07c- 71 - Toelichting raadsvoorstel belastingvoorstellen 2023.pdf
Tekst van het document
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Aanleiding Jaarlijks worden de belastingverordeningen door de gemeenteraad vastgesteld om een juiste heffing en invordering mogelijk te maken. In de programmabegroting 2023 is rekening gehouden met een stijging van de tarieven van de gemeentelijke belastingen en heffingen met een inflatiepercentage van 2,8%. In het voorliggende voorstel is hiermee rekening gehouden. Beoogd effect Het op juiste wijze heffen en innen van de belastingen en heffingen conform besluitvorming raad. Argumenten 1.a t/m j Dit is verplicht Conform artikel 216 van de Gemeentewet besluit de raad tot het wijzigen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Toelichting per belasting: a. Onroerende zaakbelastingen De gedragslijn in Roosendaal is dat de OZB per saldo alleen stijgt met de inflatie. We corrigeren het tarief van de OZB voor een waardestijging of waardedaling van een onroerende zaak, zodat de OZB per saldo alleen stijgt met het inflatiepercentage. Bij de begrotingsbehandeling 2023 heeft het college echter voorgesteld om de tarieven voor de OZB in 2023 niet te laten stijgen met het inflatiepercentage; het inflatiepercentage is daarom voor de OZB op 0,0% gezet. Voor de bepaling van de tarieven voor de onroerende zaakbelastingen zijn 2 stappen noodzakelijk, te weten: 1. De toegepaste inflatiecorrectie van 0,0; 2.
De herwaardering van waarde peildatum 1 januari 2021 naar 1 januari 2022, die wordt toegepast voor de OZB tarieven 2023. De herwaardering wordt budgettair neutraal toegepast om gelijke OZB-opbrengsten voor de begroting 2023 te waarborgen (waardedaling wordt gecompenseerd door tariefstijging en waardestijging door tariefverlaging). De resultaten van de herwaardering zijn op dit moment nog niet definitief bekend. Volgens de Belastingsamenwerking West-Brabant dient voorlopig rekening te worden gehouden met een gemiddelde waardestijging bij de woningen van 15,0%% en bij de niet-woningen van 2,63%. Als later blijkt dat de definitieve gemiddelde waardestijging aanzienlijk afwijkt dan kan in januari 2023 de raad worden voorgesteld om de tarieven van de OZB alsnog aan te passen. Verhoging van de tarieven met terugwerkende kracht is echter niet toegestaan! Rekening houdend met bovenstaande wordt voorgesteld om de tarieven voor de woningen te verlagen met 15% (0,0% inflatie -/- 15,0% waardestijging) en het tarief voor de niet-woningen te verlagen met 2,63% (0,0% inflatie -/- 2,63% waardestijging). De tarieven voor 2023 bedragen dan: onroerende zaakbelasting woning eigendom: onroerende zaakbelasting niet-woning eigendom: onroerende zaakbelasting niet-woning gebruik:
0,0791% (was in 2022: 0,0931%) 0,1757 % (was in 2022: 0,1805%) 0,1241% (was in 2022: 0,1275%)
b. Toeristenbelasting Voorgesteld wordt het tarief te verhogen met het inflatiepercentage van 2,8%. c. Precariobelasting Voorgesteld wordt de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 2,8%.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
d. Marktgeld Voorgesteld wordt de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 2,8%. In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten en opbrengsten weergegeven. e. Leges Het was de bedoeling dat de nieuwe Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking zou treden. De nieuwe Omgevingswet heeft ook invloed op de mogelijkheden tot het heffen van leges. Enerzijds kunnen gemeenten leges heffen voor nieuwe activiteiten, anderzijds vallen er juist leges weg. Door de VNG is een nieuwe modelverordening Leges opgesteld, die aansluit op de Omgevingswet. Dit houdt o.a. een nieuwe indeling van de tarieventabel in. Omdat de invoering van de Omgevingswet echter weer is uitgesteld, stellen we voor om nu nog vast te houden aan de ‘oude’ Legesverordening uit 2022 en wijzigen we deze op een aantal punten. Zodra de nieuwe Omgevingswet in gaat (naar verwachting 1 juli 2023), maken we een raadsvoorstel om de oude legesverordening in te trekken en de nieuwe legesverordening (die dus in overeenstemming is met de nieuwe Omgevingswet) vast te stellen. De belangrijkste wijziging op de Legesverordening 2022 betreft de aangepaste tarieven. Voorgesteld wordt om de tarieven voor 2023 te verhogen met het inflatiepercentage van 2,8%. Voor een aantal leges geldt echter dat hier op rijksniveau een maximumbedrag voor wordt vastgesteld. Nog niet al deze gemaximeerde leges zijn bekend.
Een voorbeeld hiervan betreft de aanvraag van een VOG. In de tarieventabel zijn deze leges geel gearceerd. Zodra deze bekend zijn worden de tarieven in de tarieventabel aangepast. Naar verwachting komen deze eind november/begin december 2022 beschikbaar. In de bijgevoegde kostenonderbouwingen zijn de lasten en opbrengsten weergegeven van de leges. f. Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven van gebruikers van percelen van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. Met betrekking tot de rioolheffing is het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) kaderstellend. Hierin is vastgelegd dat de financiële systematiek voldoet aan de eisen van solide financiën. Gestreefd wordt naar een ideaal complex, waarbij de investeringen volledig worden gedekt uit de gespaarde bedragen. In het vastgestelde VGRP 2020-2023 is opgenomen dat de voorziene extra stijging – boven de inflatiecorrectie – voor 2023 0,6% bedraagt. Rekening houdend met het inflatiepercentage van 2,8% betekent dit dus een stijging van het tarief in 2023 met 3,4%. Hierdoor komt het vaste tarief in 2023 uit op € 350,77. Het huidige VGRP loopt t/m 2023. In 2023 gaan we daarom een nieuw Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan opstellen, dat moet ingaan vanaf 2024.
Ook heeft de VNG een nieuwe modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld, die het mogelijk maakt om meer percelen in de heffing te betrekken. De nieuwe verordening zal met ingang van 2024 van kracht worden. Deze twee ontwikkelingen hebben invloed op het tarief van de rioolheffing. Welke invloed dat zal zijn, wordt duidelijk in 2023. Uiteraard zullen we de raad betrekken bij het voorstel. In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten en opbrengsten, zoals tevens opgenomen in de programmabegroting 2023, weergegeven. . g. Afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing geldt naast het beginsel van 100% kostendekkendheid het principe van “de vervuiler betaalt”.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
In de tariefberekening voor de afvalstoffenheffing is rekening gehouden met de inzet van € 320.000 uit de voorziening exploitatie reiniging. Hiermee worden de lasten van ondergrondse GFT-E containers bij hoogbouw gedekt, zodat deze incidentele lasten geen verhoging van het tarief tot gevolg hebben. Uit de tariefberekening volgt dat het vaste tarief in 2023 zou moeten stijgen met € 25,50. In de voorziening Exploitatie Reinigingssector kan echter nog een bedrag onttrokken worden om dit vaste tarief in 2023 te dempen. Dit bedrag is het afgelopen jaar in de voorziening gestort omdat de opbrengsten van de heffing hoger waren dan de kosten (nacalculatorisch). Door dit bedrag nu in te zetten om het tarief te dempen, kan dit weer worden teruggegeven aan de inwoners. Daarnaast stelt het college in de Najaarsbrief 2022 voor om € 1,5 miljoen te storten in de voorziening Exploitatie Reinigingssector, zodat de stijging van het tarief ook de komende jaren gedempt kan worden. Het vaste tarief in 2023 blijft gelijk aan het vaste tarief in 2022 (€ 245). Om dit te bewerkstelligen wordt aanvullend een bedrag uit de voorziening onttrokken van € 427.000. Hiermee wordt ten behoeve van de demping van het tarief in totaal een bedrag uit de voorziening onttrokken van € 877.000.
Als gevolg van het bovenstaande wordt voorgesteld om: Het vaste tarief te bepalen op € 245 (2022: € 245); Het tarief voor het ledigen van een 240 liter restafvalcontainer te bepalen op € 6,60 (2022: € 6,60); het tarief voor het ledigen van een 140 liter restafvalcontainer te bepalen op € 3,85 (2022: € 3,85); het tarief voor elke inworp in een ondergrondse afvalcontainer van 60 liter te bepalen op € 1,10 (2022: € 1,10); het tarief voor elke inworp in een ondergrondse container van 30 liter te bepalen op € 0,55 (2022: € 0,55). In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten en opbrengsten weergegeven. h. en i. Parkeerbelastingen Voorgesteld wordt om de parkeertarieven in 2023 niet te verhogen. Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voor 2023 door het Ministerie van BZK vastgesteld op € 72,90. Ter onderbouwing van het tarief dient door de raad het kostenbesluit aanslag naheffing parkeerbelasting te worden vastgesteld. In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten opgenomen. j. Kwijtscheldingsregeling In juli 2021 heeft het kabinet besloten om bij de kwijtschelding een verruiming van de vermogensnorm mogelijk te maken zodat mensen een kleine financiële buffer kunnen hebben. Dit heeft geleid tot de vaststelling een nieuwe ministeriële ‘Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden’, die zeer recent in werking is getreden.
De nieuwe ministeriële regeling maakt het mogelijk om bij de toetsing van een aanvraag kwijtschelding een iets ruimere vermogensnorm te hanteren. De aanvankelijke opzet om de ruimere vermogensnorm alleen voor AOW-gerechtigden en duurzaam arbeidsongeschikten te laten gelden is verlaten. De verruiming van de vermogensnorm geldt voor iedereen. Op dit moment is het zo dat, wanneer een aanvrager beschikt over financiële middelen van globaal € 2.000 of meer (dit is wel afhankelijk van de gezinssituatie), deze aanvrager niet in aanmerking komt voor kwijtschelding. Op basis van de nieuwe regeling kan de reguliere vermogensnorm, afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige, met maximaal € 2.000 worden verhoogd. De verhoging van de vermogensnorm stelt de aanvrager in staat een kleine financiële buffer te creëren.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Het vaststellen van de lokale kwijtscheldingsregeling is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De raad heeft een autonome bevoegdheid om de verhoging van de vermogensnorm met maximaal € 2.000 toe te passen. Aan de raad wordt voorgesteld om in te stemmen met deze verruiming. Kanttekeningen 1.1 Nog niet alle tarieven definitief Er zijn nog enkele tarieven in de legesverordening die nu nog niet definitief zijn. Deze worden vanuit het Rijk bepaald en worden naar alle waarschijnlijkheid pas eind november / begin december 2022 gepubliceerd. Deze worden daarom nagezonden aan de raad. Omdat de raad tijdig een besluit moet nemen (vóór 1 januari 2023), worden de verordeningen wel alvast aangeleverd ter besluitvorming. Voordat de raad de verordeningen vaststelt, zullen de tarieven aangepast worden in de legesverordening. 1.2 Inwerkingtreding Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 juli 2023. Daarom houden we nu nog even vast aan de Legesverordening 2022, inclusief een aantal wijzigingen. Indien de nieuwe Omgevingswet inderdaad 1 juli 2023 van kracht wordt, leggen we in het eerste half jaar van 2023 een nieuwe Legesverordening 2023 voor aan de raad. Financiën In de programmabegroting 2023 (incl. aanbiedingsnota) is met de opbrengsten als gevolg van de genoemde tariefaanpassingen al rekening gehouden.
Communicatie Na vaststelling van de voorstellen worden de regelingen en verordeningen elektronisch bekend gemaakt op www.officielebekendmakingen.nl en wordt daarvan mededeling gedaan in de Roosendaalse Bode. De belastingverordeningen en tarieven worden ook gepubliceerd op de website van de BWB. Bijlagen 1. Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2023 2. Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2023 3. Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2023 4. Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2023 5. Verordening tot 1e wijziging van de Legesverordening 2022, incl. bouwkosten ROEB 2023 6. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023 7. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2023 8. Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2023, incl. kaart 9. Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2023 10. Kwijtscheldingsregeling 2023 11. Kostenonderbouwingen afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en marktgelden