CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

16-2021 Onderzoek nascheiding huishoudelijk afval.pdf

Commissie 1 april 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsmededeling 16-2021 Onderzoek nascheiding huishoudelijk afval10.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief

Pagina 24 van 30

9. Effecten op milieudruk In dit rapport is de milieudruk uitgesplitst in twee onderwerpen. Enerzijds leidt de andere vorm van inzamelen en verwerken ten opzichte van de huidige situatie tot meer handelingen en transport. Anderzijds leidt het uitnemen van meer PD uit het restafval en hoogwaardig(er) hergebruik ervan tot een grondstoffenbesparing. Immers, bij kunststoffen die gemaakt worden van gebruikte kunststoffen wordt verbranding gemeden en zijn minder grondstoffen verbruikt (olie). Brandstofverbruik en CO2-uitstoot door de inzamelvoertuigen Als de inzameling van PBD-zakken wordt gestaakt dan stijgt de inzamelfrequentie van de minicontainers en de ondergrondse containers. Er zal naar verwachting een vergelijkbaar aantal vrachtwagens worden ingezet in de nieuwe situatie. De uitstoot van CO2 wordt daarmee in dezelfde orde van grootte verwacht, wellicht licht hoger. Brandstofverbruik en CO2-uitstoot door het transport naar de nascheidingsinstallatie De CO2-uitstoot van het transport van afval is sterk afhankelijk van factoren als efficiëntie van het voertuig, transportsnelheid en beladingsgraad en kan niet exact worden berekend maar wel benaderd. De CO2-uitstoot wordt benaderd in een bandbreedte die ontstaat door te kijken naar de dichtstbij gelegen verwerker (AVR Rotterdam) versus de verafgelegen verwerker (Omrin, Oudehaske Friesland). Dit levert een bandbreedte op.

Uitgangspunten zijn: 1. Transport van 30 ton restafval per rit, zonder retourlading. 2. De afstand tot AVR is 75 kilometer per enkele reis. 3. De afstand tot Omrin is 220 kilometer per enkele reis. 4. Het verbruik van een standaard vrachtwagen op het Nederlandse vlakke terrein is beladen ca 34 l/100 km en leeg 29 l/100 km. 5. De uitstoot aan CO2 per liter diesel is 3,2 kg (WTW). Effecten zijn:  Uitgaande van in totaal 12.742 ton PBD-houdend restafval zijn 425 ritten nodig.  Aftransport naar AVR kost 20.000 liter diesel, wat een uitstoot geeft van 64 ton CO2.  Aftransport naar Omrin kost 62.857 liter diesel, wat een uitstoot geeft van 201 ton CO2. Brandstofverbruik en CO2-uitstoot door tussentijdse overslag Voor de overslag worden gemotoriseerde werktuigen gebruikt en daarmee fossiele brandstoffen verbruikt. Daarentegen komt een deel van de overslag bij Saver te vervallen. Uitgangpunten: 1. De overslag is met behulp van een shovel en een kraan 2. De shovel en de kraan gebruiken elk 6 liter diesel per uur. 3. Gezamenlijke productie van shovel en kraan is 50 ton per uur.

Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief

Pagina 25 van 30

Effecten zijn:  Uitgaande van in totaal 12.742 ton PBD-houdend restafval is ongeveer 250 uur inzet nodig.  Het dieselverbruik en de CO2-uitstoot (WTW) zouden in dit rekenvoorbeeld ongeveer 3060 liter diesel en 9,8 ton CO2 bedragen. Opgemerkt wordt dat er geen zicht is op een feitelijke locatie/werkwijze en dat dit rekenvoorbeeld dus slechts een indicatie oplevert. Opgemerkt wordt dat er geen zicht is op een feitelijke locatie/werkwijze en dat dit rekenvoorbeeld dus slechts een indicatie oplevert. Verbruik en CO2-uitstoot door de mechanische handelingen Er zijn geen cijfers gevonden van het energieverbruik en de uitstoot van de mechanische nascheiding van kunststoffen. De aandrijving van mechanische scheidingsinstallaties is meestal elektrisch en kan gevoed zijn vanuit eigen opwekkingscapaciteit (zonnepanelen, groen gas, verbrandingsinstallatie). CO2-uitstoot door meer of minder verbranden van kunststoffen Alle verbrandingsinstallaties in Nederland hebben de zogenoemde R1 status wat betekent dat de energie van verbranding nuttig wordt toegepast in de vorm van elektriciteit of verwarming. Met het maken van de elektriciteit of het verwarmen van kassen en gebouwen met het warme water is fossiele brandstof bespaard. En daarmee dus ook CO2 bespaard. Er is veel data nodig om de uitstoot of juist gemeden uitstoot te kwantificeren.

Het Centraal planbureau en CE Delft becijferden dat met de Nederlandse energiemix (fossiel, wind, zon, biomassa, kernenergie) er bij elke verbrande ton kunststof een netto uitstoot van 1,2 tot 1,7 ton CO2 is. Het verschil tussen deze cijfers zit in de energie die weer nodig is geweest voor het recyclen van kunststof of juist de besparing die het hergebruik heeft opgeleverd. Nascheiden Ten opzichte van de huidige praktijk zou met nascheiding 2 kg per inwoner meer PD uit het restafval kunnen worden onttrokken en daardoor niet verbrand. Met de bandbreedte van het CPB en CE Delft en de aanname dat 154 ton aan verpakkingen minder wordt verbrand dan met nascheiden, zou dit een besparing van 185 – 262 ton CO2 betekenen. De bijvangst hoeft niet per se in dezelfde mate brandbaar te zijn en is niet becijferd. Potentie van bronscheiden Bij de effecten op circulariteit is benoemd dat met een keuze voor nascheiden, de potentie van het PD in het restafval die wordt gerapporteerd bij de sorteeranalyses, niet meer verder kan worden benut. Deze potentie is grofweg 30 kg PBD per inwoner. Afgaande op een situatie dat met stimulerende maatregelen de helft van deze hoeveelheid zou worden brongescheiden, dan zou er grofweg 1.155 ton PD minder worden verbrand. Met de bandbreedte van CPB en CE Delft zou dit leiden tot een reductie tussen 1.385 tot 1.960 ton CO2 ten opzichte van nascheiding.

Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief

Pagina 26 van 30

10. Serviceniveau De gemeente haalt bij elk huishouden om de twee weken de zakken met PBD op. Deze frequentie is bij deze vorm van inzamelen gebruikelijk in Nederland. Het beëindigen van de bronscheiding brengt met zich mee dat inwoners vaker hun minicontainer aan de straat moeten zetten. Door het opslaan van het PBD in de minicontainers is deze immers ook vaker vol. Het is de vraag of het voor de inwoners een verschil maakt of zij een paar zakken PBD aan de straat zetten, of een minicontainer. Huishoudens met weinig ruimte in huis of op het eigen perceel vinden het waarschijnlijk makkelijker om PBD en restafval bij elkaar te mogen opslaan. De beleving van het serviceniveau is een subjectieve beoordeling die per individu kan verschillen. Inwoners die afvalscheiding belangrijk vinden zijn vaker genegen om net iets meer inspanning te verrichten. Inwoners die dit niet belangrijk vinden, beoordelen het vaak als onnodig of te veel moeite.

Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief

Pagina 27 van 30

11. Conclusie De uitkomsten van deze verkenning is dat nascheiden: 1) leidt tot een jaarlijkse kostenstijging van € 1.031.512,- tot € 1.089.970,-, wat overeenkomt met een bedrag van € 29,50,- tot 31,80,- per huishouden; 2) zorgt dat 2 kg per inwoner meer aan verpakkingen voor hergebruik worden afgezet, namelijk 24 kg per inwoner tegen de huidige 22 kg per inwoner3; 3) kan leiden tot minder zuivere monostromen en dat de markt aangeeft dat deze dan moeilijker af te zetten zijn; 4) de potentie van de nu in het restafval aanwezige 30 kg PBD per inwoner in het restafval onbenut laat en dat daarmee ook een potentie voor een aanzienlijk hogere CO2-reductie onbenut blijft4; 5) mogelijk leidt tot bijvangst van andere grondstoffen in het restafval en dat deze bijvangst een nadelige invloed heeft op de scheidingsresultaten; 6) leidt tot een nagenoeg gelijke uitstoot van CO2 als gekeken wordt naar de overslag, transport en verbranding. Nascheiding leidt tot verhoging van 80 ton CO2; 7) het huidige serviceniveau kan beïnvloeden omdat men vaker de minicontainer aan de straat moet zetten, of restafval moet wegbrengen naar een ondergrondse container.

3

Er is gerekend met de cijfers van 2019. Dit betekent dat het resultaat van de hoeveelheden PBD in relatie tot 1x per 4 weken hierin niet is meegenomen. De hoeveelheid PBD is gestegen van 22 kg per inwoner naar ongeveer 28 kg. Dit is een sterke verbetering ten opzichte van het doorgerekende resultaat en werkt in het nadeel van nascheiding. 4

Er is gerekend met de cijfers van 2019. De potentie in het restafval is door invoering 1x per 4 weken restafval gedaald naar ongeveer 24 kg per inwoner.

Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief

Pagina 28 van 30

12. Begrippen Bronscheiding: DKR-normen:

Fecaal: Fijn restafval

Granulaat: Grof restafval Grondstof:

Mix:

Monostroom: Nascheiding:

PD:

PBD/PMD:

Sorteren:

Sorteeranalyse:

WTW

Het dicht bij de huishoudens scheiden van grondstoffen, met bijvoorbeeld een zak, een minicontainer of een wijkverzamelcontainer. Normen opgesteld door de Deutsche Gesellschaft für Kreislaufwirtschaft und Rohstoffe mbH. Deze normen zeggen iets over de hoeveelheid ‘vreemd plastic’ er in een bepaalde monostroom mag bestaan. Vreemd plastic wordt gezien als vervuiling omdat het hoogwaardig hergebruik van monostromen hindert. Voor elke monostroom is een aparte DKR-norm vastgesteld. Sorteerders hebben zich met Nedvang hieraan gecommitteerd en worden gecontroleerd op het behalen van deze normen. De DKR-normen zeggen niets over aanklevend vuil. Betrekking hebbend op uitwerpselen. Het restafval dat door middel van minicontainers en ondergrondse containers wordt ingezameld, en wat ook in deze containers mag. In deze notitie wordt overwegend over fijn restafval gesproken. Korrels van een soort kunststof die als grondstof in een proces kunnen worden gebracht voor het maken van nieuwe kunststof voorwerpen. Het restafval dat ontstaat op de milieustraat nadat alle scheidbare onderdelen eruit zijn gehaald. In het verleden werden glas, papier, textiel, verpakkingskunststof (e.a.) afvalstromen genoemd. In de huidige tijd geldt dat zodra fracties herbruikbaar zijn en daarmee de inzet van olie, hout, zand (e.a.) afneemt, zij beter grondstof dan afvalstroom kunnen worden genoemd.

Een verzameling van kunststoffen van verschillende samenstelling die overblijft na het sorteren van monostromen uit brongescheiden of nagescheiden kunststoffen. Eén soort kunststof, bijvoorbeeld PET, Polyethyleen (PE) of Polypropyleen (PP). Restafval door een installatie leiden om grondstoffen uit het restafval te halen, vlak voordat het restafval in de verbrandingsoven verdwijnt. Met nascheiding in dit document wordt bedoeld het machinaal uit het restafval halen van PD. Plastic verpakkingen en Drankenkartons. Zodra er sprake is van nascheiding, dan is het aandeel blik niet meer van toepassing omdat dit bij alle verwerkers (verbrandingsovens) in vergelijkbare verhouding wordt teruggewonnen. Bij nascheiding dekt PD de lading beter. Plastic verpakkingen, Blik en Drankenkartons. In sommige gemeenten wordt dit ook als PMD benoemd, wat staat voor Plastic, Metalen en Drankenkartons. De benaming Metalen is voor inwoners soms onduidelijk en leidt tot bijvangst van metalen voorwerpen die door het Afvalfonds niet als verpakking zijn aangemerkt. PBD dekt bij bronscheiding de lading beter. Kunststoffen worden uitgesorteerd naar de verschillende soorten kunststoffen. Met de sortering wordt beoogd om monostromen van zo hoog mogelijke kwaliteit te krijgen waarna de monostromen zo hoogwaardig mogelijk kunnen worden hergebruikt.

Het uitsplitsen van een hoeveelheid restafval naar alle onderscheidenlijke componenten. Een representatieve steekproef geeft een beeld van welke en hoeveel grondstoffen er nog in het restafval zitten. Well-to-Wheel. Deze term wordt gebruikt voor het uitdrukken van de CO2 uitstoot die gemaakt wordt in de hele keten, waarbij rekening wordt gehouden met de uitstoot die gepaard gaat met winning van aardolie, het transport, de

Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief

Pagina 29 van 30

raffinage, de distributie verbrandingsmotor.

en

het

uiteindelijk

verbruik

ervan

in

een

13. Gebruikte bronnen        

        

Afvalsturing Friesland NV (Omrin), jaarverslag 2018. Artikel Afvalonline. Minder geur in plasticrecyclaat uit bronscheiding (6 april 2020). AVR, jaarbericht 2019. CBS, opendata (Statline). CE Delft, Innovatie afvalverwerkingstechnieken doorgelicht, Publicatie: 17.2L47.160. (2017) CPB, Achtergronddocument, De circulaire economie van kunststof: van grondstoffen tot afval (2017). CV Midwaste UA. Den Haag, Brief van Wethouder van Binnenstad, Stadsontwikkeling, Kerngebieden en Buitenruimte aan voorzitter commissie Leefomgeving, Tussenbalans Huishoudelijk Afvalplan Den Haag 2016-2020 (2018). https://www.co2emissiefactoren.nl/lijst-emissiefactoren/ Interview met dhr. S. de Beer, HVC. Interview met dhr. D. van Steenes, NV Irado. Milieucentraal.nl. Saver NV / De afvalspiegel, verslag sorteeranalyse Roosendaal 2019. Saver NV, de heer J. Beekhuijzen, Manager Ontwikkeling & Projecten. Saver NV, de heer C. Stroop, Manager Financiën en Control. Witteveen+Bos en de Afvalspiegel, Samenstelling ingezameld kunststof/PMD-verpakkingen – het effect van inzamelsystemen (2018). Onderzoek in opdracht van het Learning Cen+ter. WUR, Verbeteropties voor de recycling van kunststofverpakkingen - Industriële beleidsopties voor verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van het gewassen maalgoed uit de recyclingketen voor huishoudelijke kunststofverpakkingen (2018).

Roosendaal – bronscheiden vs. nascheiden – januari 2021 – definitief

Pagina 30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1111/documents/28056