07b-108-01. BWB begroting 2024 en jaarstukken 2022.pdf
Tekst van het document
De BWB probeert door hierin onderscheidend te zijn, toch nieuwe medewerkers te werven. In 2024 zal de werving en selectie van nieuwe medewerkers een belangrijk aandachtspunt blijven. Dit gaat ook effect krijgen op de mate van inhuur, die hoger zal zijn als vacatures niet ingevuld worden.
Werkprocessen HRM De BWB zet sterk in op digitalisering en efficiënter inrichten van werkprocessen binnen het cluster HR. Gestreefd wordt naar een zo compact mogelijke, efficiënte inrichting met gestandaardiseerde (digitale)
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 33 van 56
procedures waar het kan en maatwerk waar nodig. In 2023 is er een start gemaakt met het Lean werken wat in 2024 een vervolg krijgt. Duurzame inzetbaarheid Er vindt wereldwijd een sterke ontwikkeling plaats op digitalisering, automatisering en kunstmatige intelligentie. Ook binnen de BWB wordt hierop ingezet. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit gevolgen gaat hebben voor de meer eenvoudige administratieve werkzaamheden, maar niet alleen daar. Aandacht voor het stimuleren van doorontwikkeling naar andere taken is essentieel. Dit vraagt een opleidings- en ontwikkelingsplan én flexibiliteit bij medewerkers om nieuwe taken uit te voeren. Dit zal niet in elke situatie mogelijk zijn en zal soms om maatwerk-oplossingen vragen. Binnen de BWB is aandacht voor zowel fysieke als mentale belasting. Eind 2022 is er een RI&E uitgevoerd en ook een onderzoek naar Psychosociale Arbeidsbelasting (opgenomen als arbeidsrisico in de Arbowet) gedaan. Jaarlijks worden de genomen beheersmaatregelen geëvalueerd wat leidt tot een bijstelling op het Plan van Aanpak RI&E. Doel is om medewerkers veilig en gezond te laten werken, risico’s te voorkomen en hiermee om medewerkers duurzaam inzetbaar te houden en verzuim waar mogelijk te reduceren.
Huisvesting en hybride werken Hybride werken, waarbij gedeeltelijk op kantoor en gedeeltelijk vanuit huis wordt gewerkt, is vast onderdeel geworden van het personeelsbeleid. Dit vraagt extra aandacht voor gezond werken en de juiste werkplekinrichting, zowel op kantoor als thuis. Het voldoen aan de Arbowet is hierbij essentiëel. De beheersmaatregelen, zoals deze uit de RI&E hybride werk van eind 2022 zijn gekomen, zullen ook in de uitvoering voor 2024 aandacht krijgen. Het huurcontract van het kantoorpand van de BWB is inmiddels verlengd met 10 jaar. Er is een RI&E uitgevoerd met betrekking tot het gebouw en het werken binnen het gebouw. De uitvoering van de te nemen beheersmaatregelen zal in 2023 plaatsvinden en doorlopen in 2024. Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties In de CAO SGO is steeds meer aandacht voor duurzame mobiliteit en inclusiviteit. Door wijzigingen in het loongebouw, de thuiswerkvergoeding en de loonstijging is er sprake van een structurele toename van de personele lasten. Strategisch Personeelsbeleid Eind 2022 is gestart met het vormgeven van het strategisch personeelsbeleid. Met behulp van ondersteunende software wordt periodiek de huidige personele situatie doorvertaald naar de behoefte in de toekomst om te komen tot een zorgvuldig personeelsplan met bijbehorende interventies (op zowel team- als individidueel niveau).
Strategische Personeelsplanning is voor 2024 essentieel om aan de huidige en toekomstige personeelsbehoeften te voldoen en hiermee de gestelde doelen te bereiken.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 34 van 56
Informatiebeveiliging In opzet en bestaan is bij de BWB de informatiebeveiliging op orde gebracht. Er is een vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid
en
op
basis
van
dit
beleid
wordt
aan
de
hand
van
een
informatiebeveiligingsplan in 2023 de laatste hand gelegd aan onderliggend beleid en de noodzakelijke procedures. Hand in hand hiermee gaat de borging van het gebruik binnen de organisatie van dit beleid en deze procedures (werking). Hiervoor is inmiddels een Information Security Management Systeem (ISMS) ingericht wat het mogelijk maakt om met behulp van de PDCA-cirkel de processen continu te controleren en te verbeteren. Het ISMS maakt het voor de directeur en het MT ook mogelijk om sturing te geven aan dit proces. Daarnaast wordt sturing gegeven langs de overlegstructuren zoals deze zijn vastgesteld in het informatiebeveiligingsplan. De basis hiervoor vormt het tweewekelijkse informatieoverleg waar de Functionaris Gegevensbescherming, de CISO, de informatiebeheerder, de senior medewerker DIV en de manager ondersteuning deel van uitmaken. Er zijn ook overlegstructuren ingericht met de afdeling ICTS van de gemeente Breda, die de IT-systemen van de BWB in beheer heeft.
Openbaarheidsparagraaf (Woo) De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris De Woo contactfunctionaris is een nieuwe rol die per 1 mei 2022 per bestuursorgaan aangewezen dient te zijn. Hier is in 2022 invulling aan gegeven. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Op het gebied van passieve openbaarmaking (Wob- of Woo-verzoeken) kent de Woo de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob. De werkwijze en doorlooptijd van verzoeken tot (passieve) openbaarmaking van informatie onder de Wet open overheid worden in 2023 geëvalueerd. Uitgangspunten daarbij zijn transparantie en snelheid. Naar aanleiding van de evaluatie zal een begin worden gemaakt met verdere optimalisatie.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 35 van 56
Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle elf categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van dit onderdeel Openbaarheid, maar naar verwachting zullen begin 2023 de eerste categorieën gepubliceerd moeten worden. In 2024 zullen wij zorgen dat wij voldoen aan de Woo door de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief te publiceren. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Dit betekent dat er op basis van een op te stellen meerjarenplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2024 zullen wij daarom doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen.
4.
Niet van toepassing zijnde paragrafen
Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -
Paragraaf lokale heffingen
-
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
-
Paragraaf verbonden partijen
-
Paragraaf grondbeleid
De BWB verzorgt de uitvoering van de belastingtaken voor een aantal deelnemers (waterschap en gemeenten). De aspecten die in beeld gebracht moeten worden bij de paragraaf lokale heffingen vallen daar in principe niet onder. Het heffingenbeleid, lastendruk en dergelijke behoren namelijk onder de verantwoording van de deelnemers. De BWB heeft verder geen kapitaalgoederen in eigendom. Zij huurt het kantoorpand op basis van een meerjarig huurcontract van derden. Bij het onderdeel “niet in de balans opgenomen verplichtingen” is een en ander toegelicht.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 36 van 56
II FINANCIËLE BEGROTING 2024
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 37 van 56
1. ALGEMEEN Inleiding De financiële begroting geeft inzicht in algemene uitgangspunten waarop de geraamde baten en lasten van de verschillende programma’s tot stand zijn gekomen. Verder zijn, conform de voorschriften van de BBV, deze geraamde baten en lasten voor het jaar 2024 en voor het meerjarenperspectief 2025-2027 inzichtelijk gemaakt. In de toelichting op de baten en lasten zijn niet alleen de verschillen ten opzichte van de begrotingscijfers aangegeven, maar zijn ook de incidentele baten en lasten in een overzicht aangegeven. Tenslotte is op hoofdlijnen de financiële positie van de BWB uiteengezet.
Financiële uitgangspunten In de (besluitvorming omtrent) de kadernota 2024-2027 zijn algemene kaders en uitgangspunten geformuleerd, die gehanteerd worden bij het samenstellen van de programmabegroting voor het jaar 2024 en voor het meerjarenperspectief 2025-2027. In de kadernota 2024-2027 is ingegaan op de noodzaak van het herijken van de begroting 2023. Dit was nodig om een reële begroting 2024 te kunnen overleggen. In de toelichting op de baten en lasten is een confrontatie gemaakt tussen de kadernota 2024 en de uitwerking in de begroting 2023 en 2024. Algemene financiële kaders De volgende algemene en financiële kaders worden gehanteerd: •
De begroting en het meerjarenperspectief dienen meerjarig structureel en reëel in evenwicht te zijn.
•
Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers, tenzij het AB hierin afwijkend besluit.
•
De begroting dient te voldoen aan het BBV, waarbij onder andere aandacht is voor: -
Overzicht van incidentele baten en lasten
-
Een specificatie van baten en lasten per programma
-
Opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting
-
Verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van eigen en vreemd vermogen
-
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Financieel technische uitgangspunten Bij het opstellen van het financiële gedeelte van de begroting en het financieel meerjarenperspectief zijn de financieel -technische uitgangspunten gehanteerd zoals opgenomen in de kadernota 2024-2027.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 38 van 56
2. BATEN EN LASTEN BEGROTING 2024 – 2027 Overzicht van baten en lasten 2024 Naam Programma (× € 1.000)
Lasten 2024
Saldo per programma
Baten 2024
Mutaties reserves
Saldo na bestemming
Waarderen
5.820
-
5.820
N
-
5.820
N
Heffen
2.551
-
2.551
N
-
2.551
N
Invordering
2.388
-
2.388
N
-
2.388
N
Subtotaal programma’s
10.759
-
10.759
N
-
10.759
N
Overhead
9.970
225
9.745
N
-
9.745
N
Treasury
6
190
184
V
-
184
V
Bijdrage deelnemers
-
20.400
20.400
V
-
20.400
V
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
80
-
80
N
-
80
N
Subtotaal overhead/ dekkingsbijdrage
10.056
20.815
10.759
V
-
10.759
V
Totaal exploitatie
20.815
20.815
-
-
-
-
-
-
-
-
20.815
20.815
-
-
-
Post onvoorzien
Begrotingsresultaat 2024 Totaal exploitatie
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 39 van 56
Overzicht meerjarenperspectief baten en lasten 2024 – 2027
Naam Programma (× € 1.000)
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
LASTEN Waarderen
5.452
4.840
5.820
6.137
6.468
6.815
Heffen
2.142
2.146
2.551
2.654
2.761
2.873
Invordering
2.165
2.165
2.388
2.484
2.584
2.689
Subtotaal programma’s
9.759
9.151
10.759
11.275
11.813
12.377
Kosten overhead
8.324
8.888
9.970
10.288
10.617
10.958
Treasury
8
7
6
6
6
6
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
Post onvoorzien
-
80
80
83
86
90
Subtotaal overhead/ dekkingsbijdrage
8.332
8.975
10.056
10.377
10.709
11.054
Totaal lasten exploitatie
18.091
18.126
20.815
21.652
22.522
23.431
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Naam Programma (× € 1.000) BATEN Waarderen
-
-
-
-
-
-
Heffen
-
-
-
-
-
-
Invordering
-
-
-
-
-
-
Subtotaal programma’s
-
-
-
-
-
-
Opbrengst overhead
378
255
225
232
239
247
Treasury
21
-
190
195
200
205
18.126
17.871
20.400
21.225
22.083
22.979
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
Post onvoorzien
Bijdrage deelnemers
-
-
-
-
-
-
Subtotaal overhead/ dekkingsbijdrage
18.525
18.126
20.815
21.652
22.522
23.431
Totaal baten exploitatie
18.525
18.126
20.815
21.652
22.522
23.431
434
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
434
-
-
-
-
-
Resultaat voor bestemming* Mutaties in reserves Resultaat na bestemming*
*Het resultaat wijkt af van de jaarrekening (€ 436.400). Dit komt tot stand door afrondingsverschillen.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 40 van 56
3. TOELICHTING OP DE BATEN EN LASTEN 2024 Algemeen Voordat ingegaan wordt op de confrontatie tussen de begroting 2023 en 2024 voor de diverse programma’s wordt eerst inzicht gegeven van de uiteindelijke verwerking van de kadernota 2024. Er worden enkele componenten beschreven die in de verdere cijfers zijn verwerkt.
Omschrijving (× € 1.000)
Kadernota 2024
Begroot 2024
Verschil
Primaire begroting 2023
17.966
18.126
-130
Correctie indexatie 2023*
1.074
1.248
-174
Proceskosten NCNP uitspraak Hoge Raad*
300
300
-
Uitvoeringskosten toetreding Loon op Zand*
318
264
54
Tarief- en productiestijging 2024**
784
645
139
Proceskosten NCNP 2024
PM (42)
42
-
Totaal
20.514
20.625
-111
*) Zal naar verwachting de basis vormen voor de 1e bestuursrapportage 2023. **) Wordt in de kadernota 2024 uitgesplist naar Loon- en prijscompensatie 2024 en Ontwikkeling productiekwantiteiten 2024
Op basis van het bovenstaande beeld is de begroting € 111.000 nadeliger uitgevallen, dan in de kadernota is geschetst. Het algemeen bestuur heeft bij de behandeling van de kadernota 2024-207 besloten de meest actuele gegevens voor loon- en prijsontwikkeling te verwerken. Allereerst is de actualisatie tarief- en productiestijging 2023 doorgevoerd. In de kadernota 2024 staat beschreven dat dit 7,0% voor personele lasten bedraagt en 9,9% voor materiële lasten. De werkelijke uitvraag in de begroting is echter hoger omdat er actuelere inzichten zijn verwerkt zoals het principeakkoord cao 2023. Deze actuele inzichten leveren € 116.000 meer aan lasten op dan dat er in de kadernota is beschreven. Als de actuele inzichten niet verwerkt waren zou dit resulteren in een lagere wijziging ten aanzien van de financiële paragraaf in de kadernota. De toetreding van de Gemeente Loon op Zand valt € 54.000 voordelig uit als gevolg van een kleiner uitvraag van personeel als gevolg van de toetreding. De besparing van de huurlast en het kritisch kijken naar de budgetten zorgt er in de tariefberekening van 2024 voor dat de uitvraag € 139.000 voordeliger uitvalt. De waardebezwaren zijn als PM-post opgenomen, deze zijn op basis van de verwachtte stijging van het besluit proceskostenvergoeding gesteld op € 42.000.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 41 van 56
In de kadernota is de post renteopbrengsten niet gepresenteerd. Deze wordt door de BWB aangemerkt als dekkingsmiddel buiten de kadernota. Het rekeningsaldo schatkistbankieren resulteert in een verwachte renteopbrengst van € 190.000. Verschillen begroting 2024 ten opzichte van begroting 2023 In de verdere toelichting is inzicht gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting 2023 en 2024 per programma. Ook is de kolom realisatie 2022 te zien. In de toelichting omtrent de volgende programma’s wordt alleen ingegaan op wijzigingen van meer dan 0,5% ten aanzien van de gehele begroting. Dit betreft in absolute getalen alleen wijzigingen groter dan € 100.000. Programma Waarderen
€ 980.000 N
Het programma Waarderen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Lasten
5.452
4.840
5.820
980 N
Loonkosten huidig personeel
2.861
3.675
4.230
555 N
Inhuur personeel
1.098
-
-
-
Beheer WOZ-administratie
317
325
360
35 N
Taxeren en herwaarderen
173
140
170
30 N
1.003
700
1.060
360 N
Baten
-
-
-
Saldo
5.452
4.840
5.820
Griffie- en proceskosten waarderen
-
980 N
Toelichting De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 555.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten. Zoals in de kadernota is geschetst, wordt er vanaf 2024 een bedrag van € 300.000 opgenomen voor waardebezwaren ten aanzien van de uitspraak van de Hoge Raad. De toetreding van Loon op Zand betekent naar verwachting nog € 18.000 extra aan proceskosten. Daarnaast is er een stijging van tarieven meegenomen van € 42.000, waardoor het totaal op een stijging van € 360.000 neerkomt.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 42 van 56
Programma Heffen
€ 405.000 N
Het programma Heffen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Lasten
2.142
2.146
2.551
405 N
Loonkosten huidig personeel
1.667
1.956
2.342
386 N
Inhuur personeel
319
-
-
-
Kosten BAG
32
45
45
-
(Controle)kosten gegevensbeheer
110
125
147
22 N
Griffie- en proceskosten heffen
14
20
17
3 V
Baten
-
-
-
-
Saldo
2.142
2.146
2.551
405 N
Toelichting De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 386.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten. Programma Invordering
€ 223.000 N
Het programma Invordering is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Lasten
2.165
2.165
2.388
223 N
Loonkosten huidig personeel
1.769
1.971
2.165
194 N
Inhuur personeel
205
-
-
-
Financiële invordering
164
137
164
27 N
Dwanginvordering
27
57
59
2 N
Baten
-
-
-
-
Saldo
2.165
2.165
2.388
223 N
Toelichting De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 194.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 43 van 56
Overhead
€ 1.112.000 N
Het programma Overhead en financiering is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Lasten
8.324
8.888
9.970
1.082 N
Personeel
2.542
3.131
3.707
576 N
Inhuur derden
565
625
675
50 N
Overige personele kosten
336
380
415
35 N
Bedrijfsvoering
188
231
359
128 N
Kantoorkosten
716
599
759
160 N
1.789
1.975
2.055
80 N
950
867
800
67 V
1.238
1.080
1.200
120 N
Baten
378
255
225
30 N
Bijdragen loonkosten
93
-
-
-
Bijdrage garantiesalarissen
143
130
85
45 N
Bijdrage print en portokosten
80
115
115
-
Bijdrage overige goederen en diensten
62
10
25
15 V
7.946
8.633
9.745
1.112 N
Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW
Saldo
Toelichting Personeelslasten (1.761.000 N) Personeelslasten (× € 1.000)
Begroot 2023
Begroot 2024
Verschil
Loonkosten programma Waarderen
3.675
4.230
-555
Loonkosten programma Heffen
1.956
2.342
-386
Loonkosten programma Invordering
1.971
2.165
-194
Loonkosten Overhead
2.771
3.407
-636
Subtotaal salariskosten
10.373
12.144
-1.771
Garantiesalarissen Overhead
130
85
45
Woon-werkverkeer Overhead
170
150
20
Gratificaties Overhead
60
65
-5
Inhuur derden
625
675
-50
Subtotaal overige loonkosten
985
975
10
11.358
13.119
-1.761
Totaal personeelslasten
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 44 van 56
De salarislasten worden direct toegewezen aan de verschillende programma's waarop ze betrekking hebben. Vanaf de begroting van 2021 worden de kosten voor ingehuurde medewerkers volledig toegewezen aan het overheadprogramma en niet meer aan andere programma's. Wanneer er sprake is van inhuur binnen de programma's waarderen, heffen of invordering, dan wordt beoordeeld of het totale inhuurbudget voor toereikend is. Bij het opstellen van de jaarstukken worden de werkelijke kosten voor inhuur geboekt ten laste van de betreffende programma's. In bovenstaande tabel wordt een totaalbeeld geschetst van de totale personeelslasten in 2024. De stijging van de salarislasten met € 1.771.000 ten opzichte van 2023 wordt veroorzaakt door: 1. Toetreding Loon op Zand (197.000 N) In de begroting 2023 was nog geen rekening gehouden met de deelname van Loon op Zand. Het gevolg van de deelname is dat er 2,5 fte extra benodigd is ter waarde van € 197.000, waarvan € 82.000 betrekking heeft op het programma waarderen en € 115.000 op het programma heffen. 2. Formatiestijging (441.000 N) Per 2024 wordt een formatie gehanteerd van 143,3 fte. De formatiewijziging van 5,3 fte die hierbij gehanteerd wordt geeft een stijging van € 441.000. Deze stijging vindt met name plaats binnen de programma’s overhead en heffen. Deze uitbreiding is nodig om de taken uit te kunnen voeren. 3.
Salarisindexatie 2023 en 2024 (1.133.000 N) In de primaire begroting 2023 is rekening gehouden met een indexatie van 2,6%. Op basis van de kadernota 2024 wordt dit percentage gecorrigeerd aan de hand van de meest actuele inzichten. Op basis van het principeakkoord cao 2023 is rekening gehouden met een salarisstijging van € 240 per fte en 2% indexatie. Dit levert een extra last op van € 642.000 ten opzichte van 2023. Daarnaast is voor 2024 rekening gehouden met een indexatie van 4,2%, wat resulteert in een nadeel van € 491.000.
Bedrijfsvoering (128.000 N) De raming van de post bedrijfsvoering is verhoogd met € 128.000. Dit is met name het gevolg van het introduceren van het onderzoeks- en ontwikkelingsbudget (R&D), ter waarde van € 110.000. Dit budget is bedoeld om processen te verbeteren en vernieuwen. Deze inspanningen moeten ertoe leiden dat kostenstijgingen worden voorkomen . Daarnaast zijn nog enkele andere budgetten gewijzigd, wat resulteert in een nadeel van € 18.000. Kantoorkosten (160.000 N) De raming van de post kantoorkosten is verhoogd met € 160.000. Deze stijging is met name het gevolg van de aanbesteding print- en portokosten. Samen met het toetreden van Loon op Zand en de verwachte tariefstijging zoals beschreven in de kadernota bedraagt deze wijziging € 150.000. Verder zijn kleine indexaties doorgevoerd met een nadeel van € 10.000.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 45 van 56
Door te schuiven BTW (120.000 N) Op basis van de in de begroting 2024 geraamde materiele en inhuurlasten, waarover BTW verschuldigd is, is de raming van de post door te schuiven BTW verhoogd met € 120.000 ten opzichte van de begroting 2023 tot een totaalbedrag van € 1.200.000. Dit bedrag ligt in lijn met de werkelijk door te schuiven BTW over het jaar 2022. Treasury
€ 191.000 V
De post treasury is als volgt te specificeren: Realisatie 2022
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Lasten
8
7
6
1 V
Rentelasten
8
7
6
1 V
Baten
21
-
190
190 V
Rentebaten
21
-
190
190 V
Saldo
-13
7
-184
191 V
Toelichting Op deze post zijn de betaalde rentelasten verantwoord met betrekking tot de langlopende geldleningen. De
renteopbrengsten
zijn
de
verwachte
opbrengsten
in
2024
over
het
saldo
van
de
schatkistbankierenrekening. Er is een voorzichtige inschatting gemaakt dat het rentepercentage gemiddeld 2,0% bedraagt. Onvoorzien
€0
De post onvoorzien is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Lasten
-
80
80
-
Onvoorzien
-
80
80
-
Saldo
-
80
80
-
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 46 van 56
Bijdrage deelnemers De post bijdrage deelnemers ontwikkelt zich als volgt: Realisatie 2022
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Baten
18.126
17.871
20.400
2.529 V
Bijdrage deelnemers
18.126
17.871
20.400
2.529 V
Saldo
18.126
17.871
20.400
2.529 V
Toelichting De kosten van de BWB worden volledig doorbelast aan de deelnemers. De stijging van de lasten leidt tot een verhoging van de deelnemersbijdrage met € 2.529.000. De stijging is hieronder gedetailleerd toegelicht. Vooraf dient te worden vermeld dat per 2023 de overgangsregeling, zoals deze ingevoerd bij de vaststelling van de nieuwe kostenverdeelsystematiek, niet meer van toepassing is. In de onderstaande specificatie wordt de bijdrage over 2022 gepresenteerd exclusief overgangsregeling en wijkt af van de werkelijk betaalde bijdragen. Dit om een goede vergelijking te maken van de werkelijke effecten volgend uit de kostenverdeling. Specificatie deelnemersbijdrage 2024 Het verloop van de deelnemersbijdrage over de periode 2023 en 2024 geeft onderstaand structureel beeld voor alle deelnemers.
Deelnemers (× € 1.000)
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Verschil 2023 - 2024 Bedrag %
Compensatie BTW 2024
Bergen op Zoom
1.613
1.670
1.838
168 N
10,1%
108
Breda
3.966
4.019
4.402
383 N
9,5%
259
Dongen
507
526
574
48 N
9,1%
34
Etten-Leur
969
904
1.094
190 N
21,0%
64
Halderberge
637
650
726
76 N
11,7%
43
Loon op Zand
-
-
507
507 N
-
30
Moerdijk
940
1.010
1.081
71 N
7,0%
64
Oosterhout
1.217
1.267
1.385
118 N
9,3%
81
Roosendaal
1.731
1.823
1.993
170 N
9,3%
117
Rucphen
436
428
502
74 N
17,3%
30
Woensdrecht
493
540
560
20 N
3,7%
33
Zundert
641
536
712
176 N
32,8%
42
Brabantse Delta
4.540
4.498
5.026
528 N
11,7%
-
Totaal
17.690
17.871
20.400
2.529 N
14,2%
905
NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2022 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. Een hogere bijdrage betekent uiteraard voor de BWB een voordeel.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 47 van 56
Deelnemers (× € 1.000)
Begroting 2023
Mutatie A
Mutatie B
Mutatie C
Mutatie D
Begroting 2024
Bergen op Zoom
1.670
-17
-25
149
61
1.838
Breda
4.019
-108
-38
381
148
4.402
Dongen
526
-7
-9
45
19
574
Etten-Leur
904
82
-17
88
37
1.094
Halderberge
650
6
-11
57
24
726
Loon op Zand
-
-
450
40
17
507
Moerdijk
1.010
-27
-3
57
44
1.081
Oosterhout
1.267
-14
-23
109
46
1.385
Roosendaal
1.823
-21
-27
152
66
1.993
Rucphen
428
27
-9
39
17
502
Woensdrecht
540
-32
-11
45
18
560
Zundert
536
101
-11
62
24
712
Brabantse Delta
4.498
10
-2
354
166
5.026
Totaal
17.871
-
264
1.578
687
20.400
De wijziging van de deelnemersbijdrage bestaat uit vier componenten. Deze componenten zijn hierboven één voor één in beeld gebracht. Dit resulteert in een totale deelnemersbijdrage van € 20.400.000. De componenten zijn als volgt: A) De eerste mutatie bestaat uit de productiewijzigingen in de kostenverdeelstaat. Op basis van de totale bijdrage in de primaire begroting 2023 is een nieuwe doorrekening gemaakt met de begrote productiekwantiteiten en personeelsinzet per 2024. Dit zorgt voor een interne verschuiving van bijdrage. B) De tweede mutatie bestaat uit de deelname van Loon op Zand. De toetreding zorgt voor een bijdrage van € 450.000 voor Loon op Zand en een besparing van € 186.000 voor de overige deelnemers dankzij een herverdeling binnen de overheadlasten. C) De derde mutatie bestaat uit de indexatiecorrectie 2023 vanuit de kadernota 2024. De bijdragewijziging van € 1.578.000 bestaat voor een deel uit het principeakkoord cao 2023, 7% personeelslasten stijging en 9,9% materiële indexatie. D) De laatste mutatie bestaat uit de indexatie 2024 vanuit de kadernota 2024. De bijdragewijziging van € 687.000 bestaat uit 4,2% personeelsindexatie en 2,4% materiële indexatie. De onderlinge verschillen van 3,7% ten opzichte van 32,8% zoals op de vorige pagina getoond, zijn het gevolg van mutatie A. De overige mutaties hebben ongeveer een evenredig effect.
Op de volgende pagina wordt dan ook een verdergaande analyse gegeven van de verschillen in mutatie A. Loon op Zand wordt in deze analyse buiten beschouwing gelaten.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 48 van 56
Analyse procentuele verschillen per deelnemer Zoals reeds beschreven wijkt de deelnemersbijdrage procentueel af als gevolg van de productiewijzigingen ten opzichte van 2023, waarbij stijgende bijdragen in het rood zijn weergegeven. Per deelnemer is het effect als volgt: Bergen op Zoom
1,0%
Oosterhout
1,1%
Breda
2,7%
Roosendaal
1,2%
Dongen
1,3%
Rucphen
-6,3%
Etten-Leur
-9,1%
Woensdrecht
5,9%
Halderberge
-0,9%
Zundert
-18,8%
Moerdijk
2,7%
Brabantse Delta
-0,2%
De wijziging van de deelnemersbijdrage onderling vindt voornamelijk zijn oorsprong binnen de verwachte ingediende waardebezwaren. De forse stijging van de bijdrage van deelnemers Etten-Leur, Rucphen en Zundert is hieronder verklaard aan de hand van de productie. Dit ten opzichte van een dalende productie ten behoeve van de Gemeente Woensdrecht. De overige productie-aantallen zorgen voor kleinere onderlinge effecten. Gemeente
Productie 2023*
Productie 2024*
Verschil
Verschil %
Bergen op Zoom
1.670
1.690
20
1%
Breda
5.580
5.500
-80
-1%
Dongen
490
440
-50
-11%
Etten-Leur
710
910
200
22%
Halderberge
560
550
-10
-2%
Moerdijk
780
710
-70
-10%
Oosterhout
1.080
950
-130
-14%
Roosendaal
1.450
1.380
-70
-5%
Rucphen
300
330
30
9%
Woensdrecht
530
380
-150
-39%
Zundert
530
840
310
37%
Totaal
13.680
13.680
0
0%
*Dit zijn de begrote aantallen waardebezwaren per deelnemer.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 49 van 56
Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage Op basis van de algemene financiële uitgangspunten, zijn de deelnemersbijdragen in beeld gebracht voor de jaren 2024 tot en met 2027.
Deelnemer (× € 1.000)
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Bergen op Zoom
1.838
1.912
1.989
2.070
Breda
4.402
4.580
4.765
4.959
Dongen
574
598
622
647
Etten-Leur
1.094
1.138
1.184
1.232
Halderberge
726
755
786
818
Loon op Zand
507
528
549
571
Moerdijk
1.081
1.125
1.170
1.218
Oosterhout
1.385
1.441
1.499
1.560
Roosendaal
1.993
2.074
2.158
2.245
Rucphen
502
522
543
565
Woensdrecht
560
582
606
630
Zundert
712
741
771
802
Brabantse Delta
5.026
5.229
5.441
5.662
Totaal
20.400
21.225
22.083
22.979
Incidentele baten en lasten Binnen de begroting 2024 zijn er geen incidentele baten en lasten.
Mutaties reserves Er vinden in de begroting 2024 geen mutaties in reserves plaats.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 50 van 56
4. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Algemeen In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen een uiteenzetting gegeven van de financiële positie van de BWB. In de paragraaf financiering is de financieringsfunctie van de BWB beschreven. Daar is met name aandacht besteed aan treasury, renterisico’s en de kasgeldlimiet. De BWB beschikt niet over een algemene reserve, aangezien hier in de Gemeenschappelijke Regeling BWB expliciet toe is besloten.
Geprognosticeerde balans In deze geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. Er is rekening gehouden met verwachte investeringen zoals het investeringskrediet voor de vervanging van de belasting-, waarderings-, en financiële applicaties van de BWB.
Omschrijving (× € 1.000)
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
1 jan ‘23
1 jan ‘24
1 jan ‘25
1 jan ‘26
1 jan ‘27
1 jan ‘28
ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa
1.178
1.344
1.004
674
381
220
5.247
4.498
4.688
4.868
5.011
5.022
Liquide middelen
3
-
-
-
-
-
Overlopende activa
314
314
314
314
314
314
6.742
6.156
6.006
5.856
5.706
5.556
Vlottende activa Uitzettingen korte dan 1 jr.
Totaal activa
Omschrijving (× € 1.000)
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
1 jan ‘23
1 jan ‘24
1 jan ‘25
1 jan ‘26
1 jan ‘27
1 jan ‘28
PASSIVA Vaste passiva Bestemmingsreserves
436
-
-
-
-
-
Voorzieningen
424
424
424
424
424
424
Vaste schulden langer 1 jr.
900
750
600
450
300
150
Schulden korter dan 1 jr.
3.270
3.270
3.270
3.270
3.270
3.270
Overlopende passiva
1.712
1.712
1.712
1.712
1.712
1.712
Totaal passiva
6.742
6.156
6.006
5.856
5.706
5.556
Vlottende passiva
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 51 van 56
5. EMU-SALDO In het BBV wordt middels artikel 23, lid d, voorgeschreven dat de ontwikkeling van het EMU-saldo moet worden opgenomen in de begroting en de jaarstukken. Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis (moment van levering) in een bepaalde periode. Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden onderdeel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen. Hieronder is een berekening van het EMU-saldo weergegeven. Mutaties (1 januari tot 31 december) Jaartal (× € 1.000)
T-1
T
T+1
T+2
T+3
2023
2024
2025
2026
2027
Kapitaalverstrekkingen en leningen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
-1.173
190
180
143
11
Liquide middelen
-
-
-
-
-
Overlopende activa
-
-
-
-
-
-150
-150
-150
-150
-150
Vlottende schuld
-
-
-
-
-
Overlopende passiva
-
-
-
-
-
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (i)materiële vaste activa
-
-
-
-
-
-599
340
330
293
161
Financiële vaste activa Activa Vlottende activa
Vaste Passiva Vaste schuld Passiva
Vlottende passiva
EMU-SALDO
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 52 van 56
6. OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Op grond van artikel 7, lid 3 van de BBV-provincies en gemeenten dient in de begroting een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld te worden opgenomen.
Nr.
Naam taakveld (× € 1.000)
Lasten 2024
Baten 2024
Saldo
0.10
Mutaties reserves
-
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
-
0.4
Ondersteuning organisatie (Overhead)
9.970
225
-9.745
0.5
Treasury
6
190
184
0.64
Belastingen overig
10.759
20.400
9.641
0.8
Overige baten en lasten
80
-
-80
20.815
20.815
-
Totaal
Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV-voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor de BWB is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is ervoor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen Overig.
Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2023
Pagina 53 van 56
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2024 en volgende jaren Risico
Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
Risico’s primaire proces
Stijging waardebezwaren door No-CureNo-Pay -bureaus.
Niet tijdige en/of onjuiste informatie
Het aantal waardebezwaren van NCNP-bureaus stijgt (begin 2023) als gevolg van toenemende (media)inspanningen. Tegelijkertijd heeft de BWB beheersmaatregelen getroffen en heeft de staatssecretaris maatregelen aangekondigd om het verdienmodel voor NCNP-bureau minder lucratief te maken. Het (budgettaire) effect op de waardebezwaren 2024 is niet betrouwbaar vast te stellen. Voor het juist en volledig opleggen is het beschikken over tijdige en juiste informatie een basisvoorwaarde. Onjuiste dataaanlevering en koppelingen zorgen voor een risico voor het juist op kunnen leggen van aanslagen.
S
€ 450.000
50%
€ 225.000
I/S
€ 100.000
30%
€ 30.000
Risico’s m.b.t. bedrijfsvoering Invullen vacatures
De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen.
S
€ 200.000
75%
€ 150.000
Flexibiliteit personeelsbestand
Veranderende werkzaamheden binnen de BWB -door zowel interne als externe ontwikkelingen- zorgen voor andersoortige functies dan wel voor een flexibele invulling hiervan in de toekomst.
S
€ 50.000
30%
€ 15.000
Implementatie belastingapplicatie
De belangrijkste applicatie van de relatief complexe informatiearchitectuur van de BWB is inmiddels geïmplementeerd. Deze implementatie gaat gepaard met kinderziektes, dit zorgt voor onzekerheden in de uitvoering. De applicatie is inmiddels grotendeels opgeleverd en werkt steeds beter. Als gevolg hiervan is de risico-inschatting verlaagd.
I
€ 750.000
5%
€ 37.500
Aansprakelijkheid i.v.m. AVG
De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.
S
€ 750.000
7,5%
€ 56.250
Risico’s m.b.t. automatisering
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
€ 513.750
Pagina 54 van 56
Bijlage 2: Richtlijnen deelnemers Door de deelnemers zijn de onderstaande financiële richtlijnen vastgesteld. Hierbij is aangegeven op welke wijze hier bij de uitwerking in de begroting mee is omgegaan. 1. In de begroting 2024 wordt een overzicht opgenomen met de bijdrage (2024 t/m 2027) per deelnemer. Zie toelichting op de baten en lasten onderdeel ‘Bijdrage deelnemers’. 2. Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers, tenzij het AB hierin afwijkend besluit. Het resultaat is onderdeel van de besluitvorming van het AB bij de jaarstukken. Het resultaat op begrotingsbasis is nihil (begroting is in evenwicht). 3. De begroting dient in principe opgesteld te worden op basis van bestaand beleid, tenzij eerder anders besloten door het Algemeen Bestuur. Strikte toepassing van dit uitgangspunt leidt ertoe dat de primitieve begroting 2023 als basis wordt gehanteerd. Om een reële begroting 2024 te overleggen is de begroting 2023 herijkt. Dit wordt als begrotingswijziging voorgelegd aan de deelnemers via de 1e bestuursrapportage. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting 2024 stijgt maximaal met de geldende cao-indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 (of een actuelere circulaire). Ook wijzigt de bijdrage wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
Bij de uitwerking van de begroting is het uitgangspunt dat rekening wordt gehouden met een aanpassing aan de loon- en prijsontwikkeling om de koopkracht van de BWB op peil te houden. Dit vindt plaats door toepassing van: - De meeste actuele gegevens bij indexatie voor loon- en prijsontwikkeling; - nacalculatie op loon- en prijsontwikkeling. 5. In de ontwerpbegroting worden de mogelijkheden beschreven om de bijdrage van de deelnemende gemeenten te verminderen, bijvoorbeeld door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven. Dit is onder andere opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. 6. In de begroting wordt een paragraaf opgenomen (Weerstandsvermogen en risicobeheersing) waarin specifiek wordt ingegaan op de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersmaatregelen. Zie de uitwerking in de verplichtte paragrafen, paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing.
Programmabegroting 2024
Pagina 55 van 56
Aan de raad van de gemeente Roosendaal Postbus 5000 4700 KA ROOSENDAAL
Contactpersoon drs. P.C.A.M. Stoffelen
Bijlagen 2
Onderwerp Jaarstukken BWB 2022 en Controleverklaring van Astrium Overheidsaccountants B.V.
Datum 11 april 2023
Geacht bestuur, Het algemeen bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) heeft op 31 maart 2023 de Jaarstukken BWB 2022 definitief vastgesteld. Van Astrium Overheidsaccountants B.V. hebben wij inmiddels de gewaarmerkte jaarstukken BWB 2022 inclusief de ondertekende Controleverklaring ontvangen. In verband met de openbaarmaking van deze stukken heeft de accountant deze digitaal ondertekend, vandaar dat deze niet zijn voorzien van een handtekening of paraaf. De jaarrekening 2022 van de BWB laat een positief resultaat zien van afgerond € 436.000,-. Dit wordt verrekend met de deelnemers via de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. Wanneer er voor u sprake is van een voordeel in de definitieve verrekening geven wij u de suggestie mee dit te betrekken in de aangekondigde begrotingswijziging voor 2023 die via de 1e bestuursrapportage 2023 zal worden ingediend. Indien u naar aanleiding van deze brief en/of bijlagen vragen heeft, kunt u contact opnemen met de heer P.C.A.M. Stoffelen, directeur Belastingsamenwerking West-Brabant, telefonisch te bereiken via het secretariaat, telefoon 076 – 5298333. Met vriendelijke groet,
Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant, de secretaris, de voorzitter,
drs. P.C.A.M. Stoffelen
drs. Th.J.J.M. Schots
Bijlagen: 1. Jaarstukken BWB 2022 inclusief Controleverklaring Astrium Overheidsaccountants 2. Besluit algemeen bestuur d.d. 31 maart 2023 vaststelling Jaarstukken BWB 2022 Afschriften verzonden aan: - College van Burgemeester en Wethouders - Regiefunctionaris deelnemer
Jaarstukken 2022
Belastingsamenwerking West-Brabant
Flynth Audit B.V. geheel document digitaal gewaarmerkt voor identificatiedoeleinden R.B.
Jaarstukken 2022
11 april 2023
INHOUDSOPGAVE BESTUURLIJKE SAMENVATTING ................................................................................................................... - 4 1. Algemene beschouwingen........................................................................................................................... - 5 2. Financiële beschouwingen........................................................................................................................... - 6 3. Cijfers in beeld ............................................................................................................................................. - 9 I
JAARVERSLAG 2022 ............................................................................................................................ - 17 Algemeen ...................................................................................................................................................... - 18 Programmaverantwoording.......................................................................................................................... - 20 Paragrafen .................................................................................................................................................... - 30 -
II
JAARREKENING 2022 .......................................................................................................................... - 41 1. Overzicht van baten en lasten ....................................................................................................................... 42 2. Toelichting overzicht baten en lasten ............................................................................................................ 43 3. Wet Normering Topinkomens (WNT) ............................................................................................................ 56 4. Balans per 31 december 2022 ....................................................................................................................... 59 5. Waardering grondslagen jaarrekening ......................................................................................................... 61 6. Toelichting op de balans per 31 december 2022 ........................................................................................... 63 7. Niet in de balans opgenomen verplichtingen ................................................................................................ 70 8. Gerealiseerde baten en lasten per taakveld .................................................................................................. 71 9.
Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten kinderopvangtoeslag ...................................... 72 Bijlagen.............................................................................................................................................................. 74
Jaarstukken 2022
-2-
Algemeen Hierbij bieden wij u de jaarstukken 2022 aan. Deze jaarstukken zijn opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het in de begroting 2022 opgenomen beleid.
De jaarstukken bestaan uit twee delen, het jaarverslag en de jaarrekening. In het jaarverslag wordt op programmaniveau teruggekeken naar de doelstellingen en hoe hier uitvoering aan is gegeven. In de jaarrekening worden de baten en lasten gepresenteerd en wordt een toelichting gegeven op verschillen ten opzichte van de begroting 2022, na wijzigingen.
Leeswijzer De bestuurlijke samenvatting bestaat uit de algemene en financiële beschouwingen en cijfers in beeld. In onderdeel 1, het jaarverslag, wordt teruggekeken op de in de begroting genoemde doelstellingen en beleidsvoornemens en of deze al dan niet zijn gerealiseerd. Ook de verplichte paragrafen conform de BBV komen in dit hoofdstuk terug, voor zover van toepassing voor de BWB. In onderdeel 2, de jaarrekening, wordt de financiële jaarrekening weergegeven. Hierin worden de baten en lasten over 2022 en de balans gepresenteerd en toegelicht. Daarnaast wordt de Wet Normering Topinkomens (WNT) in dit hoofdstuk toegelicht.
Jaarstukken 2022
-3-
BESTUURLIJKE SAMENVATTING
Jaarstukken 2022
-4-
1. ALGEMENE BESCHOUWINGEN Het boekjaar 2022 is in een aantal opzichten te kenmerken als een overgangsjaar.
De invloed van Corona op de maatschappij en de bedrijfsvoering van de BWB werd steeds kleiner. In januari werden de coronamaatregelen langzaam versoepeld en uiteindelijk in maart geheel opgeheven. Tegelijkertijd was dit een periode waarin de BWB zich gesteld zag voor het wegwerken van een grote achterstand van waardebezwaren uit 2021. Deze achterstand is succesvol weggewerkt waardoor het risico op ingebrekestellingen werd afgewend. We moeten wel constateren dat binnen de waardebezwaren de No-Cure-No-Pay-bureaus een steeds groter aandeel innemen, zo ook binnen de achterstand van waardebezwaren die is weggewerkt. We verwachten dan ook dat de weggewerkte achterstanden incidenteel zullen leiden tot extra kosten – in de vorm van proceskosten voor beroepen – vanaf 2023.
De implementatie van het nieuwe belastingsysteem naderde in 2022 langzaam zijn afronding. Een groot deel van de functionaliteit is opgeleverd. Bovendien zien we dat het proces heffen steeds beter verloopt. Daarnaast is ingezet op het eerder opleggen van aanslagen zuiveringsheffing. Deze inspanningen hebben effect gehad waardoor we verwachten dat voor het Waterschap Brabantse Delta onverwachte opbrengsten over oude belastingjaren steeds minder op zullen treden,
Tot slot is in 2022 een start gemaakt met de oplevering van managementinformatie zowel aan deelnemers als ten behoeve van interne sturing.
We gaan nu over naar een situatie waarbij de bedrijfsvoering minder hinderingen ondervindt als gevolg van
de
overgang
naar
de
nieuwe
belastingapplicatie
en
het
achterwege
blijven
van
managementinformatie, ook zien we dat Corona de bedrijfsvoering niet meer zal hinderen (het kabinet is door het OMT geadviseerd Corona te behandelen als een normale luchtweginfectie). Wat blijft is de overspannen arbeidsmarkt waardoor vacatures moeilijk te vervullen zijn met vaste krachten maar waarbij tevens het aantrekken van flexibele capaciteit geen vanzelfsprekendheid is.
De voorbije 3 jaar hebben een zware wissel getrokken op de organisatie. De werkdruk blijft zorgwekkend hoog. Het helpt de BWB daarbij niet dat het aantrekken van flexibele capaciteit niet altijd mogelijk is. Het jaar wordt daardoor afgesloten met enerzijds een positief financieel resultaat, maar anderzijds met onzekerheden: hoe spelen we in op de ontwikkeling van de verwachtte stijging van het aantal NCNPwaardebezwaren (en stijgende proceskostenvergoedingen) en hoe spelen we in op de uitdagingen op het personele vlak?
Jaarstukken 2022
-5-
2. FINANCIËLE BESCHOUWINGEN Het jaar 2022 wordt afgesloten met een positief resultaat van afgerond € 436.000. Dit resultaat bestaat voor het grootste deel uit een onderschrijding op budgetten voor personeel (€ 452.000) en hogere griffieen proceskosten voor waarderen (€ 103.000). De belangrijkste afwijkingen worden hierna verder toegelicht.
Resultaat 2022 Het resultaat is op hoofdlijnen als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000) Griffie- en proceskosten waarderen Personele en inhuurlasten Materiële kosten Opbrengsten en bijdrage Onvoorzien Totaal
Resultaat 103 N 452 V 62 N 74 V 75 V 436 V
Griffie en proceskosten waarderen Ten behoeve van de proceskostenvergoeding heeft in 2022 een begrotingswijziging plaatsgevonden. Deze wijziging bestond uit twee componenten. Ten eerste de hoge aantallen bezwaren van No Cure No Pay-bureaus voor € 100.000 en ten tweede € 300.000 voor een uitspraak van de Hoge Raad, waardoor de proceslasten hoger uitvallen. Voor de opstaande bezwaren en beroepen per 31/12/2022 is een voorziening getroffen om de verplichtingen die hieruit voortvloeien te dekken. Deze verplichtingen worden ingeschat op € 308.000,.
Personele en inhuurlasten Het voordeel op de totale personele lasten is afgerond € 452.000. Deze onderschrijding kent twee hoofdoorzaken: het niet volledig kunnen invullen van de formatie door middel van vast personeel of tijdelijke waarneming (€ 231.000). Ook wanneer extra capaciteit nodig is om de productie te kunnen leveren zien we dat we dat inhuuropdrachten langer open staan of dat het zelfs niet mogelijk is een kandidaat te werven (€ 205.000). Met deze effecten was in de 1e Bestuursrapportage onvoldoende rekening gehouden. De overige verschillen zijn in merendeel gerelateerd aan de lagere bezetting; als gevolg van vacatures vallen de kosten voor woon-werkverkeer, thuiswerkvergoeding, gratificaties, opleidingen en dergelijke lager uit dan geraamd (per saldo € 16.000). De keerzijde van het voordeel op de personele en inhuurlasten is de hoge werkdruk die door het personeel van de BWB wordt ervaren.
Materiele lasten Per saldo treedt een nadeel op van € 62.000 als gevolg van meerdere voor- en nadelen op materiele lasten binnen de programma’s en overhead. De door de BWB niet te verhalen BTW valt € 100.000,-
Jaarstukken 2022
-6-
hoger uit dan geraamd (voornamelijk als gevolg van inhuur). De gemeentelijke deelnemers dienen deze component in bij het BTW Compensatiefonds.
Overige opbrengsten/onvoorzien Er treden voor afgerond € 75.000 hogere baten op als gevolg verschillende factoren. Deze waren eerder niet (bijvoorbeeld € 21.000 rente als gevolg van de stijgende rentetarieven bij het Schatkistbankieren), of niet in deze mate (bijvoorbeeld € 33.000 hogere baten van het UWV) in de begroting opgenomen. De post onvoorzien is bij de 1e bestuursrapportage bewust behouden voor onvoorziene ontwikkelingen maar is – mede in het licht van de meevallers – niet aangesproken.
Voor een meer uitgebreide toelichting op de verschillen van de reguliere exploitatie verwijzen wij u kortheidshalve naar de toelichting op de baten en lasten in onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 44.
Jaarstukken 2022
-7-
Verrekening resultaat Het positieve jaarrekeningresultaat bedraagt € 436.000.
Na vaststelling van de jaarstukken 2022 door uw Algemeen Bestuur zal de verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage plaatsvinden op grond van artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant. In de tabel hieronder is een verdeling van de werkelijke bijdrage per deelnemer te zien op basis van nacalculatie.
Bijdrage begroot na wijziging Omschrijving
Bijdrage nacalculatie 2022
2022 Bijdrage incl. BTW
Bijdrage incl.
Comp. BTW
BTW
Te verrekenen* Comp. BTW
Bergen op Zoom
1.695.400
108.200
1.585.700
112.900
-125.800
Breda
3.946.800
256.000
3.834.800
277.500
-65.700
Dongen
530.300
32.800
515.900
35.500
-6.100
Etten-Leur
1.021.500
63.000
986.000
67.800
-6.100
Halderberge
675.700
42.000
644.400
44.600
-29.500
Moerdijk
1.003.800
62.700
944.600
65.800
-68.600
Oosterhout
1.280.100
79.500
1.230.200
85.200
-54.900
Roosendaal
1.816.900
113.400
1.741.400
121.200
-102.900
Rucphen
457.800
27.300
458.700
30.500
-7.600
Woensdrecht
497.200
31.300
491.400
34.500
-18.700
Zundert
636.100
40.100
639.200
44.900
1.100
Brabantse Delta
4.564.300
-
4.617.200
-
48.400
Totaal
18.125.900
856.300
17.689.500
920.400
-436.400
*De verrekening komt niet overeen met het verschil tussen de bijdrage inclusief btw. De wijziging vanuit de tweede bestuursrapportage is namelijk niet in rekening gebracht. De tot standkoming van het te verrekenen bedrag is te vinden in hoofdstuk 2 van de jaarrekening.
Jaarstukken 2022
-8-
3. CIJFERS IN BEELD WOZ-objecten
Aantal WOZ-objecten 350.000
300.000
250.000
200.000
150.000
315.773
320.260
318.556
321.033
Realisatie 2021
Begroot 2022
Begroot na wijziging 2022
Realisatie 2022
100.000
50.000
-
Het aantal WOZ-objecten vertoont een lichte stijging ten opzichte van de oorspronkelijke raming; waarmee de oorspronkelijke raming nauwkeurig is geweest. De lichte stijging kan worden toegerekend aan autonome groei (oplevering en ingebruikname nieuwbouw).
Jaarstukken 2022
-9-
Aanslag(regels)
Aantal aanslagregels 3.250.000 3.000.000 2.750.000 2.500.000
Totaal: 2.873.103
Totaal: 2.864.220
Totaal: 2.905.510
Totaal: 2.965.027
426.151
430.000
430.000
428.590
2.446.952
2.434.220
2.475.510
2.536.437
Realisatie 2021
Begroot 2022
Begroot na wijziging 2022
Realisatie 2022
2.250.000 2.000.000 1.750.000 1.500.000 1.250.000 1.000.000 750.000 500.000 250.000 -
Aanslagregels (excl. beschikkingen)
Beschikkingen
Aantal aanslagen 900.000 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000
791.593
752.870
777.120
805.153
Begroot 2022
Begroot na wijziging 2022
Realisatie 2022
300.000 200.000 100.000 Realisatie 2021
Het aantal aanslagen en aanslagregels is uiteindelijk hoger dan begroot na de wijziging in 2022 omdat bij deze wijziging de reguliere productie en mutaties (bijv. verhuizingen) niet zijn meegenomen van de laatste vier maanden.
Jaarstukken 2022
- 10 -
Verzending
2022 2021 41,8% 41%
2021 59%
2022 58,2%
Digitaal
Analoog
Aanslagen waterschapsbelasting 306.822 Waterschapbelasting 2021 140.739
308.780 Waterschapbelasting 2022 157.332
-
50.000
100.000
Gecombineerd
150.000
200.000
250.000
300.000
350.000
Niet gecombineerd
Er zijn het afgelopen jaar meer aanslagen gestuurd naar bedrijven. Enerzijds vanwege een inhaalslag bij de waterschapsbelastingen en anderzijds omdat het ongebouwd niet in een gecombineerde aanslag zat maar separaat is aangeslagen. Verhoudingsgewijs betekent dit een hele kleine verlaging van het aantal digitaal verzonden aanslagen.
Jaarstukken 2022
- 11 -
Exoten
30.157
30.620
33.000
30.620
30.617
Exoten Gemeenten
30.000 27.000 24.000
14.202
738
705
675
3.000
725
2.654
2.930
3.223
2.895
4.097
6.000
3.700
9.000
5.283
12.000
9.449
15.000
14.299
12.952
18.000
14.299
21.000
Regels precariobelasting Realisatie 2021
Regels reclamebelasting Begroot 2022
Aanslagen (water)toeristen
Regels hondenbelasting
Begroot na wijziging 2022
Panden BAG
Realisatie 2022
Het aantal aanslagen precariobelasting was bij de 2e bestuursrapportage nog niet bekend omdat deze
nog moest worden opgelegd. Voor één deelnemer is het kohier precariobelasting op verzoek in 2023 opgelegd. Na de wijziging van de begroting ligt het aantal aanslagen iets hoger dan geprognotiseerd. Het aantal aanslagen reclamebelasting is uiteindelijk iets lager uitgevallen dan begroot.
Jaarstukken 2022
- 12 -
Exoten Waterschap (zuiveringsheffing) 32.000 28.000 24.000 20.000 16.000 27.750
29.606
12.000 20.033 8.000
17.282
4.000 Realisatie 2021
Begroot 2022
Begroot na wijziging 2022
Realisatie 2022
Ten opzichte van de prognose in 2022 bij de 2e bestuursrapportage zijn er uiteindelijk door het inlopen van een achterstand (onder andere oude jaren) meer aanslagen opgelegd.
Jaarstukken 2022
- 13 -
48.000 44.000
48.093
Invorderingsproces
39.402
52.000
47.000
47.000
Invorderingsproces
40.000 36.000
0
0
0
4.000
600
8.000
6.646
4.163
12.000
9.000
16.000
8.500
10.603
20.000
12.280
24.000
16.500
28.000
21.763
32.000
Aanmaningen Realisatie 2021
Dwangbevelen Begroot 2022
Hernieuwde bevelen Begroot na wijziging 2022
Beslag Realisatie 2022
Volgens de jaarlijkse planning worden de aanmaningen en dwangbevelen wekelijks gedraaid. Hierop zijn enkele uitzonderingen zoals rond het opleggen van de aanslagen of vakantieperioden. In het overzicht zijn de aantallen te zien die in 2022 zijn aangemaakt en zijn verzonden. Deze aantallen hebben dan ook betrekking op meerdere belastingjaren.
Afgelopen jaar zijn er geen systeemtechnische beperkingen meer geweest en zijn de aanmaningen en dwangbevelen volgens planning aangemaakt en verzonden. De stijging van het aantal aanmaningen en dwangbevelen kan worden verklaard door de uitdagingen die we hebben ondervonden door Corona in 2020 en de systeemtechnische beperkingen in 2021. De aanmaningen en dwangbevelen die in 2020 en 2021 niet zijn aangemaakt zijn in 2022 alsnog aangemaakt en verzonden.
De daling die zichtbaar is bij de hernieuwde bevelen is te verklaren door een systeemtechnische beperking. In 2023 is er geen sprake meer van deze beperking waardoor er in 2023 ten opzichte van de begroting een stijging zichtbaar zal gaan worden.
Jaarstukken 2022
- 14 -
Bezwaren
8.290
9.000
8.369
10.500
8.830
12.000
10.934
13.500
10.045
15.000
8.246
16.500
13.570
15.060
Bezwaren gecategoriseerd
7.500 6.000 4.500
207
183
1.500
183
163
3.000 Heffingsbezwaren Realisatie 2021
Waarderingsbezwaren Begroot 2022
Begroot na wijziging 2022
Legesbezwaren Realisatie 2022
Heffingsbezwaren Het aantal geregistreerde bezwaarregels voor 2022 is hoger dan geraamd. Na de vaststelling van de 2e Bestuursrapportage is een correctie doorgevoerd in de registratie van bezwaren van een NCNP-bureau, deze waren abusievelijk alleen geregistreerd als WOZ-bezwaar. Dit resulteerde in circa 2.000 extra heffingsbezwaren.
WOZ-Bezwaren Het werkelijke aantal bezwaren tegen de vastgestelde WOZ-waarde over het belastingjaar 2022 is circa 8.300. Dit is fors lager dan de begrote aantallen en lager dan 2021. De reden is vermoedelijk gelegen in de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt in de periode 2021 –2022 waar de WOZ-waardes in een stijgende markt zoals die in 2022 bestond, voor belastingplichtigen als aanvaardbaar werden gekwalificeerd. De prijspeildatum voor de WOZ-waarde 2022 is immers 01-01-2021. Er ligt – zoals verwacht – een zwaartepunt op de NCNP-bureaus, die verantwoordelijk zijn voor de helft van de bezwaren. Het lijkt erop dat deze neerwaartse ontwikkeling van het aantal waardebezwaren in 2022 geen structureel karakter zal hebben; aangezien de verwachting is dat –gelet op de ontwikkelingen van de vastgoedmarkt rond de waardepeildatum 1-1-2022 het aantal bezwaren in 2023 aanmerkelijk zal stijgen ten opzichte van 2022. Daarnaast is in 2022 nog een fors aantal bezwaren over oude jaren afgedaan (circa 4.000); waarvan de afdoening financiële gevolgen heeft in 2023 en 2024 voor de afwikkeling van proceskostenvergoeding.
Jaarstukken 2022
- 15 -
Omschrijving
Realisatie 2022
Realisatie 2021
Realisatie 2020
Realisatie 2019
WOZ-objecten
321.033
315.773
315.840
309.000
Objecten onder bezwaar
8.246
*10.934
9.420
7.508
% aandeel bezwaren t.o.v. WOZ-objecten
2,6%
3,5%
3,0%
2,4%
% mutatie bezwaren t.o.v. voorgaand jaar
-/- 25%
16%
25%
39%
I - % gegrond verklaard
28%
38%
22%
37%
II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%
16%
13%
9%
18%
II / I
59%
34%
42%
49%
Objecten onder bezwaar & ingediend door NCNP
4.646
4.756
3.234
2.626
% van alle objecten onder bezwaar
56%
44%
38%
35%
Proceskostenvergoeding boekjaar
€ 1.011.200
€ 601.500
€ 504.500
€ 347.000
173
103
142
170
Beroepszaken
*Exclusief bezwaren die voortvloeien uit het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte.
De bedragen aan uitbetaalde proceskosten stijgen vanwege het claimgedrag van de NCNP-bedrijven en de door de rechter gesanctioneerde mogelijkheid om ook claims voor ‘immateriële schadevergoeding’ in WOZ-procedures toe te kennen. De vertraging in de afdoening door de rechtbank Zeeland West-Brabant is daarbij niet behulpzaam; aangezien de termijnoverschrijding bij de rechtbank een reden is voor toekenning van zo'n schadevergoeding waarbij vervolgens de heffende instantie de vergoeding aan betrokkene uit dient te keren. Het aantal beroepszaken voor het heffingsjaar 2022 tegen de WOZ-waarde vertoont een licht stijgende lijn ten opzichte van voorgaande jaren; deze stijging komt hoofdzakelijk door procedures die door NCNP-bedrijven zijn gestart.
Jaarstukken 2022
- 16 -
I
Jaarstukken 2022
JAARVERSLAG 2022
- 17 -
ALGEMEEN Deelnemers In 2022 zijn belastingtaken uitgevoerd voor het Waterschap Brabantse Delta en elf deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert.
Jaarstukken 2022
- 18 -
Omzet per belastingsoort Belastingopbrengsten (× € 1.000)
Rekening 2021
Afvalstoffenheffing
Rekening 2022
87.921
89.182
BIZ (Bedrijven Investering Zone)
730
487
Forensenbelasting
73
79
Hondenbelasting
600
629
3.690
3.479
Lijkbezorgingsrechten
273
225
Marktgelden
120
137
134.046
138.366
Precariobelasting
1.432
509
Reclamebelasting
1.319
1.233
Reinigingsrecht
178
179
Rioolheffing
73.005
74.394
(Water)toeristenbelasting
3.734
4.152
Zuiveringsheffing
73.027
76.445
423
477
Watersysteemheffing
73.019
77.193
Totaal
453.590
467.166
Leges
Onroerendezaakbelastingen
Verontreinigingsheffing oppervlaktewater
De gepresenteerde cijfers zijn overgenomen uit de eindverantwoordingen zoals deze zijn verstrekt aan de afzonderlijke deelnemers.
Jaarstukken 2022
- 19 -
PROGRAMMAVERANTWOORDING Programma 1 – Waarderen 1.
Algemeen
De BWB voert voor haar gemeentelijke deelnemers onder meer de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Binnen het programma Waarderen vindt onder andere de marktanalyse plaats, worden objecten gewaardeerd en worden bezwaren en beroepszaken met betrekking tot de WOZ behandeld. De uitvoering van de activiteiten moet voldoen aan het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer, de landelijke toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ.
2.
Wat hebben we bereikt?
De Waarderingskamer heeft in 2022 de vragenlijsten voor het hele WOZ-proces op diverse momenten in het jaar beoordeeld. Daarnaast heeft er een zogenaamd ‘Onderzoek naar de uitvoering en interne beheersing van het WOZ-proces' plaatsgevonden. De laatste keer dat een dergelijk onderzoek plaatshad was in 2018. Op basis van dit onderzoek heeft de BWB de kwalificatie ‘GOED’ behouden. In de begroting 2022 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Eenheid
Resultaat
Oordeel Waarderingskamer
Oordeel van “goed” van Waarderingskamer (WaKa) over het betreffende jaar.
Oordeel Waka
‘Goed’
Afgehandelde bezwaarschriften
Op 1 oktober van ieder jaar is 80% van de objecten onder waardebezwaren – die betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend – afgehandeld.