CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

11092026_MvA FvD en VVD - Raadsvoorstel Adviesrecht omgevingswet Potendreef 2

Gemeenteraad 15 oktober 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6b: Raadsvoorstel Adviesrecht onder de Omgevingswet van de Raad van Roosendaal voor de Potendreef 2, Roosendaal1.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memorie van Antwoord Betreffende Raadsvoorstel: Adviesrecht omgevingswet Potendreef 2 Portefeuillehouder Van der Touw Datum Commissievergadering 17 september 2026 Fractie: FvD Naam Burgerraadslid: Michel Versteeg Toelichtende vragen Vraag 1 In de beschikbare documenten wordt verwezen naar verschillende artikelen uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant. In het raadsvoorstel worden de artikelen 5.40, 5.42 en 5.46 genoemd, terwijl in het advies van de Omgevingskamer wordt verwezen naar de arti kelen 5.40, 5.43 en 5.46. Kan worden aangegeven welke artikelen daadwerkelijk van toepassing zijn op de betreffende percelen en welke beperkingen, voorwaarden of beschermingsregimes daaruit voortvloeien voor de aangevraagde nascheidingsinstallatie? Antwoord In de ruimtelijke onderbouwing is niet elk artikel uit de Omgevingsverordening Noord -Brabant inhoudelijk uitgewerkt. De systematiek van de verordening brengt mee dat eerst wordt beoordeeld welke gebiedsaanduidingen, kernkwaliteiten en instructieregels op de locatie van toepassing zijn. Vervolgens wordt gemotiveerd op welke wijze aan de relevante bepalingen wordt voldaan. Dit is toegelicht in 4.2.1 van de onderbouwing.

In de overgelegde onderbouwing met betrekking tot dit initiatief van 14 november 2025 wordt geconcludeerd dat voor het initiatief met name de artikelen 5.42 (behoud en herstel van watersystemen) en 5.46 (groenblauwe waarden) relevant zijn. Deze artikelen z ijn in de onderbouwing nader uitgewerkt. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de artikelen 5.11 tot en met 5.14 van de Omgevingsverordening, die betrekking hebben op ontwikkelingen in het landelijk gebied en de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Vraag 2 Kan een kaart worden verstrekt waarop de volgende elementen in samenhang zijn weergegeven: • de Molenbeek; • de Ecologische Verbindingszone (EVZ); • het Natuur Netwerk Brabant (NNB); • de 50-meter beschermingsafstand; • de volledige footprint van de beoogde nascheidingsinstallatie, inclusief verhardingen en overige bijbehorende infrastructuur? Antwoord De aanvraagstukken bevatten geen integrale kaart waarop alle genoemde elementen gezamenlijk zijn weergegeven. De raad kan in zijn advies aangeven dat een dergelijke kaart wenselijk wordt geacht voor een goede beoordeling door het bevoegd gezag van de ruimtelijke gevolgen van het initiatief.

Fractie: VVD Naam Raadslid: Albert Zopfi Toelichtende vragen Vraag 1 Reikwijdte adviesrecht gemeenteraad Op welke onderdelen van de aangevraagde BOPA wordt de gemeenteraad concreet geacht zijn adviesrecht uit te oefenen en welke aspecten vallen buiten de reikwijdte van dit adviesrecht omdat deze tot de beoordeling door het bevoegd gezag, de provincie Noord-Brabant, behoren? Aan welke inhoudelijke en juridische eisen dient de motivering van een eventueel negatief advies van de gemeenteraad te voldoen? Antwoord De gemeenteraad oefent zijn adviesrecht in deze procedure uit voor zover de aanvraag betrekking heeft op de buitenplanse omgevingsplanactiviteit en de daarmee samenhangende ruimtelijke afweging. De gemeenteraad adviseert daarbij over de wenselijkheid van de afwijking van het Omgevingsplan in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Tot deze advisering behoren onder andere de ruimtelijke inpasbaarheid, aansluiting op gemeentelijk beleid, effecten voor de leefomgeving en participatie. Buiten de reikwijdte van het adviesrecht vallen de milieubelastende activiteiten en andere vergunning aspecten waarvoor Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant als bevoegd gezag verantwoordelijk zijn.

Dit betreft onder meer de beoordeling van de technische werking van de installatie, de milieutechnische vergunningvoorschriften, geluid-, geur-, stof- en veiligheidsnormen voor zover deze worden beoordeeld binnen de milieubelastende activiteit, de toetsing aan provinciale en landelijke milieuregelgeving, de inhoud van maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften, en de uiteindelijke beslissing op de vergunningaanvraag. De provincie dient het advies van de gemeenteraad bij haar besluitvorming te betrekken, maar is hieraan niet gebonden. Voor het advies van de gemeenteraad gelden geen afzonderlijke in de Omgevingswet vastgelegde motiveringseisen. Wel verdient het aanbeveling het advies goed te motiveren, zodat duidelijk is welke ruimtelijke en maatschappelijke belangen aan het advies ten grondslag liggen. Omdat de provincie bevoegd gezag is voor deze aanvraag, gaat het om een niet -bindend adviesrecht van de gemeenteraad. Gedeputeerde Staten dienen het advies wel bij hun besluitvorming te betrekken, maar zijn niet verplicht het advies over te nemen.

Vraag 2 Status openstaande aandachtspunten In de toelichting wordt enerzijds aangegeven dat alle benodigde milieu-planologische onderzoeken zijn uitgevoerd en door de provincie Noord-Brabant akkoord zijn bevonden, maar worden anderzijds nog verschillende aandachtspunten benoemd en wordt aangegeven dat het mogelijk is dat het bouwplan niet kan worden vergund. Welke voor de besluitvorming relevante aandachtspunten zijn op dit moment nog niet definitief afgedaan? Kan per openstaand punt worden aangegeven wat de actuele status is, welke vervolgstap nog noodzakelijk is en of de uitkomst nog kan leiden tot aanpassing van het voorliggende plan? Antwoord De voor de aanvraag opgestelde onderzoeken maken onderdeel uit van de beoordeling door het bevoegd gezag. De genoemde aandachtspunten zijn meegegeven naar aanleiding van een vooroverleg. Het is aan Gedeputeerde Staten om te beoordelen of deze punten gevolgen hebben voor de vergunningverlening en of zij aanleiding kunnen geven tot weigering van de aanvraag.

Vraag 3 Afweging locatiealternatieven Is in het kader van de BOPA een afweging gemaakt tussen de voorgestelde locatie ten zuiden van Potendreef 2 en mogelijke alternatieve locaties voor de nascheidingsinstallatie? Zo ja, waar is deze afweging in de stukken terug te vinden en welke alternatieven zijn daarbij betrokken? Zo nee, kan worden aangegeven waarom een dergelijke locatieafweging voor deze BOPA niet noodzakelijk is geacht? Antwoord Er is sprake van een concrete aanvraag die beoordeeld moet worden. De aanvrager hoeft geen alternatieve locaties af te wegen en bij de beoordeling van de vergunning is dit ook niet aan de orde. De provincie beoordeelt een aanvraag voor een vergunning. In de motivering bij de vergunningaanvraag is beoordeeld of en onder welke voorwaarden sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Bij een beoordeling van de vergunni ngaanvraag wordt getoetst of de motivering deugdelijk is en dus dat inderdaad sprake is van ETFAL. Het bevoegd gezag kan zelf geen invulling geven aan deze onderbouwing. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de aanvraag en bijbehorende stukken. Wel kan het Bevoegd gezag verklaren dat een aanvraag nog niet volledig is. In dat geval start de procedure voor besluitvorming over de vergunningaanvraag nog niet totdat alle informatie beschikbaar is en voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Van een dergelijk gebrek is vooralsnog niet gebleken. Vraag 4 Voorwaarden aan een positief advies Welke juridische mogelijkheden heeft de gemeenteraad om in het kader van zijn adviesrecht voorwaarden aan een positief advies te verbinden? Welke juridische betekenis hebben dergelijke voorwaarden voor het bevoegd gezag en hoe dienen deze te worden geformuleerd om juridisch en procedureel onderdeel te kunnen worden van de verdere besluitvorming? Antwoord De gemeenteraad kan in zijn advies aandachtspunten, wensen of voorwaarden opnemen. Omdat het advies in deze procedure niet bindend is, hebben dergelijke voorwaarden geen zelfstandige juridische werking. Indien Gedeputeerde Staten de voorwaarden eveneens wenselijk acht en deze juridisch toelaatbaar zijn binnen het toepasselijke beoordelingskader, kan zij deze verwerken in de vergunningvoorschriften of anderszins betrekken bij haar besluitvorming. Het verdient daarom aanbeveling eventuele voorwaarden concreet en toetsbaar te formuleren en daarbij aan te geven welk ruimtelijk of maatschappelijk belang daarmee wordt gediend.

Vraag 5 Aanvullende informatie en termijn adviesrecht Indien de gemeenteraad voor de uitoefening van zijn adviesrecht aanvullende informatie van de initiatiefnemer, het bevoegd gezag of andere betrokken partijen nodig acht, welke procedurele mogelijkheden bestaan er dan om deze informatie eerst in te winnen v oordat de raad zijn advies uitbrengt? Welke termijnen gelden daarbij en welke gevolgen heeft dit voor de lopende vergunningprocedure? Antwoord De gemeenteraad kan de provincie verzoeken aanvullende stukken of toelichtingen beschikbaar te stellen alvorens advies uit te brengen. Ook kan de raad ervoor kiezen een deskundige in te schakelen ter ondersteuning van de beoordeling. De termijn voor het uitbrengen van advies volgt uit de procedureafspraken tussen de provincie en de gemeente en dient aan te sluiten op de wettelijke beslistermijnen die gelden voor de vergunningprocedure. Indien aanvullende informatie noodzakelijk is, kan dit gevolgen hebben voor de planning van de advisering. De provincie beoordeelt in dat geval of en welke procedurele ruimte daarvoor beschikbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1960/documents/55239