CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

31 - 6506905_1646210297030_bijlage_2_bodemonderzoek_243_245.pdf

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Voorstel Afgifte ontwerpverklaring van geen bedenkingen Gastelseweg 239, 243 en 245 in Roosendaal26.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Wematech Bodem Adviseurs B.V.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCLUSIEF ONDERZOEK NAAR ASBEST IN BODEM “AANKOOP PERCELEN” GASTELSEWEG 243 EN 245 ROOSENDAAL

Opdrachtgever :

Gemeente Roosendaal Postbus 5000 4700 KA Roosendaal

Projectnummer : Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:

VBE-50180284 EJ50180284.R001-0 Definitief 16 juli 2018

UBI-code(s) locatie: Wbb-code locatie:

000000 n.v.t.

Projectleider

Ing. H.B.C. Jansen MSc

par:

(Mede)auteur

Ing W.J.A. Buijs

par:

Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2008 onder nummer KSC-K96808/01

Postbus 1817, 4700 BV Roosendaal . Windmolen 23, 4751 VM Oud Gastel Tel. +31 (0)165 565910 . Fax +31 (0)165 544468 . bodemadviseurs@wematech.nl . www.wematech.nl KvK 20104743 . BTW nr. NL 810303206B01 . Rabobank IBAN NL82 RABO 0102 5687 07 Algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

SAMENVATTING In opdracht van Gemeente Roosendaal is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in april en mei 2018 een verkennend bodemonderzoek inclusief een onderzoek naar asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Gastelseweg 243 en 245 te Roosendaal. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen eigendomsoverdracht. Het veldwerk is uitgevoerd in april, mei en juni 2018. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn op basis van zintuiglijke beoordeling plaatselijk bijmengingen met baksteen aangetroffen. Deze bijmengingen van baksteen worden, zoals gesteld onder Bijlage A. van de NEN5725:2017, niet aangemerkt als zijnde asbestverdacht. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond met baksteenbijmengingen (“worst case” monster) licht verontreinigd is met lood, PAK en PCB. De overige bovengrond is licht verontreinigd met kwik, lood, zink, PCB, som DDD, som DDE, som aldrin/dieldrin/endrin en som heptachloorepoxides en matig verontreinigd met som DDT. Na uitsplitsing op OCB’s blijkt een DDT-spot (overschrijding interventiewaarde) in de bovengrond (0-50 cm –mv) zien ter plaatse van de boringen 100, 101 en 102, aanwezig te zijn. Dit betreft het noordelijke gedeelte van perceel 3185.

De spot heeft een minimale omvang van circa 56 m3. De ondergrond is licht verontreinigd met PAK. De grond ter plaatse van de druppellijn van de schuur is niet verontreinigd met asbest. Het grondwater is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Wel dient te worden vermeld dat op dit monster geen OCB’s zijn bepaald. Gezien de slechte oplosbaarheid van OCB’s in water wordt hier geen verontreiniging verwacht. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat, met uitzondering van de spot met OCB’s, de bovengrond voldoet aan klasse industrie. De grond ter plaatse van de OCB-spot is niet toepasbaar. De ondergrond voldoet aan klasse achtergrondwaarden. Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" verworpen te worden. De verkregen resultaten geven aanleiding tot het saneren van de OCB-spot. De spoedeisendheid dient door het bevoegde gezag te worden vastgesteld. De resultaten van het onderzoek vormen mogelijk een belemmering om tot eigendomsoverdracht over te gaan. Het is aan koper en verkoper om hier overeenstemming over te bereiken. Geadviseerd wordt een exemplaar van het rapport aan het bevoegd gezag ter beoordeling voor te leggen. Geadviseerd wordt een exemplaar van het rapport bij de notariële akte van eigendomsoverdracht te voegen.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 2 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

INHOUDSOPGAVE: Blz.

SAMENVATTING 1.

INLEIDING

5

1.1. 1.2.

Aanleiding en doelstelling onderzoek Opbouw rapportage

5 5

2.

VOORONDERZOEK

6

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.

Locatiegegevens Historie Huidige situatie Belendende percelen Bodemonderzoeken/saneringen Informatie regionale achtergrondconcentraties Geo(hydro)logie Toekomstige situatie Conclusie vooronderzoek Onderzoeksstrategie

6 6 7 7 7 8 8 9 9 9

3.

VERRICHTE WERKZAAMHEDEN

11

3.1. 3.2. 3.3.

Inleiding Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

11 11 12

4.

RESULTATEN

15

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Toetsing 4.3.1. Wet bodembescherming 4.3.2. Besluit bodemkwaliteit Grond Wet bodembescherming Grondwater Wet bodembescherming Grond Besluit bodemkwaliteit

15 15 15 15 16 18 22 23

5.

BESPREKING RESULTATEN

24

5.1. 5.2.

Grond Grondwater

24 24

6.

CONCLUSIES EN ADVIES

25

6.1. 6.2.

Conclusies Advies

25 25

7.

RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID

26

7.1. 7.2.

Restrisico Betrouwbaarheid

26 26

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Datum: Pagina:

16 juli 2018 3 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Datum: Pagina:

16 juli 2018 4 / 27

BIJLAGEN: 1. Regionale situatieschets 2. Situatieschets met boringen en peilbuis 3. Profielbeschrijvingen grondboringen 4. Analyseresultaten grond 5. Analyseresultaten grondwater 6. Toetsingskader grond en grondwater Wbb 7. Foto’s onderzoekslocatie 8. Toetsingskader BBk

Kenmerk : Projectnummer :

1.

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

INLEIDING

1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek In opdracht van Gemeente Roosendaal is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in april en mei 2018 een verkennend bodemonderzoek inclusief een onderzoek naar asbest in bodem uitgevoerd ter plaatse van de percelen aan de Gastelseweg 243 en 245 te Roosendaal. In bijlage 1 is de globale ligging van het perceel aangegeven in een regionale situatieschets. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht van het perceel. In verband hiermee wordt een inzicht gevraagd in de actuele kwaliteit van grond en grondwater. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen eigendomsoverdracht. Op basis van de verkregen informatie is, in overleg met de opdrachtgever, een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van NEN 5740, NTA 5755 en NEN 5707. Deze normen beschrijven de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Als referentiekader bij de beoordeling van de resultaten worden de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, de NEN 2707 en de (maximale) waarden uit de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit gebruikt.

Wematech Bodem Adviseurs B.V. werkt volgens een kwaliteitsborgingsysteem dat is gebaseerd op de NEN-EN-ISO 9001:2008 en de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. De werkzaamheden voor onderhavig onderzoek vallen binnen de reikwijdte van dit certificatieschema en worden onder certificaat uitgevoerd conform de beschreven kwaliteitseisen (protocol 2001 en 2002). De naleving wordt periodiek getoetst door externe auditors, onder toezicht van de Raad van Accreditatie. Verder is van belang te melden dat de te onderzoeken locatie geen eigendom is van Wematech Bodem Adviseurs B.V. dan wel gerelateerde (zuster)bedrijven. Tevens is Wematech Bodem Adviseurs onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. De wettelijke voorgeschreven functiescheiding is hiermede geborgd.

1.2. Opbouw rapportage In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek, op basis van de NEN 5725, is opgenomen in hoofdstuk 2. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de verrichte werkzaamheden beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek weergegeven en in hoofdstuk 5 worden de resultaten besproken. In hoofdstuk 6 zijn de conclusies en het advies opgenomen. Tot slot worden in hoofdstuk 7 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 5 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

2.

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

VOORONDERZOEK Op basis van de verzamelde basisinformatie, aanleiding, en verdenking is het type vooronderzoek bepaald. Onderhavig onderzoek betreft een uitgebreid vooronderzoek.

2.1. Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de Gastelseweg te Roosendaal. De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Roosendaal, sectie B, nummers 3184, 3185 en 7322. De percelen hebben een oppervlakte van respectievelijk 389, 276 en 520 m2. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt 1185 m2 waarvan circa 350 m2 is bebouwd met enkele woningen en schuren. De onderzoekslocatie is gelegen ten westen van de Gastelseweg, welke gelegen is ten noorden van het centrum van Roosendaal.

2.2. Historie - gebruik Uit bestudeerde historische kaarten en oude archieffoto’s blijkt dat de onderzoekslocatie al geruime tijd de huidige woonfunctie aan de doorgaande weg tussen Roosendaal en Oud Gastel heeft. De woonhuizen op de onderzoekslocatie stammen uit de jaren ’10 en ’20 van de vorige eeuw. De schuren zijn van een recentere datum en stammen uit de jaren ’70 tot de jaren ’90 van de vorige eeuw. Tot circa 2000 lag de onderzoekslocatie in een agrarisch gebied. Direct ten zuiden van de onderzoekslocatie ter hoogte van kadastraal perceel B7198 is vanaf circa 1970 tot circa 2000 een kassencomplex aanwezig geweest. Direct ten noorden van de onderzoekslocatie is een woonhuis (Gastelseweg 249) met een aanpandig autobedrijf gesitueerd, de bedrijfsactiviteiten zijn reeds een aantal jaren gestaakt. Het zuidelijke gedeelte van dit woonhuis (nu op het noordelijke deel van perceel B3184) is in 1975 afgebrand. Dit gedeelte is toen gesloopt. Op de onderzoekslocatie blijkt volgens de historische kaarten van circa 1960 tot 1970 een boomgaard aanwezig te zijn geweest. Bij de gemeente was geen informatie bekend dat ter plaatse van de onderzoekslocatie potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen ondergrondse tanks, kabels, leidingen e.d. gelegen.

- overig Voor zover bekend hebben zich ter plaatse van de onderzoekslocatie, met uitzondering van de woningbrand uit 1975, geen calamiteiten voorgedaan die tot gevolg hebben gehad dat verontreinigende stoffen op of in de bodem zijn geraakt. De locatie is niet opgenomen in het programma Bodemsanering/Waterbodemsanering c.q. inventarisatielijst van locaties waar mogelijk sprake is van bodemverontreiniging van de gemeente Roosendaal / provincie Noord Brabant. De locatie als onderdeel van een groot onderzoeksgebied (Borchwerf Noord) op het bodemloket bekend onder nummer NB167404646. Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente blijkt dat de locatie is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 6 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Volgens de gemeentelijke kaart Conventionele Explosieven ligt de locatie in een onverdacht gebied. In het verleden zijn in de directe omgeving ook geen explosieven gevonden. De kans op het aantreffen van explosieven zal dan ook laag zijn.

2.3. Huidige situatie Ter plaatse van de percelen zijn een aantal woningen en schuren gesitueerd. Onderhavig onderzoek behelst de kadastrale percelen B3184, B3185 en B7322 en heeft een oppervlakte van circa 1529 m2. De onderzoekslocatie is gedeeltelijk verhard met klinkers en tegels. Het noordelijke gedeelte van perceel B3184 en het grootste gedeelte van het kadastrale perceel 7322 is onverhard. Ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving vinden voor zover bekend geen potentieel bodembedreigende activiteiten plaats. Uit informatie van het kadaster blijkt dat ten tijde van het uitvoeren van onderhavig onderzoek de onderzoekslocatie de volgende eigenaren heeft: - Gastelseweg 243 (B 3185) De heer B. de Jong - Gastelseweg 247 (B3184) De heer J. Buurstee - Gastelseweg ong. (B7322) De heer J. Buurstee

2.4. Belendende percelen Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt: - aan de noordzijde bevindt zich een woning met voormalig autobedrijf; - aan de oostzijde bevindt zich de openbare weg (Gastelseweg); - aan de zuidzijde bevindt zich een woning (Gastelseweg 239) en een groenvoorziening; - aan de westzijde bevindt zich een bedrijfspand.

2.5. Bodemonderzoeken/saneringen - eerdere bodemonderzoeken locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek verricht. - eerdere bodemonderzoeken omgeving In 1993, 2001 en 2013 zijn er bodemonderzoeken op het perceel aan de Gastelseweg 247 verricht. Dit perceel grenst aan de noordzijde van onderhavige onderzoekslocatie. Bij deze onderzoeken zijn de voormalige locaties met potentieel bodembedreigende activiteiten voldoende onderzocht. In 2001 werd plaatselijk een olieverontreiniging in de bovengrond aangetroffen. Deze verontreiniging is in 2013 niet opnieuw aangetroffen. Destijds werd verklaard dat de toenmalige eigenaar de verontreinigde grond lang voor 2013 had ontgraven en afgevoerd. Voor een volledig overzicht van de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportages [Milieutechnisch adviesbureau Rovytech, juni 1993], [Oranjewoud, documentnummer: 3509-103879-21, juni 2001] en [Oranjewoud, projectnummer: 263967, oktober 2013].

Datum: Pagina:

16 juli 2018 7 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

In juli 2017 heeft Wematech Bodem Adviseurs B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Gastelseweg 247 te Roosendaal. Dit perceel grenst aan de noordzijde van de onderhavige onderzoekslocatie. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn op basis van zintuiglijke beoordeling, behoudens plaatselijk sporen bakstenen en/of beton, geen relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. De bovengrond was plaatselijk licht verontreinigd met lood, de ondergrond was plaatselijk licht verontreinigd met PCB en het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen en xylenen. Zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan de achtergrondwaarden grond. Geconcludeerd werd dat de resultaten van het onderzoek geen belemmering vormen om de voorgenomen bouwplannen ter plaatse te realiseren. Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [Wematech Bodem Adviseurs B.V., projectnummer VBE-50180284, Kenmerk rapport RN50170436.R001-0, d.d. 27 juli 2017]. - eerdere saneringen locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd. - eerdere saneringen omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd, welke in het kader van onderhavig onderzoek van belang is.

2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties Er is bij de gemeente en de provincie informatie beschikbaar over mogelijk regionaal verhoogde achtergrondconcentraties in het grondwater op en nabij de locatie. Op basis van de bestudeerde onderzoeksgegevens blijkt dat regionaal verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater worden gemeten zonder dat hiervoor een duidelijke bron van verontreiniging is aan te wijzen. Zowel de boven- als de ondergrond heeft volgens de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart de kwaliteit achtergrondwaarde met als bodemfunctieklasse industrie.

2.7. Geo(hydro)logie De ondergrond in Westelijk Noord-Brabant is opgebouwd uit afzettingen, die geo(hydro)logisch kunnen worden onderverdeeld in relatief goed en slecht waterdoorlatende lagen. In de ondergrond van Westelijk Noord-Brabant komen twee watervoerende pakketten voor, min of meer gescheiden door een slecht doorlatende laag. Het eerste watervoerende pakket (formatie van Twente en Sterksel) is over het algemeen zeer wisselend en varieert zeer sterk in dikte. De scheidende laag bestaat uit de afzetting van Kallo, waarin bovenin een ca. 10 meter dikke kleilaag (Kallo Klei) aanwezig is. Het diepste watervoerende pakket wordt gevormd door de Zanden van Kattendijk. De geo(hydro)logische basis wordt gevormd door de Boomse Klei. De regionale stromingsrichting van het grondwater is, op basis van de grondwaterkaarten van de Dienst Grondwaterverkenning TNO, noord tot noordwestelijk. Hoewel, zover bekend, in de directe omgeving geen particuliere grondwateronttrekking plaats vindt, is een particuliere onttrekking van grondwater niet uit te sluiten. Gegevens hieromtrent zijn echter niet beschikbaar.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 8 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

2.8. Toekomstige situatie De opdrachtgever is voornemens de percelen aan te kopen.

2.9. Conclusie vooronderzoek Op basis van de verkregen informatie is de hypothese gesteld dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging is te verwachten. De onderzoekslocatie is aangemerkt als een onverdachte locatie. Omdat er op de locatie een boomgaard aanwezig lijkt te zijn geweest is besloten om de bovengrond wel aanvullend te laten onderzoeken op OCB’s. Tevens wordt i.v.m. het aantreffen van een schuurtje met een asbestverdacht dak de druppellijn als asbestverdacht aangemerkt.

2.10. Onderzoeksstrategie Verkennend bodemonderzoek In tabel 2.1 wordt een overzicht gegeven van de geplande werkzaamheden gebaseerd op de NEN 5740 (strategie onverdacht niet lijnvormig). Tabel 2.1. Uit te voeren werkzaamheden Locatie Onderzoekslocatie

Protoco l

Verharding

ONV-NL

Kinkers, tegels

Aantal boringen tot 0,5 en tot 2 m-mv m-mv 8 2

en peilbuis 1

Aantal analyses Grond 1 standaard + OCB bg 1 standaard og

Grondwater 1 standaard gw

Het standaardpakket voor landbodem en grond bestaat uit de volgende parameters:  9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn);  PAK (10 VROM);  PCB (7);  minerale olie;  lutum- en humusgehalte. In verband met de op de topografische kaart van 1960 ingetekende boomgaard wordt voor de bovengrond een aanvullende OCB analyse aangevraagd. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit de volgende parameters:  9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn)  VAK (vluchtige aromatische koolwaterstoffen); benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen en naftaleen;  VOCl (vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen): vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis -1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2 dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform;  minerale olie (GC). De geleidbaarheid, zuurgraad en troebelheid zullen tijdens het bemonsteren van het grondwater worden bepaald.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 9 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Asbestonderzoek Ter plaatse van de druppellijn (van het bij de veldinspectie aangetroffen schuurtje) wordt een onderzoek asbest verricht. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal de toplaag van de locatie visueel geïnspecteerd worden door een deskundig asbestonderzoeker volgens paragraaf 6.2 uit NEN5707. De inspectie kan plaatsvinden onder de volgende weersomstandigheden: - bij droog weer: geen regen (> 10 mm), hagel of sneeuw; - bij daglicht (geen schemering); - bij helder weer (geen mist); het zicht moet minimaal 100 meter bedragen. Bij uitvoering van de veldinspectie dient rekening gehouden te worden met de inspectie-efficiëntie. Hieronder worden de richtpercentages voor grond gegevens, waarbij uitgegaan is van droog en helder weer en een deskundig onderzoeker. Tabel 2.2. Inspectie efficiëntie Type grond Zand

Conditie toplaag Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie

Klei/leem en veen

Inspectie-efficiëntie 90-100 % 70-90 % 70-90 % 50-70 %

Bij de interpretatie van de gegevens dient rekening gehouden te worden met deze efficiëntie-percentages. Na uitvoering van de maaiveldinspectie worden het onderstaande onderzoek verricht. Mochten er bij de maaiveldinspectie asbestverdachte materialen worden aangetroffen, dan zal waar nodig nader onderzoek asbest plaatsvinden Tabel 2.3. Graaf- en analyseschema Deellocatie

Protocol

Verharding

Afwatering schuurtje

6.4.4 uit NEN5707

Onverhard

Aantal gaten tot 0,2 m-mv van min. 0,3x0,3 m 3

Aantal analyses Grond NEN5898 1

De uit de gaten vrijkomende grond wordt uitgeharkt met een hark met maaswijdte van 20 mm. Het materiaal > 20 mm wordt geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Uitgangspunt is dat na uitharken alle asbestverdachte materialen > 20 mm zijn verwijderd. De mengmonsters worden samengesteld uit grond welke nog over een zeef van 20 mm wordt gebracht (fractie < 20 mm). Asbestverdachte materialen (> 20 mm) worden per gat en per laag van maximaal 50 cm bemonsterd (materiaalverzamelmonster).

Datum: Pagina:

16 juli 2018 10 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

3.

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

VERRICHTE WERKZAAMHEDEN

3.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Norm 5740, de NTA 5755 en de Nederlandse Norm 5707 als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de protocollen 2001, 2002 en 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000.

3.2. Veldwerkzaamheden Voordat met het veldwerk is begonnen, is, zoals te doen gebruikelijk, het maaiveld van het terrein visueel gecontroleerd op mogelijke verontreinigingen als gevolg van o.a. illegale lozingen en/of stortingen (bijv. afgewerkte olie, gevaarlijk afval, asbestverdachte materialen e.d.). Tijdens deze controle is een schuur met een asbestverdacht dak aangetroffen. Dit dak was niet voorzien van een afwateringsgoot. Het veldwerk is uitgevoerd in april en mei 2018 zoals in paragraaf 2.10 is aangegeven. Op 25 april 2018 zijn de grondboringen verricht en is de peilbuis geplaatst. Op 3 mei 2018 is het grondwater van de peilbuis bemonsterd en werden ter hoogte van de druppellijn van het schuurtje gaten gegraven. De profielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De vrijkomende grond bij het graven van de gaten is gezeefd over zeef 20 mm. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 50 cm. De situering van de boorplaatsen, gaten en de peilbuis is aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 7. Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de protocollen 2001, 2002 en 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door:  erkende veldmedewerkers plaatsen grondboringen en peilbuis: C.A.L.

Mol en J.FJ.L. van Overveld;  erkende veldmedewerker maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem: J.R. Flanagan;  erkende veldmedewerker bemonsteren peilbuis: J.R. Flanagan.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 11 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

3.3. Laboratoriumonderzoek De verzamelde grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan het laboratorium met RvA accreditatie SYNLAB Analytics & Services te Rotterdam, waar conservering en analyse volgens de AS3000 heeft plaatsgevonden. - grond Het laboratorium is verzocht mengmonsters samen te stellen en te analyseren volgens tabel 3.1. Het analysecertificaat van de grondmengmonsters is opgenomen in bijlage 4. Tabel 3.1. Mengmonsters grond Deellocatie Mengmonster Boringnummers met traject (cm-mv)

Motivatie

Analysepakket

MM1 05 (0-50) 07 (10-50)

Kwaliteit baksteenhoudende bovengrond (worst case) Standaardpakket

Onderzoekslocatie MM2 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 06 (5-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) Algemene kwaliteit bovengrond

MM3 05 (50-100) 05 (100-150) 06 (50-100) 06 (100-150) 07 (50-100) 07 (100-150) Algemene kwaliteit ondergrond

Standaardpakket + OCB

Standaardpakket

Naar aanleiding van een matig verhoogd gehalte OCB in mengmonster MM2 werd het laboratorium verzocht deze uit te splitsen en te analyseren volgens tabellen 3.2 en 3.3. Tabel 3.2. Monsters grond Deellocatie Boringnummers met traject (cm-mv) Motivatie Analysepakket Tabel 3.3. Monsters grond Deellocatie Boringnummers met traject (cm-mv) Motivatie Analysepakket

Uitsplitsing verdachte bovengrond (voormalige boomgaard) 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) Bepalen locatie OCB-spot OCB

Bepalen locatie OCB-spot OCB

Uitsplitsing Verdachte bovengrond (voormalige boomgaard) 04 (0-50)

Bepalen locatie OCB-spot OCB Onverdachte bovengrond (tuin nr. 243 en 245) 06 (5-50) 08 (0-50) 11 (0-50) Bepalen locatie OCB-spot OCB

Bepalen locatie OCB-spot OCB

Datum: Pagina:

16 juli 2018 12 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Naar aanleiding van het aantreffen van een sterk verhoogd gehalte in het mengmonster van de onverdachte bovengrond werd de grond in de tuinen opnieuw bemonsterd en werd het laboratorium verzocht een aantal monsters te analyseren volgens tabellen 3.4 en 3.5. Tabel 3.4. Monsters grond Deellocatie Boringnummers met traject (cm-mv) Motivatie Analysepakket Tabel 3.5. Monsters grond Deellocatie Boringnummers met traject (cm-mv) Motivatie Analysepakket

Uitsplitsing verdachte bovengrond (tuin nr. 243 en 245) 101 (0-50) 103 (0-50) 105 (0-50) 106 (0-50) Bepalen locatie OCB-spot OCB

Bepalen locatie OCB-spot OCB

Bepalen locatie OCB-spot OCB

Bepalen locatie OCB-spot OCB

Uitsplitsing verdachte bovengrond (tuin nr. 243 en 245) 108 (0-50) 109 (0-50) 110 (0-50) Bepalen locatie OCB-spot OCB

Bepalen locatie OCB-spot OCB

Bepalen locatie OCB-spot OCB

Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte SDDT in de bovengrond van boring 101, is het laboratorium verzocht een aantal aanvullend genomen monsters te analyseren op OCB’s om zo de spot zowel horizontaal als verticaal in te kaderen. Tabel 3.6. Monsters grond Deellocatie Boringnummers met traject (cm-mv) Motivatie Analysepakket

Uitsplitsing verdachte bovengrond (tuin nr. 243 en 245) 101 (50-100) 100 (0-50) 102 (0-50) 106 (0-50) Verticale inkadering OCB-spot OCB

Horizontale inkadering OCB-spot OCB

Horizontale inkadering OCB-spot OCB

Horizontale Inkadering OCB-spot OCB

- afwatering schuurtje Naar aanleiding van het aantreffen van een asbestverdacht dak, wat direct op de omliggende grond afwatert werd besloten om ter plaatse van de druppellijn een onderzoek naar asbest in bodem uit te voeren. Tijdens het onderhavig onderzoek is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het laboratorium is verzocht een mengmonster van de grond, genomen bij de afwatering van het kippenhok, te analyseren volgens tabel 3.6. Tabel 3.6. Mengmonster grond Mengmonster MMG01t/G03

Traject monster (cm-mv) 0-50

Analysepakket NEN5898

- grondwater Het laboratorium is verzocht het aangeboden grondwatermonster te analyseren volgens tabel 3.7. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. Tabel 3.7. Grondwatermonster Deellocatie Peilbuisnummer met filterstelling (cm-mv) Motivatie Analysepakket

Onderzoekslocatie 06 (170-270) Algemene kwaliteit grondwater Standaardpakket

De geleidbaarheid, zuurgraad en troebelheid zijn tijdens het bemonsteren van het grondwater bepaald.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 13 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

- Asbest De interventiewaarde bodemsanering voor asbest in de (water)bodem is gesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor het toepassen en hergebruiken van grond, baggerspecie en puin(granulaat) geldt een restconcentratienorm van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). De genoemde richtlijnen gelden voor zowel gebonden als niet gebonden asbest. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s. (gewogen)), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Omtrent de Arbo regelgeving met betrekking hebbende tot de werkzaamheden met asbesthoudend materialen worden geacht niet van toepassing te zijn, indien de asbestconcentratie in deze materialen lager is dan 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor de berekening van de restconcentratie asbest in de bodem wordt in eerste instantie het gewicht van alle verzamelde asbesthoudende materialen per gat bepaald.

Op basis van dit gewicht per gat met daarbij het percentage asbest in de representatieve (plaat)materialen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen serpentijnasbest en amfiboolasbest, worden de concentraties serpentijn- en amfiboolasbest berekend voor het gehele gat. Vervolgens worden deze berekende concentraties asbest opgeteld bij de concentraties asbest in de representatieve mengmonsters, waarna de totale serpentijnasbestconcentratie wordt vermeerderd met 10 maal de totale amfiboolasbestconcentratie. Ingeval bij een verkennend onderzoek asbest de interventiewaarde niet wordt overschreden, wordt door het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Bij het aantreffen van overschrijding van 0,5x de interventiewaarde (= 50 mg/kg ds gewogen) is nader onderzoek nodig.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 14 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

4.

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

RESULTATEN

4.1. Bodemopbouw De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. Aan de hand van de uitgevoerde grondboringen kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4.1. Globale beschrijving bodemopbouw Traject (cm-mv) Grondsoort 0-50 Niet tot matig humeus zwak siltig matig fijn zand 50-150 Zwak siltig matig fijn zand 150-250 Zwak siltig matig fijn zand, plaatselijk zwak leemhoudend 250-270 Zwak humeus zwak zandig leem

4.2. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen en het bemonsteren van het grondwater zijn op basis van zintuiglijke beoordeling onderstaande relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Tabel 4.2. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen Boring-/gat-/peilbuisnummer Traject (cm-mv) 05 0-50 07 0-50 07 150-170 G01 0-50 G02 0-50 G03 0-50

Bijzonderheden/afwijkingen Sporen baksteen Zwak baksteen- en grindhoudend Sporen grind Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen

4.3. Toetsing 4.3.1. Wet bodembescherming De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De betekenis van de normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden: geven het niveau aan voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden:

geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. De streefwaarden (S) geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van het grondwater aan.

Interventiewaarden:

geven het niveau aan wanneer de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig bedreigd/aangetast zijn, of dreigen te worden verminderd.

Bij gevallen van bodemverontreiniging, waarbij de interventiewaarden niet worden overschreden, wordt door het bepalen van de index van de gemeten concentratie van de betreffende parameter(s) ten opzichte van de achtergrond- en interventiewaarde van deze component(en) nagegaan of nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging nodig kan zijn (bij index > 0,5).

Datum: Pagina:

16 juli 2018 15 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

De berekening van de index vindt als volgt plaats: Index = (GW - AW) / (I - AW) Waarin: GW AW I

= gestandaardiseerde waarde = achtergrondwaarde = interventiewaarde

Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de grond en het grondwater zijn opgenomen in de toetsingstabellen bijgevoegd als bijlage 6. Opgemerkt dient te worden dat de interventiewaarde voor barium alleen geldt voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest in de (water)bodem is gesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor het toepassen en hergebruiken van grond, baggerspecie en puin(granulaat) geldt een restconcentratienorm van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). De genoemde richtlijnen gelden voor zowel gebonden als niet gebonden asbest. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s. (gewogen)), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging.

Omtrent de Arbo regelgeving met betrekking hebbende tot de werkzaamheden met asbesthoudend materialen worden geacht niet van toepassing te zijn, indien de asbestconcentratie in deze materialen lager is dan 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor de berekening van de restconcentratie asbest in de bodem wordt in eerste instantie het gewicht van alle verzamelde asbesthoudende materialen per gat bepaald. Op basis van dit gewicht per gat met daarbij het percentage asbest in de representatieve (plaat)materialen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen serpentijnasbest en amfiboolasbest, worden de concentraties serpentijn- en amfiboolasbest berekend voor het gehele gat. Vervolgens worden deze berekende concentraties asbest opgeteld bij de concentraties asbest in de representatieve mengmonsters, waarna de totale serpentijnasbestconcentratie wordt vermeerderd met 10 maal de totale amfiboolasbestconcentratie. Ingeval bij een verkennend onderzoek asbest de interventiewaarde niet wordt overschreden, wordt door het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Bij het aantreffen van overschrijding van 0,5x de interventiewaarde (= 50 mg/kg ds gewogen) is nader onderzoek nodig.

4.3.2. Besluit bodemkwaliteit Bij hergebruik van grond dient, naast de kwaliteit van de toe te passen grond, rekening gehouden te worden met zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De analyseresultaten van een onderzoek worden, voor de beoordeling van de ontvangende bodem alsook voor de toepassing, beoordeeld aan de hand van de maximale waarden (aangeduid met M) uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit. Grond die als achtergrondwaarden grond (AW) is geclassificeerd, is vrij toepasbaar.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 16 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Volgens het Besluit bodemkwaliteit mag er een keuze gemaakt worden, afhankelijk per gemeente, betreffende het toetsingskader voor gebiedsgeneriek en/of gebiedspecifiek beleid zoals beschreven in onderstaande tabel. Tabel 4.3. Overzicht generiek- en gebiedsspecifiek beleid Bodemfunctieklassen (Generiek beleid) Wonen Industrie Achtergrondwaarden

Bodemfuncties (Gebiedsspecifiek beleid) Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen en natuurwaarden Ander groen, bebouwing, industrie en infra Moestuinen en volkstuinen Natuur Landbouw

Voor de indeling van de bodemklasse van de grond (ontvangende bodem en toe te passen grond) wordt de volgende terminologie gebruikt: - Achtergrondwaarden (AW): Grond met concentraties tot de achtergrondwaarden. - Wonen (W): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse wonen en groter dan de achtergrondwaarden. - Industrie (In): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse industrie en groter dan de maximale waarden voor de klasse wonen. - Grond waarvan nuttige toepassing niet is toegestaan: Grond met een samenstelling boven de maximale waarden van de klasse industrie. Afhankelijk van de stof is de maximale waarde van klasse industrie over het algemeen gelijk aan de interventiewaarde voor die stof. Bij de beoordeling van de gemeten gehaltes worden de rekenregels zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit gebruikt. De toetsing van de grond is opgenomen in bijlage 8.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 17 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

4.4. Grond Wet bodembescherming In de onderstaande tabel zijn de analyseresultaten van de grond opgenomen in mg/kg d.s., tenzij anders aangegeven. In deze tabel worden de gemeten gehaltes weergegeven die groter dan de achtergrondwaarde (AW) zijn aangetroffen. Tabel 4.4. Overzicht aangetroffen gehaltes in de grond (mg/kg d.s.) Parameters Onderzoekslocatie MM1 MM2 05 (0-50) 01 (0-50) 02 (0-50) 07 (10-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 06 (5-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) L: 2,8 (%) en H: 2,2 (%) conc. >AW toetsing Metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK's 10 VROM PCB (7) Chloorbestrijdingsmiddelen S DDT S DDD S DDE S aldrin, dieldrin, endrin heptachloor S cis/trans heptachloorepoxide alpha-endosulfan hexachloorbutadieen S cis-trans chloordaan Minerale olie

38

1,617 0,0078

+ + + n.g.

L: 4,8 (%) en H: 2,5 (%) conc. >AW toetsing + + + +

0,11 59 87 0,0081 0,349 0,0084 0,0572 0,0124

MM3 05 (50-100) 05 (100-150) 06 (50-100) 06 (100-150) 07 (50-100) 07 (100-150) L: 4,6 (%) en H: 0,7 (%) conc. >AW toetsing

1.257

++ + + + + -

0,0018

-

-

-

Toelichting op de tabel: o geen achtergrond- (AW) en interventiewaarden (I) bekend, maar wel verhoogd gemeten gehaltes kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens + groter dan de achtergrondwaarde (AW) en kleiner dan index 0,5 ++ groter dan of gelijk aan index 0,5 en kleiner dan de interventiewaarde (I) +++ groter dan of gelijk aan de interventiewaarde (I) n.g. niet geanalyseerd

Datum: Pagina:

+ n.g.

16 juli 2018 18 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Uitsplitsing OCB’s (fase 1) Naar aanleiding van het matig verhoogde gehalte SDDT in het algemene mengmonster van de bovengrond, werd deze uitgesplitst en werden de individuele monsters geanalyseerd op OCB. Tabel 4.5. Overzicht aangetroffen gehaltes in de grond (mg/kg d.s.) Parameters Verdachte bovengrond (voormalige boomgaard) 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) L: 4,8 (%) en H: 2,5 (%) L: 4,8 (%) en H: 2,5 (%) L: 4,8 (%) en H: 2,5 (%) conc. >AW toetsing conc. >AW toetsing conc. >AW toetsing Chloorbestrijdingsmiddelen S DDT 0,184 + 0,0148 + S DDD 0,029 + S DDE 0,0054 + 0,0194 + 0,0073 + S aldrin, dieldrin, endrin 0,0025 + heptachloor 0,0049 + 0,0018 + S cis/trans heptachloorepoxide alpha-endosulfan hexachloorbutadieen 0,0022 + 0,0017 + S cis-trans chloordaan Tabel 4.6. Overzicht aangetroffen gehaltes in de grond (mg/kg d.s.) Parameters Verdachte bovengrond (voormalige boomgaard) 04 (0-50)

Onverdachte bovengrond (tuin nr. 243 en 245) 06 (5-50) 08 (0-50) 11 (0-50) L: 4,8 (%) en H: 2,5 (%) conc. >AW toetsing

L: 4,8 (%) en H: 2,5 (%) conc. >AW toetsing Chloorbestrijdingsmiddelen S DDT S DDD S DDE S aldrin, dieldrin, endrin heptachloor S cis/trans heptachloorepoxide alpha-endosulfan hexachloorbutadieen S cis-trans chloordaan

-

0,850 0,0432

+++ + + -

0,0134

Toelichting op de tabellen: o geen achtergrond- (AW) en interventiewaarden (I) bekend, maar wel verhoogd gemeten gehaltes kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens + groter dan de achtergrondwaarde (AW) en kleiner dan index 0,5 ++ groter dan of gelijk aan index 0,5 en kleiner dan de interventiewaarde (I) +++ groter dan of gelijk aan de interventiewaarde (I) n.g. niet geanalyseerd

Datum: Pagina:

16 juli 2018 19 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Uitsplitsing OCB’s (fase 2) Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte SDDT in het mengmonster van de onverdachte bovengrond in de tuinen, werden de grond opnieuw bemonsterd en geanalyseerd op OCB’s. Tabel 4.7. Overzicht aangetroffen gehaltes in de grond (mg/kg d.s.) Parameters Verdachte bovengrond (tuin nr. 243 en 245) 101 (0-50) 103 (0-50) 105 (0-50) 106 (0-50) H: 3,9 (%) H: 3,5 (%) H 4,7 (%) H: 4,5 (%) conc. Toetconc. Toetconc. Toetconc. Toet>AW sing >AW sing >AW sing >AW sing Chloorbestrijdingsmiddelen S DDT 1,160 +++ 0,0553 + 0,115 + 0,134 + 0,0107 + 0,017 + S DDD 0,205 + 0,0497 + S DDE 0,0164 + 0,0364 + S aldrin, dieldrin, endrin heptachloor S cis/trans heptachloorepoxide alpha-endosulfan hexachloorbutadieen S cis-trans chloordaan Tabel 4.8. Overzicht aangetroffen gehaltes in de grond (mg/kg d.s.) Parameters Verdachte bovengrond (tuin nr. 243 en 245) 108 (0-50) 109 (0-50) 110 (0-50) H: 1,6 (%) H: 1,5 (%) H 2,6 (%) conc. >AW Toetsing conc. >AW Toetsing conc.

>AW Toetsing Chloorbestrijdingsmiddelen S DDT 0,0046 + 0,161 + 0,0052 + 0,0359 + S DDD 0,0862 + S DDE 0,0024 + 0,007 + 0,0709 + S aldrin, dieldrin, endrin heptachloor S cis/trans heptachloorepoxide alpha-endosulfan hexachloorbutadieen S cis-trans chloordaan Toelichting op de tabellen: o geen achtergrond- (AW) en interventiewaarden (I) bekend, maar wel verhoogd gemeten gehaltes kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens + groter dan de achtergrondwaarde (AW) en kleiner dan index 0,5 ++ groter dan of gelijk aan index 0,5 en kleiner dan de interventiewaarde (I) +++ groter dan of gelijk aan de interventiewaarde (I) n.g. niet geanalyseerd

Datum: Pagina:

16 juli 2018 20 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

Uitsplitsing OCB’s (fase 3) Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte SDDT in de bovengrond van boring 101, is het laboratorium verzocht een aantal aanvullend genomen monsters te analyseren op OCB’s om zo de spot zowel horizontaal als verticaal in te kaderen. Tabel 4.9. Overzicht aangetroffen gehaltes in de grond (mg/kg d.s.) Parameters Verdachte bovengrond (tuin nr. 245) 101 (50-100) 100 (0-50) 102 (0-50) 104 (0-50) H: 3,1 (%) H: 3,5 (%) H 3,1 (%) H: 4,5 (%) conc. Toetconc. Toetconc. Toetconc. Toet>AW sing >AW sing >AW sing >AW sing Chloorbestrijdingsmiddelen S DDT 0,111 + 0,750 +++ 0,800 +++ 0,103 + 0,0134 + 0,0737 + 0,0838 + 0,0135 + S DDD 0, 227 + 0,428 ++ 0,2655 + 0,0457 + S DDE 0,0033 + 0,0124 + 0,0124 + S aldrin, dieldrin, endrin heptachloor S cis/trans heptachloorepoxide alpha-endosulfan hexachloorbutadieen S cis-trans chloordaan Toelichting op de tabel: o geen achtergrond- (AW) en interventiewaarden (I) bekend, maar wel verhoogd gemeten gehaltes kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens + groter dan de achtergrondwaarde (AW) en kleiner dan index 0,5 ++ groter dan of gelijk aan index 0,5 en kleiner dan de interventiewaarde (I) +++ groter dan of gelijk aan de interventiewaarde (I) n.g. niet geanalyseerd

Asbest In onderstaande tabel is de gewogen asbestconcentratie weergegeven in mg/kg d.s., tenzij anders aangegeven en getoetst aan de betreffende norm. Tabel 4.10 Overzicht van de berekende gewogen concentraties (mg/kg) Meng Monster

Traject (cm-mv)

MMG01t/G03

0-50

A. Serpentijnasbest Chrysotiel

B. Amfiboolasbest Amosiet+ Crocidoliet

Toetsingswaarde (A+10*B)

Toetsing

-

-

-

-

Bij de beoordeling van de aangetroffen concentraties in de grond is de volgende terminologie gebruikt: geen asbest aantoonbaar + gehalte kleiner dan de nader onderzoekwaarde (<50 mg/kg) ++ gehalte groter dan de nader onderzoekwaarde (>50 mg/kg), doch kleiner dan de interventiewaarde (< 100 mg/kg) +++ gehalte groter dan de interventiewaarde (>100 mg/kg)

Datum: Pagina:

16 juli 2018 21 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

4.5. Grondwater Wet bodembescherming In de onderstaande tabel zijn de analyseresultaten van het grondwater opgenomen in µg/l, tenzij anders aangegeven. In deze tabel worden de gemeten gehaltes weergegeven die groter dan de streefwaarde (S) zijn aangetroffen. Tabel 4.11 Overzicht aangetroffen gehaltes in het grondwater (µg/l) Parameters Onderzoekslocatie 06 (170/270) Grondwaterstand 77 cm-mv pH: 6,21 en Ec: 320 µS/cm troebelheid: 51,8 FNU conc. >S toetsing Metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink VAK benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) naftaleen styreen VOCl 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen ∑(cis,trans) 1,2- dichloorethenen dichloormethaan ∑ dichloorpropanen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen chloroform vinylchloride tribroommethaan Minerale olie Toelichting op de tabel: o geen streef- (S) en interventiewaarden (I) bekend, maar wel verhoogd gemeten gehaltes kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens + groter dan de streefwaarde (S) en kleiner dan index 0,5 ++ groter dan of gelijk aan index 0,5 en kleiner dan de interventiewaarde (I) +++ groter dan of gelijk aan de interventiewaarde (I) n.g. niet geanalyseerd

Datum: Pagina:

16 juli 2018 22 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

4.6. Grond Besluit bodemkwaliteit In de onderstaande tabel zijn de analyseresultaten van de grond opgenomen in mg/kg d.s., tenzij anders aangegeven. In deze tabel worden de gemeten gehaltes weergegeven die groter dan de achtergrondwaarden (AW) zijn aangetroffen. Tabel 4.12 Overzicht aangetroffen gehaltes in de grond (mg/kg d.s.) Parameters Onderzoekslocatie MM1 MM2 05 (0-50) 01 (0-50) 02 (0-50) 07 (10-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 06 (5-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) L: 2,8 (%) en H: 2,2 (%) conc. >AW toetsing Metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK's 10 VROM PCB (7) Chloorbestrijdingsmiddelen S DDT S DDD S DDE S aldrin, dieldrin, endrin heptachloor S cis/trans heptachloorepoxide alpha-endosulfan hexachloorbutadieen S cis-trans chloordaan Minerale olie Oordeel monster bij ontvangende bodem Indicatief oordeel monster bij toe te passen bodem*

38

1,617 0,0078

W W W n.g.

L: 4,8 (%) en H: 2,5 (%) conc. > toetsing AW W W W W

0,11 59 87 0,0081

MM3 05 (50-100) 05 (100-150) 06 (50-100) 06 (100-150) 07 (50-100) 07 (100-150) L: 4,6 (%) en H: 0,7 (%) conc. > toetsing AW

1.257

0,349 0,0084 0,0572 0,0124

W n.g.

Klasse Wonen

>In W In In 0,0018 In Niet toepasbaar#

Achtergrondwaarde

Klasse Wonen

Niet toepasbaar#

Achtergrondwaarde

* Voor een formeel oordeel van de grond voor toe te passen bodem dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit.

Toelichting op de tabel: o geen achtergrondwaarde (AW) bekend, maar wel verhoogd gemeten gehaltes kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens W groter dan de achtergrondwaarde (AW) en kleiner dan de max. waarde klasse wonen (W) In groter dan of gelijk aan de max. waarde klasse wonen (W) en kleiner dan de max. waarde klasse industrie (In) > In groter dan of gelijk aan de max. waarde klasse industrie (In) en kleiner dan de interventiewaarde (I) >I groter dan of gelijk aan de interventiewaarde (I) n.g. niet geanalyseerd # na uitsplitsing blijkt deze slechts plaatselijk niet toepasbaar

Datum: Pagina:

16 juli 2018 23 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

5.

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

BESPREKING RESULTATEN

5.1. Grond Bij de uitgevoerde grondboringen zijn op basis van zintuiglijke beoordeling plaatselijk bijmengingen met baksteen aangetroffen. Deze bijmengingen van baksteen worden, zoals gesteld onder Bijlage A. van de NEN5725:2017, niet aangemerkt als zijnde asbestverdacht. Wet bodembescherming Bij het laboratoriumonderzoek zijn in het bovengrondmengmonster met baksteenbijmengingen (“worst case” monster) licht verhoogde gehaltes lood, PAK en PCB aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het mengmonster van de overige bovengrond zijn licht verhoogde gehaltes kwik, lood, zink, PCB, som DDD, som DDE, som aldrin/dieldrin/endrin en som heptachloorepoxides en een matig verhoogd gehalte som DDT aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Uitsplitsing en heranalyse bevestigd het gevonden gehalte DDT. Ter plaatse van perceel 7322 (voormalige boomgaard) en perceel 284 (tuin Gastelseweg 243) is het gehalte DDT licht verhoogd. Ter plaatse van perceel 3185 (tuin Gastelseweg 245) is het gehalte DDT ter plaatse van boring 11/101 sterk verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde en overschrijdt hiermee de interventiewaarde. Verticale- en horizontale inkadering levert op perceel 3185 een sterk verontreinigde spot met DDT op van minimaal 56 m3 met sterk verontreinigde grond. Het betreft hier een ernstig geval van bodemverontreiniging.

In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte PAK aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Besluit bodemkwaliteit Bij het laboratoriumonderzoek zijn in het bovengrondmengmonster met baksteenbijmengingen (“worst case” monster) verhoogde gehaltes lood, PAK en PCB aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het mengmonster van de overige bovengrond zijn verhoogde gehaltes kwik, lood, zink, PCB, som DDD, som DDE, som aldrin/dieldrin/endrin en som heptachloorepoxides en een matig verhoogd gehalte som DDT aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Een aantal OCB’s overschrijdt de maximale waarde voor klasse wonen en som DDT plaatselijk die voor klasse industrie. In de ondergrond is een verhoogd gehalte PAK aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Asbest in bodem In de grond direct onder de druppellijn van de schuur is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond.

5.2. Grondwater Bij het laboratoriumonderzoek zijn in het grondwatermonster van peilbuis 06 geen verhoogde gehaltes van de onderzochte parameters aangetroffen ten opzichte van de streefwaarde.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 24 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

6.

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

CONCLUSIES EN ADVIES

6.1. Conclusies Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond met baksteenbijmengingen (“worst case” monster) licht verontreinigd is met lood, PAK en PCB. De overige bovengrond is licht verontreinigd met kwik, lood, zink, PCB, som DDD, som DDE, som aldrin/dieldrin/endrin en som heptachloorepoxides en matig verontreinigd met som DDT. Na uitsplitsing op OCB’s blijkt een DDT-spot (overschrijding interventiewaarde) in de bovengrond (0-50 cm –mv) zien ter plaatse van de boringen 100, 101 en 102, aanwezig te zijn. Dit betreft het noordelijke gedeelte van perceel 3185. De spot heeft een minimale omvang van circa 56 m3. De ondergrond is licht verontreinigd met PAK. De grond ter plaatse van de druppellijn van de schuur is niet verontreinigd met asbest. Het grondwater is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Wel dient te worden vermeld dat op dit monster geen OCB’s zijn bepaald. Gezien de slechte oplosbaarheid van OCB’s in water wordt hier geen verontreiniging verwacht. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat, met uitzondering van de spot met OCB’s, de bovengrond voldoet aan klasse industrie. De grond ter plaatse van de OCB-spot is niet toepasbaar. De ondergrond voldoet aan klasse achtergrondwaarden.

Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden. Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" verworpen te worden. De verkregen resultaten geven aanleiding tot het saneren van de OCB-spot. De spoedeisendheid dient door het bevoegde gezag te worden vastgesteld.

6.2. Advies De resultaten van het onderzoek vormen mogelijk een belemmering om tot eigendomsoverdracht over te gaan. Het is aan koper en verkoper om hier overeenstemming over te bereiken. Geadviseerd wordt een exemplaar van het rapport aan het bevoegd gezag ter beoordeling voor te leggen. Geadviseerd wordt een exemplaar van het rapport bij de notariële akte van eigendomsoverdracht te voegen.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 25 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

7.

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID

7.1. Restrisico Onder restrisico wordt verstaan de kans, dat ondanks een verkennend bodemonderzoek achteraf aanvullende bodemverontreiniging wordt geconstateerd. Het restrisico in deze situatie wordt bepaald door de (relatief kleine) kans, dat plaatselijk een beperkte spot met verontreiniging aanwezig is. Daarom dient bij de (sloop- en) bouwactiviteiten en bij het omzetten van grond steeds aandacht gegeven te worden aan bijzondere kenmerken m.b.t. eventuele bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging is in het veld te herkennen aan een afwijkende kleur, geur en dergelijke van de grond. Uiteraard kunnen, op dit moment, nog niet bekende obstakels zoals voormalige leidingwerken, putten, puinpakketten en dergelijke eveneens een aanwijzing zijn. Eventueel aangetroffen bijzonderheden dienen te allen tijde nader bekeken te worden. Teneinde de aanvoer van verontreinigde grond te voorkomen, dient, ingeval van aanvoer van grond en/of ophoogzand, de leverancier van de grond en/of het ophoogzand een certificaat te overleggen van de herkomst en van de chemische kwaliteit van het aangevoerde materiaal.

7.2. Betrouwbaarheid Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methode. Wematech Bodem Adviseurs B.V. streeft bij elk bodem- en/of grondwateronderzoek naar een optimale representativiteit. Echter een dergelijk onderzoek is gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond en/of grondwater aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Wematech Bodem Adviseurs B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. De grond en of het grondwater kan na het onderzoek van kwaliteit veranderen door bijvoorbeeld een calamiteit, aanvoer van grond, enz.

Datum: Pagina:

16 juli 2018 26 / 27

Kenmerk : Projectnummer :

EJ50180284.R001-0 VBE-50180284

GERAADPLEEGDE INFORMATIEBRONNEN                                      

NEN5740:2009nl, januari 2009 NEN 5740:2009/A1:2016 NEN5725:2009nl, januari 2009 NEN5707:2015nl/C1, augustus 2016 NTA 5755:2010 nl, BRL SIKB 2000: versie 5, 12-12-2013: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Protocol 2001, versie 3.2, 12-12-2013, Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Protocol 2002, versie 3.3, 12-12-2013, Het nemen van grondwatermonsters Protocol 2018, versie 3.2, 10-03-2016, Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Besluit bodemkwaliteit (Staatsblad, 3 december 2007, nr 469) Inwerkingtredingsbesluit (Staatsblad, 10 december 2007, nr 571) Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 20 december 2007, nr 247) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 27 juni 2008, nr 122) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, september 2008, nr 196) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 7 april 2009, nr 67) Wijziging van de Regeling bodemkwaliteit en de Regeling uniforme saneringen (Staatscourant, 16 november 2009, nr 17187) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 15 april 2010, nr 5673) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 18 november 2010, nr 18160) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 29 maart 2011, nr 5769) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 29 maart 2012, nr 6111) Wijziging Regeling bodemkwaliteit

(Staatscourant, 2 november 2012, nr 22335) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 26 april 2013, nr 11037) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 15 november 2013, nr 131950) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 7 maart 2014, nr 6579) Wijziging Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 24 augustus 2016, nr 44654) Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 2013, nr 16675, 27 juni 2013) www.topotijdreis.nl TNO Grondwaterkaart, kaart 49-O/50-W www.bodemdata.nl Grote Historische Atlas Noord-Brabant, ISBN 90-8645-001-6 Informatie van gemeente (archief bouw- en milieuvergunningen, ondergrondse tanks) Informatie van gemeentelijke bodemkwaliteitskaart Informatie van gemeentelijke bodemfunctiekaart Informatie van de eigenaar/terreingebruiker Locatiebezoek en terreininspectie Informatie uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Luchtfoto (Google earth) Kadaster on line

Datum: Pagina:

16 juli 2018 27 / 27

BIJLAGE 1 Regionale situatieschets (aantal pagina’s : 1)

Omgevingskaart

Klantreferentie: VBE-50180284

0m

125 m

Deze kaart is noordgericht.

625 m

Schaal 1: 12500

Hier bevindt zich Kadastraal object ROOSENDAAL EN NISPEN B 7322 Gastelseweg , ROOSENDAAL CC-BY Kadaster.

BIJLAGE 2 Situatieschets met boringen en peilbuis (aantal pagina’s: 2)

BIJLAGE 3 Profielbeschrijvingen grondboringen (aantal pagina’s: 8)

Boring: 01

Boring: 02 0

0

tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

Boring: 03

tuin

Boring: 04 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

Boormeester: C.A.L. Mol

tuin

50

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

tuin

50

Projectcode: VBE-180284 Locatie: Roosendaal

Boring: 05

Boring: 06 0

0

tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig zandhoudend, zwak roesthoudend, sporen wortels, neutraal geelbruin, Edelmanboor

2 100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, licht grijsbruin, Edelmanboor

3 150

0 5

0

2 50

50

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

4 150

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, zwak leemhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

5 200

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

100

100

150

200

Schep

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht geelbruin, Edelmanboor

3

4

tegel

200 6 250

250

270

Leem, zwak zandig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

0

groenstrook

7

Boring: 07

Boring: 08

0

0

klinker

10

Schep

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, neutraal geelbruin, Edelmanboor

1 50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

2

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal geelbruin, Edelmanboor

3 150

150 4

170

Boormeester: C.A.L. Mol

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen grind, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

Projectcode: VBE-180284 Locatie: Roosendaal

Boring: 09

Boring: 10 0

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

1 50

Boormeester: C.A.L. Mol

tegel Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsbruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1292/documents/34460