CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

25-2021 Regionale samenwerking Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang 2021.pdf

Commissie 16 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7: 25-2021 Raadsmededeling Regionale Samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang3.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

(D

.D

(D Datum: Van:

Roosendaal

Zaaknummer: 356114 het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Koenraad

30 maart 2021

Aan:

van

gemeente Roose

Steller:

Sabina de Bruijn

Kopie aan:

Anne

Onderwerp: Bijlage:

Raadsmededeling

van Meer Regionaal uitvoeringsplan Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang 2021 appelijke opvang2O2l 7. Regionaa uitvoerings erm wonen en

Kennisnemen van Het Regionaal uitvoeringsplan Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang 2027 en het besluit om te komen tot nieuwe samenwerkingsafspraken vanaf 2022.

lnleiding Per L januari 2022 komt de centrumgemeente constructie voor beschermd wonen formeel te vervallen. De gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen en Woensdrecht (West-Brabant West) bereiden zich gezamenlijk voor op de veranderende taken en verantwoordelijkheid op het gebied van Beschermd Wonen. ln juni 2020 hebben we u geïnformeerd over de wijze waarop we vorm geven aan deze verandering. We informeren u nu over de recente

ontwikkelingen. I

nformatie/kernboodschap

Regionale Uitvoeringsplon Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Verslavingszorg 202L Het 'Regionale Uitvoeringsplan Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Verslavingszorg

2027' dat het college heeft vastgesteld, is de regionale visie op de doorontwikkeling en samenwerking van de zes gemeenten in West-Brabant West voor de komende jaren. Eind 2020 werd bekend dat de centrumgemeente constructie pas per l januari 2022formeel komt te vervallen en niet op l januari 2O2L zoals eerder gecommuniceerd. Eind 2020 hebben de gemeenten in de regio gekozen voor het

volgende scenario: "We komen tot nieuwe samenwerkingsafspraken voor de periode 2022-2026 waarb'rj de verantwoordelijkheid voor de uitvoering lokaal wordt uitgevoerd middels een regionale financiering". Op basis van deze ontwikkeling is het Regionaal Uitvoeringsplan geactualiseerd. 2021 is een overgangsjaar waarin Bergen op Zoom nog centrumgemeente is en de gemeenten gezamenlijk werken aan de doordecentralisatie. Doorontwikkeling De gemeenten ontw¡kkelen door via het project Juiste Ondersteuning op de Juiste Plek, de Brede Aanpak Dak- en Thuisloosheid en inkooptrajecten voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De regio werkt aan regionale afspraken met zorgaanbieders en woningbouwcorporaties over huivesting en de begeleiding van mensen die uitstromen bij Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang. Op basis van divserse pilots wordt de Maatschappelijke Opvang vernieuwd en verbeterd. Bij Beschermd Wonen wordt ingezet op het scheiden van wonen en zorg bij cliënten en zorgaanbieders. Samenwerking Vanal 2022 is er een nieuwe manier van samenwerken nodig. ln 2027 wordt een nieuwe governancestructuur voorbereid op basis van de u¡tgangspunten: - De toegang tot beschermd wonen wordt lokaal uitgevoerd.

- Het beleid wordt gezamenlijk vorm gegeven. - Besluiten worden gezamenlijk genomen.

- Er wordt gewerkt met een regionaal budget die de zes gemeenten ontvangen voor deze taken. Vervolg(procedure) ln het laatste kwartaal van 2O2l wordt u geînformeerd over de nieuwe wijze van samenwerken vanaf 2022, de resultaten van de pilots en inkooptrajecten die voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang doorlopen zijn.

Afsluiting en onderteken¡ng Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van De secretaris, De

4-,-¿t-

n geinformeerd

Regionaal Uitvoeringsplan BW/MO Regio West-Brabant-West -Maart 2021Aanloop Sinds 2008 is Bergen op Zoom centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) en verslavingszorg voor de regio West-Brabant West. Vanaf 2015 is daar als nieuwe taak Beschermd Wonen (BW) bijgekomen. De Wmo 2015 kent formeel geen onderscheid tussen centrumgemeenten en regiogemeenten, maar het Rijk en de VNG hebben destijds afgesproken dat er voorlopig met 43 centrumgemeenten zou worden gewerkt. De centrumgemeenteconstructie zou in eerste instantie vanaf 1 januari 2020 komen te vervallen. Ter voorbereiding hierop hebben de zes gemeenten in de regio samen een Plan van Aanpak 2020 opgesteld, waarin de kaders voor de gezamenlijke uitwerking van de doordecentralisatie waren opgenomen. Als uitgangspunt voor de inhoudelijke ontwikkeling van de ondersteuning is het advies “Van beschermd wonen naar een beschermd thuis” gebruikt. Dit advies is gebaseerd op de door de Commissie Dannenberg ontwikkelde visie op beschermd wonen in relatie tot maatschappelijke opvang en andere gemeentelijke taken, welke uitgaat van het principe van een inclusieve samenleving: wonen in de samenleving is een grondrecht én voorwaarde voor maatschappelijk herstel en participatie. Om inzichtelijk te maken welke opgaven er liggen is er vervolgens een Implementatieplan opgesteld.

Met diverse werkgroepen is er in de tweede helft van 2018 en de eerste helft van 2019 hard gewerkt aan diverse deelprojecten uit dit implementatieplan. • De werkgroep Toegang heeft in kaart gebracht wat er nodig is om de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang te decentraliseren. Hierbij is er gekeken naar wat er wenselijk en mogelijk is en wat ervoor nodig is en is er een advies uitgebracht over wat er daadwerkelijk nodig is om te kunnen starten met de nieuwe werkwijze. • De werkgroep Monitoring heeft in beeld gebracht welke informatiebehoefte er ligt, welke sturingsinformatie waar beschikbaar is en wat er nodig is om deze informatie optimaal te kunnen delen en benutten. • Om de instroom in beschermd wonen en maatschappelijke opvang zoveel mogelijk te beperken, heeft de werkgroep Preventie & Lokale Ondersteuningsstructuur uitgezocht welke voorzieningen in een basistakenpakket zouden moeten zitten dat gemeenten lokaal organiseren. In dezelfde periode werd bekend dat de centrumgemeenteconstructie niet per 1 januari 2020 zou komen te vervallen, maar per 1 januari 2021. Het voornemen was om vanaf mei 2019 aan de slag te gaan met het deelproject Samenwerkingsvorm & Financiën.

Als gevolg van de commotie die ontstond na het publiceren van de voorlopige cijfers van het nieuwe verdeelmodel en de instelling van het Expertiseteam MO-BW-BG is echter het beeld ontstaan dat er nog te veel onduidelijkheden waren om al concreet dingen uit te kunnen werken op het gebied van samenwerking en financiën. Dit deelproject is daarom stil komen te staan. Het Rijk en de gemeenten zijn vervolgens (in juli 2019) overeengekomen dat over de doordecentralisatie van de Maatschappelijke Opvang (en de taken op het gebied van OGGZ en verslavingsbeleid) pas in 2026 een beslissing wordt genomen. Met betrekking tot de doordecentralisatie van Beschermd Wonen is men overeengekomen dat er in tien jaar tijd van een historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel toe gewerkt wordt. Tevens is de afspraak gemaakt om de implementatie van het advies van de commissie Dannenberg onverminderd voort te zetten. Van de regio’s is toen gevraagd om een Regionaal Uitvoeringsplan op te stellen, waarin uitgewerkt is welke uitvoertingsafspraken er worden gemaakt om de komende periode voldoende stappen te kunnen zetten richting “sociale inclusie”. Het uitvoeringsplan BW MO, waarin zowel de inhoudelijke visie van de regio is beschreven als een eerste schets van de uitvoeringsafspraken voor de regio West-Brabant-West, is in juni 2020 vastgesteld door de colleges van de zes gemeenten.

Vervolgens is er een implementatieplan opgesteld voor het doordecentralisatietraject voor Beschermd Wonen en een plan van aanpak voor de Brede Aanpak Dak- en Thuisloosheid.

De uitvoeringsafspraken zoals beschreven in het Uitvoeringsplan van onze regio waren gebaseerd op de verwachting dat het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd Wonen op 01-01-2022 ingevoerd zou worden en dat er in oktober 2020 informatie beschikbaar zou komen over de financiële doorvertaling van het ingroeipad van het objectieve verdeelmodel. Op 7 december 2020 heeft Minister Ollongren (BZK) echter in een kamerbrief bekend gemaakt dat de invoering van de herijking van het gemeentefonds met één jaar uitgesteld gaat worden (van 01-01-2022 naar 01-01-2023). Het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd Wonen is gekoppeld aan de herijking van het gemeentefonds, waardoor de invoering hiervan ook met een jaar wordt uitgesteld. Dit uitstel brengt een nieuwe (financiële) werkelijkheid met zich mee die ons ertoe bewogen heeft om de eerder gemaakte keuzes m.b.t. de doordecentralisatie van het beschermd wonen te evalueren. Tijdens het regionale bestuurlijk overleg van 17 december zijn er een aantal scenario’s voorgelegd aan de bestuurders. De uitwerking hiervan vindt u onder H2 van dit Uitvoeringsplan.

1. Inhoudelijke visie op vormgeving ondersteuning In het advies van de Commissie Dannenberg staan diverse condities voor sociale inclusie beschreven. Deze condities, welke nodig zijn om de participatie van kwetsbare mensen te ondersteunen, hebben we verwerkt in onze inhoudelijke visie op hoe we de ondersteuning aan deze doelgroep vorm willen geven. Vraaggerichte, duurzame ondersteuning In de huidige situatie wordt er binnen de regio nog sterk het onderscheid gemaakt in de organisatie van de maatschappelijke opvang, het beschermd wonen en ambulante woonbegeleiding. De vraag is of dit wenselijk is, aangezien de doelgroepen die gebruik maken van deze voorzieningen veel overeenkomsten vertonen en er ook vaak doorstroom is van de ene naar de andere voorziening. De visie is dan ook om de ondersteuning veel flexibeler en meer vraaggericht vorm te gaan geven, waarbij er voortdurend gekeken wordt naar het perspectief van de inwoner. Het doel van de ondersteuning is altijd een stabiele woonplek in de wijk van waaruit men deel kan nemen aan de samenleving, maar de manier waarop invulling gegeven wordt aan dit pad is altijd maatwerk. Belangrijk hierbij is dat er een ondersteuningscontinuüm wordt opgebouwd op meerdere domeinen: zorg, inkomen, wonen, werk/dagactivering, gezondheid en veiligheid.

Dit vraagt van gemeenten dat er gezocht wordt naar manieren om de schotjes tussen deze domeinen te overbruggen en integraal te werken. Hierbij is het tevens belangrijk om de toegang tot diverse (zorg)functies zo laagdrempelig mogelijk te organiseren. Diverse gemeenten zijn momenteel bezig met het ontwikkelen van een integrale toegang en het opstellen van een sociale kaart. Maar er is op alle domeinen nog veel winst te halen door bepaalde functies meer naar voren (naar het voorliggende veld) te brengen en stevig in te zetten op preventie en vroegsignalering. Daarnaast dient er door de diverse partners in de keten ook meer te worden samengewerkt om de ondersteuning zo effectief en efficiënt mogelijk vorm te geven. Dit betekent niet alleen samenwerking tussen zorgaanbieders onderling, maar bijvoorbeeld ook samenwerking tussen zorgaanbieders, welzijnsaanbieders, het Zorg & Veiligheidshuis en woningcorporaties. Daarnaast is het van belang dat er voldoende ruimte is om de ondersteuning die nodig is om stabiel in de wijk te kunnen gaan/blijven wonen ook daadwerkelijk te bieden. Het gaat hier veelal om langdurige trajecten met flexibele intensiteit. Hiervoor is het belangrijk dat er gedegen afspraken worden gemaakt over de huisvesting en begeleiding van cliënten die uitstromen uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang die breed gedragen worden door de diverse ketenpartners.

De gemeenten dienen er daarnaast -middels het inrichten van goede integrale cliëntopvolging- voor te zorgen dat de cliënt altijd de ondersteuning krijgt die op dat moment het meest passend is en dat de kwaliteit van deze ondersteuning geborgd wordt. Op het gebied van toezicht en cliëntopvolging worden al diverse stappen gezet, maar het vraagt van alle gemeenten nog aandacht om deze ontwikkelingen beter op elkaar af te stemmen. Versterken van zelfmanagement: scheiden van wonen en zorg en inzet van ervaringsdeskundigen en het eigen netwerk Daar waar momenteel nog bijna standaard een beschermd wonen indicatie wordt ingezet waarbij ook de woonlasten vanuit de zorgindicatie worden betaald, zal de komende jaren steeds meer toegewerkt worden naar het zogenaamde “scheiden van wonen en zorg”. Door cliënten -middels goede begeleiding en waar nodig met verscherpt toezicht- zelf verantwoordelijk te maken voor zaken die komen kijken bij het wonen, wordt de cliënt beter voorbereid op de overstap naar zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Het scheiden van wonen en zorg biedt cliënten de mogelijkheid om zaken op het gebied van wonen zelf te gaan managen in een beschermde omgeving waarbij zorg/begeleiding 24/7 in nabijheid is.

Voor die cliënten waarvoor dit als gevolg van uiterst complexe problematiek (nog) niet mogelijk is dienen er intramurale beschermde woonvormen beschikbaar te blijven. Om de verschuiving naar het scheiden van wonen en zorg te realiseren dienen de gemeenten meer regie te gaan voeren en de regionale visie op diverse niveaus (bestuurlijk, ambtelijk) uit te dragen. Van de uitvoerende medewerkers vraagt dit meer sturing op het versterken van zelfmanagement bij cliënten. Hierbij is de formulering van duidelijke ondersteuningsdoelen (en de uitwerking hiervan) in een ondersteuningsplan en gedegen cliëntopvolging essentieel. Om een goede aansluiting vanuit jeugdzorg op Wmo ondersteuning te kunnen realiseren is het daarnaast belangrijk dat er bij het vormgeven v.d. ondersteuning over de leeftijd van 18 jaar heen wordt gedacht en dat er in een vroeg stadium samen met de jongere wordt bekeken wat er nodig is na afloop van het jeugdzorgtraject (ambulante begeleiding, beschermd wonen, anders…) en wat hiervoor geregeld moet worden (behandeling onder de Zorgverzekeringswet, inkomensondersteuning, huisvesting etc.). Het is tevens belangrijk

dat er goede afspraken worden gemaakt met ketenpartners over de mogelijkheden en onmogelijkheden van directe verhuur, onderverhuur en/of het vragen van woonbijdragen aan beschermd wonen cliënten. Naast het scheiden van wonen en zorg, gaat de inzet van ervaringsdeskundigen en het eigen netwerk van de cliënt een steeds grotere rol spelen bij het versterken van het zelfmanagement van cliënten. Diverse partners in het veld maken al gebruik van ervaringsdeskundigen, maar hier moet nog meer op worden gestuurd. Het realiseren van laagdrempelige ontmoetingsplaatsen in de wijk, waar mensen met psychische problemen binnen kunnen lopen en andere mensen kunnen ontmoeten of zichzelf verder kunnen ontwikkelen kan hierbij ondersteunend zijn. Ook op het gebied van informele zorg (het activeren van het netwerk van de cliënt) valt er nog veel te halen. Het verkennen van deze mogelijkheden zou een vaste plek moeten krijgen in het plan dat met de cliënt wordt opgesteld. Een breed arsenaal aan betaalbare wooneenheden De verschuiving van het klassieke beschermd wonen naar beschermd wonen waarbij de woonlasten niet langer vanuit de zorgindicatie worden betaald, vraagt mogelijk om een andere inzet van zorgmaatschappelijk vastgoed.

Veel zorgmaatschappelijk vastgoed wordt momenteel nog ‘bezet’ door woonvormen met een intramurale setting, waarbij cliënten een eigen kamer hebben en gebruik maken van gemeenschappelijke ruimten voor bijvoorbeeld koken. Hierbij dient er door de diverse zorgaanbieders met hun verhuurders gekeken te worden naar welke panden voor welke vorm van beschermd wonen en opvang het meest geschikt zijn. De gemeenten kunnen hierin ondersteunen. Daarnaast is er nog te weinig spreiding van beschermde woonvormen over de regio; nieuwe initiatieven ontstaan vooral in Bergen op Zoom en Roosendaal. Met zorgaanbieders, woningcorporaties en particuliere verhuurders zal er daarom gesproken moeten worden over de mogelijkheden om gespreid over de regio kleine wooneenheden in te gaan zetten voor beschermd wonen (en evt. maatschappelijke opvang). Naast het realiseren van voldoende passende betaalbare wooneenheden waar cliënten (tijdelijk) beschermd kunnen wonen, is het belangrijk dat er voldoende passende woningen beschikbaar komen voor cliënten die vanuit het beschermd wonen of de maatschappelijke opvang doorstromen naar een eigen woning (met ambulante begeleiding). Hiervoor dienen de gemeenten de verwachtte uitstroom voor de komende jaren in kaart te brengen en hierover prestatieafspraken te maken met de woningcorporaties (en mogelijk andere verhuurders).

Ook hierbij is het voldoende spreiden van cliënten over de regio een aandachtspunt. Het heeft dan ook de voorkeur om het huisvesten van cliënten uit deze doelgroep te organiseren middels een regionale regeling. Een uitdaging m.b.t. de transformatie van het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang blijft ook het creëren van voldoende draagvlak onder wijkbewoners. Het idee van een inclusieve samenleving -waarbij mensen met psychiatrische problematiek niet langer in een instelling wonen, maar onderdeel uitmaken van de wijk en het straatbeeld- roept bij sommige mensen weerstand op. Dit is veelal gekoppeld aan angst voor het verslechteren van de leefbaarheid van de wijk als gevolg van de toename van overlast. Het is daarom van groot belang dat alle ketenpartners een gezamenlijke verantwoordelijkheid voelen en nemen voor het behoud van de leefbaarheid van de wijken. Een duurzame samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars Om goede en efficiënte zorg en ondersteuning te kunnen bieden aan alle inwoners die dat nodig hebben en de zorgkosten beheersbaar te houden, is samenwerking tussen professionals en aanbieders cruciaal. Dit valt of staat bij de samenwerking tussen de financiers van zorg en ondersteuning.

VNG en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) hebben samen een werkstructuur ontwikkeld die moet zorgen voor een landsdekkende en structurele samenwerking tussen het zorgdomein en het sociaal domein op tenminste de thema’s ouderen, GGZ en preventie. Er is inmiddels een regioscan gemaakt en op basis hiervan zal de agenda van deze regionale samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars worden opgesteld. Daarnaast wordt er met het Zorg en Veiligheidshuis, het OGGZ-team, zorgverzekeraar CZ en GGZ-WNB gekeken naar de mogelijkheden om het zorgaanbod voor cliënten met hoog-complexe problematiek sluitend te maken. Momenteel wordt namelijk aanbod gemist voor die cliënten wiens zorgvraag tussen klinische behandeling en beschermd wonen in zit.

2. Wijze waarop samengewerkt gaat worden in de regio Samenwerking tussen gemeenten in de regio De samenwerking tussen de gemeenten op de betreffende regionale dossiers is tot dusver altijd soepel verlopen; er is onderling vertrouwen en er zijn altijd goede afspraken gemaakt over financiële solidariteit. Er is wel behoefte om meer balans aan te brengen in de samenwerking, zowel op het vlak ambtelijke inzet als bestuurlijke besluitvorming. Dit willen we realiseren middels een nieuwe samenwerkingsvorm waarin het volgende wordt vastgelegd: • Regionale inkoop van voorzieningen op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, OGGZ en verslavingszorg, zodat we een kwalitatief hoog en sluitend regionaal aanbod kunnen garanderen (de exacte manier waarop dit wordt vormgegeven dient nog te worden uitgewerkt). • Gezamenlijke besluitvorming op de betreffende dossiers (de exacte manier waarop dit wordt vormgegeven dient nog te worden uitgewerkt). • Gezamenlijke voorbereiding van beleid op de betreffende dossiers (de exacte manier waarop dit wordt vormgegeven dient nog te worden uitgewerkt). • Lokale toegang beschermd wonen.

De regiogemeenten worden vanaf 01-01-2022 zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de toegang voor beschermd wonen voor cliënten uit de eigen gemeente (cliënten die voor 01-01-2022 al een beschermd wonen indicatie hebben blijven onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Bergen op Zoom vallen). Middels een structureel uitvoeringsoverleg willen we de afstemming tussen de diverse regionale toegangen borgen. • Regionale/ gezamenlijke financiering. Vanaf 2023 zal het budget voor beschermd wonen in stappen verdeeld worden over de regiogemeenten (hierbij geldt een ingroeipad van 10 jaar). Omdat de herverdeling van de middelen nog niet definitief is en het te verwachtten aantal nieuwe cliënten dat een aanvraag voor beschermd wonen gaat doen bij de regiogemeenten nog niet duidelijk is, is er gekozen voor een regionale financiering van het beschermd wonen tot en met (in ieder geval) 2025. Het budget voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en OGGZ zal nog tot en met (in ieder geval 2025) aan de centrumgemeente Bergen op Zoom uitgekeerd worden, waardoor er ook voor deze taken de komende jaren sprake blijft van een regionale financiering. Als onderdeel van de afspraken over de regionale financiering zal er tevens een verdeelsleutel worden opgesteld die zal worden gebruikt voor het verdelen van een eventueel financieel tekort over de zes gemeenten.

• Realiseren/onderhouden basistakenpakket preventieve voorzieningen. Door te werken met een regionale financiering ontstaat ook de verplichting om als gemeente (minimaal) gelijkwaardig in te zetten op het voorkomen van instroom in de maatschappelijke opvang, beschermd wonen, verslavingszorg en OGGZ. Hoe een gemeente exact vorm geeft aan preventie en vroegsignalering is een lokale verantwoordelijkheid, maar middels het afstemmen van een zogenaamd basistakenpakket zal er wel een gezamenlijke lijn worden uitgezet. Samenwerking met ketenpartners in de regio Momenteel vinden er al diverse overleggen plaats met betrokken partners in de regio: • Met de zorgaanbieders voor het beschermd wonen wordt 4 maal per jaar een Fysieke Overlegtafel gehouden en vindt er (ten minste) eenmaal per jaar een accountgesprek plaats. • Met de partij die de maatschappelijke opvang momenteel vormgeeft wordt regelmatig een bilateraal overleg gehouden. • Met de bestuurders van alle partners binnen het Regionaal Kompas vindt er eenmaal per jaar een gezamenlijk overleg plaats waarin het Jaarplan Regionaal Kompas voor het komende jaar wordt besproken. Dit is echter nog niet voldoende om de gezamenlijke opgaven die voor ons liggen tot een succes te maken.

Het is dan ook belangrijk dat de diverse partners waarmee nu gesproken wordt ook meer met elkaar gaan samenwerken, zodat er een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid ontstaat. Om dit in gang te zetten zijn we in 2019 gestart met een aantal sessies met vertegenwoordigers van zorgaanbieders en woningcorporaties. Hieruit zijn diverse aandachtspunten naar boven gekomen die betrekking hebben op de onderlinge samenwerking. Met deze aandachtspunten zijn we in 2020 aan de slag gaan in het project “de Juiste Ondersteuning op de Juiste Plek”, waarin er gekeken is hoe we er gezamenlijk voor kunnen zorgen dat mensen uit de doelgroep MO BW duurzaam worden gehuisvest en hierin worden begeleid op een manier die aansluit bij hun zorgbehoefte. In 2021 wordt dit project vervolgd en zal er worden toegewerkt naar een samenwerkingsovereenkomst/ convenant.

Overgangsfase nieuwe en oude verdeling van taken en budgetten Het jaar 2021 wordt door de gemeenten gezien als een soort overgangsjaar. Bij de voorbereiding van de nieuwe samenwerkingsvorm en de inkoop van het beschermd wonen voor 2022 en verder wordt er zeer nauw samengewerkt. Maar ook de diverse andere taken op het gebied van beleidvorming worden in 2021 steeds meer verdeeld over de diverse beleidsadviseurs in de regio. Om de uitvoerende medewerkers van de gemeenten goed voor te bereiden op de overgang naar een lokale toegang voor beschermd wonen is daarnaast in februari 2021 het “Leerjaar Uitvoering Beschermd Wonen” van start gegaan. Middels dit leerjaar worden de Wmo-consulenten van de regiogemeenten door de Wmo-consulenten van de centrumgemeenten in stappen voorbereid op het zelfstandig kunnen indiceren en opvolgen van beschermd wonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1134/documents/29391