het plangebied bekend zijn. Tabel 3: Beschermde vaatplanten die de afgelopen 5 jaar in de omgeving van het plangebied (tot een afstand van ca. 1500m) zijn waargenomen. Bron: NDFF , november 2023. Nederlandse naam

Wetenschappelijke

Wet Algemene vrijstelling bij Natuurbescherming ruimtelijke ingrepen Korensla Arnoseris minima A Nee van Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb): H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag Bonn of Bern (artikel 3. 5 Wnb) A = andere soorten volgens Wnb (artikel 3. 10 Wnb) A-V = beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen vanuit provincie Noord-Brabant naam

,

,

Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten vaatplanten aangetroffen enkel cultivares welke aangeplant wwaren in de groenstroken en tuinen. Gezien de ligging en het gebruik van het plangebied is het niet aannemelijk dat beschermde vaatplanten voorkomen binnen het plangebied. ,

Effectbespreking en vervolgstappen De biotoop is niet geschikt voor beschermde soorten deze zijn dus ook niet aangetroffen. Op basis van verspreiding worden ook geen beschermde soorten verwacht. Negatieve effecten op deze soortgroep kunnen worden uitgesloten. Voor deze soortgroep zijn geen vervolgstappen benodigd. ,

4. 2. 2

Vogels

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn beschermde vogels waargenomen in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de beschermde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend zijn. Algemene broedvogels zijn in deze tabel niet meegenomen aangezien de nesten van algemene broedvogels alleen beschermd zijn gedurende de broedperiode.

Tabel 4: Beschermde vogels met een jaarrond beschermd nest die de afgelopen 5 jaar in de omgeving van het plangebied (tot een afstand van ca. 1500m) zijn waargenomen. Bron: NDFF , november 2023. Nederlandse naam

Jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 4 Wetenschappelijke naam Categorie nest

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Wet Natuurbescherming Boomvalk Falco subbuteo 4 V Buizerd Buteo buteo 4 V Gierzwaluw Apus apus 2 V Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea 3 V Havik Accipiter gentilis 4 V Huismus Passer domesticus 2 V Ooievaar Ciconia ciconia 3 V Slechtvalk Falco peregrinus 3 V Sperwer Accipiter nisus 4 V Steenuil Athene vidalii 1 V Wespendief Pernis apivorus 4 V Niet jaarrond beschermd mits ecologisch zwaarwegend belang (categorie 5) Categorie nest

Wet Natuurbescherming V V V V V V V V V V V V V V V V V V V V V V V V

Blauwe reiger Ardea cinerea 5 Boerenzwaluw Hirundo rustica 5 Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca 5 Boomklever Sitta europaea 5 Boomkruiper Certhia brachydactyla 5 Bosuil Strix aluco 5 Draaihals Jynx torquilla 5 Ekster Pica pica 5 Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus 5 Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata 5 Groene specht Picus viridis 5 Grote bonte specht Dendrocopos major 5 Hop Upupa epops 5 Huiszwaluw Delichon urbicum 5 IJsvogel Alcedo atthis 5 Kleine bonte specht Dryobates minor 5 Koolmees Parus major 5 Pimpelmees Cyanistes caeruleus 5 Spreeuw Sturnus vulgaris 5 Torenvalk Falco tinnunculus 5 Zwarte kraai Corvus corone 5 Zwarte mees Periparus ater 5 Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros 5 Zwarte specht Dryocopus martius 5 Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb): V = vogels (artikel 3. 1 Wnb) Legenda categorie nest vanuit provincie Noord-Brabant Categorie 1. Nesten die behalve gedurende het broedseizoen als nest buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust-en verblijfplaats. Categorie 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 3.

Nesten van vogels zijnde geen koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. ,

,

,

,

,

Categorie 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om als de broedplaats verloren is gegaan zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is is een omgevingscheck benodigd. ,

,

,

,

Resultaten veldbezoek Vogels met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Het plangebied is ongeschikt voor jaarrond beschermde nesten van gebouwbewonende soorten als de huismus of gierzwaluw aangezien de bebouwing een plat dak betreft. Ook is het ongeschikt voor ooievaars. Op meerdere locaties in Nederland nestelt de ooievaar op bovenleidingportalen. Binnen en aangrenzend aan het plangebied zijn echter geen nesten van ooievaars aangetroffen. ,

Het plangebied bevindt zich niet in een bosrijke omgeving. Het voorkomen van roofvogels als de boomvalk buizerd havik sperwer en wespendief zijn hiermee uitgesloten. Voor de slechtvalk is een groot aanbod aan prooien cruciaal. Aangezien het plangebied zich in het centrum van Roosendaal bevindt wordt dit hier ook niet verwacht. De grote gele kwikstaart wordt hier ook niet verwacht in verband met het ontbreken van goede nestgelegenheden als steile oevers met boomwortels. Het plangebied zelf en de directe omgeving zijn dus ongeschikt als broedbiotoop. De beek (Kletterwater) is wel geschikt als foerageergebied in verband met snelstromend water maar is niet essentieel. De steenuil heeft veelal kleinschalige cultuurlandschappen nodig met een variatie aan houtwallen heggen weitjes en knoestige bomen. Ook de steenuil is hiermee uitgesloten. ,

,

,

,

,

,

,

,

Algemene broedvogels Er is binnen dan wel aangrenzend aan het plangebied geschikt broedbiotoop aangetroffen voor algemene broedvogels zoals houtduif kauw winterkoning wilde eend en merel. Het gaat om struweel bomen en oever. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten van algemene vogelsoorten ,

,

,

,

waargenomen.

Effectbespreking en vervolgstappen Vogels met jaarrond beschermde nesten Uit bureauonderzoek blijkt dat er op of nabij het plangebied vogels zijn waargenomen met een jaarrond beschermd nest categorie 4 of minder. Het betreft de boomvalk buizerd gierzwaluw grote gele kwikstaart havik huismus ooievaar slechtvalk sperwer steenuil en de wespendief. Uit veldonderzoek is gebleken dat het plangebied ongeschikt is voor al deze soorten. Negatieve effecten op deze soorten zijn daarmee uitgesloten. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Uit bureauonderzoek blijkt dat er in het plangebied vogels zijn waargenomen met een jaarrond beschermd nest categorie 5. Nesten van categorie-5 zijn in de provincie Noord-Brabant niet jaarrond beschermd. Ze zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Gezien de voldoende gelijkwaardige alternatieven in de directe omgeving zijn de nesten van genoemde soorten op basis van expert judgement niet jaarrond beschermd. Deze nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. ,

,

Algemene broedvogels Er is binnen het plangebied broedbiotoop aanwezig voor algemene soorten broedvogels. Het vernietigen van bewoonde nesten is verboden conform Wnb artikel 3. 1. Dit geldt ook voor het zodanig verstoren van bewoonde nesten dat vogels hun nest verlaten. Om vernietiging van nesten en verstoring van broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden waarbij beplanting wordt verwijderd of aan de oevers wordt gewerkt buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. De meeste vogelsoorten broeden tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige worden gecontroleerd of er in de te verwijderen bomen struiken broedende vogels aanwezig zijn. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet gewerkt worden. ,

,

,

4. 2. 3

Grondgebonden zoogdieren

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn grondgebonden zoogdieren waargenomen in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving (tot een afstand van 1500m) van het plangebied bekend zijn. Tabel 5: Beschermde grondgebonden zoogdieren die de afgelopen 5 jaar in de omgeving van het plangebied (tot een afstand van ca. 1500m) zijn waargenomen. Bron: NDFF , november 2023. Nederlandse

Wetenschappelijke

naam

naam

Wet Algemene vrijstelling bij Natuurbescherming ruimtelijke ingrepen Bosmuis Apodemus sylvaticus A-V Ja Huisspitsmuis Crocidura russula A-V Ja Ree Capreolus capreolus A-V Ja Rosse woelmuis Myodes glareolus A-V Ja Vos Vulpes vulpes A-V Ja Woelrat Arvicola amphibius A-V Ja Boommarter Martes martes A Nee Eekhoorn Sciurus vulgaris A Nee Bunzing Mustela putorius A Nee Haas Lepus europaeus A-V Ja Egel Erinaceus europaeus A-V Ja Konijn Oryctolagus cuniculus A-V Ja Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb): H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 3. 5 Wnb) A = andere soorten volgens Wnb (artikel 3. 10 Wnb) A-V = beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen vanuit provincie Noord-Brabant. ,

,

Resultaten veldbezoek De aanwezige biotoop is enkel geschikt voor algemene soorten als de egel en huisspitsmuis. Deze zijn echter door de provincie algemeen vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er worden binnen het plangebied geen beschermde soorten grondgebonden zoogdieren verwacht gezien de aanwezige biotoop.

Uit de NDFF is gebleken dat binnen een straal van 1500m vanaf het plangebeid waarnemingen zijn van de boommarter eekhoorn en bunzing. Deze zijn niet vrijgesteld binnen de provincie NoordBrabant maar zijn beschermd volgens artikel 3. 10 van de Wet natuurbescherming. Echter worden deze soorten niet verwacht binnen het plangebied gezien de aanwezige biotoop. De boommarter en de eekhoorn komen namelijk voor in bosrijke gebieden. De eekhoorn kan ook voorkomen bij tuinen parken en houtwallen in de buurt van bosgebied. In verband met het ontbreken van bomen en vrijwel 100% verharding binnen het plangebied zal er onvoldoende voedsel beschikbaar zijn voor de eekhoorn. De bunzing is vooral te vinden in de nabijheid van houtwallen greppels en sloten met overhangende vegetatie in dorpen of in de buitenwijk van een stad. Gezien het plangebied zich in het centrum van Roosendaal bevindt wordt de aanwezigheid van de bunzing hier niet verwacht. ,

,

,

,

,

Effectbespreking en vervolgstappen Er worden geen beschermde soorten grondgebonden zoogdieren in het plangebied verwacht. Negatieve effecten op beschermde grondgebonde zoogdieren zijn uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen benodigd voor deze soortgroep.

4. 2. 4

Vleermuizen

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn vleermuizen waargenomen in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving (tot een afstand van 1500m) van het plangebied bekend zijn. Tabel 6: Beschermde vleermuizen die de afgelopen 5 jaar in de omgeving van het plangebied (tot een afstand van ca. 1500m) zijn waargenomen. Bron: NDFF , november 2023. Nederlandse naam

Wetenschappelijke

Wet Algemene vrijstelling Natuurbescherming bij ruimtelijke ingrepen Rosse vleermuis Nyctalus noctula H Nee Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus H Nee Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii H Nee Laatvlieger Eptesicus serotinus H Nee Meervleermuis Myotis dasycneme H Nee Kleine dwergvleermuis Pipistrellus pygmaeus H Nee Franjestaart Myotis nattereri H Nee Watervleermuis Myotis daubentonii H Nee Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb): H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 3. 5 Wnb) A = andere soorten volgens Wnb (artikel 3. 10 Wnb) A-V = beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen vanuit Noord-Brabant. naam

,

,

Resultaten veldbezoek Het oriënterende veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden waardoor geen actieve vleermuizen konden worden waargenomen. Wel is zo goed als mogelijk biotoopinformatie verzameld om de aanof afwezigheid van mogelijke foerageergebieden vliegroutes en verblijfplaatsen te bepalen. ,

,

Vleermuizen foerageergebied De bomen bomenrijen en waterelementen naast het plangebied vormen potentieel foerageergebied voor vleermuizen. Het potentiële foerageergebied zal niet door ruimtebeslag verdwijnen. Er blijft voldoende foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied bewaard. Het betreft hier geen essentieel foerageergebied aangezien in de directe omgeving van het plangebied voldoende bosschages bomenrijen (boomkronen) en waterpartijen aanwezig zijn. ,

,

Vleermuizen vliegroutes Het plangebied omvat geen elementen die geschikt zijn als vliegroute. Aangrenzend aan het plangebied zijn lijnvormige elementen aanwezig in de vorm van bomenrijen en watergangen. Gezien deze buiten het plangebied vallen zullen deze intact gehouden worden. ,

Vleermuizen verblijfplaatsen Er zijn gebouwen aanwezig binnen het plangebied met open stootvoegen welke door vleermuizen gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. Aan de oostzijde van het gebouw zijn naast open stootvoegen ook (aluminium) daklijsten een dilatatievoeg een open gootpijp en een opening bij het dak aanwezig. Aan de zuidzijde van het gebouw bevinden zich open stootvoegen. Op de zuidwesterhoek is een open stootvoeg onder de daklijst aanwezig. Aan de westzijde van het gebouw bevindt zich gevelbetimmering een gevelaansluiting ventilatiesleuven markiezen roosters en loodslab. Dit alles is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. ,

,

,

,

,

,

Effectbespreking en vervolgstappen Vleermuizen foerageergebied Door de werkzaamheden zal er geen ruimtebeslag optreden op potentieel foerageergebied van vleermuizen. Het betreft hier geen essentieel foerageergebied aangezien er voldoende foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied intact blijft. Bij de uitvoer van de werkzaamheden kunnen eveneens negatieve effecten door verstoring door licht optreden. Deze effecten kunnen worden voorkomen door te werken tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien dit niet mogelijk is dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting waarbij de groenstructuren en wateroppervlakten welke gebruikt worden door vleermuizen onverlicht blijven. ,

,

Vleermuizen vliegroutes Aangrenzend aan het plangebied zijn bomenrijen aanwezig welke geschikt zijn als vliegroute voor vleermuizen. Daarnaast ligt ten zuiden van het plangebied een watergang (Kletterwater). Deze watergang is eveneens geschikt als vliegroute. In de omgeving van het plangebied zijn geen alternatieve vliegroutes aanwezig wat voornoemde vliegroutes essentieel maakt. De voorgenomen activiteiten hebben geen direct effect op deze lijnvormige structuren op het gebied van ruimtebeslag. Indirecte effecten als gevolg van de werkzaamheden in dit geval lichtverstoring kunnen echter niet worden uitgesloten. Deze effecten kunnen worden voorkomen door te werken tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien dit niet mogelijk is dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting waarbij de lijnvormige elementen onverlicht blijven. ,

,

Vleermuizen verblijfplaatsen Er zijn gebouwen aanwezig binnen het plangebied waardoor het voorkomen van verblijfplaatsen en dus negatieve effecten hierop niet uitgesloten zijn. ,

,

4. 2. 5

Reptielen

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn geen reptielen waargenomen in de omgeving van het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen elementen aanwezig die geschikt zijn voor reptielen. Het plangebied beschikt niet over een functioneel habitat aangezien er geen sprake is van een aaneenschakeling van overwinterings- foerageer- en voortplantingsgebieden. Daarnaast worden op basis van verspreiding geen beschermde reptielen verwacht. ,

,

,

Effectbespreking en vervolgstappen Er worden geen beschermde soorten reptielen in het plangebied verwacht. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen benodigd voor deze soortgroep.

4. 2. 6

Amfibieën

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn amfibieën waargenomen in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving (tot een afstand van 1500m) van het plangebied bekend zijn. Tabel 7: Beschermde amfibieën die de afgelopen 5 jaar in de omgeving van het plangebied (tot een afstand van ca. 1500m) zijn waargenomen. Bron: NDFF , november 2023. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad

Wet Natuurbescherming A-V A-V A-V

Algemene vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen Ja Ja Ja

Pelophylax kl. esculentus Rana temporaria Bufo bufo Pelophylax esculentus Groene kikker (Onb. ) A-V Ja synklepton Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris A-V Ja Alpenwatersalamander Ichthyosaura alpestris A Nee Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb): H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 3. 5 Wnb) A = andere soorten volgens Wnb (artikel 3. 10 Wnb) A-V = beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen vanuit Noord-Brabant. ,

,

Resultaten veldbezoek Binnen dan wel direct aangrenzend aan het plangebied zijn geen poelen aanwezig. Er is wel een watergang net buiten het plangebied aanwezig. De watergang is permanent watervoerend en heeft een flauwe oever met begroeiing. Het water bevat mogelijk vis. De aanwezige biotoop is enkel geschikt voor algemene soorten als bruine kikker bastaardkikker en gewone pad. Deze zijn echter door de provincie algemeen vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. ,

Uit de NDFF is gebleken dat binnen een straal van 1500m vanaf het plangebeid waarnemingen zijn van de alpenwatersalamander. Deze is niet vrijgesteld binnen de provincie Noord-Brabant maar is beschermd volgens artikel 3. 10 van de Wet natuurbescherming. Echter wordt deze soort niet verwacht binnen het plangebied gezien de aanwezige biotoop. De voortplantingsbiotoop van de alpenwatersalamander bestaat uit niet snel stromend water dat niet rijk aan vis is. Het Kletterwater bevat stroming en mogelijk vis.

Effectbespreking en vervolgstappen Het plangebied is geschikt voor algemene soorten amfibieën zoals de gewone pad. Deze dieren kunnen door de werkzaamheden worden verstoord. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig omdat de soorten algemeen zijn vrijgesteld door de provincie Noord-Brabant bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel moet worden voldaan aan de algemene zorgplicht (artikel 1. 11 Wnb). Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden waarbij de vegetatie wordt verwijderd van één kant uit te voeren zodat aanwezige dieren de kans krijgen te vluchten. ,

4. 2. 7

Vissen

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn geen vissen waargenomen in de omgeving van het plangebied. Resultaten veldbezoek Door het ontbreken van water binnen het plangebied is er geen leefgebied voor (beschermde) vissen aanwezig.

Effectbespreking en vervolgstappen Negatieve effecten op deze soortgroep worden niet verwacht. Voor deze soortgroep zijn geen vervolgstappen benodigd.

4. 2. 8

Ongewervelden

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn ongewervelden waargenomen in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving (tot een afstand van 1500m) van het plangebied bekend zijn. Tabel 8: Beschermde ongewervelden die de afgelopen 5 jaar in de omgeving van het plangebied (tot een afstand van ca. 1500m) zijn waargenomen. Bron: NDFF , november 2023. Nederlandse naam

Wetenschappelijke

Wet Algemene vrijstelling Natuurbescherming bij ruimtelijke ingrepen Teunisbloempijlstaart Proserpinus proserpina H Nee Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb): H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 3. 5 Wnb) A = andere soorten volgens Wnb (artikel 3. 10 Wnb) A-V = beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen vanuit Noord-Brabant. naam

,

,

Resultaten veldbezoek Uit de NDFF is gebleken dat binnen een straal van 1500m vanaf het plangebeid waarnemingen zijn van de teunisbloempijlstaart. Deze is niet vrijgesteld binnen de provincie Noord-Brabant maar is beschermd volgens artikel 3. 10 van de Wet natuurbescherming. Echter wordt deze soort niet verwacht binnen het plangebied gezien de aanwezige biotoop. De teunisbloempijlstaart bevindt zich in open plekken in vochtige bossen bosranden en warme open plaatsen. Daarnaast zijn er geen waardplanten (wilgenroosje teunisbloem basterdwederik en kattenstaart) aangetroffen. ,

,

,

De biotoop is niet geschikt voor beschermde soorten libellen gezien de ligging en de afwezigheid van ei-afzet- en uitsluipmogelijkheden. Ook andere ongewervelden worden niet verwacht gezien de biotoop.

Effectbespreking en vervolgstappen Negatieve effecten op deze soortgroep worden niet verwacht. Voor deze soortgroep zijn geen vervolgstappen benodigd.

4. 3

INVASIEVE EXOTEN

Resultaten bureauonderzoek In de afgelopen vijf jaar zijn invasieve exoten waargenomen in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvan waarnemingen in de omgeving (tot een afstand van 1500m) van het plangebied bekend zijn. Tabel 9: Invasieve exoten die de afgelopen 5 jaar in de omgeving van het plangebied (tot een afstand van ca. 1500m) zijn waargenomen. Bron: NDFF , december 2023. Nederlandse naam Aziatische hoornaar

Wetenschappelijke naam Vespa velutina

Blauwband Reuzenberenklauw Grote waternavel Nijlgans Roodwangschildpad Parelvederkruid Rode Amerikaanse rivierkreeft Geelwangschildpad Muskusrat Chinese wolhandkrab Smalle waterpest Reuzenbalsemien Hemelboom Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft Waterteunisbloem Boomwurger

Pseudorasbora parva Heracleum mantegazzianum Hydrocotyle ranunculoides Alopochen aegyptiaca Trachemys scripta elegans Myriophyllum aquaticum Procambarus clarkii Trachemys scripta troostii Ondatra zibethicus Eriocheir sinensis Elodea nuttallii Impatiens glandulifera Ailanthus altissima Orconectes limosus

Soortgroep Geleedpotigen insecten wespen bijen en mieren Vissen Vaatplanten Vaatplanten Vogels Reptielen Vaatplanten Geleedpotigen Reptielen Zoogdieren Overige zoogdieren Geleedpotigen Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Geleedpotigen

Ludwigia grandiflora Celastrus orbiculatus

Vaatplanten Vaatplanten

,

,

,

,

Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van invasieve exoten zowel niet van planten als (on)gewervelden. ,

Effectbespreking en vervolgstappen Negatieve effecten op de directe omgeving door de aanwezigheid van invasieve exoten kan worden uitgesloten. Voor deze groep zijn geen vervolgstappen benodigd.

4. 4

BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN

Binnen het plangebied zijn geen monumentale bomen en/of houtopstanden aanwezig. Effecten zijn hierdoor uitgesloten.

5. 0

CONCLUSIE

In onderstaande paragrafen worden de conclusies en aanbevelingen uit de quickscan besproken.

5. 1

BESCHERMDE GEBIEDEN

5. 1. 1

Natura 2000-gebieden

Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Brabantse Wal bevindt zich op een afstand van 70 km ten zuidwesten van het plangebied. Gezien de aard van de werkzaamheden de ligging van het plangebied en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Uitzondering hierop is het effect van stikstofemissies op omringende Natura-2000 gebieden. Een AERIUS-berekening is voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase verplicht dan wel noodzakelijk. ,

,

,

5. 1. 2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Er is geen ruimtebeslag op het NNN. Gezien de aard van de werkzaamheden en afstand van 35 meter tussen het NNN-gebied en het plangebied worden indirecte negatieve effecten zoals verstoring en verontreiniging op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN eveneens uitgesloten. Er is geen nadere NNN-toetsing benodigd. ,

5. 2

BESCHERMDE SOORTEN

Binnen het plangebied is biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: amfibieën vogels met jaarrond beschermde nesten grondgebonden zoogdieren ongewervelden en vleermuizen. ,

,

,

In onderstaande tabel is per soortgroep aangegeven of er nader onderzoek nodig is en mogelijk een ontheffing nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Tabel 10: Conclusies en aanbevelingen over beschermde soorten (Wet natuurbescherming) in relatie tot een mogelijke ontheffing Wet natuurbescherming. Soortgroep

Beschermde soorten/functies? Nee

Nader onderzoek? Nee

Ontheffing Wnb nodig?

Algemene Broedvogels

Ja er is broedbiotoop aanwezig voor algemene broedvogels ,

Nee

Nee , indien maatregelen worden genomen om vernietiging van nesten en verstoring van broedende vogels te voorkomen.

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Nee

Nee

Nee

Vaatplanten

Nee

Soortgroep Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen foerageergebied

Beschermde soorten/functies? Ja het plangebied vormt leefgebied voor door de provincie vrijgestelde soorten als egel en algemene muizensoorten

Nader onderzoek? Nee

Ontheffing Wnb nodig?

Ja

Nee

Nee , mits tijdelijke verstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven.

,

,

er treedt

geen

ruimtebeslag op

Vleermuizen vliegroutes

Ja

Nee

,

er treedt

geen

ruimtebeslag op

Nee , indien er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1. 11). Het betreft namelijk leefgebied voor door provincie algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening.

Nee , mits tijdelijke verstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen en het open water onverlicht blijven.

Vleermuizen verblijfplaatsen

Ja

Ja , naar gebouwbewonen de soorten

Mogelijk

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Amfibieën

Ja , het plangebied omvat leefgebied en voortplantingswater voor door provincie vrijgestelde soorten als de bruine kikker gewone pad en middelste groene kikker.

Nee

Nee , indien er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1. 11). Het betreft namelijk leefgebied voor door provincie algemeen vrijgestelde dieren bij ruimtelijke ordening.

Vissen

Nee

Nee

Nee

Ongewervelden

Nee

Nee

Nee

Invasieve exoten

Nee

Nee

Nee

,

5. 2. 1

Nader onderzoek

Nader onderzoek naar de verblijfplaatsen van de gebouwbewonende vleermuissoorten is noodzakelijk. Onderzoek naar de kraam- en zomerverblijven bestaat uit drie bezoeken van twee uur waarvan twee ’s avonds en één ’s ochtends in de periode van 15 mei tot 15 juli. Onderzoek naar de paarverblijven betreft twee bezoeken van twee uur waarvan één rond middernacht in de periode van 15 augustus tot 1 oktober. De personele bezetting wordt in een later stadium bepaald.

,

,

,

,

5. 2. 2

Maatregelen

Om negatieve effecten op algemeen beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen worden in ieder geval de maatregelen voorgesteld zoals weergegeven in onderstaande tabel. Deze maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Tabel 11: Algemene aanbevelingen aangaande werkmethoden om het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen dan wel te verzachten. Soortgroep Algemene broedvogels

Maatregel Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen werkzaamheden waarbij beplanting wordt verwijderd of aan oevers/water wordt gewerkt buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige op het gebied van broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de periode vlak voor of na het broedseizoen het gaat om een broedgeval ongeacht de datum. Om effecten op broedende vogels te voorkomen dienen preventieve maatregelen genomen te worden voorafgaande aan het broedseizoen waarbij de vegetatie gelegen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kort gehouden wordt door periodiek maaien en afvoeren. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet gewerkt worden. Om effecten op algemeen beschermde kleine grondgebonden zoogdieren zoveel mogelijk te beperken dienen werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd van één kant te worden uitgevoerd zodat aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. Deze maatregel valt onder de zorgplicht (artikel 1. 11 Wnb). ,

,

,

,

Grondgebonden zoogdieren

,

Vleermuizen foerageergebied vliegroutes en verblijfplaatsen

,

Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen foerageergebied verblijfplaatsen en vliegroutes te voorkomen dient gewerkt te worden tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien toch gebruik moet worden gemaakt van kunstlicht dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op bomen water en gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoring te voorkomen. Daarnaast mogen er tussen zonsondergang en zonsopkomst geen obstructies in het water worden gelegd voor dieren die het water volgen als vliegroute. ,

,

,

Amfibieën

-

,

Er wordt aanbevolen om te voorkomen dat er ondiepe poelen sporen van machines die met water gevuld kunnen worden en zandhopen/omgewerkte grond ontstaan tijdens werkzaamheden die mogelijk plaatsvinden in de actieve periode van amfibieën (april-oktober). Poelen kunnen functioneren als tijdelijk geschikt voortplantingswater. ,

5. 3

INVASIEVE EXOTEN

Er zijn tijdens het oriënterend veldbezoek in het plangebied geen invasieve uitheemse soorten (exoten) waargenomen.

5. 4

BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN

Binnen het plangebied is geen beschermde houtopstand aanwezig zoals opgenomen in hoofdstuk 4 art. 4. 1 van de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig derhalve zijn effecten uitgesloten en zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk. ,

,

Tabel 12: Conclusies houtopstanden (Wet natuurbescherming). Criteria beschermde houtopstanden

Aanwezig

Buiten ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’

Nee

Oppervlakte 10 are of meer

Nee

Rijbeplanting van 20 bomen of meer

Nee

Ingreep verstorend

Meldingsplicht Wnb

Kap vergunning

Herplant plicht

Nee

Nee

Nee

Nee

,

BIJLAGEN Bijlage 1: Wet- en regelgeving Bijlage 2: Handreiking beheer en onderhoud

Bijlage 1: Wet-

regelgeving

en

In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving en het beleidskader.

Wet natuur bescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998 Flora- en faunawet en de Boswet. Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg uitbreiding en voor zover van toepassing inrichting alsmede wijziging gebruik beheer en onderhoud van hoofdwegen en hoofdvaarwegen als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Tracéwet en hoofdspoorwegen als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Spoorwegwet. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Gemeenten hebben een loketfunctie. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning maar dit hoeft niet. De Wnb richt zicht op bescherming van gebieden soorten en houtopstanden. ,

,

Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is vastgelegd in artikel 2. 1 tot en met 2. 11 van de Wet natuurbescherming. Hierin wordt de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Hiermee zijn de verplichtingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor zover die betrekking hebben op gebiedsbescherming geïmplementeerd in het Nederlands recht. De begrenzing van de Natura 2000gebieden en de instandhoudingdoelstellingen voor die gebieden zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. De instandhoudingdoelstellingen beschrijven voor de voor het gebied aangewezen habitattypen en soorten of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is of dat het behoud ervan op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. Voor activiteiten of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van LNV. ,

,

Voortoets en Passende beoordeling Bij plannen in of in de nabijheid (externe werking) van een Natura 2000-gebied dienen de initiatiefnemers in een oriënterende fase (voortoets) te onderzoeken of het plan een significant negatief effect op de instandhoudingdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Met externe werking wordt bedoeld dat ook activiteiten buiten het gebied de natuurwaarden in het gebied kunnen beïnvloeden. Indien na dit onderzoek niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant negatief effect heeft dient de initiatiefnemer meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart te brengen wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Daarbij dienen ook indien noodzakelijk de mitigerende maatregelen te worden betrokken. Deze analyse heet een ´passende beoordeling´. Het bevoegd gezag toetst de passende beoordeling. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit niet leidt tot significant negatieve effecten kan de activiteit doorgang vinden. Wanneer uit de voortoets blijkt dat er wel kans is op een negatief effect maar dit als niet significant kan worden gezien kan eveneens op basis van een verslechteringstoets toestemming voor het uitvoeren van de activiteit worden verleend.

Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten kan het project alleen doorgang vinden op grond van de “ADC-criteria”. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Dit betekent dat: • A – alternatieve oplossingen voor het plan ontbreken; • D – er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn en • C – de initiatiefnemer compenserende maatregelen vooraf en tijdig treft. ,

Zorgplicht Binnen de kaders van de Wet natuurbescherming is de Zorgplichtbepaling (artikel 1. 11) van toepassing. Deze zorgplicht houdt o. a. in dat als een activiteit wordt ondernomen waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig kan zijn voor de natuurwaarden van het gebied deze activiteit niet plaats mag vinden. Ook moeten alle maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen of te beperken. ,

Stikstofdepositie Stikstofdepositie vormt veelal een knelpunt bij de besluitvorming over plannen en projecten omdat in veel Natura 2000-gebieden overbelasting van stikstof een probleem is voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor het gebied aangewezen soorten en habitattypen. Middels een projectspecifieke AERIUS berekening dient voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase getoetst te worden of er sprake zal zijn van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Wanneer depositie niet uitgesloten kan worden is aanvullende toetsing (voortoets passende beoordeling ADC-toets) benodigd en dient gekeken te worden of de depositie middels mitigerende maatregelen of interne/externe saldering weggenomen kan worden. Bij een ADC-toets dient aangetoond te worden dat er geen Alternatief is met minder schadelijke effecten voor Natura 2000-gebieden er een Dwingende reden van groot openbaar belang is en dat er Compenserende maatregelen worden getroffen voor Natura 2000-gebieden. ,

,

,

,

Soortbescherming De Wet natuurbescherming maakt onderscheid tussen: 1) soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3. 1 e. v. Wnb); 2) soorten van de Habitatrichtlijn Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn (artikel 3. 5 e. v. Wnb); 3) ‘andere soorten’ (artikel 3. 10 e. v. Wnb). ,

Vogelrichtlijn (artikel 3. 1 e. v. Wnb) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 3. 1. 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod bedoeld in het vierde lid is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ,

,

,

,

Het is mogelijk om ontheffing aan te vragen voor de verbodsbepalingen. Deze aanvraag wordt getoetst op: -

Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging);

-

-

Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o. a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’; Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort.

Habitatrichtlijn Verdrag van Bern en/of Bonn (artikel 3. 5 e. v. Wnb) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3. 5: 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten genoemd in bijlage IV onderdeel a bij de Habitatrichtlijn bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in bijlage IV onderdeel b bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen af te snijden te ontwortelen of te vernielen. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Onder de Wet natuurbescherming geldt dat het voor streng beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 3. 5 mogelijk is om bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3. 5. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen in artikel 3. 5 van de Wet natuurbescherming bij overtreding van de verbodsbepalingen een vergunning worden aangevraagd. De aanvraag wordt beoordeeld op: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o. a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. ,

,

Andere soorten (artikel 3. 10 e. v. Wnb) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage A en B van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3. 10. Het is verboden: a) in het wild levende zoogdieren amfibieën reptielen vissen dagvlinders libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage onderdeel A bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen of c) vaatplanten van de soorten genoemd in de bijlage onderdeel B bij deze wet in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen af te snijden te ontwortelen of te vernielen. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Wet natuurbescherming bij overtreding van de verbodsbepalingen een vergunning worden aangevraagd. De aanvraag wordt beoordeeld op: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o. a. belang h ‘in het algemeen belang’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Algemeen vrijgestelde soorten Voor soorten van de categorie ‘andere soorten’ (bijlage A en B van de wettekst) kan een vrijstellingsregeling gelden die per provincie anders kan worden ingestoken. De meeste provincies en het ministerie van LNV hebben ‘tabel 1 soorten’ van de oude Flora- en faunawet opnieuw vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zijn soorten zoogdieren en soorten amfibieën. ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1739/documents/46751