CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Programmabegroting 2027

Gemeenteraad 15 oktober 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 0.2: Rvs Programmabegroting 202739.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

16 alinea's met “actuele”: 28 86 97 144 147 148 150 152 154 157 162 163 165 167 168 215

1.171 | 923 | 911 | 900 | 888 | 888 0.7 Alg en ov uitkering gemeentefonds | 208.385 | 208.546 | 217.302 | 217.815 | 226.826 | 236.706 0.8 Overige baten en lasten | -312 | -774 | -4.553 | -4.526 | -4.246 | -9.582 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) | -36 | -10 | -10 | -10 | -10 | -10 3.4 Economische promotie | 720 | 411 | 996 | 1.002 | 1.008 | 1.008 Saldo | 217.559 | 255.467 | 239.467 | 239.576 | 247.791 | 250.359 Organisatie en ondersteuning (overhead) Beoogd maatschappelijk effect Een sterke bedrijfsvoering is de basis voor een goed functionerende gemeente. Het stelt ons in staat om inwoners en ondernemers betrouwbaar, efficiënt en toekomstgericht van dienst te zijn. Bedrijfsvoering is de samenhang van processen, mensen en middelen die ervoor zorgt dat bestuur en organisatie goed ondersteund worden in het verwezenlijken van haar wettelijke taken en ambities. Daarbij is voortdurende kennisontwikkeling, deskundigheid en kwaliteitsborging onmisbaar. We investeren in het vakmanschap van onze medewerkers en in een organisatiecultuur waarin leren en verbeteren centraal staan. Zo zorgen we dat we als gemeente professioneel blijven inspelen op nieuwe wet- en regelgeving, maatschappelijke opgaven en technologische ontwikkelingen. Binnen dit geheel leggen we de nadruk op drie pijlers: de gemeente als werkgever, digitalisering en huisvesting.

Deze pijlers geven richting aan hoe we onze organisatie wendbaar, professioneel en toekomstbestendig maken. Daarmee zorgen we voor moderne faciliteiten, betrouwbare informatie en betrokken medewerkers die met energie werken aan maatschappelijke waarde voor Roosendaal. Wat willen we bereiken? De gemeente Roosendaal is een aantrekkelijke en professionele werkgever die medewerkers weet te binden, boeien en ontwikkelen, zodat de organisatie wendbaar en toekomstbestendig blijft. Roosendaal staat de komende jaren voor grote en diverse opgaven, die hoge eisen stellen aan de professionaliteit, het strategisch vermogen en de capaciteit van de organisatie. Daarbij staat de leefwereld van inwoners centraal en werken we vanuit onze kernwaarden: resultaatgericht, samen en de ander centraal. Het uitgangspunt is een organisatie die aantrekkelijk blijft voor huidige en nieuwe medewerkers, ook in een krappe arbeidsmarkt. Daarom investeren we in leren en ontwikkelen, vitaliteit, en een cultuur waarin samenwerken, eigenaarschap tonen en continu verbeteren vanzelfsprekend zijn. Wat gaan we hiervoor doen? • Uitvoering geven aan de verschillende thema's binnen het ontwikkelplan Wij Zijn Roosendaal als instrument voor de doorontwikkeling van de organisatie. • Voortzetten en borgen van projectmatig werken en continu verbeteren van processen.

• Versterken van de lerende organisatie en stimuleren van ontwikkeling en professionalisering van medewerkers en groepen. • Verkennen van de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie voor het ondersteunen van ons werk. • Voortdurend inzetten op het binden, boeien en vitaal houden van medewerkers, passend bij actuele ontwikkelingen en uitdagingen op de arbeidsmarkt. Wat willen we bereiken? De gemeente Roosendaal zet digitalisering in als strategisch middel om de ambities uit het coalitieakkoord 2026-2030 te realiseren. In lijn met het uitgangspunt om te werken aan tastbare resultaten voor inwoners en ondernemers, ondersteunt digitalisering de uitvoering van het Masterplan, het Nationaal Programma Roosendaal. Digitalisering draagt daarmee direct bij aan de uitvoeringskracht van de organisatie. Door informatie en data beter te benutten, versterken we de sturing op complexe maatschappelijke opgaven en vergroten we de samenhang tussen beleid en uitvoering. De informatievoorziening is hierbij niet alleen ondersteunend, maar een integraal onderdeel van de aanpak van stedelijke en sociale vraagstukken. 73 Tegelijkertijd blijft de menselijke maat centraal staan. Inwoners en ondernemers moeten kunnen rekenen op toegankelijke, begrijpelijke en betrouwbare dienstverlening, waarbij digitalisering het contact versterkt en niet vervangt.

Dit sluit aan bij de ambitie uit het coalitieakkoord om samen met inwoners en partners te werken aan een sterke en leefbare gemeente. In 2027 investeren we in een toekomstbestendige digitale basis. Digitale veiligheid, privacybescherming en betrouwbare informatievoorziening zijn randvoorwaardelijk om het vertrouwen van inwoners te behouden en de continuïteit van dienstverlening te waarborgen. Daarom versterken we digitaal vakmanschap van de medewerkers en ondersteunen we hen bij het toepassen van datagedreven werken en nieuwe technologieën, zoals AI. Deze technologieën worden verantwoord ingezet, met aandacht voor ethiek, transparantie en juridische kaders. Wat gaan we hiervoor doen? • | Het verder versterken van datagedreven werken om beter te sturen op maatschappelijke opgaven en resultaten. • | Het uitvoeren van de datastrategie, met focus op het onderzoeken, ontdekken en toepassen van data en het versterken van de datacultuur binnen de organisatie. • | Het versterken van regie, samenhang en architectuur binnen de informatieketen. • | Het structureel borgen van privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer. • | Het doorontwikkelen van de digitale werkplek en het ondersteunen van medewerkers bij veranderende werkwijzen. • | Het vergroten van digitale vaardigheden en(AI-) datageletterdheid binnen de organisatie.

• | Het verantwoord toepassen van innovatieve technologieën, waaronder AI, waar deze aantoonbare meerwaarde bieden. • | Het ondersteunen van de organisatie bij de doorontwikkeling van digitale dienstverlening, gericht op toegankelijke, begrijpelijke en betrouwbare dienstverlening voor inwoners en ondernemers. Wat mag dit kosten? X € 1.000 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Organisatie en ondersteuning | rekening | begroting | begroting | begroting | begroting | begroting Lasten | 32.553 | 33.471 | 38.143 | 39.403 | 41.161 | 42.354 Baten | 605 | 207 | 1.399 | 1.373 | 1.365 | 1.356 Saldo | -31.948 | -33.264 | -36.744 | -38.031 | -39.796 | -40.998 X € 1.000 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Taakveld | rekening | begroting | begroting | begroting | begroting | begroting 0.1 Bestuur | -1.104 | -1.632 | -2.007 | -2.012 | -2.085 | -2.160 0.10 Mutaties reserves | 108 | 60 | 51 | 42 0.2 Burgerzaken | -173 | -203 | -452 | -135 | -260 | -264 0.4 Overhead | -30.671 | -31.429 | -34.392 | -35.944 | -37.503 | -38.616 Saldo | -31.948 | -33.264 | -36.744 | -38.031 | -39.796 | -40.998 Gemeenschappelijke regelingen Als gemeenten samen een organisatie oprichten om voor diezelfde gemeenten taken uit te voeren, noemen we dat een Gemeenschappelijke Regeling (GR). De deelnemende gemeenten bepalen het beleid en de GR voert dit beleid uit. Ook Roosendaal besteedt een aantal taken uit.

In het kader van dit programma hebben we taken belegd bij de onderstaande GR. Voor een nadere toelichting op de GR’en verwijzen we naar Paragraaf 5 Verbonden partijen. 75 Financieel overzicht - programma 5 - Algemene zaken & Middelen X € 1.000 | Beleidsveld | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 rekening | begroting | begroting | begroting | begroting | begroting Lasten | Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien | 66.605 | 36.833 | 9.071 | 11.157 | 12.832 | 20.715 Organisatie en ondersteuning | 32.553 | 33.471 | 38.143 | 39.403 | 41.161 | 42.354 Totaal | 99.158 | 70.304 | 47.214 | 50.560 | 53.992 | 63.068 Baten | Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien | 284.164 | 292.300 | 248.538 | 250.733 | 260.622 | 271.073 Organisatie en ondersteuning | 605 | 207 | 1.399 | 1.373 | 1.365 | 1.356 Totaal | 284.768 | 292.507 | 249.937 | 252.106 | 261.987 | 272.429 Saldo | 185.611 | 222.203 | 202.723 | 201.546 | 207.995 | 209.361 Paragrafen 77 Paragraaf 1: Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf staat het beleid voor de gemeentelijke belastingen, heffingen en tarieven. Ook wordt per heffing toegelicht hoeveel inkomsten de gemeente verwacht te ontvangen. Daarnaast wordt aangegeven hoe de gemeentelijke woonlasten voor inwoners zich ontwikkelen.

Voor heffingen en rechten waarvoor een kostendekkend tarief geldt, wordt inzicht gegeven in de kosten, opbrengsten en de mate van kostendekkendheid. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de toegerekende overhead en compensabele btw. Tot slot wordt het beleid voor kwijtschelding toegelicht. Hiermee is zichtbaar welke inwoners in aanmerking kunnen komen voor gedeeltelijke of volledige vrijstelling van bepaalde gemeentelijke heffingen. Lokale heffingen In onderstaande tabel zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten opgenomen. Per onderdeel wordt kort toegelicht waarvoor deze wordt geheven en welk uitgangspunt er voor 2027 wordt gehanteerd bij het bepalen van de tarieven en opbrengsten. Hiermee ontstaat een overzicht van het lokale belastingbeleid en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan kostendekkendheid en betaalbaarheid. Algemene belastingen Hoofdlijnen Uitgangspunt 2027 Onroerendezaakbelasting (OZB) Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijfspanden en andere onroerende zaken) moeten OZB betalen. De hoogte van het bedrag hangt af van de WOZ- waarde van de onroerende zaak. Voor 2027 stijgen de tarieven voor zowel de OZB woningen als OZB niet-woningen. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de tarieven daarbij onder het landelijk gemiddelde blijven. Het tarief voor woningen stijgt met € 109.

Met deze verhoging blijft het tarief met 94% van het landelijk gemiddeld onder het landelijke niveau. Het tarief voor niet-woningen stijgt in 2027. Afhankelijk van de WOZ-waarde neemt de jaarlijkse OZB-last toe met circa € 320 tot € 759. Met deze verhoging blijft het tarief met 86% van het landelijk gemiddelde onder het landelijke niveau. Parkeerbelasting Parkeerbelasting wordt betaald door gebruikers van parkeerplaatsen in gebieden waar betaald parkeren geldt en door houders van een parkeervergunning. De indexatie vindt één keer per 2 jaar plaats en de verhoging heeft in 2025 plaatsgevonden. Naast deze index worden de tarieven per uur ook nog extra verhoogd. Totaal is dat € 0,31 per uur voor gebied A en € 0,29 voor gebied B. Dit betekent dat de tarieven voor 2027 € 2,96 per uur in gebied A en € 2,34 in gebied B bedragen. De tarieven in de parkeergarages stijgen met € 0,29 naar € 2,54. Het tarief voor de dagkaarten stijgt voor 2027 naar € 15 (2026: € 10). De tarieven voor vergunningen stijgt voor 2027 naar € 90 voor bewonersvergunning A en voor bewonersvergunning B stijgt deze naar € 150 (2026: € 70/€ 100). Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voor 2027 door het Ministerie van BZK vastgesteld op ten hoogste € 84,30.

Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor zover dit wettelijk is toegestaan. In de begroting 2027 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 2,1%. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor reclame- uitingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Er zijn 3 soorten reclamebelastingen: Binnenstad: de reclamebelasting wordt voor dit gebied geheven naar een vast bedrag per vestiging. Het bedrag van de belasting is afhankelijk van de locatie: € 400 in tariefgebied A en € 250 in tariefgebied B. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst 78 Algemene belastingen Hoofdlijnen Uitgangspun t 2027 bestemd voor Stichting Promotie Winkelstad Roosendaal. Bedrijventerreinen Borchwerf I en Majoppeveld: de reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag van € 275 per vestiging, vermeerderd met € 3 per € 1.000 WOZ-waarde boven een WOZ-waarde van € 115.000, met een maximum per vestiging van € 1.500. Leisurepark West-R: de reclamebelasting wordt geheven op basis van een staffelpercentage van de WOZ-waarde. 0,6% van de WOZ-waarde van € 3.000.000, 0,3% van de WOZ-waarde van € 3.000.000 tot de WOZ-waarde van € 5.000.000 en 0,1% van de WOZ-waarde boven de € 5.000.000. Tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.

Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst voor bedrijventerreinen en West-R voor de Stichting Ondernemersfonds Roosendaal voor de uitvoering van het activiteitenplan. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die binnen de gemeente of openbaar lichaam verblijf houden, maar niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens zijn ingeschreven. In de begroting 2027 is rekening gehouden met een tariefsverhoging. Het tarief per overnachting bedraagt in 2027 € 3,50 (2026 € 1,53). Bestemmingsheffingen Hoofdlijnen Uitgangspunt 2027 Afvalstoffenheffing Met de afvalstoffenheffing worden de kosten betaald voor het inzamelen, verwerken en verwijderen van huishoudelijk afval. In Roosendaal bestaat de heffing uit een vast deel en een deel dat afhankelijk is van het aanbieden van afval. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. Voor de afvalstoffenheffing geldt, naast het beginsel van 100% kostendekkendheid, het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Naast de directe lasten wordt een aantal indirecte lasten (gedeeltelijk) in de heffing betrokken. Het betreft hier een aandeel in de kosten van overhead, kwijtscheldingen en compensabele btw.

Diftar 2.0 leidt tot een verschuiving van variabele kosten naar het vaste tarief van de afvalstoffenheffing. De eerste 5 restafvalaanbiedingen worden niet langer afzonderlijk in rekening gebracht, waardoor het vaste tarief stijgt maar de gesloten financiering van de afvalstoffenheffing intact blijft. Het vaste tarief voor 2027 wordt € 332. Rioolheffing Met de rioolheffing betaalt de gemeente de kosten voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater, de verwerking van regenwater en maatregelen tegen grondwaterproblemen. Rioolheffing wordt geheven aan gebruikers van percelen van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. Vooruitlopend op het nieuwe Water- en Rioleringsplan 2028 (WRP) wordt voorgesteld het tarief van de rioolheffing te verlagen. De huidige rioolheffing in Roosendaal ligt relatief hoog ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Tegelijkertijd geven de financiële resultaten binnen het huidige WRP dat er ruimte is. Investeringen kunnen de komende jaren nog grotendeels uit de beschikbare middelen worden bekostigd. Deze financiële ruimte maakt het mogelijk het tarief te verlagen met € 50, terwijl de continuïteit van de rioolzorg gewaarborgd blijft. Bij de voorbereiding van het nieuwe WRP maakt de raad opnieuw een afweging over de toekomstige hoogte en ontwikkeling van het tarief. Voor 2027 bedraagt het geïndexeerde tarief € 307.

Rechten Hoofdlijnen Uitgangspunt 2027 Leges Leges zijn vergoedingen voor diensten die inwoners, bedrijven en instellingen van de gemeente afnemen, zoals vergunningen, paspoorten, rijbewijzen en andere aanvragen. In de begroting 2027 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 2,1%. Voor de bouwleges verhogen we de tarieven in 2027 eenmalig met 5%. In een aantal gevallen gaat het om tarieven met wettelijke beperkingen (bijvoorbeeld paspoorten), maar als rode draad loopt de voorwaarde van maximaal kostendekkende tarieven door de tarieventabel. Marktgelden Marktgelden worden betaald door ondernemers die een standplaats innemen op de weekmarkt. In de begroting 2027 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 2,1%. 79 Inkomsten per heffing De gemeente ontvangt inkomsten uit belastingen, heffingen en rechten. Bestemmingsheffingen zijn heffingen waarvan de opbrengsten zijn bedoeld voor specifieke taken of voorzieningen (bijvoorbeeld riool- en afvalstoffenheffing). De gemeente mag hiervoor niet méér belasting heffen dan de kosten die zij voor deze taak of voorziening maakt. Rechten worden betaald voor het leveren van een specifieke dienst (bijvoorbeeld het aanvragen van een paspoort of vergunning). Ook hiervoor geldt dat de belasting niet hoger mag zijn dan de kosten. In onderstaande tabel zijn de geraamde opbrengsten per belastingsoort opgenomen.

Belastingsoort | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 (bedragen * € 1.000) Algemene belastingen OZB woningen | 10.060 | 10.578 | 13.628 OZB niet-woningen eigendom | 4.808 | 4.514 | 6.999 OZB niet-woningen gebruik | 2.983 | 3.189 | 4.267 Parkeerbelasting | 2.120 | 2.370 | 2.850 Parkeervergunningen burgers | 277 | 225 | 427 Parkeervergunningen werkers | 116 | 80 | 80 Naheffingsaanslagen parkeren | 517 | 405 | 405 Precariobelasting | 542 | 229 | 232 Reclamebelasting - binnenstad | 131 | 168 | 168 Reclamebelasting - bedrijventerreinen | 482 | 600 | 600 Toeristenbelasting | 720 | 411 | 996 Bestemmingsheffingen Afvalstoffenheffing | 10.945 | 12.002 | 13.030 Rioolheffing | 13.745 | 14.366 | 12.200 Rechten Leges Titel 1 Algemene dienstverlening | 2.205 | 2.271 | 2.521 Leges Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving | 3.835 | 2.484 | 3.181 Leges Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn | 51 | 76 | 102 Marktgelden | 56 | 56 | 58 Totaal opbrengsten | 53.593 | 54.024 | 61.744 Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten In dit onderdeel wordt de ontwikkeling van de woonlasten voor een gemiddeld huishouden toegelicht. De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing.

Daarnaast wordt aan de hand van de COELO Atlas van de Lokale Lasten inzicht gegeven in hoe de woonlasten in Roosendaal zich verhouden tot het landelijk gemiddelde en omliggende gemeenten. Roosendaal staat in 2026 op plaats 123 met een gemiddelde woonlast van € 1.038. In 2025 stond Roosendaal op plaats 156. De woonlasten liggen in 2026 onder het landelijk gemiddelde van € 1.095. In de volgende tabel staan de gemiddelde woonlasten van Roosendaal samen met de omliggende gemeenten voor de jaren 2025 en 2026. Gemeente | Gemiddelde woonlasten | Gemiddelde woonlasten 2026 (rang) | 2025 Etten-Leur | 820 (5) | 804 (7) Breda | 899 (22) | 891 (35) Rucphen | 938 (40) | 918 (53) Woensdrecht | 1.002 (89) | 960 (85) Halderberge | 1.022 (106) | 997 (129) Roosendaal | 1.038 (123) | 1.014 (156) Moerdijk | 1.045 (134) | 1.016 (157) Steenbergen | 1.051 (145) | 999 (131) Drimmelen | 1.061 (153) | 1.044 (188) Bergen op Zoom | 1.095 (190) | 1.057 (197) Zundert | 1.262 (291) | 1.246 (312) Bron: Atlas van de lokale lasten 2026 (COELO) De woonlasten voor 2027 zijn, samen met de tarieven van 2026 (Roosendaal en landelijk gemiddelde), in de tabel hieronder weergegeven. Voor 2027 betekent het dat het OZB-tarief en het tarief voor afvalstoffenheffing stijgen, het tarief voor rioolheffing wordt verlaagd. Voor het berekenen van het OZB-tarief is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van €428.000.

Totaal komen de woonlasten voor Roosendaal in 2027 neer op € 1.107. Ten opzichte van 2026 betekent dit een stijging van € 69 per jaar (stijging van 6,6%) en € 5,75 per maand. Omschrijving woonlast | Roosendaal Roosendaal | Verschil € t.o.v. | Verschil € t.o.v. 2026 Landelijk | 2026 | 2027 | 2026 (jaar) | (maand) gemiddelde 2026 OZB-tarief woningen (%) | 0,0871% | 0,0797% | 0,1051% OZB-tarief woningen | € 470 | € 341 | € 450 | € 109 | € 9 Afvalstoffenheffing | € 381 | € 346 | € 350 | € 4 | € 0 meerpersoonshuishouden Rioolheffing meerpersoonshuishouden | € 245 | € 351 | € 307 | € -44 | € -4 Totale woonlasten | € 1.096 | € 1.038 | € 1.107 | € 69 | € 6 meerpersoonshuishouden Bron: Atlas van de lokale lasten 2026 (COELO) Ontwikkeling OZB niet-woningen De tarieven van OZB-niet woningen lagen in 2026 lager dan het landelijk gemiddelde. In onderstaande tabel hebben we de tarieven van Roosendaal in 2026 vergeleken met de omliggende gemeenten. Vervolgens is het tarief voor 2027 opgenomen. In 2027 bedragen de tarieven circa 86% van het landelijk gemiddelde. In de meerjarenbegroting is vanaf 2028 financieel rekening gehouden met een verdere verhoging tot circa 99% van het landelijk gemiddelde. Tarieven 2026 | Niet-woningen | t.o.v. landelijk | Niet-woningen | t.o.v.

landelijk eigenaren | gemiddelde | gebruikers | gemiddelde Landelijk gemiddelde | 0,3401% | 0,2395% Etten-Leur | 0,1742% | 51% | 0,1432% | 60% Breda | 0,2204% | 65% | 0,1748% | 73% Rucphen | 0,1485% | 44% | 0,1202% | 50% Woensdrecht | 0,1902% | 56% | 0,1595% | 67% Halderberge | 0,2531% | 74% | 0,2262% | 94% Roosendaal | 0,2080% | 61% | 0,1294% | 54% Moerdijk | 0,3146% | 93% | 0,2576% | 108% Steenbergen | 0,2292% | 67% | 0,1803% | 75% Drimmelen | 0,1517% | 63% | 0,1816% | 53% Bergen op Zoom | 0,3094% | 91% | 0,2414% | 101% Zundert | 0,1917% | 56% | 0,1698% | 71% Bron: Atlas van de lokale lasten 2026 (COELO) Tarieven 2027 | Niet-woningen | t.o.v. landelijk | Niet-woningen | t.o.v. landelijk eigenaren | gemiddelde | gebruikers | gemiddelde Landelijk gemiddelde (+2,1%) | 0,3472% | 0,2445% Roosendaal | 0,2972% | 86% | 0,2093% | 86% In onderstaande tabel is opgenomen wat de stijging van het tarief voor een pand in de binnenstad met een WOZ-waarde van 400.000 betekent en voor een pand op industrieterrein met een WOZ-waarde van 850.000. Dit is gesplitst in eigenaar en gebruiker.

WOZ-waarde | Hogere OZB-lasten | Hogere OZB-lasten eigenaar niet-woningen | gebruiker niet-woningen jaarlijks | maandelijks | jaarlijks | maandelijks Pand binnenstad (400.000) | € 357 | € 30 | € 320 | € 27 Pand industrieterrein (850.000) | € 759 | € 63 | € 679 | € 57 Kwijtscheldingsbeleid De gemeente vindt het belangrijk dat gemeentelijke heffingen betaalbaar blijven voor inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen. Daarom kan voor bepaalde heffingen geheel of gedeeltelijk kwijtschelding worden aangevraagd. Er wordt een kwijtscheldingsnorm vastgesteld van 100% en deze wordt verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de berekening van deze tarieven is met de kwijtscheldingen rekening gehouden. Kwijtscheldingsaanvragen worden door de Belastingsamenwerking West-Brabant in behandeling genomen en verder afgewerkt. De lasten van deze kwijtscheldingen worden verantwoord onder het beleidsveld Bestaanszekerheid, Programma 4 Leren, Werken en Ontwikkelen.

Belastingsoort | Werkelijk 2024 | Werkelijk 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 Afvalstoffenheffing | 610.000 | 692.000 | 600.000 | 700.000 Rioolheffing | 887.000 | 840.000 | 890.000 | 850.000 Totale kwijtscheldingslasten | 1.497.000 | 1.532.000 | 1.490.000 | 1.550.000 Overhead en Compensabele BTW Overhead De overhead omvat de kosten voor de sturing en ondersteuning van het primaire proces en wordt verantwoord op taakveld 0.4 Overhead. Voor de toerekening van overhead aan riolering en reiniging wordt jaarlijks een opslagpercentage vastgesteld. Dit percentage wordt berekend op basis van de verhouding tussen de totale overheadkosten en de salariskosten en inhuur, na correctie voor specifieke uitzonderingen. Compensabele BTW Sinds de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) mag de btw op de kosten van de heffing of recht worden betrokken in de berekening van de tarieven. Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen zoals deze in de begroting 2027 zijn verwerkt. Bij de belastingvoorstellen 2027 wordt in de kostenonderbouwing nader ingegaan op de samenstelling van de kosten. In de financiële begroting behorende bij deze begroting is, onder het product reiniging, de analyse terug te vinden van de verschillen ten opzichte van 2026. Voor de afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid.

Doordat de kosten in 2027 hoger zijn dan de opbrengsten, wordt er een beroep gedaan op de egalisatievoorziening reiniging. Afvalstoffenheffing | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 (Bedragen * € 1.000) Kosten taakveld(en): Huisvuilinzameling en -verwijdering | 9.457 | 10.259 | 10.715 Opruimen illegale afvaldumpingen | 320 | 299 | 316 Heffing en invordering | 180 | 190 | 183 Opbrengsten taakveld(en): Opbrengst gescheiden afvalstromen | 1.245 | 1.039 | 1.050 Dividenduitkering Saver | 100 | 100 | 100 Overige toe te rekenen kosten: *Compensabele BTW | 2.026 | 2.123 | 2.236 *Kwijtschelding | 692 | 600 | 700 *Overhead | 181 | 181 | 205 Totale kosten | 11.511 | 12.513 | 13.205 Opbrengst heffing | 10.945 | 12.002 | 13.030 Storting/onttrekking in/aan de voorziening | 566 | 511 | 175 Kostendekkendheid reiniging | 100% | 100% | 100% Rioolheffing De kosten zijn, zoals hieronder in de tabel zijn opgenomen, verwerkt in de begroting. Bij de belastingvoorstellen 2027 wordt nader ingegaan op de samenstelling van de kosten. In de financiële begroting behorende bij deze begroting is, onder het product riolering, de analyse terug te vinden van de verschillen ten opzichte van 2026. Voor de rioolheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. Doordat de kosten in 2027 hoger zijn dan de opbrengsten, wordt er een beroep gedaan op de egalisatievoorziening riolering.

Rioolheffing | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 (Bedragen * € 1.000) Kosten taakveld(en): Riolering algemeen | 6.255 | 6.304 | 9.741 Basisrioleringsplan | 240 | 263 | 273 Rioleringsbeheer | 2.790 | 2.276 | 2.373 Pompgemalen en persleidingen | 1.142 | 908 | 1.143 Kolken en lijngoten | 864 | 833 | 868 Grondwaterbeheerplan | 25 | 152 | 158 Kosten straatreiniging | 508 | 451 | 461 Kosten waterkering | 281 | 244 | 323 Heffing en invordering | 191 | 201 | 214 Overige toe te rekenen kosten: *Compensabele BTW | 1.979 | 2.565 | 2.099 *Kwijtschelding | 840 | 890 | 850 *Overhead | 363 | 363 | 338 Totale kosten | 15.478 | 15.450 | 18.841 Opbrengst heffing | 13.745 | 14.366 | 12.200 Storting/onttrekking in/aan de voorziening | 1.733 | 1.084 | 6.641 Kostendekkendheid riolering | 100% | 100% | 100% Leges In onderstaande tabel is een overzicht van de kosten en opbrengsten van de leges te vinden. Bij de belastingvoorstellen 2027 wordt nader ingegaan op de samenstelling van de kosten.

Rechten (leges) | Begroting 2027 | Begroting 2027 | Begroting 2027 (Bedragen * € 1.000) | Lasten | Verhaalbare lasten | Baten Leges Titel 1 Algemene dienstverlening Kosten dienstverlening | 1.032 | 1.032 Kosten basisregistratie (BRP) | 588 | 294 Burgerlijke stand | 35 | 35 | 80 Paspoorten | 410 | 410 | 746 Identiteitskaarten | 292 | 292 | 547 Rijbewijzen | 67 | 67 | 272 Naturalisaties | 70 | 70 | 109 Uittreksels/inlichtingen | 66 | 66 | 110 Eigen verklaringen | 48 Gehandicaptenparkeerkaarten | 14 Overige burgerzaken | 80 Overige inkomsten (o.a. leges telecom.) | 150 | 150 | 515 BTW | 25 | 25 Overhead | 827 | 672 Totaal titel 1 | 3.562 | 3.113 | 2.521 Kostendekkendheid | 81,0% Leges Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving Omgevingsvergunningen | 2.220 | 2.220 | 3.181 BTW | 124 | 124 Overhead | 863 | 863 Totaal titel 2 | 3.207 | 3.207 | 3.181 Kostendekkendheid | 99,2% Leges Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn Standplaatsen | 37 | 37 | 15 Evenementen | 440 | 440 Horeca | 322 | 322 | 50 Huisvestingswet | 156 | 156 | 24 Handel en kansspelen | 76 | 76 | 13 BTW | 3 | 3 Overhead | 485 | 485 Totaal titel 3 | 1.519 | 1.519 | 102 Kostendekkendheid | 6,7% Kostendekkendheid leges titel 1 t/m 3 | 74,0% Marktgelden In onderstaande tabel is een overzicht van de kosten en opbrengsten van de marktgelden te vinden.

Bij de belastingvoorstellen 2027 wordt nader ingegaan op de samenstelling van de kosten. Marktgelden | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 (Bedragen * € 1.000) Kosten taakveld(en): Kosten markten - terugontvangen energiekosten | 95 | 87 | 81 Afschrijving voorziening t.b.v. markten | 6 | 6 | 6 Overige toe te rekenen kosten: *Compensabele BTW | 6 | 9 | 9 *Overhead | 28 | 19 | 12 Totale kosten | 135 | 121 | 108 Opbrengst heffing | 56 | 56 | 58 Kostendekkendheid marktgelden | 41,4% | 46,5% | 53,8% Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf worden de gemeentelijke risico’s financieel vertaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om deze risico’s af te kunnen dekken. De weerstandscapaciteit wordt afgestemd op het risicoprofiel van de gemeente, waarbij de ratio voor het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Dit beleid is vastgelegd in de nota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’. Deze nota is in 2023 geactualiseerd. In 2027 wordt het beleid geactualiseerd en opnieuw ter vaststelling aangeboden aan de Raad. Toelichting op het weerstandsvermogen Top 10 risico’s Elk jaar wordt een geactualiseerd risicoprofiel met de Top 10 van risico’s opgenomen in deze paragraaf. Onvoorspelbaarheid kosten en aantallen in sociaal domein (Jeugd en Wmo) De Jeugdwet en Wmo zijn open-einde regelingen.

Dit houdt in dat een zorgvraag niet geweigerd kan worden als iemand daar recht op heeft. Hierdoor zijn overschrijdingen van de beschikbare budgetten mogelijk en niet goed voorspelbaar. De afgelopen jaren zagen veel gemeenten kostenstijgingen in het sociaal domein. Dit was ook in Roosendaal het geval. Het bestuur investeert vanuit het coalitieakkoord en collegeprogramma ongelijk in gelijke kansen en focust op 'van zorg naar welzijn'. Om de kosten te beheersen zijn in het sociaal domein besparingen voorgenomen. Het is onzeker of deze daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. In deze Begroting 2027 zijn de budgetten initieel opgehoogd tot het niveau van de realisatie 2025 en geïndexeerd. Daarna is een inschatting gemaakt van de positieve effecten die de intensivering in het aanbod en de ondersteuning bij collectieve voorzieningen kan hebben op individuele maatwerkvoorzieningen. Voor jeugdhulp is gerekend met een getrapte besparing van 2,75 miljoen in 2027 oplopend naar 4,7 miljoen euro in 2030. Bij Wmo voorzieningen betreft dit circa 1,5 miljoen euro. Jeugd We schatten het risico dat deze besparingen te ambitieus zijn ingeschat binnen een bandbreedte van 1 tot 6 miljoen euro in het meest gunstige scenario komen we 1 miljoen tekort. Hierbij gaan we er vanuit dat de besparingen worden gehaald, maar de groei van afgelopen jaar nog wel meetelt in aanvangsbedrag voor 2027 (2x500k).

In het meest realistische scenario komen we 4 miljoen tekort. Hierbij gaan we ervan uit dat de besparingen van 2,75 niet worden gehaald. In het meest ongunstige scenario komen we 6 miljoen tekort. We gaan er dan vanuit dat de besparingen niet gerealiseerd worden en de stijging van 2024 en 2025 zich voortzet met steeds een groei van circa 3 miljoen per jaar t.o.v. het jaar ervoor. Een aandachtspunt is verder dat er meerjarig nog grotere besparingen zijn ingeboekt. De bedragen lopen van 2,75 miljoen aan ombuigingen in 2027 op naar 4.75 miljoen in 2030. Ook hierbij is sprake van een onzekerheid in welke mate deze besparingen gerealiseerd kunnen worden. Wmo Binnen Wmo focussen we voor de risico’s op de financieel meest omvangrijke producten, zijnde Huishoudelijke Ondersteuning (HO) en Begeleiding. Hier gaat in totaal circa 20 miljoen in om in 2027 (€ 11,5 miljoen HO en € 8 miljoen in begeleiding). Relevante ontwikkelingen met onzekere effecten zijn het nieuwe beleid en de aanbesteding van Huishoudelijke ondersteuning, met daarin de opgave om minder extra hulp aan cliënten te bieden. Daarbij gaat het gemiddeld aantal uren per week dat aan ondersteuning geboden wordt omlaag. Er is sprake van dubbele vergrijzing: meer ouderen die langer thuis blijven. Bedoeling is die groei op te vangen binnen het nieuwe beleid. Een andere onzekerheid voor 2028/2029 is de wetswijziging bij het Rijk.

Voor Begeleiding is een besparing van circa 400.000 euro ingeboekt om op het niveau van de realisatie 2025 te blijven. In het meest gunstige scenario worden alle beleidsdoeleinden gehaald en blijven we binnen budget. In het meest realistische scenario kan er sprake zijn van een overschrijding van 2 miljoen (ca 10% van de kosten voor HO en begeleiding). In het meest ongunstige scenario ontstaat een overschrijding van 4 miljoen euro. Hierbij gaan we ervan uit dat het niet lukt de inzet terug te dringen terwijl de prijzen in het nieuwe contract hoger zijn. 87 Onzekerheden in de aannames Grondexploitatie Bij de vastgestelde grondexploitaties kunnen onvoorziene en niet te beïnvloeden omstandigheden zoals inflatie, stijgingen van bouwkosten en stijging van rente op de kapitaalmarkt leiden tot extra kosten of lagere baten. Jaarlijks worden de financiële uitgangspunten van de vastgestelde grondexploitaties geactualiseerd en worden eventuele winsten of verliezen verwerkt in de bestemmingsreserve grondexploitatie. De gemeenteraad heeft afgelopen jaar enkele nieuwe grondexploitaties geopend. Diverse grondexploitaties bevinden zich nog in de fase van verwerving, planvorming en/of bouw- en woonrijp maken. Dan groeit de boekwaarde vaak sneller dan de gerealiseerde opbrengsten. Bij hogere boekwaardes is er meer risico.

Deze risico’s betreffen onder andere een hogere rentetoerekening, vertraging en afwijkingen in parameters (kosteninschattingen en dergelijke). Stijgende bouwkosten zijn hierbij een belangrijk risico. Ook verwervingskosten kunnen hoger uitvallen dan waarmee rekening is gehouden in de grondexploitaties. Momenteel wordt nog rekening gehouden met een rentetoerekening van 1%. Deze kan de komende jaren stijgen. Bij een boekwaarde van 10 miljoen is een rentestijging van 1 naar 2% een extra rentelast van €100.000 en daarmee over de gehele looptijd (bijvoorbeeld 10 jaar) al 1 miljoen. Positieve grexen kunnen door deze risico's omslaan naar een verwacht tekort. Reeds negatieve grexen (verwacht tekort bij afronden gebiedsontwikkeling) kunnen negatiever worden. Dit dient dan in het eerstvolgende planning & control-document te worden voorzien (verliesvoorziening ophogen). Bijdragen van andere overheden zoals de WoKT, realisatiestimulans en het Volkshuisvestingsfonds hebben een positief effect op de boekwaarden. Dit toont ook het belang van deze bijdragen. Op basis van de huidige grondexploitaties, parameters en boekwaarden zien wij voor deze risico's een bandbreedte van 4 tot 8 miljoen euro. Ontwikkelingen in rente en kapitaallasten Om de beleidsuitvoering en bedrijfsvoering te financieren is de gemeente deels afhankelijk van leningen op de kapitaalmarkt.

Bijvoorbeeld voor financiering van investeringen binnen het ruimtelijk domein. Ontwikkelingen van de rente op de internationale kapitaalmarkt hebben grote effecten op de kapitaallasten van de gemeente. De afgelopen jaren lagen de rentes erg laag. Hierdoor is de huidige gemiddelde rente over onze leningen 1%. De huidige marktrente voor nieuwe leningen ligt rond de 4,0%. Door lopende investeringen, inzet van reserves en een groeiende externe financieringsbehoefte als gevolg van de ambities zal de gemiddelde rente de komende jaren stijgen. En hierdoor kan de werkelijke rente de komende jaren substantieel hoger uitvallen. Hiermee is al rekening gehouden in de meerjarenbegroting. Tegelijkertijd kunnen aannames anders uitpakken en kunnen de werkelijke rentelasten hoger uitvallen. Anders dan bij loon- en prijsstijgingen bestaat hiervoor geen compensatie via het gemeentefonds. Bij een investeringsvolume (financieringsvraag) van 100 miljoen per jaar betekent een renteafwijking van 0,5%-punt een extra rentelast van €500.000. Rekening houdend dat een deel van de hogere rentelasten gedekt wordt binnen de gesloten financieringen en grondexploitaties schatten we nu een bandbreedte in van € 500.000 tot € 1 miljoen per jaar. De rente vormt daarmee één van de belangrijkste financiële risico's in het meerjarenperspectief.

Ontwikkelingen in inflatie Het hanteren van een generiek indexatiepercentage van 2,1% wordt op basis van de huidige CPB- ramingen als realistisch beschouwd. Het belangrijkste risico betreft niet de algemene inflatie, maar een hogere ontwikkeling van de loonkosten, zorgcontracten en investeringskosten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds kent sinds de gewijzigde accres-systematiek een stabieler verloop, maar compenseert afwijkende gemeentelijke kostenontwikkelingen niet automatisch. Een afwijking van 1 procentpunt in de prijs- en loonontwikkeling kan voor Roosendaal leiden tot een structureel nadeel van enkele miljoenen euro’s. We schatten de bandbreedte in op 2 tot 4 miljoen euro. Onzekerheden Algemene Uitkering gemeentefonds De Algemene Uitkering gemeentefonds wordt altijd pas achteraf definitief vastgesteld, zodat er wijzigingen altijd nog mogelijk zijn. Er zijn nog forse onzekerheden over de meerjarige financiering van gemeenten via het Gemeentefonds. 88 Schadeontwikkeling viaducten Nelson Mandelaweg Uit recente schouwen blijkt dat nader onderzoek naar de schadeontwikkeling aan de viaducten van de Nelson Mandelaweg noodzakelijk is. Het is nog onzeker welke schade geconstateerd wordt en wat de kosten voor reparatie zullen zijn.

Beheer openbaar groen en klimaatverandering Het bestrijden van exoten (Eikenprocessierupsen, dennenprocessierupsen, Japanse Duizendknoop) wordt steeds meer regulier werk. Het risico bestaat dat de overlast groter wordt en dat dit extra kosten met zich mee gaat brengen om de overlast te beperken. Een nieuwe uitdaging is de opkomst van de Aziatische hoornaar. Hoewel de bestrijding mede wordt betaald door de Provincie is de verwachting dat het de gemeente de komende jaren ook meer geld gaat kosten. Daarnaast kan klimaatverandering leiden tot langdurige droge periodes. Om het huidige groenassortiment te behouden, zullen extra maatregelen nodig zijn. Mogelijke oplossingen voor de droogte zijn dat Waterschappen het water langer vast moeten houden, maar ook moet nagedacht worden over ander groen en minder diversiteit in soorten. Kosten bouw- en woonrijp maken Bravis valt duurder uit De uitvoering is gestart in 2026. Het tekort op het exploitatieplan is door kredieten afgedekt. De opbrengsten (uitgifteprijs voor de gronden Maatschappelijk) zijn vastgelegd en gemaximeerd in de anterieure overeenkomst met Bravis. De kostenkant is onderhevig aan macro economische ontwikkelingen, welke kunnen leidden tot forse prijsstijgingen (tot meer dan 10%).

Toelichting op het weerstandsvermogen Risicoprofiel Het risicoprofiel voor de programmabegroting 2027 is tot stand gekomen door voor alle organisatieonderdelen de risico’s in het desbetreffende werkveld te bepalen. Aan elke risicovolle gebeurtenis is een kans en een financiële waarde toegekend. Omdat niet alle risico’s zich maximaal en/of gelijktijdig zullen voordoen, is een zogeheten statistische Monte Carlo risico-simulatie uitgevoerd. Daarmee is berekend hoe groot de weerstandscapaciteit is die minimaal benodigd is om met een waarschijnlijkheid van 90% de gevolgen van zich eventueel voordoende risico’s af te kunnen dekken. In totaal zijn voor de organisatie 57 risico’s met een financieel gevolg in beeld gebracht. In onderstaande tabel is per vakje het aantal risico’s geclassificeerd naar risicobedrag en de kans dat een risico zich zal voordoen. Het risicoprofiel is een momentopname. geld | Netto x > € 1.000.000 | 5 | 4 | 5 | 1 | 3 € 500.000 < x < € 1.000.000 | 7 | 1 € 200.000 < x < € 500.000 | 3 | 4 | 1 € 50.000 < x < € 200.000 | 2 | 5 | 1 x < € 50.000 | 8 | 5 | 2 Geen geldgevolgen | 5 | 1 | 2 | 1 Kans | 10% | 30% | 50% | 70% | 90% De benodigde weerstandscapaciteit Indien alle geïdentificeerde gemeentelijke risico’s zich gelijktijdig en in maximale omvang voor zouden doen, is een bedrag van 64 miljoen benodigd.

Dit zal in de praktijk echter niet het geval zijn, zodat het reserveren van dit maximale bedrag niet noodzakelijk is. De risicosimulatie toont aan dat met een waarschijnlijkheid van 90% een bedrag van 18.4 miljoen voldoende is om de geïdentificeerde risico’s in financiële zin te kunnen afdekken (= benodigde weerstandscapaciteit). De beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: De vrij aanwendbare algemene reserves (incidenteel karakter) Bedragen (x € 1.000) Stand 31-12-2027 Algemene reserve 20.633 Totaal 20.633 De vrij aanwendbare bestemmingsreserves (incidenteel karakter) Bestemmingsreserves zijn vrij aanwendbaar voor zover deze niet zijn belast met verplichtingen aan derden, respectievelijk wanneer zij niet de functie hebben van een egalisatiereserve. Indien een risicogebeurtenis zich voordoet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om de bestemming van de reserve te wijzigen ter dekking van het risico.

De volgende (delen van) bestemmingsreserves worden als vrij aanwendbaar aangeduid: Bedragen (x € 1.000) Stand 31-12-2027 Bestemmingsreserve Roosendaal spreekt, Roosendaal Doet Bestemmingsreserve grondexploitatie 9.732 Bestemmingsreserve Participatie 970 Bestemmingsreserve Investeringsfonds 4.099 Bestemmingsreserve Aanpak snelweg A58 1.000 Duurzaamheid 208 Totaal 16.009 De onbenutte belastingcapaciteit (structureel karakter) De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de werkelijk opgelegde en de maximaal te heffen Onroerend Zaak Belasting (OZB). De raad heeft de mogelijkheid om in geval van een calamiteit de financiële gevolgen te dekken met een verhoging van de OZB. Conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’ is dit 2% van de in 2027 op te leggen aanslagen = 2% x € 24,9 miljoen = € 498.000. De post onvoorzien in de programmabegroting (structureel karakter) De post onvoorzien staat structureel in de begroting, is na het vaststellen van de begroting 2025 verlaagd naar € 100.000 en wordt ook als weerstandscapaciteit aangemerkt. Het is een structureel opgenomen begrotingspost, waartegenover geen directe uitgaven geraamd staan en die ingezet wordt voor onvoorziene, incidentele tegenvallers.

Kapitalisatiefactor Gezien de structurele beschikbaarheid en de mogelijkheid om de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien structureel in te zetten ter dekking van risico’s wordt conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandvermogen’ een kapitalisatiefactor toegepast van 2,5. 90 (x € 1.000) | Begroting 2026 (per 31-12-2026) | Begroting 2027 (per 31-12-2027) Structureel karakter Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) | 377 | 498 Post onvoorzien | 100 | 100 477 | 598 Kapitalisatiefactor structurele beschikbaarheid | 2,5 | 2,5 subtotaal weerstandscapaciteit exploitatie | 1.193 | 1.495 Incidenteel karakter Vrij aanwendbare algemene reserves | 19.487 | 20.633 Vrij aanwendbare bestemmingsreserves | 9.174 | 16.009 subtotaal weerstandcapaciteit vermogen | 28.661 | 36.642 Totale weerstandscapaciteit | 29.854 | 38.137 Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende ratio en bedraagt per 31 december 2027: Ratio weerstandsvermogen = | Beschikbare weerstandscapaciteit | € 38,1 mln = | 2,1 Benodigde weerstandscapaciteit | € 18,4 mln De beoordeling van het weerstandsvermogen In de nota ’beleid risicomanagement en weerstandsvermogen’ is het streefgetal voor het weerstandsvermogen vastgesteld op een minimale waarde van 1,0. De ratio van het weerstandsvermogen per 31 december 2027 voldoet met de waarde 2,1 aan deze norm.

Ten opzichte van de Programmabegroting 2026 daalt de weerstandsratio. Zowel de beschikbare weerstandscapaciteit | is | flink | gedaald, | dit | komt | vooral | door | de | verwachte | uitname | uit | het Investeringsfonds in 2026 en 2027. Ook de Algemene Reserve is iets lager. Dit komt door de inzet van de algemene reserve in 2026 voor incidentele lasten. De | belangrijkste | wijzigingen | in | het | risicoprofiel | zijn | een | aanpassing | voor | het | risico | op | de jeugdzorgkosten vanwege het ophogen van het budget in de programmabegroting en het toevoegen van renterisico's voor het financieren van de beleids- en bedrijfsvoering en specifiek met betrekking tot de grondexploitaties. Let op: Voorzichtigheid blijft geboden De hoogte van de weerstandsratio zegt niets over eventuele vrije ruimte binnen de begroting. Onder elke bestemmingsreserve liggen immers plannen. Aanwending van deze reserves voor het afdekken van risico’s die zich voordoen, heeft consequenties voor de huidige onderliggende plannen. Kengetallen Het besluit tot wijziging van het BBV is in mei 2015 aangepast vastgesteld. Er dienen kengetallen opgenomen te worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (Artikel 11 BBV).

Het betreft: • | netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • | solvabiliteitsratio; • | grondexploitatie; • | structurele exploitatieruimte; • | belastingcapaciteit. Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal toezichtskader waarin signaleringswaarden staan hoe de in deze paragraaf genoemde kengetallen te interpreteren. Het betreft geen normering, de invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. Signaleringswaarden financiële kengetallen (GTK 2020) Waarderingscijfer | Minst risicovol | Neutraal | Meest risicovol Netto schuldquote | <90 % | 90-130 % | >130 % Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | <90 % | 90-130 % | >130 % Solvabiliteitsratio | >50 % | 20-50 % | <20 % Grondexploitatie | <20 % | 20-35 % | >35 % Structurele exploitatieruimte (begroting) | >0 % | 0% | <0 % Belastingcapaciteit | <95 % | 95-105 % | >105 % Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft geen functie als normeringinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincies. De invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken.

De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in de beoordeling van de financiële positie kan betrekken. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend moeten worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling (26 oktober 2015, nr. 2015-0000611752). Kengetallen | Jaarverslag 2025 | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Netto schuldquote | 47% | 67% | 62% | 76% | 86% | 99% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle | 47% | 66% | 60% | 70% | 83% | 95% verstrekte leningen Solvabiliteitsratio | 25% | 15% | 17% | 16% | 15% | 13% Structurele exploitatieruimte | -3,5% | 0,1% | 0,4% | -0,4% | -0,2% | -0,9% Grondexploitatie | 12% | 6% | 1% | 4% | 2% | 2% Belastingcapaciteit | 97% | 98% | 99% | 99% | 99% | 99% Beoordeling kengetallen Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden aan in relatie tot de jaarlijkse inkomsten en geeft hierdoor een indicatie van de flexibiliteit van de begroting. Signaal: het provinciaal toezichtkader geeft aan dat indien dit kengetal lager is dan 90% dat het als ‘minst risicovol’ wordt gezien. De schuldquote ligt in 2027 naar verwachting op 60%.

De komende jaren stijgt deze als gevolg van de investeringsopgave en financieringsbehoefte. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en totale vermogen aan. Het geeft daarmee een indicatie of een gemeente haar bezit zeer zwaar belast met schuld. Het geeft inzicht in de mate waarin de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen. Signaal:. De solvabiliteit blijft een aandachtspunt. Met een ratio van 16% in 2027 bevindt Roosendaal zich onder de GTK-signaleringswaarde van 20% en daarmee in de meest risicovolle categorie. De daling van het eigen vermogen in combinatie met de investeringsopgave maakt het noodzakelijk om de ontwikkeling van de reserves nadrukkelijk te betrekken bij toekomstige besluitvorming. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in hoeverre structurele lasten ook gedekt worden met structurele baten. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal boven de 0% als ‘minst risicovol’ kan worden gezien. In Roosendaal is dit voor de begroting 2027 het geval. Meerjarig zijn de begrotingssaldi nog wel negatief. Dat maakt dat richting de Kadernota 2028 nadere vervolgstappen en keuzes benodigd zijn. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Het is lastig om een norm te bepalen voor dit kengetal.

Wel geeft het aan of een gemeente veel geld heeft gestopt in haar grondexploitatie, dit geld dient namelijk nog wel terugverdiend te worden. Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat als dit kengetal onder de 20% zit, dat het dan kan worden gezien als ‘minst risicovol’. In Roosendaal is dit het geval. Mogelijk worden er vanuit de ontwikkelingen in het Masterplan en NPR de komende jaren wel grondexploitaties geopend, waardoor deze ratio op termijn kan stijgen en de risico’s groter worden. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De woonlasten zijn voor de gemeente de belangrijkste eigen belastinginkomst. De hoogte van deze woonlasten geeft aan in hoeverre de gemeente relatief hoog zit met de woonlasten ten opzichte van de WOZ-waarden, in vergelijking met andere gemeenten. Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een percentage tussen de 95% en de 105% als ‘neutraal’ kan worden gezien. Met de aanpassingen in tarieven OZB en rioolheffing blijft dit in 2027 het geval in onze gemeente. In paragraaf 1 Lokale heffingen worden de onderliggende tarieven toegelicht. Conclusie De financiële kengetallen laten voor 2027 nog steeds een overwegend positief beeld zien. De meeste ratio’s liggen binnen de signaleringswaarden die door het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) als minst risicovol worden beschouwd.

De solvabiliteitsratio is wel een belangrijk aandachtspunt, deze bevindt zich in de meest risicovolle categorie. Ook neemt de schuldpositie in de meerjarenraming toe als gevolg van de aanzienlijke investeringsopgave waarvoor de gemeente staat. Meerjarig is de begroting nog niet sluitend. Om de financiële positie duurzaam in evenwicht te houden en voldoende ruimte te behouden voor toekomstige investeringen, zijn bij de voorbereiding van de Kadernota 2028 nadere keuzes en vervolgstappen noodzakelijk om de investeringsruimte te behouden en de reservepositie te versterken. 93 Paragraaf 3: Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente Roosendaal haar activiteiten voor het komende jaar gaat financieren. We staan voor een transparante en duurzame wijze van financiering van onze activiteiten. Als doelen zijn geformuleerd: • | Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. • | Het beschermen van het gemeentelijk vermogen en resultaat tegen financiële risico’s, zoals rente-, koers-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. • | Het minimaliseren van de interne en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities. • | Het optimaliseren van de banksaldi en renteresultaten.

Deze doelen worden binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en verder Wet verplicht Schatkistbankieren (vSB) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasury statuut uitgevoerd. Kasgeldlimiet Renterisico vlottende schuld Het financieren van de gemeentelijke activa en exploitatie door middel van kortlopende geldleningen heeft twee voordelen: er kan snel worden ingespeeld op mutaties in de financieringsbehoefte en bij een normale rentestructuur - waarin het aantrekken van lange geldleningen duurder is dan korte geldleningen - is het een relatief goedkope financieringsvorm. Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid, waardoor de gemeentelijke huishouding gevoelig wordt voor schommelingen in de rentestand. Om deze rentegevoeligheid te beperken heeft de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de netto vlottende schuld die de gemeente mag hebben. Er is sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet wanneer het kwartaalgemiddelde van de netto vlottende schuld gedurende twee opeenvolgende kwartalen hoger is dan de berekende limiet. Het percentage voor de limiet is bepaald op 8,5% van de begrotingsomvang met een minimum van € 300.000. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet berekend.

Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1.000 ) | 2026 Primair | 2026 Gewijzigde begroting | 2027 Primair Omvang lasten programmabegroting (excl. Reserves) | 368.909 | 432.313 | 414.067 Toegestane kasgeldlimiet (8,5%) | 31.357 | 36.747 | 35.196 Renteontwikkeling De rente op de geld- en kapitaalmarkt blijft in 2026 en naar verwachting ook in 2027 relatief hoog en beweeglijk. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in juni 2026 de beleidsrente verhoogd vanwege oplopende inflatiedruk, mede als gevolg van hogere energieprijzen en geopolitieke spanningen. Tegelijkertijd blijft de ECB een data-afhankelijke koers varen, waarbij toekomstige rentebesluiten afhankelijk zijn van de ontwikkeling van inflatie en economische groei binnen de eurozone. Voor gemeenten betekent dit dat de financieringskosten naar verwachting op een hoger niveau blijven dan in de voorgaande jaren. Nieuwe leningen en herfinancieringen worden afgesloten tegen relatief hoge rentepercentages, wat leidt tot een structureel hogere rentelast binnen de begroting. Hoewel de inflatie volgens de prognoses in 2027 geleidelijk afneemt, blijft onzekerheid bestaan over de ontwikkeling van de rente op zowel de korte als de lange termijn. Deze ontwikkeling vraagt om een zorgvuldige afweging van investeringsbeslissingen, een actief treasurybeleid en voortdurende monitoring van de financiële markten.

Daarbij blijft het belangrijk om voldoende flexibiliteit te behouden in de financieringsstrategie. Renteschema Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording is onderstaand renteschema opgenomen. Renteschema 2027 (Bedragen x € 1.000) a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering | 6.077 b. De externe rentebaten (idem) | - | 21 Saldo rentelasten en rentebaten | 6.056 c1 De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend | - 342 c2 De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend | - - | 342 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente | 5.714 e | De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | - 4.492 f | Renteresultaat op het taakveld treasury | 1.222 Financieringssaldo In de financiering van de gemeentelijke investeringen wordt deels door interne en deels door externe middelen voorzien. Boekwaarde (Bedragen x € 1.000) | Rekening | Rekening balansstand | Begroting prognose | Begroting prognose balansstand | 31-12-2025 (Na resultaat | balansstand | balansstand 31-12-2024 | verdeling) | 31-12-2026 | 31-12-2027 A. Investeringen: Grondexploitatie | 48.165 | 48.631 | 35.267 | 2.895 Overige investeringen | 263.360 | 307.759 | 357.906 | 375.136 Totaal investeringen (A) | 311.525 | 356.390 | 393.173 | 378.031 B.

Financiering: Interne financieringsmiddelen | 138.011 | 144.570 | 117.640 | 94.687 (reserves en voorzieningen) Externe financieringsmiddelen | 104.950 | 133.025 | 191.225 | 199.035 (langlopende geldleningen en waarborgsommen) Totaal financieringsmiddelen (B) | 242.961 | 277.595 | 308.865 | 293.722 Financieringssaldo (B-A) | -68.564 | -78.795 | -84.308 | -84.309 De in de tabel opgenomen berekeningen zijn gemaakt vanuit de stand van de huidige informatie en vragen om nadere toelichting. Per 31 december 2027 wordt een geraamd cumulatief resterend financieringstekort van € 84 miljoen verwacht. Het bovengenoemde overzicht betreft de mutatie tussen de verschillende begrotingsjaren die als herfinanciering wordt ingeschat. We realiseren niet alle investeringen die voor een jaar geraamd zijn. Dit komt door de ambities die wij als gemeente hebben maar ook door de financiële onzekerheid waardoor investeringen worden uitgesteld. Structurele tekorten en stijgende rente drukken op de begrotingsruimte. Daarnaast zorgen capaciteitsproblemen en krapte op de arbeidsmarkt voor vertraging in de uitvoering. Externe factoren zoals stijgende bouwkosten en com-plexe regelgeving spelen ook een rol. We kiezen soms bewust voor uitstel om strategische redenen. Het gevolg is een lagere realisatiegraad en vertraging van maatschappelijke opgaven.

Renterisico vaste schuld Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden aangegaan met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Daartoe wordt overgegaan wanneer de liquiditeitsplanning aangeeft dat er sprake is van een structurele financieringsbehoefte. Renterisico vaste schuld In de Wet Fido is onder andere de renterisico norm met betrekking tot de vaste schuld opgenomen. Deze norm dient decentrale overheden aan te zetten tot het spreiden van hun lange termijn renterisico door bij het samenstellen van de leningenportefeuille door middel van de verschillende rente typische looptijden rekening te houden met deze normstelling. De renterisico norm is bij ministeriële regeling vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal van het betreffende jaar. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het renterisico voor de komende jaren aan. De gevolgen van toekomstige geldopnamen zijn daarin nog niet verwerkt. Uit deze tabel blijkt dat we de komende jaren ruimschoots onder de renterisico norm blijven. (Bedragen x € 1.000) | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal lasten excl.

reserves | 414.067 | 379.782 | 390.978 | 391.650 Renterisiconorm (20 %) | 82.813 | 75.956 | 78.196 | 78.330 Berekening renterisico Renteherzieningen Aflossingen | 11.425 | 11.425 | 10.425 | 10.425 Renterisico | 11.425 | 11.425 | 10.425 | 10.425 Ruimte onder de rente risiconorm | 71.388 | 64.531 | 67.771 | 67.905 Mutaties vaste uitzettingen Vaste uitzettingen zijn door de gemeente verstrekte geldleningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Dergelijke leningen worden enerzijds verstrekt in het kader van de publieke taakuitoefening, anderzijds in perioden waarin er sprake is van een liquiditeitenoverschot. Dit laatste komt echter zeker de laatste jaren niet of nauwelijks voor. In onderstaand overzicht staan de partijen vermeld aan wie door de gemeente Roosendaal in het verleden geldleningen zijn verstrekt, en ook de restantschuld en de ontstaansgrond van de leningen.

Geldnemer (Bedragen x € 1.000) | Rekening 31-12-2025 | Begroting 01-01-2027 | Ontstaansgrond Leningen, krediethypotheken en leenbijstand | 769 | 769 Uitvoering Participatie Wet Stimulerings- en startersleningen | 23.550 | 28.800 Volkshuisvesting Monumentenfonds NV | Deelneming in NV Totaal | 24.319 | 29.569 Debiteurenrisico op verstrekte leningen Aan het voor langere tijd verstrekken van middelen aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een onvoorzien moment niet meer aan hun aflossingsverplichting kunnen voldoen. Ten aanzien van geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak speelt het debiteurenrisico een ondergeschikte rol. Bij de besluitvorming is aan het maatschappelijk belang van het verstrekken van dergelijke leningen een hogere prioriteit toegekend dan aan het daarmee samenhangende financiële risico. Dit geldt overigens ook ten aanzien van gegarandeerde geldleningen. Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF) De in de wet HOF vastgestelde macronorm wordt door vertaald naar individuele gemeenten in de vorm van een individuele referentiewaarde, die een indicatie geeft van het maximale aandeel in het EMU-saldo. (Bedragen x € 1.000) | 2026 | 2027 | 2028 Omschrijving | Volgens gewijzigde | Volgens | Volgens meerjarenraming begroting 2026 | begroting | in begroting 2027 2027 1. | Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q.

| -34.713 | -2.330 | 4.019 onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. | Mutatie (im)materiële vaste activa | 41.795 | 17.181 | 23.181 3. | Mutatie voorzieningen | 101 | -16.707 | -6.232 4. | Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in | -10.828 | -32.372 | 12.846 exploitatie) 5. | Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend | -65.579 | -3.846 | -38.240 EMU-saldo Wet verplicht Schatkistbankieren (Wet vSB) De wet vSB (zonder leenfaciliteit) houdt in dat decentrale overheden en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen moeten aanhouden bij het ministerie van Financiën. Er is een vrijstellingsgrens voor het afstorten van overtollige liquide middelen (het bedrag dat buiten het schatkistbankieren door de gemeente mag worden gehouden). Als het gemiddelde kwartaal bedrag van de positieve tegoeden minder is dan 2,00% van het begrotingstotaal, mag dit op de eigen bankrekeningen blijven staan. De (voorlopige) vrijstellingsgrens voor 2027 is, afgerond, € 8,3 miljoen. (2,00 % van € 414 miljoen). Paragraaf 4: Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente beheert een groot aantal kapitaalgoederen, zoals groen, wegen, openbare verlichting, verkeersvoorzieningen, riolering, water, bruggen en speelvoorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1960/documents/55623