08 RWB.pdf
Tekst van het document
Beoordelingsformulier definitief wijzigingsvoorstel zaaknummer collectief raadsvoorstel: 817670
Naam gemeenschappelijke regeling
RWB
1
Zienswijze over ontwerpwijziging ingebracht door college van Roosendaal? X Ja □ Nee (indien nee, dan is vraag 2 niet relevant)
2
Komt bestuur GR tegemoet aan zienswijze college Roosendaal? □ Ja (indien ja, dan is vraag 3 niet relevant) X Nee (dan toelichten bij vraag 3)
3
Toelichting op niet tegemoetkomen zienswijze Roosendaal: Zienswijzen op voorgenomen besluiten (artikel 10, lid 5 en 6 Wgr) Zienswijze: De raad stelt voor om aan artikel 28 een lid toe te voegen voor een zienswijzeprocedure bij meerjarenbeleidsplannen. De raad stelt voor om artikel 31, lid 2 te wijzigen en resultaatbestemmingen, voor zover het toevoegingen aan reserves betreft, voor te leggen aan de gemeenteraad voor een zienswijze. Reactie GR: een zienswijzeprocedure voor meerjarenbeleidsplannen is opgenomen. Zienswijzeprocedure voor toevoegen resultaatbestemming aan reserves is niet overgenomen. De spelregels hieromtrent worden opgenomen in een nota reserves en voorzieningen, die ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Mutaties in reserves en voorzieningen worden gemeld in de bestuursrapportages en vastgelegd in begrotingswijzigingen. De raden worden hierover geïnformeerd. Het algemeen bestuur besluit jaarlijks over de resultaatbestemming aan de hand van voorstellen van het strategisch beraad, waarover de raden eveneens geïnformeerd worden. Conclusie: de raad informeren is iets anders dan voorleggen aan de raad voor een zienswijze. Het is niet in strijd met de wet of algemeen belang dus kunnen we hiermee instemmen.
4
Zijn er overige inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 5) X Nee (indien nee, dan is vraag 5 niet relevant)
5
Toelichting op inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel
6
Is er een reden om toestemming vanwege strijd met het algemeen belang of strijd met het recht te onthouden? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 7)
-1-
X
Nee (indien nee, dan is vraag 7 niet relevant)
7
Toelichting op onthouden toestemming
8
Overige opmerkingen
-2-
Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Onderwerp: Bijlagen:
RWB/2024-029 4e wijziging gemeenschappelijke Regeling RWB 4
Datum: Contactpersoon: Telefoon:
4 maart 2024 Marijke Riksen 06-129 630 29
E-mail:
marijke.riksen@west-brabant.eu
Beste colleges, Eind september 2023 stuurden wij u het ontwerp van de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant toe. In deze 4e wijziging spelen we in op de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en de definitieve versie van de Nota Verbonden Partijen. Met deze brief informeren we u over de ontvangen zienswijzen en de reactie van het algemeen bestuur daarop. We vragen u de besluiten te nemen die nodig zijn voor afronding van dit wijzigingstraject. Zienswijzen Alle colleges van de deelnemers namen een voorgenomen besluit tot vaststelling van deze 4e wijziging en legden deze vervolgens voor aan hun raad. De afgelopen periode ontvingen wij van 13 gemeenten een zienswijze of een reactie. Het algemeen bestuur van RWB heeft de zienswijzen beoordeeld en komt op veel onderdelen tegemoet aan de wensen van de raden. Als gevolg hiervan zijn met name de artikelen over Participatie, Begrotingswijzigingen, Uittreding en Evaluatie inhoudelijk aangepast. De ingekomen zienswijzen zijn, gebundeld naar thema en voorzien van een gemotiveerde reactie, integraal opgenomen in het bijgevoegde overzicht (bijlage 1). Naast inhoudelijke reacties zijn er ook kleine tekortkomingen doorgegeven en verwerkt. Bijlage 2 bevat de definitieve tekst van de 4e gewijzigde regeling met toelichting. Daarin markeren we welke wijzigingen we ten opzichte van de septemberversie voorstellen.
Het algemeen bestuur heeft het definitieve wijzigingsvoorstel vastgesteld. Dit besluit gaat hierbij als bijlage 3.
Regio West-Brabant I Postbus 503 I 4870 AM Etten-Leur Tel: (076) 502 72 00 e-mail: info@west-brabant.eu I www.west-brabant.eu Inschrijvingsnr. KvK: 51448122 I IBAN NL31BNGH0285150308
Gevraagd besluit Wij vragen u te besluiten tot vaststelling van de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant. U kunt deze wijziging pas vaststellen nadat u toestemming van uw raad heeft gekregen (artikel 1 van de Wgr). Pas nadat alle colleges hebben besloten tot vaststelling van de wijzigingen is de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant tot stand gekomen. Omdat er sprake moet zijn van gelijkluidende besluiten van de deelnemers verzoeken wij u met klem gebruik te maken van het bijgevoegde model-collegebesluit (bijlage 4). Publicatie Nadat alle colleges besluiten hebben genomen, wordt de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling bekendgemaakt in het gemeenteblad van de gemeente Etten-Leur. Op de dag na de datum van deze publicatie treedt de wijziging in werking. Verzoek We stellen het op prijs als u de besluitvorming voor 1 juli afrondt en ons dan een afschrift stuurt van het getekende besluit. Heeft u vragen over deze brief met bijlagen? Neem dan contact op met Marijke Riksen, marijke.riksen@west-brabant.eu , 06-129 630 29 Met vriendelijke groet, het strategisch beraad van Regio West-Brabant,
Marijke Riksen wnd. directeur-secretaris
Paul Depla voorzitter
Bijlage 1: Overzicht zienswijzen gemeenten op de 4e wijziging GR RWB en reactie van het algemeen bestuur Bijlage 2: Integrale tekst 4e gewijzigde regeling Regio West-Brabant met markering wijzigingen en toelichting Bijlage 3: Besluit van het algemeen bestuur over de 4e wijziging van de GR RWB Bijlage 4: Model-collegebesluit
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029
OVERZICHT ZIENSWIJZEN GEMEENTEN OP VOORSTEL TOT 4E WIJZIGING GR RWB VAN SEPTEMBER 2023 EN REACTIE VAN HET ALGEMEEN BESTUUR
Per thema Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023. 1.
Strekking zienswijzen gemeenten Algemeen. • De nieuwe Nota Verbonden Partijen (NVP) goed verankeren in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) en 1. de relevante bepalingen van GR die afwijken van de bepalingen van de NVP daarmee in overeenstemming te brengen of niet op te nemen, en voor derden kenbaar, vast te leggen dat bij afwijkende bepalingen de NVP prevaleert 2. aanvullende regelingen uit de NVP over te nemen dan wel anderszins de aanvullende werking van de NVP deugdelijk en voor derden kenbaar te verankeren. (Breda)
Voorstel beantwoording zienswijzen
We onderschrijven de wenselijkheid van duidelijkheid over de verhouding tussen de bepalingen in de Nota Verbonden Partijen en de GR RWB. We volgen graag de afspraken die gemeenten samen maken, zoals in de NVP, maar willen deze uiteraard wel toetsen aan wet- en regelgeving en op uitvoerbaarheid. We zijn en blijven dan ook graag in een vroeg stadium betrokken. We willen voorkomen dat bij verandering van de NVP of bij aanvullende regelingen meteen een wijzigingsprocedure van de GR ingezet moet worden. Juridisch is het niet houdbaar om vast te leggen dat de bepalingen in de NVP prevaleren boven die van de GR. Daarom stellen we nu een aantal wijzigingen voor ten opzichte van het concept van de 4e wijziging van de GR RWB dat we in september aan de gemeenten voorlegden. Wijzigingen die meer flexibiliteit bieden om in te spelen op ontwikkelingen. Zo schrappen we nu de data en termijnen voor de P&C-cyclus. We verwijzen daarvoor naar de wettelijke bepalingen en afspraken met gemeenten, zoals vastgelegd in de NVP. Ook op andere plaatsen formuleren we bepalingen minder rigide. Verder zullen we nagaan in hoeverre de onlangs gewijzigde Financiële verordening nog aanpassing behoeft vanwege de NVP.
1
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
Strekking zienswijzen gemeenten
Voorstel beantwoording zienswijzen
2. Actieve informatieplicht GR RWB: art. 19, lid 3 “Het strategisch beraad informeert de Toevoegen aan artikel 19, lid 3 GR RWB: 'en raden actief over de agenda voor de overige relevante informatie'. (Roosendaal, vergaderingen van het algemeen be- Rucphen) stuur en over de genomen besluiten.”
3. Participatie GR RWB: art. 17a “Deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam.”
4. Zienswijzen Wgr: art. 10 lid 5 en 6
Dit voegen we toe.
•
Artikel 17a in overeenstemming brengen De minister heeft ons in de correspondentie over de gewijzigde met Wgr (artikel 10 lid 7, incl. amendeWgr op een verkeerd been gezet: later is duidelijk geworden ment Bromet). (Breda, Drimmelen, Geerdat het door het amendement Bromet niet meer volstaat als in truidenberg, Steenbergen, Woensdrecht, de GR staat dat zij geen (burger-)participatie organiseert. Zundert) • Voorstel: Ingezetenen van de gemeenten In lijn met wat een aantal andere regelingen opneemt stellen en belanghebbenden kunnen via reguliere we voor: procedures bij de colleges en de raden van 1. Inwoners van de deelnemers en belanghebbenden kunnen de gemeenten betrokken worden bij de via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitbeleid. (Etten-Leur, Oosterhout, Roosenvoering en evaluatie van beleid. daal) 2. In afwijking van het eerste lid kan het strategisch beraad besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen.
Zienswijzen meerjarenbeleidsplan • Invulling geven aan dit artikel: een bepaling opnemen waarin de raden een zienswijze naar voren kunnen brengen over bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige bestuursbesluiten en bestuursbesluiten over meerjarenbeleidsplannen en tussentijdse wijziginGemeente Drimmelen haalt de bepaling aan waaraan in de GR gen hiervan. (Drimmelen) concreet invulling moet worden geven. 2
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
5. P&C-cyclus GR RWB: art. 28 en 31 In deze artikelen staan de diverse termijnen voor de aanbieding van de kadernota, de ontwerpbegroting en de jaarrekening.
6. Begrotingswijziging GR RWB: art. 29, lid 2 “Voor noodzakelijke wijzigingen van de begroting als gevolg van onverwachte autonome ontwikkelingen, zijnde loon- en prijsontwikkelingen, die geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, is artikel 28 niet van toepassing.”
7. Jaarrekening GR RWB: art. 31 lid 2 “Het resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur
Strekking zienswijzen gemeenten
Voorstel beantwoording zienswijzen
• een bepaling aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen die regelt dat besluiten van het algemeen bestuur tot het vaststellen van meerjarenbeleidsplannen vooraf voor een zienswijze aan de raden voorgelegd worden. (Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen) • Als in de Nota Verbonden Partijen eerdere termijnen dan de wettelijke termijnen zijn opgenomen, zijn deze van toepassing. (Roosendaal, Rucphen)
We volgen het voorstel van Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen). Aan artikel 28 van de GR RWB wordt een nieuw lid 2 toegevoegd met deze strekking.
•
Nu uit het definitieve concept van de NVP blijkt dat GR-en de mogelijkheid krijgen om een beperkte algemene reserve in te stellen, laten we dit lid vervallen.
• •
•
Lid verwijderen (Baarle-Nassau, EttenLeur, Geertruidenberg, Roosendaal, Rucphen) Bezie mogelijkheid instellen beperkte algemene reserve. (Breda) Een grens hanteren van 3% afwijking van de begrootte lasten voor KCV en 1% afwijking voor de overige begrootte lasten voor autonome kosten. Voor autonome kosten die boven deze norm zitten moet de raad een zienswijze in kunnen dienen conform artikel 28 lid 8 van de gewijzigde GR. Voor bedragen onder dit bedrag beslist het bestuur van de RWB. (Steenbergen) artikel 31, lid 2 van de GR te wijzigen in die zin dat besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van
We schrappen de concrete data en termijnen en verwijzen naar de wettelijke bepalingen en de afspraken met de deelnemers hierover. (zie bovenaan bij de algemene opmerking).
Het voorstel van Steenbergen vinden we moeilijker uitvoerbaar en ook niet meer nodig gelet op het bovenstaande.
Het strategisch beraad zal de vorming en spelregels rondom een algemene (en andere) reserves opnemen in een nota reserves en voorzieningen, die ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Mutaties in reserves en voorzieningen 3
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
Strekking zienswijzen gemeenten
kan van dit standpunt afwijken. Dit dient dan expliciet via een voorstel tot resultaatbestemming aan het algemeen bestuur te worden voorgelegd.
8. Uittreding GR RWB: art. 42, lid 2 “Een uittredende gemeente betaalt in de jaren na het moment van uittreding een afnemend percentage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien. De afbouw gebeurt als volgt: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 80% • In jaar 3 na uittreding: 60% • In jaar 4 na uittreding: 40% • In jaar 5 na uittreding: 20%
GR RWB: art. 42, lid 3 “Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan. De uittredende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting.”
de jaarrekening aan de algemene reserve vooraf voor een zienswijze aan de raden voorgelegd worden. (Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen) •
•
•
Lid 2 aanpassen, want de hierin opgenomen uittredingsvoorwaarden zijn te zwaar en passen niet bij de regeling of de geest van de wet. (Alphen-Chaam en BaarleNassau) Lid 2 in lijn te brengen met de uittredingsbijdrage van de GR GGD West-Brabant zodat de uittredingsbijdrage gelijk is aan tweemaal een jaarbijdrage (i.p.v. voorgestelde driemaal). (Breda) relateer de uittredevergoeding aan de reele kosten van de uittreding (Oosterhout)
Laten vervallen, want verondersteld wordt dat deze al in lid 2 inbegrepen zijn. (Breda)
Voorstel beantwoording zienswijzen worden gemeld in de bestuursrapportages en vastgelegd in begrotingswijzigingen. De raden worden hierover geïnformeerd. Het algemeen bestuur besluit jaarlijks over de resultaatbestemming aan de hand van voorstellen van het strategisch beraad, waarover de raden eveneens geïnformeerd worden. Voorgesteld wordt om het voorstel over te nemen van de gemeente Breda, die verwijst naar de regeling van de GGD WestBrabant: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 66% • In jaar 3 na uittreding: 33%
De uittreedvergoeding relateren aan de werkelijke kosten is praktisch niet uitvoerbaar, zeker niet op voorhand. En leidt tot relatieve verschillen tussen uittredende gemeenten.
Het betreft hier nakoming van de verplichting die het openbaar lichaam is aangegaan t.b.v. of i.o.v. (o.a.) de betreffende gemeente. En waarvan de daadwerkelijke kosten niet op voorhand in te schatten en die ook niet te vermijden zijn. Voorbeeld is het contract Deeltaxivervoer West-Brabant. De gemeente heeft opdracht gegeven tot aanbesteding en contractering voor een bepaalde periode. Zij moet ook bij uittreding haar verplichtingen nakomen gedurende de hele looptijd, tenzij daar met de contractpartner en de overige gemeenten andere afspraken over gemaakt kunnen worden. Gedurende die looptijd betaalt de betreffende gemeente voor de organisatiekosten die hiermee gemoeid zijn. 4
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Voorstel RWB t.b.v. zienswijzeprocedure najaar 2023.
Strekking zienswijzen gemeenten
Voorstel beantwoording zienswijzen
9. Evaluatie GR RWB: art. 47 1. “Per 4 jaar wordt ten behoeve van de opstelling van een nieuw meerjarenbeleidsplan, de actualiteit van de doelen van de samenwerking geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken of de doelen die in de voorgaande bestuursperiode zijn gesteld, gerealiseerd zijn tegen de daarvoor uitgetrokken middelen. 2. Als het algemeen bestuur hiertoe besluit zal er een evaluatie • plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant ten opzichte van de gemeenten. Het algemeen bestuur besluit hier in ie• der geval toe als een meerderheid van gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegenwoordigen, daar gezamenlijk en schriftelijk om verzoekt.”
10. Artikel 24/24a Wgr Instelling commissies
Voorstel wijziging lid 2: eenmaal per vier jaar de werkwijzen en het functioneren van de RWB te evalueren, tenzij een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten besluit af te zien van een evaluatie. (Etten-Leur) Voorstel: wijziging lid 2 structureel eenmaal per vier jaar de werkwijzen en het functioneren van de RWB te evalueren. Indien er tussentijds behoefte is aan een evaluatie kan de voorgestelde bepaling worden gevolgd. (Roosendaal, Rucphen)
• de raad kiest niet voor een adviescommissie bij de RWB (Oosterhout)
De reacties van gemeenten lopen uiteen: altijd per 4 jaar een evaluatie naar werkwijze en functioneren en naar behoefte vaker tot in principe 1 x per 4 jaar tenzij raden er van af willen zien. Wij passen ons voorstel zo aan dat het algemeen bestuur, gehoord hebbend de raden, 1 x per 4 jaar besluit bij normale meerderheid van stemmen over het (al dan niet) evalueren van de werkwijze en het functioneren van de GR RWB. De bepaling dat het algemeen bestuur (daarnaast) tot een evaluatie beslist als een meerderheid van gemeenten daarom verzoekt, laten we staan. Hiermee wordt vastgelegd dat het onderwerp ”evaluatie functioneren en werkwijze”, in ieder geval 1 x per 4 jaar op de agenda van het AB komt. Uit de zienswijzen is niet naar voren gekomen dat raden daar nu behoefte aan hebben. We nemen nu wel een kan-bepaling op om een dergelijke commissie zowel op grond van artikel 24 als 24a van de Wgr in te kunnen stellen.
5
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Onderwerp/artikel Algemeen-Directeur GR RWB: art. 26
Ambtshalve voorgestelde wijzigingen Advies beantwoording zienswijzen Artikel is al vervallen en kan dus niet meer aangepast akkoord worden
“Dit artikel is komt tevervallen.”
Begrotingswijzigingen GR RWB: art. 29 lid 3: “Voor overige wijzigingen van de begroting, die door hun karakter niet leiden tot een wijziging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten, alsmede geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid is artikel 28 niet van toepassing.”
Toetreding en Uittreding GR RWB: art. 41, lid 2 en 42, lid 1
Als artikel 29 lid 2 vervalt moet in lid 3 het woordje “overige” komen te vervallen.
overnemen
Publicatie moet plaatsvinden in het gemeenteblad van de gemeente Etten-Leur.
overnemen
“….De toetreding gaat in op de eerste dag na publicatie in het blad Gemeenschappelijke regeling op Overheid.nl.” “De uittreding vindt,…..besluit tot uittreding in het blad gemeenschappelijke regeling op Overheid.nl is bekend gemaakt
6
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029
Per gemeente (de cijfers verwijzen naar het bovenstaande overzicht) Gemeente
Inhoud zienswijze
Alphen-Chaam
De gemeenteraad van Alphen-Chaam verzoekt de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant Artikel 42 lid 2 aan te passen. De hierin opgenomen uittredingsvoorwaarden zijn te zwaar en passen niet bij de regeling of de geest van de wet. Altena Geen zienswijze. Baarle-Nassau De gemeenteraad van Baarle-Nassau verzoekt het AB artikel 29 lid 2 te verwijderen uit de ontwerpregeling. Wanneer een begrotingswijziging als gevolg van autonome loon- en prijsontwikkelingen leidt tot verhoging van de inwonersbijdrage wil de raad hier een zienswijze op kunnen geven. De gemeenteraad van Baarle-Nassau verzoekt de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant Artikel 42 lid 2 aan te passen. De hierin opgenomen uittredingsvoorwaarden zijn te zwaar en passen niet bij de regeling of de geest van de wet. Bergen op Zoom Geen zienswijze. Breda 1.
Algemeen aandachtspunt: Voorgesteld wordt om de Nota Verbonden Partijen die binnenkort wordt aangenomen in de aangesloten gemeenten goed te verankeren in de Gemeenschappelijke Regeling en (i) de relevante bepalingen van Gemeenschappelijke Regeling die afwijken van de bepalingen van de Nota Verbonden Partijen daarmee in overeenstemming te brengen of niet op te nemen, zoals in het geval van termijnen, of anderszins deugdelijk, en voor derden kenbaar, vast te leggen dat bij afwijkende bepalingen de Nota Verbonden Partijen prevaleert alsmede (ii) de aanvullende regelingen uit de Nota Verbonden Partijen over te nemen dan wel anderszins de aanvullende werking van de Nota Verbonden Partijen deugdelijk en voor derden kenbaar te verankeren. 2. Artikel 17a (burgerparticipatie) luidt: Aan paragraaf 3.4 wordt een artikel 17a toegevoegd luidend: Deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam.
Zie reactie bij thema nr. 8.
6.
8.
1. en 5.
3.
Aandachtspunt: Dit artikel voldoet niet aan het bepaalde in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het is wettelijk niet mogelijk om te bepalen dat participatie niet mogelijk is. Ook op regionaal niveau moeten inwoners in de gelegenheid worden gesteld om hun mening over beleid of de uitvoering daarvan kenbaar 7
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Gemeente
Inhoud zienswijze
Zie reactie bij thema nr.
te kunnen maken. Burgerparticipatie moet in gemeenschappelijke regelingen een vaste plek krijgen. Voorgesteld wordt om het artikel in overeenstemming te brengen met het bepaalde in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3. Artikel 29, tweede lid (begrotingswijzigingen zonder zienswijzen) luidt: Voor noodzakelijke wijzigingen van de begroting als gevolg van onverwachte autonome ontwikkelingen, zijnde loonen prijsontwikkelingen, die geen afwijking inhouden van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, is artikel 28 niet van toepassing.
6.
Aandachtspunt: Met betrekking tot dit artikellid wordt aandacht gevraagd voor de mogelijkheid van het AB tot het instellen van een beperkte algemene reserve. Dit om o.a. effecten van loon- en prijsontwikkelingen op te kunnen vangen. Hierdoor wordt voorkomen dat direct een beroep op de deelnemende gemeenten moet worden gedaan voor een hogere deelnemersbijdrage. 4. Artikel 42, tweede lid (uittreding) luidt: Een uittredende gemeente betaalt in de jaren na het moment van uittreding een afnemend percentage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien. De afbouw gebeurt als volgt: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 80% • In jaar 3 na uittreding: 60% • In jaar 4 na uittreding: 40% • In jaar 5 na uittreding: 20%
8.
Aandachtspunt: Deze uittredingsbijdrage is zeer substantieel van omvang, nl. gelijk aan driemaal een jaarbijdrage. Voorgesteld wordt om de uittredingbijdrage in lijn te brengen met de uittredingsbijdrage van de GR GGD WestBrabant zodat de uittredingsbijdrage gelijk is aan tweemaal een jaarbijdrage en dat is: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 66% • In jaar 3 na uittreding: 33%
8
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Gemeente
Inhoud zienswijze
Zie reactie bij thema nr.
Van de RWB mag een dusdanige flexibiliteit worden verwacht dat zij in een periode van twee jaar de effecten van een uittredende gemeente kan opvangen en herorganiseren.
Drimmelen
Etten-Leur
5. Artikel 42, derde lid (uittreding) luidt: Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan. De uittredende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting. Aandachtspunt: Van deze kosten wordt geacht dat ze reeds in de uittredingsbijdrage zijn verdisconteerd. Voorgesteld wordt om dit artikellid te schrappen. • 10 lid 5 en 6 van de Wgr gevraagd om in de regeling een bepaling op te nemen waarin de raden een zienswijze naar voren kunnen brengen over bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige bestuursbesluiten en bestuursbesluiten over meerjarenbeleidsplannen en tussentijdse wijzigingen hiervan; • 10 lid 7 en 8 van de Wgr gevraagd om in de regeling een bepaling op te nemen over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid worden betrokken. Zienswijze op voorgenomen besluiten Hierover is niets in het wijzigingsbesluit opgenomen, dit is in strijd met de nieuwe Wgr en niet cf de (concept) Nota Verbonden Partijen.
Voorstel om: • een bepaling aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen die regelt dat besluiten van het algemeen bestuur tot het vaststellen van meerjarenbeleidsplannen vooraf voor een zienswijze aan de raden voorgelegd worden. • artikel 31, lid 2 van de GR te wijzigen in die zin dat besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve vooraf voor een zienswijze aan de raden voorgelegd worden”. Participatie (artikel 17a GR) Voorstel: Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Afzien zienswijze begrotingswijziging (artikel 29, lid 2 GR) Voorstel: artikel 29, lid 2 uit ontwerpbesluit te verwijderen.
8.
4.
3.
4. 7.
3.
6. 9
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Gemeente
Inhoud zienswijze Evaluatie (nieuw artikel 47 GR) Voorstel om de ontwerpregeling als volgt te wijzigen: eenmaal per vier jaar de werkwijzen en het functioneren van de RWB te evalueren, tenzij een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten besluit af te zien van een evaluatie.
Geertruidenberg
Halderberge
Moerdijk Oosterhout
Roosendaal
Zie reactie bij thema nr.
9.
De Regio West-Brabant (RWB), luidende als volgt: te verzoeken de voorgestelde wijziging van artikel 29, lid 2 inzake de verhoging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van onverwachte autonome ontwikkelingen, zonder daarbij deze verhoging voor een zienswijze procedure voor te leggen aan de raden van de deelnemende gemeenten, niet door te voeren; De Regio West Brabant te verzoeken om alsnog een vorm van participatie op te nemen in de gewijzigde regeling. In het kader van de zienswijzeprocedure de volgende wensen en bedenkingen aan te geven: I. aan artikel 28 een lid toe te voegen voor een zienswijzeprocedure bij meerjarenbeleidsplannen; II. om artikel 31, lid 2 te wijzigen en resultaatbestemmingen, voor zover het toevoegingen aan reserves betreft, voor te leggen aan de gemeenteraad voor een zienswijze. Geen zienswijzen.
6.
• • •
8. 10. 3.
relateer de uittredevergoeding aan de reële kosten van de uittreding; de raad kiest niet voor een adviescommissie bij de RWB; te bevorderen dat het initiatiefrecht van de raden t.a.v. zienswijzen en dat de participatie/inspraak in eerste instantie via gemeenten wordt georganiseerd onderdeel kan worden van de definitieve wijzigingsvoorstellen. Actieve informatieplicht (artikel 17, lid 2 en 3 Wgr): Zienswijze: Toevoegen aan artikel 19, lid 3: 'en overige relevante informatie'. Zienswijzen (artikel 10, lid 5 en 6 Wgr): Aan artikel 10, vijfde lid van de Wet betreffende de mogelijkheid om gemeenteraden voorafgaand aan het nemen van een besluit in de gelegenheid te stellen om een zienwijzen wordt, onverminderd wettelijk bepalingen, geen toepassing gegeven. Zienswijze: De raad stelt voor om aan artikel 28 een lid toe te voegen voor een zienswijzeprocedure bij meerjarenbeleidsplannen. De raad stelt voor om artikel 31, lid 2 te wijzigen en resultaatbestemmingen, voor zover het toevoegingen aan reserves betreft, voor te leggen aan de gemeenteraad voor een zienswijze.
3. 4. 7.
2.
4. 7.
10
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Gemeente
Inhoud zienswijze Evaluatie van de regeling (artikel 11a Wgr): Een nieuwe bepaling is opgenomen over evalueren. Een evaluatie zal plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de RWB ten opzichte van de gemeenten indien meerdere gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegenwoordigen daar gezamenlijk en schriftelijk om verzoeken. Zienswijze art. 47 lid 2: De raad stelt voor om ten aanzien van de evaluatie van de regeling op te nemen structureel eenmaal per vier jaar de werkwijzen en het functioneren van de RWB te evalueren. Indien er tussentijds behoefte is aan een evaluatie kan de voorgestelde bepaling worden gevolgd. Participatie (Artikel 17 a) Zienswijze: De raad stelt voor ten aanzien van participatie de volgende tekst op te nemen: Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Rucphen
Zie reactie bij thema nr.
9.
3.
P&C-cyclus (artikel 34, 34b en 35 Wgr): De financiële artikelen in de ontwerp- regeling zijn aangepast conform de wijzigingen in de Wgr. De ontwerpbegroting wordt overeenkomstig de regionale afspraken steeds rond 1 april aangeboden aan de deelnemers, zodat een gezamenlijke behandeling in de raden van juni kan plaatsvinden. Zienswijze termijnen: De raad stelt voor om aan artikel 28 een lid toe te voegen met de volgende tekst: Als in de Nota Verbonden Partijen eerdere termijnen dan de wettelijke termijnen zijn opgenomen, zijn deze van toepassing.
1. en 5.
Begrotingswijziging De RWB stelt voor om geen zienswijzeprocedure bij een verhoging van de gemeentelijke bijdrage indien dit het gevolg is van een autonome loon- en prijsontwikkeling. Geen zienswijzeprocedure bij verhoging van de gemeentelijke bijdrager is strijdig met de Nota Verbonden Partijen. Zienswijze: De raad stelt voor artikel 29, lid 2 te verwijderen en in lid 3 te verwijderen 'overige’.
6.
Actieve informatieplicht (artikel 17, lid 2 en 3 Wgr): Kanttekening: Toevoegen aan artikel 19, lid 3: ‘en overige relevante informatie’. Zienswijzen (artikel 10, lid 5 en 6 Wgr): Aan artikel 10, vijfde lid van de Wet betreffende de mogelijkheid om gemeenteraden voorafgaand aan het nemen van een besluit in de gelegenheid te stellen om een zienwijzen in te dienen wordt, onverminderd wettelijk bepalingen, geen toepassing gegeven. Kanttekening: Het college stelt voor om aan artikel 28 een lid toe te voegen voor een zienswijzeprocedure bij meerjarenbeleidsplannen.
2.
4.
11
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Gemeente
Inhoud zienswijze Het college stelt om artikel 31, lid 2 te wijzigen en resultaatbestemmingen, voor zover het toevoegingen aan reserves betreft, voor te leggen aan de gemeenteraad voor een zienswijze. Evaluatie van de regeling (artikel 11a Wgr): Een nieuwe bepaling is opgenomen over evalueren. Een evaluatie zal plaatsvinden ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de veiligheidsregio ten opzichte van de gemeenten indien meerdere gemeenten, die gezamenlijk tenminste de helft van het aantal inwoners vertegenwoordigen daar gezamenlijk en schriftelijk om verzoeken. Kanttekening art. 47 lid 2: Het college stelt voor om ten aanzien van de evaluatie van de regeling op te nemen om structureel eenmaal per vier jaar de werkwijzen en het functioneren van de RWB te evalueren. Indien er tussentijds behoefte is aan een evaluatie kan de voorgestelde bepaling worden gevolgd. P&C-cyclus (artikel 34, 34b en 35 Wgr): De financiële artikelen in de ontwerp- regeling zijn aangepast conform de wijzigingen in de Wgr. De ontwerpbegroting wordt overeenkomstig de regionale afspraken steeds rond 1 april aangeboden aan de deelnemers, zodat een gezamenlijke behandeling in de raden van juni kan plaatsvinden.
Kanttekening termijnen: Het college stelt voor om aan artikel 28 een lid toe te voegen met de volgende tekst: Als in de Nota Verbonden Partijen eerdere termijnen dan de wettelijke termijnen zijn opgenomen, zijn deze van toepassing.
Zie reactie bij thema nr. 7.
9.
1. en 5.
6.
Steenbergen
Woensdrecht
Begrotingswijziging: De RWB stelt voor om geen zienswijzeprocedure bij een verhoging van de gemeentelijke bijdrage te voeren indien dit het gevolg is van een autonome loon- en prijsontwikkeling. Geen zienswijzeprocedure bij verhoging van de gemeentelijke bijdrage is strijdig met de Nota Verbonden Partijen. Kanttekening: Het college stelt voor artikel 29, lid te verwijderen en in lid 3 te verwijderen ‘overige’ 1. Voor artikel 29 lid 2 over de begrotingswijziging een grens te hanteren van 3% afwijking van de begrootte lasten voor KCV en 1% afwijking voor de overige begrootte lasten voor autonome kosten. Voor autonome kosten die boven deze norm zitten moet de raad een zienswijze in kunnen dienen conform artikel 28 lid 8 van de gewijzigde GR. Voor bedragen onder dit bedrag beslist het bestuur van de RWB. 2. Verzoeken dat de RWB bij Artikel 17a wel een vorm opneemt van participatie, in overeenstemming met het amendement Bromet (kamerstukken II 2020/21,35513) op de gewijzigde Wgr. 3. Geen zienswijzen. Vanuit het college verzoeken wij u om expliciet in de regeling op te nemen hoe invulling wordt gegeven aan burgerparticipatie. De wijziging voldoet naar ons oordeel nog niet geheel aan de wettelijke eisen.
6.
3.
3.
12
Bijlage 1 bij brief RWB/2024-029 Gemeente
Inhoud zienswijze
Zundert
a. Wij hebben geconstateerd dat aan de verplichting om invulling te geven aan participatie zoals beschreven in artikel 10, zevende lid Wet gemeenschappelijke regelingen, op dit moment niet de juiste invulling is gegeven; b. De overige wijzigingen geven voor ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
Zie reactie bij thema nr. 3.
13
Bijlage 3 bij brief RWB/2024-029 Het algemeen bestuur van Regio West-Brabant, gezien het voorstel van het strategisch beraad van 19 februari 2024, Overwegende dat: • De gemeente Tholen per 1 januari 2021 uit de gemeenschappelijke regeling is getreden. • Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, gericht op versterking van de positie van de raden, voor 1 juli 2024 een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vereist. Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke Regeling Regio WestBrabant, BESLUIT:
1. In te stemmen met de reacties op de ingekomen zienswijzen (bijlage 1 bij het voorstel van het strategisch beraad van 19 februari 2024); 2. Als definitief voorstel Vierde wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant vast te stellen: A. In de aanhef komt het het woord <<Tholen>> te vervallen. B. Artikel 9, vijfde lid komt te vervallen. C. Aan de titel van paragraaf 3.4 wordt <<en>> vervangen door <<,>> en wordt toegevoegd << en participatie>> D. Aan artikel 16, eerste lid wordt na <<artikel 24>> ingevoegd <<en artikel 24a>>. E. Aan paragraaf 3.4 wordt de titel Participatie met daaronder een artikel 17a toegevoegd luidend: 1. Inwoners van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het strategisch beraad besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. F. Artikel 19, lid 3 wordt vervangen door: Het strategisch beraad informeert de raden actief over de agenda voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en over de genomen besluiten en voorziet hen van andere relevante informatie. G.
In artikel 19 wordt een nieuw lid 4 toegevoegd luidend: Het strategisch beraad informeert de raden in ieder geval twee maal per jaar schriftelijk over de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan. Daarnaast informeert het strategisch beraad de raden over onderwerpen van strategisch belang. H. Artikel 19, het oude lid 4 wordt vernummerd naar lid 5 en vervangen door: Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad, waar wenselijk en mogelijk samen met andere partijen, een bijeenkomst voor raadsleden van alle deelnemende gemeenten, waarin de voortgang van de realisatie van het meerjarenbeleidsplan en onderwerpen van strategisch belang besproken worden. I. Aan artikel 19 wordt toegevoegd een lid 6 luidend: Minimaal twee maal per jaar organiseert het strategisch beraad, waar wenselijk en mogelijk
samen met andere partijen, een verdiepende informatiebijeenkomst voor de raadsleden van alle gemeenten. J. In artikel 28, wordt een lid 2 toegevoegd, luidend: Het algemeen bestuur neemt pas een besluit zoals bedoeld in lid 1, nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld binnen 12 weken hun zienswijzen over een ontwerpmeerjarenbeleidsplan kenbaar te maken. K. In artikel 28 worden de oude leden 2 tot en met 9 vernummerd naar 3 tot en met 10. L. In artikel 28 lid 4 wordt <<1 februari>> vervangen door <<de wettelijke datum, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is>> M. In artikel 28 lid 5 wordt <<uiterlijk 15 april>> verwijderd en een tweede zin toegevoegd luidend: Het strategisch beraad hanteert hierbij de aanleverdatum zoals deze, rekening houdend met de wettelijke duur van de zienswijzeperiode geldt, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is. N. In artikel 28 lid 6 wordt <<van de NV Rewin>> vervangen door <<voor de BV REWIN West-Brabant>> O. Artikel 28 het nieuwe lid 9 komt te vervallen. P. Artikel 28 het nieuwe lid 10 wordt vernummerd naar lid 9 en <<tot 1 juli van ieder jaar>> vervangen door << gedurende de wettelijke duur van de zienswijzeperiode, dan wel de duur die met de deelnemers overeengekomen is, >> Q.
Aan artikel 28 wordt een lid 10 toegevoegd luidend: Het strategisch beraad stuurt de raden voor vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, een overzicht van ontvangen zienswijzen en een reactie daarop, toe. R. In artikel 31 lid 1 wordt <<vóór 15 april>> verwijderd en een tweede zin toegevoegd luidend: Het strategisch beraad hanteert hierbij de aanleverdatum zoals deze, rekening houdend met de wettelijke duur van de zienswijzeperiode geldt, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is. S. In artikel 41 lid 2 wordt <<dit>> vervangen door <<deze>> en <<bekendmaking in de Staatscourant>> vervangen door <<publicatie in het gemeenteblad van Etten-Leur>>. T. In artikel 42 lid 1 wordt << de Staatscourant>> vervangen door <<het gemeenteblad van EttenLeur>>. U. Aan artikel 42 worden de leden 2 tot en met 6 toegevoegd luidend: 2. Een uittredende gemeente betaalt in de jaren na het moment van uittreding een afnemend percentage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien. De afbouw gebeurt als volgt: • In jaar 1 na uittreding: 100% • In jaar 2 na uittreding: 66% • In jaar 3 na uittreding: 33% 3. Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan.
De uittredende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting. 4. Daar waar de uittredende gemeente producten afneemt van RWB waarvoor een dienstverleningsovereenkomst is afgesloten, zijn de daarin opgenomen bepalingen over beëindiging van de dienstverlening van toepassing. 2
5. De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken op gevormde bestemmingsreserves. 6. De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken en ook niet aangesproken worden op een positief respectievelijk negatief rekeningresultaat, vanaf het boekjaar dat vooraf gaat aan het moment van uittreding. V. Het oude lid 2 wordt vernummerd naar lid 7 en vervalt na de eerste zin. Toegevoegd wordt: Daarbij brengt het algemeen bestuur in elk geval de financiële consequenties van de voorgaande bepalingen in beeld. Het algemeen bestuur kan in overeenstemming met de uittredende gemeente in voorkomende gevallen afwijken van bovenstaande leden 2 tot en met 6. W. De tekst van artikel 47 wordt vervangen door: 1. Per 4 jaar wordt ten behoeve van de opstelling van een nieuw meerjarenbeleidsplan, de actualiteit van de doelen van de samenwerking geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken of de doelen die in de voorgaande bestuursperiode zijn gesteld, gerealiseerd zijn tegen de daarvoor uitgetrokken middelen. 2. Per 4 jaar besluit het algemeen bestuur over de wenselijkheid en, indien van toepassing, vormgeving van een evaluatie ten aanzien van de werkwijzen en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant. Voordat het algemeen bestuur hierover een besluit neemt, peilt het bij de gemeenteraden de behoefte aan een dergelijke evaluatie. 3.
Daarnaast zal het algemeen bestuur een evaluatie uitvoeren als een meerderheid van gemeenten, meer dan de helft van de inwoners vertegenwoordigend, daarom vraagt.
3. kennis te nemen van de complete tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en de toelichting daarop (bijlage 3 bij het voorstel van het strategisch beraad van 19 februari 2024); 4. de colleges van de deelnemende gemeenten te verzoeken voor 1 juli 2024 het (onvoorwaardelijk) besluit te nemen over de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant conform het definitieve voorstel, zoals bedoeld in beslispunt 2; 5. de colleges te verzoeken gebruik te maken van een toe te sturen concept-collegebesluit, opdat gelijkluidende besluiten genomen worden; 6. eventuele technische opmerkingen kenbaar te maken. Aldus op 4 maart 2024 besloten door middel van een door alle leden geaccordeerde schriftelijke raadpleging waarbij alle leden unaniem met de voorstellen van het strategisch beraad van 19 februari 2024 hebben ingestemd. Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant,
M. Riksen wnd. directeur-secretaris
P. Depla voorzitter
3
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, BaarleNassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Woensdrecht en Zundert Overwegende dat: 1. De gemeente Tholen per 1 januari 2021 uit de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant is getreden. 2. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, gericht op versterking van de positie van de raden, voor 1 juli 2024 een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vereist.
Gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten vast te stellen de: HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a De regeling deze gemeenschappelijke regeling b De deelnemende gemeenten de aan de regeling deelnemende gemeenten c Het openbaar lichaam het openbaar lichaam Regio West-Brabant d Het strategisch beraad het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam e Wgr de Wet gemeenschappelijke regelingen van 20 december 1984, Staatsblad 667, zoals nadien gewijzigd. Openbaar lichaam Artikel 2 Er is een openbaar lichaam, genaamd "Regio West-Brabant", ingesteld bij de regeling. Het is gevestigd te Etten-Leur. Het gebied van de regeling omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK 2
DOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Doel en belangen Artikel 3 1. De regeling heeft tot doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen, primair ten behoeve van de economisch ruimtelijke structuurversterking van WestBrabant. 2. Onder deze belangen vallen in elk geval: • Economie; • Arbeidsmarkt; • Mobiliteit; • Ruimte. 3. Daarnaast heeft de regeling tot doel om andere belangen van deelnemende gemeenten te behartigen met inachtneming van het bepaalde in artikel 4. Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Taken en bevoegdheden Artikel 4 1. De behartiging van de in artikel 3 bedoelde belangen omvat meer algemeen: a. de mogelijkheid tot coördinatie, planning, uitvoering, advies en overleg met betrekking tot genoemde beleidsterreinen evenals vertegenwoordiging en lobbyactiviteiten; b. het bevorderen van verdere bestuurlijke samenwerking. 2. De behartiging van de belangen genoemd in artikel 3, tweede lid, omvat daarnaast nog de volgende taken: a. het bepalen van de inzet vanuit de gemeenschappelijke regeling bij de totstandkoming van de ambities en agenda van het triple helix overleg in het West-Brabantse economische ontwikkelsysteem; b. het bepalen van de opgaven voor de gezamenlijke gemeenten zoals die voortvloeien uit de triple helix geformuleerde doelen; c. het bepalen van eventuele overige strategische doelen van de West-Brabantse samenwerking op het gebied van de economische structuurversterking; d. het opstellen van een uitvoeringsprogramma met (meerjarige) doorvertaling van de bekostiging van geformuleerde actieprogramma’s in de begroting; e. het borgen van een integrale benadering van vraagstukken, waar aangewezen door afstemming tussen de vier pijlers Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte; f. het beslissen over aanvragen voor bijdragen uit door het algemeen bestuur ingestelde fondsen. 3.
De belangen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kunnen als facultatieve taak uitgevoerd worden. 4. De belangen als bedoeld in artikel 3, derde lid, kunnen als collectieve of facultatieve taak uitgevoerd worden. 5. Van een collectieve taak is sprake als 2/3 van de deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende 2/3 van het aantal inwoners, die taak aan de gemeenschappelijke regeling hebben opgedragen. De kosten van die collectieve taak komen ten laste van alle deelnemende gemeenten. 6. Besluiten als bedoeld in het vorige lid worden door het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk bij aanvang van de nieuwe bestuursperiode genomen. De besluiten gelden voor de lopende bestuursperiode. 7. Van een facultatieve taak is sprake als deelnemende gemeenten een taak aan RWB opdragen en het algemeen bestuur die taak aanvaardt. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeenten die de taak aan de regeling hebben opgedragen. 8. Naast het bepaalde in de vorige leden kan het openbaar lichaam van een of meer deelnemende gemeenten en in samenhang daarmee van andere gemeenten en/of organisaties , opdrachten aannemen om diensten uit te voeren of uitvoeringstaken te verrichten. 9. Deelnemende gemeenten kunnen bevoegdheden overdragen aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. Dit kan alleen nadat met het openbaar lichaam overeenstemming is bereikt over deze overdracht. 10.
Het algemeen bestuur kan besluiten om voor ondersteunende processen, als bedoeld in artikel 8, derde lid, WGR, deel te nemen in andere rechtspersonen, maar wel onder de voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze over het voorgenomen besluit daartoe aan het algemeen bestuur kenbaar te maken. 11. Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
HOOFDSTUK 3
HET BESTUUR
Paragraaf 3.1 Het algemeen bestuur Artikel 5 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de leden of hun plaatsvervangers die overeenkomstig het tweede lid door de colleges van de deelnemende gemeenten uit hun midden worden aangewezen. 2. Het college van iedere deelnemende gemeente wijst één lid en één plaatsvervangend lid aan. Het college van Breda wijst twee leden, waaronder de burgemeester, en voor het collegelid niet zijnde de burgemeester, een plaatsvervangend lid aan. 3. De voorzitters van de vaste commissies van advies aan het strategisch beraad voor Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit, Ruimte, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, worden uit dien hoofde uitgenodigd om aan de vergadering deel te nemen. Zij hebben geen stemrecht. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten dat personen worden toegelaten om als waarnemer of adviseur zonder stemrecht aan de vergadering deel te nemen. 5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, aangesteld door of vanwege het samenwerkingsverband. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Zittingsduur Artikel 6 1.
De colleges van de deelnemende gemeenten beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers. 2. De zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit verliest zoals vermeld in artikel 5, tweede lid. 4. Een lid van het algemeen bestuur en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur en aan het college dat hem heeft aangewezen. Hij blijft niettemin in functie totdat in zijn opvolging is voorzien. 5. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt zo spoedig mogelijk. Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur of tot plaatsvervangend lid geeft het betrokken college binnen acht dagen kennis aan het algemeen bestuur. Werkwijze Artikel 7 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het strategisch beraad dit nodig oordeelt, of als tenminste één vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur, onder opgaaf van redenen, hier schriftelijk om verzoekt. 2.
De leden van het algemeen bestuur hebben elk twee stemmen van gelijk gewicht, uitgezonderd de leden van de gemeente Breda, die elk één stem hebben. Besluiten met betrekking tot de begroting en de jaarrekening worden genomen met tenminste de helft plus 1 van het aantal stemmen voor, welke stemmen tenminste de helft van het aantal inwoners van het gebied plus 1 vertegenwoordigen.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
3. Onder het aantal inwoners van het gebied wordt verstaan het aantal inwoners verstaan dat gold per 1 januari van het jaar waarin de meest recente reguliere verkiezing van de leden van de gemeenteraad plaatsvond. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Artikel 8 Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement wordt medegedeeld aan de deelnemende gemeenten. Taken en bevoegdheden Artikel 9 1. Alle taken en bevoegdheden van de regeling berusten bij het algemeen bestuur, tenzij deze bij het strategisch beraad of een bestuurscommissie zijn neergelegd. 2. De bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting en de jaarrekening kunnen niet worden overgedragen aan het strategisch beraad of een bestuurscommissie. 3. De input van de gemeenschappelijke regeling voor de economische ambities wordt minimaal elke vier jaar vastgesteld door het algemeen bestuur. Het voorstel aan het algemeen bestuur wordt minimaal twaalf weken voordat over het voorstel wordt besloten in het algemeen bestuur, aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden. 4. Het algemeen bestuur stelt het uitvoeringsprogramma over de opgaven van de gemeenschappelijke regeling uit de economische ambities jaarlijks vast bij de begroting. 5.
In de tweede Bestuursrapportage van ieder jaar rapporteert het algemeen bestuur over de voortgang van de realisering van het uitvoeringsprogramma. Paragraaf 3.2
Strategisch beraad
Samenstelling Artikel 10 Het strategisch beraad bestaat uit; a. de voorzitter van het algemeen bestuur; b. maximaal zes door het algemeen bestuur uit haar midden aan te wijzen leden, die in ieder geval de economische topsectoren vertegenwoordigen en waarbij er sprake is van voldoende geografische spreiding; c. de voorzitters van de vaste commissie van advies Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte als bedoeld in artikel 16 van deze regeling. Zittingsduur Artikel 11 1. Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het strategisch beraad aan. 2. De artikelen 40, 46 en 47 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. De leden van het strategisch beraad treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van algemeen bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 4. Het lidmaatschap van het strategisch beraad eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit verliest zoals vermeld in artikel 5, eerste lid.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
Werkwijze Artikel 12 1. Het strategisch beraad vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden van het strategisch beraad dit nodig oordelen. 2. De artikelen 28, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het strategisch beraad kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt medegedeeld. 4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het strategisch beraad onderling de werkzaamheden. Bevoegdheden Artikel 13 Het strategisch beraad is belast met het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. Hiertoe behoort in ieder geval het dagelijks bestuur van de belangen die zijn genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid. Paragraaf 3.3 De Voorzitter Aanwijzing Artikel 14 1. De burgemeester van de gemeente Breda wordt door het algemeen bestuur aangewezen als voorzitter van het algemeen bestuur. 2. Uit de andere leden als bedoeld in artikel 10 onder b, wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen door het algemeen bestuur. 3. Het bepaalde in artikel 11, tweede tot en met vijfde lid, is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing. Bevoegdheden Artikel 15 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het strategisch beraad. 2. Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken.
Alle stukken, die van het algemeen bestuur en van het strategisch beraad uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend. 3. In geschillen tussen het openbaar lichaam en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt hij vervangen door een lid van het strategisch beraad dat geen lid van het bestuur van de betreffende gemeente is. Paragraaf 3.4 Adviescommissies, en bestuurscommissies en participatie Adviescommissies Artikel 16 1. Het algemeen bestuur, kan in overeenstemming met het bepaalde in artikel 24 en 24a van de Wgr, commissies van advies instellen. 2. Vaste commissies van advies aan het strategisch beraad en de voorzitter worden door het algemeen bestuur op voorstel van het strategisch beraad dan wel de voorzitter ingesteld. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze. 3. De vaste commissies van advies als bedoeld in het tweede lid, hebben ondermeer tot taak het strategisch beraad van advies te dienen.
Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024. Vastgesteld door het algemeen bestuur RWB op 29 februari 2024
Bijlage 2 bij brief RWB/2024-29 Rode tekst: al voorgesteld in de concept 4e wijziging GR RWB september 2023 Blauwe tekst: nieuwe wijzigingen o.b.v. zienswijzen en def. Nota Verbonden Partijen
4. De vergaderingen van de vaste commissies zijn openbaar, behoudens de mogelijkheid tot het vergaderen achter gesloten deuren, een en ander volgens nader door het algemeen bestuur vast te stellen regels. 5. Een vaste commissie van advies wordt in elk geval ingesteld voor de navolgende beleidsterrein: a. Economie; b. Arbeidsmarkt; c. Mobiliteit; d. Ruimte. Bestuurscommissies Artikel 17 1. Het algemeen bestuur is bevoegd bestuurscommissies in te stellen als bedoeld in artikel 25 Wgr. 2. Er wordt een bestuurscommissie ingesteld voor de behartiging van aangelegenheden inzake het regelen van het Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV) 3. Leden van de bestuurscommissies als bedoeld in eerste lid zijn in ieder geval de leden van de colleges van burgemeester en wethouders, tot wiens portefeuille de belangen behoren. Participatie Artikel 17a Deze regeling voorziet niet in het betrekken van inwoners van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het openbaar lichaam. 1. Inwoners van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2.
In afwijking van het eerste lid kan het strategisch beraad besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. HOOFDSTUK 4
INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
Strategisch beraad / algemeen bestuur Artikel 18 1. Als één of meer leden, in een vergadering van het algemeen bestuur of schriftelijk, vragen om inlichtingen, worden deze door het strategisch beraad, of door één of meer leden daarvan verstrekt. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek om inlichtingen bij het strategisch beraad is ingediend, in een vergadering van het algemeen bestuur of schriftelijk verstrekt. 3. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan het algemeen bestuur het strategisch beraad of één of meer leden daarvan ter verantwoording roepen. 4. Het algemeen bestuur kan een lid van het strategisch beraad, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen. Artikel 50 van de Gemeentewet is daarop van overeenkomstige toepassing. Openbaar Lichaam /gemeenteraden Artikel 19 1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de leden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 2. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek om inlichtingen bij het openbaar lichaam is ingediend, schriftelijk verstrekt en wel door Definitieve versie 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant, beoogde invoeringsdatum 1 juli 2024.