32-2021 BIJLAGE Toetsingskader Roosendaal Natuurstad-gecomprimeerd.pdf
Tekst van het document
Roosendaal Natuurstad Toetsingskader
Nieuwe normen voor ontwikkelingen in de openbare ruimte
1
Afbeelding van Timo Reisiger
VOORWOORD Voor u ligt de nota Roosendaal Natuurstad. Roosendaal Natuurstad is niet alleen ons antwoord op de huidige klimaatopgave. Roosendaal Natuurstad is meer. Het is de basis voor een aantrekkelijke, groene gemeente waar mensen graag willen wonen, werken en verblijven. Roosendaal als groene duurzame parel tussen Antwerpen, De Zeeuwse Delta en de Randstad. Een stad waarin het gemeentebestuur, onze huidige en toekomstige inwoners en het bedrijfsleven het groene, aantrekkelijke leefklimaat omarmen. Roosendaal Natuurstad zie je, voel je, beleef je! Met trots presenteren we u dan ook het toetsingskader van Roosendaal Natuurstad. Dit toetsingskader is ons lokale antwoord op klimaatopgaven als wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen én het realiseren van meer biodiversiteit.
De tijd dringt. De klimaatverandering zet door. Met Roosendaal Natuurstad zetten wij nog nadrukkelijker onze ambities uiteen op het gebied van vergroening en klimaatadaptatie, met als belangrijkste doel: het realiseren van een klimaatbestendig en een mede daardoor nog aangenamer en aantrekkelijker Roosendaal. De beelden in deze nota spreken voor zich. Zo mooi kan onze gemeente worden. Inge Raaijmakers, Wethouder Gemeente Roosendaal
We kiezen voor een integrale aanpak. Dat betekent dat op een andere manier gekeken zal worden naar de inrichting van straten en gebieden. Er is geen standaardoplossing die overal past; maatwerk blijft dus geboden, waarbij de belangrijkste aandachtspunten per gebied kunnen verschillen. De gemeente kan het echter niet alleen. Laten we het samen doen. Klimaatadaptatie vraagt om maatregelen die verder gaan dan het openbare gebied. Ook de ruimtelijke inrichting en het grondgebruik door bewoners, bedrijven, agrariërs en terreinbeherende organisaties vragen aandacht. Als gemeente nemen we graag het voortouw door maatregelen te treffen, maar willen we ook anderen stimuleren en verleiden om mee te doen. We staan voor een sociaal-maatschappelijke opgave die ons allen aangaat.
3
Afbeelding van atelier GROENBLAUW
4
INHOUD 1. ROOSENDAAL NATUURSTAD
6
2. UITGANGSPUNTEN, KANSEN EN UITDAGINGEN VOOR ROOSENDAAL NATUURSTAD
10
3. DE STRATEN VAN ROOSENDAAL
20
4. STAPPENPLAN 5. WAARDERINGSSYSTEEM
48
6. MAATREGELEN 7. VOORBEELDEN GEBRUIK TOOLBOX
66 106
8. CONSEQUENTIES
120
9. FINANCIEEL
124
10. BIJLAGE
128
5
52
Roosendaal Natuurstad Afbeelding van Amar Sjauw en Wa
1
1. ROOSENDAAL NATUURSTAD Roosendaal Natuurstad is de Roosendaalse vertaling van de klimaatadaptatieopgave. Roosendaal beschouwt klimaatadaptatie niet alleen als noodzaak maar benut deze uitdaging nadrukkelijk om van Roosendaal een prettigere gemeente te maken om te wonen, werken, verblijven en recreëren.
Roosendaal Natuurstad staat niet op zichzelf en is de paraplu voor: • de Bouwstenen Klimaatadaptatiestrategie gemeente Roosendaal; • het Omgevingskader waarin, verwijzend naar het Bestuursakkoord, onder meer de noodzaak van vergroenen en het streven naar een toename van 15% groen wordt vermeld; • de notitie Verbindend Groen, als explicitatie van de buitenruimtenota Verbindend Beheren, die de verscherpingen van het groenonderhoud gedetailleerd weergeeft, zodanig dat de biodiversiteit wordt verbeterd; • de aanpak Verbindend Blauw waarin handvatten zijn gegeven voor maatregelen die de gemeente op water kan bieden.
Roosendaal Natuurstad richt zich op de thema’s: droogte, hittestress en wateroverlast. Deze investeringen benutten wij tegelijk om de biodiversiteit (in woonwijken, buitengebied en op bedrijventerreinen) te versterken en de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze uitvoeringsagenda geeft normen aan waar her- en nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte aan moeten voldoen ten aanzien van: 1. bestrijding van droogte, hittestress en wateroverlast, 2. borging van waterveiligheid voor zover nodig en 3. verbetering van biodiversiteit en luchtkwaliteit (laatste behoort niet alleen tot de scope van Roosendaal Natuurstad).
Roosendaal Natuurstad sluit voorts aan op lopende initiatieven, zoals: • Tiny Forests; • Ster van Roosendaal; • Rondje Roosendaal; • Tegel eruit boom erin; • Groene schoolpleinen; • Groene daken, gevels en voortuinen; • Greendeal Majoppeveld; • Masterplan Majoppeveld.
7
Roosendaal Natuurstad wat werkt
Roosendaal Natuurstad in het landschap
Roosendaal Natuurstad in de centra
Roosendaal Natuurstad aansluiting bij de regio
Roosendaal Natuurstad waar geleefd wordt
Roosendaal Natuurstad ontsluiting van de stad
8
Roosendaal Natuurstad aan het water
Keuzes zijn onvermijdelijk met soms lastige consequenties als we de ambities van Roosendaal Natuurstad willen realiseren. Die maken we in deze uitvoeringsagenda en die worden duidelijk in een matrix, waarin 40 maatregelen zijn beoordeeld op de effecten op wateroverlast, hitte, droogte, biodiversiteit en leefkwaliteit. Denk bij lastige consequenties bijvoorbeeld aan het beperken van parkeergelegenheden, mindere bereikbaarheid door smallere wegprofielen en trottoirs, meer groen in de vorm van bomen en struiken en hierdoor wellicht problemen met toekomstige energievoorzieningen alsook toename van het aantal meldingen als gevolg van onkruidgroei.
Niet alles kan altijd en overal. Per saldo willen we wel aan de eisen van Roosendaal Natuurstad voldoen. Daarom roepen we een compensatieregeling in het leven. Die wordt in hoofdstuk 2 toegelicht. Omwille van de werkbaarheid hebben we ervoor gekozen om een zestal voorbeelden uit te werken. Deze geven, tezamen met twee al eerder uitgewerkte impressies, een beeld van de ambities en effecten van Roosendaal Natuurstad. Hierna gaan we eerst in op de uitgangspunten, kansen en uitdagingen. Vervolgens wordt een zestal straattypen uitgewerkt. Het stappenplan geeft weer welke fasen doorlopen worden bij reconstructies en nieuwe ontwikkelingen. Aansluitend wordt het puntensysteem toegelicht en worden de maatregelen uitgelegd, gevolgd door de (financiële) consequenties. Tenslotte is een aantal voorbeelden uitgewerkt.
De beoordeling van de effecten is met een puntensysteem: hoe meer punten, hoe groter het effect. Zodoende ontstaat een normeringsmodel dat aangeeft hoeveel punten er behaald moeten worden om het predicaat ‘Roosendaal Natuurstad-proof’ te behalen. Er is uiteraard ook aandacht voor de (financiële) consequenties.
Projectgroep Roosendaal Natuurstad
9
Uitgangspunten Afbeelding van Amar Sjauw en Wa
2
2. UITGANGSPUNTEN, KANSEN EN UITDAGINGEN VOOR ROOSENDAAL NATUURSTAD De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan Roosendaal Natuurstad. Versterken van biodiversiteit In de stad leven meer verschillende soorten dieren en planten dan in het agrarische buitengebied. Het is dus een waardevolle plek in ons ecosysteem. De biodiversiteit gaat in Nederland achteruit. Niet alleen de mensen maar ook steeds meer dieren trekken naar de steden. Om deze toch al redelijke stedelijke biodiversiteit te versterken kan er meer groen worden toegevoegd, meer diversiteit en planten die beter passen bij ons klimaat en bij inheemse diersoorten.
Voorkomen van wateroverlast Het klimaat verandert, het weer wordt minder stabiel, hevige regenbuien zorgen voor wateroverlast. Om dit te voorkomen kan regenwater lokaal worden vastgehouden en het liefst lokaal worden geïnfiltreerd om grondwater aan te vullen. Regenwater kan ook worden vastgehouden en worden opgeslagen in een bassin om te gebruiken in droge tijden. Verminderen van hittestress Door de klimaatverandering worden de gemiddelde temperaturen hoger en krijgen we steeds meer en langere hitteperiodes. In de stad leidt dat tot hittestress en het zogenoemde hitte-eilandeffect. Het vergroenen van de stad en vooral het planten van bomen helpt om de hitte te verzachten. Bomen geven schaduw en de bladeren koelen de omgeving door verdamping. Hoe groter de bladmassa en de bomen hoe groter het koelend effect.
Verbeteren van luchtkwaliteit Met meer groen kunnen we bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit in het stedelijk gebied verbeteren. De uitstoot van vervuilende gassen en deeltjes kan vanzelfsprekend het beste bij de bron aangepakt worden. Groene bomenrijen filteren in beperkte mate fijnstof uit de lucht. Maar natuurlijk kan met stadsbomen en stadsbossen CO2 opgeslagen worden. Leefkwaliteit Een groenere leefomgeving heeft veel voordelen. De wijk blijft in hitteperioden enkele graden koeler en is aantrekkelijker. Onderzoek toont aan dat bewoners meer buiten zijn en bewegen in een groenere wijk. Mensen worden in een groenere wijk minder vaak depressief en herstellen sneller van ziektes. Het vastgoed is in een groenere wijk meer waard; dat kan wel 10 tot 15% schelen vergeleken met een niet groene wijk.
Verminderen van droogte Naast perioden met heftige regenbuien worden we geconfronteerd met steeds meer en langere perioden zonder regen. Dit leidt tot droogte in het stedelijk gebied met mogelijk schade aan de beplanting en bomen. Ook schade aan kabels en leidingen door verzakking is een uitdaging. Zoveel mogelijk regenwater lokaal infiltreren kan helpen droogteschade te voorkomen.
11
Focus Dit toetsingskader is integraal en pragmatisch van aard. Het is van toepassing op alle (her)ontwikkelingen in de openbare ruimte en houdt rekening met de verscheidenheid aan bestemmingen in de openbare ruimte. Kwaliteit gaat daarbij voor kwantiteit. Alleen dan behoudt het de kracht die nodig is om de doelstelling van Roosendaal Natuurstad te realiseren. In de praktijk worden de doelstellingen van Roosendaal Natuurstad geborgd via de Beheerkalender.
Kansen en uitdagingen Als we inzoomen op de lokale situatie dan zien we dat Roosendaal geconfronteerd wordt met de volgende opgaven c.q. uitdagingen. Verdroging vormt ook voor de gemeente Roosendaal een grote uitdaging. Zowel op de hogere zandgronden als in het stedelijk gebied. Ook in het agrarische gebied komt droogte voor. Op de hogere zandgronden en in de binnenstad is het behouden van de biodiversiteit een van de uitdagingen. Die is in het geding vanwege toenemende verdroging en dat vormt een risico voor de natuur.
In dit document wordt vooral gefocust op bestaande straten. Het gaat natuurlijk om meer dan alleen reconstructies van straten. Roosendaal Natuurstad heeft ook betrekking op nieuwe ontwikkelingen en bestaand blauw en groen. Voor water en groen worden de principes van Verbindend Blauw en Verbindend Groen gerespecteerd. Zo kan het toevoegen van andersoortig groen aan een bestaande groene ruimte de biodiversiteit en leefbaarheid bevorderen.
Door de verstening heeft de stad Roosendaal een verhittende werking. Het kan in warme perioden tot zo’n 1,5 graden warmer worden dan in niet-stedelijke gebieden. Hierdoor neemt de kans op hittestress en de intensiteit hiervan aanzienlijk toe. De stad kent bovendien een relatief hoog aandeel oudere inwoners juist in die gebieden die een sterk verhittende werking kennen. Het hoge aandeel ouderen in gebieden met een hoog stedelijk hitte-eilandeffect is zorgelijk. Verhitting is ook aan de orde op de bedrijventerreinen. Daar waar mensen wonen en werken, is er een toenemende overlast van hittestress.
Met nadruk wijzen we erop dat Roosendaal Natuurstad zich natuurlijk niet alleen beperkt tot de kern Roosendaal maar ook gaat over de dorpen die tot de gemeente behoren. De uitwerking van De Omgang in Wouw verderop in dit document, onderstreept dit.
De grondwateroverlast tezamen met de overlast van langdurige neerslag vormen een aanzienlijk risico voor zowel wonen, werken als voor de landbouw in de matig doorlatende delen van de gemeente Roosendaal. Het overstromingsrisico is in de gemeente Roosendaal zeer beperkt. Structurele en bekende wateroverlastlocaties pakken we met voorrang op. Die bevinden zich in Kalsdonk, Westrand, Burgerhout, Centrum, Kroeven, Kortendijk en in Wouw.
12
Compensatie Niet alles kan altijd en overal. Per saldo willen we wel aan de eisen van Roosendaal Natuurstad voldoen. We willen nieuwe ontwikkelingen (bedrijventerreinen, ontwikkellocaties etc.) niet in de weg zitten maar voorkomen dat er steeds groen wordt opgeofferd. Overigens blijft de nota Verbindend Groen onverkort van toepassing. Daarom stellen we een compensatieregeling voor als volgt. • Voor iedere m2 groen die vervangen wordt door bestrating/anders dan groen ontvangt groen € 30,00/m2. • Elke te kappen boom wordt vervangen • voor een boom tot 30 cm doorsnede op 1 meter hoogte ontvangt groen € 1.500,00/boom; • voor bomen van 30 cm – 50cm doorsnede op 1 meter hoogte ontvangt groen € 3.000,00/boom • voor bomen >50 cm doorsnede op 1 meter hoogte ontvangt groen € 5.000,00/boom. • De financiële opbrengst van de compensatieregeling wordt toegevoegd aan het groene exploitatiebudget en gebruikt om elders in Roosendaal meer groen te realiseren en wordt altijd. De compensatieregeling geldt voor vragen, projecten, vergunningen, nieuwe bouwlocaties die door externen worden aangevraagd en waardoor er groen opgeofferd zou moeten worden.
13
Wateroverlast op straat
Legenda Geringe wateroverlast
Ernstige wateroverlast
14
Hittestress in Roosendaal
Uitsnede nationale hittestresskaart Gemeente Roosendaal Schaal: 1:40.000
15
Ontwateringsdiepte
* !"# $ % &' &' &( &( & & &' ) &' "#0 +
$!+ , -. ! /
16
'
'
"-
Luchtkwaliteit
Stikstof
Fijnstof
17
Hoofdgroenstructuur
18
Conclusies klimaatreis op alle thema’s
19
6 7 3
8
2
1 4
5
Straten 1. Voorstraat 2. Molenstraat 3. Brugstraat 4. Sint Josephstraat 5. Koraaldijk 6. Stepvelden 7. Borchwerf 8. Omgang in Wouw
3
3. DE STRATEN VAN ROOSENDAAL Het is ondoenlijk om heel de gemeente Roosendaal in dit document te herinrichten volgens de principes van Roosendaal Natuurstad. Daarom hebben gekozen voor een zestal typerende straatprofielen, aangevuld met een tweetal eerder ontwikkelde voorbeelden. Deze representeren het overgrote deel van de uitdagingen, mogelijkheden en beperkingen die we ook in de rest van de gemeente tegenkomen. Deze impressies helpen ons om door een Roosendaal Natuurstad-bril naar andere locaties te kijken. We hebben gekozen voor de volgende straattypes. 1. Smalle woonstraat; 2. Smalle winkelstraat met autoverkeer; 3. Binnenstedelijke ontsluitingsweg; 4. Brede woonstraat; 5. Ontsluitingsweg omgeven door woningen met voortuinen; 6. Ontsluitingsweg bedrijventerrein. Daarnaast zijn er nog impressies een plein en van een bredere ontsluitingsweg van een bedrijventerrein.
21
Voorstraat: smalle woonstraat (1)
22
Bomen Groene gevel
Beplantingsvak met waardplanten
Geveltuintjes Holle weg 23
Parkeerstroken met halfverharding
1
ca. 9,60 m
ca. van 9,20 m tot 10 m breed
Huidige situatie Voorstraat: smalle woonstraat • • • • .
Roosendaal Natuurstad
Twee zijdes zeer smal trottoir Twee zijdes langsparkeerstroken Eénrichtingsverkeer Breedte van de straat wisselt van 9,20 m tot 10 m breed
• • • •
24
Geveltuintjes Parkeervakken met open verharding Vormbomen met beplante boomspiegels en ondergrondse groeiruimte afwisselen met parkeervakken aan beide zijdes Waterberging tussen de trottoirbanden en een holle weg
Bron: Nanda Sluijsmans
Open verharding
Bron: Vincent Grond
Groen- en infiltratiestrook
1,50 m
1,80 m
3m
1,80 m
1,50 m
Bron: atelier GROENBLAUW
Gevelbeplanting
Bron: Gemeente Beverwijk
25
Bomen en beplante boomspiegels
Molenstraat: smalle winkelstraat met autoverkeer (2)
2
ca. 12,50 m
ca. van 10,50 m tot 12,50 m breed
Huidige situatie Molenstraat: smalle winkelstraat met autoverkeer • • • • • •
Roosendaal Natuurstad • •
Twee zijdes trottoir, verschillende afmetingen Eén zijde langsparkeerstrook Rijbaan met fietsstrook aanduiding Eénrichtingsverkeer Breedte van de straat wisselt van 10,50 m tot 12,50 m breed Straat met winkels
• •
26
Fietsstraat, auto te gast Geen parkeerstroken, wel laden en lossen en minder valide parkeerplaatsen. Vormbomen met ondergrondse groeiruimte Eén of twee zijdes verlaagde groenstroken voor waterberging
Bron: Deerlijk.be
Fietsstraat
Bron: atelier GROENBLAUW
Groenstrook met bomen
2,25 m
2m
4m
2m
2,25 m
Bron: atelier GROENBLAUW
Vormbomen
Groen- en infiltratiestrook
27
Bron: Vincent Grond
Brugstraat: stadstraat / ontsluitingsweg binnenstedelijk (3)
28
Geveltuintjes
Bomenrij Beplantingsstrook met bloemenmengsel
Beplante infiltratiestrook Auto te gast 29
Groene gevel
3
ca. 13.5 m
ca. 13,70 m
ca. 13,70 m breed
Huidige situatie Brugstraat: stadstraat /ontsluitingsweg binnenstedelijk • • • •
Roosendaal Natuurstad • • •
Twee zijdes smal trottoir Twee zijdes fietsstrook Eén zijde langsparkeerstrook Tweerichting rijbaan
• •
30
Geveltuintjes waar mogelijk Fietsstraat met auto te gast Vormbomen met beplante boomspiegels en ondergrondse groeiruimte afwisselen met parkeervakken aan één zijde van de straat Aan één zijde vormbomen in verlaagde groenstroken voor waterberging Parkeervakken met open verharding
Open verharding
Bron: Nanda Sluijsmans
Bron: Diamant groep
Geveltuintje
2,10 m
3m
4,50 m
2m
2,10 m
Boom met boomspiegel
Bron: Nanda Sluijsmans
Bron:TGS
Groenstrook met waterberging
31
Sint Josephstraat: brede woonstraat (4)
32
Geveltuintje
Boom Beplantingsvak met gras
Beplante infiltratiestrook Eenrichtingsverkeer 33
Geveltuintjes Groene gevels
4
ca. 13.5 m
ca. 16,50 m
ca. van 11,50 m tot 16,50 m breed
Huidige situatie Sint Josephstraat: brede woonstraat
Roosendaal Natuurstad
• • • •
• • • •
Twee zijdes breed trottoir Twee zijdes langsparkeerstrook Tweerichting rijbaan Breedte van de straat wisselt van 11,50 m tot 16,50 m breed
•
34
Parkeervakken met open verharding Geveltuintjes Eenrichtingsverkeer Brede beplante verlaagde waterbergende en infiltrerende groenstroken aan één zijde met bomen Bomen met beplante boomspiegels en ondergrondse groeiruimte afwisselen met parkeervakken.
Gevelbtuin
Bron: atelier GROENBLAUW
Geveltuin
Bron: atelier GROENBLAUW
Groenstrook met bomen
2,60 m
2m
4m
2m
2,60 m
3m
Bron: Nanda Sluijsmans
Open verharding
Biodiverse beplanting
35
Bron: Nanda Sluijsmans
Koraaldijk: ontsluitingsweg, woonstraat met voortuinen (5)
36
Tuinen vergroenen Groene erfafscheiding
Beplantingsvak met waardplanten
Bomen
Parkeerstroken met halfverharding 37
Bomenlaan
5
ca. 13.5 m
ca. 12,50 m
ca. 12,50 m
Huidige situatie Koraaldijk: ontsluitingsweg, woonstraat met voortuinen
Roosendaal Natuurstad
•
• •
• • •
Voortuinen met haaks parkeren op eigen terrein aan één zijde van de straat (met uitrit) Twee zijdes smal trottoir Eén zijde langsparkeerstrook Brede tweerichting rijbaan
• • •
38
Parkeervakken met open verharding Grote allee bomen in ruime groenvakken of boomspiegels aan één zijde onderbroken door uitritten en aan de andere zijde afgewisseld met parkeren Bewoners stimuleren voortuin te vergroenen Bewoners stimuleren met groene erfafscheidingen Toepassen open verharding op inritten
Vergroenen voortuin
Begroeid dak 1,50 m
2m
4,50 m
2m
Bron: Tuin en Landschap
Bron: De Dakdokters
1,50 m
Bomen allee
Groene erfafscheiding
39
Bron: atelier GROENBLAUW
Bron: Nanda Sluijsmans
Stepvelden: ontsluitingsweg bedrijventerrein (6)
6
ca. 13.5 m
ca. 16,50 m
ca. van 16,50 m tot 18,50 m breed
Huidige situatie Stepvelden: ontsluitingsweg bedrijventerrein • • • •
Roosendaal Natuurstad •
Breed wegprofiel Dubbel fietspad aan één zijde Smalle groene berm aan één zijde Breedte van de straat wisselt van 16,50 m tot 18,50 m breed
• • • •
40
Bredere verlaagde groenstrook voor waterberging en infiltratie met bomen en ingezaaid met wilde bloemen mengsel (Bloemenlinten) Haag tussen weg en fietspad Bedrijven stimuleren gevels en daken te vergroenen Bedrijven stimuleren parkeervakken met open verharding en bomen aan te leggen Bedrijven stimuleren groene erfafscheidingen aan te leggen
Bron: atelier GROENBLAUW
Verlaagde groenstrook met bomen
Bron: Optigrün
Begroeid dak
1,50 m
2m
4,50 m
2m
1,50 m
Bron: xPhere
Begroeide gevels
Haag langs weg
Bron: gemeente Zoeterwoude
Bron: atelier GROENBLAUW
Brede beplante stroken
41
Borchwerf (7)
42
Groene gevel Wandelpad voor een ommetje
Insectenhotel
Groene erfafscheiding
Zonnecollectoren op het dak
Lang gras met bloemenmengsel
Waterdoorlatende verharding op parkeerplaats Bomenlaan
43
Groene berm waar water van het wegdek kan infiltreren.
Omgang in Wouw (8)
44
Beplantingsvak met bloemenmengsel
Beplantingsvak met waardplanten Aangename zitplekken in Zonnepanelen zon en schaduw 45
Beplantingsvak met bloemenmengsel
Boom
Pergola voor vergroening en schaduw
Omgang in Wouw (8)
46
Beplante infiltratiestrook Groen dak bij bushok
Bomenenrij
Bedriegertjes voor verkoeling en spelen
Aangename zitplekken in zon en schaduw Zonnepanelen
47
Stappenplan Afbeelding van Amar Sjauw en Wa
4
4. STAPPENPLAN Als onderdeel van het toetsingskader Roosendaal Natuurstad is een stappenplan opgesteld. Dit stappenplan is de leidraad bij een reconstructie van een straat.
49
Afbeelding van Amar Sjauw en Wa
50
Stap 1 Onderzoeken van de locatie
Onderzoek wat de maat is van het straatprofiel en wat ruimtelijk mogelijk is. Beantwoord vragen als: wat is de grondwaterstand, de ondergrondse groeiruimte, welke functie ’s moeten binnen het profiel ondergebracht worden?
Voorbeeld: Het afkoppelen van een regenpijp is niet gewenst wanneer de straat afloopt richting de huizen. Een infiltratiestrook werkt alleen, wanneer het water van de straat en daken ook de kans heeft om hierheen te stromen.
Stap 2 Bepaal het aantal te behalen punten volgens het waarderingssysteem
Stap 5 Toetsen van het ontwerp aan de hand van het waarderingssysteem
Bepaal het aantal gehaalde punten aan de hand van de matrix. Houd er rekening mee dat wanneer wordt afgeweken van de voorwaarden, een andere puntentelling geldt. Kijk voor een voorbeelduitwerkingen in hoofdstuk 7. De puntentelling wordt berekend voor het uiteindelijke resultaat. Dus bomen en andere voorzieningen, die behouden blijven, worden meegeteld in de eindscore.
Dit kan door het straatprofiel te vergelijken met de voorbeeldprofielen en daarna te kijken of de straat in een aandachtszone ligt. Voor ieder profieltype en voor verschillende zones in Roosendaal is een aantal te behalen punten aangegeven in hoofdstuk 5.
Stap 3 Keuze van een aantal maatregelen passend bij de locatie
Stap 6 Uitvoeren van het ontwerp
Hoofdstuk 5 biedt een maatregelen-matrix en hoofdstuk 6 biedt een uitgebreide factsheets per maatregel. Gebruik deze informatie om te kiezen welke maatregelen geschikt zijn voor de projectlocatie. Hierbij worden maatregelen die onderling conflicteren niet beide geselecteerd. Ook kunnen handige combinaties gemaakt worden om kosten te besparen.
Bij de uitvoering komt het aan op toezicht: vindt de realisatie plaats overeenkomstig het ontwerp? Waar dit niet het geval is, bijvoorbeeld door beperkingen die pas tijdens de uitvoering aan het licht komen, vindt daarvan melding plaats. Als de uitvoering gereed is, wordt er een rapport opgemaakt, waarbij eventuele afwijkingen van het ontwerp worden benoemd en met redenen omkleed. Deze rapportages worden in de evaluatie van Roosendaal Natuurstad meegenomen.
Stap 4 Maken van een ontwerp voor de straat met de gekozen maatregelen
Stap 7 Beheren van de straat
Afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de straat wordt er een passend ontwerp gemaakt. Voor twee straatprofielen is een voorbeeldontwerp gemaakt met een voorbeeld puntentelling. Deze staan in hoofdstuk 7. Na het maken van het ontwerp wordt opnieuw naar de punten van de maatregelen gekeken. Zijn deze ingetekend zoals beschreven, dan tellen de beschreven punten. Is de maatregel deels ingepast of juist meer dan beschreven, dan worden de punten bepaald aan de hand van de beschrijving bij het waarderingsysteem in hoofdstuk 5. In het ontwerp moeten maatregelen technisch juist worden ingetekend om het juiste effect te behalen. Ook de combinaties van maatregelen moeten zorgvuldig worden ontworpen.
Het oorspronkelijke beheerplan moet worden aangepast aan de verandering van de inrichting. Denk aan het aanpassen van de snoei- of maaikalender, het schoonmaken van goten of een waterplein na regen. In het beheer wordt, in lijn met de ‘Groenbeheervisie Roosendaal’ gestreefd naar zoveel mogelijk ecologisch beheer (goedkoop, kan afwijken van ontwerp) en gifvrij beheer (vaak onderhoud nodig, nette uitstraling zoals bedoeld in ontwerp).
51
Waarderingssysteem Afbeelding van Rafal Rudol
5
5. WAARDERINGSSYSTEEM Het waarderingssysteem is opgezet om de score voor een reconstructie of nieuwe inrichting van een straatprofiel te bepalen. De benodigde score hangt af van het type profiel en van de zone waarin het projectgebied ligt. Per thema is aangegeven wanneer 1, 2 of 3 punten worden gehaald. Dit is afhankelijk van de mate waarin de maatregel effect heeft op het thema. Bij elke maatregel is aangegeven hoeveel punten de maatregel scoort per thema. Ook is aangegeven onder welke condities de punten gelden. Hiervan kan worden afgeweken, dan worden ook de punten aangepast.
Voorbeeld 1: Voor een geveltuin gelden de punten wanneer 60% van de straat een geveltuin krijgt. Wordt bijvoorbeeld maar 30% gerealiseerd, wordt de helft van de punten toegekend. Voorbeeld 2: Voor een bomenrij gelden de punten bij een boom van de 2e of 3e orde. Wordt gekozen voor een boom van de 1e orde, geldt ook hier maar de helft van de punten. De punten van de gekozen maatregelen worden bij elkaar opgeteld om de eindscore te bepalen. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in hoofdstuk 7.
53
Beschrijving van de thema’s
VOORKOMEN VAN WATEROVERLAST
Het klimaat verandert, het weer wordt minder stabiel, hevige regenbuien zorgen voor wateroverlast. Om dit te voorkomen kan regenwater lokaal worden vastgehouden en het liefst lokaal worden geïnfiltreerd om grondwater aan te vullen. Regenwater kan ook worden vastgehouden en worden opgeslagen in een bassin om te gebruiken in droge tijden.
VERMINDEREN VAN HITTESTRESS
Door de klimaatverandering worden de gemiddelde temperaturen hoger en krijgen we steeds meer en langere periodes met hitte. In de stad, voornamelijk in de kleine kernen ten zuiden van de A58, op bedrijventerreinen en werklocaties leidt dat tot hittestress en het zogenoemde hitte-eilandeffect. Vergroenen en vooral het planten van bomen helpt om de hitte te verzachten. Bomen geven schaduw en de bladeren koelen de omgeving door verdamping. Hoe groter de bladmassa en de bomen hoe groter het koelend effect.
54
VERMINDEREN VAN DROOGTE
Naast perioden met heftige regenbuien worden we geconfronteerd met steeds meer en langere perioden zonder regen. Dit leidt tot droogte in het stedelijk gebied met mogelijk schade aan de beplanting en bomen. Ook schade aan gebouwen door verzakking en aan kabels en leidingen is een uitdaging. Zoveel mogelijk regenwater lokaal infiltreren kan helpen droogteschade te voorkomen.
VERSTERKEN VAN BIODIVERSITEIT
In de stad leven meer verschillende soorten dieren en planten dan in het agrarische buitengebied. Het is dus een waardevolle plek in ons ecosysteem. De biodiversiteit gaat in Nederland achteruit. Niet alleen de mensen maar ook steeds meer dieren trekken naar de steden. Om deze toch al redelijke stedelijke biodiversiteit te versterken kan er meer groen worden toegevoegd, meer diversiteit en planten die beter passen bij het veranderende klimaat en bij inheemse diersoorten.
LUCHTKWALITEIT VERBETEREN
Met meer groen kunnen we, met mate, de luchtkwaliteit in stedelijk gebied verbeteren. De uitstoot van vervuilende gassen en fijnstof kan het beste bij de bron aangepakt worden. Groene bomenrijen filteren in beperkte mate fijnstof uit de lucht. Met stadsbomen, stadsbossen en boomgroepen kan CO2 opgeslagen worden.
55
LEEFKWALITEIT VERBETEREN
Een groenere leefomgeving heeft veel voordelen. De wijk blijft in hitteperioden enkele graden koeler en is aantrekkelijker. Onderzoek toont aan dat volwassenen en kinderen meer buiten bewegen in een groenere wijk. Mensen worden in een groenere wijk minder vaak depressief en herstellen sneller van ziektes. Het vastgoed is in een groenere wijk is meer waard, dat kan wel 10 tot 15 % schelen met een niet groene wijk.
Waardering per thema
VOORKOMEN VAN WATEROVERLAST
1 punt als een deel van het regenwater niet naar het riool gaat of als een deel vertraagd wordt afgevoerd. Zoals bij afkoppelen regenwaterafvoer en bij vervangen van groen in plaats van stenen. 2 punten als al het regenwater vertraagd wordt afgevoerd (buffer) of gedeeltelijk wordt geïnfiltreerd. 3 punten als al het regenwater in het gebied gehouden wordt door opslag of volledige infiltratie naar het grondwater.
VERMINDEREN VAN HITTESTRESS
1 punt voor het verminderen van versteend oppervlak en bij het toevoegen van beplanting.
VERMINDEREN VAN DROOGTE
1 punt als regenwater gedeeltelijk wordt geïnfiltreerd.
2 punten voor het toevoegen van losse bomen of kleine boomgroepen als coolspots.
2 punten als al het regenwater van een profiel in het gebied gehouden wordt door opslag (ondergronds of vijver).
3 punten voor het toevoegen van structureel groen, dat bijdraagt aan verdamping én significant schaduw creëert, zoals een bomenlaan.
3 punten als regenwater volledige kan infiltreren (naar het grondwater). Soms moet hiervoor de bodem geschikt gemaakt worden.
56
VERSTERKEN VAN BIODIVERSITEIT
1 punt wanneer minimaal 15% van het projectgebied groen is. 2 punten wanneer minimaal 15% van het projectgebied is ingericht met divers groen of groen voor speciale soorten (bijvoorbeeld planten voor vlinders of afwisseling tussen gras, bomen en heesters). 3 punten voor divers groen dat een groenstructuur vormt (bomenlaan), of groenstructuren aan elkaar verbindt (verbinden van twee bomenlanen, watergangen bovengronds aan elkaar koppelen, doorlopende bermen of groenstroken maken).
LUCHTKWALITEIT VERBETEREN
LEEFKWALITEIT VERBETEREN
1 punt wanneer groen wordt toegevoegd bij de bron zoals hagen langs de rijbaan of voor toevoegen van losse bomen of verticaal groen.
1 punt wanneer de maatregel bijdraagt aan visueel aantrekkelijk maken door groen toe te voegen.
2 punten wanneer verkeer wordt afgeremd of de doorstroming wordt verbeterd bij kruispunten. Of wanneer een bomenrij wordt geplaatst, mits genoeg open voor ventilatie.
2 punten wanneer de maatregel bijdraagt aan verblijfskwaliteit door groen toe te voegen en zitjes. Of wanneer de maatregel bijdraagt aan gebruikskwaliteit door groen toe te voegen en beweeg- en speelaanleiding, eetbaar groen of het verbinden van ommetjes.
3 punten wanneer de auto geweerd of beperkt wordt door ‘auto te gast’ of door autovrije straten te maken.
57
3 punten wanneer zowel bijdraagt aan verblijfskwaliteit als aan gebruikskwaliteit zoals een speelplek met zitgelegenheid of een zitje onder een appelboom, waar ook geplukt mag worden.
Benodigde score per profieltype
1
ca. van 9,20 m tot 10 m breed
2
ca. van 10,50 m tot 12,50 m breed
Profieltype smalle woonstraat Voorbeeld Voorstraat
Profieltype brede woonstraat Voorbeeld Sint Josephstraat
ca. 13,70 m breed
Profieltype smalle winkelstraat met autoverkeer Voorbeeld Molenstraat
4
ca. van 11,50 m tot 16,50 m breed
3
Profieltype stadstraat / ontsluitingsweg binnenstedelijk Voorbeeld Brugstraat
5
ca. 12,50 m
6
ca. van 16,50 m tot 18,50 m breed
Profieltype ontsluitingsweg, woonstraat met voortuinen Voorbeeld koraaldijk
58
Profieltype ontsluitingsweg bedrijventerrein Voorbeeld Stepvelden
PUNTEN PER PROFIELTYPE (ZIE HOOFDSTUK 3)
PROFIELTYPE 1 SMALLE WOONSTRAAT VOORBEELD VOORSTRAAT
20
PROFIELTYPE 2 SMALLE WINKELSTRAAT MET AUTOVERKEER VOORBEELD MOLENSTRAAT
28
PROFIELTYPE 3 STADSTRAAT / ONTSLUITINGSWEG BINNENSTEDELIJK VOORBEELD BRUGSTRAAT
30
PROFIELTYPE 4 BREDE WOONSTRAAT VOORBEELD SINT JOSEPHSTRAAT
33
PROFIELTYPE 5 ONTSLUITINGSWEG, WOONSTRAAT MET VOORTUINEN VOORBEELD KORAALDIJK
40
PROFIELTYPE 6 ONTSLUITINGSWEG BEDRIJVENTERREIN VOORBEELD STEPVELDEN
40
59
Benodigde score per zone Legenda Legenda 1
Extra aandacht voor wateroverlast
2
Extra aandacht voor hittestress
3
Extra aandacht voor luchtkwaliteit
4
Extra aandacht voor droogte
60
PUNTEN PER AANDACHTSZONE (ZIE KAART HIERNAAST)
WATEROVERLAST
ZONE 1
minstens 5 punten voor water
HITTESTRESS
ZONE 2
minstens 5 punten voor hittestress
LUCHTKWALITEIT
ZONE 3
minstens 5 punten voor luchtkwaliteit
DROOGTE ZONE 4 EN ALLE KERKDORPEN M.U.V. minstens 5 punten voor droogte WOUW BIODIVERSITEIT PROFIEL 1 T/M 3 PROFIEL 4 T/M 6
61
minstens 3 punten voor biodiversiteit minstens 6 punten voor biodiversiteit
Matrix deel 1 Type bouwsteen
Blz.
Wateropvang en infiltratie Afkoppelen regenwaterafvoer
68
Regenwater goten
69
Waterberging tussen de banden en holle wegen Wadi’s
70
Beplante infiltratiestroken
72
Waterberging onder verharding Waterbergingsvijver
73
Waterbergingsvijver met helofytenfilter
74
Waterbergingsvijver met natuurlijke oevers
74
Waterplein
75
71
74
Verharding Halfverharding zoals grasbetontegels Waterdoorlatende verharding of open verharding
76 77
Hagen Strakke haag
78
Natuurlijke hagen Beplantingsvakken/stroken Gazon
79
Lang gras of bloemenmengsel
81
Waardplanten voor bijen en vlinders
82
Waardplanten voor bijen en vlinders als route
82
Bes- en vruchtendragers
83
Kijk voor meer inspiratie op: www.groenblauwenetwerken.com
80
62
Type bouwsteen
Voorwaarden voor de score
Wateropvang en infiltratie Afkoppelen regenwaterafvoer Regenwater goten
De score geldt indien alle regenpijpen in een projectlocatie worden afgekoppeld en al het regenwater direct kan worden geïnfiltreerd of worden opgevangen in retentievoorziening. De score geldt voor het bovengronds brengen van het regenwatertransport voor de hele straat.
Waterberging tussen de banden en holle wegen
De score geldt voor tweezijdige trottoirs en of een holle weg over de gehele straat.
Wadi’s Beplante infiltratiestroken
De score geldt voor het opvangen van een piekbui van 70 mm in één uur voor de gehele straat. Het water moet binnen 24 uur (tot 48 uur) geïnfiltreerd of afgevoerd zijn. De score geldt voor één infiltratiestrook over 80% van de gehele straat wanneer de strook 35 mm in één uur kan bergen.
Waterberging onder verharding
De score geldt voor opvangen van een complete piekbui van 70 mm in één uur voor de gehele straat.
Waterbergingsvijver Waterbergingsvijver met helofytenfilter
De score geldt voor een vijver die een piekbui van 70 mm in één uur kan opvangen en vasthouden voor het grootste deel van een wijk. De score geldt voor een helofytenfilter die in staat is al het water te zuiveren dat wordt opgevangen.
Waterbergingsvijver met natuurlijke oevers
De score geldt bij een natuurlijke oever voor 50% van de vijver
Waterplein
De score van een waterplein is opgesteld voor een plein dat een complete piekbui van 70 mm in één uur kan opvangen.
Verharding Halfverharding zoals grasbetontegels
De score geldt voor een profiel waarin minstens 10% van de verharding is vervangen voor halfverharding.
Waterdoorlatende verharding of open verharding
De score geldt voor een profiel waarin minstens 30 % van de verharding is vervangen voor waterdoorlatende/open verharding.
Hagen Strakke haag
De score geldt voor een strakke haag over 50% van de gehele straat of als toevoeging op een bestaande groenstrook.
Natuurlijke hagen
De score geldt voor een natuurlijke haag over 50% van de gehele straat of als toevoeging op een bestaande groenstrook.
Beplantingsvakken/stroken Gazon
De score geldt voor een projectgebied waarin minstens 15% is ingericht als gras.
Lang gras of bloemenmengsel
De score geldt voor een projectgebied waarin minstens 15% is ingericht als gras, wat wordt beheerd als lang gras.
Waardplanten voor bijen en vlinders
De score geldt voor een projectgebied waarin minstens 15% is ingericht als beplantingsvakken/stroken
Waardplanten voor bijen en vlinders als route
De score geldt voor een projectgebied waarin minstens 15% is ingericht als beplantingsvakken/stroken
Bes- en vruchtendragers
De score geldt voor een projectgebied waarin minstens 15% is ingericht als beplantingsvakken/stroken
63
Matrix deel 2 Type maatregel
Blz.
Bomen in de straat (Vorm)bomen
84
Bomen voor bijen en vlinders
85
Hoogstam fruitbomen
86
Bomenrij of -laan
87
Boomgroepen als coolspots
88
Gezondheid en bewegen Aangename zitplekken in zon en schaduw
89
Beweegaanleidingen
90
Wandelroutes verbinden of creëren voor ommetje
91
Bermen in het buitengebied Berm met grassen
92
Berm met kruidenmengsel voor insecten
93
Berm met bomen
94
Berm met kruidenmengsel voor insecten en bomen
93
Bewoner Geveltuin
95
Regenton
96
Groene gevel Groendak (op huis of schuur)
97 98
Groene erfafscheiding
99
Nestkasten
100
Insecten hotels
101
Vergroenen particuliere tuinen
102
Houtrillen
103
Stapelmuren van restmateriaal
104
Kijk voor meer inspiratie op: www.groenblauwenetwerken.com
Zie verschillende maatregelen
64
Type maatregel
Voorwaarden voor de score
Bomen in de straat (Vorm)bomen
De score geldt voor 3 bomen per 50 meter straatlengte.
Bomen voor bijen en vlinders
De score geldt voor 3 bomen per 50 meter straatlengte.
Hoogstam fruitbomen
De score geldt voor 3 bomen per 50 meter straatlengte.
Bomenrij of -laan Boomgroepen als coolspots
De score geldt voor een enkele bomenrij over 80% van de gehele straat (laan: beide zijden). De score geldt voor een boomgroep van minimaal 3 bomen van de 2e of 3e orde.
Gezondheid en bewegen Aangename zitplekken in zon en schaduw
De score geldt voor elke aangename verblijfsplek waar keuze is tussen zitplekken in de zon en in de schaduw.
Beweegaanleidingen
De score geldt voor het aanleggen van één parcours of cluster met (3 tot 5 objecten) beweegaanleidingen.
Wandelroutes verbinden of creëren voor ommetje
De score geldt voor het creëren van een doorlopend ommetje van 1 km.
Bermen in het buitengebied Berm met grassen
De score geldt voor een berm over 80% van de gehele straat.
Berm met kruidenmengsel voor insecten
De score geldt voor een berm over 80% van de gehele straat.
Berm met bomen
De score geldt voor een berm over 80% van de gehele straat waarbij 3 bomen per 50 meter zijn geplaatst.
Berm met kruidenmengsel voor insecten en bomen
De score geldt voor een berm over 80% van de gehele straat waarbij 3 bomen per 50 meter zijn geplaatst..
Bewoner Geveltuin
De score geldt voor een geveltuin over 60% van de gehele straat (weerszijden).
Regenton
De score geldt voor het koppelen van regentonnen aan 50% van de regenpijpen aan de achterzijde van de woningen.
Groene gevel
De score geldt voor groene gevels over 60% van de gehele straat (weerszijden).
Groendak (op huis of schuur)
De score geldt voor een groendak over 60% van de platte daken van schuren en uitbouwen.
Groene erfafscheiding
De score geldt voor een tweezijdige groene erfafscheiding over 60% van de gehele straat (weerszijden).
Nestkasten
De score geldt voor 3 nestkasten over 50 meter, mits goed geplaatst.
Insecten hotels Vergroenen particuliere tuinen
De score geldt voor 3 nestkasten over 50 meter, mits goed geplaatst. De score verschilt per maatregel. Kijk hiervoor bij de betreffende maatregelen.
Houtrillen
De score geldt voor een houtril vanaf 5 meter
Stapelmuren van restmateriaal
De score geldt voor een stapelmuur vanaf 5 meter
65
Maatregelen Afbeelding van atelier GROENBLAUW
6
6. MAATREGELEN Wat is een maatregel?
Maatregelen voor bewoners
Een maatregel uit deze toolbox is een principe-ingreep voor de openbare ruimte die bijdraagt aan klimaatadaptatie. Maatregelen kunnen gecombineerd worden in een ontwerp om een straat klimaatadaptief in te richten. De vorm waarin de maatregel uiteindelijk wordt uitgevoerd kan verschillen en is afhankelijk van de locatie.
Bij een reconstructie wordt in principe de openbare ruimte aangepakt. Uiteraard kunnen er ook in de tuinen of aan de gevels van bewoners ingrepen gedaan worden die bijdragen aan klimaatadaptatie. De maatregelen die hiervoor het meest geschikt zijn, worden genoemd onder de categorie ‘ bewoners’. In gevallen waarbij de beschikbare ruimte krap is, kan dit goed uitkomen. Denk bijvoorbeeld aan een straat waar bewoners geen parkeerplekken willen inleveren voor groen. Hier kan gekozen worden om geveltuintjes, en insectenhotels in te zetten om toch de nodige punten te halen.
Welke info vind je bij de maatregel?
Bij elke maatregel zijn een aantal aspecten benoemd: • Algemene beschrijving • Voorwaarde voor de score • Tips en aandachtspunten • Toepasbaarheid (ondergrond, grondwaterstand, type straat etc.) • Thema’s waarop het effect heeft met bijbehorende punten
67
Afkoppelen regenwaterafvoer Door regenpijpen bij gebouwen af te koppelen van het riool, wordt het rioolstelsel ontlast. Het regenwater stroomt uit de regenpijp op de straat, in een groenvak of in een ondergrondse berging. Hier kan het water infiltreren, verdampen of stroomt het vertraagd naar het riool. De kans op wateroverlast op straat verkleind en de schade door droogte wordt beperkt. De score geldt indien alle regenpijpen in een projectlocatie worden afgekoppeld en al het regenwater direct kan worden geïnfiltreerd of worden opgevangen in retentievoorziening. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Het afkoppelen van regenwater heeft alleen effect als er met andere maatregelen voor wordt gezorgd dat het regenwater niet meer in het riool terecht komt. Maak daarom een combinatie met maatregelen die water opvangen of laten infiltreren in de ondergrond zoals een vijver, infiltratievoorziening of een waterplein. • Door middel van goten kan het water bovengronds richting de juiste voorziening gebracht worden. • Particulieren kunnen gestimuleerd worden om op eigen terrein de regenwaterafvoer af te koppelen. Bij nieuwbouwprojecten is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor het verwerken van het regenwater. • In de VGRP Roosendaal is beschreven dat per project met het waterschap wordt bepaald of afkoppelen doelmatig is.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
INVLOED OP:
Afbeelding Afbeeldingvan vanAtelier AtelierDreiseitl Dreiseitl
68 | Wateropvang en infiltratie
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
Regenwater goten Bovengrondse goten, soms ingezonken en afgedekt, leiden regenwater van afgekoppelde regenpijpen naar vijvers, sloten en infiltratieveldjes. Daar waar het kan is het zichtbaar afvoeren van regenwater in veel gevallen minder kostbaar dan de aanleg van een gescheiden rioolstelsel. Via goten, greppels, waterlopen en kanalen kan het regenwater afgevoerd worden naar oppervlaktewater of naar andere plekken waar het tijdelijk kan worden vastgehouden zonder dat het overlast veroorzaakt
€
De score geldt voor het bovengronds brengen van het regenwatertransport voor de hele straat. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Denk bij de aanleg aan voldoende afschot • Houd bij de aanleg rekening met het schoonmaken van goten • Houd rekening met de veiligheid van fietsers en rolatorgebruikers • Score geldt alleen wanneer de goten het water leiden naar een voorziening om het water te bergen, te bufferen of te infiltreren.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
INVLOED OP:
Wateropvang en infiltratie | 69
Afbeelding Afbeelding van van Amar Amar Sjauw Sjauw En En Wa Wa
Waterberging tussen banden en holle wegen Een holle weg of een verhoogd trottoir kan wateroverlast in de huizen voorkomen. Als er wateroverlast ontstaat zal dit enkel op de rijweg optreden en blijven de trottoirs toegankelijk en stroomt het water niet bij de huizen naar binnen. Toegankelijkheid voor rolstoel- en rollatorgebruikers kan met strategisch geplaatste hellingbanen gewaarborgd worden. De score geldt voor tweezijdige trottoirs en of een holle weg over de gehele straat. Afbeelding van atelier GROENBLAUW
Afbeelding van Margaret Polinder
TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Water dat blijft staan op de weg kan bij vorst tot gladheid leiden. • De hoogte van een trottoirband wordt conform huidige regelgeving bepaald.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
INVLOED OP:
Afbeelding van Atelier Dreiseitl Afbeelding van Atelier Dreiseitl
70 | Wateropvang en infiltratie
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
Wadi’s Een wadi is een kleine ondiepe geul en dient om regenwater tijdelijk vast te houden, te transporteren en te infiltreren. Regenwater vanuit de regenpijp of verharde delen kan afstromen naar een wadi. Hier kan het water tijdelijk geborgen worden. Vanuit de wadi infiltreert het water langzaam in de grond. Een teveel aan regenwater kan worden afgevoerd naar oppervlaktewater een sloot, vijver of het riool. Een wadi is begroeid en kan gevuld worden met grind en er kan een it-riool in geplaatst worden. Hoe diverser de beplanting hoe meer de wadi bijdraagt aan de biodiversiteit in de straat en de stad. De score geldt voor het opvangen van een piekbui van 70 mm in één uur voor de gehele straat. Het water moet binnen 24 uur (tot 48 uur) geïnfiltreerd of afgevoerd zijn. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • De beste beplanting voor wadi’s kan zowel tegen droge als natte omstandigheden. Voorbeelden zijn de Siberische lis, Kattenstaart, Wederik, Hartlelie en Vrouwenmantel. • Wordt met wadi’s een doorlopende ecologische structuur gemaakt, dan scoort de wadi een extra punt op biodiversiteit. • Bomen in een wadi moeten zeer zorgvuldig worden uitgekozen. Een boom die bijvoorbeeld goed bestand is tegen zowel natte als droge periodes is de Alnus incana. Meer bomen en hun eigenschappen zijn te vinden in de bijlage.
• Op slecht doorlatende ondergrond moet de bodem worden verbeterd bij het aanleggen van een wadi, zodat ook hier regenwater kan infiltreren. • Op een aantal plekken in Roosendaal is de grondwaterstand hoog. Hier moet rekening mee worden gehouden bij het bepalen van de diepte van de wadi.
Afbeelding van Madeleine d’Ersu
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
INVLOED OP:
Wateropvang en infiltratie | 71
Afbeelding Afbeeldingvan vanAmar AmarSjauw SjauwEnEnWa Wa
Beplante infiltratiestroken Beplante infiltratiestroken/raingardens zijn een soort wadi’s voor het stedelijk gebied. Net als wadi’s infiltreren en bergen ze regenwater en voeren het, zo nodig, vertraagd af. De verdiepte, beplante stroken worden begrensd door verlaagde opsluitbanden of opsluitbanden met openingen. Door de beplanting draagt deze maatregel ook bij aan biodiversiteit. De score geldt voor één infiltratiestrook over 80% van de gehele straat wanneer de strook 35 mm in één uur kan bergen. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Beplanting van een infiltratiestrook moet goed tegen wisselende waterstanden kunnen. De infiltratiestrook is soms droog en soms nat. • Kies beplanting die de biodiversiteit verhoogd. • Infiltratiestroken kunnen gecombineerd worden met een infiltratie- en transportriool (IT-riool) dat zowel kan infiltreren als draineren. • Zorg voor een geschikt grondmengsel wat afgestemd is op de beplanting. • Het combineren van bomen in een beplante infiltratiestrook is in sommige gevallen mogelijk, dit vergt echter vakkennis op dit gebied. • Betrek bewoners bij de inrichting van de stroken, bijvoorbeeld bij de keuze van de soort beplanting (kleur, uitstraling, etc.)
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
INVLOED OP:
Afbeelding van Atelier TGS Dreiseitl
72 | Wateropvang en infiltratie
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
Waterberging onder verharding d.m.v. kratten of grindpaketten Waar weinig ruimte is kan de ruimte onder het maaiveld (straat, plein, speeltuin, parkeerplaats, etc.) benut worden voor waterberging. Regenwater stroomt via kolken of pijpen naar de opslagruimte onder de verharding. Hier kan het langzaam infiltreren of vertraagd worden afgevoerd. Bij lage grondwaterstanden zijn er in principe de volgende mogelijkheden, waarbij de beste keuze afhankelijk is van de lokale omstandigheden (grondsoort, grondwaterstand, gebruik van het maaiveld, etc.): • Waterberging in de wegfundering • Infiltratiekratten • Infiltratieblokken • Infiltratieputten De score geldt voor opvangen van een complete piekbui van 70 mm in één uur voor de gehele straat. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Er moet altijd een overstort zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een transportriool. • Afgekoppelde regenwaterafvoeren kunnen in de fundering geïnfiltreerd worden.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
INVLOED OP:
Wateropvang en infiltratie | 73
Afbeelding Amar Sjauw En Wa Afbeelding vanvan gemeente Heemskerk
Waterbergingsvijver Regenwater kan in een bergvijver opgeslagen worden en van daaruit gebruikt worden. Bij het vijverontwerp dient rekening gehouden te worden met peilfluctuaties. Een natuurlijk beplante oever met plasberm is geschikt voor een wisselende waterstand. De natuurlijke oever met plasberm draagt bij aan de biodiversiteit en levert daarom een extra punt op. De noordelijke oever wordt door de zon beschenen en is de belangrijkste oever (bij voorkeur 1:3 of flauwer). Het maken van een natte oeverzone met rietvegetatie heeft een zuiverend effect op de kwaliteit van het water. Bovendien trekt het vogels en insecten en geeft het een fraai beeld. De score geldt voor een vijver die een piekbui van 70 mm in één uur kan opvangen en vasthouden voor het grootste deel van een wijk. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • De vijver heeft bij voorkeur een diepte van 1 meter of meer. Hiermee wordt opwarming in de zomer beperkt, waardoor risico op veralging en waterkwaliteitsproblemen klein blijft. Ook in de winter bevriest de vijver niet geheel waardoor er delen beschikbaar blijven voor waterdieren. • Creëren van stroming, circulatie of beluchting verbetert de waterkwaliteit. Ook kan gekozen worden voor een helofytenfilter om water te zuiveren. • De vijver kan gecombineerd worden met een ondergronds reservoir van regenwater om de peilfluctuatie te beperken.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
INVLOED OP:
Afbeelding van Atelier atelier GROENBLAUW Dreiseitl
74 | Wateropvang en infiltratie
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
Waterplein Een waterplein kan tijdens een regenbui water tijdelijk bergen. Vaak kan een groter gedeelte van een wijk worden aangesloten op het plein. De pleinen hebben een dieper gelegen gedeelte dat bij hevige neerslag onder kan lopen. Een waterplein kan gecombineerd worden met aantrekkelijke verblijfsplekken, speelplekken en beweegaanleidingen waardoor het een grote bijdrage levert aan de leefbaarheid van een wijk. Waterpleinen worden in het algemeen toegepast in binnenstedelijke gebieden, waar weinig ruimte is voor waterbuffering en infiltratie door de hoge grondwaterstanden niet mogelijk is. De score van een waterplein is opgesteld voor een plein dat een complete piekbui van 70 mm in één uur kan opvangen. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Zorg voor een aantrekkelijk plein met verblijfsplekken, groen en bomen en speel- en beweegaanleidingen. • Bij het ontwerp kan rekening gehouden worden met ‘gefaseerd vullen’ van het plein. • Om te voorkomen dat, bij een hoge grondwaterstand, het plein volloopt met grondwater zal de buffervoorziening van het plein waterdicht uitgevoerd moeten worden. • Onderhoud en beheer zijn belangrijk omdat het water bovengronds en dus ongezuiverd op het plein komt. Dit betekent dat vervuiling zoals modder, straatvuil, bladeren en takken na het wegpompen van het water op het plein achterblijven. TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
INVLOED OP:
Wateropvang en infiltratie | 75
Afbeelding vanvan Amar Sjauw En Wa Afbeelding ds+V Rotterdam
Halfverharding
Afbeelding van Amar Sjauw en Wa
Voor extensief gebruikte parkeerplaatsen of wandelpaden kunnen alternatieve verhardingsmaterialen worden gebruikt. Dit zijn bijvoorbeeld open bestratingspatronen, grind, schelpen, grasbetontegels of open betontegels in combinatie met split/grind of een grasmengsel. Deze types halfverharding laten regenwater infiltreren en helpen zo mee om wateroverlast en droogte te beperken. Het weghalen van tegels en het vervangen door waterdoorlatende bestrating biedt ook meer ruimte aan een natuurlijk bodemleven en vergroot daarmee de biodiversiteit. Op een doorlatende ondergrond kan grind of steenslag met een gelijkmatige gemiddelde korreldiameter worden toegepast. Schelpen en steenslag kunnen worden gebruikt als losliggende bovenlaag of worden ingestrooid in zand of klei. De score geldt voor een profiel waarin minstens 10% van de verharding is vervangen voor halfverharding. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Bij een minder draagkrachtige ondergrond is door verzakking periodieke opvulling nodig. • Om de toplaag stabieler en vormvast te maken en bij toepassing op minder draagkrachtige ondergrond kunnen stabilisatiematten toegepast worden.
Afbeeldingsbron onbekend
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
INVLOED OP:
Atelier Sluijsmans Dreiseitl Afbeelding van Nanda
76 | Verharding
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
Waterdoorlatende verharding of open verharding Daar waar verharding nodig is, kan waterdoorlatende verharding worden toegepast, waterdoorlatend asfalt of klinkers die waterdoorlatend zijn. Zo kan regenwater in de grond wegzakken en het grondwater aanvullen. Het regenwater hoeft dan niet via het riool afgevoerd te worden. De score geldt voor een profiel waarin minstens 30 % van de verharding is vervangen voor halfverharding.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
INVLOED OP:
Verharding | 77
AfbeeldingAfbeelding van Amar Sjauw En Wa van Breukers
Strakke hagen Een strakke haag is een haag die bestaat uit één soort plant en die een aantal keer in het groeiseizoen gesnoeid wordt zodat hij vrijwel altijd dezelfde maat heeft. Dit soort hagen kunnen in een straatprofiel worden ingezet als erfafscheiding of om zones tussen verplaats- en verblijfsgebied te markeren. Denk aan een rijweg en een stoep of een fietspad en een speeltuin. Deze hagen bieden schuilplaatsen en voedsel aan veel soorten vogels en insecten. Zoals iedere vorm van beplanting zorgen hagen die in de volle grond staan voor een betere doorworteling van de ondergrond en zo voor meer opnamecapaciteit van regenwater in de ondergrond. Voorbeelden van hagen zijn onder andere de liguster, de berberis, hondsroos, egelantier, vlier, braam, lijsterbes, kardinaalsmuts en de haagbeuk. Een haag biedt ook een gemakkelijke doorgang voor bijvoorbeeld egels. De liguster maakt lekkere bessen voor merels en spreeuwen. Stekelige plantsoorten, zoals de sleedoorn, meidoorn en braam bieden bescherming voor broedende vogels. De score geldt voor een strakke haag over 50% van de gehele straat of als toevoeging op een bestaande groenstrook. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Welke soorten geschikt zijn hangt van veel factoren af zoals bodemsoort, waterstand, bezonning, etc. • Kies bij voorkeur inheemse soorten, want die bieden meer voedsel aan inheemse dieren.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
INVLOED OP:
Atelier Dreiseitl Afbeelding van Monique Hoogland
78 | Hagen
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
Natuurlijke hagen Een natuurlijke haag is een haag die bestaat uit meerdere soorten planten en die maar eens in de 1, 2 of 3 jaar wordt teruggesnoeid. De haag varieert dus in omvang en bladkleur. Deze hagen bieden schuilplaatsen en voedsel aan veel soorten vogels en insecten. Zoals iedere vorm van beplanting zorgen hagen die in de volle grond staan voor een betere doorworteling van de ondergrond en zo voor meer opnamecapaciteit van regenwater in de ondergrond. Het voordeel van weinig snoeien is dat de haag de kans heeft om te bloeien. Dit draagt weer bij aan voedsel voor vogels en insecten en een grotere biodiversiteit. Deze vorm van ecologisch beheer past in de ‘groenbeheervisie Roosendaal’. Wanneer wenselijk kan een strakke haag ook omgevormd worden tot natuurlijke haag door de snoeikalender aan te passen. Kijk voor voorbeeldsoorten bij de maatregelen ‘strakke hagen’. De score geldt voor een natuurlijke haag over 50% van de gehele straat of als toevoeging op een bestaande groenstrook. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • De soortkeuze hangt van veel factoren af zoals bodemsoort, waterstand, bezonning, etc. • Het ver terugsnoeien is zwaar voor een haag. In het beheerplan kan daarom gekozen worden om het éne jaar in breedte terug te snoeien en het andere jaar in hoogte. • Kies bij voorkeur inheemse soorten, want die bieden meer voedsel aan inheemse dieren.
• Voor een natuurlijke haag moet er ruimte zijn in het straatprofiel en daarom is deze haag voornamelijk geschikt voor het buitengebied. TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
INVLOED OP:
Hagen | 79
Afbeelding Amar Sjauw En Wa Afbeelding vanvan atelier GROENBLAUW
Gazon Een grasveld of gazon zorgt ervoor dat het regenwater gemakkelijk in de ondergrond kan wegzakken. Hierdoor wordt het grondwater aangevuld en helpt het verdroging en wateroverlast te voorkomen. Daarnaast warmen beplante oppervlaktes op hete zomerse dagen minder op dan verharde oppervlakken; zo helpt een gazon mee om de omgeving iets koeler te houden. In een gazon kunnen bollen geplant worden die in het voorjaar opkomen. Dit draagt bij aan een aantrekkelijk straatbeeld. Zorgvuldig uitgekozen bollensoorten kunnen in het vroege voorjaar zorgen voor voeding voor insecten. Dit laatste levert een extra punt op voor biodiversiteit. Afbeelding van Ruisong Han
De score geldt voor een projectgebied waarin minstens 15% is ingericht als gras. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Als een deel van je gazon licht verdiept is aangelegd, kan er in de verlaging tijdelijk water geborgen worden en infiltreren. • Bij het aanleggen van een vak met gras op een goed doorlatende bodem, kan regenwater van versteend oppervlak afstromen naar het gras. Dit betekent dat er geen verhoogde banden worden gebruikt en het wegafschot richting het grasveld is. • Bij een slecht doorlatende bodem kan beter geen water afstromen op het gras omdat dit moeilijk kan infiltreren en voor plassen zorgt.
TOEPASBAAR BIJ: lage grondwaterstand hoge grondwaterstand
smal straatprofiel breed straatprofiel
goed doorlatende bodem slecht doorlatende bodem
Private buitenruimte Openbare buitenruimte
INVLOED OP:
Dreiseitl Afbeelding van Atelier Nepriakhina Daria
80 | Beplantingsvakken/stroken
Binnenstedelijk gebied Buitengebied
Lang gras of bloemenmengsel Een grasveld met lang gras zorgt er, net als bij een gazon, voor dat het regenwater gemakkelijk in de ondergrond kan wegzakken. Hierdoor wordt het grondwater aangevuld en helpt het verdroging en wateroverlast te voorkomen. Daarnaast warmen beplante oppervlaktes op hete zomerse dagen minder op dan verharde oppervlakken. Zo helpt een gazon mee om de omgeving iets koeler te houden. Een bloemrijk grasveld vergt beperkt onderhoud, levert een grotere bijdrage aan de biodiversiteit en zorgt voor een betere doorworteling van de bodem dan een gazon. Lang gras is gemakkelijk ecologisch te beheren. In het bloemrijke grasland kunnen paden en zitplekken uitgemaaid worden; dit is een goed en simpel alternatief voor plantenborders. Een bloemrijk grasland biedt ook schuilplaatsen voor allerlei insecten en vlinders. De score geldt voor een projectgebied waarin minstens 15% is ingericht als gras, wat wordt beheerd als lang gras. TIPS EN AANDACHTSPUNTEN • Als een deel van je gazon licht verdiept is aangelegd, kan er in de verlaging tijdelijk water geborgen worden en infiltreren. • Bij het aanleggen van een vak met gras op een goed doorlatende bodem, kan regenwater van versteend oppervlak afstromen naar het gras. Dit betekent dat er geen verhoogde banden worden gebruikt en het wegafschot richting het grasveld is.