1706111-E-BWB-Aanbieding 1e begrotingswijziging 2026 BWB (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Geachte griffier, Bijgevoegd treft u een brief met 2 bijlagen, de inhoud spreekt voor zich. 1e begrotingswijziging 2026 BWB Aanbiedingsbrief vastgestelde 1e begrotingswijziging 2026 BWB Bijlagen: 1e bestuursrapportage 2026 BWB Begrotingswijziging 2026-I incl. specificatie deelnemersbijdrage Met vriendelijke groet, Bestuurssecretariaat Belastingsamenwerking West-Brabant Bredaseweg 211 4872 LA Etten- Leur ________________________________________________________________________________ Voor de proclaimer van de Belastingsamenwerking West-Brabant zie www.bwbrabant.nl/proclaimer/
Aan de raad van de gemeente Roosendaal Postbus 5000 4700 KA Roosendaal Contactpersoon Uw kenmerk A.J. Meeuwsen Onderwerp Datum Wijziging begroting 2026 BWB 28 september 2026 Geacht bestuur, Het algemeen bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant heeft in haar vergadering van 18 september 2026 de 1e bestuursrapportage 2026 vastgesteld. Als gevolg van de ontwikkelingen is besloten tot een verlaging van de totale deelnemersbijdrage. Resultaat Het algemeen bestuur heeft besloten de begroting 2026 te wijzigen met als gevolg dat de totale deelnemersbijdrage wordt verlaagd met € 1.223.000. De belangrijkste posten die aan deze bijstelling bijdragen zijn: Personeelslasten: per saldo een voordeel van € 1.410.000. Dit bestaat uit een verlaging van de loonkosten met € 1.510.000 als gevolg van een lager dan geraamde loonontwikkeling, het (tijdelijk) niet invullen van vacatures en overige loonontwikkelingen. Hiertegenover staat een incidentele verhoging van het budget voor externe inhuur met € 100.000. Dit budget wordt alleen ingezet indien het niet invullen van vacatures leidt tot ongewenste effecten op de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening of tot een te hoge belasting van het personeel. Rentebaten: een nadeel van € 105.000 doordat de renteopbrengsten op de schatkistrekening lager uitvallen dan geraamd als gevolg van de dalende rentetarieven.
Overige kleinere verschillen: per saldo een voordeel van € 82.000. Deze post bestaat uit diverse kleinere mee- en tegenvallers. Inhoudelijk wordt verwezen naar de 1e bestuursrapportage, welke als bijlage 1 is toegevoegd. Omdat de totale bijdrage van de deelnemers afneemt, wordt op grond van de tiende wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling geen zienswijzeprocedure doorlopen. Voor alle deelnemers leidt deze begrotingswijziging tot een lagere bijdrage. Toelichting Indien u naar aanleiding van deze brief vragen heeft, kunt u contact opnemen met ondergetekende, telefonisch te bereiken via 06-23976656. Met vriendelijke groet, Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant Namens deze, A.J. Meeuwsen Plaatsvervangend Directeur Bijlagen: 1. 1e Bestuursrapportage BWB 2026 2. Begrotingswijziging 2026-I incl.
specificatie deelnemersbijdrage Afschrift aan: colleges van Burgemeester en Wethouders / Dagelijks bestuur van het waterschap en ambtelijk regiefunctionaris BWN 01 – 2026 - Begrotingswijziging Bestuursrapportage 2026 Begrotingswijziging programma's (× € 1.000) Lasten | Primaire | Begrotings- | Begroting na begroting 2026 | wijziging | wijziging Waarderen | 5.247 | -570 | 4.677 Heffen | 2.769 | -239 | 2.530 Invordering | 2.425 | -200 | 2.225 Subtotaal programma's | 10.441 | -1.009 | 9.432 Kosten overhead | 10.693 | -189 | 10.504 Treasury | 3 | - | 3 Vennootschapsbelasting | - | - | - Post onvoorzien | 80 | - | 80 Subtotaal overhead | 10.776 | -189 | 10.587 Totaal lasten | 21.217 | -1.198 | 20.019 Baten | Primaire | Begrotings- | Begroting na begroting 2026 | wijziging | wijziging Waarderen | - | 40 | 40 Heffen | - | - | - Invordering | - | - | - Subtotaal programma's | - | 40 | 40 Opbrengst overhead | 140 | 90 | 230 Treasury | 350 | -105 | 245 Bijdragen deelnemers | 20.727 | -1.223 | 19.504 Vennootschapsbelasting | - | - | - Post onvoorzien | - | - | - Subtotaal overhead | 21.217 | -1.238 | 19.979 Totaal baten | 21.217 | -1.198 | 20.019 Specificatie deelnemersbijdragen Herziening bijdrage inclusief BTW (× € 1.000) Deelnemers | Oorspronkelijke | Herziene bijdrage | Bijstelling bijdrage incl. BTW | incl.
BTW | Bedrag | % Bergen op Zoom | 1.764 | 1.697 | 67 V | -3,8% Breda | 4.199 | 4.107 | 92 V | -2,2% Dongen | 595 | 589 | 6 V | -1,0% Etten-Leur | 1.055 | 972 | 83 V | -7,9% Halderberge | 740 | 700 | 40 V | -5,4% Loon op Zand | 746 | 661 | 85 V | -11,4% Moerdijk | 1.122 | 989 | 133 V | -11,9% Oosterhout | 1.493 | 1.387 | 106 V | -7,1% Roosendaal | 2.064 | 1.957 | 107 V | -5,2% Rucphen | 525 | 487 | 38 V | -7,2% Woensdrecht | 584 | 519 | 65 V | -11,1% Zundert | 722 | 592 | 130 V | -18,0% Brabantse Delta | 5.118 | 4.847 | 271 V | -5,3% Totaal deelnemers | 20.727 | 19.504 | 1.223 V | -5,9% Versie db 11-9-26 Bestuursrapportage 2026 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant Inhoudsopgave 1. | Algemeen .................................................................................................................................. | 3 2. | Ontwikkelingen/voortgang primaire proces .......................................................................... | 6 2.1 | Programma Waarderen ........................................................................................................... | 7 2.2 | Programma Heffen ................................................................................................................ | 10 2.3 | Programma Invordering .........................................................................................................
| 13 3. | Bedrijfsvoering/ organisatie .................................................................................................. | 15 3.1 | Personeel en organisatie ....................................................................................................... | 15 3.2 | ICT en Informatieveiligheid .................................................................................................... | 18 3.3 | Control ................................................................................................................................... | 19 4. | Weerstandsvermogen & risicobeheersing .......................................................................... | 20 5. | Financiën ................................................................................................................................. | 22 5.1 | Overzicht exploitatie 2026 ..................................................................................................... | 22 5.2 | Toelichting budgetten begroting 2026 ................................................................................... | 23 5.3 | Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden ............................. | 25 5.4 | Deelnemersbijdragen ............................................................................................................
| 26 Bijlagen ................................................................................................................................................ | 29 Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2026 en volgende jaren ................................................................ | 29 Bijlage 2: Overzicht procestarieven ................................................................................................... | 31 2 3 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 1. Algemeen Doel en functie bestuursrapportage Deze bestuursrapportage heeft als doel om het Algemeen Bestuur te informeren over de voortgang van (voorgenomen) beleidsontwikkelingen, ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering en eventuele (financiële) afwijkingen ten opzichte van de ramingen in de primaire begroting. Door deze rapportage wordt het Algemeen Bestuur tussentijds in staat gesteld om afwijkingen tijdig te signaleren, waarna zo nodig begrotingsbijstellingen kunnen plaatsvinden. In 2025 is door het Algemeen Bestuur besloten het aantal bestuursrapportages terug te brengen van twee naar één om een betere balans tussen betrouwbare informatie, bestuurlijke sturing en voorspelbaarheid van de deelnemersbijdragen tot stand te brengen. Bedrijfsvoering en productie De productievolumes uit de primaire begroting 2026 zijn bij het opstellen van deze bestuursrapportage opnieuw beoordeeld.
Binnen de programma’s Heffen en Invordering zijn de productievolumes grotendeels in lijn met de ramingen. Binnen het programma Waarderen valt op dat het aantal waardebezwaren is gehalveerd. Een positieve ontwikkeling die vooral wordt veroorzaakt door een zeer scherpe daling van het aantal bezwaren van No-Cure-No-Pay bureaus. De uitvoering van het primaire proces verloopt dan ook volgens planning. Door het lagere aantal waardebezwaren kan verder invulling gegeven worden aan de verscherpte eisen die de Waarderingskamer heeft vastgesteld voor het afdoen van waardebezwaren. Binnen overhead wordt de vereiste ondersteuning geboden om de primaire processen uit te kunnen voeren en wordt gericht gewerkt aan het verder toekomstbestendig en efficiënt inrichten van de organisatie. Financiële hoofdpunten en effecten Ten opzichte van de primaire begroting 2026 vindt er een bijstelling plaats als gevolg waarvan de totale deelnemersbijdrage met € 1.223.000 wordt verlaagd. De belangrijkste posten die hieraan bijdragen zijn: - Loonkosten (€ 1.510.000 voordeel) - Inhuurkosten (€ 100.000 nadeel) - Rentebaten (€ 105.000 nadeel) - Overige kleinere verschillen (per saldo € 82.000 voordeel). De eventuele doorwerking van de genoemde afwijkingen naar het meerjarenperspectief wordt bij de betreffende post toegelicht.
De vastgestelde Begroting 2027 vormt daarbij de meest actuele raming voor 2027 en verder en wordt niet aangepast via de Bestuursrapportage 2026. 4 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Personeelslasten Per saldo dalen de loonkosten met € 1.510.000 en stijgen de inhuurkosten met € 100.000. De belangrijkste posten die hieraan bijdragen zijn: • Loonkosten dalen met € 1.510.000, als gevolg van: o een gunstigere cao dan geraamd (€ 600.000 voordeel – geen structurele doorwerking) ; o het (tijdelijk) niet invullen van vacatures, mede als gevolg van efficiencymaatregelen (€ 500.000 voordeel – gedeeltelijke doorwerking, effect deels al verwerkt in de begroting 2027, overige deel wordt bepaald bij de bestuursrapportage 2027); o beperkte doorgroei en overige looneffecten (€ 410.000 voordeel – geen doorwerking). • Inhuurkosten stijgen incidenteel in 2026 met € 100.000, om een beperkte financiële buffer te creëren om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. Het ingezette beleid op het gebied van Lean en innovatie leidt in 2026 tot aantoonbare efficiencyvoordelen voor de deelnemers. Tegelijkertijd zijn de financiële effecten hiervan, gelet op het kortcyclische karakter van de verbeteringen, vooraf slechts beperkt te ramen. Deze positieve afwijkijkingen ten opzichte van de ramingen worden nu verwerkt.
Bij het opstellen van de begroting 2027 is hier rekening mee gehouden; in 2026 was dit nog in beperkte mate het geval. Lagere rentebaten De verwachte renteopbrengsten over het saldo van de schatkist-bankierenrekening vallen € 105.000 lager uit dan geraamd, als gevolg van dalende rentetarieven op de kapitaalmarkt. De renteverwachtingen zijn onzeker als gevolg van de onzekere economische omstandigheden. Dit heeft geen structurele doorwerking omdat in de begroting 2027 de meest recente renteverwachting is verwerkt. Overige kleinere verschillen Diverse kleinere verschillen op de baten en lasten bedragen per saldo € 82.000 voordelig. Effect en begrotingswijziging De voorliggende bestuursrapportage leidt tot een aanpassing van de begroting met per saldo € 1.198.000 (voordelig) en een verlaging van de totale benodigde deelnemersbijdrage met € 1.223.000. In dit kader wordt een begrotingswijziging voorgesteld, deze is opgenomen in paragraaf 5.1 Overzicht exploitatie 2026. De wijziging leidt tot een verlaging van de totale bijdrage van de deelnemers, conform artikel 30, lid 9 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant wordt in dit geval geen zienswijzeprocedure doorlopen. Risico’s en weerstandscapaciteit 5 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 De aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s voor de BWB zijn beoordeeld.
De weerstandscapaciteit is ongewijzigd en het risicoprofiel is gedaald met € 100.000 naar € 120.000 en blijft daarmee onder de beschikbare weerstandscapaciteit. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelingen en de voortgang van het primaire proces beschreven. In hoofdstuk 3 van deze bestuursrapportage is nader ingegaan op de stand van zaken, de voortgang en de zich aandienende ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering en de organisatie in zijn algemeenheid. In hoofdstuk 4 is het hoofdstuk weerstandsvermogen & risicobeheersing opgenomen. Tenslotte is in hoofdstuk 5 gedetailleerd ingegaan op de financiële stand van zaken van de exploitatie 2025 en is waar nodig een toelichting gegeven. 6 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 2. Ontwikkelingen/voortgang primaire proces De totale deelnemersbijdrage daalt in deze bestuursrapportage met circa € 1.223.000, oftewel 5,9%. Binnen deze daling ontstaan per proces wel verschillen in de onderliggende kostenontwikkeling. Die verschillen worden verklaard door aangepaste productieaantallen, gewijzigde ureninzet en de vaste basiscapaciteit die nodig blijft om wettelijke taken tijdig en zorgvuldig uit te voeren. Om deze ontwikkeling goed te kunnen duiden, worden de aantallen, kosten en geraamde inzet daarom in samenhang weergegeven. De cijfers in deze paragraaf sluiten aan op de actuele raming voor de bestuursrapportage 2026.
Daarbij worden de aantallen, geraamde kosten, relevante urenmutaties en de totale ontwikkeling van de deelnemersbijdrage in samenhang geduid. De toelichting is gericht op de processen waar de ontwikkeling zonder aanvullende context het meest kan opvallen. De rapportage wordt hiermee niet uitgebreid tot een volledige aantallenrapportage zoals in eerdere jaren, maar bevat wel een compacte verklarende brug tussen productievolume, geraamde inzet en kostenontwikkeling. Daardoor worden de belangrijkste mutaties in perspectief geplaatst, zonder de hoofdrapportage onnodig zwaar te maken. 2.1 | Programma Waarderen In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Waarderen toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de actualiteit van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2025 en de beschikbare gegevens tot en met mei 2026. WOZ-administratie Binnen het programma Waarderen wordt de WOZ-administratie uitgevoerd voor elf gemeentelijke deelnemers, met uitzondering van Breda. Het aantal verwachte WOZ-objecten neemt licht toe. De raming is gebaseerd op het gerealiseerde aantal objecten in 2025, vermeerderd met de verwachte jaarlijkse woninggroei.
WOZ-administratie | Verdeelsleutel WOZ-objecten | Kosten proces Raming 2026 | 237.600 | € 1.933.400 Wijziging bestuursrapportage 2026 | 500 | -/- € 40.400 Prim. begroting 2026 | 237.100 | € 1.973.800 Taxeren en herwaarderen Daarnaast worden binnen dit programma werkzaamheden uitgevoerd op het gebied van taxeren en herwaarderen voor alle twaalf gemeentelijke deelnemers. Het aantal verwachte objecten neemt beperkt toe. De lichte stijging van de raming wordt veroorzaakt door een hogere geraamde inzet voor waarderingskwaliteit, datakwaliteit en objectcategorieën waarop extra controles dienen te worden uitgevoerd. Deze controles zijn gevolg van uitkomsten van inspecties van onze toezichthouder, de Waarderingskamer. Taxeren en herwaarderen | Verdeelsleutel WOZ-objecten | Kosten proces Raming 2026 | 343.800 | € 5.022.600 Wijziging bestuursrapportage 2026 | 1.000 | € 119.100 Prim. begroting 2026 | 342.800 | € 4.903.500 Waardebezwaren Voor alle twaalf deelnemende gemeenten voert BWB de werkzaamheden uit op het gebied van de bezwaar- en beroepsafhandeling naar aanleiding van de WOZ-waardebepaling. Op basis van de realisatie tot en met juni 2026 wordt het verwachte aantal waardebezwaren voor 2026 bijgesteld van 14.410 naar 7.200. Dit aantal vormt de basis voor de kostenverdeelsleutel van dit product.
De totale kosten worden daarmee geraamd op circa € 2.826.000, ten opzichte van € 3.408.000 in de primaire begroting. Ook de ureninzet neemt af, van 25.225 naar 22.111 uur. 7 De | daling | van | de | kosten | en | uren | is | echter | niet | evenredig | aan | de | afname | van | het | aantal waardebezwaren. De werkzaamheden binnen dit product omvatten naast de behandeling van waardebezwaren onder meer het afhandelen van telefonische vragen van inwoners en het afdoen van beroepsprocedures. Op dit moment zijn er voor circa 430 objecten beroepsprocedures in behandeling bij de rechtbank. Daarvan hebben er slechts 25 betrekking op het belastingjaar 2026, de overige procedures zien op voorgaande belastingjaren. Voor circa 55 zaken geldt dat deze nog betrekking hebben op de jaren 2020 tot en met 2022. Waardebezwaren | Verdeelsleutel waardebezwaren | Kosten proces Raming 2026 | 7.200 | € 2.825.700 Wijziging bestuursrapportage 2026 | -/- 7.210 | -/- € 582.200 Prim. begroting 2026 | 14.410 | € 3.407.900 Voor al deze procedures geldt dat daarvoor uiteenlopende proceshandelingen nodig zijn, zoals het opstellen | van | verweerschriften | en | het | vertegenwoordigen | van | de | BWB | tijdens | zittingen. | De achterstanden bij de rechtbank en het gerechtshof zorgen dat deze werkzaamheden langdurig doorlopen en op dit product worden verantwoord.
Daar waar mogelijk wordt ingezet op minnelijke afdoening, maar voor een groot deel van deze procedures geldt dat deze zijn ingesteld door No-Cure- No-Pay bureaus. In tegenstelling tot de bezwaarprocedures is bij beroepsprocedures nog een verdienmodel aanwezig voor deze bureaus, zodat hiervoor vrijwel geen schikkingen plaatsvinden omdat de bureaus bij schikkingen geen aanspraak op proceskostenvergoeding kunnen maken. De afname van het aantal waardebezwaren sluit aan bij een landelijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling hangt | onder | meer | samen | met | maatregelen | vanuit | het | Rijk, | zoals | de | aanpassing | van | de proceskostenvergoedingen en het vergroten van de transparantie voor inwoners over de uitkomst van een | WOZ-bezwaar. | Daarnaast | heeft | BWB | geïnvesteerd | in | een | verdere | verbetering | van | de dienstverlening en ondersteuning van inwoners gedurende het bezwaarproces. BWB volgt deze ontwikkeling nauwgezet en evalueert in hoeverre sprake is van een bestendige trend en welke gevolgen dit heeft voor de toekomstige uitvoering van de werkzaamheden. Vanuit de wettelijke taken en de aan BWB opgedragen werkzaamheden blijft het noodzakelijk te beschikken over voldoende vakbekwame medewerkers. De komende periode wordt bezien hoe op deze ontwikkeling kan worden geanticipeerd.
Daarbij is het uitgangspunt om tijdig in te spelen op ontwikkelingen in de werklast, zonder afbreuk te doen aan de continuïteit van de dienstverlening of onnodig verlies van vakbekwame medewerkers. 8 Binnen die afweging wordt ook bezien hoe beschikbare capaciteit doelmatig kan worden ingezet, bijvoorbeeld voor kwaliteitsverbetering en het uitvoeren van inpandige opnames. Deze inzet sluit ook aan bij de kwaliteitsimpuls die de Waarderingskamer verwacht van uitvoeringsorganisaties. Door de hoge aantallen waardebezwaren in de afgelopen jaren kwamen deze werkzaamheden echter onder drukt te staan. De geconstateerde ontwikkeling wordt ook betrokken bij de evaluatie van de kostenverdeelsystematiek. Daarbij wordt bezien of de huidige kostenverdeelsleutel en de toerekening van kosten aan dit product nog voldoende aansluiten bij de aard en omvang van de uit te voeren werkzaamheden. In dat kader wordt eveneens onderzocht of een verfijndere registratie en toerekening van tijd kan bijdragen aan een beter inzicht in de werkzaamheden en de daarbij behorende kosten. De uitkomsten van deze evaluatie worden, indien daartoe aanleiding bestaat, ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd in een afzonderlijk bestuursvoorstel.
Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2026 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator | Doelstelling | Resultaat “Goed, Oordeel waarderingskamer | Algemeen oordeel GOED van Waarderingskamer. | meerdere jaren” Tijdige waardebepaling woningen | WOZ-waardebepaling en niet woningen ten behoeve | - | per 1 december 90% gereed. | - 91% van de jaarlijkse herwaardering | - | uiterlijk 1 februari 98% gecontroleerd en gereed. | - 98% conform norm WAKA 1. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde met >10% wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. Wordt door Waka als fout aangemerkt. | * Woningen | Niet woningen >10% | >10% 2. De mate waarin (bedrag) de WOZ-waarde wordt Juiste WOZ-waardebepaling | aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. * Woningen | Niet woningen ≥ 4% | ≥ 4% 3. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde wordt verlaagd t.o.v. het totale aantal WOZ-objecten. * Woningen | Niet woningen 1% | 2% Op 1 december van ieder jaar is 95% van de waarde Afhandeling WOZ-bezwaren | bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren | * betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend. *Resultaat wordt bepaald bij de jaarrekening. 9 2.2 | Programma Heffen In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Heffen toegelicht.
Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de actualiteit van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2025 en de beschikbare gegevens tot en met mei 2026. Gegevensbeheer basis Binnen | het | programma | Heffen | wordt | het | proces | gegevensbeheer | basis | uitgevoerd | voor | alle deelnemers. Het aantal verwachte aanslagregels neemt toe. Ondanks de beperkte toename van de productie dalen de totale kosten van dit proces. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere personeelskosten binnen de totale begroting, waardoor aan dit proces minder kosten worden toegerekend. Gegevensbeheer basis | Verdeelsleutel aanslagregels | Kosten proces Raming 2026 | 2.587.400 | € 2.383.100 Wijziging bestuursrapportage 2026 | 35.900 | -/- € 115.500 Prim. begroting 2026 | 2.551.500 | € 2.498.600 Opleggen aanslagen Het aantal verwachte aanslagen wordt lager geraamd dan in de primaire begroting. Het aantal verwachte aanslagen wordt ten opzichte van de primaire begroting beperkt neerwaarts bijgesteld. Ook de totale kosten van dit proces nemen beperkt af. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere personeelskosten binnen de totale begroting, waardoor aan dit proces minder kosten worden toegerekend.
Opleggen aanslagen | Verdeelsleutel aanslagen | Kosten proces Raming 2026 | 809.100 | € 725.500 Wijziging bestuursrapportage 2026 | -/- 12.700 | -/- € 37.200 Prim. begroting 2026 | 821.800 | € 762.700 Heffingsbezwaren Het aantal heffingsbezwaren blijft gelijk aan de primaire begroting. De kosten worden lager geraamd omdat de urenraming daalt van 8.600 naar 7.300 uur. Heffingsbezwaren | Verdeelsleutel heffingsbezwaren | Kosten proces Raming 2026 | 7.500 | € 876.100 Wijziging bestuursrapportage 2026 | Niet gewijzigd | -/- € 195.400 Prim. begroting 2026 | 7.500 | € 1.071.500 Exoten 10 11 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Binnen de kleinere processen, zoals reclamebelasting en precariobelasting, dalen de geraamde kosten door een lagere geraamde inzet en een efficiëntere uitvoering. 12 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2026 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator Doelstelling Resultaat Tijdige aanslagoplegging 95% van de aanslagen (inclusief waardebeschikking) is uiterlijk in februari door middel van een gecombineerde aanslag, opgelegd voor het huidige belastingjaar. 97% Tijdige afhandeling 97% van de gecombineerde opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na datum aanslag afgehandeld. Afgehandeld = saldo € 0,00.
(Opgelegd -/- Betaald -/- Verminderd -/- Vernietigd -/- Kwijtschelding -/- Oninbaar) * 1. 95% bezwaren ingediend in belastingjaar voor half november zijn afgewerkt op 31 december. * Afhandeling heffingsbezwaren % tijdige afhandeling bezwaren 2. 75% bezwaren ingediend in de periode 15 november – 31 december zijn binnen 6 weken afgewerkt. * *Resultaat wordt bepaald bij de jaarrekening . 2.3 | Programma Invordering In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Invordering toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de actualiteit van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2025 en de beschikbare gegevens tot en met mei 2026. Financiële invordering Binnen de financiële invordering wordt het aantal aanslagen lager geraamd dan in de primaire begroting. Daarnaast wordt een deel van de personele inzet binnen het programma Invordering verschoven naar dwanginvordering. Hierdoor daalt de urenraming van 18.148 naar 14.898 uur en nemen de geraamde kosten voor financiële invordering af van circa € 2.251.000 naar circa € 1.807.000. Financiële invordering | Verdeelsleutel aanslagen | Kosten proces Raming 2026 | 809.100 | € 1.806.600 Wijziging bestuursrapportage 2026 | -/- 12.700 | -/- € 444.300 Prim.
begroting 2026 | 821.800 | € 2.250.900 Dwanginvordering Bij dwanginvordering blijft het aantal dwangbevelen gelijk aan de primaire begroting: 18.000. Wel wordt binnen dit proces meer personele inzet geraamd dan eerder was voorzien. De urenraming stijgt van 17.909 naar 21.159 uur. Hierdoor nemen de geraamde kosten voor dwanginvordering toe van circa € 2.343.000 naar circa € 2.597.000. De ontwikkeling wordt daarmee niet verklaard door een hoger productievolume, maar door een gewijzigde inschatting van de benodigde inzet binnen het proces. Dwanginvordering | Verdeelsleutel dwangbevelen | Kosten proces Raming 2026 | 18.000 | € 2.596.700 Wijziging bestuursrapportage 2026 | Niet gewijzigd | € 254.000 Prim. begroting 2026 | 18.000 | € 2.342.700 Binnen Invordering verschuift de geraamde inzet van financiële invordering naar dwanginvordering. Deze verschuiving hangt samen met de actuele inschatting van de benodigde capaciteit binnen het invorderingsproces. Voor financiële invordering wordt minder inzet geraamd dan in de primaire begroting; voor dwanginvordering juist meer, terwijl het aantal dwangbevelen gelijk blijft. Per saldo dalen de geraamde kosten voor het programma als geheel met circa € 190.000. Er is daarmee vooral sprake van een andere verdeling van de inzet over de onderliggende werkzaamheden.
De realisatie van het aantal dwangbevelen per 1 juni is nog beperkt ten opzichte van de jaarraming. Dit past bij het verloop van het invorderingsproces: dwanginvordering volgt pas nadat aanslagen onbetaald zijn gebleven en eerdere invorderingsstappen zijn doorlopen. De jaarraming blijft daarom vooralsnog gelijk aan de primaire begroting. 13 14 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2026 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator Doelstelling Resultaat Oninbaar 5 jaar na datum aanslag bedraagt het % oninbaar, t.o.v. het bedrag aan opgelegde aanslagen, maximaal 0,8% 0,26% 1 Tijdige betaling aanslag % openstaand 2 jaar na datum aanslag ≤ 0,5% Berekening % = openstaand bedrag x-jaar t.o.v. bruto opgelegd x-jaar. O.b.v. datum aanslag en niet belastingjaar. 0,48% 2 Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken 80% van de kwijtscheldingsverzoeken is < 16 weken afgehandeld. 3 1Het percentage oninbaar bedraagt op dit moment 0,3%. Voor deze berekening is gekeken naar aanslagen met een dagtekening in 2021. 2Het percentage tijdige betaling bedraagt op dit moment 0,5%. Voor deze berekening is gekeken naar aanslagen met een dagtekening in 2024. 3Het percentage afgehandelde kwijtscheldingsverzoeken binnen 16 weken wordt op dit moment niet gemeten.
Door de aanslagoplegging in februari en mei vallen alle verzoeken nog binnen de termijn. 15 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 3. Bedrijfsvoering/ organisatie 3.1 Personeel en organisatie In deze bestuursrapportage actualiseren we de belangrijkste ontwikkelingen binnen het HR-domein. De thema’s strategische personeelsplanning, werving en selectie, verzuim, leren en ontwikkelen, vitaliteit en arbo blijven daarbij centraal staan. Strategische personeelsplanning en arbeidsmarkt De arbeidsmarkt blijft krap, maar BWB slaagt er over het algemeen in om vacatures tijdig en kwalitatief goed te vervullen. Strategische personeelsplanning wordt ingezet als sturingsinstrument om toekomstige personeelsbehoefte en -risico's inzichtelijk te maken en hier tijdig op te anticiperen. De strategische personeelsplanning blijft een belangrijk hulpmiddel om de verwachte uitstroom (met pieken rond 2027 en 2030), de beperkte instroom van jong talent, de borging van kritische kennis en de kwetsbaarheid van kritische functies en eenmansfuncties in beeld te houden. Daarnaast blijft de aandacht gericht op het versterken en ontwikkelen van de vaardigheden van medewerkers, zodat de organisatie wendbaar blijft en kan inspelen op veranderingen in het werk. Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, blijft de organisatie de komende periode waar nodig gebruikmaken van externe inhuur.
Dit is onder andere noodzakelijk vanwege het niet invullen van vacatures, bijvoorbeeld als gevolg van AOW-uitstroom, tijdelijke uitval door ziekte en de tijd die nodig is om processen anders in te richten. De organisatie zet in op digitalisering, procesoptimalisatie en slimmer werken. De implementatie van deze veranderingen vraagt echter tijd en een zorgvuldige invoering, voordat de beoogde efficiëntievoordelen daadwerkelijk worden gerealiseerd. In de overgangsperiode is tijdelijke externe inhuur daarom noodzakelijk om de dienstverlening op peil te houden. Met deze inzet wordt voorkomen dat de werkdruk voor de zittende medewerkers verder toeneemt en wordt het risico op extra uitval beperkt. Tegelijkertijd ontstaat de ruimte om de noodzakelijke veranderingen zorgvuldig door te voeren en te werken aan een duurzame inrichting van de organisatie en haar werkprocessen. Om in de tweede helft van 2026 te kunnen inspelen op eventuele verdere noodzaak tot inhuur verhogen we het inhuurbudget incidenteel. Werving en selectie De ingezette modernisering van de arbeidsmarktcommunicatie wordt in 2026 voortgezet. Gecombineerd met selectie op competenties en een goede onboarding draagt dit bij aan het structureel kunnen invullen van vacatures, de BWB slaagt er met de doorgevoerde aanpassingen in werving en selectie in, vacatures tijdig en kwalitatief goed te vervullen.
Verzuim Het totale ziekteverzuim laat in de eerste vijf maanden van 2026 een dalende lijn zien ten opzichte van de laatste maanden van 2025, maar ligt nog wel op een hoger niveau dan begin 2025. In 2025 liep het totaalverzuim op van circa 4,4% á 4,9% in de eerste helft van het jaar naar 7,9% in november en 8,6% in december, vooral door een sterke toename van langdurig verzuim. Ook landelijk zien we dat het verzuim stijgt. Het landelijk gemiddeld bij gemeente in 2025 lag op 7,1% bij de BWB was dat 5,8%. In 2026 is het verzuim in januari en februari met respectievelijk 7,5% en 7,3% nog hoog, maar daalt het van 7,6% in maart naar 5,7% procent in april en 5,0% in mei, waarbij met name het langdurig en extra langdurig verzuim voorzichtig afneemt. De oorzaak van het verhoogde verzuim hangt samen met enkele langdurige ziektegevallen. In de individuele casussen is passende begeleiding georganiseerd, waaronder inzet van bedrijfsarts, arbeidsdeskundig advies en waar nodig aanvullende interventies.
Verzuimpercentage 9,0% 8,5% | 8,6% 8,0% | 7,9% 7,5% | 7,5% | 7,6% 7,3% 7,0% 6,7% | 6,7% | 6,6% 6,5% 6,0% | 6,1% 5,7% | 5,8% | 5,8% 5,5% | 5,4% 5,0% | 4,9% | 5,0% 4,5% | 4,6% | 4,6% | 4,4% | 4,4% 4,0% jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec Verzuimpercentage 2026 | Gemideld verzuimpercentage 2026 Verzuimpercentage 2025 | Gemideld verzuimpercentage 2025 16 17 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 *Door de overgang naar een andere softwareleverancier voor het personeelssysteem zijn de verzuimcategorieën gewijzigd. De grens voor kort verzuim is in 2026 verlaagd van minder dan 11 dagen naar minder dan 8 dagen. Daarnaast wordt vanaf 2026 onderscheid gemaakt tussen lang verzuim (43 tot 365 dagen) en extra lang verzuim (meer dan 365 dagen), terwijl deze categorieën in 2025 gezamenlijk werden geregistreerd als lang verzuim. Hierdoor zijn de verzuimcijfers over 2025 en 2026 niet volledig vergelijkbaar. Leren, ontwikkelen en vaardigheden De focus op leren en ontwikkelen wordt in 2026 verder voortgezet, met nadruk op het versterken van de vaardigheden die nodig zijn in een digitaliserende organisatie. Onze focus ligt daarbij nadrukkelijk op slimmer en efficiënter werken, onder andere door procesgericht te werken en waar mogelijk inzet van robotisering en AI-toepassingen.
Medewerkers worden gestimuleerd om hun vaardigheden op dit vlak te ontwikkelen, zodat zij optimaal kunnen meebewegen met veranderingen in processen en systemen en actief kunnen bijdragen aan continu verbeteren. Tevens blijven we inzetten op de LEAN- methodiek en het opleiden van collega’s hierin. Vitaliteit en arbo Vorig jaar zijn het arbobeleid, het beleid duurzame inzetbaarheid en het vitaliteitsbeleid geïmplementeerd. In 2026 is een werkgroep vitaliteit gestart die, op basis van input van medewerkers, de resultaten van het medewerkersonderzoek en input van de ondernemingsraad, vitaliteitsimpulsen initieert. Daarmee wordt verder invulling gegeven aan het versterken van werkplezier, gezondheid en duurzame inzetbaarheid binnen de organisatie. Daarnaast blijft BWB investeren in een gezonde en veilige werkomgeving, onder andere via maatregelen naar aanleiding van de risico-inventarisatie en - evaluatie (deze wordt conform planning in de tweede helft van 2026 uitgevoerd) en het faciliteren van Arbotechnisch verantwoord hybride werken. Tevens gaan in het vitaliteitsbeleid meer inzetten op preventie zodat we samen met onze medewerkers verzuim kunnen voorkomen.
0,8% 1,1% 2,8% 0,0%0,7% 0,6% 4,9% 0,5% 0,0% 1,0% 2,0% 3,0% 4,0% 5,0% Kort Middellang Lang Extra Lang Verzuimduur 2025* Verzuimduur 2026* Verzuimduur in percentage (Januari tot en met mei) 18 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Personeels- en salarissysteem Het nieuwe personeels- en salarissysteem is per 1 januari 2026 geïmplementeerd. De implementatie is goed verlopen. Inmiddels is de overgang gemaakt naar de beheerfase, waarin het systeem verder wordt geoptimaliseerd en doorontwikkeld op basis van gebruikerservaringen en organisatiebehoeften. Arbeidsvoorwaarden, cao SGO en fiscale ontwikkelingen Per 1 april 2025 en 1 oktober 2025 zijn conform de cao Gemeenten/SGO 2025–2027 de loonstappen doorgevoerd, en per 1 januari 2026 is de eerder afgesproken nominale loonsverhoging toegepast. De komende periode volgen nog aanvullende verhogingen per 1 juli 2026 en 1 januari 2027, evenals de invoering van een minimumuurloon. BWB volgt de verhoging van de maximale onbelaste kilometervergoeding naar 0,25 euro per kilometer per 1 januari 2026 en verwerkt dit, binnen de fiscale kaders, de cao-afspraken en ons personeelshandboek. Medewerkersonderzoek In april heeft een medewerkersonderzoek plaatsgevonden. Het algemene cijfer over het werken bij de BWB was een 7,6. Dit ligt net boven het landelijke gemiddelde van 7,4.
In de tweede helft van dit jaar gaan we samen met collega’s aan de slag met de uitkomsten. Daarbij ligt de nadruk op het duiden van de resultaten, het bepalen van passende vervolgacties en het gezamenlijk versterken van werkplezier, betrokkenheid en duurzame inzetbaarheid. We willen daarin behouden wat goed gaat en versterken wat beter kan. 3.2 ICT en Informatieveiligheid Binnen de BWB wordt gewerkt met een meerjarige innovatieplanning, gericht op het verbeteren van de dienstverlening en het optimaliseren van interne processen. Innovatie krijgt vorm in de inzet van onder meer procesautomatisering, geografische informatiesystemen en kunstmatige intelligentie (AI). In 2026 wordt uitvoering gegeven aan verschillende innovaties. De focus ligt op het slimmer inrichten van administratieve processen via de Lean-methode, het verkennen van AI-toepassingen ter ondersteuning van medewerkers. Daarnaast ligt de focus op het verbeteren van de digitale toegankelijkheid richting inwoners en het verbeteren van de chatbot Bo op onze website, die een goede introductie kende begin 2026. De implementatie van deze innovaties vinden stapsgewijs plaats. Voor alle toepassingen geldt dat veiligheid, privacy, transparantie en menselijke controle centraal staan. De BWB past innovaties uitsluitend toe binnen een helder juridisch en ethisch kader.
Nieuwe toepassingen worden vooraf getoetst door de Functionaris Gegevensbescherming, de Privacy Officer, de CISO, de innovatieadviseur en de informatiemanager. Medewerkers blijven altijd eindverantwoordelijk voor de uitkomst van processen. 19 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 De BWB conformeert zich aan geldende wet- en regelgeving, zoals de AVG, de BIO2 en de toekomstige Cyberbeveiligingswet (NIS2) en anticipeert actief op de aankomende Europese AI-verordening (AI Act). Er wordt toegewerkt naar een intern algoritme-register, waarin doel, werking, datagebruik en risico’s van AI-toepassingen worden vastgelegd. Ook de landelijke richtlijnen vanuit de VNG worden gevolgd. Daarbij wordt uitgegaan van zorgvuldig en doelgericht gebruik van AI, met aandacht voor uitlegbaarheid, proportionaliteit en non-discriminatie. 3.3 Control In 2026 wordt verder invulling gegeven aan de doorontwikkeling van de administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB) binnen de BWB. Op basis van het Controleplan 2026 worden verbijzonderde interne controles uitgevoerd op processen met het hoogste risicoprofiel. Daarbij wordt risicogericht gewerkt, waarbij de risicomatrix periodiek wordt geactualiseerd en de opzet, het bestaan en de werking van beheersmaatregelen worden beoordeeld.
Daarnaast wordt in 2026 verder gebouwd aan de versterking van de interne beheersing door procesrisico’s, frauderisico’s en risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik integraal te betrekken bij de uitvoering van de controles. De uitkomsten van de controles worden benut om beheersmaatregelen waar nodig aan te scherpen en de organisatie verder in control te brengen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de nieuwe accountant die begin juli 2026 door het Algemeen Bestuur is aangesteld. 20 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 4. Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene, financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen, dient er inzicht te zijn in de omvang en achtergronden van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn. Inventarisatie weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen bestaat uit de post onvoorzien welke in de primaire begroting is opgenomen voor € 80.000, daarnaast is bij de jaarrekening 2023 een reserve gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling.
Risicobeheersing Om een juist beeld van de financiële positie van de BWB te krijgen, is het noodzakelijk dat helder is met welke risico’s de samenwerking kan worden geconfronteerd. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de BWB te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar als deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’. De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door zorgvuldigheid in de uitvoering van procedures, het treffen van beheersmaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Op grond van artikel 31, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen naar derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen voor zover deze het eigen weerstandsvermogen te boven gaan. Risicoanalyse In bijlage 1 is de risicoanalyse opgenomen. Deze wordt bij elk planning en control product geactualiseerd.
Ten opzichte van de laatste beoordeling (begroting 2027) zijn de volgende veranderingen doorgevoerd: - het risico op dalende renteopbrengsten is verlaagd enerzijds doordat de begroting via de bestuursrapportage 2026 neerwaarts wordt bijgesteld met € 105.000, anderzijds wordt de kans op verdere verlagingen van de rente in 2026 als laag ingeschat; - het risico op de stijgende kosten voor gegevensuitwisseling waterverbruik is komen te vervallen omdat waterleidingbedrijven hun standpunt hebben herzien; - het aanbestedingsrisico (stijgende kosten voor de accountancy) is komen te vervallen als gevolg van het afronden van de aanbestedingsprocedure. De verwachtte kosten kunnen worden opgevangen binnen het bestaande budget. 21 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Aanpassing risicoprofiel Het totale financiële risico is bijgesteld naar € 120.000. De aanwezige weerstandscapaciteit waarover de BWB beschikt is € 280.000. 5. | Financiën 5.1 | Overzicht exploitatie 2026 In het onderstaande overzicht wordt weergeven hoe de baten en lasten zich in 2026 ontwikkelen ten opzichte van de primaire begroting 2026. In de begrotingswijziging zijn de mutaties verwerkt op basis van reeds bekende informatie en is er rekening gehouden met de extrapolatie van de werkelijke lasten tot en met mei 2026. In paragraaf 5.2 wordt een uitgebreide toelichting op de wijzigingen gegeven.
Begrotingswijziging programma's (× € 1.000) Lasten | Primaire | Begrotings- | Begroting na begroting 2026 | wijziging | wijziging Waarderen | 5.247 | -570 | 4.677 Heffen | 2.769 | -239 | 2.530 Invordering | 2.425 | -200 | 2.225 Subtotaal programma's | 10.441 | -1.009 | 9.432 Kosten overhead | 10.693 | -189 | 10.504 Treasury | 3 | - | 3 Vennootschapsbelasting | - | - | - Post onvoorzien | 80 | - | 80 Subtotaal overhead | 10.776 | -189 | 10.587 Totaal lasten | 21.217 | -1.198 | 20.019 Baten | Primaire | Begrotings- | Begroting na begroting 2026 | wijziging | wijziging Waarderen | - | 40 | 40 Heffen | - | - | - Invordering | - | - | - Subtotaal programma's | - | 40 | 40 Opbrengst overhead | 140 | 90 | 230 Treasury | 350 | -105 | 245 Bijdragen deelnemers | 20.727 | -1.223 | 19.504 Vennootschapsbelasting | - | - | - Post onvoorzien | - | - | - Subtotaal overhead | 21.217 | -1.238 | 19.979 Totaal baten | 21.217 | -1.198 | 20.019 22 23 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 5.2 Toelichting budgetten begroting 2026 Verschillen bestuursrapportage ten opzichte van de primaire begroting 2026 In de toelichting wordt inzicht gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting 2026 en de bestuursrapportage 2026. Er wordt alleen ingegaan op wijzigingen van meer dan € 100.000. Kleinere wijzigingen worden samengevoegd onder ‘overige kleine verschillen’.
De gevolgen voor de verdeling van de bijdragen van de diverse deelnemers zijn beschreven in 5.4 Deelnemersbijdrage. Wijzigingen (> € 100.000) Loonkosten (€ 1.510.000 V) Het geraamde budget voor salarislasten, exclusief garantiesalarissen, gratificaties en vergelijkbare posten, kan per saldo met € 1.510.000 worden verlaagd. De verlaging is als volgt verdeeld over de programma's: Overhead € 520.000, Waarderen € 570.000, Heffen € 230.000 en Invordering € 190.000. Deze verlaging wordt veroorzaakt door drie factoren: - Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van de in de kadernota opgenomen loonindexaties van 5,8% voor 2025 en 3,8% voor 2026, omdat op dat moment nog geen cao was vastgesteld. Inmiddels is een nieuwe cao overeengekomen. De feitelijke loonontwikkeling valt hierdoor lager uit dan waarmee in de begroting rekening is gehouden, wat resulteert in een voordeel van circa € 600.000. - Daarnaast ontstaat een voordeel van ongeveer € 500.000 doordat verschillende vacatures (tijdelijk) niet zijn ingevuld. Het betreft onder meer functies van deurwaarder, taxateur en directeur. Dit voordeel komt voornamelijk tot uitdrukking binnen de programma's Overhead, Waarderen en Invordering. Enkele van deze vacatures worden tot nader order niet opengesteld om te bezien of de werkzaamheden met minder formatie kunnen worden uitgevoerd.
Dit is het gevolg van efficiencymaatregelen, en hangt samen met de voorgestelde verhoging van het inhuurbudget. - Het resterende voordeel van circa € 410.000 wordt veroorzaakt door diverse kleinere loonontwikkelingen, zoals verschillen in inschaling en periodieken, niet ingevulde restformatie, de aankoop van verlofuren door medewerkers en lagere loonkosten als gevolg van langdurig verzuim. Inhuurkosten (€ 100.000 N) Het budget voor externe inhuur wordt verhoogd met € 100.000. De beschikbare middelen voor inhuur zijn op dit moment vrijwel volledig benut voor de vervanging van zieke medewerkers, de uitvoering van specifieke projecten en het overdragen van specialistische kennis. Hierdoor resteert nog slechts beperkte ruimte om tijdelijke capaciteitsvraagstukken op te vangen. Met de voorgestelde verhoging wordt een beperkte financiële buffer gecreëerd, zodat de continuïteit van de dienstverlening ook bij onverwachte uitval kan worden gewaarborgd. Hiermee wordt voorkomen dat werkzaamheden vertraging oplopen of dat medewerkers structureel extra worden belast. 24 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Renteopbrengsten (€ 105.000 N) De renteopbrengsten zijn de verwachte opbrengsten in 2026 over het saldo van de schatkist- bankierenrekening. De rente is in 2026 sterker gedaald dan vooraf was voorzien.
Er is een inschatting gemaakt op basis van een gemiddeld rentepercentage van 1,9%, wat resulteert in € 245.000 aan rentebaten in 2025. De verlaging bedraagt hierdoor € 105.000. Er is hierbij geen rekening gehouden met een eventuele verdere daling van het rentepercentage. Overige kleinere verschillen (< € 100.000) Diverse kleinere verschillen op de baten en lasten bedragen per saldo € 82.000 voordelig en bestaan uit diverse verhogingen en verlagingen van budgetten. De overige kleinere verschillen zijn als volgt uit te splitsen: Overige loonkosten € 15.000 N Overige personeelskosten € 20.000 N Bedrijfsvoering € 81.000 N Kantoorkosten € 44.000 N Informatisering/automatisering € 79.000 N Huisvesting € 8.000 V Materiële lasten binnen Heffen € 9.000 V Materiële lasten binnen Invordering € 10.000 V Opbrengsten Personeel € 5.000 V Opbrengsten Overhead € 85.000 V Opbrengsten Waarderen € 40.000 V Hoewel afwijkingen kleiner dan € 100.000 in principe niet afzonderlijk worden toegelicht, is er binnen de bedrijfsvoering een opvallende ontwikkeling die het vermelden waard is. Deze hangt samen met de WOZ-communicatiecampagne. In 2026 worden alle kosten van deze campagne via de BWB verantwoord. Dit leidt tot circa € 85.000 aan extra lasten binnen de bedrijfsvoering.
Deze kosten worden echter volledig doorbelast aan de deelnemende belastingsamenwerkingen, waardoor de opbrengsten binnen Overhead met eenzelfde bedrag toenemen. Per saldo heeft deze wijziging daarom geen effect op het resultaat. De stijging binnen informatisering/automatisering van € 79.000 hangt samen met hogere kosten voor licenties en consultancy. Deze toename wordt mede veroorzaakt door aanpassingen in de informatievoorziening als gevolg van Lean en innovatie. 25 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 5.3 Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden Naast de in deze bestuursrapportage verwerkte financiële mutaties zijn er enkele ontwikkelingen die mogelijk nog financiële gevolgen kunnen hebben, maar waarvan de omvang op dit moment nog onvoldoende kan worden bepaald. Deze ontwikkelingen zijn, naast de in het risicoprofiel opgenomen risico's, hieronder toegelicht. KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA) De afspraken over de compensatie van kosten die gemeenten maken in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag zijn vastgelegd in specifieke uitkeringen en de bijbehorende ministeriële regelingen. In deze bestuursrapportage is nog geen rekening gehouden met de financiële gevolgen van kwijtgescholden (waterschaps)belastingen en de compensatie van uitvoeringskosten. De omvang hiervan kan pas bij het opstellen van de jaarrekening 2026 worden bepaald.
Afloop personele voorzieningen Voor verplichtingen op het gebied van verlof (bovenwettelijk verlof en spaarverlof), voormalig personeel en de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) zijn voorzieningen gevormd. De ontwikkeling van met name de verlofvoorziening kan gedurende het jaar niet betrouwbaar worden bepaald. Eventuele voor- of nadelen worden daarom pas verwerkt bij de jaarrekening 2026. Post onvoorzien In de begroting is een post onvoorzien opgenomen van € 80.000. Tot op heden hebben zich geen onvoorziene kosten voorgedaan die niet binnen de bestaande budgetten of door middel van interne verschuivingen konden worden opgevangen. De volledige post onvoorzien is daarom nog beschikbaar. 5.4 | Deelnemersbijdragen Zoals in paragraaf 5.1 is aangegeven daalt de deelnemersbijdrage met een bedrag van € 1.223.000 als gevolg van de in deze bestuursrapportage voorgestelde budgettaire wijzigingen. De effecten hiervan voor | de | individuele | deelnemers | worden | echter | bepaald | op | basis | van | de | vastgestelde kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de kosten verdeeld over de deelnemers op basis van de geleverde productie in zowel uren als productieaantallen. Deze worden ook bijgesteld bij het opstellen van de bestuursrapportage, wat betekent dat de kostenverdeling per deelnemer wijzigt. De effecten per individuele deelnemer zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Herziene deelnemersbijdrage 2026 De deelnemersbijdrage wijziging is hieronder weergegeven. De eerste kolom bevat de oorspronkelijke bijdrage uit de primaire begroting. De tweede kolom bevat de herziene bijdrage inclusief de begrotingswijziging. In kolom drie wordt de wijziging per deelnemer in bedrag en percentage getoond. Herziening bijdrage inclusief BTW (× € 1.000) Deelnemers | Oorspronkelijke | Herziene bijdrage | Bijstelling bijdrage incl. BTW | incl. BTW | Bedrag | % Bergen op Zoom | 1.764 | 1.697 | 67 V | -3,8% Breda | 4.199 | 4.107 | 92 V | -2,2% Dongen | 595 | 589 | 6 V | -1,0% Etten-Leur | 1.055 | 972 | 83 V | -7,9% Halderberge | 740 | 700 | 40 V | -5,4% Loon op Zand | 746 | 661 | 85 V | -11,4% Moerdijk | 1.122 | 989 | 133 V | -11,9% Oosterhout | 1.493 | 1.387 | 106 V | -7,1% Roosendaal | 2.064 | 1.957 | 107 V | -5,2% Rucphen | 525 | 487 | 38 V | -7,2% Woensdrecht | 584 | 519 | 65 V | -11,1% Zundert | 722 | 592 | 130 V | -18,0% Brabantse Delta | 5.118 | 4.847 | 271 V | -5,3% Totaal deelnemers | 20.727 | 19.504 | 1.223 V | -5,9% NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte begroot zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. 26 Analyse verschillen per deelnemer Door de actualisatie van de budgetten en productieramingen wijzigt de bijdrage van alle deelnemers.
Voor alle deelnemers resulteert dit per saldo in een lagere bijdrage. De omvang van dit voordeel verschilt echter per deelnemer. Deze verschillen worden voornamelijk veroorzaakt door wijzigingen in de geraamde productie per deelnemer. De grootste afwijkingen doen zich voor bij de gemeenten Breda en Dongen, die relatief beperkt profiteren van de lagere bijdrage, en bij de gemeenten Loon op Zand, Moerdijk, Woensdrecht en Zundert, die juist een relatief groot voordeel realiseren. De onderstaande toelichting richt zich daarom op deze uitschieters. Onderstaande | tabel | toont | de | effecten | van | de | aangepaste | productieraming | voor | het | proces Waardebezwaren. Zoals eerder toegelicht, is de totale raming voor dit proces neerwaarts bijgesteld. De verschillen tussen gemeenten worden veroorzaakt door de ontwikkeling van hun aandeel in de totale verwachte productie. De tabel laat per gemeente het verschil zien tussen de productieraming in de primaire begroting 2026 en de actuele raming.
Gemeenten | Begroot | Verwacht | Verschil | Verschil % Breda | 4.810 | 2.950 | -1.860 | -39% Dongen | 460 | 300 | -160 | -35% Loon op Zand | 980 | 410 | -570 | -58% Moerdijk | 1.050 | 330 | -720 | -69% Woensdrecht | 440 | 180 | -260 | -59% Zundert | 1.080 | 350 | -730 | -68% Alle gemeenten | 14.410 | 7.200 | -7.210 | -50% Voor de gemeenten Breda en Dongen is de daling van het aantal verwachte waardebezwaren kleiner dan gemiddeld binnen het proces. Hierdoor neemt hun aandeel in de totale productie toe. Ondanks de daling van de totale kosten van het proces, komt daardoor een relatief groter deel van deze kosten voor rekening van deze gemeenten dan in de primaire begroting was voorzien. Voor de gemeenten Loon op Zand, Moerdijk, Woensdrecht en Zundert doet zich het omgekeerde voor. Hier daalt het aantal verwachte waardebezwaren juist sterker dan gemiddeld, waardoor hun aandeel in de totale productie afneemt. Als gevolg hiervan komt een relatief kleiner deel van de kosten voor rekening van deze gemeenten dan in de primaire begroting was voorzien. Samenvattend wordt het proces Waardebezwaren als geheel goedkoper. Door wijzigingen in het aandeel van de verwachte productie per gemeente verschuift echter de verdeling van de kosten, waardoor het voordeel per deelnemer verschilt. 27 Compensabele BTW In de oorspronkelijke begroting was het budget voor compensabele BTW € 1.250.000.
In deze bestuurs- rapportage wordt dit bedrag gehandhaafd. Dit totaalbedrag wordt proportioneel verdeeld onder de deelnemers. Omdat het Waterschap geen aanspraak maakt op de compensabele BTW, via het compensatiefonds, vervalt dit specifieke deelbedrag. Het totaal compensabele BTW in de tabel komt daardoor niet overeen met het budget. Compensabele BTW (× € 1.000) Oorspronkelijke bijdrage | Herziene bijdrage Omschrijving | Bijdrage | Comp. BTW | Bijdrage | Comp. BTW Bergen op Zoom | 1.764 | 106 | 1.697 | 109 Breda | 4.199 | 253 | 4.107 | 263 Dongen | 595 | 36 | 589 | 38 Etten-Leur | 1.055 | 64 | 972 | 62 Halderberge | 740 | 45 | 700 | 45 Loon op Zand | 746 | 45 | 661 | 42 Moerdijk | 1.122 | 68 | 989 | 63 Oosterhout | 1.493 | 90 | 1.387 | 89 Roosendaal | 2.064 | 124 | 1.957 | 125 Rucphen | 525 | 32 | 487 | 31 Woensdrecht | 584 | 35 | 519 | 33 Zundert | 722 | 44 | 592 | 38 Brabantse Delta | 5.118 | - | 4.847 | - Totaal deelnemers | 20.727 | 942 | 19.504 | 938 28 Bijlagen Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2026 en volgende jaren De risico’s worden steeds opnieuw beoordeeld, de laatste beoordeling heeft plaatsgevonden bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2027. Ten opzichte van deze beoordeling zijn twee risico’s komen te vervallen en is er één aangepast. Risico’s worden opgenomen vanaf € 25.000. Het berekende risicobedrag is afgerond op € 5.000.
Actuele risico’s Risico | Toelichting | I(ncidenteel) | Financiële | Kans | Berekend S(tructureel) | omvang | risico De begrote renteopbrengsten zijn verlaagd naar € 245.000. Bij een verdere daling van de rente op de Daling renteopbrengsten | kapitaalmarkt dalen deze | S | € 245.000 | 10% | € 25.000 (aangepast) | opbrengsten. Renteverwachtingen schetsen een stabilisatie in 2026 waarmee de kans als laag wordt ingeschat. Aansprakelijkheid in | De uitvoering van de AVG is voor verband met de Algemene | een data gestuurde organisatie als Verordening | de BWB extra risicogevoelig. | S | € 750.000 | 7,5% | € 55.000 Gegevensbescherming | Ondanks getroffen maatregelen blijft (AVG) | het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig. Een zzp’er kan achteraf door de Belastingdienst worden aangemerkt als werknemer. Handhaving speelt vanaf 2026. Dit kan leiden tot nabetaling van loonheffingen, boetes en rente en arbeidsrechtelijke gevolgen. De BWB werkt in 2025 aan maatregelen om de risico’s zoveel als mogelijk te beheersen. De functie van taxateur vormt hierin een knelpunt (deze zijn nodig voor de Schijnzelfstandigheid/ | uitvoering van primaire processen | I | € 270.000 | 15% | € 40.000 handhaving wet DBA | maar vacatures worden niet geheel ingevuld). In 2025 is de inhuur van ZZP’ers verder afgebouwd.
Eind 2025 is de verwachting dat er nog maar beperkt gebruik gemaakt gaat worden van ZZP’ers. Daarnaast worden er nieuwe overeenkomsten gesloten waarbij een duidelijk resultaat wordt afgesproken. Bij nieuwe inhuuropdrachten wordt expliciet gekeken of deze wel of niet kan worden opgesteld voor ZZP’ers. Totaal benodigde weerstandscapaciteit | € 120.000 29 30 Bestuursrapportage 2026 Versie db 11-9-26 Vervallen risico’s I(ncidenteel) Risico Toelichting S(tructureel) Financiële omvang Kans Berekend risico Aanbestedingsrisico In de loop van 2026 is de accountantscontrole Europees aanbesteed. In de begroting is rekening gehouden met een correctie voor de indexatie die binnen het huidige contract niet was toegestaan. Het totale financiële effect hiervan was niet vast te stellen. Inmiddels is de aanbestedingsprocedure afgerond en is het risico komen te vervallen. De kosten kunnen worden opgevangen binnen het vastgestelde budget. S € 50.000 50% € 25.000 Kosten gegevensuitwisseling waterverbruik Tot september 2025 werden gegevens over waterverbruik kosteloos beschikbaar gesteld door de waterleidingbedrijven. Door een wijziging in het standpunt van de ontstond het risico dat hiervoor jaarlijks circa € 50.000 aan kosten in rekening zou worden gebracht, waarbij onzeker was of dit bedrag toereikend zou zijn.
Dit risico is komen te vervallen doordat de waterleidingbedrijven het standpunt inmiddels hebben herzien. De verwachte kosten doen zich daardoor niet voor. Het budget wordt hierop aangepast via deze bestuursrapportage. S € 50.000 25% € 15.000 Totaal benodigde weerstandscapaciteit € 40.000 Bijlage 2: Overzicht procestarieven Programma | Proces | Tarief primaire | Tarief na begroting | wijziging Algemeen | Algemene bijdrage | 15.300,00 | 10.300,00 Waarderen | WOZ-administratie | 8,33 | 8,14 Waarderen | Taxeren en herwaarderen | 14,30 | 14,61 Waarderen | Waardebezwaren | 236,49 | 392,48 Heffen | BAG Moerdijk | 3,73 | 3,61 Heffen | Gegevensbeheer basis | 0,98 | 0,92 Heffen | Gegevensbeheer precariobelasting | 18,97 | 13,66 Heffen | Gegevensbeheer reclamebelasting | 55,13 | 29,00 Heffen | Gegevensbeheer toeristenbelasting | 121,36 | 103,66 Heffen | Gegevensbeheer hondenbelasting | 6,31 | 6,18 Heffen | Legesbezwaren | 414,54 | 547,93 Heffen | Gegevensbeheer zuiveringsheffing | 26,35 | 25,69 Heffen | Opleggen aanslagen | 0,93 | 0,90 Heffen | Heffingsbezwaren | 142,86 | 116,81 Invordering | Financiële invordering | 2,74 | 2,23 Invordering | Dwanginvordering | 130,16 | 144,26 31