CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07b-108-10. Werkplein begroting 2024 en jaarstukken 2022.pdf

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7.b: Voorstel 108: Raadsvoorstel zienswijzen begrotingen 2024 Gemeenschappelijke Regelingen29.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

6.3 Wat mag het kosten? Onze inzet binnen het Programma Inburgering wordt gefinancierd vanuit een bijdrage vanuit de zes deelnemende gemeenten. Deze bijdrage behelsd het doorsluizen van de vergoedingen die van het Rijk voor de uitvoering van de Wet inburgering wordt verstrekt. Het benodigde budget waarover het Werkplein moet beschikken, is weergegeven in de tabel op de volgende pagina.

26

Tabel: Geraamde kosten voor inburgering 2024

Toelichting begroting 2024 t.o.v. begroting 2023 De financiële begroting Inburgering bestond uit twee onderdelen: Inburgeringsvoorzieningen en uitvoeringskosten. Voor de laatste is met gemeenten afgesproken om deze kosten in de reguliere bedrijfsvoering op te nemen. Inburgeringsvoorzieningen Voor deze voorzieningen krijgen de gemeenten een specifieke uitkering van het Rijk (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen. Het gaat om de volgende inburgeringsvoorzieningen: de leerroutes, PVT, maatschappelijke begeleiding, MAP en de inzet van tolken.

27

Gemeente Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal gemeenten

Taakstelling 2024 106 74 90 186 56

Inburgeringsplichtigen 74 52 63 130 39

54

38

566

396

Leerroutes Er is sprake van 396 statushouders. In de rekentool is het uitgangspunt dat van de taakstelling 30% gezins- en overige migranten betreft waarop slechts een beperkt aantal inburgeringsvoorzieningen van toepassing is. Voor de leerroutes wordt rekening gehouden met 396 asielstatushouders (70%). Daarbij wordt uitgegaan dat voor de B1-route: 40% in aanmerking komt, Onderwijsroute: 15% en de Z-route: 45%. Dit is gebaseerd op ervaringscijfers van het Werkplein over. Voor de B1- en de Z-route is gerekend met een bedrag van maximaal € 9.000 per traject. Dit traject moet in een periode van maximaal 3 jaar afgerond worden. De rijksvergoeding wordt in drie jaar vergoedt (jaar 1; 61%, jaar 2; 31% en jaar 3; 8%). Voor de kosten van de leerroutes is ook deze verdeling in drie jaar tijd toegepast. Arbeid en begeleiding Belangrijkste onderdelen hier zijn de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject dat door Vluchtelingenwerk wordt uitgevoerd. Hier is ook gerekend met 396 trajecten. Hiermee is een bedrag gemoeid van ruim € 800.000. In de uitvoering voor 2024 moet blijken hoe realistisch de gehanteerde aantallen zijn. Voor gezins- en overige migranten wordt ook het Participatieverklaringstraject ingezet. Daarnaast is ook nog sprake van participatietrajecten die bij de WVS en Kringloper worden ingekocht.

Deze trajecten worden in principe bekostigd uit de Werkpleinbegroting. Extra taken Vluchtelingenwerk Gemeenten kochten bij Vluchtelingenwerk voor de nieuwe Wet inburgering al taken in. Formeel horen deze taken niet onder de nieuwe Wet inburgering maar zijn ze wel belangrijk om tot een goede deelname aan de maatschappij te komen. Het betreft de taken maatschappelijk spreekuur, juridisch spreekuur, taakstelling huisvesting en taalcoaching.

Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn. Binnen de gemeenschappelijke regeling van het Werkplein kennen we de volgende algemene dekkingsmiddelen:  De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. 28

De bijdrage van de gemeenten in de programmakosten. Voor programma Werk en Participatie is de verdeelsleutel op basis van de rijksvergoeding van 2023. Bij programma Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering worden de lasten per gemeente bijgehouden en in rekening gebracht.

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen

De productkosten worden toegelicht in hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 programma Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering. De bedrijfsvoeringkosten worden toegelicht in hoofdstuk 9 Financiële begroting. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a. financiering b. bedrijfsvoering. c. weerstandsvermogen en risico’s. 7.1 Paragraaf financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Rentevisie Voor het voeren van een verantwoorde financieringsbehoefte is een actueel beeld van de renteontwikkeling noodzakelijk.

Om dit te garanderen wordt minimaal één keer per jaar - indien daartoe aanleiding is vaker - een rentevisie opgesteld op basis van de gegevens van de huisbankiers dan wel andere vooraanstaande bancaire instellingen. Deze dienen minimaal een AA- rating te hebben. De rentevisie baseren wij op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (februari 2023). De inflatie blijft ook in 2023 nog duidelijk boven de doelstelling van de ECB. De centrale bank zal de officiële tarieven verder verhogen, ondanks de negatieve effecten op de economische groei op de kortere termijn. In 2023 verwachten we een herfinancieringsrente van 3,5 procent. De lange rentetarieven lopen in de komende twaalf maanden nog wat verder op.

29

Renterisico De renterisico's bij het aantrekken en uitzetten van gelden beperken wij zoveel mogelijk door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie. Op dit moment zijn wij nog geen langlopende geldlening aangegaan. De financiering van onze in de hoofdzaak ICT-investeringen zullen wij binnen de rekening-courant overeenkomst opvangen. In de begroting houden wij vooralsnog wel rekening met te maken rentekosten tegen een rentepercentage van 1%. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Voor de begroting 2024 geldt een norm van € 21,5 mln. Het Werkplein heeft geen vaste geldleningen. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen.

Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de UFDO. Voor de begroting 2024 bedraagt de kasgeldlimiet € 8,8 mln. Rentekosten Wij streven ernaar om onze renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat wij geen middelen onbenut laten, maar streven naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en het treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Schatkistbankieren Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de Bank voor Nederlandse gemeenten (BNG) afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomend gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan.

Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd. 7.2 Paragraaf bedrijfsvoering Zoals reeds is aangegeven, is de omgeving van de Gemeenschappelijke Regeling volop in beweging. Dit betekent dat de interne organisatie hierop zo ingericht moet zijn dat op veranderingen flexibel ingespeeld kan worden. De flexibiliteit wordt onder andere gerealiseerd door de onderstaande punten. Personeel Door het algemeen bestuur is de visie Werkplein 2024 vastgesteld en is besloten de nieuwe organisatiestructuur door te voeren. Per saldo nam de formatie toe tot 192,4 fte. Daarvan is momenteel nog 7,81 fte ondersteunende diensten die door de gemeente Etten-Leur worden geleverd.

30

De insteek van het Werkplein is om zoveel mogelijk formatie via reguliere dienstverbanden in te vullen. Dit om stabiliteit en behoud van kennis in de organisatie te bewerkstelligen om zo optimaal mogelijk de inwoners van dienst te kunnen zijn. Er wordt wel een kleine flexibele formatie van circa 5% aangehouden. Ziekteverzuim Ons doel is het ziekteverzuim zo laag mogelijk te houden, door actief te sturen op ons verzuimbeleid. Belangrijk hierbij is dat we zorgdragen voor een goede balans aan inzet van het personeel. Gestuurd wordt op kort verzuim en op de verzuim frequentie. Bij langdurig zieken zal indien nodig worden ingehuurd, zodat de direct betrokken collega’s niet nog eens extra werkzaamheden krijgen waardoor de druk bij hen ook te veel wordt verhoogd. Afgelopen jaar (2022) lag het verzuimpercentage op 6,2% en was het langdurig verzuim 4,6%. In de begroting voor 2024 is met 2% van de loonsom rekening gehouden voor vervanging. Informatievoorziening/veiligheid Eind 2024 kunnen inwoners hebben inwoners de volledige regie over hun eigen dossier. Met het inwonerdossier hebben de inwoner en de contactpersoon van het Werkplein dezelfde informatie als ze in contact komen met elkaar. Dat helpt hen bij het voeren van een gesprek op basis van gelijkwaardigheid. Het inwonerdossier wordt automatisch geactualiseerd met informatie uit diverse applicaties.

De applicaties die het Werkplein gebruikt worden volledig geleverd als een onlinedienst. Het inwonerdossier voldoet aan alle AVG-vereisten. Voor de toegang heeft de inwoner een DigiD nodig en een medewerkers van het Werkplein hebben de juiste autorisatie. Financieel beheer Naast de zorg om uitkeringen op tijd uit te betalen aan klanten, is het ook onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording vindt plaats via de bestuursrapportages en in de diversie gremia. Naast de begroting en jaarrekening worden er drie bestuursrapportages na elk kwartaal aan het bestuur voorgelegd.

31

Huisvesting Het Werkplein heeft vanaf 2023 formeel nog één hoofd locaties, Etten-Leur. Vanaf september 2022 werken wij meer gebiedsgericht, daar werken waar het voor de inwoner het beste is en de aansluiting zoeken met het sociaal domein. Dat betekent dat onze medewerkers vaker in of een gemeentehuis of in buurthuizen of daar waar onze partners zitten zullen gaan werken. Momenteel werken wij in de zes gemeentehuizen. De vervolgstap is om ook in buurthuizen e.d. onze dienstverlening op een veilige manier te gaan verrichten. De huisvestingslasten voor 2024 zijn verlaagd met € 215.584. 7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Bepaling weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen het weerstandsvermogen. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven van € 50.000. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling waarvoor de gemeenten garant staan. Het aanhouden van een eigen vermogen om risico’s te kunnen opvangen is derhalve niet strikt noodzakelijk.

Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt in principe niet over reserves. Er is echter vanaf 2022 een reserve inburgering per gemeente gevormd. Dit omdat zowel de uitgaven als inkomsten (van het Rijk) voor een inburgeraar over een periode van maximaal drie jaar plaatsvinden. Daarnaast is één voorziening gevormd voor de regeling spaarverlof die in de cao voor medewerkers mogelijk is gemaakt. Risicoparagraaf Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. Onderstaand zijn de volgende risico’s te benoemen en te kwantificeren: indien het risico zich voordoet, komt dit ten laste van de deelnemende gemeente omdat het Werkplein geen algemene reserve kent.

32

Financiële kengetallen

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen geldleningen afgesloten. Voor het Werkplein is het risico dat niet voldaan kan worden aan de terugbetaling van de lening dus niet aanwezig. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft een indicatie in de mate waarin een gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Aangezien het Werkplein in principe geen eigen vermogen heeft bedraagt de solvabiliteitsratio 0%.

33

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Dit kengetal geeft een indicatie welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen. De uitkomst van 0% geeft aan dat de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Dit is een gevolg van de financieringsconstructie die het Werkplein hanteert. De deelnemende gemeenten staan garant om alle kosten (dus ook eventuele tekorten) van het Werkplein af te dekken en indien er sprake is van een overschot wordt dit ook verrekend met de deelnemers. Beoordeling kengetallen De waarde van de kengetallen van het Werkplein is enigszins beperkt vanwege de afspraken die in de gemeenschappelijke regeling zijn gemaakt over de financiering van het Werkplein. Zo worden eventuele overschotten of tekorten direct verrekend met de bijdragen van de deelnemende gemeenten en mogen geen reserves worden opgebouwd.

34

8.1 Staat van baten en lasten per programma

Verschillenanalyse begroting 2024 t.o.v. begroting 2023 In vergelijking met de begroting 2023 zijn de programmakosten € 6.689.994 hoger. Bij de programma’s is dit verschil nader toegelicht. De kosten bedrijfsvoering in de voorliggende begroting 2024 zijn € 2.009.477 hoger dan in de begroting van 2023 is opgenomen. Dat is een stijging van 10,7%. Dit bestaat uit een reguliere kostenstijging van 2,5% (toegepast prijsindexcijfer)en 13% op de loonkosten (cao) en 12% bij ICT kosten. Dit kan als volgt worden verklaard: a. Hogere loonkosten € 1.251.128. Ook de formatie voor inburgering is hierin verwerkt (loonkosten 2024 € 889.470). De hogere kosten komt met name door:  de gevolgen van de nieuwe cao € 1.930.509. De nieuwe cao behelsd een stijging van € 240 per medewerker per maand en 2% verhoging per 1-1-2023. Dit betekent een stijging van 7,1% door de nieuwe cao. Daarnaast is een percentage van 4,2% aangehouden voor loonstijging in 2024. 35

Doordat de taakstelling van het rijk voor inburgeraars flink hoger is ingeschat nemen daardoor ook de loonkosten voor regiehouders en administratieve kracht toe. Bij elkaar 2,6 fte en daarmee gepaarde loonkosten van € 211.500. De formatie wordt overigens pas ingevuld indien de toename van inburgeraars daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Gemeenten worden via de algemene uitkering voor de uitvoeringskosten inburgering gecompenseerd.

b. Overige loonkosten zijn € 42.683 hoger dan in 2023. Dit heeft te maken met de in de nieuwe cao opgenomen verhoging van de thuiswerkvergoeding (€ 17.737) en de kosten woon-werk en dienstreizen (€ 30.000) vanwege verhoging netto kilometervergoeding. c.

De huisvestingskosten zijn € 215.584 lager dan in 2023. Dit komt omdat Werkplein gebiedsgericht is gaan werken met nog maar één hoofdlocatie. Voor gemeenten betekent dit het volgende voordeel: Huisvestingskosten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

-38.827 -25.439 -28.349 -93.305 -17.441 -12.245 -215.606

d. De facilitaire kosten zijn € 51.646 hoger. Dit komt door de aanschaf van module Inburgering van Schulinck voor documenten, verordeningen, jurisprudentie en advies (€ 14.800), toename van de portokosten (€ 14.000) door meer inwoners die gebruik maken van onze dienstverlening (o.a. ook inburgeraars) en archiefbeheer (€ 15.000) dat eerst in de post ondersteuning vanuit Roosendaal was geraamd. e. Hogere ICT kosten ad € 162.025. Dit komt door de volgende zaken: -door de vernieuwing van de gemeenschappelijk infrastructuur, uittreden Bergen op Zoom en prijsstijgingen is de bijdrage aan de ICT WBW toegenomen (€ 77.000). Daarnaast is rekening gehouden met financiële effecten ( € 50.000) van meer samenwerking op I&A gebied (4 onderzoeksopdrachten). De licentiekosten van SROI van € 17.925 zijn nu in de ICT kosten opgenomen. Voorheen werden deze separaat aan gemeenten doorberekend. Daarnaast zijn de effecten van prijsstijgingen tot 2,5% verwerkt. Verdeelsleutel De organisatie- en uitvoeringskosten worden door de deelnemende gemeenten gedragen op basis van een reeds overeengekomen verdeelsleutel, gewogen gemiddelde van aandeel van Pwet-klanten in totaal klantenbestand van de zes gemeenten (85%) en aandeel inwoners (15%). De verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners en klanten per 1-1-2023 wordt voor de begroting van 2024 gehanteerd.

36

Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de programmakosten zijn bij de programma’s opgenomen. De gemeentelijke bijdrage in de bedrijfsvoeringskosten voor 2024 zijn in onderstaande tabel opgenomen. De geraamde bijdrage voor 2024-2027 is in de bijlage opgenomen. Ook de bijdrage in de programmakosten is in de bijlagen opgenomen.

8.2 Meerjarenraming per programma De tabel meerjarenraming per programma presenteert de baten en lasten voor het meerjarig perspectief. Hierbij vallen enkele zaken op die enige toelichting behoeven. 1. Het meerjarig perspectief programma Inkomen (Buig uitgaven) is gebaseerd op de ramingen van 2024. Voor 2025-2027 is uitgegaan van een gelijkblijvend bestand (conform prognose CPB) en een prijscorrectie van 2,1% per jaar. 2. Bij Inkomensondersteuning is rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van respectievelijk 2,1%. Dit vanwege aanpassingen aan normbedragen als gevolg van stijging minimumloon. Alleen het budget minimabeleid is gelijk gehouden. 3. In het meerjarig perspectief zijn de participatiemiddelen op basis van de gehanteerde prijsindex van 2,5% opgenomen. 4. Bij Inburgering zijn de lasten gebaseerd op de door het Rijk verstrekte vergoeding voor de inburgeringsvoorzieningen en de uitvoeringskosten. 5. De loonkosten zijn gebaseerd op de begrotingscijfers van 2024. Voor de jaren daarna is rekening gehouden met indexatie van de loonkosten voor 2025, 2026 en 2027 met respectievelijk 4,1%, 3,9% en 3,9% (septembercirculaire 2022-gemiddelde loonvoetontwikkeling sector overheid) en de jaarlijkse periodieken.

37

8.3 Incidentele baten en lasten Bij het opstellen van de begroting 2024 en het meerjarenperspectief, zijn geen posten opgenomen. 8.4 Verantwoording taakvelden begroting 2024 In de herziening van het BBV wordt voorgeschreven dat de colleges (bestuur gemeenschappelijke regeling) de ramingen en realisatiecijfers die zij moeten leveren voor de begrotingsuitvoering, indelen aan de hand van taakvelden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend. De gegevens dienen ook gebruikt te worden voor de financiële informatie die gemeenten/Werkplein aan het CBS moeten aanleveren om te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk, de EU en het CBS in verband met landelijke statistieken en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. Onderstaand zijn de cijfers van 2024 verdeeld naar taakvelden. Uitgangspunten zijn de volgende:  alle directe kosten worden aan een taakveld toegerekend, denk hierbij aan de kosten van uitkeringen, minimabeleid maar ook re-integratie activiteiten. De kosten van programma Werk en Participatie en programma Inburgering zijn geheel toegerekend aan Taakveld Arbeidsparticipatie (6.5). De kosten van programma Inkomen en Inkomensondersteuning zijn geheel toegerekend aan Taakveld Inkomensregelingen (6.3).  van de bedrijfsvoeringskosten vallen alle kosten onder overhead tenzij een directe relatie met een taakveld hebben.

Voor het Werkplein zijn de loonkosten van medewerkers die direct met de uitvoering van de taken arbeidsparticipatie en inkomensregelingen aan die taakvelden toegerekend. De overige loonkosten vallen onder overhead.

38

8.5 Financiële richtlijnen begroting 2024

Nr.

Richtlijn begroting Financieel

1.

We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting 20242027 aanbiedt aan de deelnemers. De GR vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting 2024. In de begroting 2024 neemt de GR ook een overzicht op met de bijdragen 2024 t/m 2027 per deelnemer.

2.

De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten.

3.

De begroting bevat een overzicht met het verloop van de (bestemmings)reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan.

Opnemen in begroting

Motivatie

39

4.

De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting 2024 stijgt maximaal met de geldende cao-indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 (of een actuelere circulaire). Ook wijzigt de bijdrage wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.

Voor Inkomen en Inkomensondersteuning worden de uitgaven fors hoger vanwege aanpassing van het minimumloon in 2023. Daarvoor ontvangen gemeenten ook meer inkomsten van het Rijk (Buig). Daarnaast zijn al onze inspanningen erop gericht om inwoners zodanig te ontwikkelen dat zij geheel of gedeeltelijk uitkeringsonafhankelijk worden.

5.

In de ontwerpbegroting worden de mogelijkheden beschreven om de bijdrage van de deelnemende gemeenten te verminderen, bijvoorbeeld door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven.

Voor het programma Inkomen en Inkomensondersteuning (bijzonder bijstand) is dit uitgangspunt moeilijk uitvoerbaar. Dit omdat de Participatiewet op het gebied van het bieden van een vangnet en inkomensondersteuning een openeindregeling is. Wel kunnen voorstellen gedaan worden ter bevordering van de uitstroom en ontwikkeling van inwoners. Zie verder de toelichting in hoofdstuk 2, bladzijde 5 en 6.

6.

Een positief resultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De GR kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur.

7.

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de GR de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2024

1.

De op het Werkplein HvWB betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2024 opgenomen. Het Werkplein HvWB zorgt ervoor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van het WVS en de ISD Brabantse Wal.

2.

Het Werkplein maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers per gemeente. 40

3.

Het Werkplein neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover.

4.

Het Werkplein verschaft in de diverse P&Cdocumenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.

8.6 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2024 Nr.

Inhoudelijke richtlijnen begroting 2024

1.

Het Werkplein HvWB stelt een begroting voor het jaar 2024 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot duurzame uitstroom van uitkeringsgerechtigden en het beperken van uitkeringslasten tot uitdrukking komt.

2.

Het Werkplein HvWB gaat voorafgaand aan de opstelling van de begroting 2024 met de deelnemende gemeenten in gesprek over de concrete ambities van de gemeenten voor 2024 op het terrein van werk, inkomensondersteuning en inburgering.

3.

De begroting 2024 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein HvWB de hiervoor genoemde (beleidsmatige richtlijnen 1 en2) ambities gaat realiseren, alsmede de lasten die daarmee gepaard gaan.

4.

De onderbouwing begroting 2024 bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er voor 2024 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIGbudgetten.

5.

De begroting 2024 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de in 2023 te formuleren ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de

Opnemen in begroting

Motivatie

Gemeenten hebben aangegeven een begroting op hoofdlijnen te willen zodat op basis van de actualiteit in 2023 de ambities voor 2024 middels het Werkprogramma 2024 binnen de gestelde kaders kunnen worden bijgesteld.

41

organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Het Werkplein geeft aan welke concrete stappen er komend jaar worden gezet.

Staat van personele sterkte

42

Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven

43

8.7 Gemeentelijke bijdrage programma- en bedrijfsvoeringskosten 2024-2027 Gemeentelijke bijdrage 2024

44

45

46

8.8 Beleidsindicatoren Verplichte indicatoren in het kader van het BBV. Het gaat om de indicatoren opgenomen in de regeling van de Minister Van Binnenlandse Zaken van 24 maart 2016. De indicatoren per gemeente en voor heel Nederland zijn te vinden op waarstaatjegemeente.nl:

Gegevens zijn afkomstig uit Waarstaatjegemeente.nl.

47

De omvang van de formatie is licht toegenomen van 0,77 per 1.000 inwoners naar 0,78. Dit komt doordat de ondersteunende diensten vanuit Roosendaal naar het Werkplein zijn overgegaan. Verder wordt de inhuur nog verder beperkt tot 16 fte en inhuur voor projecten tot 3 fte. Daarmee daalt de externe inhuur van 16% naar 13%. Demografische gegevens:

48

8.9 (Meerjaren) balans 2024-2027

Op basis van het besluit begroting en verantwoording (BBV) voor decentrale overheden wordt een balans in de begroting opgenomen. Omdat het Werkplein slechts op een beperkt gebied werkzaam is kunnen er in de balans slechts beperkt gegevens worden opgenomen. De gegevens die zijn opgenomen zijn de vaste activa (investeringen). De activa worden gefinancierd uit het rekeningcourant saldo op de bank. Een toe- of afname van de investeringen leidt derhalve tot een toe- of afname van het banksaldo. Bij de investeringen (activa) is geen sprake van nieuwe investeringen. De boekwaarde neemt af vanwege afschrijvingen. Daarnaast zijn de vorderingen op cliënten (terugvorderingen uitkeringen regulier en als gevolg van fraudeonderzoek) opgenomen als schuld aan de gemeenten. Daartegenover staat een vordering op de gemeenten voor een gelijk bedrag.

49

Locatie Etten-Leur Roosendaalseweg 4 4875 AA Etten-Leur Postbus 59 4870 AB Etten-Leur

Gemeente Roosendaal T.a.v. de gemeenteraad Postbus 5000 4700 KA Roosendaal

Kenmerk Contactpersoon Afdeling Doorkiesnummer Uw brief van Onderwerp

: : J.M. Dekker : Besturing en Control : 06-11870576 : : Aanbieding Jaarstukken 2022 Werkplein Hart van West-Brabant

Etten-Leur, 12-04-2023

Geacht college, Hierbij bieden wij u de jaarstukken 2022 aan van het Werkplein Hart van West-Brabant. De jaarstukken 2022 zijn in het Algemeen Bestuur van 3 april vastgesteld. Procedure In de Wet gemeenschappelijke regelingen is bepaald dat het dagelijks bestuur de jaarrekening en de daarbij behorende documenten binnen twee weken na vaststelling ter kennisname toezendt aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Deze stukken die u hierbij aantreft zijn onder voorbehoud van goedkeuring door de accountant. De accountantscontrole loopt enige vertraging op. Het controlerapport en de goedkeurende verklaring van de accountant worden nagezonden. Inhoudelijk De jaarstukken 2022 geven inzicht in de resultaten op het gebied van Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering en de besteding van de kosten van bedrijfsvoering. Er is sprake van een positief resultaat op alle onderdelen van in totaal € 1.483.198. Door het algemeen bestuur is op 3 april besloten om deze jaarstukken 2022 onder voorbehoud van goedkeuring door de accountant vast te stellen. Voor eventuele vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met dhr. Dekker, teamhoofd Kwaliteit. Hij is telefonisch bereikbaar op 06-11870576 of via email arjan.dekker@werkpleinhartvanwest-brabant.nl. Hoogachtend, Het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant namens deze,

De heer M. Does Directeur

Het Werkplein Hart van West-Brabant is een samenwerking van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert. E: info@werkpleinhartvanwestbrabant.nl I www.werpleinhartvanwest-brabant.nl

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 2. Terugblik 2022 ................................................................................................................................................. 5 2.1.1 Missie en visie ........................................................................................................................................ 5 2.1.2 Het nieuwe Werkplein! ............................................................................................................................ 5 2.1.3 Structureel tijdelijke regelingen ............................................................................................................... 6 2.1.4 Wet inburgering ...................................................................................................................................... 7 2.1.5 Ketensamenwerking ............................................................................................................................... 7 2.1.6 Programmatisch werken .........................................................................................................................

7 2.1.7 Financieel ............................................................................................................................................... 8 2.2 Strategische doelstellingen ............................................................................................................................ 9 2.2.1 Inleiding .................................................................................................................................................. 9 2.2.2 Bestandsontwikkeling ............................................................................................................................. 9 2.2.3 Strategische doelstellingen ................................................................................................................... 10 2.2.3.1 Meer inwoners zijn zelfredzaam ........................................................................................................ 10 2.2.3.2 Meer inwoners krijgen passende ondersteuning ............................................................................... 10 2.2.3.3 Minder inwoners leven in armoede .................................................................................................... 11 2.2.3.4 We werken meer samen in het sociaal domein .................................................................................

12 2.2.3.5 Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners ................................................ 12 2.2.4 Wat mag het kosten? ............................................................................................................................ 13 2.3 Algemene dekkingsmiddelen ....................................................................................................................... 24 2.4 Paragrafen ................................................................................................................................................... 25 2.4.1 Paragraaf Financiering ......................................................................................................................... 25 2.4.3 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing......................................................................... 30 2.4.4 Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten ................................................................... 32 2.4.5 Paragraaf Rechtmatigheid .................................................................................................................... 32 3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ....................................................................................

35 3.2 Balans en toelichting.................................................................................................................................... 39 3.2.1 Toelichting op de balans ....................................................................................................................... 44 3.3 Overzicht baten en lasten ............................................................................................................................ 43 3.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering......................................................................................................... 44 3.3.2 Incidentele baten en lasten ................................................................................................................... 50 3.3.3 Begrotingsrechtmatigheid ..................................................................................................................... 44 3.4 Informatie wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)............. 52 3.5 Verantwoording taakvelden jaarrekening 2022 ............................................................................................ 52 3.6 SISA-bijlage bij de jaarrekening ...................................................................................................................

54 3.7 Controleverklaring........................................................................................................................................ 58 3.8 Bijlagen ........................................................................................................................................................ 59 3.8.1 Staat van personele sterkte .................................................................................................................. 59 3.8.2 Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven .............................................................................................. 60 3.8.3 Specificatie gemeentelijke bijdragen jaarrekening 2022 ....................................................................... 60

2

Voor u liggen de jaarstukken 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West- Brabant (hierna Werkplein). Met het jaarverslag en jaarrekening leggen wij verantwoording af aan het Algemeen Bestuur van het Werkplein over de verschillen tussen begroting en daadwerkelijke resultaten in prestaties en financiën. De cijfers tot en met het vierde kwartaal 2022 worden in de verschillende programma’s in het jaarverslag verder toegelicht. Uitdagingen in 2022 We kijken terug op een hectisch jaar met een hoge werkdruk voor onze medewerkers. Er zijn veel uitdagingen op ons pad gekomen. Maar ook een jaar waarin we stil hebben gestaan bij mijlpalen in de organisatieontwikkeling. We hebben het dan ook niet langer over organisatieontwikkeling maar over het nieuwe Werkplein. Dit hebben we gemarkeerd met een nieuwe look en feel. 2022 was ook het jaar van de steeds weer nieuwe tijdelijke regelingen bij het Werkplein hebben. De laatste tijdelijke coronaregelingen zijn per 1 april 2022 gestopt. Daarna kregen we te maken met de verschillende energietoeslagen en de uitbetaling van het leefgeld voor Oekraïners na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. De uitvoering van al deze tijdelijke regelingen heeft het afgelopen jaar een grote impact op de werkdruk bij het Werkplein gehad. Door de krapte op de arbeidsmarkt was het moeilijk om extra extern personeel te werven.

Veel tijdelijke regelingen zijn dus met de reguliere formatie uitgevoerd. Door al deze extra werkzaamheden hadden reguliere taken soms minder prioriteit. Het piepte en kraakte het afgelopen jaar. Maar naast alle extra taken zijn we óók datgene blijven doen waar we voor zijn. We hebben onze inwoners zo goed mogelijk ondersteund in hun route naar een glimlach. Resultaten 2022 Na een stijgende trend in het bestand kent het Werkplein voor 2022 een daling. Deze is te verklaren als gevolg van de meevallende economische gevolgen na de Corona crisis. In de tweede bestuursrapportage hebben wij de gemeenteraden gemeld voor 2022 een daling van het bestand te voorzien van 1,3%. Deze voorspelling is nagenoeg uitgekomen. Het Werkplein heeft 2022 afgesloten met een bestandsdaling van 1,1%. Ten opzichte van de eindstand per 31 december 2021 is sprake van een daling van 43 dossiers voor de zes gemeenten gezamenlijk. De uitgaven voor wat betreft de uitkeringen (Buig) is voor één van de zes gemeente binnen het rijksbudget gebleven. Voor de andere vijf is sprake van een lichte tot matige overschrijding. Daarnaast kunnen we melden dat alle aanvragen voor een uitkering of bijzondere bijstand binnen de wettelijke termijnen zijn afgewikkeld.

Gezien de druk die uitvoering van TOZO controles, de Energietoeslag en het leefgeld voor Oekraïners ook in 2022 het Werkplein heeft opgeleverd zijn we trots op deze prestatie. Effecten op de langere termijn Alle veranderingen binnen het Werkplein zijn er op gericht om maatwerk aan onze inwoners te bieden. Voor een deel van onze inwoners is uiteindelijk participatie het hoogst haalbare. Als daardoor iemand in een stabiele situatie zijn leven kan leiden, bijvoorbeeld zonder schulden en andere (zorg) ondersteuning, hebben schulden en andere (zorg)ondersteuning, hebben gemeenten daar ook baat bij. De ontwikkelingen binnen het Werkplein moeten in een breder perspectief gezien worden. Met 3

name de financiële impact voor gemeenten is breder dan alleen de Buig-uitgaven (uitkeringslasten). Exploitatie 2022 De exploitatie van het Werkplein bestaat uit twee onderdelen: de programmakosten en de kosten van bedrijfsvoering. De programmakosten Werk en Participatie, Inkomen (met uitzondering van de kosten van Tozo die geheel door het Rijk wordt vergoed), en Inkomensondersteuning en Inburgering worden volledig gedekt door gemeentelijke bijdragen. De gepresenteerde saldi worden derhalve volledig verrekend met de gemeenten. Het voordelige resultaat op de bedrijfsvoeringskosten wordt aan de gemeenten uitgekeerd.

Het jaar 2022 is uiteindelijk afgesloten met een bestandsdaling van 1,1%. In de bijgestelde begroting werd nog rekening gehouden met een daling van 1,3%. Desondanks leidt dit tot lagere kosten op het programma inkomen van € 587.804. Bij het programma inkomensondersteuning is sprake van een overschrijding van € 270.359. Dit komt vooral door hogere kosten van bewindvoering en individuele inkomenstoeslag. Programma Werk en Participatie sluit met een positief resultaat van € 389.094. Dit komt met name doordat er flink minder leerwerktrajecten zijn ingezet vanwege de nasleep van coronabeperkingen. Bij programma Inburgering is sprake van een flinke onderuitputting van de middelen die voor 2022 voor inburgeringsvoorzieningen door het Rijk beschikbaar zijn gesteld. Deze middelen (€825.947) worden gereserveerd. Dit omdat de uitgaven voor een inburgeraar plaatsvinden gedurende maximaal drie jaren. Op de uitvoeringskosten blijft een bedrag van € 351.025 over. Bij de afzonderlijke programma’s wordt een nadere toelichting op het saldo gegeven. De exploitatie van de kosten van bedrijfsvoering sluit dit jaar af met een positief saldo van € 359.195. Dit positieve resultaat wordt toegelicht In hoofdstuk 3.3. Opzet en reikwijdte jaarstukken 2022 In deze jaarstukken worden de gerealiseerde cijfers van 2022 vergeleken met de begroting na wijziging.

Dat betreft de cijfers zoals vermeld in de 3e begrotingswijziging 2022 die tegelijkertijd met de tweede bestuursrapportage 2022 is opgesteld. In het jaarverslag en de programma’s zijn de toelichtingen zoveel mogelijk integraal opgenomen om een beeld van het totaal te kunnen geven. De jaarstukken worden aan het Dagelijks en Algemeen bestuur ter besluitvorming voorgelegd. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarstukken in haar vergadering van 3 april 2023 vast. Opbouw jaarstukken 2022 De jaarstukken zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken. De Inleiding met een algemeen beeld. In hoofdstuk 2 gaan we in het jaarverslag inhoudelijk in op de verschillende onderdelen van het Werkplein. In hoofdstuk 2.2 de strategische doelstellingen en 2.2.8 de programma verantwoording. In hoofdstuk 3 treft u de jaarrekening 2022 en de daarbij behorende bijlagen aan.

4

2.1 Terugblik 2022 2.1.1. Missie en visie In 2022 hebben we aan de hand van de door het Werkplein en gemeenten gezamenlijk opgestelde programmaplaat gewerkt. De strategische doelstellingen daarin dienden als leidraad voor de inspanningen van gemeenten en het Werkplein in 2022. In de bestuursrapportages afgelopen jaar hebben we ieder kwartaal stil gestaan bij deze doelstellingen en de behaalde resultaten. Eind 2022 hebben gemeenten en het Werkplein de visie en doelstellingen in de programmaplaat verder verfijnd. In deze opdracht wordt de visie op de rol van het Werkplein in 2022 als volgt omschreven: “Wij vertrouwen in de talenten en kwaliteiten van onze inwoners. Daarom stimuleren wij iedereen om deze te ontwikkelen, met als doel werk, en als dat (nog) niet lukt, wel meedoen in de samenleving. Dat doen we samen met de inwoner, collega’s en partners op basis van maatwerk.” Deze visie sluit goed aan op de maatschappelijke bewegingen van het centraal stellen van de inwoner, en niet het proces. Evenals het nieuwe Werkplein waar het Werkplein de menselijke maat als uitgangspunt hanteert. 2.1.2 Het nieuwe Werkplein! De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt aan de vergroening van het Werkplein. Bij de organisatieontwikkeling stond de transformatie van een proces -en taakgerichte organisatie naar een inwoner -en resultaatgerichte organisatie centraal.

Anders werken met een fundamenteel andere klantbenadering vraagt een omschakeling in denken en doen van iedereen in de organisatie. Het heeft een grote impact in de organisatie maar de gedachte achter de koerswijziging wordt breed gedragen. De structuur is gewijzigd, functies zijn veranderd, we werken meer vanuit de werkgebieden (lokale gemeenten), regels en processen worden aangepast. Om dit allemaal te behappen en vorm aan te geven zijn er collega’s die anderen helpen en ondersteunen in de rol van intervisiebegeleiders, groeibuddy’s en schrijfcoaches. In 2022 hebben we een aantal mijlpalen gemarkeerd die bij hebben gedragen aan de ontwikkelingen. Alle medewerkers van het Werkplein hebben in het tweede kwartaal deelgenomen aan de serious game. Hierin hebben we met elkaar de nieuwe manier van werken beleefd en ervaren. Daarnaast zijn we met elkaar het gesprek aangegaan gedurende het jaar tijdens verschillende inspiratiefestivals. Er is inmiddels een nieuw functieboek waarin alle functies opnieuw gedefinieerd zijn en alle medewerkers zijn opnieuw geplaatst in hun eigen of een nieuwe functie. In het derde kwartaal is dit proces formeel afgerond. Eind september heeft dit alles geresulteerd in een feestelijke afsluiting van de fase van ontwikkelen en de overgang naar de fase van doen.

Dit moment hebben we ook gebruikt voor de onthulling van een mooie nieuw passend Werkplein-logo en huisstijl. Bekijk via de QR-code de video over de onthulling van het nieuwe logo.

5

Eind 2022 zijn we voorzichtig gestart met het werken op locatie in de werkgebieden. We hebben drie werkgebieden. Roosendaal is één gebied, Moerdijk en Halderberge vormen samen een werkgebied en de gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert zijn een werkgebied. Per werkgebied is er een gebiedsverbinder. Zij zorgen er mede voor dat er lokaal gewerkt kan worden en dat de verbindingen met het sociaal domein gelegd worden. Stap voor stap handelen we als Werkpleiners steeds meer volgens onze nieuwe visie. We doen datgene dat echt bijdraagt aan de ontwikkeling van onze inwoners. Ook al zijn dit dingen die misschien in eerste instantie niet direct tot (kortdurende) uitstroom leiden. Let wel, iedereen die direct aan het werk kan zullen we matchen aan een werkgever. Maar er zijn nu eenmaal inwoners waarvoor dat een stap te ver is. Door samen te werken in de lokale netwerken kunnen we samen met deze inwoners wel een stabiele leefsituatie creëren. Hierdoor zijn inwoners op termijn minder afhankelijk van andere zorg of hulpverlening en uiteindelijk wellicht een uitkering. De kwaliteitsslag die we doormaken zal dus pas op langere termijn effect hebben. Al met al is er het afgelopen jaar weer veel gebeurd waardoor we onze inwoners die route naar een glimlach beter kunnen geven die ze verdienen.

2.1.3 Structureel tijdelijke regelingen De afgelopen jaren zijn er heel wat tijdelijke (crisis) regelingen voorbij gekomen die het Werkplein heeft uitgevoerd. Toen de laatste coronaregelingen begin 2022 zo goed als gestopt waren kwam de volgende reeks tijdelijke regelingen (energietoeslag) op het bordje van het Werkplein terecht. Dit heeft een hele grote impact op de dagelijkse werkzaamheden en onze medewerkers gehad. Collega’s zijn bijgesprongen waar nodig met als gevolg dat eigen werkzaamheden op een lager pitje kwamen te staan. En waarbij de werkdruk onverminderd (te) hoog is geweest. Eind februari 2022 brak de oorlog in Oekraïne uit. Dit heeft ook directe consequenties gehad voor de uitvoeringspraktijk bij het Werkplein. Als gevolg van de onrusten in Oost-Europa stegen de prijzen van onze dagelijkse boodschappen, de energiekosten rezen de pan uit en een vluchtelingenstroom kwam op gang. In de eerste plaats heeft dit natuurlijk menselijk leed met zich meegebracht voor deze duizenden vluchtelingen maar net zo goed voor onze inwoners die van een minimum inkomen rond moeten komen. Om de kosten voor deze huishoudens enigszins te drukken heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag in het leven geroepen. Het Werkplein heeft deze regeling in verschillende etappes uitgevoerd waarbij in 2022 zo’n 6.500 aanvragen zijn behandeld.

Daarnaast zijn er ambtshalve verstrekkingen gedaan en hebben sommige inwoners een verkorte aanvraag ingediend. In totaal zijn er in 2022 ruim 10.600 energietoeslagen verstrekt. Dit is een enorm aantal voor een organisatie als het Werkplein. Bedenk daarbij dat het maar beperkt mogelijk was om hiervoor extern personeel aan te trekken. De uitvoering van deze regeling heeft dus gezorgd voor een hele hoge werkdruk binnen de organisatie. Naast de uitvoering van de energietoeslag heeft het Werkplein de uitbetaling van het leefgeld voor Oekraïners voor vier gemeenten opgepakt. In de eerste maanden van de vluchtelingenstroom hebben ook een aantal medewerkers van het Werkgeversservicepunt (WSP) een rol gehad bij de doorgeleiding naar werk en allerhande praktische vragen. Vanwege de impact op het reguliere werk en dus directe plaatsing van inwoners met een uitkering naar betaald werk is deze inzet afgeschaald en gestopt vanuit het Werkplein. De afgelopen drie jaar heeft de ene tijdelijke regeling de andere opgevolgd. En zoals het er naar uit ziet zal dat sowieso in 2023 nog doorgaan. Elke keer een andere regeling die vanuit het Rijk uit de grond wordt gestampt en die naast het reguliere werk uitgevoerd moet worden. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt worden deze taken veelal door de Werkpleiners uitgevoerd.

Dit heeft de afgelopen jaren een grote impact op de werkdruk bij het Werkplein gehad. Alle collega’s werken keihard om onze inwoners te ondersteunen waar nodig maar dit heeft dit gevolg dat andere extra projecten niet altijd kunnen en dat de doorontwikkeling van inwoners soms langer duurt. 6

2.1.4 Wet inburgering Vanaf 1 januari 2022 voert het Werkplein de nieuwe Wet Inburgering uit. Voor ieder werkgebied is een regiehouder inburgering gestart. In het begin van het jaar lag de focus op het opbouwen van een netwerk en het tot stand brengen van samenwerkingen. Bijvoorbeeld met de taalscholen en met Vluchtelingenwerk. Ook heeft er veel tijd gezeten in het uiteenzetten van werkprocessen en het inrichten van systemen. Omstreeks april zijn de eerste nieuwkomers onder de nieuwe wet ingestroomd. Naast het spreken van inwoners en partners tijdens de brede intake is er ook gebouwd aan een dashboard om inburgeringscijfers inzichtelijk te krijgen. Dit staat nog in de kinderschoenen waardoor nog niet alle cijfers sluitend in beeld gebracht kunnen worden. In heel 2022 zijn 195 inburgeraars ingestroomd. Waarvan 158 asielstatushouders en 37 gezins- en overige migranten. Aantal inburgeraars Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

2022 47 37 33 51 13 14 195

2.1.5 Ketensamenwerking Binnen de ketensamenwerking werken de WVS, ISD Brabantse Wal en het Werkplein samen als ware het één organisatie. In 2022 is gewerkt aan de proeftuinen, inzet van leerwerktrajecten, het Publiek Groenbedrijf, de Praktijkacademie en een meer op elkaar sluitende vergaderstructuur van de besturen van de drie organisaties. In 2022 zijn leerwerktrajecten ingezet om inwoners te ontwikkelen naar werk. Naast de leerwerktrajecten zijn loonwaardemetingen uitgevoerd om de loonkostensubsidie vast te stellen en worden medewerkers bij reguliere bedrijven begeleid door een jobcoach zodat de kans op uitval kleiner is. Voor 2022 waren flinke ambities rondom de proeftuinen en leerwerktrajecten, zowel kwalitatief als kwantitatief, geformuleerd. Vanwege de hoge werkdruk bij het Werkplein en de ISD zijn de ambities rondom aantallen inwoners in de proeftuinen en leerwerktrajecten helaas niet gerealiseerd. Daarentegen hebben we zeker geleerd van de proeftuinen. We hebben een nieuwe werkwijze ontwikkeld waarbij maatwerk, wensen van de inwoner én de verbeterde samenwerking door professionals die (vaker) gezamenlijk vanuit één locatie werken centraal staan. Dit komt samen in de nieuwe ontwikkeltrajecten.

In 2022 is besloten om WVS groen door te ontwikkelen naar een Publiek Groenbedrijf waarmee inwoners kans krijgen te ontwikkelen naar een betaalde baan in het groen én waarmee gemeenten invulling geven aan inclusieve werkgelegenheid voor hun eigen inwoners. Daarnaast is een nieuwe overlegstructuur georganiseerd met de besturen van de drie organisaties. De Algemeen Besturen vergaderen direct na elkaar en daarnaast wordt ook elk kwartaal een gezamenlijke bestuursvergadering gehouden. Dit wordt door de deelnemers positief ervaren omdat zo meer vanuit het geheel gestuurd wordt. 2.1.6 Programmatisch werken In 2021 hebben de gemeenten en het Werkplein gezamenlijk een start gemaakt met programmatisch werken. In 2022 zijn we hier gezamenlijk mee verder gegaan. In een gezamenlijk proces zijn we gekomen 7

tot een formulering van strategische doelstellingen voor de langere termijn, indicatoren en daaraan gekoppeld de inspanningen die nodig zijn om de resultaten te bereiken. Voor 2022 zijn we tot een aanscherping van de visie en doelstellingen gekomen die goed aansluiten bij de uitdagingen waar gemeenten en Werkplein voor staan de komende jaren. Hierbij staan vijf strategische doelstellingen centraal: 1. Meer inwoners zijn zelfredzaam. 2. Meer inwoners krijgen passende ondersteuning. 3. Minder inwoners leven in armoede. 4. We werken meer samen in het sociaal domein. 5. Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners. Gedurende het jaar zijn we met elkaar in gesprek gegaan wat nodig is om bij te dragen aan de 2.1.7 Financieel De jaarrekening vertoont ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022 een positief beeld. In totaliteit blijft een bedrag van € 1.483.198 over.

Bij bijna alle programma’s is sprake van positieve resultaten. Alleen bij programma Inkomensondersteuning is sprake van een beperkt nadelig resultaat. De rest van de resultaten worden evenals voorgaande jaren verrekend met de gemeenten (in dit geval terugbetaald). Voor een uitgebreide analyse van het resultaat verwijzen wij u naar de drie programma’s in hoofdstuk 2.2.8 en voor de bedrijfsvoeringskosten naar hoofdstuk 3 paragraaf 3. Besluit 1. Wij stellen het Algemeen Bestuur voor om het jaarverslag 2022 en de jaarrekening 2022 vast te stellen. 2. Wij stellen het Algemeen Bestuur voor om het niet bestede budget programmakosten te verrekenen met gemeenten. 3. Wij stellen voor het voordelig resultaat bedrijfsvoeringskosten € 359.195 uit te keren aan de gemeenten. Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant, Hoogachtend, Marko Does

Hoogachtend, René van Ginderen

Secretaris/Directeur

Voorzitter

Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant in zijn vergadering van 3 april 2023, Hoogachtend, Marko Does

Hoogachtend, René van Ginderen

Secretaris/Directeur

Voorzitter 8

2.2 Strategische doelstellingen 2.2.1 Inleiding De D6 gemeenten en het Werkplein hebben eind 2021 afgesproken om in de periode 2022 tot en met 2024 op de volgende strategische doelstellingen in te zetten: 1. 2. 3. 4. 5.

Meer inwoners zijn zelfredzaam; Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; Minder inwoners leven in armoede; We werken meer samen in het sociaal domein; Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners.

In de volgende paragrafen laten we zien welke ontwikkelingen het Werkplein (in samenwerking met gemeenten en partners) op deze strategische doelstellingen hebben gerealiseerd. 2.2.2 Bestandsontwikkeling In 2022 zien we dat het aantal uitkeringen met 1,1% gedaald is ten opzichte van december 2021.

4.100 4.000 3.900 3.800

Janu… Febr… Maart April Mei Juni Juli Augu… Sept… Okto… Nove… Dece…

Bestandsontwikkeling 2022 D6 gemeenten gemeenten gezamenlijk

We zien dat de ontwikkeling van het Werkplein bestand afwijkt ten opzichte van de landelijke lijn en de lijn met vergelijkbare organisaties. Tot oktober 2022 lijkt de tendens redelijk vergelijkbaar met de kanttekening dat het Werkplein er juist onder zit of er bovenuit steekt. Vanaf oktober lijkt er echter bij het Werkplein sprake van een licht stijgende tendens. Het is niet helemaal te verklaren waar deze afwijking in zit. We weten wel dat er het afgelopen jaar vrij veel statushouders zijn geplaatst, veel extra personeel is ingezet op de extra rijksregelingen en er veel is ingezet op de organisatieontwikkeling bij het Werkplein. Hierdoor is de doorontwikkeling van inwoners wat achtergebleven. Daarnaast speelt ook de bijstandsdichtheid in ons gebied een rol. Die is t.o.v. het landelijke gemiddelde vrij laag (Werkplein 3,8% t.o.v. landelijk 4,8%). Waarbij Zundert met 1,9 % het laagste scoort en Roosendaal met 5,2% het hoogste. Opvallend is dat alleen Roosendaal met de rijksvergoeding Buig uitkomt.

9

2.2.3 Strategische doelstellingen 2.2.3.1 Meer inwoners zijn zelfredzaam We streven naar zelfredzaamheid voor onze inwoners. We dragen hier op verschillende manieren aan bij. Dit kan bijvoorbeeld door uitstroom naar werk maar ook door het ontwikkelen van onze inwoners naar participatie of juist een stabiele thuissituatie. In 2022 zien we het aantal aanvragen teruglopen. Dat beeld zien we bij iedere gemeente terug. Aantal aanvragen Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

2021 189 141 141 481 80 66 1098

2022 177 130 133 460 56 49 1005

Aantal aanvragen: 2021 vs 2022

Afgelopen jaar hebben we samen met Randstad het project Rise Smart (project B-unit) doorlopen. Het doel was dat inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt (doelgroep B) door een intensieve benadering door zouden stromen naar werk. Halverwege hebben Randstad en het Werkplein geconcludeerd dat de doelgroep dusdanig complex is dat maar een heel klein deel daadwerkelijk naar werk bemiddeld kon worden. In vervolg daarop is de inzet van Rise Smart breder geworden. Hierbij waren er meer mogelijkheden voor de inzet van trainingen en begeleiding. Uiteindelijk zijn 81 inwoners aangemeld voor dit project. Hiervan zijn 52 inwoners aan de slag gegaan met Rise Smart en uiteindelijk zijn 16 inwoners door dit project naar werk bemiddeld. 2.2.3.2 Meer inwoners krijgen passende ondersteuning Wij bieden onze inwoners zoveel mogelijk passende ondersteuning in hun route naar een glimlach. Eén van de doelgroepen waar het Werkplein voor werkt zijn de inwoners met een indicatie beschut werken. Iedere gemeente krijgt jaarlijks een taakstelling met daaraan gekoppeld een budget voor de plaatsing van inwoners met een beschut werken indicatie. Alle inwoners met een beschut werken indicatie die kunnen werken zijn aan het werk bij WVS of een andere werkgever.

Beschut werk Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert D6

(Rijks)Taakstelling tm 2022

Totaal plaatsingen op basis van 31 uur tm 2022

20 17 15 58 21 6 137

21 12 12 56 16 6 121

Plaatsingen tm 2022 (aantallen inwoners) Plaatsingen in 2022 (aantallen inwoners) 5 6 4 9 3 2 29

23 14 12 59 17 6 131

Tabel beschut werk; De Rijks Taakstelling rekent met 31 uur per plek. Als alle plaatsingen beschut werk in uren worden bekeken dan zijn er 121 plaatsingen gedaan (kolom 2). De kolommen 3 en 4 geven weer hoeveel inwoners er geplaatst zijn. Inwoners werken niet precies 31 uur in een beschutte werkplek waardoor het aantal plaatsingen op basis van uren niet overeenkomt met het aantal inwoners dat geplaatst is. 10

In paragraaf 2.2.3.5 is te zien dat het WSP ook voor andere doelgroepen passende ondersteuning biedt. Bijvoorbeeld de doelgroep garantiebanen. 2.2.3.3 Minder inwoners leven in armoede Het Werkplein voert verschillende regelingen uit die bijdragen aan het verminderen van de armoede van inwoners. In deze paragraaf geven we per regeling een toelichting. Bijzondere bijstand (exclusief energietoeslag) 2022 2021 Aantal aanvragen 5.089 5.121 Aantal toegekende 4.104 4.277 aanvragen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1435/documents/38661