07a-107-6 Notitie Geheimhouding in het kader van de wijziging van de Gemeentewet.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1: ‘Geheimhouding’ in het kader van de wijziging van de Gemeentewet Inleiding Een goed functionerend en integer openbaar bestuur levert een belangrijke bijdrage aan het vertrouwen van inwoners in de overheid. Daarmee draagt het ook bij aan de legitimiteit van het overheidshandelen. Een integer en stabiel openbaar bestuur is effectiever en efficiënter in staat om de taken uit te voeren en diensten te leveren waar inwoners recht op hebben. Voorop staat dat politieke ambtsdragers primair zelf verantwoordelijk zijn voor het agenderen, bewaken en borgen van integriteit. Niettemin zijn ook in de organieke wetten diverse bepalingen opgenomen die tot doel hebben de zuiverheid in de persoonlijke en bestuurlijke verhoudingen te waarborgen. De onderhavige wetswijziging vult die waarborgen op onderdelen aan. Met de wetswijziging is beoogd de bestuurlijke integriteit en het functioneren van het lokaal bestuur te bevorderen. Per 1 januari 2023 is de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur1 van kracht, met uitzondering van de nieuwe geheimhoudingsbepalingen die per 1 april 2023 in werking treden. De Gemeentewet verandert ten gevolge van deze nieuwe wet als volgt: - Nieuwe wethouders moeten een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overleggen. - De geheimhoudingsprocedure verandert op een aantal punten.
- Raadsleden, burgemeesters en wethouders moeten nevenfuncties terstond en ook elektronisch openbaar maken. - Onverenigbare functies en de stemonthouding zijn duidelijker geregeld. - De Commissaris van de Koning heeft een prominentere positie bij integriteitskwesties in een gemeente. In een nieuw centraal hoofdstuk (Va) over geheimhouding in de Gemeentewet, opgenomen in de artikelen 87 t/m 89 van de Gemeentewet, wordt de reeds bestaande geheimhoudingsregeling vereenvoudigd en verhelderd. Het ministerie van BZK heeft een circulaire2 met nog uitgebreidere informatie over de wijzigingen naar gemeenten gestuurd. In deze notitie wordt het hoofdstuk geheimhouding in de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur toegelicht en wordt uitgelegd wat er per 1 april 2023 gaat veranderden ten opzichte van de oude situatie. De wijzigingen komen – samengevat – neer op de volgende veranderingen: - Voor alle bestuursorganen wordt de wettelijke grondslag om geheimhouding op te leggen geregeld in artikel 87 Gemeentewet. College, burgemeester en commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen.
De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid (hierna: Woo) , een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust (artikel 87 Gemeentewet (nieuw)). - Op mondelinge informatie die tijdens een besloten vergadering van de raad of een commissie wordt gedeeld, rust vanaf 1 april 2023 van rechtswege een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft. - Voor schriftelijke informatie geldt nog steeds dat geheimhouding expliciet moet worden opgelegd. - Het vereiste dat de gemeenteraad de door een ander orgaan opgelegde geheimhouding moet bekrachtigen, komt te vervallen.
1 Gepubliceerd in Staatsblad 2022/444 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2022-444.html.
2
circulaire.
-
-
Een verplichting tot geheimhouding die vóór voor de inwerkingtreding van deze wet (1 april 2023) is opgelegd, blijft na de inwerkingtreding van deze wet van kracht. De raad heeft en behoudt de bevoegdheid die geheimhouding op te heffen. Informatie waarop geheimhouding rust wordt niet langer met individuele of enkele raadsleden gedeeld, maar in voorkomende gevallen altijd met de gehele raad. Indien een commissie (raadscommissie, bestuurscommissie of overige commissie) waarin raadsleden zitting hebben stukken onder geheimhouding verkrijgt, krijgt straks ook de gehele raad deze stukken. De bevoegdheid van de burgemeester om geheimhouding op informatie te leggen wordt verduidelijkt. Zo wordt voorzien in een uitdrukkelijke bevoegdheid geheimhouding op informatie te kunnen opleggen, los van het gegeven of en op welk moment de burgemeester die informatie met een ander orgaan deelt. De term ‘stukken’ waarop geheimhouding rust, wordt vervangen door ‘informatie’; De raad krijgt de mogelijkheid om een raadslid dat de geheimhouding heeft geschonden voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie te verstrekken.
Om te waarborgen dat het aanbieden van geheime informatie zorgvuldig plaatsvindt, zijn de volgende aandachtspunten van belang. Welke criteria gelden voor het oplegging van geheimhouding? De grondwet verplicht de overheid openbaarheid te betrachten. Overheidsinformatie is dus in beginsel openbaar. Alleen in door de wetgever aangemerkte gevallen kan worden afgeweken van de algemene stelregel van openbaarheid. Om op een goede wijze invulling te kunnen geven aan de informatieplicht, kan het in voorkomende gevallen nodig zijn om informatie onder het regime van geheimhouding te delen met de raad. Artikel 87 Gemeentewet (nieuw) bepaalt dat de raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo, een verplichting tot geheimhouding kunnen opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust. De afweging of informatie onder het predikaat ‘geheim’ dient te worden gedeeld, dient te worden afgewogen op grond van de in artikel 5.1 Woo genoemde belangen. Artikel 5.1 Woo 1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: - a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; - b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; - c.
bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; - d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; - e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt. 2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: - a. de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties;
-
b. de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter; c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d. de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens; g.de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; h. de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage; i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat een verzoek tot openbaarmaking van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, tevens opgevat dient te worden als een verzoek tot opheffing van de geheimhouding. Dit betekent dat de opgelegde verplichting tot geheimhouding (telkens) door middel van een Woo-verzoek door een ieder ter discussie kan worden gesteld. Een Woo-verzoek betekent automatisch een verzoek tot heroverweging of informatie nog steeds geheim dient te zijn. Geheimhouding en vertrouwelijkheid De Gemeentewet kent het begrip ‘vertrouwelijk’ niet, maar spreekt alleen over ‘geheim(houding)’. Er zijn in de wet regels opgenomen over het opleggen en opheffen van geheimhouding en over de schending van geheimhouding. Voor stukken die als ‘vertrouwelijk’ zijn aangeduid, gelden die regels niet. Vertrouwelijk is een term die naar algemene aard en omstandigheden wordt ingevuld. Er wordt van eenieder die betrokken is bij processen, van ambtenaren en bestuurders, verwacht dat zij zorgvuldig en vertrouwelijk omgaan met informatie en overeenkomstig te handelen.