31-2023 Herijking onderzoek nascheiding huishoudelijk afval.pdf
Tekst van het document
Samengestelde verpakkingen Samengestelde verpakkingen, bestaande uit 2 of meer verschillende kunststofsoorten aan of op elkaar zorgen voor minder zuivere monostromen. Denk bijvoorbeeld aan een vaste dop of deksel die van een andere soort kunststof is gemaakt dan de flacon of fles. In de bestudeerde externe documenten is meerdere malen geconcludeerd dat de zuiverheid van monostromen sterk kan worden verbeterd zodra in de ontwerpfase beter wordt gekeken naar het latere hergebruik van verpakking. De samenstelling van verpakkingen is een aangelegenheid van de verpakkingsindustrie en kan door gemeenten en sorteerders niet worden beïnvloed. De bijvangst van andere soorten kunststof komt zowel bij brongescheiden kunststoffen als bij nagescheiden kunststoffen voor. Zuiverheid (fysieke vervuiling) Met bronscheiding komen ook stoorstoffen en verontreinigingen mee. Denk bijvoorbeeld aan kunststof dat geen verpakking is, of verpakkingen die volgens de ja/nee lijst niet bij het verpakkingsafval horen (zoals kitkokers). De Afvalspiegel heeft in 2018 onderzoek gedaan naar de mate van aanwezigheid van stoorstoffen bij verschillende inzamelsystemen. De zakkeninzameling komt als het zuiverste systeem naar voren. De verklaring hiervoor is dat de inhoud op het moment van inzamelen door de transparante zak heen gecontroleerd kan worden.
Door het lage gewicht en het met de hand oppakken van de zak zijn zware verontreinigingen ook snel geïdentificeerd. Minicontainers en daarna ondergrondse container zijn anoniemer in het gebruik en zijn gevoeliger voor de aanwezigheid van stoorstoffen.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 14 van 30
Uit de interviews blijkt dat nascheiding van verpakkingen twee nadelen heeft als het gaat om de verkoop van het gesorteerde materiaal aan partijen verder in de keten. De nadelen zijn verkleving en geuradhesie. Deze nadelen zorgen ervoor dat de aantrekkelijkheid van kunststoffen uit de nascheiding minder groot is en dat er daardoor ook minder vraag naar is. Een lage vraag hindert de circulariteit en vergroot de kans op verbranding. Hieronder worden de twee nadelen toegelicht. 1. De lediging van minicontainers en ondergrondse containers brengt met zich mee dat het ingezamelde restafval sterk wordt gemengd en geperst. Nat organisch afval verkleeft gemakkelijk aan de kunststoffen. Na sortering van die kunststoffen zit er daardoor een gewichtsaandeel aan organisch materiaal op het kunststof. Dit betekent feitelijk een minder zuivere monostroom die eerst een reinigingsbehandeling moet ondergaan alvorens het tot grondstof kan worden verwerkt. Foliën hebben van alle scheidbare fracties het grootste contactoppervlak ten opzichte van het gewicht. Omdat er nauwelijks organisch afval in het brongescheiden PBD zit, speelt dit probleem bij bronscheiding nagenoeg niet. Door geïnterviewde betrokkenen is aangegeven dat voor het verkopen van monostromen die voortkomen uit de nascheiding meer inspanning moet worden gepleegd als gevolg van de aanwezigheid van fysieke vervuiling. 2.
Om nieuwe producten te maken van gebruikte kunststoffen moet het granulaat voldoen aan hoge sensorische vereisten. Uit onderzoek van het Duitse Fraunhofer instituut dit jaar blijkt dat aan granulaat van kunststoffen uit de nascheiding vaker of meer geuren zitten die de hoogwaardige toepassing van het granulaat hinderen. De geuren zijn beschreven als kaasachtig, zweterig en fecaal. Ook hier wordt een relatie gezien met de aanwezigheid van organische restanten, omdat het geuren zijn die horen bij microbiële afbraakproducten. Omrin en HVC hanteren op basis van bovenstaande als stelregel: Nascheiding daar waar het moet (zoals sterk stedelijke omgeving, hoogbouw) en bronscheiding daar waar het kan (landelijke omgeving, laagbouw). Rendement van het uitsorteren van brongescheiden kunststoffen Het brongescheiden PBD wordt in de huidige situatie door de sorteerinstallatie van Suez in de Waalhaven van Rotterdam geleid. Hier worden de onderscheidenlijke kunststof stromen naar soort uitgesplitst en gebundeld voor de verkoop aan granulaatopwerkers. Deze verkoop regelen de sorteerders zelf en per 1 april 2020 is er geen verantwoordelijkheid voor de gemeenten om dit te faciliteren of te betalen. Huidige bronscheidingsresulaten Suez rapporteert aan de gemeenten hoe het bij hen aangeleverde PBD wordt uitgesorteerd naar monostromen.
Deze verdeling fluctueert van maand tot maand, maar gesteld kan worden dat op jaarbasis de volgende resultaten worden gehaald (gewichtsprocenten, enkel kunststoffen worden weergegeven):
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 15 van 30
Monostromen PET, PE, PP, Folies PET trays Mix Verbrand (stoorstoffen, niet-kunststoffen)
: : : :
22% 6% 23% 49%
Grofweg 50% van de kunststoffen haalt niet de gewenste kwaliteit voor hoogwaardig hergebruik en wordt alsnog verbrand met energieterugwinning. In deze 50% zitten ook stoorstoffen die met de inzameling meekomen. Rendement volledig nascheiden vs. huidige bronscheiding van PBD Nascheiding heeft een grote vaart gemaakt door de grote gemeenten met hoge stedelijke dichtheid en veel gestapelde bouw (stedelijkheidsklasse 1). Voor deze gemeenten is het lastig om bronscheiding succesvol te maken en de bronscheidingscijfers voor PBD zijn in de regel laag, soms slechts 3 kg per inwoner. Daaraan liggen meerdere oorzaken ten grondslag, zoals taalbarrières, beperkte ruimte om grondstoffen in huis op te slaan en weinig mogelijkheden in de openbare ruimte om voorzieningen voor PBD te plaatsten. Sterk stedelijke gemeenten haalden met hun bronscheidingssysteem slechts een paar kg PBD per inwoner uit het restafval. Vanuit dit oogpunt is nascheiding al snel een aantrekkelijk alternatief. Roosendaal hoort tot stedelijkheidsklasse 2. Zij heeft in 2019 met haar bronscheiding ongeveer 22 kg aan PBD per inwoner uit het fijn restafval gehaald. Van deze 22 kg wordt na sortering door Suez ongeveer de helft ter verbranding afgevoerd omdat dit niet de kwaliteit haalt die hoogwaardige afzet vraagt. In dit deel zitten overigens ook stoorstoffen die met de inzameling zijn meegekomen.
De andere helft wordt aan de markt verkocht voor hergebruik. Met de coronacrisis in 2020 en de aanhoudend lage olieprijs (~ $45,- per vat) is de vraag naar gesorteerde kunststoffen onder druk te komen staan. Het is lastig te voorspellen hoe deze ontwikkeling zich voortzet. Feitelijke rendementen bij nascheiding zijn schaars Voorbeeldcijfers van het te verwachten rendement in het geval van volledig nascheiden zijn schaars. Opgemerkt wordt dat dit vaak bedrijfsgevoelige informatie betreft. Omrin heeft in haar jaarverslag 2018 opgenomen dat gemiddeld 14 kg per inwoner aan plastic verpakkingen en drankenkartons uit het fijn restafval is gehaald. NV Irado, die het fijn restafval bij Omrin laat nascheiden, bevestigt dit. De gemeente Utrecht laat het fijn restafval nascheiden bij AVR en rapporteert dat 28% van het aanwezige PD wordt nagescheiden, wat ook hier overeenkomt met ca. 14 kg per inwoner. Vergelijking tussen bronscheiding en nascheiding Op deze 14 kg per inwoner moet nog een correctie worden toegepast. Geschat wordt op basis van jaarrapportage AVR dat bij volledige nascheiding 90% voor hergebruik wordt afgezet en 10% alsnog verbrand. Voor een vergelijking met bronscheidingscijfers moet hiervoor dus worden gecorrigeerd. Een zuivere vergelijking zou neerkomen op grofweg 24 kg per inwoner brongescheiden PBD.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 16 van 30
Zoals eerder genoemd heeft Roosendaal in 2019 met haar bronscheiding ruim 22 kg per inwoner behaald. Het landelijk gemiddelde over alle bij het CBS gerapporteerde gemeenten in Nederland is 27 kg PBD per inwoner. Voor Roosendaal is de winst met nascheiding beperkt, namelijk 2 kg per inwoner. Opgemerkt moet worden dat deze benchmark beperkt is in aantal en in tijd. Het is volgens de markt niet uitgesloten dat de scheidingsresultaten van volledig nascheiden op langere termijn verder zullen verbeteren als gevolg van verbeterde technieken en een andere samenstelling van verpakkingen. Anderzijds gaat ditzelfde argument ook op voor de belanghebbende sorteerders van brongescheiden verpakkingen, zoals SUEZ aan de Waalhaven. Tot slot is op dit moment de discussie over het verruimen van het statiegeldsysteem weer actueel, hetgeen de samenstelling van de mix aan verpakkingen en de samenstelling van het restafval kan beïnvloeden. Bijvangst HVC en Midwaste benadrukken dat het nascheiden van PD een nadelig effect heeft op de bronscheiding van grondstoffen die noodzakelijkerwijs moeten worden brongescheiden omdat nascheiding daarvoor geen faciliteiten heeft. Het gaat daarbij om papier, glas en textiel. Een deel van de inwoners blijkt te (gaan) veronderstellen dat de technieken om PD uit het restafval te halen ook gebruikt worden om glas, papier en textiel uit het restafval te halen.
Dat is niet zo, er is geen mogelijkheid om herbruikbaar papier, glas en textiel mechanisch na te scheiden. Het glas, papier en textiel dat om deze reden bij het restafval terecht komt wordt bijvangst genoemd. Deze bijvangst leidt tot minder bronscheiding en hogere verwerkingskosten. Bijvangst betekent per definitie minder potentie voor circulaire toepassing. De kans op bijvangst wordt bij volledig nascheiden reëel geacht. Voorbeeldcijfers van bijvangst zijn niet voorhanden, maar als het slechts 1 kg per inwoner per jaar is dat bedraagt dit voor Roosendaal al meer dan 77 ton per jaar.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 17 van 30
7. Effecten op kosten In de huidige situatie worden de PBD zakken 1 keer per 2 weken ingezameld. Het brongescheiden PBD wordt naar het overslagstation van Saver in Roosendaal gebracht. Daar wordt het PBD verder gecomprimeerd, verladen in combi-vrachtwagens en naar Suez in Rotterdam gebracht. Met elk transport wordt ca 20 ton PBD weggebracht. De vrachtwagens komen leeg retour. Inzameling De ondergrondse containers voor restafval worden normaliter 1 keer per 2 weken geleegd. De minicontainers met restafval worden 1 keer per 4 weken geleegd. Deze lage frequentie op restafval is gebruikelijke praktijk bij gemeenten die het bronscheiden optimaal willen stimuleren. Doordat de inhoud van de minicontainer beperkt is, loont het om grondstoffen als PBD, papier, glas, textiel en grofvuil apart aan te bieden aan de inzameldienst. Een overgang van het bronscheiden van PMB naar het nascheiden van alle PD uit het restafval raakt de inzameling van PBD en restafval op een aantal punten. Zakkeninzameling De aan-huis inzameling van de PBD-zakken komt te vervallen. De vrachtwagens en de medewerkers hoeven niet meer op deze taak te worden ingezet. Het wegvallen van deze taken levert een logistieke besparing op van € - 366.709,- per jaar.
In deze doorrekening is de vereenvoudigde aanname gedaan dat alle vrijvallende voertuigen ofwel direct elders binnen Saver kunnen worden ingezet of tegen boekwaarde kunnen worden verkocht. Ondergrondse containers voor restafval Zodra het PBD bij het restafval komt zit er meer inhoud in de ondergrondse containers voor restafval. Deze moeten daarom vaker worden geleegd. Uitgegaan wordt van een verdubbeling, dus van 1 keer per 2 weken naar wekelijks. Dit levert een kostenpost op van € 152.203,- per jaar. Verzamelcontainers voor PBD De inzamelroutes voor de verzamelcontainers voor PBD komen te vervallen. De vrachtwagens en de medewerkers hoeven niet meer op deze taak te worden ingezet. Dit levert een jaarlijkse besparing op van € 197.591,-. In deze doorrekening is de vereenvoudigde aanname gedaan dat alle vrijvallende voertuigen elders binnen Saver kunnen worden ingezet. Minicontainers voor restafval Zodra het PBD bij het restafval komt zit er meer inhoud in de minicontainers. Deze moeten daarom vaker worden geleegd. Uitgegaan wordt van een verdubbeling, dus de minicontainers gaan terug van 1 keer per 4 weken naar 1 keer per 2 weken. Dit levert een kostenpost op van € 376.102,- per jaar. In deze doorrekening is de vereenvoudigde aanname gedaan dat de medewerkers die voorheen op de zakkeninzameling werden ingezet op de inzameling van restafval terecht kunnen.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 18 van 30
De huidige inzameling met de lichte PBD zakken is minder belastend voor de chauffeur/beladers dan de inzameling met minicontainers. Er kunnen op een inzameldag met zakken daardoor meer huishoudens worden bediend dan met minicontainers. Hierdoor zijn bij de zakkeninzameling minder uren voor de vrachtwagen en de medewerkers nodig dan bij de inzameling met minicontainers. Het soortelijk gewicht van fijn restafval is bij de huidige inzameling ongeveer 135 kg/m 3. Het PBD in de huidige PBD-zak heeft een soortelijk gewicht van een derde daarvan: grofweg 35 kg/m 3. Als fijn restafval en het PBD wordt samengevoegd, dan zal de inzamelfrequentie moeten worden verdubbeld. Dit is een gebruikelijke norm binnen Nederland voor restafval en PBD gecombineerd (feitelijk is het dezelfde inzamelfrequentie als vóór de periode dat in Nederland PBD gescheiden werd ingezameld). Handhaving In de praktijk wordt vaak vastgesteld dat bij tweewekelijkse inzameling van restafval met PBD de minicontainers worden aangeboden ‘met een kop’ en dus zonder doelmatig gesloten deksel. Dit kan leiden tot de oproep om gerichter te handhaven. Zeker omdat Roosendaal een diftarsysteem op basis van volume hanteert kan een ongelijkheid ontstaan met huishoudens die gebonden zijn aan de maximale inworpgrootte van de ondergrondse container voor restafval. De inzet van de handhaving is niet becijferd.
Denkbaar is dat bij een overgang naar nascheiding een aanzienlijk aantal huishoudens de 140 liter container wil verruilen voor 240 liter. Of dat zij een tweede container willen aanvragen. De gevolgen hiervan op de exploitatie zijn niet in kaart gebracht. Inzamelmiddelen Er zijn buiten de verzamelcontainers geen investeringen in inzamelmiddelen gedaan. PBD-zakken In een situatie waarbij er geen verzamelcontainers voor PBD meer zijn, hoeven er geen PBD zakken meer te worden verstrekt. Dit levert voor Roosendaal een jaarlijkse besparing op van € 54.200,-. Hierbij is geen rekening gehouden met een resterende boekwaarde van automaten. Verzamelcontainers voor PBD Het laten vervallen van een route leidt tot versnelde afschrijving en mogelijk een nieuwe investering. De bovengrondse containers kunnen tegen lage kosten worden afgevoerd. De 11 ondergrondse containers kunnen niet gemakkelijk worden gebruikt voor de inzameling van restafval. Dit komt doordat de PBD-(pers)containers onderlossend zijn en de ondergrondse restafvalcontainers van het type Translift zijn. De verschillende inzamelsystemen vergen verschillende voertuigen. Het buiten bedrijf stellen van de containers leidt tot kosten vanwege een versnelde afschrijving van de resterende boekwaarde. Er is geen grote markt voor gebruikte perscontainers.
In de betonput kan eventueel wel een andere container worden geplaatst voor de inzameling van grondstoffen.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 19 van 30
In deze doorrekening is uitgegaan van: het kostenneutraal afvoeren van de bovengrondse containers; het afschrijven van alle bestaande ondergrondse (pers)containers voor PBD; Het nieuw aanschaffen en plaatsen van containers voor andere grondstoffen in de bestaande put; Het ledigen van de nieuwe containers kan kostenneutraal in de bestaande logistiek worden ingepast. Uitgaande van bovenstaande is rekening te houden met een versnelde eenmalige afschrijving van € 39.450,-. De kapitaalslasten voor de nieuwe containers bedragen ongeveer € 4.000,- per jaar. Overslag en aftransport In de huidige situatie kan het restafval worden gelost op korte afstand van de standplaats van de voertuigen van Saver in Roosendaal. Deze locatie van Suez heeft geen nascheidingscapaciteit. In het geval van nascheiding zal een andere contractpartner moeten worden aanbesteed. In deze doorrekening wordt gekeken naar de consequenties naar een situatie van transport naar de AVR in de Rotterdamse Botlek of naar Omrin in Oudehaske, Friesland. In 2019 is in Roosendaal 11.031 ton restafval ingezameld en 1.712 ton PBD. Samengevoegd maakt dit 12.742 ton. De inzamelvoertuigen van Saver zijn niet ingericht op efficiënt aftransport.
Het uitgangspunt is dat voor zowel het transport naar de AVR als naar Omrin een overslaghandeling nodig is, en dat het aftransport plaatsvindt in walking floor trailers met een gewicht van 30 ton per transport. Deze dertig ton is de huidige praktijk bij Irado in Schiedam, die momenteel in de eigen regio overslaat en transporteert naar Omrin. Op basis van deze ervaring wordt ingeschat dat de markt ongeveer € 14,per ton rekent voor transport van Roosendaal naar Rotterdam, en € 20,- naar Omrin. De locatie van de overslag is nog niet voorzien. De huidige vergunning van Saver voorziet niet in de overslag van een dergelijk volume aan restafval. Onzeker is of de capaciteit van de overslagloods hierin voorziet. Uitgegaan wordt van een overslag in de nabije omgeving tegen een marktprijs van € 10,- per ton. Activiteit Overslag
AVR Rotterdam
Omrin Oudehaske
€ 127.430,-
€ 127.430,-
Transport
€ 178.402,-
€ 254.860,-
Totaal
€ 305.832,-
€ 382.290,-
Transport en overslag naar een verder gelegen locatie leidt tot meerkosten. Naar de regio Rotterdam worden voor Roosendaal de jaarlijkse meerkosten ingeschat op € 305.832,- en naar Friesland op € 382.290,-. Omgeslagen naar aantallen huishoudens komen de overslag en aftransport van het PBDhoudend restafval op een kostenverhoging tussen ongeveer € 9,- en € 11,- per huishouden.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 20 van 30
Verwerking Suez heeft geen mogelijkheid het door Roosendaal aangeboden restafval na te scheiden. Indien Roosendaal kiest voor nascheiding moet hiervoor een andere partij worden gecontracteerd na afloop van het huidige contract. Dit zou voor het eerst met ingang van 1 februari 2025 kunnen zijn. Markttarieven voor nascheiding en verwerking worden vaak niet openbaar bekend gemaakt. Zeker bij de private organisaties kan het als bedrijfsgevoelige informatie worden beschouwd. Voor de doorrekening van de gevolgen op verwerking wordt het huidige verwerkingstarief vergeleken met het tarief van Omrin. Omrin rapporteert in haar jaarverslag in de periode 2015 tot en met 2019 een poorttarief voor be- en verwerking van € 80,- tot € 82,- per ton (exclusief verbrandingsbelasting). Op basis hiervan wordt in de doorrekening een hypothetisch verwerkingstarief van € 82,- per ton gerekend. Het is niet bekend in welke mate dit tarief ook voor de AVR representatief is, maar het ligt niet in de lijn der verwachting dat het tarief bij AVR veel lager zou zijn. Ingeschat wordt dat het huidige verwerkingstarief bij Suez ReEnergy in 2025 geïndexeerd is tot € 52,per ton. In de herinnering wordt geroepen dat dit voordelige tarief tot uiterlijk 31 januari 2028 kan worden uitgenut en dat uiterlijk vanaf dan een nieuw contract tot stand moet zijn gekomen.
Correctie verbrandingsbelasting door nascheiden kunststof Verbrandingsbelasting wordt geheven op elke ton restafval die wordt verbrand. Initieel wordt de heffing voor elke ton gerekend die aan de poort wordt afgeleverd. Dus initieel voor de volledige 12.742 ton PBD-rijk restafval. Voor niet brandbare en teruggewonnen grondstoffen dient de verwerker te corrigeren. Dit gebeurt nu al voor bijvoorbeeld metalen. Bij nascheiden moet ook worden gecorrigeerd voor het gewicht aan PD dat vóór verbranding uit het restafval wordt gehaald. Met de benaderde scheidingsresultaten wordt een correctie ingeschat van € -35.201,-. In het geval van Omrin wordt ook organisch materiaal uitgefilterd dat wordt vergast. Dit doen niet alle verwerkers. Hierdoor kan de correctie verbrandingsbelasting bij Omrin iets lager zijn in vergelijking met andere verwerkers. Het effect hiervan is niet in detail bekend maar wordt niet groot verwacht. Verwerkingskosten Huidige verwerkingskosten restafval (incl. verbrandingsbelasting) Nieuwe verwerkingskosten (incl. verbrandingsbelasting) Correctie verbrandingsbelasting
Restafval (ton) 11.031
Restafval + PBD (ton)
12.742
Tarief (ton) € 52,+ € 32,62 € 82,+ € 32,62
Verschil (meerkosten nieuwe situatie)
Kosten € 933.443,€ 1.460.488,€ -35.201,€ 491.844,-
De nascheiding en verwerking van PBD-houdend restafval leidt tot een kostenverhoging van € 491.844,- op jaarbasis. Uitgedrukt in aantallen huishoudens betekent dit een kostenverhoging van ongeveer € 14,- per huishouden. Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 21 van 30
Inkomsten uit het Afvalfonds Hieronder wordt gerekend met de afvalcijfers over 2019 en de vergoedingenstructuur vanuit het Afvalfonds voor 2021. Met ingang van 1 januari 2021 is de vergoeding voor bronscheiding € 245,- per ton gescheiden ingezamelde PBD. De vergoeding voor nascheiding is € 8,90 per ton (PBD-houdend) restafval. Voor de berekening voor de vergoeding bij nascheiding worden de totaalhoeveelheden van restafval én PMB opgeteld. Immers, het PBD wordt bij het restafval gevoegd. PBD (ton/jaar) Bronscheiding
Restafval en PBD (ton/jaar)
Vergoeding (2021) per jaar
1.712
€ 419.440,-
Nascheiding
12.742
€ 113.409,-
Als Roosendaal overgaat op volledig nascheiden dan vervallen de inkomsten voor bronscheiding. Roosendaal krijgt daar dan de vergoeding voor nascheiding voor terug. In totaliteit worden bij volledig nascheiden de inkomsten op jaarbasis (€ 419.440,- -/- € 113.409,- =) € 306.031,- lager. Samenvatting van kosten en besparingen Voor het overzicht van de lezer zijn de financiële gevolgen uit dit hoofdstuk in het onderstaande overzicht verwerkt. De getoonde prijzen zijn het verschil ten opzichte van de huidige situatie. Een minteken betekent een besparing of een opbrengst. De afkorting N.b. betekent niet berekend. Verschil nascheiden (2021) t.o.v. huidige situatie Stoppen met zakkeninzameling met PBD
€ -366.709,-
Stoppen met legen van PBD-perscontainers
€ -197.591,-
Staken van het gratis verstrekken van PBD-zakken
€ -54.200,-
Verhoging frequentie restafval minicontainers
€ 376.102,-
Verhoging frequentie ondergrondse restafvalcontainers
€ 152.203,-
Lagere vergoeding Nedvang
€ 306.031,-
Overslag en aftransport
€ 305.832,- tot € 382.290,-
Inzamelmiddelen Hogere verwerkingskosten Totaal
Zie hieronder onder kapitaalslasten € 491.844 € 1.013.512,- tot € 1.089.970,-
Omdat de kosten en opbrengsten aan de huishoudens wordt verrekend door middel van de afvalstoffenheffing, zijn de financiële consequenties ook uitgedrukt ten opzichte van het aantal huishoudens. Totaal Kosten per huishouden
€ 1.013.512,- tot € 1.089.970,€ 29,50 - € 31,80
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 22 van 30
Kapitaalslasten Afhankelijk van de bestemming van de oude PBD-perscontainers kan sprake zijn van een eenmalige afschrijving van € 39.450,-. De toegevoegde kapitaalslasten voor eventuele nieuwe containers in de bestaande put bedragen ongeveer € 4.000,- per jaar. Variabele heffing op restafval Roosendaal hanteert voor de afvalstoffenheffing een basistarief en een variabel tarief op restafval. Dit variabele tarief is op basis van volume. Elke keer als een minicontainer met restafval wordt aangeboden of als een zak in de ondergrondse restafvalcontainer wordt gestopt, dan wordt een bedrag in rekening gebracht. Op het moment dat het PBD bij het restafval komt dan zullen er aanzienlijk meer ledigingen en aanbiedingen zijn. Om te voorkomen dat huishoudens worden geconfronteerd met sterk stijgende kosten zal de heffingsstructuur moeten worden aangepast. Als Roosendaal het totaal aan variabele heffing gelijk wil houden, dan zou de heffing per aanbieding omlaag moeten. Dit heeft een nadelig effect, namelijk het verkleinen van de prikkel om zorgvuldig afval te scheiden. Feitelijk wordt bij een lagere variabele heffing het goedkoper (en voor sommigen aantrekkelijker) om grondstoffen zoals gft, glas, papier, textiel, elektrische apparaten bij het restafval te stoppen. Een lagere variabele heffing leidt in zo’n situatie tot minder afvalscheiding.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 23 van 30
8. Effecten op Circulariteit In dit hoofdstuk worden de effecten van de maatregelen in temen van circulariteit behandeld. Verbranden Uit bovenstaande blijkt dat met nascheiden van PBD ongeveer 2 kg per inwoner meer kunststoffen uit het restafval zou kunnen worden gehaald dan met de huidige bronscheiding. Dit impliceert dat nascheiden in het geval van Roosendaal leidt tot (fractioneel) minder verbranding van verpakkingsafval. De bijvangst van brandbare grondstoffen zoals papier of textiel kan leiden tot meer verbranding omdat deze grondstoffen niet mechanisch uit het restafval kunnen worden gehouden en uiteindelijk alsnog in de verbrandingsoven terechtkomen. De bijvangst aan andere (brandbare) grondstoffen zoals papier en textiel is ingeschat op 1 kg per inwoner. Noot: Metalen verpakkingen zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze met hoog rendement uit de verbrandingsinstallatie worden gescheiden, onverlet deze in restafval zitten waar bronscheiding op is toegepast of niet. Bijdrage aan de bronscheidingsresultaten (VANG-doelstellingen) De onderzochte maatregel leidt niet tot een significante verbetering op het behalen van de VANGdoelstelling van de gemeente. De bovengrens van wat er kan worden gerealiseerd, wordt beperkt tot de mechanische kwaliteit van de nascheidingsinstallatie. De sorteeranalyse zien dat het restafval nog ongeveer 30 kg per inwoner aan PBD bevat.
Met nascheiden kan deze potentie niet verder worden benut. Met bronscheiding kan hiertoe nog wel een poging worden gedaan, wat als dit slaagt snel wel leidt tot een bijdrage aan de bronscheidingsdoelstellingen (VANG-doelstellingen).
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 24 van 30
9. Effecten op milieudruk In dit rapport is de milieudruk uitgesplitst in twee onderwerpen. Enerzijds leidt de andere vorm van inzamelen en verwerken ten opzichte van de huidige situatie tot meer handelingen en transport. Anderzijds leidt het uitnemen van meer PD uit het restafval en hoogwaardig(er) hergebruik ervan tot een grondstoffenbesparing. Immers, bij kunststoffen die gemaakt worden van gebruikte kunststoffen wordt verbranding gemeden en zijn minder grondstoffen verbruikt (olie). Brandstofverbruik en CO2-uitstoot door de inzamelvoertuigen Als de inzameling van PBD-zakken wordt gestaakt dan stijgt de inzamelfrequentie van de minicontainers en de ondergrondse containers. Er zal naar verwachting een vergelijkbaar aantal vrachtwagens worden ingezet in de nieuwe situatie. De uitstoot van CO2 wordt daarmee in dezelfde orde van grootte verwacht, wellicht licht hoger. Brandstofverbruik en CO2-uitstoot door het transport naar de nascheidingsinstallatie De CO2-uitstoot van het transport van afval is sterk afhankelijk van factoren als efficiëntie van het voertuig, transportsnelheid en beladingsgraad en kan niet exact worden berekend maar wel benaderd. De CO2-uitstoot wordt benaderd in een bandbreedte die ontstaat door te kijken naar de dichtstbij gelegen verwerker (AVR Rotterdam) versus de verafgelegen verwerker (Omrin, Oudehaske Friesland). Dit levert een bandbreedte op.
Uitgangspunten zijn: 1. Transport van 30 ton restafval per rit, zonder retourlading. 2. De afstand tot AVR is 75 kilometer per enkele reis. 3. De afstand tot Omrin is 220 kilometer per enkele reis. 4. Het verbruik van een standaard vrachtwagen op het Nederlandse vlakke terrein is beladen ca 34 l/100 km en leeg 29 l/100 km. 5. De uitstoot aan CO2 per liter diesel is 3,2 kg (WTW). Effecten zijn: Uitgaande van in totaal 12.742 ton PBD-houdend restafval zijn 425 ritten nodig. Aftransport naar AVR kost 20.000 liter diesel, wat een uitstoot geeft van 64 ton CO2. Aftransport naar Omrin kost 62.857 liter diesel, wat een uitstoot geeft van 201 ton CO2. Brandstofverbruik en CO2-uitstoot door tussentijdse overslag Voor de overslag worden gemotoriseerde werktuigen gebruikt en daarmee fossiele brandstoffen verbruikt. Daarentegen komt een deel van de overslag bij Saver te vervallen. Uitgangpunten: 1. De overslag is met behulp van een shovel en een kraan 2. De shovel en de kraan gebruiken elk 6 liter diesel per uur. 3. Gezamenlijke productie van shovel en kraan is 50 ton per uur.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 25 van 30
Effecten zijn: Uitgaande van in totaal 12.742 ton PBD-houdend restafval is ongeveer 250 uur inzet nodig. Het dieselverbruik en de CO2-uitstoot (WTW) zouden in dit rekenvoorbeeld ongeveer 3060 liter diesel en 9,8 ton CO2 bedragen. Opgemerkt wordt dat er geen zicht is op een feitelijke locatie/werkwijze en dat dit rekenvoorbeeld dus slechts een indicatie oplevert. Opgemerkt wordt dat er geen zicht is op een feitelijke locatie/werkwijze en dat dit rekenvoorbeeld dus slechts een indicatie oplevert. Verbruik en CO2-uitstoot door de mechanische handelingen Er zijn geen cijfers gevonden van het energieverbruik en de uitstoot van de mechanische nascheiding van kunststoffen. De aandrijving van mechanische scheidingsinstallaties is meestal elektrisch en kan gevoed zijn vanuit eigen opwekkingscapaciteit (zonnepanelen, groen gas, verbrandingsinstallatie). CO2-uitstoot door meer of minder verbranden van kunststoffen Alle verbrandingsinstallaties in Nederland hebben de zogenoemde R1 status wat betekent dat de energie van verbranding nuttig wordt toegepast in de vorm van elektriciteit of verwarming. Met het maken van de elektriciteit of het verwarmen van kassen en gebouwen met het warme water is fossiele brandstof bespaard. En daarmee dus ook CO2 bespaard. Er is veel data nodig om de uitstoot of juist gemeden uitstoot te kwantificeren.
Het Centraal planbureau en CE Delft becijferden dat met de Nederlandse energiemix (fossiel, wind, zon, biomassa, kernenergie) er bij elke verbrande ton kunststof een netto uitstoot van 1,2 tot 1,7 ton CO2 is. Het verschil tussen deze cijfers zit in de energie die weer nodig is geweest voor het recyclen van kunststof of juist de besparing die het hergebruik heeft opgeleverd. Nascheiden Ten opzichte van de huidige praktijk zou met nascheiding 2 kg per inwoner meer PD uit het restafval kunnen worden onttrokken en daardoor niet verbrand. Met de bandbreedte van het CPB en CE Delft en de aanname dat 154 ton aan verpakkingen minder wordt verbrand dan met nascheiden, zou dit een besparing van 185 – 262 ton CO2 betekenen. De bijvangst hoeft niet per se in dezelfde mate brandbaar te zijn en is niet becijferd. Potentie van bronscheiden Bij de effecten op circulariteit is benoemd dat met een keuze voor nascheiden, de potentie van het PD in het restafval die wordt gerapporteerd bij de sorteeranalyses, niet meer verder kan worden benut. Deze potentie is grofweg 30 kg PBD per inwoner. Afgaande op een situatie dat met stimulerende maatregelen de helft van deze hoeveelheid zou worden brongescheiden, dan zou er grofweg 1.155 ton PD minder worden verbrand. Met de bandbreedte van CPB en CE Delft zou dit leiden tot een reductie tussen 1.385 tot 1.960 ton CO2 ten opzichte van nascheiding.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 26 van 30
10. Serviceniveau De gemeente haalt bij elk huishouden om de twee weken de zakken met PBD op. Deze frequentie is bij deze vorm van inzamelen gebruikelijk in Nederland. Het beëindigen van de bronscheiding brengt met zich mee dat inwoners vaker hun minicontainer aan de straat moeten zetten. Door het opslaan van het PBD in de minicontainers is deze immers ook vaker vol. Het is de vraag of het voor de inwoners een verschil maakt of zij een paar zakken PBD aan de straat zetten, of een minicontainer. Huishoudens met weinig ruimte in huis of op het eigen perceel vinden het waarschijnlijk makkelijker om PBD en restafval bij elkaar te mogen opslaan. De beleving van het serviceniveau is een subjectieve beoordeling die per individu kan verschillen. Inwoners die afvalscheiding belangrijk vinden zijn vaker genegen om net iets meer inspanning te verrichten. Inwoners die dit niet belangrijk vinden, beoordelen het vaak als onnodig of te veel moeite.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 27 van 30
11. Conclusie De uitkomsten van deze verkenning is dat nascheiden: 1) leidt tot een jaarlijkse kostenstijging van € 1.031.512,- tot € 1.089.970,-, wat overeenkomt met een bedrag van € 29,50,- tot 31,80,- per huishouden; 2) zorgt dat 2 kg per inwoner meer aan verpakkingen voor hergebruik worden afgezet, namelijk 24 kg per inwoner tegen de huidige 22 kg per inwoner3; 3) kan leiden tot minder zuivere monostromen en dat de markt aangeeft dat deze dan moeilijker af te zetten zijn; 4) de potentie van de nu in het restafval aanwezige 30 kg PBD per inwoner in het restafval onbenut laat en dat daarmee ook een potentie voor een aanzienlijk hogere CO2-reductie onbenut blijft4; 5) mogelijk leidt tot bijvangst van andere grondstoffen in het restafval en dat deze bijvangst een nadelige invloed heeft op de scheidingsresultaten; 6) leidt tot een nagenoeg gelijke uitstoot van CO2 als gekeken wordt naar de overslag, transport en verbranding. Nascheiding leidt tot verhoging van 80 ton CO2; 7) het huidige serviceniveau kan beïnvloeden omdat men vaker de minicontainer aan de straat moet zetten, of restafval moet wegbrengen naar een ondergrondse container.
3
Er is gerekend met de cijfers van 2019. Dit betekent dat het resultaat van de hoeveelheden PBD in relatie tot 1x per 4 weken hierin niet is meegenomen. De hoeveelheid PBD is gestegen van 22 kg per inwoner naar ongeveer 28 kg. Dit is een sterke verbetering ten opzichte van het doorgerekende resultaat en werkt in het nadeel van nascheiding. 4
Er is gerekend met de cijfers van 2019. De potentie in het restafval is door invoering 1x per 4 weken restafval gedaald naar ongeveer 24 kg per inwoner.
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 28 van 30
12. Begrippen Bronscheiding: DKR-normen:
Fecaal: Fijn restafval
Granulaat: Grof restafval Grondstof:
Mix:
Monostroom: Nascheiding:
PD:
PBD/PMD:
Sorteren:
Sorteeranalyse:
WTW
Het dicht bij de huishoudens scheiden van grondstoffen, met bijvoorbeeld een zak, een minicontainer of een wijkverzamelcontainer. Normen opgesteld door de Deutsche Gesellschaft für Kreislaufwirtschaft und Rohstoffe mbH. Deze normen zeggen iets over de hoeveelheid ‘vreemd plastic’ er in een bepaalde monostroom mag bestaan. Vreemd plastic wordt gezien als vervuiling omdat het hoogwaardig hergebruik van monostromen hindert. Voor elke monostroom is een aparte DKR-norm vastgesteld. Sorteerders hebben zich met Nedvang hieraan gecommitteerd en worden gecontroleerd op het behalen van deze normen. De DKR-normen zeggen niets over aanklevend vuil. Betrekking hebbend op uitwerpselen. Het restafval dat door middel van minicontainers en ondergrondse containers wordt ingezameld, en wat ook in deze containers mag. In deze notitie wordt overwegend over fijn restafval gesproken. Korrels van een soort kunststof die als grondstof in een proces kunnen worden gebracht voor het maken van nieuwe kunststof voorwerpen. Het restafval dat ontstaat op de milieustraat nadat alle scheidbare onderdelen eruit zijn gehaald. In het verleden werden glas, papier, textiel, verpakkingskunststof (e.a.) afvalstromen genoemd. In de huidige tijd geldt dat zodra fracties herbruikbaar zijn en daarmee de inzet van olie, hout, zand (e.a.) afneemt, zij beter grondstof dan afvalstroom kunnen worden genoemd.
Een verzameling van kunststoffen van verschillende samenstelling die overblijft na het sorteren van monostromen uit brongescheiden of nagescheiden kunststoffen. Eén soort kunststof, bijvoorbeeld PET, Polyethyleen (PE) of Polypropyleen (PP). Restafval door een installatie leiden om grondstoffen uit het restafval te halen, vlak voordat het restafval in de verbrandingsoven verdwijnt. Met nascheiding in dit document wordt bedoeld het machinaal uit het restafval halen van PD. Plastic verpakkingen en Drankenkartons. Zodra er sprake is van nascheiding, dan is het aandeel blik niet meer van toepassing omdat dit bij alle verwerkers (verbrandingsovens) in vergelijkbare verhouding wordt teruggewonnen. Bij nascheiding dekt PD de lading beter. Plastic verpakkingen, Blik en Drankenkartons. In sommige gemeenten wordt dit ook als PMD benoemd, wat staat voor Plastic, Metalen en Drankenkartons. De benaming Metalen is voor inwoners soms onduidelijk en leidt tot bijvangst van metalen voorwerpen die door het Afvalfonds niet als verpakking zijn aangemerkt. PBD dekt bij bronscheiding de lading beter. Kunststoffen worden uitgesorteerd naar de verschillende soorten kunststoffen. Met de sortering wordt beoogd om monostromen van zo hoog mogelijke kwaliteit te krijgen waarna de monostromen zo hoogwaardig mogelijk kunnen worden hergebruikt.
Het uitsplitsen van een hoeveelheid restafval naar alle onderscheidenlijke componenten. Een representatieve steekproef geeft een beeld van welke en hoeveel grondstoffen er nog in het restafval zitten. Well-to-Wheel. Deze term wordt gebruikt voor het uitdrukken van de CO2 uitstoot die gemaakt wordt in de hele keten, waarbij rekening wordt gehouden met de uitstoot die gepaard gaat met winning van aardolie, het transport, de
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 29 van 30
raffinage, de distributie verbrandingsmotor.
en
het
uiteindelijk
verbruik
ervan
in
een
13. Gebruikte bronnen
Afvalsturing Friesland NV (Omrin), jaarverslag 2018. Artikel Afvalonline. Minder geur in plasticrecyclaat uit bronscheiding (6 april 2020). AVR, jaarbericht 2019. CBS, opendata (Statline). CE Delft, Innovatie afvalverwerkingstechnieken doorgelicht, Publicatie: 17.2L47.160. (2017) CPB, Achtergronddocument, De circulaire economie van kunststof: van grondstoffen tot afval (2017). CV Midwaste UA. Den Haag, Brief van Wethouder van Binnenstad, Stadsontwikkeling, Kerngebieden en Buitenruimte aan voorzitter commissie Leefomgeving, Tussenbalans Huishoudelijk Afvalplan Den Haag 2016-2020 (2018). https://www.co2emissiefactoren.nl/lijst-emissiefactoren/ Interview met dhr. S. de Beer, HVC. Interview met dhr. D. van Steenes, NV Irado. Milieucentraal.nl. Saver NV / De afvalspiegel, verslag sorteeranalyse Roosendaal 2019. Saver NV, de heer J. Beekhuijzen, Manager Ontwikkeling & Projecten. Saver NV, de heer C. Stroop, Manager Financiën en Control. Witteveen+Bos en de Afvalspiegel, Samenstelling ingezameld kunststof/PMD-verpakkingen – het effect van inzamelsystemen (2018). Onderzoek in opdracht van het Learning Cen+ter. WUR, Verbeteropties voor de recycling van kunststofverpakkingen - Industriële beleidsopties voor verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van het gewassen maalgoed uit de recyclingketen voor huishoudelijke kunststofverpakkingen (2018).
Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief
Pagina 30 van 30