3 NL.IMRO.1674.1237PRESKENNEDYL-0301-Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
| De | realisatie | van | kantoorruimte | op | de | begane | grond | draagt | ook | niet in betekenende | mate | bij aan | luchtvervuiling | , in de | huidige | situatie | bevindt | zich | immers | reeds | een | kantoor met | vergelijkbare | oppervlakte | op | deze | locatie | waardoor | geen | verkeersgeneratie | als | gevolg | van | deze functie | ontstaat. Vanuit | een | goede | ruimtelijke | ordening | moet | aangetoond | worden | dat | ter | plaatse | van | de | te realiseren woning | sprake | is van | een | aanvaardbare | luchtkwaliteit. | Navolgende | uitsnede | van | de | Atlas | Leefomgeving geven | aan | wat | de | jaargemiddelde | concentraties | NO | 2 , PM | 10 en | PM | 25 , voor | het | plangebied | zijn. | Hieruit komt | naar | voren | dat | de | respectievelijke | grenswaarden | van | 40 , 40 | en | 20 | microgram/m | 3 in het | plangebied niet | worden | overschreden. | Ter | plaatse | van | het | plangebied | is derhalve | sprake | van | een | aanvaardbare luchtkwaliteit. Uitsnede | Atlas Leefomgeving | ‘Stikstofdioxide | 2020 | (NO2)’ , ‘Fijnstof 2020 | (PM10)’ en ‘Fijnstof 2020 | (PM2. 5)’ Ruimtelijke | onderbouwing | President | Kennedylaan | 1 , Roosendaal | 18 Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en de luchtkwaliteit ter plaatse is voldoende. Luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4.
7 Bodem Inleiding Ter plaatse van de beoogde locatie moet de bodem van voldoende kwaliteit zijn voor het realiseren van een woonfunctie. Uitgangspunt hierbij is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Ook mag de bodemkwaliteit in het kader van het stand-stil beginsel niet verslechteren als gevolg van grondverzet zoals graafwerkzaamheden. Planspecifiek Om dit te bepalen is een vooronderzoek bodem (NEN 5725) uitgevoerd door Aeres Milieu. De rapportage van dit onderzoek d. d. 16 januari 2023 met projectnummer AM22466 (definitief , versie 2) is als separate bijlage bij deze onderbouwing opgenomen. Uit dit onderzoek volgt dat op basis van de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie geen ernstige bodemverontreiniging wordt verwacht. Op basis van de resultaten van het in 1999 uitgevoerde bodemonderzoek worden maximaal licht verhoogde gehalten verwacht. De onderzoekslocatie wordt als ‘onverdacht’ beschouwd , rekening houdend met de aanwezigheid van licht verhoogde gehalten in de grond en grondwater. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht. Indien er werkzaamheden plaatsvinden , waarbij grond vrijkomt , kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast.
Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS van toepassing. Verder dient men erop bedacht te zijn dat bodemverontreinigingen door menselijk handelen worden veroorzaakt en daardoor (zeer) heterogeen in de bodem kunnen voorkomen. Ondanks de zorgvuldigheid van een bodemonderzoek kunnen lokale verontreinigingen aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om bij de uitvoering van grondroerende werkzaamheden hierop alert te zijn. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4. 8 Bedrijven en milieuzonering Inleiding Een goede ruimtelijke ordening schrijft voor dat hinder en gevaar wordt voorkomen. Hiertoe dient voldoende afstand te worden gehouden tussen milieubelastende activiteiten zoals bedrijven enerzijds en gevoelige functies zoals wonen anderzijds. In dit geval betekent dit dat ter plaatse van de te realiseren woningen sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat , maar ook dat de bedrijven in de omgeving door de realisatie van deze woning niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Het uitgangspunt hierbij is de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ waarin voor verschillende soorten bedrijven een milieucategorie en bijhorende richtafstand voor de milieuaspecten geluid , geur , stof en gevaar is opgenomen.
Deze afstand wordt gemeten vanaf de grens de bestemming die de bedrijfsactiviteit mogelijk maakt tot de gevel van het milieugevoelige object. Planspecifiek De locatie ligt nabij enkele hoofdontsluitingswegen zoals de President Kennedylaan en de Laan van Brabant alsmede de Rijksweg A58 en in de directe omgeving vindt functiemenging plaats (bijvoorbeeld naastgelegen tennisvereniging). Daarom wordt uitgegaan van gebiedstype ‘gemengd gebied’. Dit 19 Ruimtelijke onderbouwing President Kennedylaan 1 , Roosendaal betekent dat de richtafstanden uit bovengenoemde publicatie met één afstandsstap mogen worden verlaagd. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een aantal relevante locaties waar bedrijvigheid is toegestaan , deze worden onderstaand behandeld. President Kennedylaan 1 Voorliggend plan voorziet in zowel een gevoelige functie (tien woningen in tweede en derde bouwlaag) als een belastende functie (kantoren op de begane grond). Bezien moet worden of deze twee functies hinder aan elkaar ondervinden. Voor kantoren geldt milieucategorie 1 en een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. De kantoorfunctie leidt daarmee niet tot hinder bij omliggende woningen (waaronder de woningen op de verdiepingen) en de woningen leiden niet tot een beperking in bedrijfsvoering voor de kantoorfunctie.
De woningen en de kantoorfunctie binnen deze ontwikkeling vormen in conclusie geen belemmering voor elkaar. President Kennedylaan 1a Op deze locatie geldt een sportbestemming waarbinnen voorzieningen voor sport en sportieve recreatie zijn toegestaan. Uitgaande van een veldsportcomplex met verlichting geldt hiervoor maximaal milieucategorie 3. 1 en een bijhorende richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. De afstand van de beoogde woningen tot de grens van deze sportbestemming bedraagt 8 meter. Daarom wordt de situatie nader beschouwd. Hinder Op deze locatie bevindt zich momenteel een tennisvereniging met buitenbanen. Voor tennisbanen (met verlichting) geldt milieucategorie 3. 1 en een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. De afstand tussen de meest nabijgelegen tennisbaan en voorliggende woningen bedraagt circa 58 meter. Hiermee wordt ruim aan de richtafstand voldaan. De afstand tussen de beoogde woningen en dichtstbijzijnde lichtmast bedraagt eveneens 58 meter. Bovendien bevinden zich tussen de lichtmasten en de projectlocatie verschillende bomen. Daarmee is geen sprake van lichthinder ter plaatse van de beoogde woningen. Binnen de sportbestemming , aan de kant van de projectlocatie , ligt tevens een parkeerterrein ten behoeve van de tennisvereniging. Ook als gevolg van dit parkeerterrein kan hinder worden ondervonden ter plaatse van de beoogde woningen.
Voor parkeerterreinen geldt milieucategorie 2 en een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Met circa 8 meter afstand tussen de beoogde woningen en dit parkeerterrein wordt net niet aan deze richtafstand voldaan. In dit kader wordt opgemerkt dat het parkeerterrein schuin op het naastgelegen perceel is gepositioneerd waardoor het overgrote deel van het parkeerterrein op meer dan 10 meter afstand ligt. Slechts enkele – helemaal aan de achterzijde van het perceel gelegen – parkeerplaatsen liggen binnen de 10 meter zone. Als gevolg van de huidige invulling van het perceel aan de President Kennedylaan 1a geen hinder te verwachten ter plaatse van de beoogde woningen. Beperking (planologische mogelijkheden) Slechts een klein deel van het betreffende sport-perceel valt binnen de richtafstand van 30 meter tot de beoogde woningen (zie navolgende afbeelding). Dit deel van het perceel loopt taps toe richting de grens met President Kennedylaan 1 en heeft een diepte van 30 á 40 meter. Dat deel is ingericht met parkeerplaatsen , groen en bomen. Gezien de gebruikelijke dimensies van een veldsportcomplex leent dit deel van het perceel zich niet voor een herontwikkeling tot (extra) veldsportvoorziening. Bovendien wordt de parkeerbehoefte van de gevestigde sportfunctie hier opgevangen.
Indien dit deel van het perceel wordt aangewend voor een (nieuwe) sportvoorziening moet de (aanvullende) parkeerbehoefte elders op het perceel worden opgelost. Binnen het perceel is hier in de huidige situatie geen ruimte voor tenzij tennisbanen elders worden opgeofferd. Een uitbreiding/oprichting van een veldsportcomplex met verlichting binnen de richtafstand van 30 meter is met andere woorden niet realistisch. Oprichting van andere voorzieningen in een lagere milieucategorie (bijvoorbeeld categorie 2 , richtafstand 10 meter) leidt gezien de afstand tussen de beoogde woningen en het sportperceel niet tot een belemmering. De planologische mogelijkheden op het naastgelegen perceel wordt redelijkerwijs dan ook niet onevenredig geschaad. 20 Ruimtelijke onderbouwing President Kennedylaan 1 , Roosendaal Ter | illustratie | toont | onderstaande | afbeelding | het | deel | van | de | sport-bestemming | dat | binnen | de richtafstand | vanaf | de | beoogde | woningen | valt | (wit gearceerd). Ligging ontwikkeling | ten opzichte | van sportperceel | President | Kennedylaan | 1a. Hinderstrook | wit gearceerd.
De | Eglantier Aan | De | Eglantier | , aan | de | overzijde | van | de | President | Kennedylaan | , bevindt | zich | een | grote maatschappelijke | bestemming | welke | wordt | ingevuld | door | een | ruim | aantal | seniorenwoningen | , een behandelpraktijk | en | een | huisartsenpraktijk. | Voor | deze | functies | geldt | maximaal | milieucategorie | 1 en | een richtafstand | van | 0 meter | in gemengd | gebied. | De | maatschappelijke | functies | aan | De | Eglantier | vormen | dus geen | belemmering | voor | deze | ontwikkeling. Binnen | deze | bestemming | zijn | ook | nog | andere | functies | toegestaan | , bijvoorbeeld | bibliotheken | , gezondheidszorg | , | jeugd-/kinderopvang | , | onderwijs | , | openbare | dienstverlening | , | verenigingsleven | , (woon)zorg | en | welzijn | , alsmede | horecadoeleinden | voortvloeiend | uit | en | ten | dienste | staand | van | c. q. ondergeschikt | aan | de | genoemde | maatschappelijke | functies. | Hiervoor | geldt | maximaal | milieucategorie | 2 en | een | richtafstand | van | 10 meter | in gemengd | gebied. | Hier | wordt | met | ruim | 45 | meter | afstand | tot | de | gevel van | de | beoogde | woningen | ruim | voldaan. Aan | de | noordelijke | rand | van | deze | locatie | , aan | de | President | Kennedylaan | , bevindt | zich | een | kleine bedrijfsbestemming | met | functieaanduiding | ‘nutsvoorziening’.
| Hier | bevindt | zich | een | trafohuisje. | Gezien de | afstand | van | circa | 50 | meter | tot | de | gevel | van | de | beoogde | woningen | vormt | deze | geen | belemmering. Laan | van | Brabant | 68 Ten | noordwesten | van | de | locatie | , aan | de | overzijde | van | de | A58 | , bevindt | zich | een | bedrijfsbestemming waar | bedrijvigheid | in milieucategorie | 3. 1 alsook | een | busremise | (milieucategorie | 3. 2) | is toegestaan. Hiervoor | geldt | een | richtafstand | van | maximaal | 30 | en | 50 | meter | respectievelijk | in gemengd | gebied. | Hier wordt | met | een | afstand | van | circa | 150 | meter | tot | de | gevel | van | de | beoogde | woningen | ruim | voldaan. Conclusie Uit bovenstaande | komt | naar | voren | dat | de beoogde | woningen | niet | worden | belemmerd | door | bedrijvigheid in de | omgeving | en | dat | de | beoogde | kantoorlocatie | niet | tot hinder | bij omliggende | woningen. | Dit | aspect vormt | daarmee | geen | belemmering | voor | dit plan. 4. 9 | Archeologie Inleiding Op | 16 | januari | 1992 | is in | Valletta | (Malta) | het | Europees | Verdrag | inzake | de | bescherming | van | het archeologisch | erfgoed | (Verdrag | van | Malta) | ondertekend. | Het | Nederlandse | parlement | heeft | dit verdrag Ruimtelijke | onderbouwing | President | Kennedylaan | 1 , Roosendaal | 21 in 1998 goedgekeurd.
In verband met de implementatie van het Verdrag van Malta zijn de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten gewijzigd. Als gevolg daarvan is de al bestaande verplichting expliciet gemaakt om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het belang van het behouden van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (op 1 juli 2016) waarmee het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed in één integrale wet is geregeld. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden worden gehandhaafd. Planspecifiek Uit de plantoelichting van het geldende bestemmingsplan ‘Kroeven' volgt dat er geen archeologische vondsten bekend zijn uit het plangebied voorafgaand aan de bouw van de wijk , maar ook niet tijdens de bouw zelf. Gevreesd moet worden dat eventuele sporen verloren zijn gegaan door de aanleg van de woonwijken. Vanwege een gemis aan vondsten , geomorfologische gegevens en geografische informatie voor 1825 , is het erg moeilijk om archeologische gebieden aan te wijzen.
In aansluiting op Rijksbeleid zijn de stroomgeulen van de beken aangeduid als gebieden met een middelhoge verwachting vanwege het voorkomen van rituele dumpplaatsen en elementen van visvangst , zoals visweren. In de westelijker stromende Rissebeek is eerder een visweer aangetroffen. Verder is een middelhoge trefkans voor het aantreffen van sporen uit de late middeleeuwen-Nieuwe Tijd toegekend aan een tweetal onbebouwde locaties binnen het plangebied waar zich ooit boerderijen hebben bevonden. Alle overige gebieden binnen het plangebied van bestemmingsplan ‘Kroeven’ kennen een lage trefkans. Hiervoor gelden geen restricties ten aanzien van bodemingrepen. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de kaart met gebieden die een middelhoge verwachtingskans hebben. Hieruit volgt dat voor onderhavige locatie een lage trefkans geldt en dus geen nader archeologisch onderzoek nodig is. Middelhoge archeologische verwachting in het plangebied ‘Kroeven’. Onderhavige locatie rood omcirkeld. Conclusie Voorliggende locatie kent een lage archeologische trefkans waardoor geen archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd en dit aspect geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4. 10 Cultuurhistorie Inleiding In een ruimtelijk besluit moet worden beschreven op welke manier rekening is gehouden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden.
Naast archeologie gaat het daarbij om gebouwd erfgoed en cultuurlandschappen. 22 Ruimtelijke onderbouwing President Kennedylaan 1 , Roosendaal Planspecifiek Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van provincie Noord-Brabant met daarin het perceel aan de President Kennedylaan 1 rood omcirkeld. Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant Hieruit volgt dat zich op deze locatie geen relevante cultuurhistorische waarden bevinden welke met voorliggende ontwikkeling kunnen worden geschaad. Conclusie Cultuurhistorische waarden in de omgeving van de locatie vormen geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4. 11 Externe veiligheid Inleiding Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor mens en milieu als gevolg van gebruik , opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook risico’s verbonden aan luchthavens worden meegenomen in dit risico. Bij het de realisatie van een nieuw kwetsbaar object zoals een woning dient externe veiligheid in acht te worden genomen; in het bijzonder het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico betreft de kans per jaar dat 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof en wordt weergegeven aan de hand van risicocontouren rondom inrichtingen of transportroutes.
Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is daarmee een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Voor het groepsrisico geldt geen risicocontour maar wel een verantwoordingsplicht op basis van het invloed gebied. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen (1) risicovolle inrichtingen (geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) , (2) transportroutes voor gevaarlijke stoffen (geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes) en (3) buisleidingen (geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen). Onderstaand worden de verschillende bronnen beschouwd. Planspecifiek Voor dit plan is gekeken of er , in of nabij het plangebied , sprake is van relevante risicobronnen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen opslag , gebruik of productie van gevaarlijke stoffen enerzijds (inrichtingen) en het vervoer van gevaarlijke stoffen over auto- , spoor- , waterwegen of door buisleidingen anderzijds (transport). Deze zijn geïnventariseerd op basis van de Atlas Leefomgeving ‘Veilige omgeving’. Een uitsnede van deze kaart is opgenomen in onderstaande afbeelding.
23 Ruimtelijke onderbouwing President Kennedylaan 1 , Roosendaal Uitsnede Atlas Leefomgeving ‘Veilige omgeving’ Inrichtingen Uit bovenstaande volgt dat zich in de buurt van de locatie geen relevante inrichtingen voor gevaarlijke stoffen bevinden. De meest nabijgelegen inrichting is het tankstation aan de Antwerpseweg op meer dan 700 meter afstand ten oosten van de locatie. Hiervoor geldt een invloedsgebied van 150 meter. Inrichtingen met gevaarlijke stoffen vormen dus geen belemmering. Buisleidingen De meest nabijgelegen buisleiding bevindt zich op een afstand van 13 , kilometer ten westen van de locatie. Deze buileiding kent een invloedsgebied van 60 meter. Het onderdeel buisleidingen vormt dus geen belemmering. Transportroutes Transport over wegen Laan van België en Willem Dreesweg Het perceel ligt binnen het invloedsgebied van transportbewegingen met gevaarlijke stoffen die over de Laan van België en de Willem Dreesweg te verwachten zijn. In dit kader wordt onderaan deze paragraaf ingegaan op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid ter plaatse van de projectlocatie. A58 Het perceel ligt op circa 25 meter afstand van de A58 (wegvak B3) welke onderdeel uitmaakt van het Basisnet. Voor transportroutes die onderdeel uit maken van het Basisnet kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven.
Voor deze transportroutes geldt dat de plaatsgebonden -6 risicocontour 10 per jaar in ieder geval kleiner is dan de veiligheidsafstand als opgenomen in de bijlage van de regeling. Voor de A58 ter hoogte van het plangebied geldt een veiligheidsafstand van 0 meter. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico naast de as van de weg in ieder geval kleiner is dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt dus geen belemmering. Ter (voorheen: brandvoorschriftgebied een A58 de kent planlocatie de van hoogte plasbrandaandachtsgebied) van 30 meter vanaf de buitenste kantstrepen van de weg. Binnen dit gebied moet bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening worden gehouden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Hiervoor zijn aanvullende eisen opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (art. 4. 90 t/m 4. 96). De beoogde bebouwing is buiten dit gebied gelegen. De vluchtwegen aan de achterzijde van het pand liggen eveneens buiten de 30 m zone en zijn voorzien van stenen borstwering en leiden naar een afgesloten trappenhuis. Vanuit daar zijn er obstructievrije zones voor vluchtroutes richting de President Kennedylaan (van de A58 af). 24 Ruimtelijke onderbouwing President Kennedylaan 1 , Roosendaal Onderhavige | locatie | ligt | binnen | het | invloedsgebied | van | de | A58. | Daarom | moet | het | groepsrisico | nader worden | beschouwd.
| In onderhavig | geval | is sprake | van | de | herbouw | van | een | bestaande | kantoorfunctie en | het | toevoegen | van | een | tiental | woningen. | Gezien | de | oppervlakte | van | de | appartementen | wordt uitgegaan | van | 25 , bewoners | per | appartement. | Het | aantal | mensen | dat | binnen | het | invloedsgebied | verblijft neemt | daarom | toe | met | (10*25=) , | 25 | mensen. | De | kantoorfunctie | bestaat | al; de | herontwikkeling | hiervan leidt | daarom | niet | tot een | toename | van | het | aantal | mensen | dat | binnen | het | invloedsgebied | verblijft. In het | kader | van | de | bepaling | van | de | hoogte | van | het | groepsrisico | wordt | verwezen | naar | een | kwantitatieve risicoanalyse | die | door | Royal | HaskoningDHV | is uitgevoerd | in het | kader | van | het | bestemmingsplan | ‘Nieuwe LTS’ | (Royal | HaskoningDHV | , 7 augustus | 2017 | , I&BBE5504R001D02). | Dit bestemmingsplan | is opgesteld | in het | kader | van | de | herontwikkeling | van | de | voormalige | school | (oude | LTS) | aan | de | Laan | van | Henegouwen waarbij | 99 | nieuwe | woningen | voor | gemiddeld | 24 , personen | per | woning | zijn | gerealiseerd. | Deze | locatie ligt op | korte | afstand | van | de | A58. | Hiertoe | is een | berekening | van | het | groepsrisico | uitgevoerd.
| Uit | deze berekening | kwam | naar | voren | dat | het | groepsrisico | zowel | voor | als | na | de | ontwikkeling | onder | de oriëntatiewaarde | voor | het | groepsrisico | ligt | en | dat | het | groepsrisico | als | gevolg | van | deze | ontwikkeling toeneemt | van | 596% , | naar | 607% , | van | de | oriëntatiewaarde. Op | basis | van | bovenstaande | kan | worden | gesteld | dat | als gevolg | van | voorgenomen | ontwikkeling | waarbij het | aantal | personen | binnen | het | invloedsgebied | van | 200 | meter | rond | de | A58 | toeneemt | met | slechts | 25 mensen | niet | leidt | tot | een | overschrijding | van | de | oriëntatiewaarde | voor | het | groepsrisico | en | dat | het groepsrisico | bovendien | niet | toeneemt | met | meer | dan | 10%. | Onderstaand | wordt | ingegaan | op | de mogelijkheden | tot | voorbereiding | van | bestrijding | en | beperking | van | de | omvang | van | een | ramp | en | de mogelijkheid | voor | personen | om | zich | in veiligheid | te brengen | indien | een | ramp | zich | voordoet. Bestrijdbaarheid Om | effectief | en | efficiënt | hulp | te | kunnen | bieden | ten | tijde | van | een | ongeval | zijn | de | opkomsttijd | , de bereikbaarheid | en | de | bluswatervoorzieningen | van | belang.
| De | hulpverleningsdiensten | moeten voldoende | capaciteit | beschikbaar | hebben | om | alle | effecten | binnen | een | kort | tijdsbestek | te | kunnen bestrijden. | Om | een | brand | in het | besluitgebied | te kunnen | bestrijden | is het | noodzakelijk | dat | er voldoende primair | en | secundair | bluswater | aanwezig | is. Voor | ruimtelijke | ontwikkelingen | , waarbij | eveneens | een omgevingsvergunning | deelzaak | bouwen | noodzakelijk | is , wordt | de | aanwezigheid | van | bluswater | in | het kader | van | deze | vergunning | getoetst. | Door | de | centrale | ligging | van | het | besluitgebied | , waar | reeds | in | de directe | omgeving | sprake | is van | een | woonfunctie | , is de | aanwezigheid | van | primair | bluswater | reeds verzekerd. | Het | besluitgebied | is | via | het | wegennet | goed | bereikbaar | voor | voertuigen | van hulpverleningsdiensten. | De | brandweer | ligt op | 2 minuten | rijden | afstand. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid | is de | mate | waarin | personen | in staat | zijn zichzelf | (zonder | hulp | van | buitenaf) | in geval | van een | calamiteit | in veiligheid | te | brengen. | Het | gewenste | handelingsperspectief | in | geval | van | een | calamiteit (schuilen | en/of | vluchten) | is afhankelijk | van | het | scenario.
| Het | is belangrijk | dat | in geval | van | een | (dreigende) calamiteit | personen | uit | het | invloedsgebied | vluchten. | Personen | dienen | hiervoor | gewaarschuwd | te worden. | Door | aanwezigen | periodiek | alert | te maken | op | de | risico's | , gevolgen | en | effecten | van | een | incident kan | de | slagvaardigheid | in | geval | een | van | een | (dreigend) | incident | verbeterd | worden. | Gerichte risicocommunicatie | met | aanwezigen | direct | na | een | incident | via | NLAlert | kan | ertoe | bijdragen | dat | alarmering en | ontruiming | sneller | verlopen. | Het | verbeteren | van | de | alarmering | is echter | niet | te | borgen | in | deze ruimtelijke | procedure. Spoor | Breda-Antwerpen Het | perceel | ligt met | circa | 340 | meter | binnen | het | invloedsgebied | van | het | spoor | Breda-Antwerpen. | Over dit spoor | vindt | vervoer | van | stofcategorie | B3 | en | D4 | plaats. | Hiervoor | geldt | een | invloedsgebied | van | meer dan | 4. 000 | meter. | Om | die | reden | moet | op | basis | van | artikel | 7 | van | het | Bevt | nader | worden | ingegaan | op bestrijdbaarheid | en | zelfredzaamheid. | Bovenstaand | zijn deze | aspecten | behandeld.
Voor | de | volledigheid | zijn | de | Standaard | Verantwoording | Groepsrisico | 2019 | van | gemeente | Roosendaal alsook | het | standaardadvies | van | de | Veiligheidsregio | zijn | als | separate | bijlagen | bij deze | onderbouwing gevoegd. Advies | veiligheidsregio De | veiligheidsregio | Midden | en | West-Brabant | wordt | in het | kader | van | deze | ontwikkeling | in de | gelegenheid gesteld | om | advies | te geven | over | deze | ontwikkeling. Ruimtelijke | onderbouwing | President | Kennedylaan | 1 , Roosendaal | 25 Conclusie Het | aspect | externe | veiligheid | vormt | geen | belemmering | voor | deze | ontwikkeling. 4. 12 | Verkeer | en | parkeren Inleiding Voorliggend | plan | brengt | verkeersbewegingen | en | parkeerbehoefte | teweeg. | Bezien | moet | worden | of | de aanwezige | infrastructuur | toereikend | is om | te | voorzien | in de | afwikkeling | van | deze | verkeersbewegingen en | of | het | plan | voorziet | in voldoende | parkeergelegenheid. Planspecifiek Voor | het | bepalen | van | de | verkeersgeneratie | wordt | gebruik | gemaakt | van | de | CROW-publicatie | 381 ‘Toekomstbestendig | parkeren’.
| Voorliggend | plan | is | gelegen | in | de | rest | bebouwde | kom | van | sterk stedelijke | gemeente | Roosendaal | en | omvat | de | realisatie | van | tien | huurappartementen | in het | dure | segment alsook | een | kantoorfunctie | zonder | baliefunctie | met | een | bvo | van | circa | 400 | m. 2 | Dit | brengt | onderstaande verkeersgeneratie | teweeg. Functie | Maximale | verkeergeneratie | per | etmaal | Totaal 10 appartementen | 6 verkeersbewegingen | per woning | 60 400 | mkantoor 2 | 65 , verkeersbewegingen | per | 100 | m 2 bvo | 26 Totaal | 86 Het | pand | wordt | ontsloten | op | de | President | Kennedylaan. | De | omliggende | wegen | (President | Kennedylaan en | Laan | van | Brabant) | zijn | toereikend | om | te | voorzien | in de | afwikkeling | van | deze | verkeersbewegingen. Voor | het | bepalen | van | de | parkeerbehoefte | wordt | aangesloten | bij de | Nota | Parkeernormen | van | gemeente Roosendaal | (vastgesteld | in december | 2011). | De | parkeernormen | van | Roosendaal | zijn | gebaseerd | op | de gemiddelde | parkeerkencijfers | van | het | CROW. | Hieruit | volgt | een | parkeernorm | van | 18 , parkeerplaats | per appartement | (huur: | vrije | sector) | en | 17 , parkeerplaats | per | 100 | m 2 bvo | kantoor | (kantoor | zonder | baliefunctie).
Gezien | de | combinatie | van | een | woon- | en | werkfunctie | is dubbelgebruik | van | parkeerplaatsen | logisch. | In onderstaande | tabel | wordt | op | basis | van | de | aanwezigheidspercentrages | van | het | CROW | weergegeven met | hoeveel | parkeerplekken | rekening | moet | worden | gehouden. p | d n | g a | d | t | g a | d | g p | t e | d | n | h | d | n | a l | h | d | o | c | d | o | d a | d n | c | i | v | d | a | i | v | d t n | e | o | m | a | n | n | m | a | i a | g | g | g | o | g | g a | g a | m a | l | m | l | a | a | a | v | a | g n | a | o | a | d | d | d | a | d | d r | d r | a i | r | n | r | t a | k r | k r | k r | p o | k r | t e | t e | d n i s | e | tk a o | o | e | e | e | o | e | a | a | o o Woningen | 18 E , Woning P | 10 A v | 18 T | 9 W | 9 W | 162 W , | 144 K , | 18 W | 108 Z , | 144 Z , | 126 Z , Kantoor | 17 , | 100 | m 2 | 4 | 680 , | 608 , | 680 , | 034 , | 034 , | 000 , | 000 , | 000 , | 000 , bvo Totaal | 248 , | 1508 , | 1508 , | 1654 , | 1474 , | 18 | 108 , | 144 , | 126 , Totaal | met | dubbelgebruik | 18 Voorliggend | plan | voorziet | op | eigen | terrein | in deze | behoefte. Conclusie De | omliggende | infrastructuur | is in | staat | de | verkeersgeneratie | als | gevolg | van | deze | ontwikkeling | af | te wikkelen | en | er wordt | op | eigen | terrein | in voldoende | parkeergelegenheid | voorzien.
| Verkeer | en | parkeren vormt | daarom | geen | belemmering. Ruimtelijke | onderbouwing | President | Kennedylaan | 1 , Roosendaal | 26 5. Uitvoerbaarheid 5. 1 Economisch De gemeente is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om kostenverhaal toe te passen bij: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; 2 de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren , voor woondoeleinden , mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren , voor detailhandel , dienstverlening , kantoor of horecadoeleinden , mits 2 de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m bruto-vloeroppervlakte bedraagt; 2 de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m bruto-vloeroppervlakte. c. f. Voorliggende ontwikkeling en daarmee samenhangende kosten , inclusief planvoorbereiding geschieden voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Gemeentelijke kosten worden verhaald middels een exploitatieplan of anderszins verzekerd , bijvoorbeeld middels een anterieure overeenkomst. 5.
2 Maatschappelijk De procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning is door de wetgever geregeld. Voor de omgevingsvergunning , waarbij sprake is van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan , is de te volgen procedure opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De procedure voor deze zogenaamde ‘uitgebreide Wabo-procedure’ (artikel 3. 10 Wabo) betreft afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht. In het kader van de uitgebreide Wabo-procedure wordt het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken ter visie gelegd voor een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan eenieder zijn zienswijzen tegen het besluit kenbaar maken. Na het verlenen van de vergunning kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank tegen de verleende vergunning. Tot slot kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 5. 3 Omgevingsdialoog In het kader van voorliggende ontwikkeling heeft overleg plaatsgevonden met omwonenden en andere mogelijke belanghebbenden. Het plan is toegelicht en er is ruimte geboden om op de plannen te reageren. Hieruit zijn geen bezwaren naar voren gekomen. 27 Ruimtelijke onderbouwing President Kennedylaan 1 , Roosendaal Bijlagen • • • • • • • • • Aanmeldnotitie m. e. r.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Onderzoek geluidreductie SilentAir Storax geluiddempende roosters Ecologische quickscan Berekening stikstofdepositie en begeleidende memo Vooronderzoek bodem Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 Standaardadvies Veiligheidsregio 28 Ruimtelijke onderbouwing President Kennedylaan 1 , Roosendaal