1408814-E-RAAD VAN STATE-Toezending stukken inzake voorlopige voorziening bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020.PDF
Tekst van het document
Raad •
Afdeling bestuursrechtspraak
vanState
Pagina 1 van 1
gemeente Roasanctaal Raad van de gemeente Roosendaal
0 9 ME! 2025
Postbus 5000 4700 KA ROOSENDAAL
Datum
Ons nummer
Uw kenmerk
8 mei 2025
202207084/4/R2
666282
Inlichtingen
Onderwerp
Mw. T. Zizaoui 070-4264511
Roosendaal bp. Buitengebied Wouw 2020
Procedure
Voorlopige voorziening
Geachte heer/mevrouw, Hierbij stuur ik u - ter informatie - stukken die gaan over bovengenoemde procedure. Zoals u is meegedeeld, zal de zaak op 16 mei 2025 worden behandeld op een zitting. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
De griffie is op 30 mei gesloten.
4316314(BJ3)
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden
Adviesbureau ROM
Vroenhoutseweg 9
Jan Lauwerijssen
4703 SG ROOSENDAAL Tel: 06 38154140 Lauwenl 31 @amail.com KvK: IBAN:
Raad van State T.a.v. de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG
86832654 NL68 ABNA 0464444551
RAAD VAN STATE INGEKOMEN - 8 MEI 2025 ZAAKNR. /\AN; '^Q.."2 A qVai— PAR;
Referentie: Kwekerij Gebroeders Mies B.V. Datum: 7 mei 2025 Betreft: Verzoek om voorlopige voorziening inzake het Bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020 vastgesteld door de gemeenteraad Roosendaal op 21 juli 2022.
Geachte voorzitter, Namens mijn cliënt Kwekerij Gebroeders Mies B.v. nader te noemen Mies breng ik inzake het verzoek om voorlopige voorziening ingediend door DAS, namens van de Mast, Mariabaan 4 te Wouwse Plantage verder te noemen DAS het volgende naar voren. Per brief van 22 april 2024, heb ik van uw griffier de brief van DAS van 16 april 2024 ontvangen als reactie op het verweerschrift van de gemeente. Naar mijn mening staat in deze brief kernachtig weergegeven de beroepsgronden van DAS. Om die reden zal ik nader ingaan op de ongegrondheid van de beroepsgronden. Gesteld wordt dat het bestemmingsplan bepalingen bevat welke in strijd zouden zijn met artikel 3.32 I.O.V. Naar mijn mening is dit niet het geval om de volgende redenen. In de I.O.V. is met name uiteengezet in artikel 3.32 dat in een bestemmingsplan dient te worden voorzien in bepalingen dusdanig dat mogelijke gebiedskenmerken worden beschermd en de ontwikkeling van functies een afweging vereisen. In productie 1 is opgenomen artikel 3.32 met de toelichting daarop. Door de gemeenteraad is met name gericht op het mogelijk vergunnen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voorzien binnen de bestemming Agrarisch met waarden-2. Hiertoe zijn de bepalingen onder 5.1, 5.2.3 en 5.3.2 vastgesteld. In productie 2 zijn deze bepalingen en de toelichting hierop van de plantoelichting opgenomen.
In de bestemmingsomschrijving artikel 5.1 lid i is voorzien in een voorzorg bepaling rekening te houden met gebiedskenmerken. In artikel 5.2.3 lid a onder 3 is in beginsel geen oprichting mogelijk van TTOV.
Artikel 5.3.2. voorziet in de mogelijkheid om ontheFfing te verlenen mits zoals onder lid e is bepaald de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 lid i omschreven waarden. Dit brengt met zich mee, dat er een juridisch kader is vastgesteld waarmede rekening moet worden gehouden. DAS doet overkomen dat de bepaling 3.32 van de I.O.V. in deze al bestemmingsplan bepalend zou zijn. Dit is echter niet het geval. Die bepaling heeFt geen rechtstreekse werking voor vergunningverlening. Door de gemeente moeten gebiedswaarden worden aFgewogen bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning. ConForm de I.O.V. zijn een aantal kaarten vastgesteld met relevante gebiedswaarden. Deze kaarten zijn opgenomen in productie 3. Ik zal deze nader toelichten. De locatie waarde omgevingsvergunning voorTTOV is verleend is gelegen in gebied landbouw. Zie kaart 2. In kaart 4 is aangeduid de natuurwaarden en mogelijke verbindingszones. Deze zone ligt ± 400 meter van de locatie. Kaart 5 geeFt weer mogelijke regels inzake grondwaterbescherming. Ook hier geldt een aFstand van ± 250 meter tot dat gebied. Kaart 6 geeFt weer de gebiedswaarde kaart landbouw en Groen blauwe mantel. En tot slot geeFt kaart 7 weer, dat de locatie ligt in Clastuinbouw-doorgroeigebied.
Een ontwikkeling van glastuinbouw zou dus provinciaal ook in een gebied met waarden kunnen plaatsvinden onder aFweging van belangen. Nader beschouwd zijn er dus geen gebiedswaarden in gedrang bij de mogelijke ontwikkeling van TTOV. Althans op de percelen van Mies. Door DAS wordt alleen de algemene bepaling van de I.O.V. aangevoerd, maar geeFt niet aan en onderbouwd evenmin welke waarden op de locatie nabij Van de Mast onevenredig worden aangetast. Door de gemeente is niet gekozen om op perceelniveau de aFzonderlijke gebiedswaarden gedetailleerd vast te stellen. Maar gekozen is voor een stringent aFwegingkader in acht te nemen bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning. Mies is van mening, dat de gemeente aangaande vaststelling van de relevante bepalingen in artikel 5 zoals voorgaand aangegeven, voldoende recht doet aan de randvoorwaarden van artikel 3.32. I.O.V. Ik verzoek u het verzoek om voorlopige voorziening van DAS om die reden aF te wijzen. Dit voor zover dat u in uw voorlopig oordeel verwacht dat de planvoorschriFten in de bodemprocedure in stand blijven. In aFwachting verblijF ik.
Met vriéndelijke groet,
auwerijssen
Producties 3 stuks
u^-uo-i^uüö, ua:4^
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023)
Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1
Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. Lid 2
De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden.
07-06-2025, 09:48
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023)
Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenbiauwe mantel De provincie streeft naar samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem beter kunnen worden opgevangen. Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het Landelijk gebied; de Groenblauwe mantel. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen, zoals het 'Wijstverschijnsel' (het opstuwen van grondwater) op de Peelrandbreuk in Oost-Brabant, in de beekdalen en op de overgangen van zand/veen naar klei in de 'Naad van Brabant',
y Binnen de groenblauwe mantel is volop ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw l'en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie, of concentratiegebieden voor intensieve landbouwfuncties) passen minder bij het karakter van deze gebieden.Ipaarom geldt binnen de groenblauwe mantel soms aanvullejide regels voor de ontwikkeling van die functies. Bijvoorbeeld in geval van stedelijke ontwikkeling die'vahwege de groenrood verhouding juist bijdraagt aan de ontwikkeling van de kwaliteiten van gebied. De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem (zoals de aanwezigheid van een kwel), aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel dat ontwikkelingen bijdragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem en watersysteem. Het beleid richt zich ook op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap.
Nieuwe ontwikkelingen passen daarom qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. Gemeenten werken het concrete beleid binnen een gebied verder uit, rekening houdend met deze achterliggende doelstellingen. Hierbij is veel achtergrondinformatie beschikbaar, zoals de gebiedspaspoorten en de gebiedsgerichte ontwikkeling van gebieden zoals opgenomen in het Groenblauw Stimuleringskader.
05-05-2025, 09:30
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023)
afvalwater, de afbraak van organisch materiaal, of de rol van de bodem als buffer bij overstromingen. • Culturele diensten: De culturele diensten omvatten alle immateriële voordelen die onze samenleving uit de bodem haalt. In de eerste plaats zijn er de vrijetijdsactiviteiten in de groene ruimte en het toerisme gericht op ontdekken en beleven van de natuur. De bodem heeft een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid van de burgers. Ten tweede speelt de bodem ook een rol bij het behoud van cultureel en archeologisch erfgoed, door het te begraven en voor langere tijd te bewaren. De bodem kan worden gezien als een archief van het verleden • Ondersteunende diensten: Ondersteunende diensten worden gedefinieerd als het bieden van leefruimte voor fauna en flora om een ecosysteem te vormen. Dankzij de genetische diversiteit die in de bodem aanwezig is, hebben onderzoekers er veel actieve bestanddelen in ontdekt die ondertussen toepassing vinden in de moderne geneeskunde. Bovendien vertegenwoordigt elk type bodem (kleiachtig, zanderig, zuur, veenachtig...) een ecologische niche op zich, met specifieke micro-organismen. Om deze soorten te beschermen is het essentieel om de diversiteit van de bodems om ons heen te behouden. Een (natuurlijke) bodem levert altijd minimaal 2 hoofdcategorieën aan diensten op. E.e.a.
afhankelijk van de toegekende functie en de landschappelijke positie van die bodem. Het toekennen van een bepaalde functie, kan een andere functie wegdrukken. Door het bodem- en watersysteem te betrekken bij de afweging over het toelaten van permanente teeltondersteunende voorzieningen kan daarmee rekening worden gehouden. Als een bestemmingsplan grote oppervlakte verharde trayvelden mogelijk maakt, zullen veel bodemdiensten inboeten op hun toegevoegde waarde voor de maatschappij. In zo'n geval is de productiedienst leidend ten koste van andere diensten. De vraag of- en in welke mate dit schadelijk is, is van zeer veel factoren afhankelijk. Feitelijk kan ook een bodemkundig- hydrologische systeemanalyse helpen om inhoudelijk goede keuzes te maken.
https://www.ruimtelijkeplannen.nI/W6b-roo/transform/NL.IMRO.9930.lnterimOvrgc-0823/pt_NL.IMRO.9930.lnterimOvrgc-0823.xml#NL.IMRO.PT.s...
2/2
Buitengebied Wouw 2020
07-05-2025, 09:03
Bestemming 5 Agrarisch met waarden - 2 I
5.1 bestemmingsomschrijving De voor "Agrarisch met waarden - 2" aangewezen gronden zijn -naast agrarisch grondgebruik- bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde een veehouderij, intensieve veehouderij of paardenhouderij; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' tevens een grondgebonden veehouderij, niet zijnde een intensieve veehouderij; c. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' een intensieve veehouderij, alsmede een grondgebonden veehouderij: d. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' tevens een paardenhouderij: e. ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' tevens een glastuinbouwbedrijf; f. ter plaatse van de aanduiding "opslag" tevens voor opslag; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuilhut' tevens een schuilhut; h. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van waarden - aardkundig" tevens behoud en herstel van de aardkundige waarden; i. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, ecologische, cultuurhistorische, natuurlijke en hydrologische waarden en kenmerken; j. per bouwvlak maximaal één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. voor zover de aanduiding "maximum aantal wooneenheden" is aangegeven binnen het betreffende bouwvlak, maximaal twee bedrijfswoningen zijn toegestaan; 2.
voorzover de aanduiding "bedrijfswoning uitgesloten" is opgenomen, op het betreffende bouwvlak geen bedrijfswoning is toegestaan. (. kleinschalig kamperen met een maximum van 15 kampeermiddelen (met een niet-permanent karakter) per agrarisch bedrijf, mits de gronden gelegen zijn binnen of in een zone direct grenzend aan het agrarisch bouwvlak; I. waterhuishoudkundige doeleinden; m. recreatief medegebruik; n. doeleinden van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals paden, wegen, tuinen, erven, verhardingen en dergelijke
07-05-2025, 09:01
Buitengebied Wouw 2020
5.2.3 Bebouwing buiten bouwviak a. Op de gronden buiten het agrarisch bouwvlak mogen (voor zover niet anders aangeduid) uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch grondgebruik worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2 m., met dien verstande dat: 1. de hoogte van erf- en perceelsafscheidingen maximaal 1,5 m. mag bedragen; 2. het oprichten van voedervoorzieningen zoals sleufsilo's en kuilvoerplaten niet is toegestaan; 3. het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen niet is toegestaan; b. Ten behoeve van het recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels e.d. met een maximale hoogte van 2 m. c. Paardenbakken (buitenrijbakken) zijn niet toegestaan
03-05-2025, 09:30----------------------- -------- ------------
Buitengebied Wouw 2020
5.3.2 Tijdeiijke teeltondersteunende voorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3, onder a, sub 3., teneinde buiten een agrarisch bouwvlak tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen op te kunnen oprichten/ te kunnen plaatsen mits dit niet zal leiden tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. In ieder geval is daarvan sprake indien uit een aerius-berekening blijkt dat de toename van de oppervlakte dierenverblijf, rekening houdend met de maximale bezetting daarvan hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Externe saldering is hierbij niet toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn noodzakelijk in het kader van de agrarische bedrijfsuitoefening: b. de hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer gedragen dan 4 m.; c. de maximale oppervlakte aan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3 ha. per agrarisch bedrijf; d. de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen voor zover mogelijk aan te sluiten op een agrarisch bouwvlak; e. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden; f.
dit artikellid is niet van toepassing voor differentiatievlakken, die op de verbeelding de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen uitgesloten" hebben gekregen
U
t\
oe,'
U,
IJ< Ol^u Q-O
Teeltondersteunende kassen Binnen de gebiedsbestemming Agrarisch is op het bouwviak van agrarische bedrijven 5000 m* aan teeitondersteunend glas toegestaan. Ter bescherming van het landschap is in de overige gebiedsbestemming, met uitzondering van de GHS-Landbouw, de bouw van teeitondersteunend glas gekoppeld aan een nadere afweging in de vorm van een ontheffing. Bij de beoordeling van aanvragen om kassen wordt gekeken naar de effecten op de aanwezige landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden.
\A Teeltondersteunende voorzieningen
Het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen is aan regels gebonden omdat ze van invloed zijn op het landschapsbeeld, de natuur en de waterhuishouding. In het beleid wordt onderscheid gemaakt in tijdelijke voorzieningen (folies, insectengaas, schaduwhallen, hagelnetten etc.) en permanente voorzieningen (container- stellingenteelt etc.). Teeltondersteunende voorzieningen mogen uitsluitend op het bouwvlak worden opgericht. Buiten het bouwvlak zijn teeltondersteunende voorzieningen binnen de bestemming Agrarisch bij recht toegestaan, binnen de overige agrarische bestemmingen enkel middels een ontheffingsbeygegdheid teneinde een nadere afweging ten aanzien van in het gebied aanwezige specifieke landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurlijke waarden.
Agrarische bedrijfswoningen In principe hebben alle volwaardige agrarische bedrijven recht op één bedrijfswoning. De bestaande bedrijfswoningen worden dan ook positief bestemd. De inhoud van de agrarische bedrijfswoning is maximaal 750 m3 (exclusief kelder), tenzij de woning al een grotere omvang heeft. In dat geval is de bestaande omvang bestemd. Voor nieuwe 1e agrarische bedrijfswoningen geldt wel de vereiste van een AAB-toets, waarin naast de volwaardigheid ook de noodzaak ten behoeve van een doelmatige bedrijfsvoering getoetst dient te worden.
Tijdeiijk huisvesting arbeidsmigranten Ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten is in het bestemmingsplan een ontheffingsregeling opgenomen. De regeling ziet er op toe om te voorzien in de behoefte aan huisvesting van tijdelijke werknemers tijdens de piekperioden van een bedrijf. De woonvoorzieningen mogen structureel van aard zijn, maar de bewoning (het gebruik) zelf mag maximaal 6 maanden per jaar zijn. Het gaat dan om navolgende voorzieningen: • Huisvesting op eigen bedrijf door het verbouwen van een eigen bedrijfsgebouw; • Huisvesting op eigen bedrijf door logies in de eigen bedrijfswoning; • Tijdelijke woonunits op eigen bedrijf (maximaal 5 per bedrijf); • Stacaravans op eigen bedrijf. Het plaatsen van woonunits wordt daarbij pas toegestaan indien blijkt dat de woonvoorzieningen niet zijn te realiseren door het verbouwen van een eigen bedrijfsgebouw op het eigen bedrijf of door logies te bieden in de eigen bedrijfswoning op het eigen bedrijf. Vanwege de uitstraling naar de omgeving wordt het maximaal te plaatsen units beperkt tot maximaal vijf voor het eigen bedrijf. In het buitengebied wordt niet toegestaan: • Wooneenheden in gebouwencomplexen of grotere gebouwen in buitengebied; • Huisvesting op vakantieparken en campings; • Tenten op eigen bedrijf; • Toercaravans op eigen bedrijf.
Tevens is ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen teneinde huisvesting langer dan 6 maanden per kalenderjaar mogelijk te maken, mits deze huisvesting plaatsvindt in de bedrijfswoning of in een bedrijfsgebouw. Voor de nadere aan deze wijzigingsbevoegdheid gekoppelde voorwaarden wordt venwezen naar de regels.
4.3.2 Nieuwe economische dragers / plattelandsvernieuwing Naar verwachting zal de trend van een toename aan vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen zich de komende jaren voortzetten. De gemeente ondersteunt initiatieven voor hergebruik die het economisch en/of sociaal draagvlak in het agrarisch gebied versterken. In dit verband staat de gemeente ook positief tegenover functieverbreding van agrarische bedrijven (nevenactiviteiten).
55
Productie 3.
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, vervallen 1 janua^^ 2024 (geconsolideerd augustus 2023) provincie Noord-Brabant provinciale verordening geconsolideerd (2023-08-01) PlER'lf-iFO
DOCUMENTEN
KENMERKEN
Documentèfi
v
OVERIGE INFORMATIE
Kaarten
•n
Weergegeven kjan Q 1: Recntstreaks werkende -egers: mïiieuDescheriTiir 2: Recntstreeks werkende regeis: lanCOouw 3; Instructie! egels gemeenten: stedelijke ontwikkel Q) 4; instructie! egels gerreenten: natuur en suitegeöii 5: mstryaieregeis gerreenten: grondwateroescneri Q 6: Instnjaieregeis gebeenten: bssiskaa-t Landeiijk (2) 7; inst'uccieregets gerreenten: specifieke gebieden 3; insiructieregels voor waiei schappen: watersyste 5: Vaarwegceneer (2) 10: Recntstreeks werkende regels: Beperking groet O 11: instructiereEeis gemeenten: Beperking grootse!
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, vervallen 1 januari*^ 2024 (geconsolideerd augustus 2023)
il
provincie Noord-Brabant provinciale verordening geconsolideerd (2023-08-01) PLEKiNFO
^
•
OOCUMENtEN
Ktf^MERKEN
87029.6,388741.3
Kaart 4; Instructieregals gamatnten: natuur en stiltegebieden
Rechtstreeks werkende regels voor activiteiten Thema: activiteiten
Gebir^dshepf'r'nzinp;-^.cacr
Instfuctieregels voor gemeenten Them a: instmcti'repei''. uéb'ttdsbeaieiving: exiici.
%%•
\
,;ii!ifii!!C
instructieregels voor waterschappen
iiiii|i|i
^1
T -t,/
ii
%
■"h ,y
Hm •
i
Ênk
Fhcrna: insTmffipregeK Gebit JsbdgroH^ting; exact
:«■ '■
\
%
'
4
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, vervallen 1 januan^
y
.9
1"^
2024 (geconsolideerd augustus 2023) provincie Noord-Brabant provinciale verordening geconsolideerd (2023-08-01) PLEKINFO
DOCUMENTEN
KENMERKEN
Dotumenten
\
OVERIGE INFORMATIE
's. Kaarten
*
Weergeoeven Kaart 1: RecMsTreak? wer'Kencie regels; miliejoeschermir (^ 2: Rechtstreeks we-kende regels: ianCDomv (2) 3: Instructieregeis gemeenten: stede!ii<e onucikKel 4: l'.structieregels gemeenten: natuur en stiltegebif (•) 5: instructeregels gemeenten; grond'A'aterbescfien 6: Instrua.eregeis gemeenten: &as!Skaart Lanoeiijk (^ 7: instruc: sregeis gemeenten; specifieKe geDieoen
? ■'
Q 8; instiuctieregeis voor waterschappen; ^vatetsyste (2) 9: Vaatwegoefiee'
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, vervallen 1 januaiT^ 2024 (geconsolideerd augustus 2023) provincie Noord-Brabant provinciale verordening geconsolideerd (2023-08-01)
:F'inFPtTw Landelijk gebied
■. o-: ;;u:'ningr!n. wonen Verwi|Zing! Vervij-'f-g 2 Venvijzing 3
Venvijzi^.g ^ '.arviijing 5 VerwM'i-'g ö Verwiijmg ? Verwiij'mg 9 Verwijzing 10
Verwijzing! I Vei'wi!Zir.g 12
verwi|zir.g 13 Vorwijring 14 Verwijzing 1 5 Verwijzing 16 Verwijzing 1 7 Veiwij’ifg 18 Verwijzing 19 Verwijzing 20
Groenblauwe rriantel
Thema; iandscbap, wat«r Gebiirósbegiiri'ujnp; ex.nC: Verwijzing 1 Verwijzing 2 Verwijzing 3
DorKrcfraoVc \i/arl/anHo ranolc i
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, vervallen 1 januar 2024 (geconsolideerd augustus 2023) provincie Noord-Brabant provinciale verordening geconsolideerd (2023-08-01) PLEKINFO
^
ÜOCUMÉNI iH
KENMERKEN
87022.7,388754.8
Kaart 7: Instructieregels gemeenten; specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen
Glastuinbouw-doorgroeigebied
Hvcn'-j; ijüdbot-'.v 'oebifcdsbe'Jieniii ig; exact
Rechtstreeks werkende regels voor activiteiten
nieif\-.; activiteiten 'oebiedsbegi enting; exact
Instructieregels voor gemeenten
' bêiT'.e.; :nsi;rut:beiêgeis Gébiedsbeijrenzing; exact
Instructieregels voor waterschappen
Thema: instructieregels Gebiedsbegren^inp'. exact
. - aTi»
I Let op, de informatie op deze website is niet volledig en mogelijk verouderd. Maak gebruik van het ■
.„i_________ A_J
Raad vanState
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag
PostNL Port Betaald Port Payé Pays-Bas
/ c> c> o C) Ci Cl Ci C)
OD X
U
gemsento Rcosendna
0 9 ME! 2025