151-2021 Beantwoording raadsvragen PvdA- Rapport Eigenwijs Transformeren.pdf
Tekst van het document
.D
(D
-
Gemeente
R oosen daal
GGFÍlãtt¡I'r¡rt¡
ENñA Datum Onderwerp Portefeuillehouder
15 iuni 2021 1 51 -2021 Rapport Eiqenwiis Transformeren Colleqe B&W
De fractie heeft de volgende vragen:
Geacht college, De ontwikkelingen in de jeugdzorg staan niet stil. De transformatie heeft veel mooie, maar ook minder mooie dingen met zich meegebracht. Het uitgebrachte rapport'Eigenwijs Transformeren' geeft een inzicht in hoe de gemeente Roosendaal (en daarmee ook jeugdzorgregio West-Brabant-WesQ zich de opdracht tot transformatie eigen heeft gemaakt. Zoals het rapport ook aangeeft is iedere gemeente anders en is een bij iedere gemeente/jeugdzorgregio de uitwerking anders. Als gemeente kunnen we het er allemaal over eens zijn dat jeugdigen veilig en gezond kunnen opgroeien in hun eigen vertrouwde omgeving. Het gewenste is thuis, maar soms is dit onder de zorg van een jeugdzorgaanbieder. Daar is de PvdA Roosendaal het helemaal mee eens. Ook zit de fractie de ontwikkelingen aan de kant van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De voorgestelde veranderingen aan de Jeugdwet, de arbitrage uitkomst tussen VNG en MA/S en de verschillende groepen (denk bijvoorbeeld aan de door FNV Zorg ondersteunde denktank 'Jeugdsprong') die bezig zijn met visies op de jeugdzorg. We zijn goed bezig met de jeugdzorg, maar mogen niet stil blijven zitten of achterover gaan leunen. Kijkende naar de behandeling van dit rapport tijdens de commissievergadering van woensdag 16 juni heeft de fractie de volgende aantal (technische) vragen:
1.
De uitkomst van de arbitrage tussen VNG en \M/S heeft tot de uitspraak geleid dat er (structureel) 1,9 miljard geïnvesteerd moet worden in de jeugdzorg. Hoe kijkt het college naar de uitdaging om dit geld ook echt bij de jeugdzorgaanbieders te laten komen en niet dat het in 'overhead' blijft hangen?
2.
De vraag naar het normaliseren van jeugdzorg is hoog, ook kijkende naar het feit dat het rapport aangeeft dat bijna een kwart van de Roosendaalse gezinnen gebruik maakt van voorzieningen in het sociale domein. Hoe definieert het college 'jeugdzorg' in de gemeente Roosendaal/jeugdzorgregio WBW? Als voorbeeld: in hoeverre is dyslexie ook echt 'jeugdzorg' of zou het onder een andere noemer moeten vallen?
3.
De ontwikkelingen bij VWS laten een voorkeur zien voor minimumtarieven in de jeugdzorg. Kijkende naar de jeugdzorgregio WEIW wordt geconstateerd in het rapport (pagina 88: "De regio en gemeenten geven aan een reële prijs voor de jeugdhulp te willen betalen. Enkele zorgaanbieders gaven in gesprekken aan dat de tarieven in de regio WBW vanuit hun perspectief redelijk laag ztin. De tarieven zouden volgens hen tot circa 30 procent lager liggen dan in sommige andere regio's. Daarnaast blijken de tarieven die verbonden zijn aan de zorgprofielen niet altijd haalbaal) dat in
WBW de tarieven lager zijn vergelijkende met dezelfde soort zorg maar dan afgenomen in bijvoorbeeld WBO of Zeeland. Hoe kijkt het college naar het verschil in de tarieven, de tarieven die zij zelf hanteert en de voorgestelde werkwijze van minimumtarieven?
4.
ln WBW hanteren we voor sommige zorgvormen uitbetaling in 'tranches' en in andere zorgvormen de '50% vooraf, 50o/o na afloop van succesvol traject' regeling. Kan het college toelichten waarom er gewerkt wordt met een 50-50 regeling en waarom er niet breed gewerkt kan worden met (maandelijkse) tranches? Dit zodat zorginstellingen niet met financiële vraagstukken komen te zitten (lees: krijg ik wel genoeg geld binnen om aan alle kosten te voldoen?).
5.
Vasthouden aan dichtgetimmerde protocollen is een veilige manier van werken, maar kan zorgen voor wrijving op de werkvloer. lmmers de jeugdprofessional van de gemeente en de jeugdzorghulpverlener van de jeugdzorgaanbieder weten wat ze doen, net zoals we van een loodgieter en timmerman venryachten dat we weten wat ze doen. Kan het college zich erin vinden dat binnen de jeugdzorg het accent moet liggen op hulpverlenen waar ook fouten gemaakt kunnen worden en minder een nadruk op verslaglegging/verantwoording van de jeugdzorghulpverleners op de vloer?
6.
Wat is de stand van zaken aangaande jeugdprofessionals vanuit de gemeente plaatsen per school. Dit ook kijkende naar de opmerkingen van schoolbesturen in het rapport (pag. 82: 'Tegelijkertijd signa[eren schoolbesturen dat de samenwerking nog niet altijd naar wens verloopL Zii evaren dat jeugdprofessrbnals vaak reactief zijn in hun werk en minder proactief. Bovendien is er soms fe veel sprake van dat men afwacht of een ouder zelf een vraag heeft.')
7.
Het rapport geeft op pagina 81 aan dat "de focus voor de jeugdprofessional is om te komen te de inhoudelijk beste oplossing voor de jeugdige, maar tegelijkertijd wordt er ook enige mate van kostenbewustzijn verwacht". Op pagina 92 vervolgt het rapport met: "ln de praktijk blijkt deze focus op inhoud wel onder druk te staan door de toenemende financiële druk bij gemeente en de zorgaanbieders, vooral bijde hoog complexe casuïstiek". De vraag is dan ook: Krijgt zorg voorrang of krijgt het kostenplaatje voorrang? Hoe zorgen we ervoor dat een jeugdige nooit zorg niet krijgt vanwege het kostenplaatje?
8.
De jeugdzorgregio WBW is sterk in het vasthouden van alle gemeentes in de regio door de afgesproken jeugdzorgvisie; er is een redelijk stabiele samenwerking. Het rapport geeft aan dat, ondanks wisselingen van de wacht en onderlinge wrijvingen men er altijd uitkomt. Hoe gaat de continuatie van deze regionale jeugdzorgvisie zijn na de aankomende verkiezingen?
9.
ln de jeugdzorg wordt vaak de focus op de problematiek van het kind gelegd. Maar vaak is er meer aan de hand dan alleen met het kind. De jeugdprofessionals van de gemeente hebben een poortwachtersfunctie om de problematiek juist te interpreteren. Het rapport geeft aan op pagina 87 dat "het in sommige situaties voorkomt dat bij de poortwachtersfunctie problematiek bij de ouders over het hoofd wordt gezien. Dit kan vervolgens een belemmering vormen in het realiseren van de doelstelling". Hoe kijkt het college tegen het verschuiven van de focus op het kind naar de focus op het héle gezin, al dan niet door te investeren in hulpvormen voor gezinsopname?
10. Jeugdzorgregio WBW kent vele aanbieders vanuit de open house constructie. Zo is er veel keus voor ouders en jeugdigen om hun zorgaanbieder te kiezen, maar is de markt ook enorm vezadigd. De jeugdzorgregio geeft aan dit zo te doen om innovatie en kwaliteit te stimuleren. Echter is teveel keuze vaak niet handig. Vanuit het M&S is de voorgenomen ontwikkeling nu om de open house constructie af te gaan schaffen. Hoe kijk het college tegen deze voorgenomen ontwikkeling? 11. De gemeenteraad Roosendaal is zelf voortvarend aan de slag gegaan om naar het jeugdbeleid te kijken aan de hand van de zogenaamde 'methode Duisenberg'. Het rapport geeft op pagina 89 aan
dat "op basis van interviews met verschillende betrokkenen heeft geleid tot een aantal aanbevelingen." Kan het college een update over de stand van zaken/implementatie van deze aanbevelingen binnen de gemeente/jeugdzorgregio?
12. Praten met jongeren over hun hulp is van groot belang. Het rapport geefi daarom op pagina 92 ook aan dat er "in de communicatie met jeugdigen en zorgaanbieders nog doorontwikkelingen plaats kunnen vinden. Zo kunnen jongeren eerder in het proces betrokken worden en vertegenwoordigd worden in de (Sociaal Domein) adviesraad". Hoe kijkt het college naar deze opmerking door de samenstellers van het rapport?
13. Het rapport laat zien dat er veel goed gaat, maar dat er ook nog (terechte) zorgen en opmerkingen zijn. Hoe kijkt het college tegen een anonieme enquête die ingevuld kan worden door jeugdzorghulpverleners van zorgaanbieders en diens besturen met specifieke vragen over, maar niet gelimiteerd tot,: - samenwerking tussen zorgaanbieder en gemeente (lees: inkoopteam) en zorgaanbieder en de jeugdprofessional van de gemeente; - de tarieven in WBW en de tarieven die jeugdzorgaanbieders ontvangen in andere jeugdzorgregio's - de inkoopwijze van jeugdzorg in V1/BW - verbeterpunten die zorgaanbieders vrij kunnen omschrijven - de ervaring van zorgaanbieders met verantwoording vs. Focus op zorgverlening
Het is een dik pak, al dan niet technische, vragen, maar het is goed om constant te kijken hoe we onze jeugdzorghulpverlening alleen maar beter kunnen maken. Want dat we dit als gemeente (lees: college, raad, jeugdprofessionals en zorgaanbieders) goed kunnen regelen staat buiten kijf.
We danken u en kijken uit naar uw antwoorden
Met vriendelijke groet,
MichaelYap Björn Rommens
Wij beantwoorden de vraag als volgt
Vraag 1: dit is een uitdaging waar het college zich van bewust is, maar met vertrouwen tegemoet ziet. Vraag 2: Met de term jeugdzorg wordt in onze regio met name de niet vrij toegankelijke zorg bedoeld. ln het voorbeeld van dyslexie ligt daarin ook de scheidslijn, dit kent verschillende vormen, die niet allemaal vallen onder jeugdzorg, maar waaryan een deel ook benoemd is in de jeugdwet. ln het kader van de nieuwe regiovisie voor de komende jaren is grenzen aan de jeugdzorg één van de centrale thema's. Vraag 3: ln de regio WBWwordt gewerkt met arrangementen, waardoor vergelijk van tarieven met naastgelegen regio's niet goed te maken is. Met zorgaanbieders is een voortdurende dialoog, waarin ook de financiële haalbaarheid een onderwerp is. Hierin zijn ook verschillen in positie tussen de aanbieders onderling, dit past bij de dynamiek van onze systematiek. Vaste tarieven of minimumtarieven voor producten of aanbieders zijn daarin niet wenselijk, omdat die niet aansluiten bij de arrangementensystematiek. Vraag 4: De regeling met 50% voor en 50% achter betekent dat de aanbieders bij aanvang direct de ruimte hebben om een goede start te maken, omdat dan naar verhouding een groot deel van de vergoeding wordt uitbetaald. Vraag 5: ln beginsel kan het college zich hier in vinden, hulpverlenen is mensenwerk en dat moet voorop staan.
Zoals ook in het rapport staat werkt de regio WBW daarom met het gespreksmodel, waarin zorgaanbieders en gemeente geregeld in gesprek zijn. Andezijds gaat in de jeugdzorg veel publiek geld om en dient hier ook verantwoording over afgelegd te worden. Binnen de regio wordt voortdurend gezocht naar de optimale balans hierin, waarbij op een deugdelijke wijze gestuurd en verantwoord kan worden, maar de focus blijft liggen op de uitvoering van ondersteuning aan ouders en jeugdigen. Regionale werkgroepen over administratieve lastenverlichting en innovaties als Blockchain helpen hierbij, de regio WBW is hierin een van de landelijke koplopers. Vraag 6: Aan alle scholen voor Primair en Voortgezet Onderwijs zijn jeugdprofessionals verbonden, waarbij in mei gestart is met de pilot JPO op een aantal scholen, die samen met het onderwijs voor deze pilot zijn geselecteerd. Met name in de pilot JPO staat het pro-actief ondersteunen en adviseren binnen de teams van de scholen centraal. De pilot wordt gemonitord en in 2022 wordt besloten hoe deze wordt voortgezet en eventueel uitgebreid. Vraag 7: Goede zorg is altijd het uitgangspunt bij de toekenning van jeugdzorg. Daar ligt ook een wettelijke zorgplicht aan ten grondslag, waardoor het niet zo kan zijn dat een jeugdige de benodigde zorg niet krijgt vanwege het kostenplaatje.
Tegelijkertijd wordt ook van de gemeenten verwacht dat de kosten van de jeugdzorg beperkt worden, omdat het stelsel anders niet is uit te voeren. Dit betekent dat de focus op de inhoud daarmee onder druk kan komen te staan, maar niet uit het oog verloren wordt. Dat is en blijft het uitgangspunt van de jeugdzorg. Vraag 8: Zoals in de vraag reeds wordt aangegeven is één van de krachtige ingrediënten van de aanpak de stabiele samenwerking, die sinds 2015 in de regio WBW aanwezig is. ln deze periode hebben in de betrokken gemeenten verschillende colleges deelgenomen. De verwachting is dan ook dat dit na de aankomende verkiezingen eveneens zo blijft. Hiervoor wordt onder meer de nieuwe reg iovisie 2022-2025 ontwikkeld. Vraag 9: De focus van de oplossing moet altijd daar liggen waar de kern van het probleem is. Deze focus waar nodig verschuiven van kind naar ouder of naar het hele gezin, is onderdeel van de ontwikkeling in beleid waar naast de jeugdprofessionals en zorgaanbieders ook nadrukkelijk breder gekeken wordt naar het maatschappelijk veld en alle partners die daarin een rol spelen. lnvesteren in gezinsopname kan een weg naar oplossing zijn, maar de zorgbehoefte is hierin leidend.
Vraag 10: De open house constructie heeft tot nu toe goed gewerkt voor de regio WBW, maar ook vanuit de regio wordt bij de nieuwe inkoopstrategie kritisch getoetst welke vorm het beste werkt om ouders en jeugdigen zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen. lndien open house niet meer tot de mogelijkheden zou behoren zou dat wat het college betreft niet wenselijk zijn, omdat zoals gesteld aan het stimuleren van innovatie en kwaliteit in de jeugdzorg grote waarde wordt gehecht.
Antwoord 11: De drie aanbevelingen uit het ondezoek volgens de Duisenberg zijn overgenomen en worden gelmplementeerd. Een (regionaal) dashboard wordt ingericht en zal naar verwachting rond de zomer operationeel zijn, de lokale paragraaf heeft in de nieuwe regiovisie een duidelijke plek en de raden worden in de verschillende gemeenten betrokken en periodiek geïnformeerd, in Roosendaal in periodieke interactieve informatiebijeenkomsten (2x per jaaQ en informatiebrieven. Vraag 12:Bij het inrichten van de nieuwe adviesraad is ook de jongerenraad betrokken en deelname van jongeren gezocht. Ook recent is er weer contact geweest tussen de voorzitters van de adviesraad en de jongerenraad om te bespreken hoe er samengewerkt kan worden om signalen die de jongerenraad oppakt beter mee te nemen in het werk van de adviesraad.
Vraag 13: De werkwijze van de regio WEìWwordt gekenmerkt als het gespreksmodel, omdat met de partijen en over de ondenrverpen die benoemd staan in de vraag voortdurend het gesprek gevoerd wordt. De punten die in het rapport benoemd staan, zijn welkom maar passen ook in de lijn van dit gesprek. Hier wordt naast het gebruik van vragenlijsten, de Kwaliteitsmonitor en andere schriftelijke uitvraag (ook anoniem) zeer geregeld en open het gesprek gevoerd over wat er anders en beter kan in de regio. Dit wordt door zorgaanbieders gewaardeerd en levert niet alleen handvatten maar ook gezamenlijke verantwoordelijkheid op die ook in het afgelopen jaar van grote waarde is gebleken. Op basis van de afrrveging tussen kosten en baten (ook voor de aanbieders) wordt een extra enquête dan ook niet aangeraden.
Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, De
Wr'
ris,
Q,l4nn/*rfu^
De burgemeester,