CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

55 - Bijlage NL.IMRO.1674.1229HGDIRCKXSTR-0301 Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Voorstel 55: Afgifte Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Hendrik Gerard Dirckxstraat (naast nr. 52)10.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

20201437

blz 29

Bovendien zal voor de betreffende geluidsgevoelige functie ten minste altijd één geluidsluwe gevel aanwezig moeten zijn, terwijl er gestreefd wordt het aantal 'dove gevels' per woning tot maximaal één te beperken. Geluidszones Langs alle wegen – met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wgh geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidsbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Toetsing Garageboxen zijn geen geluidgevoelige objecten. Akoestisch onderzoek op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) is niet noodzakelijk. Conclusie Het plan kan daarmee worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidshinder.

4.8.

Luchtkwaliteit

Toetsingskader De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.2 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van stikstofdioxide (NO2)) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³

NIBM In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg.

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 30

20201437

Toetsing en conclusie Het plan voorziet in de realisatie van 22 garageboxen en een (motor)berging. De garageboxen behoren niet tot de omliggende woningen. Echter, zullen de garageboxen wel verkeer aantrekken. Deze verkeersaantrekking is zo minimaal waarvan op voorhand al bekend is dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit 'niet in betekenende mate' zijn. Het plan is daardoor vrijgesteld van verdere toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan hoe het met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is gesteld. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde voor luchtkwaliteit relevante weg is de Hendrik Gerard Dirckxstraat (zie figuur 4.5). Hieruit blijkt dat zowel in 2020 als in 2030 voldaan wordt aan de voor dit jaar geldende normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel 4.3. Aangezien direct langs de Hendrik Gerard Dirckxstraat aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg af ligt.

Tabel 4.3 Toetsing aan grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof grenswaarde maximale waarden in jaar 2020 stikstofdioxide (NO2) 40 µg/m³ 22,6 µg/m³ fijn stof (PM10) 40 µg/m³ 18,9 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer 6,8 µg/m³ dan 50 µg/m³ Fijn stof (PM2,5) 25 µg/m³ 11,3µg/m³

maximale waarden in jaar 2030 15,3 µg/m³ 16,3 µg/m³ 6,0 µg/m³ 9,0 µg/m³

Figuur 4.5 Luchtkwaliteit (bron: NSL-monitoringstool). Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

20201437

4.9.

blz 31

Externe veiligheid

Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk:  

bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.

In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg met gevaarlijke stoffen. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicorelevante inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft.

Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of over het water. De concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het inwerking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar.

Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 -waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 -contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 32

20201437

Onderzoek Volgens de risicokaart zijn er in de directe omgeving van het plangebied enkele risicovolle transportroutes gelegen. Uit informatie van de professionele risicokaart blijkt dat in het projectgebied of de directe omgeving hiervan geen overige risicovolle inrichtingen aanwezig zijn die met hun plaatsgebonden risicocontour over het projectgebied liggen. Er zijn geen buisleidingen aanwezig die vallen onder het Bevb in of in de directe omgeving van het projectgebied. Het projectgebied ligt nagenoeg geheel binnen het invloedsgebied van het traject Roosendaal - Bergen op Zoom/Essen. In het bestemmingsplan 'Centrum Noord' is dit aangegeven met de aanduiding 'vrijwaring - spoor'. Op gronden met deze aanduiding zijn kwetsbare objecten en nieuwe beperkt kwetsbare objecten niet toegestaan. Garageboxen en een (motor)berging zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten. Het invloedsgebied van het traject Roosendaal - Bergen op Zoom/Essen staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg. Het plangebied ligt op ongeveer 500 meter van de route gevaarlijke stoffen over de A58 en meer dan 1 kilometer van de route gevaarlijke stoffen over de A17.

Conclusie Bij ruimtelijke plannen dient aandacht te worden besteed aan eventuele risico's als gevolg van bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water en door buisleidingen. Het projectgebied ligt nagenoeg geheel binnen het invloedsgebied van 200 meter van het spoor. Gezien er geen toename is van de personendichtheid binnen het projectgebied is een berekening en verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk.

4.10. Kabels en leidingen Toetsingskader Planologische relevantie Voor hoofdtransportleidingen en hoogspanningsverbindingen geldt dat deze in een (bestemmings)plan moeten worden geregeld. Deze leidingen hebben namelijk gevolgen voor het gebruik van gronden in de directe omgeving en zijn dus planologisch relevant. Ook niet-hoofdtransportleidingen met veiligheidscontour, kunnen planologisch relevant zijn. Als planologisch relevante leidingen worden aangemerkt (buis)leidingen voor het transport van:  elektriciteit met een hoogspanning van meer dan 50 kV;  brandbare gassen met een druk van 20 bar en hoger;  brandbare vloeistoffen of giftige stoffen met een diameter van 4 inch en hoger;  buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter. Niet-planologisch relevante leidingen behoeven geen bescherming c.q. regeling in het bestemmingsplan. Deze leidingen kunnen dan ook zonder planologische regeling worden aangelegd. Grondroeringsregeling De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen.

De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Toetsing In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen, hoogspanningslijnen, straalpaden of telecomverbindingen aanwezig. Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

20201437

blz 33

leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. Voor deze leidingen zal nog wel een melding bij het kadaster worden gedaan. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 34

Rho Adviseurs B.V.

20201437

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

20201437

Hoofdstuk 5

5.1.

blz 35

Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Kostenverhaal Er is sprake van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening), zodat sprake is van verplicht kostenverhaal. Met de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal voor de onderzoeks­ en onderbouwingkosten is vastgelegd. De overige kosten worden via de reguliere legesverordening op de opdrachtgever verhaald en zijn dus anderszins verzekerd.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het ruimtelijk plan maatschappelijk draagvlak heeft. Conform de wettelijke eisen zal het ontwerp van de omgevingsvergunning met de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing voor een ieder ter inzage worden gelegd.

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 36

Rho Adviseurs B.V.

20201437

Ruimtelijke onderbouwing Hendrik Gerard Dirckxstraat 32E Roosendaal Status: Ontwerp / 26-04-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1350/documents/35606