CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

23-2021 Nota Integraal Dierenwelzijnsbeleid.pdf

Commissie 9 september 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7: Raadsmededeling 23-2021 Nota Integraal Dierenwelzijnsbeleid4.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmededeling Gemeente --7 Roosendaal :( Datum:

30, maart2Û2l

Zaaknummer: 362188

Van:

het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Wethouder Raaijmakers

Aan:

de raad van de gemeente Roosendaal

Steller:

E. Oostvogels, E.J. Blook

Kopie aan:

J. Blomsteel, M. Vonk

Onderwerp:

lntegraal Dierenwelzijnsbeleid

Bijlage:

Nota lntegraal Dierenwelzijnsbeleid

Kennisnemen van Het dierenwelzij nsbeleid

Inleiding

Op 4 juli 2019 heeft de gemeenteraad de motie 'lntegraal Dierenwelz'rjnsbeleid' (motie 12) unaniem aangenomen. ln de motie wordt het college verzocht om te komen tot een analyse van de problemen bij de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid in Roosendaal en om een integrale dierenwelzijnsnota te ontwikkelen. Dit in samenwerking met betrokken professionele en private partners. I

nformatie/kern boodschap

Nota dierenwelziinsbeleid met partners tot stand gekomen

De afgelopen maanden hebben wij met diverse betrokken partners (zowel intern als extern) gesprekken gevoerd. Hiervoor hebben wij breed uitgenodigd en de oproep gedaan de uitnodiging door te sturen, mochten wij iemand vergeten zijn. Met deze partners zijn wij in gesprek gegaan om allereerst input op te halen voor het dierenwelzijnsbeleíd. Wat vinden zij belangrijke onderwerpen? Tegen welke problemen lopen

z¡aan bij hun werkzaamheden? Mede op basis van deze input is het concept dierenwelzijnsbeleid tot stand gekomen. Het concept beleid is voorgelegd aan alle partners om hen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Dit proces heeft geresulteerd in de nota die voor u li4. Noto diere nwe lzii nsbe le id ee rste sta p

Tot op heden was er geen dierenwelzijnsbeleid in gemeente Roosendaal. Meerwaarde van het proces dat doorlopen is, is dat diverse organisaties met elkaar hebben kennisgemaakt en verbindingen z'rjn gelegd. Uit de gesprekken bleek namelijk, dat men onvoldoende op de hoogte is van elkaars werkzaamheden en elkaar niet altüd goed/makkelijk weet te vinden. Knelpunten, die door meerdere partners herkend werden, zijn verwerkt in de nota. Hierop zijn doelstellingen en acties benoemd, waarmee wij de komende tijd verder aan de slag gaan. Het vaststellen van het dierenwelzijnsbeleid en de daarin benoemde acties is een eerste stap om het welzijn van de dieren in Roosendaalte behouden en verder te verbeteren, daar waar dit noodzakelijk is.

Somen met partners de volgende stoppen zetten Met de betrokken organisat¡es gaan we in2O21, in gesprek om de benoemde knelpunten verderte analyseren en gezamenlijk te zoeken naar mogelijke oplossingen. De gemeente neemt hiervoor het voortouw.

Consequenties Het dierenwelzijnsbeleid is een eerste aanzet om het dierenwelzijn in gemeente Roosendaal op de kaart

te

zetten. ln het beleidsstuk zijn diverse acties benoemd, die in gezamenlijkheid opgepakt dienen te worden. Gemeente Roosendaal zal hiertoe het in¡tiatief nemen, maar kan d¡t n¡et zonder medewerking van de partners in het veld' Met elkaar zalgekeken worden welke acties de prioriteit hebben en wat een realistische tijdsplanning is. Communicatie Dierenwelzijnsbeleid is naar alle betrokken partners (zowel intern als extern) gestuurd Vervolg(procedure| uitvoering geven aan de acties benoemd in het dierenwelzijnsbeleid. Bijlagen

Nota I ntegraa I Dierenwelzijnsbeleid

Afsluiting en ondertekening

wíj vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geinformeerd Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van De

secretaris,

De bu

DIEREN WELZIJNS BELEID GEMEENTE ROOSENDAAL 2021-2025

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................ 03 Wat is dierenwelzijn?............................................................................ 03 Integraliteit ............................................................................................ 03 Afbakening ............................................................................................. 03 2. Wettelijk kader...................................................................................... 05 3. Ambitie .................................................................................................. 05 4. Het gehouden dier ............................................................................. 06 Huisdieren ............................................................................................. 06 Honden .................................................................................................. 06 Overlast voor andere dieren .............................................................. 06 Evenementen ....................................................................................... 07 Doelstellingen ........................................................................................07 Acties ......................................................................................................

07 5. Dieren in nood ..................................................................................... 08 Gevonden dieren met een (vermeende) eigenaar ........................ 08 Dood gevonden dieren ...................................................................... 08 Dierenmishandeling of -verwaarlozing .......................................... 08 Dierenambulance ................................................................................ 09 Asiel ........................................................................................................ 09 Dieren en kwetsbare doelgroepen .................................................. 09 Dieren bij evacuaties en rampen ...................................................... 10 Doelstellingen ....................................................................................... 10 Acties ...................................................................................................... 10 6. Overig ..................................................................................................... 11 Vuurwerk ................................................................................................ 1 1 Kinderboerderij en hertenkamp ........................................................ 1 1 Overlast van in het wild levende dieren...........................................

1 1 Regionale afstemming......................................................................... 1 1 Doelstellingen ........................................................................................ 1 1 Acties ....................................................................................................... 12 7. Regie en samenwerking....................................................................... 12 8. Middelen ................................................................................................ 13 9. Vervolg ................................................................................................... 13 Bijlagen ....................................................................................................... 14

1. Inleiding Dieren verrijken het leven van veel mensen op vele verschillende manieren. Als gezelschap in de vorm van een huisdier en als onderdeel van een aantrekkelijke buitenruimte. Mens en dier zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Soms kunnen de belangen van mens en dier conflicteren. Het is daarbij belangrijk oog te hebben voor het welzijn van dieren, omdat het wezens zijn met gevoel. Dieren verdienen daarom zorg en aandacht. Veel besluiten en handelingen van een gemeente zijn van invloed op het welzijn van dieren. Hoe regelen we dat mens en dier in goede harmonie samenleven? Hoe zorgen we ervoor dat het welzijn van dieren een integraal onderdeel uitmaakt van onze handelingen? Deze eerste nota Integraal Dierenwelzijnsbeleid van gemeente Roosendaal is een start daartoe. Met deze nota staat het welzijn van dieren voortaan duidelijk op de kaart en is het belegd binnen het college van B&W. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn diverse stakeholders betrokken. Stakeholders waarmee voorheen niet of nauwelijks contact was en die ook door dit proces nu ook onderling verbindingen leggen. Op twee verschillende momenten is hen om input gevraagd, welke is meegenomen bij de totstandkoming van het dierenwelzijnsbeleid.

Bij de uitvoering van deze nota zullen zij nauw betrokken worden om gezamenlijk het welzijn van de dieren in gemeente Roosendaal te behouden en, daar waar noodzakelijk, te verbeteren. De eerste stappen zijn gezet! Wat is dierenwelzijn? In de Wet Dieren (zie hier) staat de intrinsieke waarde van het gehouden dier centraal. Hieronder wordt verstaan de erkenning van de eigenwaarde van dieren. Het zijn wezens met gevoel. In de wet wordt bepaald dat het zonder redelijk doel verboden is bij een dier pijn of letsel te veroorzaken of om de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen:

‘Dieren dienen gevrijwaard te zijn van dorst, honger, onjuiste voeding, fysiek en fysiologisch ongerief, pijn, verwonding of ziekten, angst en chronische stress en dieren moeten een normaal soorteigen gedrag kunnen vertonen’.

Deze bepaling is in deze nota het uitgangspunt voor het dierenwelzijn. Integraliteit Dierenwelzijnsbeleid heeft raakvlakken met diverse andere gemeentelijke beleidsterreinen, zoals veiligheid, sociaal domein, vergunningen en beheer openbare ruimte. Door nu en in de toekomst de verbinding te verstevigen met deze beleidsterreinen, komt er meer samenhang in de beleidsnota’s die direct of indirect het welzijn van dieren raken. Bij de totstandkoming van deze nota hebben we ook de input vanuit deze verschillende beleidsterreinen opgehaald en verwerkt in de nota. Daarmee ligt er een eerste aanzet tot een meer integraal dierenwelzijnsbeleid van gemeente Roosendaal voor u. Afbakening Voorliggende nota beperkt zich tot het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid. Het gaat hierbij om het welzijn van het individuele dier. De volgende onderwerpen vallen buiten de scope van deze nota:

3

a. Provinciale en landelijke regelgeving: De nota gaat alleen in op dat wat binnen de invloedsfeer en verantwoordelijkheid van de gemeente ligt. Veel onderwerpen worden geregeld op Provinciaal of op Rijksniveau. b. Vleesconsumptie en jacht: Als gemeente vinden wij dat het al dan niet eten van vlees een persoonlijke keuze van inwoners is. Gemeente Roosendaal verpacht geen gronden voor de jacht. Daarom komen deze beide onderwerpen niet terug in deze nota. c. Intensieve veehouderij: Over intensieve veehouderij en megastallen bestaan veel verschillende meningen. Veehouderijen moeten voldoen aan allerlei regels, zoals met betrekking tot ammoniak, geur en fijnstof. Hierop vindt toezicht plaats. Het toezicht op de naleving van milieunormen (opgesteld door de provincie) is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De uitvoering hiervan is overgedragen aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. d. Dierproeven: Hier is een Europese richtlijn voor, die is verwerkt in nationale wet- en regelgeving. e. Biodiversiteit: Dit komt terug in de Visie Roosendaal Natuurstad (wordt eerste helft van 2021 afgerond). Tijdens de gesprekken met belanghebbenden werd dit onderwerp genoemd. Biodiversiteit draagt immers bij aan het welzijn van dieren. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van de Visie Roosendaal Natuurstad. f.

Maaien, snoeien en overig groenbeheer: Dit is geregeld in de Nota Verbindend Beheren en Notitie Verbindend Groen g. Sportbeoefening met dieren, zoals met paarden, honden en duiven: sportvisserij komt terug in de Nota Verbindend Beheren. Voor overige dieren, waarmee sport wordt beoefend, geldt de algemene zorgplicht voor dieren.

4

2. Wettelijk kader Voor iedere burger geldt de algemene zorgplicht ten aanzien van dieren. Dieren mogen geen nadelige gevolgen ondervinden van het (nalaten van) handelen van mensen. Dit is geregeld in de Wet Dieren. Daarnaast is men verplicht een dier in nood te helpen. De gemeentelijke bevoegdheden op het gebied van dierenwelzijn zijn beperkt. Nationale regels zijn vaak leidend. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste wettelijke bepalingen met betrekking tot dierenwelzijn. Gemeente Roosendaal volgt de bestaande nationale wetgeving met betrekking tot dierenwelzijn.

De gemeente heeft de volgende wettelijke taken: 1. Bewaarplicht van gevonden dieren (Burgerlijk Wetboek) 2. Opvang- en bewaarplicht van dieren bij huisontruimingen (Algemene Wet Bestuursrecht) 3. Ten aanzien van in het wild levende dieren hebben gemeenten op basis van het

Burgerlijk Wetboek geen bewaarplicht, maar vanuit de Wet natuurbescherming is

er in algemene zin wel een zorgplicht.

3. Ambitie Het welzijn van dieren wordt beïnvloed door het doen en laten van de gemeente. Dit geldt zowel voor dieren met een eigenaar, als voor dieren die in het wild voorkomen.

De ambitie van het Roosendaalse dierenwelzijnsbeleid is: Bijdragen aan het behouden en, waar noodzakelijk, verbeteren van het welzijn van zowel gehouden dieren als in het wild levende dieren binnen de gemeentegrenzen van Roosendaal.

In de volgende hoofdstukken wordt beschreven welke acties de gemeente zal initiëren, ondersteunen en/of uitvoeren om deze ambitie vorm te geven. De gemeente staat hierin niet alleen en kan dit alleen realiseren in samenwerking met de diverse stakeholders, die bij het opstellen van deze nota betrokken zijn.

5

4. Het gehouden dier Huisdieren Onder huisdieren verstaan we dieren, die in (zeer) kleine aantallen meestal binnenshuis worden gehouden, zoals honden en katten. Niet alle dieren zijn geschikt als huisdieren. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft een huis- en hobbydierenlijst opgesteld. Hierop staan de dieren die thuis gehouden mogen worden. Chippen van honden en katten Sinds 1 april 2013 geldt er een chip- en registratieplicht voor honden. Reden hiervoor is het aanpakken van malafide hondenfokkerij en -handel. Omdat dit probleem bij katten veel minder speelt, is er in Nederland geen chipplicht voor katten. Echter, de roep om een landelijke chipplicht voor katten wordt steeds luider. Om de groeiende populatie zwerfkatten, welk probleem ook in Roosendaal speelt, in te dammen, heeft de Tweede Kamer de landbouwminister opgeroepen een tweejarige proef te doen met het chippen van katten. In afwachting van eventuele landelijke besluitvorming hierover, zullen we inwoners wijzen op het belang van het laten chippen en registreren van hun kat. Dit zullen we doen in afstemming met de externe partners en in de maand juni. Landelijk is deze maand namelijk gekozen als chipmaand om extra aandacht aan het chippen van huisdieren te besteden. Er is bewust gekozen voor deze maand, omdat de vakantieperiode er aan komt en veel huisdieren dan vermist raken.

Honden In de APV zijn enkele bepalingen opgenomen ten aanzien van honden: • Binnen de bebouwde kom mogen honden alleen loslopen op daartoe aangewezen gebieden Buiten de bebouwde kom mogen honden wel loslopen, behalve in daartoe aangewezen gebieden in de ‘Nadere regel honden in de ecologische verbindingszones’; • De eigenaar of houder van een hond moet de uitwerpselen direct opruimen (met uitzondering van daartoe aangewezen locaties); • Het college kan een gevaarlijke hond een muilkorfgebod en/of aanlijngebod opleggen. Inmiddels zijn er 12 hondenspeelplaatsen in Roosendaal. Plaatsen waar honden vrij mogen lopen en kunnen spelen. Hondenspeelplaatsen zijn daarnaast ook plekken waar buurtbewoners elkaar ontmoeten. Wanneer er in een wijk of dorp nog geen hondenspeelplaats is, maar daar wel behoefte aan is, zal de gemeente meedenken en faciliteren daar waar mogelijk. Hinder voor andere dieren Huisdieren kunnen andere dieren in bepaalde omstandigheden hinder bezorgen, zonder dat eigenaren dat vaak beseffen. Katten vertoeven ’s nachts vaak buiten en zijn dan een gevaar voor vogels en dieren langs de waterkant. Honden jagen achter dieren zoals eenden en kuikentjes aan, wat in het broedseizoen niet gewenst is, maar ook niet als er sneeuw ligt.

Wanneer eigenaren van honden en katten zich hier bewuster van worden door middel van voorlichting, kunnen zij op een simpele manier bijdragen aan het welzijn van de in het wild levende dieren. Via (social) media licht de gemeente de inwoners in het broedseizoen hierover voor.

6

Evenementen De Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Roosendaal biedt niet de mogelijkheid om een vergunning voor een evenement te weigeren op basis van dierenwelzijn. Alleen als er duidelijk sprake is van dierenmishandeling of respectloos bejegenen van dieren, kan een vergunning voor een evenement waar dieren bij betrokken zijn geweigerd worden. In de APV is opgenomen dat het verboden is om ballonnen op te laten in de open lucht. De resten van deze ballonnen komen in de natuur terecht en kunnen door dieren worden opgegeten. Het oplaten van ballonnen is ongewenst voor het welzijn van de natuur en dieren.

Doelstellingen 1. Terugdringen van de groeiende populatie zwerfkatten. 2. Aanwezigheid hondenspeelplaatsen in de wijken en dorpen. 3. Preventief eraan bijdragen dat huisdieren en andere (wilde) dieren in goede harmonie samenleven.

Acties 1. Middels (social) media wijst de gemeente inwoners op het belang van het laten chippen van huisdieren. 2. De gemeente faciliteert de realisatie van hondenspeelplaatsen, wanneer er in een wijk of dorp nog een ontbreekt. 3. De gemeente wijst eigenaren van honden en katten op het gevaar, dat hun huisdieren kunnen zijn voor andere dieren.

7

5. Dieren in nood Dieren kunnen om verschillende redenen in nood verkeren. Ze kunnen op straat gevonden zijn, mishandeld of verwaarloosd worden. Deze dieren dient op basis van het Burgerlijk Wetboek (zie hier) hulp verleend te worden. Gevonden dieren met een (vermeende) eigenaar De gemeente heeft de wettelijke verplichting om gevonden dieren voor een termijn van 14 dagen te bewaren en verzorgen. Deze verplichting is in Roosendaal uitbesteed aan Stichting Asiel Roosendaal (hierna Arduin genoemd). Gemeente Roosendaal en Arduin zijn een overeenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan. De gemeente vergoedt de kosten van het in bewaring nemen, alsmede de kosten van de dierenarts en de noodzakelijke kosten voor het ophalen. Indien het dier na de periode van twee weken niet door de rechthebbende is opgeëist, zal de gemeente de kosten van bewaring en normale verzorging vergoeden voor zoveel langer als nodig is om het dier te kunnen plaatsen, dit voor een maximum van 7 dagen. De opbrengst bij een eventuele verkoop binnen de periode van 21 dagen zal in mindering worden gebracht op de te vergoeden kosten. Indien een dier tijdens de in bewaringneming wordt opgeëist door de rechthebbende, zal Arduin de gemaakt kosten voor in bewaring nemen aan de rechthebbende in rekening brengen. Arduin neemt namens de gemeente hoofdzakelijk honden, katten, konijnen en knaagdieren in bewaring.

Overige dieren zullen door Arduin zoveel mogelijk in bewaring worden gegeven aan daartoe gespecialiseerde opvangadressen. Veel burgers weten niet hoe zij moeten handelen wanneer ze een gewond dier aan treffen. Wie kunnen ze bellen voor hulp en hoe kunnen zij het dier eerste hulp verlenen? Het is daarom belangrijk om duidelijk te communiceren wie waarvoor gebeld kan worden. De gemeente zal dit duidelijk aangeven op de website. Ook het promoten van een EHBOcursus voor dieren is aan te bevelen. Wanneer dergelijke cursussen worden gehouden in Roosendaal, kan de gemeente deze onder de aandacht van de inwoners brengen. Dood gevonden dieren Gevonden dode dieren worden door de gemeente opgehaald en naar Saver gebracht. Huisdieren worden 4 weken bewaard om de eigenaar de kans te geven een waardig afscheid van hun dier te nemen. Van huisdieren, zoals katten of honden, wordt de chip uitgelezen om de eigenaar te achterhalen. Ook worden de dieren aangemeld bij Stichting Amivedi. Deze stichting helpt mensen die hun huisdier kwijt zijn geraakt het terug te vinden. Wordt een dier niet opgehaald, dan wordt het kadaver verwerkt door Saver. Dierenmishandeling of -verwaarlozing Wanneer er een vermoeden bestaat van dierenmishandeling, kan dit gemeld worden bij de dierenpolitie (telefoonnummer centrale meldpunt 0900 8844).

Afhankelijk van de aard van de melding wordt de dierenpolitie, de Dierenbescherming de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ingezet. De dierenagenten treden onder andere op tegen: • dierenmishandeling; • dierenverwaarlozing; • ontuchtige handelingen met dieren en dierenporno;

8

• doden of mishandelen van een dier van een ander; • aanhitsen van een dier; • stroperij (wild/vis) en verstoren van nesten. Dierenambulance De dierenambulance rijdt 7 dagen per week, 24 uur per dag. ‘s Avonds en ‘s nachts alleen voor spoedgevallen. De dierenambulance is van maandag t/m zaterdag tijdens kantooruren rechtstreeks te bereiken. ‘s Avonds en op zon- en feestdagen is de ambulance te bereiken via tel. 144 of de politie tel. 0900 8844. De dierenambulance is een ophaaldienst en verricht geen medische handelingen. Mocht een dier gewond zijn, dan zorgt de dierenambulance dat het dier zo snel mogelijk medische zorg krijgt. Dierenartsen hebben hier ook een rol in. Honden en katten worden in het asiel opgevangen. Voor overige dieren wordt eerste noodopvang geboden. Daarna gaan deze dieren naar een gespecialiseerde opvang. Asiel In Roosendaal en omgeving zitten diverse asielen, die ook dieren in nood opvangen. Te denken valt aan de egel-, wild- en vogelopvang. Deze organisaties draaien op vrijwilligers en sponsorbijdragen en zetten zich vol overtuiging in om het dierenwelzijn in Roosendaal te verbeteren. Zij zijn een waardevolle aanvulling op de taken en verantwoordelijkheden die de gemeente heeft. Om het dierenwelzijn in Roosendaal te verbeteren, hebben deze organisaties en Arduin behoefte aan betere onderlinge samenwerking en communicatie.

Streven is dat partijen beter op de hoogte zijn van de fysieke conditie van een dier en daardoor adequater en sneller de juiste zorg kunnen bieden, waardoor onnodig lijden bespaard blijft. Dieren en kwetsbare doelgroepen Om verschillende redenen zijn eigenaren niet altijd (meer) in staat om goed voor hun dier te zorgen, zoals bijvoorbeeld bij armoede, dementie, detentie, huisuitzetting. Bij huisontruimingen is er wel een bewaar- en zorgplicht voor de dieren, maar in de andere gevallen is er geen wettelijke taak voor de gemeente. Voor sociale hulpverleners, die achter de voordeur komen, is een belangrijke signalerende functie weggelegd. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat er een verband bestaat tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld. Als zij oog hebben voor het welzijn van de aanwezige dieren, kan tijdig worden ingegrepen wanneer er sprake lijkt te zijn van het onthouden van medische zorg, van voeding of van verzorging & aandacht. Hiermee kan preventief dierenleed worden voorkomen. Vrijwilligers zouden kunnen worden ingezet om inwoners te ondersteunen bij de verzorging van hun dier, wanneer zij hier zelf niet meer goed toe in staat zijn. Deze vrijwilligers zouden de dieren bijvoorbeeld uit kunnen laten of meenemen naar een dierenarts. Op deze manier hebben deze inwoners nog wel het plezier en gezelschap van een dier, zonder dat het dier daaronder lijdt.

De gemeente zal de mogelijkheid voor het inzetten van vrijwilligers hiervoor verkennen.

9

Dieren bij evacuaties en rampen Het college van B&W is belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening (Wet veiligheidsregio’s). De brandweer moet in haar taken zorgen voor de veiligheid van mens en dier. Wanneer een huisdier betrokken is bij een ramp, wordt contact opgenomen met de dierenambulance. In het geval van vee wordt contact opgenomen met LTO Nederland.

Doelstellingen 1. Inwoners zijn ervan op de hoogte hoe ze moeten handelen wanneer een dier in

nood is of is overleden

2. Een dier in nood krijgt zo spoedig mogelijk de juiste hulp en opvang 3. Kwetsbare inwoners krijgen daar waar mogelijk ondersteuning in mogelijkheden om

hun huisdier te verzorgen, wanneer zij daar zelf niet meer toe in staat blijken te zijn

Acties 1. Op de website van de gemeente wordt inzichtelijk gemaakt hoe te handelen wanneer een dier in nood is of overleden en wie gebeld kan worden 2. Indien er EHBO-cursussen voor dieren worden gegeven en hieraan behoefte is, kan de gemeente via (social) media inwoners hierop attenderen. 3. De gemeente initieert een gesprek met betrokken organisaties om het proces te beschrijven, wanneer een dier in nood verkeert. Hierbij wordt verkend of er behoefte is aan een dierennoodnummer voor gemeente Roosendaal en wat de mogelijkheden zijn. Tevens wordt ook besproken of het wenselijk is een ‘sociale kaart’ te maken, waarop voor alle betrokken organisaties staat aangegeven wie wanneer gebeld kan worden. 4. De gemeente gaat in gesprek met organisaties die inwoners ondersteunen om mogelijkheden tot signalering te verkennen en onderzoekt de mogelijkheden en behoefte om vrijwilligers in te zetten voor de verzorging van huisdieren, wanneer de eigenaar hier zelf niet of onvoldoende toe in staat is.

10

6. Overig Vuurwerk Dieren ondervinden veel hinder van vuurwerk. Daarom zal de gemeente jaarlijks voorafgaand aan de jaarwisseling inwoners hierop attenderen en is er extra toezicht rondom kwetsbare objecten zoals kinderboerderijen en dierenparkjes. Kinderboerderij en hertenkamp In de gemeente is 1 kinderboerderij, te weten Kinderboerderij Minnebeek. De exploitatie van de kinderboerderij is belegd bij Stichting Groenhuysen. Deze kinderboerderij heeft het keurmerk Kinderboerderij van de Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland (vSKBN) en voldoet daarmee aan alle wettelijk eisen (onder andere ten aanzien van dierenwelzijn). In de gemeente is 1 hertenkamp in Nispen. Bij het Vrouwenhof en in de Westrand zit een dierenparkje. Bewoners verzorgen de dieren in deze parkjes. Hinder van in het wild levende dieren Naast plezier ervaren mensen soms ook hinder van dieren. Bij het voorkomen van hinder door in het wild levende dieren 1, zoals duiven, kauwen etc., staat het welzijn van deze dieren voorop. Daar waar mogelijk streeft de gemeente ernaar de hinder preventief op een natuurlijke manier te bestrijden (al dan niet in samenwerking met inwoners). Zo worden meeskasten geplaatst voor het bestrijden van de eikenprocessierups en uilenkasten voor de bestrijding van muizen en ratten.

Inwoners zijn zich er vaak niet van bewust dat zij op een simpele manier zelf ook kunnen bijdragen een het voorkomen van hinder door dieren. Zo worden bijvoorbeeld in de winter vaak vetbollen opgehangen om vogels bij te voeren. Stukjes vet vallen dan op de grond, wat muizen en ratten aan trekt. Dit geldt ook voor het achtergebleven brood bij het voeren van eendjes. Voorlichting hierover kan hinder voorkomen. Regionale afstemming Diverse organisaties, die betrokken zijn bij het dierenwelzijn in de gemeente, voeren hun werkzaamheden niet alleen voor Roosendaal uit, maar in regionaal verband. Deze regiogemeenten zouden in bepaalde vraagstukken mogelijk gezamenlijk kunnen optrekken en kennis en ervaring uitwisselen. Daarom zal een gesprek georganiseerd worden met een aantal gemeenten uit de regio om de behoefte aan en meerwaarde hiervan te bespreken.

Doelstellingen 1. Beperken overlast vuurwerk voor dieren door voorlichting. 2. Hinder van in het wild levende dieren preventief en op een natuurlijke manier bestrijden. 3. Regionale afstemming tussen gemeenten op vraagstukken waarbij dat wenselijk/

1

noodzakelijk is.

Mensen mogen geen onnodig leed veroorzaken bij wilde dieren. Bovendien zijn sommige wilde dieren beschermd. Zo mogen mensen beschermde dieren niet verjagen, vangen, doden of mishandelen. Wilde dieren zijn alle dieren die van nature in het wild voorkomen, behalve productiedieren, honden en katten.

11

Acties 1. De gemeente attendeert de inwoners op de hinder die dieren ervaren van vuurwerk

en op de nadelige effecten van het bijvoeren van dieren met betrekking tot

ongedierte. 2. Inwoners krijgen voorlichting over de wijze waarop ze op een verantwoorde wijze

dieren kunnen (bij)voeden.

3. Organiseren en/of bijwonen van overleg met gemeenten uit de regio

7. Regie en samenwerking Deze nota Dierenwelzijnsbeleid is de eerste stap in het gezamenlijk verbeteren van dierenwelzijn in Roosendaal. Stakeholders, waaronder de gemeente, zijn met elkaar in gesprek over de knelpunten en kansen die zij zien. Dat gesprek gaan we voortzetten. De gemeente neemt hierin het voortouw en zal de regie pakken als het gaat om de uitvoering van de acties die in deze nota zijn benoemd. Onder regie van de gemeente zullen de betrokken organisaties structureel met elkaar in gesprek zijn en gezamenlijk nagaan hoe we in de toekomst de volgende stappen kunnen zetten in het verbeteren van dierenwelzijn in Roosendaal. In de gemeentelijke organisatie zal een contactpersoon worden benoemd die voor zowel intern als extern aanspreekpunt is voor dierenwelzijn en de stappen die met elkaar worden gezet.

12

8. Middelen In de Programmabegroting is een budget opgenomen voor de taken die Arduin uitvoert. Dit budget is gemiddeld genomen voldoende. Voor de acties aanvullend op de wettelijke verplichtingen van gemeente Roosendaal, zoals opgenomen in deze nota, wordt ernaar gestreefd deze budgettair neutraal uit te voeren. Gezocht wordt naar kansen en mogelijkheden binnen bestaande kaders en in samenwerking met betrokken organisaties. Mocht dit op termijn niet haalbaar blijken te zijn, dan wordt de gemeenteraad via de regulier P&C-cyclus om aanvullend budget verzocht.

9. Vervolg In deze beleidsnotitie zijn diverse acties benoemd, waarmee we aan de slag gaan. Het monitoren of het welzijn van de dieren in Roosendaal toeneemt door deze acties is een lastige. Er zijn geen indicatoren voorhanden, zoals het aantal zwerfkatten en een betere onderlinge samenwerking tussen betrokken organisaties bij noodopvang. Daarom is het belangrijk om zowel intern als extern met elkaar kritisch te blijven of genoemde acties bijdragen aan het welzijn van de dieren in Roosendaal.

13

Bijlagen 1. Wettelijk kader Europese wetgeving Het hoogste niveau van wetgeving, dat van invloed is op het dierenwelzijn in Nederland, is Europese wetgeving. Europese richtlijnen hiervoor moeten door nationale overheden worden vertaald naar nationale wetgeving. Nationale wetgeving In Nederland raken diverse wetten aan het welzijn van dieren. De belangrijkste wetten zijn: Wet Dieren De Wet Dieren is een kaderwet. Dit betekent dat de wet hoofdlijnen van de regelgeving bevat en dat uitwerking plaats vindt in nadere regelgeving (Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen). In de Wet Dieren staat de intrinsieke waarde van het gehouden dier centraal. Hieronder wordt verstaan de erkenning van de eigenwaarde van dieren. Het zijn wezens met gevoel. In de wet wordt bepaald dat het zonder redelijk doel verboden is bij een dier pijn of letsel te veroorzaken of om de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Het is verboden dieren te houden die niet behoren tot door de minister aangewezen diersoorten of diercategorieën. Vanuit de Wet Dieren (Artikel 2.2, eerste lid) bestaat er de noodzaak voor een lijst met dieren of diercategorieën die worden beschouwd als geschikt om te houden. Deze zogenaamde Huis- en hobbydierenlijst (voorheen positieflijst) is in eerste instantie alleen opgesteld voor zoogdieren.

De wet bestaat uit de volgende besluiten en regelingen: • Besluit en regeling diergeneesmiddelen • Besluit en regeling diervoeders • Besluit en regeling dierlijke producten • Besluit en regeling handhaving en overige zaken Wet Dieren • Besluit en regeling houders van dieren. Hierin zijn algemene regels opgenomen voor het houden van dieren, het doden van dieren en evenementen met dieren. Ook bevat dit besluit aanvullende regels over dierenmishandeling. • Besluit en regeling diergeneeskundigen

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. Ook is er een zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. . Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk wetboek wordt bepaald dat iedereen een dier in nood hulp moet bieden (boek 5, artikel 5, lid 1-4). Daarnaast is de verplichting opgenomen voor gemeenten om een gevonden dier, waarvan aangifte is gedaan bij de gemeente, minimaal 2 weken te

14

bewaren en te verzorgen (boek 5, artikel 8, lid 3). De termijn van 2 weken hoeft niet in acht te worden genomen, wanneer het dier slechts met onevenredig hoge kosten gedurende dat tijdvak kan worden bewaard, of afmaking om geneeskundige redenen vereist is. In de periode dat het dier door de gemeente wordt ‘bewaard’ is deze verantwoordelijk voor alle kosten voor verzorging en vervoer. Wanneer een eigenaar zich binnen de periode van 14 dagen meldt of wordt achterhaald, zijn de gemaakte kosten voor zijn rekening. Voor wilde dieren geldt geen bewaarplicht. Algemene wet bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht verplicht de gemeente bij huisontruimingen een ‘opslagtermijn’ van de aanwezige goederen van maximaal 13 weken te verzorgen (artikel 5:29 en 5:30). Dieren worden als een goed beschouwd. Gedurende 13 weken dient de gemeente zorg te dragen voor opvang van de dieren op een daartoe geschikte locatie. De kosten voor opvang komen voor rekening van de opdrachtgever van de ontruiming. Wet Veiligheidsrisico’s Het college van Burgemeester en Wethouders is belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening (artikel 2). De brandweer heeft als taak te zorgen voor de veiligheid van mens en dier (artikel 3, lid 1).

Gemeentelijk regelgeving Algemene Plaatselijke Verordening Roosendaal Enkele belangrijke bepalingen uit de APV met betrekking tot dierenwelzijn zijn: • Binnen de bebouwde kom mogen honden alleen loslopen op daartoe aangewezen gebieden; • De eigenaar of houder van een hond moet de uitwerpselen direct opruimen (met uitzondering van daartoe aangewezen locaties); • Het college kan een gevaarlijke hond een muilkorfgebod opleggen.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1170/documents/30351