CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 15 oktober 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel Afgifte ontwerpverklaring van geen bedenkingen Markt 91 Roosendaal24.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Realisatie hotel Markt 91-93 te Roosendaal Ruimtelijke onderbouwing Rapportnummer H 8144-1-RA-004 d. d. 3 mei 2024 PEUIZ Realisatie hotel Markt 91-93 te Roosendaal Ruimtelijke onderbouwing opdrachtgever Berco Beheer rapportnummer H 8144-1-RA-004 datum 3 mei 2024 referentie EdB/lKa/JMa/H 8144-1-RA-004 verantwoordelijke ing. opsteller MSc (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, 150-9001:2015 mook — zoetermeer — groningen — eindhoven — düsseldorf — dortmund — berlijn — nürnberg — leuven — parijs — lyon Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4 Aanleiding Ligging projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer 5 5 6 8 2 Planomschrijving 9 2. 1 2. 2 Huidige situatie Toekomstige situatie 9 9 3 Beleidskader 12 3. 1 3. 2 3. 2. 1 3. 2. 2 3. 3 3. 3. 1 3. 3. 2 3. 4 3. 4. 1 3. 4. 2 3. 4. 3 Algemeen Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie De ladder Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Roosendaal Roosendaal Natuurstad Welstandsnota Roosendaal 12 12 12 13 14 14 15 16 16 18 19 4 Beschouwing omgevingsaspecten 20 4. 1 4. 2 4. 2. 1 4. 2. 2 4. 2. 3 4. 2. 4 4. 3 4. 3. 1 4.

3. 2 4. 3. 3 4. 3. 4 4. 4 Algemeen Externe veiligheid Algemeen Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Verkeer en parkeren Algemeen Toetsingskader Beoordeling Conclusie Overige omgevingsaspecten 20 20 20 20 21 22 23 23 23 23 24 24 5 Uitvoerbaarheid 27 H 8144-1-RA-004 3 5. 1 5. 2 5. 3 Algemeen Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid 27 27 27 H 8144-1-RA-004 4 1Inleiding 1. 1Aanleiding Het voornemen bestaat om ter plaatse van de Markt 91-93 | te Roosendaal een hotel | te situeren. In Roosendaal is het gebied rondom het station verouderd , en heeft de binnenstad te maken met leegstand. Dit geldt ook voor de bestaande bedrijfsbebouwing aan de Markt 91-93 , | deze | is verouderd | en overwegend | leegstaand. | De gemeente | wil | dit gebied herontwikkelen. De beoogde ontwikkeling sluit aan op het voornemen om het gebied te herontwikkelen. Door de beoogde ontwikkeling zal sprake zijn van een kwaliteitsimpuls voor de omgeving , en zal een aantrekkelijke fysieke leefomgeving worden gecreëerd. De toevoeging van horeca draagt bij aan de verblijfskwaliteit van het gebied. De beoogde ontwikkeling past | niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Centrum Noord' , dat op 21 september 2018 door de gemeenteraad van gemeente Roosendaal is vastgesteld. Om deze ontwikkeling mogelijk | te maken , | zal een planologische procedure moeten worden doorlopen.

In dat kader zal ook een ruimtelijke onderbouwing opgesteld moeten worden waarmee wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met | een | goede | ruimtelijke ordening. | Voorliggend document vormt deze | ruimtelijke onderbouwing. Hierbij wordt opgemerkt dat op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden. De omgevingsvergunning voor de beoogde ontwikkeling | is echter | al voor | 1 januari 2024 ingediend. Dit betekent dat het omgevingsrecht van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog van toepassing is op voorliggende situatie. 1. 2Ligging | projectgebied Het projectgebied is gelegen aan Markt 91-93 te Roosendaal. Het centrum van Roosendaal is ten oosten van het projectgebied gelegen. Aan de westzijde van het projectgebied | is het spoor gesitueerd. In figuur 1. 1 wordt het projectgebied weergeven. H 8144-1-RA-004 | 5 f1. 1Ligging projectgebied (bron luchtfoto: Google Earth) 1. 3Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het projectgebied vigeert het bestemmingsplan 'Centrum Noord' , dat op 21 september 2018 door de gemeenteraad van gemeente Roosendaal is vastgesteld. In figuur 1. 2 wordt een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Met een blauwe stippellijn wordt het projectgebied aangegeven. H 8144-1-RA-004 6 f1.

2Uitsnede verbeelding bestemmingsplan De gronden ter plaatse van het projectgebied kennen de bestemming 'Gemengd – 2'. De regels die conform het bestemmingsplan voor het projectgebied gelden worden hierna op hoofdlijnen nader toegelicht. De gronden ter plaatse van het projectgebied , geadresseerd Markt 91 en 93 en kadastraal bekend gemeente Roosendaal en Nispen sectie D , nrs. 4138 , 4139 en 3160 , zijn op basis van het vigerend bestemmingsplan uitsluitend bestemd voor: −kantoren met dien verstande dat de brutobedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt 2 dan 1500 m ; −ambachtelijke werkplaatsen , voor zover vallend in de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels als bijlage gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten ; −dienstverlening ; −detailhandel ; −voorzieningen ten behoeve van algemeen nut zoals verkeers- , water- , nuts- en daarmee fietspaden , en ontsluitingswegen , voet- waaronder vergelijkbare voorzieningen , straatmeubilair , kunstobjecten , abri's , parkeervoorzieningen , (onder)doorgangen , transformatorhuisjes , voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling , alsmede groen en water. H 8144-1-RA-004 7 Daarnaast wordt in de planregels aangegeven dat kwetsbare objecten als bedoeld in artikel 1. 1 onder l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen niet zijn toegestaan ter plaatse van het projectgebied.

De gronden ter plaatse van het projectgebied kennen bovendien deels de aanduiding 'vrijwaringszone – spoor'. In figuur 1. 2 wordt deze aanduiding middels de groene lijn , welke door het projectgebied loopt , weergeven. Ten westen van deze lijn zijn kwetsbare objecten en nieuwe beperkt kwetsbare objecten niet toegestaan. Resumerend gesteld past de beoogde ontwikkeling van een hotel niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken wordt daarom een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. Voorliggend document vormt de ruimtelijke onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 1. 4Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In dit inleidende hoofdstuk komen de aanleiding , ligging van het projectgebied en het vigerende bestemmingsplan aan bod. In hoofdstuk 2 'Planbeschrijving' wordt het plan verder toegelicht , waarin zowel de huidige als de toekomstige situatie wordt besproken. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 'Beleidskader' een overzicht van het relevante beleid. Hoofdstuk 4 'Omgevingsaspecten' is gewijd aan de impact van de ontwikkeling op de omgeving. Onder andere de aspecten geluid , luchtkwaliteit , externe veiligheid , bodem , ecologie en archeologie zullen hier worden behandeld.

De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid komen in hoofdstuk 5 aan bod. H 8144-1-RA-004 8 2Planomschrijving 2. 1Huidige situatie In de huidige situatie is ter plaatse van het projectgebied sprake van verouderde , en overwegend leegstaande , bebouwing. Dit pand is thans bestemd voor gemengde doeleinden waaronder kantoren , dienstverlening en detailhandel. In figuur 2. 1 wordt een impressie van de huidige situatie vanaf de Kade weergeven. f2. 1Huidige situatie projectgebied 2. 2Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om aan de Markt 91-93 een hotel te realiseren. Het bestaande pand zal worden herontwikkeld tot hotel. In totaal zal dit hotel ruimte bieden aan circa 18 hotelkamers. Naast hotelkamers omvat het hotel een ontbijtruimte , lounge en overige ondersteunende ruimtes. Tevens zal worden voorzien in parkeergelegenheid. In totaal wordt voorzien in 18 parkeerplaatsen op het achterterrein. Deels zal hierbij gebruik worden gemaakt van een mechanisch stapelbaar parkeersysteem. H 8144-1-RA-004 9 In hoofdzaak is sprake van een functiewijziging. Er is geen sprake van zeer omvangrijke bouwkundige wijzigingen. Wel zal de huidige fietsengarage , aan de zuidzijde van het plan , ruimte maken voor een hotelkamer. Hierbij zal met name sprake zijn van inpandige wijzigingen. In figuur 2. 2 wordt de lay-out van de (begane grond van de) beoogde ontwikkeling weergeven.

Op de overige verdiepingen is sprake van hotelkamers. f2. 2Lay-out beoogde ontwikkeling begane grond Door de beoogde ontwikkeling zal sprake zijn van een kwaliteitsimpuls voor de omgeving , daar nu sprake is van verouderde , en overwegend leegstaande , bebouwing. In Roosendaal is het gebied rondom het station verouderd , en heeft de binnenstad te maken met leegstand. De gemeente wil dit gebied dan ook herontwikkelen. Hiervoor wordt thans een ontwikkelplan , genaamd 'Rondje Roosendaal' , opgesteld. H 8144-1-RA-004 10 De beoogde ontwikkeling sluit aan op het voornemen om het gebied te herontwikkelen. De toevoeging van horeca draagt bij aan de verblijfskwaliteit van het gebied. De beoogde ontwikkeling bevindt zich bovendien op een sterk stedelijke locatie waar ook veel zicht op is vanuit het openbare gebied. Het renoveren van de bestaande bebouwing draagt daarom bij aan een aantrekkelijke fysieke leefomgeving. Er zal zorg voor worden gedragen dat de beoogde ontwikkeling goed aansluit op de visueel ruimtelijke structuur van de omgeving , waarmee een prettig woon- en leefklimaat wordt gecreëerd. H 8144-1-RA-004 11 3Beleidskader 3. 1Algemeen In de volgende paragrafen wordt het relevante rijksbeleid , regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke en de functionele structuur omschreven.

Gezien het relatief kleinschalige karakter van de beoogde ontwikkeling wordt volstaan met een bescheiden weergave van het beleidskader. Daarnaast wordt het van toepassing zijnde sectoraal beleid voor de in hoofdstuk 4 beschouwde omgevingsaspecten (o. a. ten aanzien van water , archeologie , verkeer en parkeren) , indien aan de orde , tevens in hoofdstuk 4 beschouwd. 3. 2Rijksbeleid 3. 2. 1Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de Tweede Kamer aangeboden. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staat men voor een aantal grote opgaven. De bouw van 1 miljoen nieuwe woningen , duurzaam energie opwekken , klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte. Meer ruimte dan in Nederland beschikbaar is. Er moeten daarom keuzes gemaakt worden zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig , gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen men staat , wat daarbij de nationale belangen zijn , welke keuzes men maakt en welke richting men meegeeft aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving , de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.

In de NOVI wordt daarbij een viertal prioriteiten aangegeven: Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie ; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel ; Sterke en gezonde steden en regio's ; Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. - - - - De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren. Waar keuzes op nationaal niveau in de NOVI zelf niet of nog niet scherp gemaakt kunnen worden of waar dit niet verstandig is , wordt richting gegeven aan decentrale keuzes. Beoordeling In de NOVI worden in totaal 21 nationale belangen benoemd. De beoogde ontwikkeling betreft een binnen gemeente Roosendaal gelegen (kleinschalige) ontwikkeling. Aangezien H 8144-1-RA-004 12 hierbij geen sprake is van grote nationale belangen valt deze ontwikkeling niet onder de primaire verantwoordelijkheid van het Rijk. De beoogde ontwikkeling sluit daarbij wel aan op meerdere in de NOVI aangekaarte prioriteiten , opgaven en nationale belangen. Zo sluit de beoogde ontwikkeling bijvoorbeeld aan op de nationale belangen gericht op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt bijgedragen aan de prioriteit om te voorzien in sterke en gezonde steden en regio's.

De beoogde ontwikkeling draagt immers bij aan een levendige binnenstad door leegstaande bebouwing een nieuwe invulling te geven. Sprake zal zijn van een aantrekkelijk gebied om te verblijven. De beoogde ontwikkeling is hiermee niet in strijd met de toekomstvisie uit de NOVI. 3. 2. 2De ladder In oktober 2012 is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied , het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties , woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik.

De (per 1 juli 2017 herziene) ladder voor duurzame verstedelijking (vanaf heden 'Ladder') werkt volgens twee stappen: Beschrijving/beoordeling van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt ; Indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt , een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. - - Voordat wordt getoetst aan de Ladder , dient te worden vastgesteld of het plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was , of kon worden gerealiseerd. Beoordeling In voorliggende situatie is in hoofdzaak sprake van een functiewijziging. Er is geen sprake van een significante toename van de hoeveelheid bebouwing. Voor stedelijke functies ligt de ondergrens wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel bij een bruto-vloeroppervlakte van 500 m. 2 Dit wordt als gevolg van het realiseren van een hotelkamer ter plaatse van de huidige fietsengarage niet overschreden. Of bij een functiewijziging sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot diens omgeving.

De gronden ter plaatse van het projectgebied zijn reeds bestemd voor gemengde doeleinden. De impact van een hotel , ten opzichte van de reeds toegestane functies (o. a. kantoren , detailhandel en dienstverlening) , op de omgeving is niet tot nauwelijks groter. Hiermee kan gesteld worden H 8144-1-RA-004 13 dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om deze reden behoeft de Ladder voor de beoogde ontwikkeling niet te worden doorlopen. Desalniettemin zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel aandacht besteed moeten worden aan de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. In voorliggende situatie kan de realisatie van een hotel op een goed bereikbare locatie binnen Roosendaal als een zeer wenselijke ontwikkeling worden gezien. De beoogde ontwikkeling zal bovendien een positief effect hebben op de ruimtelijke kwaliteit van het stationsgebied. De beoogde ontwikkeling wordt bovendien binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Reeds bestaande bebouwing wordt hergebruikt , waarmee sprake is van een duurzame ontwikkeling. 3. 3Provinciaal beleid 3. 3. 1Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren.

Dat gaat om ambities op het gebied van de energietransitie , een klimaatproof Brabant , Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende , duurzame economie. In de Omgevingsvisie wordt , in aansluiting op de Omgevingswet , het komen tot een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit als basisopgave aangegeven. Daarnaast worden vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn onderscheiden. In de visie wordt richting gegeven aan deze opgaven. De vier basisopgaven luiden als volgt: Werken aan de Brabantse energietransitie ; Werken aan een klimaatproof Brabant ; Werken aan de slimme netwerkstad ; Werken aan een concurrerende , duurzame economie. • • • • Brabant is in 2050 een provincie waar het goed wonen , werken en recreëren is. Zij is welvarend , verboden en klimaatproof. De basisopgave van Brabant is daarbij veelomvattend. Hierbij gaat het niet alleen om schone bodem , schoon water en schone lucht. Ook landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid , een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen , stilte en een natuurlijke omgeving zijn van groot belang. Recreatieve voorzieningen zijn dan ook van groot belang voor de leefbaarheid van Noord-Brabant. Een goed aanbod aan recreatie vormt bovendien een belangrijke vestigingsfactor.

Door een aantrekkelijk woon- en werkmilieu te realiseren wordt een geschikte omgeving gecreëerd voor de vestiging van nieuwe bedrijven en voor de ontwikkeling van bestaande bedrijven , hetgeen een positieve invloed heeft op de economisch positie van Noord-Brabant. H 8144-1-RA-004 14 De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het versterken van de kwaliteit van Noord-Brabant en is niet in strijd met de Omgevingsvisie. Daarnaast is sprake van een duurzame verstedelijking , aangezien de beoogde ontwikkeling de herontwikkeling van een verouderd en leegstaand pand betreft op een goed bereikbare locatie wordt gesitueerd. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de ambities uit de Omgevingsvisie van Noord-Brabant. 3. 3. 2Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Tot deze tijd geldt een Interim Omgevingsverordening. Dit vormt hiermee dan ook het toetsingskader voor de beoogde ontwikkeling. Naar aanleiding van het uitstellen van de Omgevingswet is ervoor gekozen om een aantal urgente onderwerpen die in de Omgevingsverordening zijn opgenomen , alvast via een wijziging van de Interim omgevingsverordening in werking te laten treden. Conform de Interim Omgevingsverordening is het projectgebied gelegen in stedelijk gebied.

Voor de ontwikkeling van een locatie voor wonen , werken of voorzieningen dient onderbouwd te worden dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen , werken of voorzieningen: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving ; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik , waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden ; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie ; houdt rekening met klimaatverandering , waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water ; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit ; draagt bij aan een duurzame , concurrerende economie. • • • • • • In voorliggende situatie is sprake van een duurzame ontwikkeling. De transformatie van een verouderd en leegstaand pand bevordert het zorgvuldig ruimtegebruik , en zorgt hiermee ook voor een opwaardering van de omgevingskwaliteit. Het hotel bevindt zich op korte afstand van het treinstation , waarmee gasten gemakkelijk per trein naar Roosendaal kunnen reizen. Bovendien dragen dergelijke voorzieningen ook bij aan de aantrekkelijkheid van Roosendaal , hetgeen een positief effect kan hebben op een duurzame en concurrerende economie. Tot slot zal de huidige bebouwing door de beoogde ontwikkeling ook verduurzaamd worden.

Tevens dient de ontwikkeling te passen binnen regionale afspraken. In Roosendaal is het gebied rondom het station verouderd , en heeft de binnenstad te maken met leegstand. De gemeente wil dit gebied dan ook herontwikkelen. Hiervoor wordt thans een ontwikkelplan , genaamd 'Rondje Roosendaal' , opgesteld. Dit sluit eveneens aan bij de visie en ambitie van de provincie om leegstand in het centrum tegen te gaan. Om inhoud te geven aan deze H 8144-1-RA-004 15 transformatieopgave hebben de gemeente en de provincie Noord-Brabant in maart 2021 bovendien een intentieovereenkomst gesloten. 3. 4Gemeentelijk beleid 3. 4. 1Omgevingsvisie Roosendaal Op 1 december 2023 is de Omgevingsvisie 'Roosendaal , verbonden stad' vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Roosendaal. In de omgevingsvisie wordt beschreven hoe de fysieke leefomgeving van de stad , de dorpen en het buitengebied wordt beheerd , gebruikt en ontwikkeld met het oog op de toekomst. Roosendaal heeft de ambitie om zich voor de komende 10 tot 15 jaar verder te ontwikkelen als een ‘verbonden stad‘. Dit betekent een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving.

Roosendaal ontleent ook haar kracht aan de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio , met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam , Antwerpen en Brainport Eindhoven. Deze verbondenheid is al eeuwen de stuwende motor achter de ontwikkeling van de gemeente Roosendaal en zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Bij het realiseren van de centrale ambitie hanteert de gemeente een drietal leidende principes: Stad en dorpen van de menselijke maat ; Balans tussen mens en natuur ; Ruimte voor talent en ondernemerschap. 1. 2. 3. De analyse van de huidige situatie van Roosendaal , de trends en ontwikkelingen , in combinatie met de ambitie voor de toekomst van Roosendaal en leidende principes daarbij , leiden tot een drietal overkoepelende opgaven voor Roosendaal. Dit zijn de volgende opgaven: Inspelen op extra groei Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid Werken aan een inclusieve stad • • • Deze overkoepelende opgaven worden vervolgens weer vertaald in opgaven voor de fysieke leefomgeving. Met name de opgave 'inbreiden en uitbreiden , ruimte voor alle opgaven met focus op Rondje Roosendaal' is relevant voor de beoogde ontwikkeling.

Het grootste deel van nieuwe ontwikkelingen tot circa 2030 zal gebouwd worden binnen de bestaande stedelijke contour. Het zwaartepunt voor de ontwikkelingen binnen de stad ligt bij het Rondje Roosendaal. De beoogde ontwikkeling sluit goed aan op de ontwikkelingen binnen Rondje Roosendaal. Uiteraard zijn ook opgaven die zich richten op een goede fysieke leefomgeving , zoals het optimaliseren van het niveau van leefbaarheid , relevant voor H 8144-1-RA-004 16 de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling draagt immers bij aan het vergroten van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Het ‘Rondje Roosendaal’ is de overkoepelende term voor locaties in en rondom het centrum van Roosendaal: het stationsgebied , (Groot) Mariadal , het oude centrum , de compacte commerciële binnenstad , de Laan van Brabant , het westelijk deel van de binnenstad , Stadsoevers en het Vlietpark. Het omvat een verzameling van ontwikkelingen en transformaties , die met elkaar worden verbonden door een openbare gebiedsroute (het ‘rondje’). In onderstaande figuur wordt dit gebied weergeven. De ontwikkelingen binnen dit gebied dragen gezamenlijk bij aan de ontwikkeling van een aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige woon- , werk en leefomgeving. Met de transformatie van winkel- en kantoorpanden kan de leegstand worden aangepakt , en een compactere winkelstad ontstaan.

De ontwikkelingen zorgen voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het gebied. Winkelfuncties en horeca worden daarbij geconcentreerd in kernwinkelgebied. De compacte commerciële binnenstad ontwikkelt zich daarbij door als gastvrij bezoekerscentrum van de stad en de regio. In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat het gebied rondom het station aandacht nodig heeft. Deze omgeving is verouderd , en de binnenstad heeft te maken met een toenemende leegstand van winkels en kantoren. Dit betekent dat de leefbaarheid nu onder druk staat. Aangezien dit gebied potentie heeft wordt hiervoor een integraal Ontwikkelplan voor opgesteld. Het doel hiervan is om van de spoorzone een levendig gebied te maken en hier stedelijke dynamiek in te brengen. Verdere inbreiding en het toevoegen van extra functies op deze locatie biedt een kans voor de binnenstad. H 8144-1-RA-004 17 De beoogde ontwikkeling betreft de transformatie van een verouderd en leegstaand pand op korte afstand van het station van Roosendaal. Door de beoogde ontwikkeling zal de ruimtelijke kwaliteit , en leefbaarheid , van het gebied worden versterkt. Het realiseren van hotelfuncties past bij de ambitie om een gastvrij en aantrekkelijk gebied te creëren. In de omgevingsvisie wordt tevens aangegeven dat ingezet moet worden op 'blurring' van functies.

De beoogde ontwikkeling draagt in dit kader bij aan een divers aanbod aan voorzieningen. Resumerend gesteld past de beoogde ontwikkeling erg goed binnen de omgevingsvisie van Roosendaal. De beoogde ontwikkeling sluit immers goed aan op de ambities voor het Rondje Roosendaal. 3. 4. 2Roosendaal Natuurstad De gemeente heeft in dit beleidskader haar ambities vastgelegd op het gebied van vergroening en klimaatadaptatie. Met als belangrijkste doel het realiseren van een klimaatbestendig en een mede daardoor nog aangenamer en aantrekkelijker Roosendaal. Vanaf 2020 moeten gemeenten klimaatadaptief handelen en in 2050 moet Roosendaal klimaatadaptief zijn. Deze verplichting combineert Roosendaal met meer vergroening zodat Roosendaal en de omliggende dorpen samen een aantrekkelijke , groene gemeente vormen waar mensen graag willen wonen , werken , verblijven en recreëren. De thema's droogte , hittestress en wateroverlast staan hierbij centraal. Het beleid geeft normen aan waar her- en nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte aan moeten voldoen ten aanzien van: 1. bestrijding van droogte , hittestress en wateroverlast , 2. borging van waterveiligheid voor zover nodig en 3. verbetering van biodiversiteit en luchtkwaliteit (laatste behoort niet alleen tot de scope van Roosendaal Natuurstad).

In het beleid is een waarderingssysteem opgenomen voor de reconstructie of nieuwe inrichting van een straatprofiel. Hiertoe zijn diverse maatregelen aangegeven die leiden tot vergroening en klimaatadaptatie. In voorliggende situatie is sprake van de transformatie van een bestaand pand. Het openbare gebied valt buiten de invloedssfeer van de beoogde ontwikkeling. Desalniettemin zal , ook in het kader van een goede ruimtelijke kwaliteit , waar mogelijk vergroening plaatsvinden. In de huidige situatie is sprake van een volledig verhard terrein. Hier liggen aldus kansen ter verbetering. Dit bijvoorbeeld ingevuld worden door het projectgebied in de toekomstige situatie meer groen in te richten. Door de modernisering van een verouderd gebouw zal de bebouwing bovendien verduurzaamd worden. H 8144-1-RA-004 18 3. 4. 3Welstandsnota Roosendaal Gemeente Roosendaal heeft haar welstandsbeleid in 2013 vastgelegd in de nota 'Welstand Roosendaal'. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt bekeken of plannen in de omgeving passen door deze te toetsen aan de criteria die staan in de welstandsnota. In de nota worden algemene criteria en criteria voor objecten en gebieden gegeven. Aan de hand van de bebouwingstypologie is de gemeente verdeeld in gebieden. Hiervoor zijn uitgangspunten en welstandscriteria opgesteld , waarmee de ontwerper rekening moet houden.

Het projectgebied behoort tot het centrum van Roosendaal. Dit betreft een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de aanwezige historische kwaliteiten , zoals het gegroeide en kleinschalige karakter. Variatie zonder verrommeling is uitgangspunt. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. De beoogde ontwikkeling betreft de transformatie van een verouderd , en leegstaand , pand. Dit gaat de verrommeling van het gebied tegen , aangezien hiermee nieuw leven in het pand wordt geblazen. Daarbij is geen sprake van grote ruimtelijke wijzigingen. Uiteraard zal bij de uitwerking rekening gehouden worden met een zorgvuldige verdere inpassing. H 8144-1-RA-004 19 4Beschouwing omgevingsaspecten 4. 1Algemeen In dit hoofdstuk wordt in hoofdlijnen ingegaan op het effect van de beoogde ontwikkeling op de van toepassing zijnde omgevingsaspecten. De effecten worden getoetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 4. 2Externe veiligheid 4. 2. 1Algemeen In deze paragraaf zal het aspect externe veiligheid nader inzichtelijk worden gemaakt. Een 2 hotel (met een omvang kleiner dan 1.

500 m bvo) wordt als beperkt kwetsbaar object gezien conform wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Bovendien zal in de toekomstige situatie sprake zijn van een wijziging van het aantal personen ter plaatse van het projectgebied , waardoor het aspect externe veiligheid om aandacht vraagt. De externe veiligheidsrisico's ter plaatse van het projectgebied zullen in deze paragraaf aan bod komen. 4. 2. 2Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: −het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg , water , spoor en door buisleidingen ; −het gebruik , de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen) ; −het luchtvaartverkeer. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt , namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit (zoals hiervoor omschreven) en bij het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een dergelijke 'activiteit'. Met betrekking tot de risico's voor de externe veiligheid zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) , Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) richtafstanden en grenswaarden opgesteld betreffende de afstand tot kwetsbare objecten.

Relevante begrippen Relevant voor toetsing van de externe veiligheidsrisico's ter plaatse van objecten waar mensen aanwezig zijn , zijn onder andere de begrippen plaatsgebonden risico , het groepsrisico en het invloedsgebied. Deze zijn als volgt gedefinieerd: −Plaatsgebonden risico (PR) Het risico op een plaats buiten een inrichting , uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven , overlijdt als H 8144-1-RA-004 20 rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. −Groepsrisico (GR) De cumulatieve kansen per jaar dat een groep mensen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het GR is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Bij het PR is het dus niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. Voor het GR geldt dat in een gebied waar zich geen personen bevinden het GR per definitie gelijk aan nul is. Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval kunnen vallen hoe lager (strenger) de oriëntatiewaarde is. Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting.

−Invloedsgebied Het invloedsgebied is gedefinieerd als het gebied rondom een risicovolle activiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn en waar een onbeschermde persoon een kans van 1% op overlijden heeft , gegeven het risicoscenario en de weerklasse. Het invloedsgebied van een activiteit met gevaarlijke stoffen of het vervoer van gevaarlijke stoffen is normaliter de afstand tot de 1%-letaliteitsgrens. 4. 2. 3Beoordeling Door de beoogde ontwikkeling is geen sprake van het ontplooien van nieuwe risicovolle 2 activiteiten. Een hotel , met een vloeroppervlak minder dan 1. 500 m , wordt in het kader van externe veiligheid als beperkt kwetsbaar object aangemerkt. Ter plaatse van het projectgebied zijn in de huidige situatie eveneens reeds beperkt kwetsbare objecten toegestaan. In het verleden betroffen de panden ter plaatse van het projectgebied kwetsbare objecten. De mogelijkheden voor kwetsbare objecten zijn echter in het vigerende bestemmingsplan ingeperkt. De thans mogelijke bedrijfsbebouwing wordt daarbij overigens , net als een hotel , als beperkt kwetsbaar aangemerkt. Hiermee is geen sprake van een geheel nieuw (beperkt) kwetsbaar object , daar het op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds sprake was van een beperkt kwetsbaar object. Wel is mogelijk sprake van een verandering van het aantal personen ter plaatse van het projectgebied.

Deze verandering is echter zeer beperkt , daar sprake is van een kleinschalig hotel. Het moment waarop de personen aanwezig zijn ter plaatse van het projectgebied zal echter wijzigen. In de bebouwing zullen op grond van de kentallen uit de Handleiding risicoberekeningen transportroutes (Hart) naar verwachting overdag meer personen aanwezig zijn wanneer deze bebouwing als kantoor wordt gebruikt , dan wanneer sprake is van een hotel met 18 kamers (zie ook bijlage 1). Voor de huidige situatie is in hoofdzaak bedrijvigheid toegestaan , waarbij doorgaans enkel gedurende de dagperiode personen aanwezig zijn. Bij een hotel zijn ook gedurende de nachtperiode personen aanwezig. Vanwege het kleinschalige karakter van de beoogde ontwikkeling zal het verschil ten opzichte van de huidige situatie altijd beperkt zijn. H 8144-1-RA-004 21 Vanwege de realisatie van een beperkt kwetsbaar object , en wijziging wat het aantal personen tijdens de dag- en nachtperiode betreft , dienen risicovolle activiteiten in de nabije omgeving van het projectgebied te worden geïnventariseerd. Ter bescherming van beperkt kwetsbare objecten moet bij voorkeur een bepaalde afstand aanwezig zijn ten opzichte van -6 risicobronnen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt het plaatsgebonden risico van 10 per jaar als richtwaarde.

Op basis van een inventarisatie van de risicobronnen in de omgeving volgt dat met name het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor om een nadere beschouwing vraagt. In dit kader is door Peutz een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) (bijlage 1) uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde QRA wordt het volgende geconcludeerd: −Het projectgebied is deels gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10 per jaar ten gevolge van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Dit is voor een beperkt kwetsbaar object echter een richtwaarde en geen grenswaarde. De ontwikkeling betreft daarnaast het herbestemmen van een op de locatie reeds bestaand beperkt kwetsbaar object. Hiermee verandert er niet wezenlijk iets in de risico's ; −Het berekende groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor neemt bij de beoogde ontwikkeling niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Het berekende groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde beperkt met een factor 11 , in zowel de huidige als toekomstige situatie ; −Deze overschrijding is hoofdzakelijk een gevolg van een reeds aanwezige hoge populatiedichtheid in de nabije omgeving van het spoor -6 Hiermee kent de beoogde ontwikkeling van een hotel geen wezenlijk grotere risico's dan de risico's in de reeds bestaande situatie.

Conform artikel 8 van het Bevt dient voor ontwikkelingen , waarbij het groepsrisico beperkt ( < 10%) toeneemt maar de oriëntatiewaarde wordt overschreden , wel een verantwoording te worden afgelegd. In bijlage 1 wordt hier nader op ingegaan , waarbij onder andere ingegaan wordt op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid ingeval van een ramp. De uiteindelijke verantwoording van het groepsrisico is echter primair een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Dit geldt tevens voor de uiteindelijk beoordeling van mogelijk te treffen maatregelen. 4. 2. 4Conclusie De beoogde ontwikkeling kent geen grotere risico's dan in de huidige (planologische) situatie. Hiermee vormt het aspect externe veiligheid dan ook geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Wel wordt opgemerkt dat sprake is van een ligging binnen het invloedsgebied van het nabijgelegen spoor. Hier wordt bij de planuitwerking (o. a. ten aanzien van vluchtroutes) rekening mee gehouden. H 8144-1-RA-004 22 4. 3Verkeer en parkeren 4. 3. 1Algemeen De beoogde ontwikkeling dient niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten en er dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. De beoogde ontwikkeling heeft een eigen parkeervraag die opgevangen dient te worden. In deze paragraaf wordt de impact van de ontwikkeling op het aspect verkeer en parkeren nader inzichtelijk gemaakt. 4. 3.

2Toetsingskader Om te voorkomen dat nieuw- en verbouwplannen zorgen voor een onwenselijke situatie wat betreft parkeerdruk heeft gemeente Roosendaal parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen'. Deze normen zijn niet alleen van toepassing op nieuwbouw , maar ook op verbouw/renovatie. De parkeernormen van Roosendaal zijn gebaseerd op de gemiddelde parkeerkencijfers van het CROW. Na de beoogde ontwikkeling moet ook wat de verkeersafwikkeling betreft sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Hiertoe is het van belang om de verkeersgeneratie van het plan nader te beschouwen. De verkeersaantrekkende werking wordt beoordeeld aan de hand van CROW-kentallen. 4. 3. 3Beoordeling De beoogde ontwikkeling omvat de realisatie van een hotel. Dit zal gepaard gaan met een verkeersaantrekkende werking. Voor een 3-sterren hotel geldt op basis van CROW-kencijfers – voor een locatie in het centrum in een sterk stedelijke gemeente - een verkeersgeneratie van maximaal 72 , verkeersbewegingen per 10 kamers. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 13 verkeersbewegingen per etmaal. Hierbij wordt opgemerkt dat de huidige invulling mogelijk ook reeds een verkeersaantrekkende werking kent die komt te vervallen. De toename is hiermee zeer beperkt , en zal niet tot nauwelijks een merkbare invloed hebben op de verkeerssituatie in de omgeving.

Sprake is van een ligging op een stedelijke locatie waar reeds sprake is van het nodige verkeer. Het toevoegen van een hotel met 18 hotelkamers , wat als een kleinschalige ontwikkeling kan worden aangemerkt en slechts resulteert in maximaal 13 verkeersbewegingen per etmaal (mogelijk ook verspreid over een etmaal) , zal niet leiden tot verkeerskundige knelpunten. Door thans leegstaande beoogde ontwikkeling zal ten opzichte van de de bedrijfsbebouwing wel de parkeervraag toenemen. Voor een hotel geldt op basis van de gemeentelijke parkeernormen een parkeereis van 10 , parkeerplaatsen per hotelkamer , hetgeen resulteert in een totale parkeereis van 180 , parkeerplaatsen. Hierbij wordt geen separate parkeernorm aangegeven voor het personeel van het hotel , waarmee kan worden geconcludeerd dat deze parkeernorm zowel toeziet op de hotelgasten als het personeel. Het is bovendien niet te verwachten dat alle gasten per auto naar het hotel komen , waardoor er aldus ruimte resteert voor het parkeren van het personeel. Ingeval er onverhoopt geen H 8144-1-RA-004 23 ruimte beschikbaar is voor personeel om te parkeren op eigen terrein zal er gebruik worden gemaakt van een nabijgelegen parkeergarage. In eerste aanleg zullen de nodige parkeerplaatsen op eigen terrein gesitueerd moeten worden. Het plan voorziet thans in 18 parkeerplaatsen.

Deels zal daarbij gebruik worden gemaakt van een mechanisch stapelbaar parkeersysteem. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen , en kan worden geconcludeerd dat sprake zal zijn van voldoende parkeergelegenheid. Hierbij wordt voorts opgemerkt dat het beoogde hotel op een zeer goed bereikbare locatie ten opzichte van het openbaar vervoer is gelegen. Naar verwachting zal een deel van de hotelgasten dan ook gebruik maken van het openbaar vervoer. 4. 3. 4Conclusie In voorliggende situatie zal worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Bovendien is sprake van een zeer beperkte toename aan verkeer. Er is hiermee dan ook geen sprake van verkeers- of parkeerkundige knelpunten. 4. 4Overige omgevingsaspecten Sprake is van de transformatie van een bestaand pand. De effecten op de omgeving zijn hiermee relatief beperkt. Onderstaand wordt , gezien de beperkte omvang en impact van de beoogde ontwikkeling , een opsomming gegeven van de effecten ten gevolge van de beoogde ontwikkeling op de omgevingsaspecten: − Water Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van de aan- en afvoer van water. Er is geen sprake van een toename aan verharding. Hiermee is ook geen sprake van de versnelde lozing van hemelwater als gevolg van uitbreiding van verhard oppervlak. De beoogde ontwikkeling gaat niet gepaard met een toename aan verharding.

Voorgaande in acht nemend levert het aspect water geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. − Ecologie De beoogde ontwikkeling gaat niet gepaard met het bebouwen van een onverhard terrein of de verwijdering van houtopstanden. Daarnaast is sprake van een renovatie van bestaande panden ter plaatse van het projectgebied. Hierbij zal uitsluitend sprake zijn van interne verbouwingen. Hiermee is geen sprake van fysieke wijzigingen aan de panden die mogelijk gevolgen hebben voor (beschermde) soorten dieren en planten. Opgemerkt wordt dat het projectgebied gezien de zeer stedelijke ligging op korte afstand van het spoor naar verwachting ook geen betekenis zal hebben voor beschermde soorten. Daarnaast heeft de beoogde ontwikkeling geen negatief effect op natuurgebieden , daar de projectlocatie niet in een natuurgebied is gelegen en verdere natuurgebieden op grote afstand zijn gelegen. Op enige afstand kan het aspect stikstofdepositie nog wel om aandacht vragen. Het meest nabijgelegen voor stikstof gevoelige gebied betreft 'Brabantse Wal' op een afstand van 75 , kilometer. Dit betekent ook dat geen sprake is van een sterk beperkende situatie wat stikstofdepositie betreft.

Aangezien bovendien geen sprake is van omvangrijke bouwwerkzaamheden waarbij dieselaangedreven materieel H 8144-1-RA-004 24 ingezet zal worden , en het gebruik van het hotel niet gepaard gaat met een wezenlijke emissie aan stikstof , zal de beoogde ontwikkeling , mede vanwege de grote afstand tot dit gebied , niet leiden tot een relevant effect op het aspect stikstofdepositie. Volledigheidshalve zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd voor de toekomstige situatie (bijlage 2). De beoogde ontwikkeling kent een verkeersaantrekkende werking , waardoor sprake | zal | zijn van de emissie van stikstofhoudende verbindingen ten gevolge van verkeersbewegingen. Het verkeer is daarbij toegeschreven aan de beoogde ontwikkeling totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Er zal geen sprake 1 zijn van overige activiteiten binnen het plangebied die leiden tot een toename van de emissies van stikstofhoudende verbindingen. | Voor de berekeningen | is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2023. 2. | Het | jaar 2024 | is | als rekenjaar aangehouden. Hieruit | volgt | eveneens | dat | geen | sprake | is | van | een | relevante | toename | aan stikstofdepositie ter plaatse van voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden. Het | aspect ecologie | zal hiermee geen belemmeringen opleveren voor de beoogde ontwikkeling.

− Geluid De beoogde ontwikkeling omvat geen geluidgevoelige functies zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder (Wgh). De beoogde ontwikkeling zal bovendien geen invloed hebben op het geluid in de omgeving. − Luchtkwaliteit en geur −De beoogde ontwikkeling heeft niet tot nauwelijks invloed op de luchtkwaliteit en geur ter plaatse van de omgeving van het projectgebied. Hooguit zal sprake zijn van een zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het projectgebied. Dit zou echter ook aan de orde zijn indien de overige bedrijvigheid gevestigd wordt , en wel binnen het vigerende bestemmingsplan zou passen. Dit heeft echter een zeer beperkte invloed op de luchtkwaliteit en geur en levert derhalve geen belemmering op. − Bodem De beoogde ontwikkeling gaat naar alle verwachting niet gepaard met bodemroerende werkzaamheden welke op basis van het vigerende bestemmingsplan thans nog niet zijn toegestaan. Daarnaast zijn de gronden ter plaatse van de beoogde ontwikkeling reeds bestemd voor kantoren , ambachtelijke werkplaatsen , dienstverlening en detailhandel. Hiermee is het reeds mogelijk dat op deze gronden personen voor langere tijd verblijven. De bodemkwaliteit wordt hiermee geacht voor het toekomstige gebruik als hotel. Het aspect bodem is derhalve in dit kader niet relevant en vraagt daarom niet om een nadere beschouwing.

− Archeologie De | gronden | ter | plaatse | van | het | projectgebied | kennen | conform | het | vigerende bestemmingsplan geen archeologische verwachtingswaarde. De beoogde ontwikkeling betreft bovendien | in hoofdzaak de renovatie van bestaande panden , waarmee een mogelijke verstoring van archeologische waarden uit kan worden gesloten. Het uitvoeren 1In de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator wordt aangegeven dat in de regel het verkeer wordt meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Gezien de zeer beperkte hoeveelheid verkeer is dit nagenoeg direct aan de orde op het moment dat het verkeer van en naar het plangebied op | de openbare weg | is aanbelandt. Vanuit een worst | case benadering | is | een langere rijroute aangehouden in de modellering. Er is vanuit gegaan dat 50% via de Kade rijdt , | en 50% via de Stationsstraat. H 8144-1-RA-004 | 25 van archeologisch onderzoek is hiermee dan ook niet benodigd , en het aspect archeologie vraagt ook niet om een nadere beschouwing. − Milieueffectrapportage Op grond van de Wet milieubeheer is het voor projecten die mogelijk grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu verplicht om een procedure voor de milieueffectrapportage (m. e. r. --procedure) te doorlopen. De m. e. r.

--procedure is bedoeld om ten aanzien van bepaalde plannen en besluiten de milieubelangen expliciet mee te wegen bij besluitvorming. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen " m.e.r.--plichtige activiteiten " waarvoor een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en " m.e.r.-- beoordelingsplichtige activiteiten " waarbij in de vorm van een m. e. r. --beoordeling moet worden afgewogen of significante negatieve gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling zou uitsluitend mogelijk in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst onder D. 11. 2 kunnen vallen ; 'De aanleg , wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is echter afhankelijk van de concrete omstandigheden. Onder andere de aard en omvang van de voorziene wijziging spelen daarbij een rol. In voorliggende situatie is sprake van een functiewijziging zonder omvangrijke bouwwerkzaamheden. Er is geen sprake van een significante uitbreiding van bebouwing. Bovendien wijzigt het gebruik van de gronden ter plaatse van het projectgebied rondom het pand , als parkeergelegenheid , niet. Het beoogde hotel genereert ook niet significant meer verkeer dan thans reeds (planologisch) mogelijk is.

Derhalve is een nadere beoordeling ten aanzien van een milieueffectrapportage niet benodigd. Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat , zoals eveneens uit voorliggende ruimtelijke onderbouwing volgt , geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu. H 8144-1-RA-004 26 5.1 5.2 5.3 DEUI Uitvoerbaarheid Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Economische uitvoerbaarheid De verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer om de financiële uitvoerbaarheid te garanderen. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de realisatie van het plan. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Gezien de aard en schaal van de beoogde ontwikkeling behoeft er geen verdere actie te worden ondernomen ten behoeve van het creëren van maatschappelijk draagvlak. Er is immers sprake van het transformeren van verouderde, en leegstaande, bebouwing — welke bestemd is voor gemengde doeleinden — op een binnenstedelijke locatie. Door de beoogde ontwikkeling is juist sprake van een kwaliteitsimpuls voor de omgeving. Wel zijn de directe buren door de initiatiefnemer geïnformeerd over de plannen. Zoetermeer, Dit rapport bevat 27 pagina's en 2 bijlagen.

(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Bijlage 1 Onderzoek externe veiligheid H 8144-1-RA-004 1. 1 Realisatie hotel aan de Markt 91-93 te Roosendaal Onderzoek naar het deelaspect externe veiligheid Rapportnummer H 8144-2-RA-002 d. d. 6 december 2023 DEUI Realisatie hotel aan de Markt 91-93 te Roosendaal Onderzoek naar het deelaspect externe veiligheid opdrachtgever Berco Beheer B.V. rapportnummer H 8144-2-RA-002 datum 6 december 2023 referentie EdB/TJo/YvdM/H 8144-2-RA-002 verantwoordelijke opsteller (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, 1S0-9001:2015 mook — zoetermeer — groningen — eindhoven — düsseldorf — dortmund — berlijn — nürnberg — leuven — parijs — lyon Inhoudsopgave 1 Inleiding en samenvatting 4 2 Wet- en regelgeving 5 2. 1 2. 2 2. 3 Algemeen Relevante begrippen Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 5 5 6 3 Plangebied en beoogde ontwikkeling 8 3. 1 3. 2 Vigerend bestemmingsplan Beoogde ontwikkeling 9 10 4 Uitgangspunten 12 4. 1 4. 2 Spoorlijn Populatiegegevens 12 13 5 Berekeningen 15 5. 1 5. 2 5. 2. 1 5. 2. 2 Algemeen Rekenresultaten Plaatsgebonden risico Groepsrisico 15 18 18 19 6 Verantwoording groepsrisico 20 6. 1 6. 1. 1 6. 1. 2 6. 1. 3 6.

2 Zelfredzaamheid Scenario met brandbare vloeistoffen Scenario met brandbare gassen Toxische scenario’s Bestrijdbaarheid 20 20 22 22 23 7 Beoordeling en conclusie 24 Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Plattegronden hotel Invoer en resultaten rekenmodel huidige situatie Invoer en resultaten rekenmodel toekomstige situatie H 8144-2-RA-002 3 1Inleiding en samenvatting In opdracht van Berco Beheer is een onderzoek uitgevoerd naar het aspect externe veiligheid in het kader van de beoogde realisatie van een hotel aan de Markt 91-93 te Roosendaal. De ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een bestaand pand naar een hotel met 18 kamers. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Centrum Noord' , derhalve zal een procedure tot afwijken van het bestemmingsplan worden doorlopen. De beoogde ontwikkeling is op relatief korte afstand van het spoor (circa 4 meter van de buitenste spoorstaaf) , waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt , gelegen. Conform artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient bij een ontwikkeling op minder dan 200 meter van een basisnetroute , waar hier sprake van is , het groepsrisico berekend te worden. In dit kader vraagt aldus het deelaspect externe veiligheid om aandacht.

Doel van het onderzoek is aldus het inzichtelijk maken van de externe veiligheidrisico's middels een kwantitatieve risicoanalyse (QRA). Op basis van de in voorliggende rapportage uitgevoerde QRA wordt het volgende geconcludeerd: -6 −Het plangebied is deels gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10 per jaar ten gevolge van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Dit is voor een beperkt kwetsbaar object een richtwaarde en geen grenswaarde. De ontwikkeling betreft daarnaast het herbestemmen van een op de locatie reeds bestaand beperkt kwetsbaar object. Hiermee verandert er niet wezenlijk iets in de risico's. Immers , het plaatsgebonden risico houdt geen rekening met variabele aanwezigheid van personen op een locatie. −Het berekende groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor neemt bij de beoogde ontwikkeling niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Het berekende groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde beperkt met een factor 11 , in zowel de huidige als toekomstige situatie met een maximum aantal slachtoffers van 964 in beide situaties. Hiermee is geen sprake is van een verandering in het groepsrisico. −Deze overschrijding is hoofdzakelijk een gevolg van een reeds aanwezige hoge populatiedichtheid in de nabije omgeving van het plangebied en het spoor.

Aldus kent de herbestemming naar een hotel geen grotere risico's dan de risico's in de reeds bestaande situatie. Wel dient het groepsrisico verantwoord te worden. De uiteindelijke verantwoording van het groepsrisico is primair een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Dit geldt tevens voor de uiteindelijk beoordeling van mogelijk te treffen maatregelen. H 8144-2-RA-002 4 2Wet- en regelgeving 2. 1Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: −het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg , water , spoor en door buisleidingen ; −het gebruik , de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen) ; −het luchtvaartverkeer. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt , namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit en bij het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een dergelijke 'activiteit' (zoals hierboven omschreven). 2. 2Relevante begrippen Relevant voor toetsing van de externe veiligheid op een locatie nabij transport met gevaarlijke stoffen zijn de begrippen plaatsgebonden risico , groepsrisico , invloedsgebied , veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied.

Deze zijn als volgt gedefinieerd: −Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken , onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft , overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting of op een transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. −Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kans dat een groep van ten minste N personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting of op een transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is , of als rechtstreeks gevolg van een vliegtuigongeval. Bij het PR is het niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. Voor het GR geldt dat in een gebied waar zich geen personen bevinden , het GR gelijk aan nul is. Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval in één keer kunnen vallen hoe lager (strenger) de norm (de oriëntatiewaarde). Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting. −Invloedsgebied Het invloedsgebied is gedefinieerd als het gebied rondom een risicovolle activiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn en waar een onbeschermd persoon een kans van 1% op overlijden heeft , gegeven het risicoscenario en de weerklasse.

Het invloedsgebied van H 8144-2-RA-002 5 een activiteit met gevaarlijke stoffen of het vervoer van gevaarlijke stoffen is normaliter de afstand tot de 1%-letaliteitsgrens. 1 worden aanvullend de begrippen veiligheidszone en plasbrand- In het Basisnet aandachtsgebied gedefinieerd: −Veiligheidszone Een veiligheidszone is een zone langs een (spoor)weg waar gevaarlijke stoffen over worden getransporteerd en waarop het Basisnet van toepassing is waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. De veiligheidszone komt overeen met het gebied tussen de Basisnetroute en de locatie waar het plaatsgebonden risico ten hoogste -6 10 per jaar mag bedragen. De ligging van de veiligheidszone volgt uit bijlage I van de regeling Basisnet. −Plasbrandaandachtgebied (PAG) Het gebied tot 30 meter van de (spoor)weg waarbinnen , indien sprake is van het transport van grotere hoeveelheden brandbare vloeistoffen , bij de realisatie van kwetsbare objecten rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Of sprake is van een PAG volgt uit bijlage I van de regeling Basisnet. Op een baanvak als bedoeld in het eerste lid wordt de breedte van de zone van 30 meter gemeten vanaf de buitenste kantstrepen. 2.

3Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het toetsingskader voor vervoer over weg , spoor en water wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Conform het Bevt geldt het volgende: -6 −het plaatsgebonden risico van 10 per jaar geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten ; −het groepsrisico dient berekend te worden voor de realisatie van nieuwe ontwikkelingen binnen 200 meter van een Basisnetroute ; −het groepsrisico hoeft niet berekend en (uitgebreid) verantwoord te worden indien: −het groepsrisico lager ligt dan 10% van de oriëntatiewaarde of ; −het groepsrisico met minder dan 10% toeneemt en , −de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. −een verplichting tot het geven van een toelichting geldt op het moment dat nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden mogelijk gemaakt in een Plasbrandaandacht- gebied. De verantwoording van het groepsrisico is primair een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.

Aspecten die in een eventuele (uitgebreide) groepsrisicoverantwoording aan de orde dienen te komen , zijn (conform artikel 8 Bevt): −de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen 1Het Basisnet beoogt voor de lange termijn aan de gemeenten duidelijkheid te bieden over de maximale risico’s die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet en het bijbehorende Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn op 1 april 2015 in werking getreden. H 8144-2-RA-002 6 maatregelen , waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte , en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.

−Onafhankelijk van de hoogte van het groepsrisico dient voor ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van transport van gevaarlijke stoffen aandacht besteed te worden aan (conform artikel 7 Bevt): −mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg , spoorweg of dat binnenwater , en −voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg , spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. H 8144-2-RA-002 7 3Plangebied en beoogde ontwikkeling Het plangebied is gelegen aan Markt 91-93 te Roosendaal. Het centrum van Roosendaal is ten oosten van het plangebied gelegen. Aan de westzijde van het plangebied is het spoor gesitueerd op een afstand van circa 4 meter (vanaf de buitenste spoorstaaf) gelegen. In figuur 3. 1 wordt het plangebied ten opzichte van de spoorweg weergeven. De plattegronden van de begane grond , eerste verdieping en tweede verdieping zijn opgenomen in bijlage 1 achter de rapportage. f3. 1Ligging plangebied en de spoorweg (bron luchtfoto: Google Earth) H 8144-2-RA-002 8 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1960/documents/54964