06d - Toelichting rvs Belastingvoorstellen 2024.pdf
Tekst van het document
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Aanleiding Jaarlijks worden de belastingverordeningen door de gemeenteraad vastgesteld om een juiste heffing en invordering mogelijk te maken. In de programmabegroting 2024 is rekening gehouden met een stijging van de tarieven van de gemeentelijke belastingen en heffingen met een inflatiepercentage van 5,2%. In het voorliggende voorstel is hiermee rekening gehouden. Beoogd effect Het op juiste wijze heffen en innen van de belastingen en heffingen conform besluitvorming raad. Argumenten 1a t/m j Dit is verplicht Conform artikel 216 van de Gemeentewet besluit de raad tot het wijzigen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Toelichting per belasting: a. Onroerende zaakbelastingen De gedragslijn in Roosendaal is dat de OZB per saldo alleen stijgt met de inflatie. We corrigeren het tarief van de OZB voor een waardestijging of waardedaling van een onroerende zaak, zodat de OZB per saldo alleen stijgt met het inflatiepercentage. Voor de bepaling van de tarieven voor de onroerende zaakbelastingen zijn daarom twee stappen noodzakelijk, te weten: 1. De toegepaste inflatiecorrectie van 5,2%; 2. De herwaardering van waarde peildatum 1 januari 2022 naar 1 januari 2023, die wordt toegepast voor de OZB tarieven 2024.
De herwaardering wordt budgettair neutraal toegepast om gelijke OZB-opbrengsten voor de begroting 2024 te waarborgen (waardedaling wordt gecompenseerd door tariefstijging en waardestijging door tariefverlaging). De resultaten van de herwaardering zijn op dit moment nog niet definitief bekend. Volgens de Belastingsamenwerking West-Brabant dient voorlopig rekening te worden gehouden met een gemiddelde waardestijging bij de woningen van 2,35% en bij de niet-woningen van 1,88%. Als later blijkt dat de definitieve gemiddelde waardestijging aanzienlijk afwijkt dan kan in januari 2024 de raad worden voorgesteld om de tarieven van de OZB alsnog aan te passen. Verhoging van de tarieven met terugwerkende kracht is echter niet toegestaan! Rekening houdend met bovenstaande wordt voorgesteld om de tarieven voor de woningen te verhogen met 2,85% (5,2% inflatie -/- 2,35% waardestijging) en het tarief voor de nietwoningen te verhogen met 3,32% (5,2% inflatie -/- 1,88% waardestijging). De tarieven voor 2024 bedragen dan: onroerende zaakbelasting woning eigendom: onroerende zaakbelasting niet-woning eigendom: onroerende zaakbelasting niet-woning gebruik:
0,0814% (was in 2023: 0,0791%) 0,1815 % (was in 2023: 0,1757%) 0,1282% (was in 2023: 0,1241%)
b. Toeristenbelasting Voorgesteld wordt het tarief te verhogen met het inflatiepercentage van 5,2%. c. Precariobelasting Voorgesteld wordt de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 5,2%. d. Marktgeld Voorgesteld wordt de tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 5,2%. In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten en opbrengsten weergegeven.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
e. Leges Per 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in. Als gevolg hiervan is de VNGmodelverordening voor de leges gewijzigd. Deze nieuwe modelverordening, inclusief de tarieventabel, is zo veel als mogelijk gevolgd.
Hoofstukken 1 en 3 uit de tarieventabel: De tarieventabel is voor de hoofdstukken 1 en 3 opnieuw ingedeeld. Wel zijn het nog steeds dezelfde activiteiten waar we leges voor vragen. De tarieven hiervan zijn ten opzichte van 2023 met 5,2% geïndexeerd. Voor een aantal leges geldt echter dat hier op rijksniveau een maximumbedrag voor wordt vastgesteld. Nog niet al deze gemaximeerde leges zijn voor 2024 bekend. In artikel 10 van de legesverordening is daarom aangegeven dat, zodra deze tarieven bekend zijn, het college gemachtigd is om deze tarieven aan te passen in de tarieventabel.
Hoofdstuk 2 uit de tarieventabel: Hoofdstuk 2 uit de tarieventabel richt zich op dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet. Als gevolg van de nieuwe wetgeving zullen meer aanvragen vergunningsvrij zijn dan nu nog het geval is. Daarnaast zal een deel van de werkzaamheden, die nodig zijn voor de afhandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning activiteit bouwen, wegvallen. Deze werkzaamheden dienen namelijk voortaan door marktpartijen uitgevoerd te worden. Nu een deel van het werk niet meer door gemeenten wordt uitgevoerd, kunnen hiervoor ook geen leges meer in rekening worden gebracht. Als gevolg van de nieuwe wetgeving is voor de leges een nieuwe tarieventabel opgesteld. Er is voor gekozen om het VNG model zoveel als mogelijk te volgen. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Alle belastbare feiten die nu onder de Wabo in de tarieventabel zijn opgenomen, worden ook onder de Omgevingswet opgenomen, als daarvoor onder de Omgevingswet nog altijd leges mogen worden geheven. Als de VNG in de modelverordening daarvoor een artikel heeft uitgewerkt, dan is dat artikel van de VNG overgenomen. 2. Onder de Wabo zijn bepaalde belastbare feiten mogelijk, waarvoor onder de Omgevingswet geldt dat het niet meer mogelijk is om leges te heffen. Zo worden de vergunningen m.b.t. brandveilig gebruik onder de Omgevingswet omgezet naar een melding.
Voor meldingen mogen geen leges in rekening worden gebracht, zodat dergelijke artikelen niet meer in de nieuwe tarieventabel terugkeren. 3. In de VNG modelverordening staan ook belastbare feiten waarvoor onder de Wabo ook al wel leges mochten worden geheven, maar die de gemeente Roosendaal niet in de tarieventabel onder de Wabo had opgenomen. Dit zijn bestaande mogelijkheden waarvan de gemeente Roosendaal onder de Wabo al gebruik had kunnen maken, maar dat niet doet. Het uitgangspunt is om bestaand beleid in beginsel zo veel mogelijk voort te zetten, waardoor het slechts in een enkel geval voorkomt dat zo’n artikel in de nieuwe tabel is opgenomen. 4. Tot slot zijn er ook geheel nieuwe belastbare feiten in de modeltarieventabel van de VNG opgenomen. Dit zijn belastbare feiten die onder de Wabo eenvoudigweg niet mogelijk waren. Een goed voorbeeld betreffen de leges voor milieubelastende activiteiten. Dit is geheel nieuw onder de Omgevingswet en hier is ervoor gekozen om deze wel op te nemen. Waar nodig zijn de belastbare feiten zoals de VNG die had verwoord aangepast aan specifieke wensen vanuit de gemeente Roosendaal. Het gaat dan, bijvoorbeeld, om het hanteren van een gedifferentieerd tarief waar de VNG uitgaat van een nietgedifferentieerd tarief.
Dergelijke aanpassingen aan de belastbare feiten van het VNGmodel vloeien doorgaans voort uit de wens om de huidige opbouw van de belastbare feiten zo veel mogelijk te behouden, wanneer dit niet in strijd is met de nieuwe wetgeving. Voor het bepalen van de tarieven in de nieuwe legestabel onder hoofdstuk 2 zijn allereerst de kostprijzen bepaald. Op basis daarvan zijn de tarieven bepaald. Daarbij is ook gebruik
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
gemaakt van het principe van kruissubsidiëring. Kruissubsidiëring is het bewust tegen minder dan kostendekkende tarieven aanbieden van een dienst, om vervolgens het ‘verlies’ op die dienst weer terug te verdienen door tarieven voor andere diensten op een meer dan kostendekkend tarief te bepalen. De gemeente Roosendaal maakt ook in de huidige tarieventabel onder de Wabo al gebruik van kruissubsidiëring. Het is dan ook een voortzetting van de huidige manier van tarieven bepalen. In de bijgevoegde kostenonderbouwingen zijn de lasten en opbrengsten weergegeven van de leges. Voor hoofdstuk 2 wordt 2024 wordt een overgangsjaar waarin ervaring opgedaan wordt met de kosten/baten, capaciteit en dienstverlening. In de begroting dient dan ook rekening te worden gehouden met een grotere onzekerheidsfactor dan onder het huidige stelsel het geval is. Pas in de loop van 2024 zal een beter beeld ontstaan van de impact van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw op zowel de opbrengsten als de met de dienstverlening gemoeide lasten. f. Rioolheffing Via een brief van wethouder Van Gestel (zaaknummer 782482) is uw raad geïnformeerd over het uitstel van het Water- en RioleringsPlan 2024-2027 (WRP). Het WRP is de opvolger van het huidige Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2020-2023.
Dit plan is noodzakelijk om het stedelijk waterbeheer op orde te hebben en houden en dient tevens als onderbouwing voor de rioleringsheffing. Initieel was besluitvorming over het nieuwe WRP voorzien aan het eind van 2023. Het was echter nodig om deze planning bij te stellen. Naar verwachting kan de raad in april 2024 over het raadsvoorstel besluiten. Het huidige beleid uit het VGRP 2020-2023 kan worden voortgezet zo lang het nieuwe WRP nog niet is vastgesteld. Dat zou betekenen dat het tarief voor rioolheffing jaarlijks verhoogd wordt met de inflatiecorrectie (in 2024 5,2%) en daarbovenop nog met 0,5%. Dit zou neerkomen op een stijging van bijna € 20. Omdat het nieuwe WRP nog niet gereed is, wordt echter voorgesteld om het tarief in 2024 niet te verhogen ten opzichte van 2023. Het vaste tarief blijft daarmee € 350,77. Door het eenmalig bevriezen van het tarief is de storting in de voorziening rioleringsinvesteringen in 2024 lager dan geraamd. In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten en opbrengsten weergegeven. g. Afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing geldt naast het beginsel van 100% kostendekkendheid het principe van “de vervuiler betaalt”. In 2024 onttrekken we een bedrag van € 525.000 uit de voorziening Exploitatie Reinigingssector ter demping van het vaste tarief met ca. € 15.
Bij de Najaarsbrief 2022 is namelijk besloten om een deel van het positieve saldo - € 1,5 miljoen - in de voorziening Exploitatie Reinigingssector te storten, zodat we dit in de komende jaren kunnen aanwenden om het vaste tarief te dempen. Daarnaast onttrekken we een bedrag van € 200.000 uit de voorziening. In 2023 was een onttrekking uit de voorziening geraamd van vanwege de verplichting tot het aanleggen van ondergrondse GFT-E containers bij hoogbouw. Omdat de werkzaamheden vertraging oplopen schuiven zowel een deel van de lasten als een deel van de onttrekking (€ 200.000) door naar 2024. Volgens de berekening van de gesloten financiering komt het vaste tarief in 2024 uit op € 253 (tarief 2023: € 245). Dit betekent dat het tarief in 2024 stijgt met € 8.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Met betrekking tot de variabele tarieven (kosten per lediging) is het voorstel om deze in 2024 progressief te laten stijgen, zodat we inwoners stimuleren om nog minder restafval aan te bieden. De voorgestelde variabele tarieven zijn als volgt: het tarief voor het ledigen van een 240 liter restafvalcontainer: € 9,00 (2023: € 6,60); het tarief voor het ledigen van een 140 liter restafvalcontainer: € 5,25 (2023: € 3,85); het tarief voor elke inworp in een ondergrondse afvalcontainer van 60 liter: - 1 t/m 100 aanbiedingen, per aanbieding: € 1,50 - 101 t/m 200 aanbiedingen, per aanbieding: € 2,50 - 201 t/m 500 aanbiedingen, per aanbieding: € 3,50 - 501 en meer aanbiedingen, per aanbieding: € 4,50 (het tarief in 2023 bedraagt € 1,10 per inworp, ongeacht het totale aantal aanbiedingen) het tarief voor elke inworp in een ondergrondse container van 30 liter: - 1 t/m 100 aanbiedingen, per aanbieding: € 0,75 - 101 t/m 200 aanbiedingen, per aanbieding: € 1,25 - 201 t/m 500 aanbiedingen, per aanbieding: € 1,75 - 501 en meer aanbiedingen, per aanbieding: € 2,25 (het tarief in 2023 bedraagt € 0,55 per inworp, ongeacht het totale aantal aanbiedingen) In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten en opbrengsten weergegeven. h. en i. Parkeerbelastingen Voorgesteld wordt om de parkeertarieven voor het straatparkeren in 2024 te verhogen met € 0,15 per uur.
De tarieven voor het straatparkeren zijn sinds 2016 niet meer geïndexeerd. De verhoging is nodig om de exploitatie van de parkeergarages financieel sluitend te krijgen. Via een raadsmededeling is uw raad hierover geïnformeerd (zaaknummer 782186). De voorgestelde tariefsverhoging staat los van eventuele beleids- en tariefswijzigingen in de toekomst. Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voor 2024 door het Ministerie van BZK vastgesteld op € 76,70. Ter onderbouwing van het tarief dient door de raad het kostenbesluit aanslag naheffing parkeerbelasting te worden vastgesteld. In de bijgevoegde kostenonderbouwing zijn de lasten opgenomen. j. Kwijtscheldingsregeling Jaarlijks wordt de kwijtscheldingsregeling door de raad vastgesteld. Ten opzichte van de huidige kwijtscheldingsregeling 2023 zijn er geen wijzigingen opgenomen voor 2024. k. Verordening tot wijziging van de afvalstoffenverordening In de wijziging van de Afvalstoffenverordening worden de wettelijke grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd, zodat vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet doorgewerkt kan worden met deze verordening. Het betekent uitsluitend een juridisch-technische omzetting, waarbij géén inhoudelijke keuzes door de raad gemaakt hoeven te worden.
Kanttekeningen 1.1 Tarieven straatparkeren De raad besluit op 21 december 2023 over de wijziging van de tarieven voor het straatparkeren. Wanneer de raad heeft ingestemd met het voorstel om de tarieven te verhogen, kan Parkeerbeheer de borden waarop de tarieven vermeld staan aanpassen. Dit aanpassen van de borden zal hoogstwaarschijnlijk pas op 1 februari 2024 gereed zijn. Voor die tijd kunnen de nieuwe tarieven nog niet in rekening worden gebracht. Financiën In de programmabegroting 2024 (incl. aanbiedingsnota) is met de opbrengsten als gevolg van de genoemde tariefaanpassingen al rekening gehouden. Vanwege de nieuwe Omgevingswet is er wel sprake van een grotere onzekerheid voor wat betreft de kosten en opbrengsten die samenhangen met de dienstverlening in dat kader.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Communicatie Na vaststelling van de voorstellen worden de regelingen en verordeningen elektronisch bekend gemaakt op www.officielebekendmakingen.nl en wordt daarvan mededeling gedaan in de Roosendaalse Bode. De belastingverordeningen en tarieven worden ook gepubliceerd op de website van de BWB. Bijlagen 1. Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2024 2. Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024 3. Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2024 4. Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2024 5. Verordening op de heffing en invordering van leges 2024, incl. bouwkosten ROEB 2024 6. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024 7. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024 8. Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2024, incl. kaart 9. Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2024 10. Kwijtscheldingsregeling 2024 11. Verordening tot wijziging van de afvalstoffenverordening gemeente Roosendaal 12. Kostenonderbouwingen afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en marktgelden