11-12-25 Memorie van Antwoord - Raadsvoorstel Ruimtelijk Raamwerk Centrum-West.pdf
Tekst van het document
Memorie van Antwoord Betreffende Raadsvoorstel: Ruimtelijk raamwerk Centrum-West Portefeuillehouder: wethouder De Beer Datum Commissievergadering: 11 december 2025 Fractie: PvdA en GL Naam Raadslid: Bernadette Zijp (burgerraadslid PvdA) en Stefan Roseboom (burgerraadslid GL) Toelichtende vragen Vraag 1) Wat is op dit moment het aandeel sociale huurwoningen in de wijk waar het plangebied zich in bevindt? Wat zou het aandeel worden na eventuele voltooiing van de complete visie? Antwoord: Het plangebied Centrum West valt binnen de buurt ‘Centrum Nieuw’, onderdeel van de wijk Centrum. Van de 743 woningen in deze buurt is 12% van woningcorporaties (2024). Uitgaande van de verdelingssleutel 30-40-30 (afspraken Woondeal) stijgt het percentage sociale huurwoningen naar inschatting naar 20%. Hierbij zijn in de berekening overige ontwikkelingen, waaronder locatie Roosenboom (voormalig V&D-locatie) niet meegenomen. Op wijkniveau was 21% in 2024 eigendom van woningcorporaties en zal stijgen naar 22,8% met voltooiing van Ruimtelijk Raamwerk. Vraag 2) Uit de participatieverslagen en het raamwerk zelf is niet te duiden of woningcorporaties ook hebben meegewerkt. Zijn woningcorporaties betrokken geweest bij de totstandkoming van dit raamwerk? Zo ja, wat was hun input? Antwoord: Gedurende het proces om te komen tot het Ruimtelijk Raamwerk is meerdere malen met Alwel gesproken.
Alwel ondersteunt de ambitie van de gemeente Roosendaal, maar plaatst hierbij wel kanttekeningen. Deze kanttekeningen zullen die bij concretisering van het Ruimtelijk Raamwerk worden meegenomen en nader worden uitgewerkt. 1. met de ambitie van gemeente Roosendaal om een kwaliteitssprong te maken, staan Alwel en de gemeente voor een flinke opgave. Voor Alwel is de fasering en het goed afstemmen van het aanbod cruciaal om tot een haalbare uitvoering te komen. Dit wordt onderschreven door de gemeente. Daarbij vraagt Alwel ook aandacht voor de relatie van dit gebied met het aanbod in de rest van de stad. De gemeente werkt hier momenteel aan in het Volkshuisvestingsprogramma. Alwel wenst groei aan kleinschalige levensloopbestendige woningen in de sociale huur en deels in de middenhuur. Om een groei van 30% aan sociale huurwoningen te kunnen realiseren, die verwacht wordt bij uitvoering van dit ruimtelijk kader, moeten Alwel en de gemeente een grote gezamenlijke inspanning leveren om de volledige uitvoering de komende 15 jaar te realiseren. 2. Alwel heeft aangegeven het kantoorpand aan de Laan van Brabant te willen behouden en voorlopig geen woningbouw op deze locatie te plannen. Dit blijft mogelijk binnen de contouren van het Ruimtelijk Raamwerk. 3. Alwel vraagt aandacht voor de combinatie van de hoge verstedelijkingsgraad en de verkeersafwikkeling van de aanrijroutes.
Ook het college heeft aandacht voor de Laan van Brabant als belangrijke verkeersader door het gebied en de stad. Het maakt deel uit van de ring rondom het centrum. Onderzoek toont aan dat verdichting mogelijk is, waarbij rekening gehouden moet worden met geleidelijke verandering vanwege de mobiliteitstransitie van Roosendaal. Dit betekent een geleidelijke transformatie van de infrastructuur
4. Als eigenaar van de ‘Beneluxflat’ viel het Alwel op dat de flat niet in het raamwerk is opgenomen. Op korte termijn is er geen sprake van sloop van deze sociale woontoren. Op de langere termijn wil Alwel de gemeente blijvend informeren over de strategie die zij omtrent de flat zullen formuleren, waarbij de vraag naar sociale huurwoningen in mee zal worden genomen. De uitgangspunten van het Ruimtelijk Raamwerk bieden de ruimte om dit gesprek gezamenlijk te voeren, zodat op lange termijn de meest optimale oplossing gevonden kan worden, zonder dat dit ten koste gaat van de sociale voorraad van de woningcorporatie. Vraag 3) Hoe borgt de gemeente dat sociale huur ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd en niet vervalt tijdens onderhandelingen met ontwikkelaars? Ofwel: welke afspraken en/of regels gebruikt de gemeente om ervoor te zorgen dat sociale huur echt gebouwd wordt? Antwoord: Ontwikkeling van locaties voor sociale huurwoningen worden met de woningcorporatie gemaakt en vastgelegd in het Woonconvenant en de jaarlijkse prestatieafspraken. Vanuit Woondeal West-Brabant is de verdeelsleutel 30-40-30 afgesproken voor woningprojecten vanaf 20 woningen: dit betekent dat er bij grotere woningbouwontwikkelingen 30% sociaal, 40% betaalbaar/middel en 30% vrije sector wordt toegepast. In afspraken met ontwikkelaars vormt dit het uitgangspunt.
Vraag 4) Er wordt uitgegaan van een gemiddeld BVO van 100m2 per woning. Wat is de range qua oppervlakten? (Wat is ongeveer de kleinste en grootste maat die mogelijk is)? Antwoord: Een gemiddelde BVO van 100m2 voor appartementen betekent een gemiddelde woonvloeroppervlak van 73m2. Dit in verband met onder andere gemeenschappelijke ruimten, zoals gangen, trappen en lift, et cetera. In het Ruimtelijk Raamwerk Centrum West is flexibiliteit wenselijk om in te kunnen spelen op de woningbouwbehoefte. Binnen de centrumring geldt een minimale oppervlak GBO Wonen van 60m2 vanuit het Omgevingsplan. In Centrum West gaan wij uit van woningen met een minimale GBO Wonen van 55m2, daarbij rekening houdend met een uiteindelijk gemiddeld GBO woonoppervlak van 73m2. Hierdoor is er een mix aan woningformaten en doelgroepen mogelijk. Vraag 4) Hoe wordt de impact op maatschappelijke en sociale voorzieningen (onderwijs, huisartsenzorg, supermarkt, buurtcentrum) meegewogen? Antwoord: De impact op maatschappelijke en sociale voorzieningen dient vanuit het perspectief Masterplan Roosendaal te worden bekeken, waar Centrum West onderdeel van uitmaakt.