20221101 Verordening bedrijveninvesteringszone RSD_DEF.pdf
Tekst van het document
Verordening bedrijveninvesteringszone Compacte Binnenstad Roosendaal 2023-2027 De raad van de gemeente Roosendaal; -
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022; gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst gesloten met de Stichting BIZ Vastgoed Compacte Binnenstad Roosendaal;
Besluit: vast te stellen de “Verordening bedrijveninvesteringszone Compacte Binnenstad Roosendaal 2023-2027” Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: a. bedrijveninvesteringszone (BIZ): het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. BIZ: bedrijveninvesteringszone; c. BIZ-gebied: het bij de Verordening vast te stellen gebied; d. BIZ-bijdrage: hetgeen daaronder in de Wet wordt verstaan; e. BIZ-subsidie: de op basis van de Verordening en de Wet te verlenen subsidie; f. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; g. SLA: Service Level Agreement; h. Stichting: Stichting BIZ Vastgoed Compacte Binnenstad Roosendaal; i. uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en Stichting BIZ Vastgoed Compacte Binnenstad Roosendaal gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet. j. wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2
Belastbaar feit en aard van de belasting
Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. 1.
Artikel 3
Voorwerp van de belasting
1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, zoals bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4
Belastingplicht
De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak. 2. Als eigenaar wordt aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 1.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak. Artikel 6
Vrijstellingen
1. De BIZ-bijdrage wordt niet geheven van: a. onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor de land- of bosbouw, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a. bedoelde grond; c. onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning bestaan uit delen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; d. ongebouwde onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928; e.
onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die worden beheerd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen; f. onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd en in gebruik zijn als waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;
h.
i. j.
k.
l. m. n.
o.
Artikel 7
onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als werken voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn en in gebruik zijn als begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of
cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard en die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft; onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Service Level Agreement
Ten aanzien van de openbare ruimte zal de gemeente het onderhoud en beheer conform de geldende beheer- en beleidsplannen handhaven. Artikel 8
Tarief BIZ-bijdrage
Het tarief van de BIZ-bijdrage voor de eigenaar bedraagt per onroerende zaak € 200,-. Artikel 9
Wijze van heffing
De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 10
Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald uiterlijk
op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch niet meer dan € 10.000 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11
Looptijd van de belastingheffing
De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Artikel 12
Kwijtschelding
Bij de invordering van de BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 13
Buiten toepassing algemene subsidieverordening
Op de subsidie die op grond van deze verordening wordt verstrekt is de Algemene Subsidieverordening Roosendaal niet van toepassing. Artikel 14
Aanwijzing stichting
De Stichting BIZ Vastgoed Compacte Binnenstad Roosendaal wordt aangewezen als de stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat een inspanningsverplichting geldt voor het verrichten van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt. Artikel 15
Subsidieaanvraag en -verlening
1. Subsidieaanvraag a. De Stichting dient jaarlijks uiterlijk op 1 oktober van het voorafgaande jaar (met eHerkenning via de website) een schriftelijk, digitaal verzoek in voor BIZsubsidie bij het College. b. In afwijking van artikel 15.1.a. van deze verordening wordt de subsidieaanvraag voor het jaar 2023 uiterlijk op 1 juni 2023 ingediend. c. De subsidieaanvraag bevat een begroting met een jaarplan. In het jaarplan geeft de Stichting aan welke activiteiten zij voornemens is uit te voeren. Deze
d.
activiteiten zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet en gericht op: I. het bevorderen van de leefbaarheid in de Bedrijven Investeringszone; II. het bevorderen van de veiligheid in de Bedrijven Investeringszone; III. het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit in de Bedrijven Investeringszone; IV. het bevorderen van de economische ontwikkeling van de Bedrijven Investeringszone. Daartoe kunnen ook activiteiten op het gebied van de promotie behoren voor zover deze het publieke belang in de openbare ruimte dienen. De BIZ-subsidie staat los van eventuele overige subsidies die bij de gemeente Roosendaal, andere overheden of derden worden aangevraagd.
2. Subsidieverlening a. Het College verstrekt de Stichting jaarlijks een BIZ-subsidie. Deze subsidie bedraagt de daadwerkelijk in het kalenderjaar netto ontvangen BIZ-bijdragen. b. De Stichting draagt voor de looptijd van deze uitvoeringsovereenkomst perceptiekosten af aan de Gemeente. Dit zijn de kosten voor opleggen, innen, beroep en bezwaar. c. De subsidie wordt overgemaakt op de bankrekening van de Stichting. d. De Stichting verplicht zich de activiteiten te verrichten waarvoor de BIZsubsidie wordt verstrekt. e. Op de subsidieverlening is naast de Verordening Bedrijveninvesteringszone BIZ-Vastgoed compacte binnenstad Roosendaal en de Wet op de Bedrijveninvesteringszones, de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. f. De Algemene subsidieverordening Gemeente is niet van toepassing op de subsidieverlening. Artikel 16
Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de stichting ook andere doel gebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 17
Subsidieverantwoording en –vaststelling
1. Subsidieverantwoording a. De Stichting brengt het College uiterlijk op 1 mei van het jaar volgende op het subsidiejaar een financieel en inhoudelijk verslag uit van de door haar gerealiseerde activiteiten. Het financiële deel van het jaarverslag omvat een jaarrekening. Het inhoudelijke deel van het jaarverslag bevat een verantwoording van de uitvoering van het activiteitenplan. b. Het College kan, indien nodig, verlangen dat dit verslag vergezeld gaat van een goedgekeurde verklaring van een accountant. 2. Subsidievaststelling a. Binnen dertien weken na ontvangst van het jaarverslag zoals benoemd in artikel 17.1.a. van deze verordening stelt het College de hoogte van de BIZsubsidie over het voorgaande subsidiejaar definitief vast.
b.
c. d. e.
Artikel 18
Wanneer (bijvoorbeeld door oninbare posten of gehonoreerde bezwaar- en beroepschriften) het vastgestelde bedrag lager is dan het verstrekte voorschot, wordt het niet-bestede deel van de BIZ-subsidie doorgeschoven naar de volgende periode. Een deel van de BIZ-subsidie dat niet is besteed en is doorgeschoven naar de volgende periode wordt alsnog zo snel mogelijk besteed aan het doel waarvoor de subsidie is verstrekt. Wanneer het vastgestelde bedrag hoger is dan het verstrekte voorschot, zal de Gemeente het verschil zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen 16 weken aan de Stichting uitbetalen. Wanneer de Stichting kennelijk in gebreke blijft bij de uitvoering van het jaarplan, kan het College in overleg met de Stichting besluiten het vast te stellen subsidiebedrag daar op aan te passen. Melding van relevante wijzigingen
De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie; - een wijziging van de statuten en/of eventuele reglementen; - een wijziging in of beëindiging van activiteiten. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 19
Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 20
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening bedrijveninvesteringszone Compacte Binnenstad Roosendaal 2023-2027”. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2022, de griffier, de voorzitter,
Bijlage 1: Kaart Compacte Binnenstad Roosendaal