06a Bijlage 3 OER omgevingsvisie roosendaal.pdf
Tekst van het document
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal
projectnummer 0466308.100 concept 7 december 2021
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 concept 7 december 2021
Auteurs J.J.E. Brécheteau, MSc drs. B. van Dijck R.J. Last, MSc M. Westland, MSc
Opdrachtgever Gemeente Roosendaal Stadserf 1 4701 NK ROOSENDAAL
datum vrijgave 07-12-2021
beschrijving revisie concept
gecontroleerd R.J. Last, MSc
vrijgave J.J. Verhoeven, MSc
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
1
Aanleiding en doel Aanpak van het OER Deelgebieden Beoordeling omgevingsvisie Aanscherpingen en adviezen Conclusie 11
1 1 2 6 9
1
Inleiding
13
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding M.e.r.-plicht Reacties op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Vervolgprocedure en mogelijkheden tot reactie Leeswijzer
13 14 15 17 18
2
De omgevingsvisie
19
2.1 2.2 2.3
Wat is een omgevingsvisie Het proces van de omgevingsvisie Samenvatting hoofdpunten omgevingsvisie
19 19 20
3
De rol van het OER
29
3.1 3.2
Doel van het OER Aanpak van het OER
29 29
Deel 1
35
4
Referentiesituatie
36
4.1 4.2 4.3 4.4
Ruimte Natuur en milieu Sociaal Verkeer en mobiliteit
36 45 67 70
5
Sterke stad: Inbreiden en transformeren bebouwd gebied
74
5.1 5.2
Rondje Roosendaal De Bulkenaar
74 84
6
Stadsrandzones: transformatie
87
6.1 6.2 6.3 6.4
Inleiding Stadsrandzone Zuidwest Stadsrandzone Zuid Stadsrandzone Oost
87 88 91 93
6.5
Stadrandzone Noordoost
96
7
Vitaal platteland en de dorpen
99
7.1 7.2 7.3 7.4
Inleiding Kenschets buitengebied Mogelijkheden en aandachtspunten voor nieuwe functies in buitengebied Kansen en aandachtspunten landbouwtransitie en duurzaam buitengebied
99 100 106 118
Deel 2
120
8
Gemaakte keuzes in de omgevingsvisie
121
8.1 8.2 8.3 8.4
Sterke stad Stadsrandzones Vitaal platteland en dorpen Langere termijnontwikkelingen
121 124 126 128
9
Beoordeling omgevingsvisie
130
9.1 9.2 9.3 9.4
Sterke stad Stadsrandzones Vitaal platteland en dorpen Langere termijnontwikkelingen
130 136 145 150
10
Slotbeschouwing
154
10.1 10.2 10.3 10.4 10.5
De omgevingsvisie en het OER Effecten van de omgevingsvisie als geheel Wisselwerking OER en omgevingsvisie Doorwerking, uitwerking en monitoring van de omgevingsvisie Conclusie
154 154 157 158 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Samenvatting Aanleiding en doel De gemeente Roosendaal werkt aan het opstellen van een omgevingsvisie. De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het toekomstige beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Hiermee stelt de gemeente kaders voor toekomstige ontwikkelingen. In het kader van de omgevingsvisie is het doorlopen van de procedure van de milieueffectrapportage (de m.e.r.-procedure) verplicht. In het kader van de m.e.r.-procedure wordt een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld, een milieueffectrapport voor een omgevingsvisie. Het OER heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie.
Aanpak van het OER Opbouw van het onderzoek Het OER is een hulpmiddel voor het maken van keuzes in de omgevingsvisie en zorgt ervoor dat deze keuzes met aandacht voor het belang van de fysieke leefomgeving worden gemaakt. Dit vraagt allereerst om een beoordeling van de effecten van de kaders voor de opgaven/ontwikkelingen die met de omgevingsvisie mogelijk worden gemaakt. Het OER draagt bij aan het keuzeproces, door eerst de kaders de opgaven/ontwikkelingen op hoofdlijnen te beoordelen en aandachtspunten mee te geven uit de referentiesituatie (deel 1) en vervolgens de gemaakte keuzes te beoordelen (deel 2). Deel 1: Aandachtspunten vanuit de fysieke leefomgeving voor opgaven/ontwikkelingen Vanuit de verkenning van de referentiesituatie worden aandachtspunten gegeven voor voorgenomen opgaven/ontwikkelingen uit de omgevingsvisie. Dit is gedaan op hoofdlijnen en gericht op het abstractieniveau van de omgevingsvisie, maar wel gesplitst voor de drie deelgebieden: Sterke Stad, Stadsrandzones en Vitaal Platteland. Deze beoordeling geeft inzicht in de gevolgen van de keuzes voor de gehele fysieke leefomgeving en de kansen en risico’s die optreden. Deel 2: Beoordeling ontwerp omgevingsvisie De te maken keuzes, zoals deze zijn opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie, worden beoordeeld.
De vragen die op dit beoordelingsniveau centraal staan zijn: ‘wat is het effect van de gemaakte keuzes in de omgevingsvisie op de leefomgeving van Roosendaal?’ en ‘wordt het gewenste streefbeeld gehaald met de huidige en beoogde ontwikkelingen?’. Hieruit volgen de belangrijkste onzekerheden, kansen en risico’s, de uitwerkingsopgave en de monitoringsopgave, en een aanzet tot een monitorings- en evaluatieprogramma om de omgevingsvisie periodiek te kunnen evalueren en actualiseren. ‘Foto van Roosendaal’ Om de gevolgen voor de omgeving te kunnen onderzoeken wordt gebruik gemaakt van een referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie in de gemeente Roosendaal wanneer het bestaand beleid (dus zonder de keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt) wordt voortgezet. De autonome trends en ontwikkelingen die al in gang zijn gezet horen bij die
Blad 1 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
referentiesituatie. In de ‘Foto van Roosendaal’ is deze referentiesituatie opgenomen. Waar nodig is de referentiesituatie in dit OER ten behoeve van het geven van een beoordeling of analyse aangevuld vanuit andere bronnen. Passende beoordeling Naast het OER wordt een passende beoordeling opgesteld. De omgevingsvisie bevat richtinggevende beleidskeuzes, waarvan niet op voorhand uit te sluiten is dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling van de omgevingsvisie te worden opgesteld. De gemeente Roosendaal heeft voor een aantal gebieden aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de opgaven uit de omgevingsvisie. De keuzes van de omgevingsvisie zijn passend beoordeeld (zie passende beoordeling in bijlage 1 bij deze rapportage). Op basis van de keuzes is in beeld gebracht welke risico’s en kansen er zijn voor Natura 2000-gebieden en of significante effecten gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk kunnen worden uitgesloten. Het beoordelingskader Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van een integraal beoordelingskader. Dit beoordelingskader bestaat uit vier thema’s voor de fysieke leefomgeving, zoals deze ook in de omgevingsvisie is opgenomen.
De zeven domeinen uit de Foto van Roosendaal, zijn allen te herleiden naar een van deze thema’s. Per thema wordt een beoordeling gegeven naar gelang van de verwachte impact van de ontwikkelingen. Elk van de thema’s omvat meerdere beoordelingsaspecten, de losse beoordelingsaspecten vormen tezamen een score per thema (figuur 0-1).
Deelgebieden De omgevingsvisie benoemd verschillende opgaven voor de gemeente Roosendaal als geheel maar heeft daarnaast ook aandacht voor de onderlinge verschillen per gebied. Daarom is er in de omgevingsvisie onderscheid gemaakt tussen drie deelgebieden waarbinnen verschillende vraagstukken spelen, namelijk; ‘sterke stad’, ‘stadsrandzones’ en ‘vitaal platteland en de dorpen’. Sterke stad Rondje Roosendaal omvat een verzameling van ontwikkelingen op locaties in het gebied in en rond de binnenstad en het station en omgeving van de stad Roosendaal (figuur 0-2). De binnenstad van Roosendaal is al lange tijd in ontwikkeling. Deze ontwikkeling is met name gericht op woningbouw en bijbehorende functies. Nieuwe ontwikkelingen die met de omgevingsvisie mogelijk worden gemaakt in Rondje Roosendaal zijn: 1. Station en omgeving (stationsgebied); 2. Laan van Brabant. Bestaande ontwikkelingen binnen Rondje Roosendaal staan hieronder opgesomd. Deze ontwikkelingen zijn onderdeel van de autonome situatie: 3. Stadsoevers; 4. Vlietpark; 5. Mariadal; 6. V&D locatie/Markt/ Nieuwe Markt.
Blad 2 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 0-1: De vier thema’s van de fysieke leefomgeving en de beoordelingsaspecten (bron: Omgevingsvisie Roosendaal)
Blad 3 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 0-2: Schematische weergave locaties Rondje Roosendaal (bron: Gemeente Roosendaal)
Stadsrandzones De gemeente wil in de omgevingsvisie de mogelijkheden en aandachtspunten verkennen voor de transformatie van de stadrandzones: ontwikkeling van de zones direct buiten de stad Roosendaal tot woon- of werklocaties. De stadsrandzone ten zuidwesten van de stad is gedefinieerd: de (in de toekomst vrijkomende) locatie van het huidige Bravis ziekenhuis. De stadsrandzones ten oosten en noordoosten van de stad zijn gedefinieerd door de gemeentegrens. Ten zuiden van de stad is de stadsrandzone minder scherp begrensd, hier is er een overgang naar het buitengebied.
Blad 4 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 0-3: Schematische weergave ligging stadsrandzones (begrenzingen zijn indicatief)
Binnen stadsrandzone Zuidwest ligt de Weihoek, een verscheidenheid aan sportvelden en het huidige Bravis ziekenhuis. De locatie van het Bravis ziekenhuis komt op langere termijn (10-15 jaar) vrij als het ziekenhuis is verplaatst naar de nieuwe locatie in de Bulkenaar. Voor de overige stadsrandzones onderzoekt het OER in hoeverre deze gebieden buiten de huidige functies ruimte kan geven aan andere functies zoals wonen, werken, recreëren, klimaatadaptatie en energietransitie, hoe stad en buitengebied beter verbonden kunnen worden en welke aandachtspunten/afwegingen dit geeft voor de bestaande waarden en functies in het gebied. Vitaal platteland en dorpen In het buitengebied en de dorpen spelen tal van opgaven. De landbouwsector werkt aan het verduurzamen van de landbouw en voor meer natuur. Daarbij willen we ook ruimte bieden voor nieuwe verdienmodellen door agrariërs, zodat de rekening voor de omslag niet bij hen wordt neergelegd. Met name op de zandgronden speelt verdroging én waterberging daarbij een belangrijke rol. In dorpen lopen bevolkingsaantallen terug en het voorzieningenniveau staat onder druk. Tegelijkertijd wordt voor gemeentebrede opgaven steeds vaker naar het buitengebied gekeken: opwekking van duurzame energie, ruimte geven voor klimaatadaptatie, meer ruimte geven voor recreatie en mogelijk ook voor kleinschalige woningbouwlocaties.
In het OER zijn de gewenste ontwikkelingen eerst per deelgebied beoordeeld om vervolgens als geheel beschouwd te worden.
Blad 5 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Beoordeling omgevingsvisie Ruimte Over het algemeen hebben de ontwikkelingen in de omgevingsvisie een positief effect op de ruimte. Een belangrijk onderdeel hiervan is de toevoeging van woningen en de ruimtelijke strategie die wordt ingezet door eerst in te breiden in bestaand stedelijk gebied. Indien blijkt dat de inbreidingslocaties onvoldoende zijn om aan de vraag te voldoen dan zal ook gekeken worden naar uitbreidingslocaties. Het effect dat de woningbouwopgave heeft op zowel de stadsrandzones als het vitaal platteland en de dorpen is afhankelijk van het programma dat wordt gerealiseerd binnen het Rondje Roosendaal. Hoe meer woningen binnen Rondje Roosendaal kunnen worden gerealiseerd door te optimaliseren in de verdichting, des te minder ruimte buiten het centrum benodigd is. Hoe meer invulling kan worden gegeven aan de woningbouwopgave in het Rondje Roosendaal, des te positiever dit is voor de ruimtelijke kwaliteit van de stadsrandzones en de dorpen. Een ander belangrijke onderdeel van de positieve effecten op ruimte is de aanpak van de openbare ruimte in Roosendaal. Hiermee wordt meer groen in het gebied gerealiseerd wat positief is voor de klimaatadaptiviteit, het vergroten van de biodiversiteit en de aantrekkelijkheid van woonmilieus binnen de stad. Ook bedrijvigheid is een belangrijk aspect van de ruimtelijke inrichting van Roosendaal.
Binnen elk van de drie gebiedsgerichte opgave is aandacht voor de ruimtelijke invulling van de bedrijvigheid. Binnen het Rondje Roosendaal wordt voornamelijk gericht op het concentreren van de winkels om een aantrekkelijker vestigingsklimaat te creëren voor ondernemers. In de stadsrandzones wordt in stadsrandzone Noordoost (tussen de bedrijventerreinen Borchwerf en Majoppeveld) bedrijvigheid toegevoegd. Door te kiezen voor deze stadsrandzone wordt rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit van de andere stadsrandzones en de passendheid van bedrijvigheid in die stadsrandzones. In het buitengebied wordt ruimte gegeven aan intensivering en transformatie van landbouw. Het toevoegen van bedrijvigheid (winkels) in de binnenstad, het ruimte geven aan bedrijven op bedrijventerreinen en ruimte geven aan intensivering en transformatie van landbouw stimuleert het vestigingsklimaat binnen Roosendaal. Binnen heel de gemeente Roosendaal is er aandacht voor het zichtbaarder maken van de cultuurhistorie en het opwaarderen van de openbare ruimte. Voor het bestaand stedelijk gebied is het opwaarderen van de openbare ruimte zoals eerder benoemd heel positief. Het transformeren van de stadsrandzones daarentegen brengt risico’s met zich mee voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de stadsrandzones.
Deze waarden kunnen (deels) verloren gaat wanneer ruimte moet worden gemaakt voor de ontwikkeling van woningen en bedrijvigheid. De ruimtelijke kwaliteit van de stadsrandzones kan daardoor mogelijk achteruit gaan. Door eerst in te zetten op inbreiding in Rondje Roosendaal worden de waarden in de stadsrandzones en in het buitengebied zo lang mogelijk behouden. Indien blijkt dat de inbreidingslocaties niet voldoende zijn om aan de vraag (bijvoorbeeld vanuit woningbouwbehoefte) te voldoen zal ook gekeken moeten worden naar uitbreidingslocaties. Als transformatie en uitbreiding aan de orde komt is het noodzakelijk om deze goed in te passen binnen de bestaande omgevingswaarden. Natuur en milieu Binnen Roosendaal neemt met name door de toevoeging van meer groen in de openbare ruimte de biodiversiteit en het klimaatadaptief vermogen van het stedelijk gebied toe. Daar staat tegenover dat bij transformatie van de stadsrandzones het groen en het klimaatadaptief vermogen afneemt door de toename van verhard oppervlak. Hetzelfde geldt voor transformatie van het buitengebied.
Blad 6 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Het toevoegen van woningen binnen Roosendaal en de stadsrandzones leidt tot meer bewoners in een milieubelast gebied. Dit vraagt om passende maatregelen ter voorkoming van ongewenste (gezondheids)effecten en milieuhinder. Om het risico op milieugehinderden te beperken is verdere uitwerking van maatregelen in ontwikkelplannen en programma’s benodigd en kan monitoring ingezet worden om een goed beeld te houden van de effecten van de ontwikkelingen en de toegepaste maatregelen. Met het toepassen van compenserende en mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten worden beperkt. De (algemene) ambities en doelstellingen in de omgevingsvisie hebben een positief stikstofeffect en dragen daarmee bij aan de daling van stikstofconcentraties en stikstofoverbelasting op de omliggende Natura 2000-gebieden. De omgevingsvisie leidt daarmee tot verbetering van de natuurkwaliteit van omliggende Natura 2000-gebieden en het dichterbij komen van het halen van instandhoudings- en verbeteringsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden. De beoogde gebiedsgerichte ontwikkelingen en opgaven kunnen op korte termijn en zonder aanvullende maatregelen leiden tot een toename van stikstofuitstoot en daarmee -depositie op omliggende Natura 2000-gebieden.
Door de toename van stikstofdepositie kan het behoud of de verbetering van de kwaliteit van het stikstofgevoelige habitattype en/of leefgebied van soorten in gevaar komen en worden de instandhoudingsdoelstellingen belemmerd. Er treedt mogelijk aantasting van de natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op. In tabel 0-1 zijn de verwachte risico’s op significante gevolgen op natura 2000-gebieden van de ontwikkelingen en opgaven in de omgevingsvisie weergegeven. Gezien de specificaties van deze ontwikkelingen en opgaven in dit stadium nog niet bekend zijn, zullen deze bij concretisering van de voorgenomen ontwikkelingen verder getoetst moeten worden. Tabel 0-1: Conclusie risico significante gevolgen/uitvoerbaarheid van de ontwikkelingen en opgaven in de omgevingsvisie Roosendaal. Beleidskeuzes/projecten in Risico significante gevolgen/uitvoerbaarheid de omgevingsvisie 1. Sterke stad (Rondje Het stikstofeffect is op voorhand zonder detailberekening niet exact in te Roosendaal) schatten en zal bij planvorming nog bepaald moeten worden. Op voorhand worden kansen gezien om met mitigerende maatregelen een eventuele stikstoftoename te salderen. Overige verstorende effecten op Natura 2000-gebieden worden niet verwacht gezien de afstand van Sterke Stad tot het dichtstbijzijnd gelegen Natura 2000gebied Brabantse Wal. 2.
Stadsrandzones Het stikstofeffect is op voorhand zonder detailberekening niet exact in te schatten en zal bij planvorming nog bepaald moeten worden. Op voorhand worden kansen gezien om met mitigerende maatregelen een eventuele stikstoftoename te salderen. Overige verstorende effecten op Natura 2000-gebieden worden niet verwacht gezien de afstand van de Stadsrandzones tot het dichtstbijzijnd gelegen Natura 2000-gebied Brabantse Wal. 3. Vitaal Platteland Het stikstofeffect is op voorhand zonder detailberekening niet exact in te schatten en zal bij planvorming nog bepaald moeten worden. Op voorhand worden kansen gezien om met mitigerende maatregelen een eventuele stikstoftoename te salderen. Vanwege de mogelijk geringe afstand tot het Natura 2000-gebied Brabantse Wal zijn er op dit Natura 2000-gebied mogelijk verstorende effecten van geluid, licht en trilling en optische verstoring en mechanische verstoring. Significante gevolgen van deze effecten zijn naar verwachting met mitigerende maatregelen te voorkomen. De andere Natura 2000-gebieden liggen voor wat betreft verstoring e.d. buiten het invloedsgebied.
Blad 7 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Hoeveel de stikstofdepositie bedraagt, is op voorhand zonder detailberekening niet goed in te schatten. Bij planvorming worden deze berekeningen gemaakt. Met aanvullende maatregelen (als bouwen met schoon materieel, saldering met verdwijnende stikstofbronnen) wordt realisatie aannemelijk geacht. Dit moet wel in de latere fasen van plan- en besluitvorming nader worden getoetst. Voor Vitaal platteland en de dorpen is het momenteel nog onduidelijk waar welke ontwikkelingen gaan plaatsvinden. De kans bestaat dat ontwikkelingen plaatsvinden in en nabij de Wouwse Plantage met naast effecten van stikstofdepositie mogelijk ook verstorende effecten op het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Welke effecten naast stikstofdepositie optreden, is afhankelijk van de type ontwikkelingen en de precieze locatie van deze ontwikkelingen. Gezien het feit dat beide aspecten in dit stadium nog niet bekend zijn, moet dit in de latere fasen van plan- en besluitvorming nader worden getoetst. Sociaal Om de gezondheid van inwoners te verbeteren is er met name in het Rondje Roosendaal aandacht voor de ruimtelijke inrichting van het openbare gebied. Deze moet mensen stimuleren om te bewegen. Dit leidt tot positieve gezondheid. Binnen het Rondje Roosendaal wordt dit gedaan door onder andere meer ontmoetingsplekken te creëren.
Binnen de gehele gemeente is daarnaast aandacht voor het versterken van het gevoel van veiligheid, door onder andere meer publiekstoegankelijke plekken en meer zichtbaarheid op straat. Ook het toevoegen van kleinschalige zorglandschappen draagt bij aan de (toekomstige) mentale zorgvraag. Al deze ontwikkelingen leiden tot een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid Over het algemeen zorgen de ontwikkelingen in de omgevingsvisie voor een positieve ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. Verkeer en mobiliteit De ontwikkelingen binnen Roosendaal leiden tot een toename van het aantal vervoersbewegingen in de gemeente. Er zijn in dat kader geen bereikbaarheidsknelpunten voorzien. Door terugdringing van het autogebruik in de binnenstad en de bereikbaarheid van andere modaliteiten (openbaar vervoer, langzaam verkeer) te bevorderen binnen Roosendaal wil de gemeente een modal shift (verandering van vervoerswijze) stimuleren. De stad wordt hiermee meer bereikbaar voor andere modaliteiten dan de auto. De autobereikbaarheid blijft voor de binnenstad blijft gehandhaafd. De modal shift is niet voorzien voor de stadsrandzones, het buitengebied en de dorpen. De omgevingsvisie zet daar tot 2030 niet specifiek in op andere vormen van modaliteit. In de stadsrandzones en het buitengebied neemt daardoor het autogebruik toe doordat hier wonen en bedrijvigheid wordt toegevoegd.
Een toename van verkeer leidt tot een mogelijk risico voor de verkeersveiligheid in de gemeente. Dit verdient nadere uitwerking, met name voor het stedelijk gebied, waar een modal shift is voorzien.
Blad 8 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Aanscherpingen en adviezen Sterke stad In het algemeen worden de volgende aandachtspunten en adviezen voor Sterke Stad gegeven: De woningbouwopgave voor de gemeente Roosendaal kan in verschillende gebieden gerealiseerd worden. Door inbreiding van Roosendaal wordt ruimte voor woningen vrijgemaakt. Er zijn echter ook veel andere ruimteclaims in het stedelijk gebied die beperkingen kunnen opleggen aan het realiseren van woningen. Dit zijn bijvoorbeeld de bedrijven op Borchwerf. Verder is er ruimte nodig om het gebied klimaatadaptiever te maken. Met monitoring kan worden bijgehouden hoeveel woningen al gerealiseerd zijn, of er wordt voldaan aan de behoeften aan de woningbouwmarkt en welke opgave er nog resteert. Tevens kan ook gekeken worden welke andere ruimtevragen er zijn en kunnen deze verschillende ruimtevragers goed op elkaar afgestemd worden. Zo kan op tijd bijsturing plaatsvinden als blijkt dat er bijvoorbeeld niet genoeg ruimte is om alle opgaven een plek te geven in de stad. De verschillende ontwikkelingen in Roosendaal hebben positieve effecten op het thema ruimte als ze in samenhang gerealiseerd worden. Bij het inbreiden van woningen is namelijk ook het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte belangrijk om een aangenaam verblijfsklimaat te realiseren.
Het is daarom van belang dat er parallel aan de woningbouw ontwikkelingen (die de aanjager voor ontwikkeling zijn) ook de andere thema’s goed worden meegekoppeld, zoals duurzaamheid, sport en gezondheid en de inrichting van de openbare ruimte. De aparte ontwikkelingen (zoals voornoemd de woningbouw) in Roosendaal brengen verschillende ruimteclaims met zich mee, welke, vragen om een goede onderlinge afstemming en uitwerking. Er kunnen gezondheidsrisico’s optreden als woningen gebouwd worden in de nabijheid van een drukke verkeersweg, het spoor of bedrijven. Naarmate de afstand tussen deze functies toeneemt, nemen de gezondheidsrisico’s af. Per woningbouwlocatie moet een afweging gemaakt worden op welke locaties woningen gebouwd worden. Er wordt hierbij aanbevolen om locaties te selecteren waar de milieugezondheidsrisico’s zo laag mogelijk zijn. Indien het bouwen van woningen in een relatief slechte milieusituatie niet te voorkomen is, dan moeten er mitigerende en compenserende maatregelen genomen worden die de milieugezondheidsrisico’s verlagen. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden om een slechte milieusituatie te compenseren door er een zeer aantrekkelijke openbare ruimte tegenover te stellen. Bij de ontwikkeling van het stationsgebied wordt bekeken of en hoe hoogbouw ingepast kan worden.
Dit kan leiden tot windhinder en vermindering van het aantal uren bezonning in de omgeving van de hoogbouw. Dit zijn aandachtspunten waarvoor kaders kunnen worden opgesteld waarbinnen de ontwikkeling van hoogbouw kan en mag plaatsvinden. In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat er ruimte moet worden geboden voor evenementen die passend zijn voor Roosendaal. Evenementen in de stad kunnen leiden tot hinder voor omwonenden. In de uitwerking hiervan kunnen randvoorwaarden uitgewerkt worden waarbinnen deze evenementen kunnen plaatsvinden. Randvoorwaarden kunnen gaan over specifieke locaties, de duur, hoeveelheid en openingstijden van evenementen. Voor het bouwen van functies in aandachtsgebieden kunnen maatregelen genomen worden ter bescherming van de personen die hier gaan verblijven. Eventueel wordt een voorschriftengebied in het omgevingsplan opgenomen. Bij transformatie van de stad is aandacht nodig voor de ontsluiting van verschillende vervoerswijzen. De omgevingsvisie heeft het voornemen om het autogebruik terug te dringen. De bereikbaarheid van andere modaliteiten moet goed zijn. Bij transformatie
Blad 9 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
kan bijvoorbeeld gemeten worden of het verzorgingsgebied van het openbaar vervoer bij transformatie niet afneemt, maar toeneemt, zodat het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd wordt. Door een toename van het aantal vervoersbewegingen neemt de verkeersveiligheid af. Bij herinrichting van de openbare ruimte verdient verkeersveiligheid extra aandacht.
Stadsrandzones In het algemeen worden de volgende aandachtspunten en adviezen voor de stadsrandzones gegeven: De woningbouwopgave voor de gemeente Roosendaal kan in verschillende gebieden gerealiseerd worden. In de stadsrandzones is veel ruimte voor woningen, maar is ook de vraag of al deze ruimte beschikbaar moet komen voor woningen. Er zijn namelijk ook andere opgaven waar ruimte aan gegeven moet worden, zoals bedrijven, klimaatadaptatie, energietransitie et cetera. Met monitoring kan worden bijgehouden hoeveel woningen al gerealiseerd zijn, of er wordt voldaan aan de behoeften van de woningbouwmarkt en welke opgave er nog resteert. Tevens kan ook gekeken worden welke andere ruimtevragen er zijn en kunnen deze verschillende ruimtevragers goed op elkaar afgestemd worden. Zo kan op tijd bijsturing plaatsvinden als blijkt dat er bijvoorbeeld niet genoeg ruimte is om alle opgaven een plek te geven in de stadsrandzones. Het inpassen van stedelijke functies in de stadsrandzones is een risico voor landschappelijke en cultuurhistorische waarden; deze kunnen (gedeeltelijk) verloren gaan. Houdt in het stedelijk ontwerp rekening met deze waarden door bestaande landschappelijke lijnen (beken, wegen, turfvaarten, dijken, verkavelingen) te behouden en te accentueren.
Een geleidelijke overgang tussen het stedelijke en open/weidse van het buitengebied kan gecreëerd worden door minder dichtheid aan de rand van de stadsrandzone te realiseren en die dichtheid en de hoogte van de bebouwing te laten oplopen richting het centrum van de stad. Ook kan gedacht worden aan het realiseren van groene/blauwe aders die vanuit het buitengebied de stad inlopen. Heb ook aandacht voor langzaam verkeer verbindingen die de stad met het buitengebied ontsluiten zodat het buitengebied goed toegankelijk blijft voor bewoners van de stad. Te denken valt aan hoogwaardige, doorgaande fietsverbindingen. In het kader van klimaatadaptatie is het wenselijk om nieuwe bebouwing zoveel mogelijk op de hogere gronden te realiseren. De kansen op wateroverlast in de toekomst zijn hier lager dan op de lagere gronden. Verder wordt aanbevolen om de verharding in de stadsrandzones zoveel mogelijk te beperken, door bijvoorbeeld het toepassen van waterdoorlaatbare materialen op parkeerplaatsen en groene daken. Er kunnen gezondheidsrisico’s optreden als woningen gebouwd worden in de nabijheid van een drukke verkeersweg, het spoor of bedrijven. Naarmate de afstand tot deze functies toeneemt, nemen de gezondheidsrisico’s af. Per stadsrandzone moet een afweging gemaakt worden op welke locaties woningen gebouwd worden.
Er wordt hierbij aanbevolen om locaties te selecteren waar de milieugezondheidsrisico’s zo laag mogelijk zijn. Voor het bouwen van kwetsbare functies in aandachtsgebieden kunnen maatregelen genomen worden. Eventueel wordt een voorschriftengebied in het omgevingsplan opgenomen. Bij transformatie van de stadsrandzones is aandacht nodig voor de ontsluiting van verschillende vervoerswijzen. Zorg ervoor dat het verzorgingsgebied van het openbaar vervoer van de gemeente bij transformatie van de stadsrandzones niet afneemt, maar toeneemt, zodat het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd wordt. Heb ook
Blad 10 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
aandacht voor de verbindingen naar het buitengebied en naar het centrum voor langzaam verkeer. Er liggen in de stadsrandzones kansen om invulling te geven aan het thema duurzaamheid. De stadsrandzones zijn in beeld als mogelijke locatie voor duurzame energieopwekking, bijvoorbeeld het toepassen van zon op dak. Ook kan, net als in Rondje Roosendaal, ingezet worden op CO2 neutraal vervoer. Er kunnen voor de stadsrandzones afzonderlijke ontwikkelplannen worden opgesteld waarin de transformatie nader wordt onderzocht en uitgewerkt. Hierin kunnen de adviezen en aandachtspunten meegenomen worden.
Vitaal platteland en de dorpen In het algemeen worden de volgende aandachtspunten en adviezen voor Vitaal platteland en de dorpen gegeven: Belangrijk aandachtspunt bij nieuwe woningen in dorpen en kleinschalige woonmilieus in het buitengebied zijn de aanwezige cultuurhistorische (bijvoorbeeld het bestaand doprsgezicht) en landschappelijke waarden. Deze dienen in beeld te zijn en te worden meegenomen in het ontwerp om ze te behouden of te versterken, anders lopen deze waarden het risico (gedeeltelijk) te verdwijnen. De aantrekkelijkheid van een woning in het buitengebied/dorp is voor een groot deel ruimtelijk. Toch is de grootste opgave in de woningvraag die naar betaalbare starterswoningen. Betrek ook kwalitatieve behoefte bij het realiseren van de woningbouwopgave in het buitengebied. Woningbouw in de dorpen kan eerder nodig zijn dan nu in de omgevingsvisie is opgenomen. Indien blijkt dat de woningbouwbehoefte groter is dan nu is ingeschat dan zal gekeken moeten worden naar locaties in de dorpen en in het buitengebied. Uiteraard dient zorgvuldig beoordeeld te worden of de woningbouw ruimtelijk kan worden ingepast op de betreffende locaties. Er wordt in de omgevingsvisie geen notie gemaakt van aandacht voor openbaar vervoer in het buitengebied.
Het toevoegen van woningen en het aantrekkelijk èn duurzamer maken van de dorpen betekent echter dat hier wel een vraagstuk ligt, aangezien het openbaar vervoergebruik erg laag ligt. De kans bestaat dat ontwikkelingen plaatsvinden in en nabij de Wouwse Plantage met naast effecten van stikstofdepositie mogelijk ook verstorende effecten op het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Welke effecten naast stikstofdepositie optreden, is afhankelijk van de type ontwikkelingen en de precieze locatie van deze ontwikkelingen. Gezien het feit dat beide aspecten in dit stadium nog niet bekend zijn, moet dit in de latere fasen van plan- en besluitvorming nader worden getoetst. In de omgevingsvisie wordt gesproken over inbreiding in dorpen. In de kaart van de provinciale Interimverordening zijn gebieden aangewezen waar ‘verstedelijking afweegbaar’ is. De provincie heeft bij de dorpen dit soort gebieden ook aangegeven. Dit wil echter niet zeggen dat de gemeente de verstedelijking van deze gebieden zonder meer kan realiseren. De gemeente moet ontwikkelingen in dit soort gebieden planologisch goed onderbouwen en aantonen, dat de ontwikkeling goed inpasbaar is, en dat er ook behoefte aan is.
Conclusie Het OER heeft als doel het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Het OER en het opstellen van de omgevingsvisie is een samen oplopend proces geweest. Door vanuit het OER de impact van de ontwikkelingen te beoordelen heeft het
Blad 11 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
omgevingsbelang een rol gespeeld in het vormgeven van deze ontwikkelingen. Vervolgens is de omgevingsvisie als geheel beschouwd in het OER. Aan de hand van de vier thema's die gezamenlijk de gehele leefomgeving beslaan is de effectbeoordeling opgesteld. De kansen en risico’s die hieruit voort zijn gekomen vormen de aandachtspunten voor nadere uitwerking in het omgevingsbeleid, zoals programma’s en het omgevingsplan. Al met al zorgt de omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal voor positieve effecten op de leefomgeving, maar zijn er ook een aantal risico’s. Er dient in de uitwerking van de omgevingsvisie aandacht te zijn voor het beperken of wegnemen van de risico’s voor de leefomgeving. Daarnaast kan bij de uitwerking een stapje extra worden gezet voor de optimalisatie en het grijpen van kansen. In het OER zijn hiervoor aanbevelingen gedaan.
Blad 12 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Roosendaal (zie figuur 1-1) werkt aan het opstellen van een omgevingsvisie. De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het toekomstige beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Hiermee stelt de gemeente kaders voor toekomstige ontwikkelingen.
Figuur 1-1: Ligging gemeente Roosendaal en de kernen van Roosendaal (bron: Gemeente Roosendaal)
In het kader van de omgevingsvisie is het doorlopen van de procedure van de milieueffectrapportage (de m.e.r.-procedure) verplicht (zie paragraaf 1.2). In het kader van de m.e.r.-procedure wordt een omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld, een milieueffectrapport voor een omgevingsvisie. Het OER heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Het OER voor de omgevingsvisie Roosendaal is in twee delen opgesteld: Deel 1: Analyse “aan de voorkant” van aandachtspunten vanuit de fysieke leefomgeving voor de omgevingsvisie. Dit deel beslaat de hoofdstukken 4 tot en met 7; Deel 2: Onderzoek en toets “aan de achterkant” van ambities, opgaven, afwegingen en keuzes in de omgevingsvisie. Dit deel beslaat de hoofdstukken 8 tot en met 10.
Blad 13 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
1.2
M.e.r.-plicht In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bij kaderstellende plannen voor (mogelijk) m.e.r.plichtige activiteiten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen moet worden. Daarnaast volgt een m.e.r. plicht uit de Wet natuurbescherming, omdat niet op voorhand is uit te sluiten dat ontwikkelingen uit de omgevingsvisie leiden tot significant negatieve effecten op Natura-2000-gebieden. In de Omgevingswet worden alle omgevingsvisies m.e.r.-plichtig. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming mee te nemen. De omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal wordt kaderstellend1 voor toekomstige ontwikkelingen en is daardoor m.e.r.-plichtig. De m.e.r.-plicht houdt in dat een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, met als onderdeel van deze procedure een milieueffectrapport waarin de beslisinformatie beschreven is. In het kader van omgevingsvisies wordt dit ook wel omgevingseffectrapport (OER) genoemd, omdat de omgevingsvisie, en dus ook het OER, gaat over de gehele fysieke leefomgeving (zie onderstaand kader). OER in plaats van MER In het kader van een m.e.r.-procedure wordt een milieueffectrapportage (MER) opgesteld, een rapport waarin de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling worden onderzocht en beoordeeld. MER is door jarenlang gebruik een gangbaar begrip.
Maar het dekt niet helemaal de lading van een effectenonderzoek bij een omgevingsvisie. Een omgevingsvisie gaat over alle aspecten van de fysieke leefomgeving. In een effectenonderzoek voor omgevingsvisie wordt dan ook breder gekeken dan naar alleen milieueffecten, bijvoorbeeld ook naar gezondheid of sociale aspecten. Vandaar dat in het kader van een omgevingsvisie vaak gesproken wordt van een omgevingseffectrapportage (OER) in plaats van een milieueffectrapportage (MER).
Naast de verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure is het OER een instrument in het visievormingsproces om keuzes af te wegen. Het OER biedt inzichten in de ontwikkelrichtingen en de effecten die deze keuzes hebben op de fysieke leefomgeving. Het OER kan ook aanbevelingen doen voor bepaalde keuzes ten behoeve van de fysieke leefomgeving. Bij het opstellen van de omgevingsvisie voor Roosendaal is het OER een keuzehulp. Beide processen (het opstellen van een omgevingsvisie en een OER) vinden parallel plaats. Het OER is geen besluit In het OER worden geen keuzes gemaakt, dat gebeurt in de omgevingsvisie. Het OER brengt de effecten en aandachtspunten van mogelijke keuzes in de omgevingsvisie in beeld. Mede op basis van de onderzoeksresultaten van het OER kunnen afwegingen en keuzes in de omgevingsvisie zorgvuldig worden gemaakt. Dit gebeurt door de gemeenteraad bij vaststelling van de omgevingsvisie op basis van een voorstel door het College van B&W in de inspraakreacties/zienswijzen hierop.
1 Het op hoofdlijnen vaststellen van beleid en aangeven van de grenzen waarbinnen bestuurlijk bevoegdheden mogen
worden uitgevoerd is kaderstellend.
Blad 14 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
1.3
Reacties op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau De m.e.r.-procedure is begin 2021 gestart met het opstellen van een startdocument, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD is beschreven wat in het OER is onderzocht en op welke manier. De NRD is als bijlage 2 bij dit OER opgenomen. De NRD heeft in de periode van 8 februari tot en met 8 maart 2021 ter inzage gelegen. Eenieder is toen in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op welke manier het OER moet worden uitgevoerd: wat wordt onderzocht (de reikwijdte) en op welke manier worden de milieueffecten in beeld gebracht (detailniveau). Er zijn vier reacties ontvangen op de NRD: twee reacties van vooroverlegpartijen (Prorail en Veiligheidsregio), twee van inwoners van Roosendaal. In de “Inspraaknota reacties NRD” is een reactie gegeven op de reacties en is beschreven hoe hiermee is omgegaan in het OER en de omgevingsvisie (zie bijlage 3 bij dit OER). Hieronder is een samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten opgenomen. Prorail en de Veiligheidsregio vragen in hun reacties om het meenemen van hun belangen in de Omgevingsvisie en vragen om aandacht in de Omgevingsvisie en het OER voor milieuaspecten langs het spoor (geluid, trillingen, veiligheid) en voor veiligheid in het algemeen en fysieke veiligheid in het bijzonder.
Reactie: In het OER wordt aandacht besteed aan de milieuaspecten langs het spoor en aan veiligheidsaspecten. Dit gebeurt wel globaal en op het abstractieniveau van de omgevingsvisie en Roosendaal als geheel en gericht op aandachtspunten voor afwegingen en keuzes in de omgevingsvisie. Er worden geen concrete locaties onderzocht en geen berekeningen aan bijvoorbeeld geluid, trillingen en externe veiligheid gedaan. Eén inwoner stelt in reactie op de NRD dat de NRD in strijd is met de structuurvisie en dat in de NRD ten onrechte de voorgenomen ziekenhuis-ontwikkeling bij de Bulkenaar als autonome ontwikkeling wordt gezien, omdat er nog geen besluit is genomen en geen bestemmingsplan is vastgesteld. Inspreker stelt dat de ontwikkeling in de omgevingsvisie moet worden afgewogen en in het OER moet worden onderzocht. Reactie: Het is onduidelijk is waarom de inspreker van mening is dat de NRD in strijd is met de Structuurvisie. De NRD is het startdocument van de m.e.r.-procedure en beschrijft de onderzoeksaanpak in het OER bij de op te stellen omgevingsvisie. Als bedoeld wordt dat de omgevingsvisie in strijd is met de Structuurvisie wordt gesteld dat de omgevingsvisie juist een actualisatie en herijking is van het ruimtelijk beleid uit de Structuurvisie aangevuld met overige aspecten uit de fysieke leefomgeving.
In een herijking kunnen en mogen nieuwe beleidsuitgangspunten gesteld worden door bij voorbeeld veranderingen in wet- en regelgeving en beleid, voortschrijdende inzichten en veranderingen in maatschappelijke opgaven en ambities. Ten aanzien van de Bulkenaar is het inderdaad correct dat er voor een ziekenhuis bij de Bulkenaar nog geen bestemmingsplan is vastgesteld. Echter, de raad heeft al de Gebiedsvisie vastgesteld, het college heeft een voorontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht en er is een voorkeursrecht gemeente gevestigd. In het kader van het bestemmingsplan is een milieueffectrapportage opgesteld. Gezien dit aparte traject, wordt dit in het OER bij de omgevingsvisie niet nogmaals onderzocht. In het OER wordt de ontwikkeling van een nieuw ziekenhuis in de Bulkenaar dan ook niet als gegeven beschouwd, maar als reeds in een ander traject/procedure onderzochte ontwikkeling.
Blad 15 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Eén inwoner vraagt in reactie op de NRD om meer aandacht voor het buitengebied in de omgevingsvisie en het OER. Er moet niet alleen gezocht worden naar mogelijkheden in het buitengebied voor nieuwe “stedelijke” functies met negatieve effecten, maar ook naar mogelijkheden in de stad zelf voor deze functies. Bijvoorbeeld geen zonneparken in het buitengebied, maar zonnepalen op daken in de stad, op bedrijven en op taluds langs de snelweg. Inspreker vraagt ook aandacht voor negatieve effecten van teeltondersteunende voorzieningen in het buitengebied. De inspreker vraagt aandacht voor de bescherming en versterking van de waarden in het buitengebied, bijvoorbeeld op het gebied van natuur/biodiversiteit, water, landschap. Dit ook vanuit het bevorderen van gezondheid. Reactie: In de omgevingsvisie en het OER wordt breed aandacht besteed aan het buitengebied. Niet alleen als “overloop” van of zoekgebied voor de stad, maar juist ook vanuit de waarden en kwaliteiten in het buitengebied zelf. Het is zeker niet de insteek om stedelijke ontwikkelingen met negatieve effecten die ongewenst zijn in de stad naar het buitengebied te verplaatsen. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden en aandachtspunten voor het uitbreiden van wonen en recreëren in het buitengebied, maar ook en in samenhang met behoud en versterking van waarden in het buitengebied voor bijvoorbeeld landschap, natuur en water.
Dit ook vanuit de wens om positieve gezondheid te bevorderen. Er wordt ingegaan op de mogelijkheden voor vergroting van natuurwaarden, recreatiemogelijkheden en maatregelen in het kader van klimaatadaptatie (meer ruimte voor water en groen). Specifiek voor zonnepanelen hanteert de gemeente de zonneladder: eerst op dak en/of in stedelijke omgeving, pas daarna in het buitengebied. Maar de energieopgave van de gemeente is dusdanig groot dat ruimte moet worden gegeven aan zonneparken buiten de stad. In het OER worden de waarden van het buitengebied beschreven en wordt ingegaan op knelpunten en bedreigingen. Ook wordt specifiek ingegaan op teeltondersteunende voorzieningen.
Blad 16 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Wijzigingen OER ten opzichte van de NRD In de NRD is globaal en op hoofdlijnen de onderzoeksaanpak in het OER beschreven. Deze aanpak is in dit OER verder uitgewerkt. Ten opzichte van de voorgestelde aanpak in de NRD zijn er twee wijzigingen: De aanpak van het OER bestaat uit twee delen: o Deel 1: Analyse “aan de voorkant” van aandachtspunten vanuit de fysieke leefomgeving voor de omgevingsvisie; o Deel 2: Onderzoek en toets “aan de achterkant” van ambities, opgaven, afwegingen en keuzes in de omgevingsvisie. Aanpassing van zeven naar vier domeinen: In de NRD werd nog uitgegaan van opgaven en onderzoek in zeven hoofddomeinen (in willekeurige volgorde): Veiligheid, Gezondheid en Milieu, Natuur en Omgeving, Klimaat en Energie, Wonen en voorzieningen, Economie, Mobiliteit en infrastructuur. In het kader van het opstellen van de voorontwerp omgevingsvisie is dit teruggebracht naar vier domeinen, om overlap tussen domeinen zoveel mogelijk te voorkomen. De vier domeinen zijn: o Ruimte; o Natuur en Milieu; o Sociaal; o Verkeer en mobiliteit. De onderliggende aspecten zijn herverdeeld, maar verder hetzelfde gebleven. De herverdeling van aspecten is als uitgangspunt gebruikt in deze rapportage. Inhoudelijk heeft deze aanpassing geen gevolgen voor de beoordeling van deze aspecten.
In dit kader is wel heroverwogen of een dashboard een geschikte manier is om de beoordelingen te visualiseren. Er is uiteindelijk voor gekozen om de beoordelingen van de domeinen niet in een dashboard weer te geven omdat daarmee het onderscheid tussen de aspecten niet zichtbaar wordt en daarmee dus een vertekend beeld kan ontstaan van de beoordeling.
1.4
Vervolgprocedure en mogelijkheden tot reactie Deel 1 van het OER is een analyse van aandachtspunten voor de omgevingsvisie. Dit heeft als input gediend voor het opstellen van de voorontwerp omgevingsvisie. De voorontwerp omgevingsvisie heeft van 5 juli tot en met 6 augustus 2021 ter inzage gelegen. Een ieder heeft de mogelijkheid gehad om op de voorontwerp omgevingsvisie te reageren. Mede op basis van de reacties is de voorontwerp omgevingsvisie in de zomer van 2021 verder uitgewerkt tot ontwerp omgevingsvisie. In het kader hiervan is deel 2 van het OER opgesteld waarin afwegingen en keuzes in de ontwerp omgevingsvisie verder zijn onderzocht en getoetst. Het complete OER (deel 1 en deel 2 tezamen) wordt samen met de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd. Een ieder kan op de ontwerp omgevingsvisie en het OER reageren, middels het indienen van een zienswijze. Ook wordt in deze periode het OER getoetst door de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.). Dit is een onafhankelijk toetsende organisatie die toetst of het OER juist en volledig is en daarmee of het milieubelang zorgvuldig is betrokken in de plan- en besluitvorming. De zienswijzen en het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. worden betrokken bij de vaststelling van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad van Roosendaal (streven: eind 2021).
Blad 17 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
1.5
Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd: Na dit inleidende hoofdstuk 1, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de omgevingsvisie, de basis voor het onderzoek in het OER; Hoofdstuk 3 beschrijft de opbouw van en onderzoeksmethodiek in het OER; Deel 1: o In hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van de referentiesituatie: hoe ziet Roosendaal er uit voor de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en wat zijn ontwikkelingen en trends. o In hoofdstuk 5 tot en met 7 worden voor de drie deelgebieden: Sterke stad (Hoofdstuk 5), Stadsrandzones (Hoofdstuk 6) en Vitaal platteland en de dorpen (Hoofdstuk 7) aandachtspunten gegeven vanuit de fysieke leefomgeving voor mogelijke ontwikkelingen. Daarmee eindigt deel 1 van het OER dat als input heeft gediend bij het opstellen van de voorontwerp omgevingsvisie. Deel 2: o In hoofdstuk 8 wordt beschreven welke keuzes er in de omgevingsvisie zijn gemaakt. o In hoofdstuk 9 worden deze keuzes beoordeeld aan de hand van effecten op de fysieke leefomgeving. Op basis hiervan worden ook adviezen gegeven voor het uitwerken van deze keuzes na de vaststelling van de omgevingsvisie. o In hoofdstuk 10 wordt een slotbeschouwing gegeven waarin de belangrijkste keuzes, adviezen en aandachtspunten aan bod komen.
Blad 18 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
2
De omgevingsvisie
2.1
Wat is een omgevingsvisie Op 1 juli 2022 treedt, naar verwachting, de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Met de invoering van de Omgevingswet2 worden nieuwe instrumenten voor ruimtelijke ordening geïntroduceerd. Een van de instrumenten van deze nieuwe wet is de omgevingsvisie, de vervanger van de structuurvisie en (gedeeltelijk) van thematische visies en beleidsplannen. Een omgevingsvisie is een integrale visie waarin de overheid de strategische hoofdkeuzes van beleid, gericht op de fysieke leefomgeving, voor de langere termijn opneemt. Veelal zijn gemeentelijke beleidskaders nu nog gericht op één of enkele onderdelen van de ruimtelijke ordening. Een omgevingsvisie heeft echter betrekking op alle aspecten van de fysieke leefomgeving, aansluitend bij de reikwijdte van de Omgevingswet, te weten, beleid op het gebied van milieu, mobiliteit, gezondheid, veiligheid, natuurlijke omgeving en energie. De integrale benadering betekent ook dat een omgevingsvisie geen optelsom is van losse beleidsvisies van verschillende domeinen. Gemeenten hebben de verplichting om uiterlijk in 2024 een omgevingsvisie te hebben vastgesteld, die voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt.
De omgevingsvisie in de Omgevingswet Volgens de Omgevingswet bevat een omgevingsvisie: Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.
2.2
Het proces van de omgevingsvisie De omgevingsvisie wordt opgesteld door de gemeente Roosendaal. In oktober 2019 is de procesaanpak voor de omgevingsvisie vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders3. Op 23 juni 2020 zijn de startdocumenten vastgesteld door het College van B&W4. Deze startdocumenten (de Foto van Roosendaal, een Omgevingskader, een samenspraakplan en een beleidsagenda) vormen de basis om verder te werken aan de omgevingsvisie. Het streven is dat de definitieve vaststelling van de omgevingsvisie mogelijk is in het najaar van 2021. De Foto van Roosendaal Om de omgevingsvisie zo optimaal mogelijk te kunnen benutten is van belang om de huidige stand van zaken van de fysieke leefomgeving in beeld te brengen. De gemeente Roosendaal heeft dit gedaan in de Foto van Roosendaal. Hierin is een nulmeting van de gemeente opgenomen en zijn de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen van de gemeente beschreven. In de Foto zijn zeven hoofdthema’s (domeinen van de leefomgeving) benoemd die als basis worden genomen voor het ontwikkelen van de omgevingsvisie. Deze thema’s zijn: ‘gezondheid en milieu’, ‘natuur en omgevingskwaliteit’, ‘klimaat en energie’, ‘wonen en voorzieningen’, ‘economie’, ‘mobiliteit
2
Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking.
3 Zie hiervoor: https://raad.roosendaal.nl/documenten/Raadsmededeling/62-2019-Omgevingsvisie.pdf 4 Zie hiervoor: https://raad.roosendaal.nl/documenten/Raadsmededeling/35-2020-Startdocumenten-Omgevingsvisie.pdf
Blad 19 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
en infrastructuur’ en ‘veiligheid’. De Foto van Roosendaal is te downloaden op de website van de gemeente5. Omgevingskader In het omgevingskader is het huidige beleid en zijn de bestaande visies met betrekking tot de fysieke leefomgeving in beeld gebracht. Dit vormt samen het geldende kader voor de integrale belangenafwegingen die voor de omgevingsvisie gemaakt moeten worden. Ook zijn de sturingsprincipes in het omgevingskader opgenomen, waaronder ook de rol- en taakverdeling tussen overheden en andere partijen. Het Omgevingskader is te downloaden op de website van de gemeente6. Samenspraakplan In het samenspraakplan is de wijze waarop externe partijen en inwoners zijn betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie beschreven. De uitdaging bij de samenspraak lag bij het verkrijgen van een zo representatief en divers mogelijk beeld van de verschillende opvattingen binnen de gemeente. Omdat de traditionele inspraak vaak leidt tot een te eenzijdig beeld is er een vernieuwend proces ontwikkeld met diverse vormen van samenspraak. Op deze manier zijn de meningen van veel Roosendalers verzameld. De resultaten van de samenspraak zijn zoveel mogelijk verwerkt in de omgevingsvisie. Beleidsagenda De beleidsagenda gaat in op de het te actualiseren of te ontwikkelen beleid waarop in de omgevingsvisie kan worden ingezet. Dit is onderdeel van de samenspraak.
Deze verschillende documenten hebben de basis gevormd voor het opstellen van de omgevingsvisie. Relatie tot de parallelle sporen Het College van B&W werkt samen met andere overheden aan een Regionale Investeringsagenda en de proposities Sterke Steden en Vitaal Platteland die ook voor de omgevingsvisie relevant zijn. Een ander parallel spoor is het opstellen van de Regionale Energie Strategie (RES). Roosendaal zal, wanneer de RES voor de RES-regio West-Brabant definitief is ook invulling geven aan een deel van de regionale energie-opgave. De wijze zal invloed hebben op de fysieke leefomgeving en heeft daarom ook een plaats gekregen in de omgevingsvisie. Voor een uitgebreidere beschrijving van de uitgangspunten en parallelle sporen wordt verwezen naar de omgevingsvisie.
2.3
Samenvatting hoofdpunten omgevingsvisie In de voorontwerp omgevingsvisie zijn ambities, leidende principes en opgaven benoemd. Dit is gedaan mede op basis van de beschrijving van het “DNA” van Roosendaal, de huidige situatie en het huidige beleid, toekomstige ontwikkelingen en trends, en de samenhang met parallelle sporen (hoofdstuk 2 van de voorontwerp omgevingsvisie).
5 Zie hiervoor: https://roosendaal.nl/de-toekomst-roosendaal 6 Zie hiervoor: : https://roosendaal.nl/de-toekomst-roosendaal
Blad 20 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
In de voorontwerp omgevingsvisie wordt het volgende gesteld over de staat van Roosendaal: Wonen: ‘een inhaalslag is nodig’ Het is aangenaam wonen en recreëren in Roosendaal; De groei van Roosendaal blijft wel achter bij de regio; Er is weinig doorstroming en er wordt onvoldoende voorzien in de toenemende behoefte aan; woningen voor kleinere huishoudens en zorggeschikt wonen. Gezondheid en milieu ‘kan beter’ De publieke gezondheid en het milieu staan, mede door de bestaande infrastructuur, op diverse manieren onder druk, bijvoorbeeld door stikstof en fijnstof in de lucht en geluidsoverlast; Verdroging vormt een grote uitdaging; De biodiversiteit staat onder druk; Door klimaatverandering neemt de kans op hittestress en wateroverlast toe. Economie ‘in de kern sterk, maar op onderdelen kwetsbaar’ Roosendaal heeft een sterke economische positie door haar gunstige ligging en goede bereikbaarheid; Het aandeel lager geschoolden ligt substantieel hoger dan in vergelijkbare steden, de arbeidsparticipatie is laag en de kloof op de arbeidsmarkt groeit.
Als kansen worden in de voorontwerp omgevingsvisie onder andere gezien: De strategische ligging; Samenwerking in het kader van Sterke Steden; Bijdrage kunnen leveren aan het landelijk woningtekort; Verduurzaming van de woningen; De sterke logistieke sector; De vestiging van een nieuw regionaal ziekenhuis; De recreatieve functie voor de omgeving. Daarnaast worden de volgende trends als aandachtspunten benoemd: Verstedelijking en concentratie; Migratie; Suburbanisatie en nieuwe vormen van mobiliteit; Geopolitieke veranderingen; Technologisering en robotisering, maar ook behoefte aan vakmanschap ; Verduurzaming; Klimaatadaptatie; Vergrijzing en kleinere huishoudens; Digitalisering. Het hoofdmotto van de omgevingsvisie is: Roosendaal de verbonden stad: Een gemeente waarbinnen inwoners en bedrijven, stad, wijken en dorpen met elkaar verbonden zijn; Verbonden met de omgeving. Voor de omgevingsvisie zijn vanuit het hoofdmotto drie leidende principes benoemd:
Blad 21 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Stad van de menselijke maat Geluk; Positieve gezondheid; Veilig en aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Balans mens en natuur Duurzaamheid; Meer groen in de stad, meer in het groen; Balans tussen het bebouwde gebied, de landbouw, de natuur en de recreatie; Ruimte voor natuur, water en recreatie; Klimaatadaptief; Biodivers. Ruimte voor talent en ondernemerschap Sterke economie; Centraal in de regio, verbonden met Europa; Aanpakken, innoveren en opschalen. Vanuit ambitie, opgaven en kansen zijn drie overkoepelende (hoofd)opgaven benoemd: Inspelen op (extra) groei Niet alleen eigen groei, maar ook ruimte bieden aan overloop uit de Randstad; Inbreiden in de bestaande stad, maar ook kijken naar uitbreidingen in de stadrandzones. Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid Meer groen in de stad, meer stad in het groen; Terugdringen autogebruik; Meer ruimte voor groen en water; Nieuwe toekomstperspectieven voor de landbouw in buitengebied. Werken aan een inclusieve stad Terugdringen van de groeiende tweedeling tussen ‘goede’ en ‘aandachts’wijken en tussen arm en rijk; Bieden perspectief aan de jeugd; Aanpakken ondermijning en zorgen voor een veilige leefomgeving.
Dit is voor de diverse aspecten binnen vier domeinen vertaald in ambities, opgaven en doelstellingen (hoofdstuk 4 van de voorontwerp omgevingsvisie): Ruimte; Natuur en Milieu; Sociaal; Verkeer en mobiliteit. Deze vier domeinen hebben ieder weer beoordelingsaspecten. Zo vallen onder het thema ‘ruimte’ de beoordelingsaspecten ‘wonen’, ‘economie’ en ‘landschap en openbare ruimte’. De vier domeinen en hun beoordelingsaspecten zijn afgebeeld in de volgende figuur. Daaronder zijn de opgaven voor deze thema’s benoemd.
Blad 22 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Figuur 2-1: De vier thema’s van de fysieke leefomgeving en de beoordelingsaspecten (bron: Omgevingsvisie Roosendaal)
Ruimte Algemeen Behoud sterk sub regionale functie en complementariteit met Bergen en Zoom en Breda; Nieuwe ontwikkelingen en functies primair in bebouwd gebied; o.a. via meervoudig ruimtegebruik, inbreiding waar het kan; Ruimte creëren voor meer groen en blauw in de stad; Ruimte bieden voor extra groei; Terugdringen van de ruimte voor autoverkeer; Goed ingepaste hoogbouw; Ruimte voor kleinschalig nieuwe woon-, werk- en zorgmilieus; In de dorpen ruimte voor toevoegingen;
Blad 23 van 161
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Roosendaal projectnummer 0466308.100 7 december 2021 Gemeente Roosendaal
Ruimte voor uitbreidingsruimte buiten de bestaande contouren, bij voorkeur kleinschalig, bijvoorbeeld in ‘nieuwe landgoederen’.
Wonen Een duurzame woningvoorraad die past bij de woonbehoefte: voldoende woningen, passend bij de bevolkings- en huishoudenssamenstelling en de inkomens van inwoners; Bouw van 3.000 tot 4.500 woningen in de komende 10 jaar; Circa 2.000 in en rond het centrum, circa 2.500 buiten het centrum; Nieuwbouw moet zoveel mogelijk bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid (sociale veiligheid en verkeersveiligheid) en de gezondheid; Koerswijziging: van ‘inzetten op doorstromen, dus bouwen aan bovenkant van de markt’ naar ‘inzetten op een evenwichtige groei van de woningvoorraad en toegankelijke woningmarkt’. Ingezet op nieuwbouw voor alle segmenten: huur, goedkope huur, middelduur en duur; Verduurzaming woningen: energetisch en levensloopgeschikt; Vergroening woningen en woonomgevingen; 15% besparing op het warmteverbruik in 2030; In de binnenstad nabij het station meer stedelijke woonmilieus, inclusief hoogbouw. In de wijken en dorpen juist meer ruimer opgezette woongebieden; Binnenstad als hoogwaardig woonmilieu in combinatie met verblijf, werk, ontspanning en detailhandelsfuncties.