215475_AdB_MER_0001_v1.0.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling onderwerp bestemd voor opgesteld door
gecontroleerd door
bestemmingsplan Norbartlaan Roosendaal gemeente Roosendaal Toby van Baast MSc
datum referentie projectnummer
19 oktober 2022 215475_AdB_MER_0001_v1.0 215475
ing. Marcel Volbeda
1.1 Aanleiding Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld in het kader van de beoogde herziening van het bestemmingsplan “Burgerhout”, vastgesteld d.d. 26 juni 2013, ten behoeve van de ontwikkeling van woningbouw, waarin plaats is voor 70 woningen. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage. 1.2 Beoogde ontwikkeling Een ontwikkelaar voornemens een bestaand bouwperceel gelegen aan de Norbartlaan - Meidoornlaan in Roosendaal te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Beoogd wordt om in totaal 70 appartementen te realiseren verspreid over 2 bouwmassa’s.
Om het planvoornemen te kunnen realiseren is het doel gesteld om een nieuw bestemmingsplan op te stellen met een specifiek op het plan toegespitst juridisch-planologisch kader. Het bestemmingsplan “Norbartlaan Roosendaal” betreft dit nieuwe bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is thans in voorbereiding. 1.3 Toetsingskader Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.rbeoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-
P 1/4
beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. De beoogde ontwikkeling van de 70 woningen valt onder dit begrip.
Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het onderhavige planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van een kleinschalig woongebied. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van de bouw van 2.000 woningen of meer, in een aangesloten gebied, zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.
of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De aanmeldnotitie moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III Richtlijn 2011/92/EU. De criteria vallen uiteen in de: • kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; • plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; • kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
datum referentie
19 oktober 2022 215475_AdB_MER_0001_v1.0
P 2/4
1.4 Beoordeling Kenmerken van het project Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van 70 woningen binnen een bestaand bouwperceel gelegen aan de Norbartlaan – Meidoornlaan in Roosendaal. Er worden daartoe twee appartementengebouwen opgericht. Onder één gebouw wordt een half verdiepte parkeerkelder aangelegd. De ontwikkeling vindt plaats in ‘bestaand stedelijk gebied’ in Roosendaal. In de directe omgeving van het plangebied is reeds sprake van stedelijke functies. Het plangebied werd voor maatschappelijke doeleinden gebruikt. Gelet op de aard van het initiatief is relevante verontreiniging, omvangrijke hinder en productie van afvalstoffen uitgesloten. Plaats van het project Het plangebied ligt aan de Norbartlaan, circa 500 meter ten zuidoosten van het centrum van Roosendaal. Het plangebied betreft momenteel grasland met enkele bomen. In het zuiden van het plangebied heeft vroeger het Da Vinci College gezeten. De gebouwen zijn reeds gesloopt en betreffen in de huidige situatie braak liggend terrein dat nog deels verhard is. Kenmerken van het potentiële effect Beoogd wordt binnen het plangebied 70 woningen te realiseren. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten.
Voor de rapportages van uitgevoerde milieuonderzoeken en een uitvoerige beschrijving van onderstaande milieuaspecten, wordt echter verwezen naar hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan “Norbartlaan Roosendaal”. 1.4.1 Bodem Voor de realisatie van onderhavig planvoornemen is door Milon op 24 januari 2022 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het onderzoeksrapport is opgenomen in de bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. De aangetoonde gehaltes en concentraties zijn gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie en de voorgenomen herontwikkeling. Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor een potentiële bodemverontreiniging. 1.4.2 Water Door Milon bv is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling een watertoets uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in de bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd.
Met het bouwplan neemt het verhard oppervlak toe met circa 3.783 m2. De benodigde compensatie bedraagt 227 m3. Gezien de grootte van het plangebied zal er in de toekomstige situatie voldoende ruimte beschikbaar zijn om invulling te geven aan de bergingseis. Gedacht kan worden aan het graven van bijvoorbeeld een wadi, vijver of greppel. Door het aanleggen van bijvoorbeeld een van de bovengenoemde voorzieningen wordt invulling gegeven aan de bergingseis van het waterschap en hydrologisch neutraal ontwikkelt. Dit betekent tevens dat de bodem in het plangebied goed gehydrateerd blijft, zodat de ecologische kwaliteit van de bodem geborgd is. Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor verontreiniging van het grondwater.
datum referentie
19 oktober 2022 215475_AdB_MER_0001_v1.0
P 3/4
1.4.3 Natuurgebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 8,8 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Brabants wal’. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van 70 woningen. Gelet op de resultaten van de stikstofdepositieberekening is geen sprake van relevante stikstofemissies. Onderhavige ontwikkeling heeft derhalve geen mogelijk effect tot gevolg op de Natura 2000-gebieden. 1.4.4 Flora en fauna Door Blom Ecologie B.V. is een quickscan Wet natuurbescherming ter hoogte van het plangebied uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de planlocatie geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli).Aanvullend onderzoek naar soorten is dan ook niet benodigd. De natuurwaarden ter plaatse worden niet geschaad. 1.4.5 Wegverkeerslawaai Rondom het plangebied is reeds sprake van een bestaande ontsluitingsstructuur.
In ogenschouw genomen dat verkeersbewegingen beperkt toenemen (474 voertuigen per etmaal), zal een toename aan wegverkeerslawaai zeer beperkt van omvang zijn, dan wel niet aanwezig zijn. Daarmee is uitgesloten dat wegverkeerslawaai voortvloeiend uit het onderhavige bestemmingsplan een negatief effect heeft op het milieu. 1.4.6 Luchtkwaliteit De beoogde functie heeft geen significante verkeersaantrekkende werking. Relevante emissies zijn daarmee niet aanwezig. De ondergrens van NIBM betreft de realisatie van 1.500 woningen en één ontsluitingsweg. Gesteld kan worden dat het onderhavige bestemmingsplan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Bovendien is blijkens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) ter hoogte van het plangebied geen sprake van een hoge achtergrondbelasting inzake fijnstof of stikstofdioxide. 1.4.7 Externe veiligheid Met het onderhavige bestemmingsplan wordt geen planologisch kader geboden voor de oprichting van een inrichting, buisleiding of transportroute van gevaarlijke stoffen die mogelijk negatieve effecten hebben op het milieu. 1.4.8 Conclusie De effecten van het planvoornemen blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan.
De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling stuit niet op bezwaren in relatie tot de aangehaalde milieuaspecten. Er is geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten. 1.5 Conclusie en advies In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Gelet op het vorenstaande wordt voorgesteld om op basis van deze aanmeldnotitie te besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
datum referentie
19 oktober 2022 215475_AdB_MER_0001_v1.0
P 4/4