CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

34 - 01. BWB begroting 2023 en jaarstukken 2021.pdf

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5e: Zienswijzen begrotingen 2023 Gemeenschappelijke Regelingen23.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.

Wat hebben we bereikt?

In 2021 is het volgende bereikt: -

De nieuwe belastingapplicatie is verder geïmplementeerd en ingepast in de IT-infrastructuur. Onderdelen van deze implementatie hebben in 2020 vertraging opgelopen door corona en het daaropvolgende thuiswerkadvies.

-

De organisatie is verder gemoderniseerd om hybride samen te kunnen werken, ongeacht of een collega nu op kantoor werkt of thuis.

3. Wat hebben we daarvoor gedaan? Implementatie nieuwe belastingpakket Eind 2020 is de nieuwe belastingapplicatie ‘live’ gegaan, maar nog niet alle punten vanuit de aanbesteding waren opgeleverd. Een groot deel van deze punten is in 2021 alsnog opgeleverd, alsmede de verschillende koppelingen die de belastingapplicatie met andere applicaties verbinden.

Informatieveiligheid -

Ook dit jaar hebben alle medewerkers thuis informatie ontvangen over “veilig thuis werken”, ondersteund door een e-learning module met als doel de bewustwording over het belang van informatieveiligheid zo groot mogelijk te houden.

-

Om alle maatregelen en audits die voortkomen uit wet- en regelgeving rond archivering, privacy en informatiebeveiliging blijvend in beeld te kunnen houden is een controletool geïmplementeerd.

HRM Onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering is de in-, door- en uitstroom van medewerkers. De implementatie van de nieuwe applicaties, evenals de enorme stijging van het aandeel waardebezwaren heeft geleid tot veel werving van nieuw personeel. Vaak ging het om tijdelijke contracten, maar ook om externe inhuur. In toenemende mate leidt de krapte op de arbeidsmarkt tot moeilijk vervulbare vacatures en moet noodgedwongen uitgeweken worden naar inhuur.

- 24 -

In 2021 zijn 17 nieuwe collega’s bij de BWB in dienst getreden, 25 collega’s zijn vertrokken, veelal na afronding van tijdelijke werkzaamheden, vakantiewerk of stage. Het verzuimpercentage bedroeg het afgelopen jaar 8,2 %, een forse stijging vanuit 2020 (5,3%). Via Flex West-Brabant zijn 21 mensen ingehuurd, naast de 12 mensen die al voor 2021 werkzaam waren via Flex.

4.

Wat heeft het gekost? Begroting 2021 primair

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie 2021

Lasten

8.262.900

8.177.900

7.994.400

Personeel

2.613.900

2.593.900

2.921.300

Inhuur derden

550.000

747.000

365.300

Overige personele kosten

298.000

308.000

342.800

Bedrijfsvoering

244.000

194.000

147.500

Verschil

Overhead

Kantoorkosten Informatisering/automatisering Huisvesting

686.000

666.000

657.900

1.920.000

1.718.000

1.638.200

183.500

V

138.400

V

V

949.000

949.000

916.600

1.002.000

1.002.000

1.004.800

Baten

365.000

330.000

468.400

Bijdragen loonkosten

75.000

60.000

81.100

Bijdrage garantiesalarissen

180.000

160.000

149.000

Bijdrage print en portokosten Bijdrage overige goederen en diensten

110.000

110.000

131.300

-

-

107.000

7.897.900

7.847.900

7.525.000

322.900

Lasten

-

-

-

-

Baten

-

-

-

-

Saldo vennootschapsbelasting

-

-

-

-

7.897.900

7.847.900

7.526.000

321.900

Door te schuiven BTW

Saldo overhead Vennootschapsbelasting

Saldo overhead en overig

- 25 -

V

5.

Beleidsindicatoren

Formatie*

Fte

Begroting 2021 primair 128 fte

Bezetting*

Fte

131 fte**

127 fte

Apparaatskosten*

Kosten

17.142.300

17.879.300

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + externe inhuur

5,4%

18,7%

Overhead

% van totale lasten

50,3%

45,1%

Indicator

Eenheid

Jaarrekening 2021 128 fte

*

De beleidsindicatoren formatie, bezetting en apparaatskosten zijn niet aangegeven per 1000 inwoners, zoals voorgeschreven door het BBV. Een berekening per 1000 inwoners zou betekenen dat dit aantal nog gedeeld zou moeten worden door de inwoners van alle deelnemende gemeenten, dit zou een vertekend beeld geven. In plaats daarvan zijn deze indicatoren daarom in absolute waarden (fte/kosten) weergegeven.

**

Conform BBV is de beleidsindicator bezetting voor het begrotingsjaar aangeduid als de werkelijke bezetting op 1 januari van het vorige jaar. Deze bezetting is inclusief de tijdelijke bezetting op het project waarderen op gebruiksoppervlakte.

- 26 -

Dekkingsmiddelen:

Directie en bedrijfsvoering

1. Algemeen De dekkingsmiddelen vormen de basis om de uitgaven in het kader van de verschillende programmaonderdelen te dekken. In voorgaande paragrafen wordt per programma toegelicht, wat we in 2021 hebben bereikt. De dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen, bijdrage deelnemers, treasury en onvoorzien. De bijdrage van de deelnemers wordt met een vastgestelde berekeningswijze aan de deelnemers toegerekend. Deze berekeningswijze is per 2021 herzien. Voor een verder toelichting van de dekkingsmiddelen wordt verwezen naar onderdeel II. Jaarrekening – Overzicht van Baten & Lasten, vanaf pagina 38.

2. Wat heeft het gekost? Begroting 2021 Begroting 2021 Realisatie 2021 primair na wijziging

Verschil

Treasury Lasten

10.000

11.000

10.900

Rentelasten

10.000

11.000

10.900

-

-

-

-

10.000

11.000

10.900

100

V

Lasten

75.000

75.000

-

75.000

V

Onvoorzien

75.000

75.000

-

-

-

-

-

75.000

75.000

-

75.000

Lasten

-

-

-

-

Baten

16.390.300

17.006.300

17.006.300

-

Bijdrage deelnemers

16.390.300

17.006.300

17.006.300

Saldo bijdrage deelnemers

-16.390.300

-17.006.300

-17.006.300

Saldo dekkingsmiddelen

-16.305.300

-16.920.300

-16.995.400

Baten Saldo treasury

100

V

Onvoorzien

Baten Saldo onvoorzien

V

Bijdragen deelnemers

- 27 -

75.100

V

Project Waarderen op Gebruiksoppervlak 1.

Algemeen

Doel van het project is voldoen aan de verplichting van de Waarderingskamer om vóór 2022 alle woningen te waarderen op gebruiksoppervlak. Secundair doel is een goede aansluiting op de BAG.

2.

Wat hebben we bereikt?

Het hoofddoel is gerealiseerd; de woningen zijn in 2020 gewaardeerd op gebruiksoppervlak en de WOZbeschikkingen 2021 zijn daarop gebaseerd. Bij 88% van de woningen komt het gebruiksoppervlak in de WOZ overeen met wat in de BAG staat. In de 12% zitten ook ‘terechte’ verschillen, doordat definities in BAG en WOZ niet gelijk zijn. De aangepaste werkwijzen binnen de primaire objectbeheerprocessen zorgen ervoor dat nieuwe mutaties met hetzelfde oppervlak doorgevoerd worden. Voor de realisatie van de samenhangende objectenregistratie hoeft nog maar een klein deel gebruiksoppervlakten opgewerkt te worden. Daarmee is het project afgerond.

3.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

De overgang naar waarderen op gebruiksoppervlak heeft zoals verwacht geleid tot extra bezwaren. Dat varieert van foutjes in het project tot een te lage inhoud in het verleden. Om deze extra bezwaren af te handelen zijn in 2021 taxateurs, bezwaar medewerkers en objectbeheerders ingehuurd. De bezwaren zijn nu grotendeels afgehandeld. Daarnaast is gewerkt aan de BAG-WOZ processen en aan een gezamenlijke tool om deze processen te ondersteunen.

4.

Wat heeft het gekost? Begroting 2021 primair

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie 2021

Lasten

381.000

381.000

473.000

Projectkosten

309.000

309.000

410.600

Door te schuiven btw

72.000

72.000

62.400

Baten

381.000

381.000

560.000

Bijdrage deelnemers

381.000

381.000

560.000

-

-

-87.000

Saldo

Verschil 92.000 N

179.000 V

87.000 V

Het project sluit af met een batig saldo van € 87.000. Als we inzoomen op de verschillende fases, dan is er een forse overschrijding van fase 2 en pakken de fases 3 en 5 voordeliger uit dan begroot. Doordat gemeente Breda vanaf fase 3 aan het project deelneemt wordt het verschil tussen voorschot en realisatie (€ 122.300) terugbetaald. Het resterende tekort van € 35.300 komt ten laste van de 10 gemeenten, naar rato van het aantal WOZ-woningen. Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 44.

- 28 -

PARAGRAFEN Paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen In

de

paragraaf

weerstandsvermogen

en

risicobeheersing

wordt

inzicht

gegeven

in

de

weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene, financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen is inzicht nodig in de omvang en achtergrond van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn.

Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Voorbeelden van deze middelen zijn het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Voor de BWB geldt dat zij geen reserves en onbenutte belastingcapaciteit heeft. De enige vorm van weerstandsvermogen is de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Deze bedroeg € 75.000.

Risicobeheersing Op grond van artikel 31, lid 4 van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking WestBrabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen. Voor het begrotingsjaar 2021 is een risicoanalyse gemaakt. Deze risico’s hebben zich in de praktijk in 2021 niet voorgedaan. Voor een overzicht van de in beeld gebrachte risico’s wordt verwezen naar bijlage 1.

Risico – corona In 2021 hebben we voor het tweede jaar met corona te maken gehad. Deze pandemie heeft grote gevolgen voor de economie en werkgelegenheid in zowel binnen- als buitenland. Ook in dit tweede jaar heeft corona impact op de BWB. Voor de kosten van bedrijfsvoering heeft dit zowel voor- als nadelen opgeleverd. Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38 Toelichting overzicht corona-effecten staat op pagina 50.

- 29 -

Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de op de BWB van toepassing zijnde genoemde financiële kengetallen in deze paragraaf te worden opgenomen. Verloop kengetallen Rekening Begroting Rekening 2020 2021 2021

Kengetallen Netto schuldquote

3,4%

11,7%

2,4%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

3,4%

11,7%

2,4%

Solvabiliteitsratio

12,3%

0,0%

2,5%

Structurele exploitatieruimte

3,1%

0,0%

0,1%

Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van schuldenlast van de BWB ten opzichte van de eigen middelen.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de BWB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen wordt hiervoor afgezet tegen het vreemd vermogen. Voor de BWB betekent dit dat dit kengetal enorm kan schommelen. Voor de BWB bestaat het eigen vermogen in 2021 enkel uit het positieve rekeningresultaat. Hierdoor wijkt de uitkomst van dit kengetal af van de begroting.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de BWB heeft om de eigen lasten te kunnen dragen. Hiervoor worden de structurele baten en lasten afgezet tegen het totale saldo van de baten. Ook dit kengetal wordt sterk beïnvloed door het rekeningresultaat.

De kengetallen geven geen of nauwelijks strategische dan wel beleidsmatige informatiewaarde voor de BWB.

- 30 -

Paragraaf 2: Financiering Algemeen Op grond van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening verplicht. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is neergelegd dat de paragraaf financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Daarnaast dient de paragraaf inzicht te geven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

Treasurybeheer en -beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: -

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.

-

Het tegengaan van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s.

-

Het minimaliseren van externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

-

Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de BWB een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst.

Risicoprofiel De financieringsfunctie van de BWB is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. Gezien de aard en activiteiten van de BWB is het risicoprofiel beperkt. Het kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico en valutarisico wordt niet gelopen. Het risico van oninbaarheid van debiteuren (met betrekking tot de bedrijfsvoering) is slechts beperkt aanwezig. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BWB zijn inzichtelijk. Dagelijks wordt het banksaldo vanaf € 250.000 afgeroomd in het kader van schatkistbankieren.

Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De doelstelling is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen om zo het renterisico gelijkmatig over de jaren te verspreiden.

- 31 -

Begroot 2021 primair

Realisatie 2021

205.000

205.000

-

-

205.000

205.000

B Rente risiconorm

3.428.500

3.575.900

Begrotingstotaal

17.142.300

17.879.300

Percentage voor berekening norm

20%

20%

C Ruimte onder risiconorm (B-A)

3.223.500

3.370.900

Omschrijving A Renterisico Renteherziening Aflossing

De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de hiervoor opgestelde berekening blijkt dat de BWB in 2021 geen renterisico heeft gelopen.

Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de BWB bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden

Vlottende schuld

Vlottende middelen

A. Gemiddeld vlottend overschot

Netto vlottende schuld of overschot 2.690.500

Ultimo kwartaal 1

-

3.075.000

3.075.000

Ultimo kwartaal 2

-

1.742.000

1.742.000

Ultimo kwartaal 3

-

4.355.000

4.355.000

Ultimo kwartaal 4

-

1.590.000

1.590.000

B. Berekening kasgeldlimiet

1.406.700

Begrotingstotaal

17.142.300

Percentage regeling

8,20%

C. Ruimte onder kasgeldlimiet

4.096.200

Gemiddeld vlottend overschot (A)

2.690.500

Kasgeldlimiet (B)

1.406.700

Voor de BWB bedraagt de kasgeldlimiet over het jaar 2021 € 1.406.700. Gelet op het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen bedraagt de ruimte onder de kasgeldlimiet voor dit jaar ruim € 4.096.200.

- 32 -

Renteresultaat Treasury In deze paragraaf wordt ook inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen. Ter verkrijging van dit inzicht is onderstaand overzicht opgesteld.

Omschrijving

Bedrag

A Externe rentelasten over korte en lange financiering

-10.900

B Externe rentebaten

-

Saldo externe rentebaten

-10.900

C Interne eigen rente

-

D Toerekening rente via renteomslag

-

Renteresultaat op taakveld treasury

-10.900

- 33 -

Paragraaf 3: Bedrijfsvoering Personeel Organisatie De organisatie van de BWB heeft in 2021 in het teken gestaan van het laten doorlopen van de reguliere productie naast de implementatie van de nieuwe applicaties. Dat was op zich al een flinke uitdaging, maar in combinatie met corona werd de organisatie zwaar belast. De werkwijze is door corona fundamenteel veranderd. Thuiswerken werd de norm. Naar verwachting zal hier een structurele wijziging in plaatsvinden, namelijk meer hybride werken.

Voor de voortgang van werkzaamheden, mede als gevolg van ziekte, is waar mogelijk specialisme ingehuurd. Interne mobiliteit heeft steeds voorrang gekregen op externe mobiliteit, maar bleek slechts beperkt een oplossing te bieden gelet op de druk in de rest van de organisatie.

Cao SGO In januari 2022 is de nieuwe cao (ingangsdatum 1-12-2021) formeel bekrachtigd. Vooralsnog blijven de cao-sgo en cao-gemeenten gelijk. De cao voorziet in een loonsverhoging van 1,5% en een eenmalige uitkering van € 1.200 bruto voor alle medewerkers die op 3-11-2021 in dienst waren. Vanaf 1-1-2022 geldt tevens een thuiswerkvergoeding van € 2 per dag. De premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen is in 2021 ongewijzigd gebleven. De premies voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn in 2021 met 1% gestegen van 24,9% naar 25,9%. De premie voor het voorwaardelijk pensioen is gestegen met 0,4% van 2,6% naar 3,0%

Ziekteverzuim Het verzuimpercentage in 2021 bedraagt 8,2%. Een forse stijging ten opzichte van 2020 (5,3 %). In 2021 is sprake geweest van vooral veel langdurend verzuim. De verzuimfrequentie in 2021 bedraagt 0,8.

Inhuur/ Loondienst Gestreefd wordt naar een optimale beheersing van het personeelsbestand door een goede verhouding tussen vaste formatie en flexibele schil, c.q. invulling. Ook in 2021 is veel gebruik gemaakt van de flexibele schil. Deels voor de invulling van de vaste formatie, deels voor extra capaciteit. Op sleutelposities willen we zo min mogelijk afhankelijk zijn van externe inhuur. Dat is ook in 2021 een uitdaging gebleven.

- 34 -

Informatisering In 2021 zijn alle functie op het gebied van ICT in één cluster geplaatst met als doel om nog meer synergie te creëren. De focus lag op het nog verder implementeren van de nieuwe belastingsapplicatie en het koppelen aan andere applicaties. Zo is het gebruik van het zogenoemde ‘berichtenverkeer’ tussen de belastingapplicatie en de waarderingsapplicatie nagenoeg afgerond. Daarnaast wordt momenteel een managementinformatiesysteem gekoppeld aan de belastingapplicatie, waarmee sneller gestuurd kan worden op de primaire processen van de BWB. In de komende jaren wordt verder onderzocht welke mogelijkheden er zijn om onze processen te versnellen door gebruik te maken van de nieuwste digitale technieken.

- 35 -

Paragraaf 4: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -

Paragraaf lokale heffingen

-

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

-

Paragraaf verbonden partijen

-

Paragraaf grondbeleid

De BWB verzorgt de uitvoering van de belastingtaken voor een aantal deelnemers (waterschap en gemeenten). De aspecten die in beeld gebracht moeten worden bij de paragraaf lokale heffingen vallen daar niet onder. Het heffingenbeleid, lastendruk en dergelijke behoren namelijk onder de verantwoording van de deelnemers.

De BWB heeft verder geen kapitaalgoederen in eigendom. Zij huurt het kantoorpand op basis van een meerjarig huurcontract van derden. Bij het onderdeel “niet in de balans opgenomen verplichtingen” is een en ander toegelicht.

- 36 -

II JAARREKENING 2021

- 37 -

1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Programma

Begroting 2021 primair Baten

Begroting 2021 na wijziging

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Realisatie 2021 Baten

Lasten

Saldo

Waarderen

-

3.773.100

-3.773.100

-

4.444.100

-4.444.100

-

5.344.400

-5.344.400

Heffen

-

2.628.700

-2.628.700

-

2.665.700

-2.665.700

-

2.110.400

-2.110.400

Invordering

6.000

2.011.600

-2.005.600

6.000

1.968.600

-1.962.600

-

1.946.200

-1.946.200

Subtotaal programma's

6.000

8.413.400

-8.407.400

6.000

9.078.400

-9.072.400

-

9.401.000

-9.401.000

Kosten overhead

365.000

8.262.900

-7.897.900

330.000

8.177.900

-7.847.900

468.400

7.994.400

-7.526.000

Projectplan waarderen op WoG

381.000

381.000

-

381.000

381.000

-

560.000

473.000

87.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

746.000

8.643.900

-7.897.900

711.000

8.558.900

-7.847.900

1.028.400

8.467.400

-7.439.000

16.390.300

-

16.390.300

17.006.300

-

17.006.300

17.006.300

-

17.006.300

-

10.000

-10.000

-

11.000

-11.000

-

10.900

-10.900

Vennootschapsbelasting Subtotaal overhead en overig Bijdrage deelnemers Treasury Post onvoorzien

-

75.000

-75.000

-

75.000

-75.000

-

-

-

Subtotaal dekkingsmiddelen

16.390.300

85.000

16.305.300

17.006.300

86.000

16.920.300

17.006.300

10.900

16.995.400

Saldo baten en lasten voor bestemming

17.142.300

17.142.300

-

17.723.300

17.723.300

-

18.034.700

17.879.300

155.400

-

-

-

-

-

-

-

-

-

17.142.300

17.142.300

-

17.723.300

17.723.300

-

18.034.700

17.879.300

155.400

381.000

381.000

-

381.000

381.000

-

654.800

520.400

134.400

16.761.300

16.761.300

-

17.342.300

17.342.300

-

17.379.900

17.358.900

21.000

Mutaties reserves Saldo baten en lasten na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo

38

2. TOELICHTING OVERZICHT BATEN EN LASTEN Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn de baten en lasten verdeeld per programma en is er een afzonderlijke post ‘overhead’ inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk worden de gepresenteerde baten en lasten per programma en de afzonderlijke post overhead inzichtelijk gemaakt en verder uitgediept. Per programma worden substantiële over- of onderschrijdingen van zowel de baten als van de lasten toegelicht.

€ 900.300 N

Programma Waarderen Het programma Waarderen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2020

Begroting 2021 primair

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

2.349.000

3.059.100

3.409.100

2.727.600

681.500

Inhuur personeel

450.000

-

-

1.282.600

-1.282.600

Beheer WOZ-administratie

287.000

305.000

305.000

307.900

-2.900

Taxeren en herwaarderen

110.000

109.000

130.000

138.100

-8.100

Griffie- en proceskosten Waarderen

508.000

300.000

600.000

888.200

-288.200

3.704.000

3.773.100

4.444.100

5.344.400

-900.300

Bijdrage waarderen

-

-

-

-

-

Subtotaal baten

-

-

-

-

-

3.704.000

3.773.100

4.444.100

5.344.400

-900.300

Omschrijving Loonkosten personeel

Subtotaal lasten

Resultaat Waarderen

Verschil

Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een nadeel zien van € 601.100. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. De jaarrekening 2020 is voor een juiste vergelijking aangepast. De kosten van BAG vielen tot en met 2020 onder het programma waarderen. Vanaf boekjaar 2021 komen deze ten laste van het programma heffen aangezien dit beter aansluit. De overige kosten WOZ-administratie en taxeren en herwaarderen geven een nadeel van € 11.000. Dit nadeel ontstaat voornamelijk door de nieuwe kostenstructuur van de waarderingsapplicatie, als gevolg van de aanbesteding in de vernieuwde belastingapplicatie. Door de belastingapplicatie is het nu beter mogelijk om de kosten rechtstreeks te boeken op de betreffende programma’s.

39

Ten behoeve van de proceskostenvergoeding heeft in 2021 een begrotingswijziging plaatsgevonden als gevolg van de explosieve stijging van het aantal ingediende waardebezwaren door de no cure no pay bureaus. Het begrote bedrag is aangepast naar € 600.000. Het gerealiseerde bedrag is € 888.200. Deze bestaat uit € 654.200 proceskosten, waarvan € 52.700 gerelateerd aan het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte en € 601.500 gerelateerd aan het primaire proces, en € 234.000 aan ingebrekestellingen. Dit wordt in de balans verder toegelicht onder de voorzieningen.

40

€ 555.300 V

Programma Heffen Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2020

Begroting 2021 primair

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

2.503.000

2.393.700

2.493.700

1.646.200

847.500

Inhuur personeel

265.000

-

-

285.400

-285.400

Kosten BAG

44.000

30.000

30.000

25.500

4.500

124.000

155.000

127.000

116.800

10.200

12.000

50.000

15.000

36.500

-21.500

2.948.000

2.628.700

2.665.700

2.110.400

555.300

Bijdrage heffen

-

-

-

-

-

Subtotaal baten

-

-

-

-

-

Resultaat Heffen

2.948.000

2.628.700

2.665.700

2.110.400

555.300

Omschrijving Loonkosten huidig personeel

(Controle)kosten gegevensbeheer Griffie- en proceskosten Heffen Subtotaal lasten

Verschil

Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een voordeel zien van € 562.100. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast aan de herverdeling van de teams. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.

De jaarrekening 2020 is voor een juiste vergelijking aangepast. De kosten van BAG vielen tot en met 2020 onder het programma waarderen. Vanaf boekjaar 2021 komen deze ten laste van het programma heffen aangezien dit beter aansluit. De kosten BAG wijken niet veel af van de begroting, maar zijn wel beduidend lager dan 2020. Dit voordeel wordt veroorzaakt omdat in 2020 een nieuwe release is geplaatst en een technische koppeling is gerealiseerd. De controle kosten gegevensbeheer vallen lager uit dan de verwachting bij de begrotingswijziging, door de lagere controlekosten van de reclamebelasting. Zoals gesteld ontstaat er een nadeel ten behoeve van de griffie- en proceskosten. Deze stijging komt door de grote aantallen parkeerbezwaren die in 2021 zijn verwerkt.

41

€ 16.400 V

Programma Invordering Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2020

Begroting 2021 primair

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

1.381.000

1.807.600

1.807.600

1.721.300

86.300

-

-

-

74.600

-74.600

Financiële invordering

123.000

130.000

130.000

131.800

-1.800

Dwanginvordering

46.000

74.000

31.000

18.500

12.500

Subtotaal lasten

1.550.000

2.011.600

1.968.600

1.946.200

22.400

Bijdrage invordering

1.402.000

6.000

6.000

-

-6.000

Subtotaal baten

1.402.000

6.000

6.000

-

-6.000

148.000

2.005.600

1.962.600

1.946.200

16.400

Omschrijving Loonkosten huidig personeel Inhuur personeel

Resultaat Invordering

Verschil

Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een voordeel zien van € 11.700. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Het voordeel op de post dwanginvordering van € 12.500 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt, doordat de deurwaarderswerkzaamheden lager zijn uitgevallen dan bij het opstellen van de bestuursrapportage. De kosten voor de inzet van een extern deurwaardersbureau voor de invordering van het buitengebied is voor 2021 niet meer van toepassing. Bovendien is de scanauto minimaal ingezet. De post bijdrage invordering valt € 6.000 nadelig uit doordat de scanbus in 2021 niet is verhuurd. Vanaf 2021 is de opbrengst bijdrage invordering niet meer van toepassing, doordat de vervolgingskosten en boete direct worden afgedragen aan de deelnemers via de maandelijkse eindafdracht.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1292/documents/34504