CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06a Bijlage 2 Nota van zienswijzen omgevingsvisie.pdf

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6a: Voorstel 63 - Vaststelling omgevingsvisie ‘Roosendaal, de verbonden stad’45.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

51 Voorgesteld wordt om op voormalige agrarische bedrijfslocaties nieuwe functies toe te staan of een bouw- en sloopregeling (ten behoeve van landschappelijke kwaliteitsverbetering) nader uit te werken. Wij vragen ons af wat u met de uitwerking van de bouw- en sloopregeling beoogd? Streeft u naar versoepeling, een betere financiële tegemoetkoming of juist een aanscherping van de bouw- en sloopregeling? p. 53 onveilige wegverkeerssituaties in het buitengebied waar zowel het (zwaardere) landbouwverkeer als het recreatieverkeer gebruik maken van smalle wegen zijn voor ons een

punt van zorg. Het thema ‘wegen buitengebied afstemmen op functie en gebruik met balans voor landbouw- is nog wat eufemistisch: balans wat betekent dat/kan het iets betekenen? p.57 Provinciale gebieden ‘verstedelijking afweegbaar stonden in het voorontwerp nog op de visiekaart, in de visie wordt omschreven dat deze nu niet meer worden opgenomen op de kaart maar dat uitwerking ervan nog actueel is? Hiermee wordt in onze beleving de verwarring nog groter, mede omdat de stadsrandzones wel gewoon op de visiekaart zijn opgenomen. p. 58 Op de visiekaart worden verschillende gebieden rond Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten aangewezen voor uitbreiding natuur rond NNN. Met de plannen voor de Bulkenaar heeft uw gemeenteraad al een groot areaal landbouwgronden aan de sector onttrokken. In de zienswijze voor de Bulkenaar hebben wij al aangegeven dat uitbreiding volgens afspraken zou moeten leiden tot vermindering van natuurambities elders. De toevoeging van deze 3 grote gebieden vinden wij niet acceptabel.

p. 59 en 72 Hier worden de buitenhoven geïntroduceerd. Wij hebben grote bezwaren tegen zogenoemde buitenhoven: de toename van woningen in het buitengebied zorgt ervoor dat de potentiële conflicten tussen agrarische bedrijven en hun omgeving alleen maar groter worden. p.65 Wij verzoeken u om ook in de stadsrandzones uit te gaan van zuinig ruimtegebruik en compact te bouwen. p.67 Zo zoekt de landbouwsector naar mogelijkheden om de intensieve hoogwaardige landbouw verder te verduurzamen en de economische positie van het agrofoodcomplex te behouden en uit te breiden en naar oplossingen voor natuur-, milieu en klimaatopgaven Met name op de zandgronden spelen aspecten als verdroging en waterberging daarbij een belangrijke rol’. Wij kunnen ons vinden in deze zinsnede. We kunnen ons niet vinden in de toevoeging dat ’de gemeente de vraag moet beantwoorden welke functies ze (waar) in het buitengebied wil toevoegen (ruimte voor duurzame energieopwekking, klimaatadaptatie, recreatie en kleinschalige woningbouwlocaties of (zorg) landgoederen).

Belangrijke vraag daarbij is ook hoe deze kunnen worden gecombineerd met de landbouwtransitie, en opgaven op het gebied van natuur en landschap, de waterhuishouding en bodemgesteldheid.’ De gemeente lijkt zich onbewust dat niet altijd sprake is van een combinatie maar van een tegenstelling namelijk dat verduurzaming juist gefrustreerd kan worden door meer aangewezen natuurgebieden of uitbreiding van woonfunctie in het buitengebied. P. 69-75 Hier staan de meest ingrijpende teksten over het buitengebied en de meest ingrijpende veranderingen in het ruimtegebruik. Op mindere (zand-) bodems of in deelsectoren die onder druk staan geven we ruimte voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies zetten ons op scherp. Waarom zouden de mindere zand) bodems de locaties zijn voor meer natuurinclusieve bedrijfsvoering? p. 69 Wij streven in het buitengebied naar zorgvuldig ruimtegebruik en grotendeels naar het beperken van verdere verstening. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied’. Deze zinssnede leidt bij ons tot de volgende reactie. Waarom spreken van zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van

verstening: indien verdere verduurzaming van bedrijven hier om vraagt zouden er mogelijkheden geboden moeten kunnen worden. Waarom spreken van ontwikkelruimte die verdiend moet worden als de met verduurzaming gepaard gaande ontwikkelruimte in zich al een vorm van verdienen is. p. 78-79 Onder grondbeleid staat iets over kostenverhaal: als je een initiatief wil ontplooien kan de gemeente kosten in rekening brengen om elders iets aan natuur, landschap, klimaatadaptatie te doen. Hier zou ik een juridische check willen. Beantwoording Voor de beantwoording van de zienswijze verwijzen we naar de eerdere beantwoording in de zienswijze 15 (ZLTO). Grotendeels komt deze zienswijze overeen. Voorts is onderstaande opmerking nieuw ten op zichte van zienswijze 15 (ZLTO) Pagina 78-79 grondbeleid In hoofdstuk 13 van de Omgevingswet staat aangegeven dat de gemeente kosten in rekening kan brengen om elders iets te doen aan natuur, landschap en klimaatadaptatie. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 41 Onlangs hebben we kennis genomen van de Roosendaalse omgevingsvisie ‘De Verbonden Stad’. Als agrariërs zijn wij altijd trots geweest op de ondernemingsruimte die wij kregen in de gemeente Roosendaal om onze bedrijven door te laten ontwikkelen zodat wij wet- en regelgeving bij kunnen blijven. Als jonge enthousiaste ondernemer wil ik over een aantal jaren graag een bedrijf van mijn ouders over nemen dat toekomstbestendig is. Met de volgende punten ben ik het niet eens, omdat deze te veel beperkingen kunnen geven Op pagina 58 in de visie is een kaart weergegeven waarop ons bedrijf binnen de ‘uitbreiding natuur rond NNN’ valt. Vanwege planologische schaduwwerking kan een belemmering ontstaan in mijn toekomstige bedrijfsvoering en daarmee in de waarde van ons bedrijf. Wanneer deze bestempeling niet aangepast wordt in de uiteindelijke visie, willen wij gecompenseerd worden in de waardevermindering van onze landbouwgrond en gebouwen. Momenteel hebben wij een bouwvlak van slechts 1 ha. Om te kunnen blijven bestaan, ondervinden wij nu al de beperkingen van een te klein bouwvlak: een geplande mestsilo en hemelwateropvang passen er niet meer op. Alleen deze 2 zaken al, zijn essentieel voor de verduurzaming van ons bedrijf. Graag zou ik zien dat uitbreiding van het bouwvlak een eenvoudige procedure wordt.

In vergelijking met omliggende gemeentes is de standaard bouwvlakgrootte voor agrarische bedrijven in Roosendaal veel te klein. 3.Naast gebiedsbestempeling ‘Uitbreiding natuur rond NNN’, hebben we ook te maken met de intekening in het bestemmingsplan van een gebied met archeologische waarde dat deels over ons bouwvlak, ruimer dan voorheen, is ingetekend. Hierdoor worden ook onze ontwikkelingsmogelijkheden moeilijker gemaakt. Er zijn nog meer punten, maar bovenstaande zijn de belangrijkste. Beantwoording De gemeente wil uiteraard meedenken met de agrariërs over het toekomstperspectief voor de agrarische sector. De gemeente is zich bewust dat de landbouwsector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de agrarische sector. Het is een opgave voor het buitengebied die er voor ons samen ligt. De lat ligt in het buitengebied hoog. De weg ernaartoe ligt nog niet vast en is daarmee aandachtspunt voor uitwerking van de visie.

De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het

buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied. Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur en andere functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is.

Bouwvlakken Voor wat betreft de regels met betrekking voor bouwvlakken verwijzen we in zijn algemeenheid naar de regels die gelden uit de bestemmingsplannen en de Interim Omgevingsverordening van de provincie. Echter geldt natuurlijk mede afhankelijk van de specifieke situatie maatwerk. Hiermee wordt bedoeld dat per situatie een ruimtelijke afweging gemaakt wordt of een ruimtelijke ontwikkeling passend is. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 42 De transitie van de agrarische sector. Men heeft met de opstelling van de Landbouwvisie gemeend een goede bijdrage te kunnen leveren aan de totstandkoming van de omgevingsvisie. Men vindt het jammer, dat de landbouwvisie (gelet op de literatuurlijst) geen plaats heeft gekregen in de Omgevingsvisie, enkele uitzonderingen daar gelaten. Men wil nogmaals de aandacht vestigen op de landbouwvisie. Agrariërs hebben een sleutelrol bij het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken; of het nu gaat om voedselveiligheid en zekerheid, leefbaarheid van het platteland, gezondheid of verbetering van milieukwaliteit, klimaat of energie. Het valt of staat ook bij het behoud van een economisch perspectief. Met name de voorstellen voor een extra gebiedsgerichte uitwerking en het toelaten van extra woningen in het buitengebied zorgen ervoor dat er grote zorgen zijn over het perspectief voor de agrarische sector. De huidige Europese, landelijke en provinciale regelgeving legt al voldoende druk op de hiervoor genoemde opgaven en een verdere gemeentelijke verzwaring is niet wenselijk. De prioriteit ligt bij de beschikbaarheid van agrarische gronden voor verdere verduurzaming en extensivering van de bedrijven. Binnen de kaders die al gesteld worden vanuit hogere beldisorganen willen wij zelf voor de bedrijven de juiste en bedrijfseconomische goede keuzes maken voor onze bedrijven.

Bezwaar tegen opgave 2 zoals in de samenvatting weergegeven In de samenvatting, opgave 2: ‘Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid’ staat de volgende zin: ‘In het buitengebied kiezen we voor duurzame landbouw en voor meer natuur. Dat werken we de komende jaren samen met belanghebbenden uit, waarbij we ook ruimte willen bieden voor nieuwe verdienmodellen door agrariërs, zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’. De volgende opmerkingen over deze zin: Duurzame landbouw:

Dit wordt onderschreven en de ontwikkeling is in gang gezet door onder andere Europees landbouwbeleid, nationaal en provinciaal beleid ; Wat men niet kan onderschrijven is: Dat binnen het grondgebied van de gemeente Roosendaal gebieden worden aangewezen waar agrarische dynamiek niet meer leidend is (zuidelijk zandgebied) de gemeente lijkt hier de keuze voor de ondernemer te willen maken op welke locaties/deelgebieden bepaalde agrarische toekomstperspectieven meer of minder kansrijk zijn; in de visie en in onze ogen zijn er geen argumenten te vinden die deze beperking van de vrij keuze van ondernemers kan motiveren. Dat er zo terughoudend wordt geacteerd met betrekking tot teelt ondersteunende voorzieningen; te gemakkelijk wordt deze effectieve manier om teelt te verduurzamen afgeserveerd, maak gebruik van de ruimte die provinciaal wordt geboden en sta toe onder voorwaarden. Meer natuur: Dat wordt geboden de verduurzaming van de agrarische bedrijven, de gevolgen van landelijke wetgeving zoals 7e actieprogramma Nitraat , agrarisch natuurbeheer ed. -Waar men niet achter staat is het aanmerken van substantiële hoeveelheid gronden bij Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten voor uitbreiding Natuurnetwerk Nederland; - het veel verder gaat dan de geijkte opgave voor ecologische verbindingszones. wij hebben heiertegen de volgende bezwaren: -

-

De beschikbaarheid van agrarische gronden is voor ons cruciaal om de doelstellingen van verduurzaming te halen en onze bedrijven economisch overeind te houden; Alleen de aanwijzing al van gronden voor natuur zorgt voor planologische schaduwwerking; De aanwijzing en uitvoering kan directe negatieve gevolge hebben omdat: Het gronden betreft die behoren tot je bedrijf of; omdat de aanwezigheid op lange termijn negatief is voor de vergunning situatie en ontwikkelingsmogelijkheden voor je bedrijf of; Omdat gronden die niet tot je bedrijf behoren maar voor de ontwikkeling op lange termijn nodig zijn voor verduurzaming, niet meer beschikbaar zijn. Uit de reactie van het college op het voorstel Groot Visdonk bleek dat dit soort aanwijzingen vooral ingegeven worden door een financieel motief; vergeten wordt dat dergelijke aanwijzingen op andere manieren een grote (ook financiële) impact hebben op de resterende bedrijven en gronden; Men wijst op de provinciale afspraken over de realisering van NNN en ecologische verbindingszones. Opgeroepen wordt om de energie te richten op de afronding van het huidige vastgestelde en overeengekomen NNN, ook daar ligt nog een opgave;

Samen uitwerken: -

-

Met onze sector zit uw gemeente aan tafel bij de gebiedsgerichte aanpak voor de Brabantse Wal en de Molenbeek dus steek uw energie in deze 2 gebiedsprocessen; Houdt daarbij de ogen gefocust op de bal te weten de stikstofproblematiek en wateropgave: in onze ervaring leiden een steeds toenemende uitdijende lijst van opgaven en wensen tot een infarct bij dit soort processen. Men ziet geen noodzaak om nog een nadere uitwerking op te gaan stellen voor het geheel zandgebied ten zuiden van de A58; Niet verder gaan dan geijkte opgave voor ecologische verbindingszone Plannen voor buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies is men huiverig vanwege potentiële conflictsituaties.; Verdienmodellen Wat wordt hier onder verstaan? Ga niet over tot aanwijzen van deelgebieden voor stimuleren van agrarische sectoren en afschrijven van het zuidelijk zandgebied;

De zinssnede: zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’ lijkt sympathiek maar roept vragen op: wie betaalt er dan de rekening? Is de gemeente partij die ervoor zorgt dat geïnvesteerd wordt in een verdienmodel? De bestemmingsplannen voor buitengebied bieden al verschillende mogelijkheden voor neven- of vervolgactiviteiten, gaat de gemeente deze uitbreiden. Tot slot: het is opmerkelijk dat de raad de meest vergaande gebiedsveranderingen voorstelt voor het noordelijke en zuidelijke agrarische deel van het buitengebied maar dit niet laat terugkomen op de visiekaart. Bezwaren per pagina: p.18 Alternatieven worden nog te weinig opgepakt’. Welke alternatieven bedoelt u? Waarom bent u van mening dat ze te weinig worden opgepakt? Wat is de reden dat ze niet worden opgepakt? Hebben deze alternatieven geen economisch perspectief? Dit soort uitspraken zonder verdere onderbouwing horen hier niet thuis. Misschien refereert u aan pagina 21 : wij verwijzen naar onze opmerkingen hierover: p. 18 U spreekt over de lage arbeidsparticipatie en het tekort aan medewerkers in een aantal sectoren. U vergeet daarbij de agrarische sector. p. 21 U spreekt over veranderde geopolitiek en een Europa dat belang hecht aan strategische bevoorraden. De voedselproductie dient als eerste levensbehoefte ook in dit overzicht opgenomen te worden. P.

21 Hier wordt een aantal trends en ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst genoemd die wellicht bedoeld zijn op p. 18? Wij voorzien deze ontwikkelingen van een korte reactie maar willen er toch vooral op wijzen dat het aandeel agrarische bedrijven die zich primair zal richten op de voedselproductie onverminderd hoog zal blijven., dan wel genoemde activiteiten in aansluiting of in combinatie met de primaire (voedsel) productie zullen plaatsvinden. p.27 Keuze voor de bouw van 2.500 extra woningen voor de opvang van overloop uit de randstad, liefst hoger opgeleid en meer verdienend die in de uitbreidingswijken in de stadsrandzones gaan wonen: wij roepen u op tot een zuinig ruimtegebruik en ruimte voor onze kinderen om te wonen. P. 33 Wij verzoeken het rapport Kiezen en delen uit de omgevingsvisie te halen, dit is geen vastgesteld beleid maar een studie, een vingeroefening. P. 36 ’Het afstemmen van de teelt op de behoefte van de bio-based industry in de regio’; de biobased industrie gebruikt biomassa als grondstof in plaats van fossiele grondstoffen, voor toepassingen als chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen en energie. Waar baseert u de gedacht op dat dit voor ons bedrijf de beste strategie en toekomst is? We zien onze toekomst niet in het produceren van biomassa maar in de productie van voedsel. Of in een combinatie van beiden.

p.36 Hier wordt gesteld dat er alleen een verruiming van mogelijkheden voor teelt ondersteunende voorzieningen kan worden geboden als er geen storende effecten zijn voor natuur en landschap. Wij willen dit graag wat breder trekken zoals ook in de Landbouwvisie aangegeven/ Voor de verduurzaming van onze bedrijven kan het noodzakelijk zijn teeltondersteunende voorzieningen toe te passen., waterbassins aan te leggen buiten de

bouwvlakken of andere innovatieve bouwwerken op onze bouwvlakken te realiseren. Wij vragen u hiervoor open te staan en mogelijkheden te bieden. p.37 Wat is de betekenis van de categorie ‘agrarisch ’in figuur 4.6 cultuurhistorische waarden; waar is dit op gebaseerd en wat voor consequenties verbindt uw raad hier aan? p. 41: hier staat: we werken verdelingsafspraken uit voor grondwater (in plaats van vrij aftapbaar) met boeren en particulieren, in relatie tot klimaatadaptatie en verdrogingsproblematiek’. We kunnen dit niet helemaal overzien: is de gemeente hier partij, wat betekent dit voor onze mogelijkheden voor beregening en de afspraken in de bedrijfswaterplannen? p. 42 Bedrijven leveren in principe geen elektriciteit terug aan het elektriciteitsnet om overbelasting te voorkomen; komen daarmee landelijke doelstellingen niet in gevaar? P. 43 Er wordt niet nader ingegaan op de verduurzaming van woningen die niet in buurt- of wijkverband kunnen doen namelijk de woningen in het buitengebied. Hoe moeten die dat gaan doen? p. 45 hier wordt aangegeven: we gaan veel verder dan de geijkte opgave voor de ecologische verbindingszone? Het uitgangspunt dat uw gemeenteraad veel verder wil gaan verontrust ZLTO.

Hoe ver wilt u gaan? Realiseert u zich dat het vasthouden van water om verdroging tegen te gaan er toe leidt dat de sponswerking wordt verkleind en dus geen reservecapaciteit is in de bodem (de grootste wateropvang) bij overmatige regenval? p.47 Bij netwerk schaarste wordt voorgesteld om de woongebieden prioriteit te geven en uit te zoeken of dat wettelijk geregeld kan worden. Wij lezen hierin dat het netwerk in woongebieden verzwaard moet worden omdat de elektriciteitsbehoefte door de energietransitie toeneemt. In de praktijk is zichtbaar dat elektriciteitsopwekking voor levering aan derden juist buiten de woongebieden plaatsvindt zoals op de daken van stallen en loodsen. Aandacht voor netwerk schaarste bij de energieproducent lijkt ons net zo belangrijk als aandacht voor netwerk schaarste bij de energieconsument. p. 51 Voorgesteld wordt om op voormalige agrarische bedrijfslocaties nieuwe functies toe te staan of een bouw- en sloopregeling (ten behoeve van landschappelijke kwaliteitsverbetering) nader uit te werken. Wij vragen ons af wat u met de uitwerking van de bouw- en sloopregeling beoogd? Streeft u naar versoepeling, een betere financiële tegemoetkoming of juist een aanscherping van de bouw- en sloopregeling? p.

53 onveilige wegverkeerssituaties in het buitengebied waar zowel het (zwaardere) landbouwverkeer als het recreatieverkeer gebruik maken van smalle wegen zijn voor ons een punt van zorg. Het thema ‘wegen buitengebied afstemmen op functie en gebruik met balans voor landbouw- is nog wat eufemistisch: balans wat betekent dat/kan het iets betekenen? p.57 Provinciale gebieden ‘verstedelijking afweegbaar stonden in het voorontwerp nog op de visiekaart, in de visie wordt omschreven dat deze nu niet meer worden opgenomen op de kaart maar dat uitwerking ervan nog actueel is? Hiermee wordt in onze beleving de verwarring nog groter, mede omdat de stadsrandzones wel gewoon op de visiekaart zijn opgenomen.

p. 58 Op de visiekaart worden verschillende gebieden rond Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten aangewezen voor uitbreiding natuur rond NNN. Met de plannen voor de Bulkenaar heeft uw gemeenteraad al een groot areaal landbouwgronden aan de sector onttrokken. In de zienswijze voor de Bulkenaar hebben wij al aangegeven dat uitbreiding volgens afspraken zou moeten leiden tot vermindering van natuurambities elders. De toevoeging van deze 3 grote gebieden vinden wij niet acceptabel. p. 59 en 72 Hier worden de buitenhoven geïntroduceerd. Wij hebben grote bezwaren tegen zogenoemde buitenhoven: de toename van woningen in het buitengebied zorgt ervoor dat de potentiële conflicten tussen agrarische bedrijven en hun omgeving alleen maar groter worden. p.65 Wij verzoeken u om ook in de stadsrandzones uit te gaan van zuinig ruimtegebruik en compact te bouwen. p.67 Zo zoekt de landbouwsector naar mogelijkheden om de intensieve hoogwaardige landbouw verder te verduurzamen en de economische positie van het agrofoodcomplex te behouden en uit te breiden en naar oplossingen voor natuur-, milieu en klimaatopgaven Met name op de zandgronden spelen aspecten als verdroging en waterberging daarbij een belangrijke rol’. Wij kunnen ons vinden in deze zinsnede.

We kunnen ons niet vinden in de toevoeging dat ’de gemeente de vraag moet beantwoorden welke functies ze (waar) in het buitengebied wil toevoegen (ruimte voor duurzame energieopwekking, klimaatadaptatie, recreatie en kleinschalige woningbouwlocaties of (zorg) landgoederen). Belangrijke vraag daarbij is ook hoe deze kunnen worden gecombineerd met de landbouwtransitie, en opgaven op het gebied van natuur en landschap, de waterhuishouding en bodemgesteldheid.’ De gemeente lijkt zich onbewust dat niet altijd sprake is van een combinatie maar van een tegenstelling namelijk dat verduurzaming juist gefrustreerd kan worden door meer aangewezen natuurgebieden of uitbreiding van woonfunctie in het buitengebied. P. 69-75 Hier staan de meest ingrijpende teksten over het buitengebied en de meest ingrijpende veranderingen in het ruimtegebruik. Op mindere (zand-) bodems of in deelsectoren die onder druk staan geven we ruimte voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies zetten ons op scherp. Waarom zouden de mindere zand) bodems de locaties zijn voor meer natuurinclusieve bedrijfsvoering?

p. 69 We streven in het buitengebied naar zorgvuldig ruimtegebruik en grotendeels naar het beperken van verdere verstening. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied’. Deze zinssnede leidt bij ons tot de volgende reactie. Waarom spreken van zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van verstening: indien verdere verduurzaming van bedrijven hier om vraagt zouden er mogelijkheden geboden moeten kunnen worden. Waarom spreken van ontwikkelruimte die verdiend moet worden als de met verduurzaming gepaard gaande ontwikkelruimte in zich al een vorm van verdienen is. p. 78-79 Onder grondbeleid staat iets over kostenverhaal: als je een initiatief wil ontplooien kan de gemeente kosten in rekening brengen om elders iets aan natuur, landschap, klimaatadaptatie te doen. Hier zou ik een juridische check willen.

Beantwoording Voor de beantwoording van de zienswijze verwijzen we naar de eerdere beantwoording in de zienswijze 15 (ZLTO). Grotendeels komt deze zienswijze overeen. Voorts is onderstaande opmerking nieuw ten op zichte van zienswijze 15 (ZLTO) Pagina 78-79 grondbeleid In hoofdstuk 13 van de Omgevingswet staat aangegeven dat de gemeente kosten in rekening kan brengen om elders iets te doen aan natuur, landschap en klimaatadaptatie. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 43 We maken ons grote zorgen om het voortbestaan van ons melkveebedrijf omdat het volgende staat in de omgevingsvisie: -dat er binnen het grondgebied van de gemeente Roosendaal het gebied ten zuiden van de A58 de agrarische dynamiek niet meer leidend is; - alsmede het aanmerken van substantiële hoeveelheid gronden bij Visdonk (Wouwse plantage en Moerstraten) voor uitbreiding natuurnetwerk Nederland. Het melkveebedrijf valt volledig in dit gebied, alleen al de aanwijzing van de gronden voor natuur baart ons grote zorgen, dit omdat het al onze gronden betreft die bij ons bedrijf horen en deze voor onze bedrijfsvoering van cruciaal belang zijn, denk aan winnen veevoer, beweiding door onze koeien. U heeft het over verdienmodellen, ook wij hebben met onze bedrijfsvoering te maken met verdienmodellen en bedrijfsplannen. Deze worden gemaakt voor 15 à 20 jaar. Veranderingen in de wet- en regelgeving zorgen voor veel onzekerheid voor het uitkomen van deze plannen. Op het moment dat er op onze gronden beperkingen opgelegd worden en wij deze plannen niet kunnen uitvoeren gaat dit mogelijk onze kop kosten. Daarnaast zal onze grond in waarde verminderen wanneer er een stempel voor natuur op komt te staan. Kortom dit gaat voor ons bedrijf grote, nadelige financiële gevolgen hebben.

Beantwoording In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het buitengebied het een belangrijke opgave is om zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek te faciliteren. Zo zien we ruimte voor verdere ontwikkeling van intensieve agrarische bedrijven met name in het noordelijk deel van het buitengebied (grotendeels ten noorden van de A58, plus een deel zeekleigebied tussen Wouw en Wouwse Plantage ten zuiden van de snelweg) en een combinatie van natuur, verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk. In het buitengebied wordt gestreefd naar zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Met deze passage uit de omgevingsvisie wordt niet uitgesloten dat landbouw en natuur naast elkaar kunnen worden ontwikkeld. Zoals bijvoorbeeld aangegeven de verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in Visdonk. Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur en andere functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening.

De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste

ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Voor wat betreft compensatie is planschade een juridisch instrument om schade toe te verhalen indien men door een ontwikkeling in een nadelige situatie terecht is gekomen. Onder de Omgevingswet wordt dit de nadeelcompensatie regeling. Verdienmodellen Met de term “verdienmodellen” werd bedoeld “welke randvoorwaarden kan de gemeente bieden om de sector ruimte te geven voor het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen”. Doordat dit nog niet nader is uitgewerkt leidt de term tot veel onduidelijkheid. Daarom wordt de term “verdienmodellen” uit de Omgevingsvisie geschrapt. We kiezen er voor het volgende op te nemen:

“De randvoorwaarden voor de transitie van de sector worden de komende jaren verder uitgewerkt. werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit. Daarbij zoeken we de samenwerking met agrariërs, landbouworganisaties en andere belanghebbenden en andere overheden.’ Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Naar aanleiding van de zienswijze is de tekst in de omgevingsvisie aangepast. De zin “we zoeken naar nieuwe verdienmodellen voor agrariërs” wordt uit de tekst gehaald en aangepast.

Zienswijze 44 De agrarische sector heeft het zwaar om goed te kunnen ondernemen en daarmee de mens te kunnen voorzien van voedsel, een eerste levensbehoefte van ieder. Al jaren zijn we bezig met verduurzamen en rekening te houden met het milieu, we zijn daarom zeer negatief gestemd over plannen om gemeente Roosendaal op te gaan delen in een noordelijk en zuidelijk gedeelte. De huidige Europese, landelijke en provinciale regelgeving geeft ons al meer dan voldoende druk en een verdere gemeentelijke verzwaring is dan ook niet acceptabel. De gemeente lijkt een keuze voor de ondernemer te willen maken op welke locaties/deelgebieden bepaalde agrarische toekomstperspectieven meer of minder kansrijk zijn. Wij als ondernemers kunnen zelf de beste keuzes maken die het beste bij onze onderneming past. Veel agrarische bedrijven hebben een bedrijfsopvolger. Daar moet je als gemeente trots op zijn. De agrarische ondernemer is iemand die heel nauw samenwerkt met de natuur. Bijzonder om te lezen dat de gemeente, landbouw, natuur en recreatie als drie losse elementen benoemd. Volgens mij is dit een. Dus wat dat betreft is de doelstelling al lang behaald. Ook staan wij open om mee te denken/werken over eventuele verbeteringen aan te treffen, zoals de ecologische verbindingszones en akkerranden die ook op ons melkveebedrijf aanwezig zijn.

Maar helaas krijgen wij steeds meer het idee dat hieraan meewerken directe negatieve gevolgen heeft, omdat het gronden betreft die behoren tot je bedrijf en op de langere termijn negatief zijn voor je vergunning situatie en ontwikkelingsmogelijkheden voor je bedrijf. Het is blijkbaar voor de gemeente nooit genoeg. Ook de recente aankondiging van de minister van landbouw om bufferstroken van 100 tot 250 meter langs beken voor natuur te gaan bestemming laat dit maar weer een zien. Je zal maar een groot gedeelte van je duur betaalde grond naast een beek hebben liggen en er niet meer over te zeggen hebben hoe je die het beste kunt gebruiken. Ook het voorstel voor een extra gebiedsgerichte uitwerking en het toelaten van extra woningen (maar liefst 2500 stuks) in het buitengebied zorgen ervoor dat wij grote zorgen hebben over ons perspectief. Hoe kan de gemeente spreken over het verbeteren van natuur, door daarbij de agrarische ondernemer sterk te beperken in zijn ondernemen om het vervolgens te vergrijzen door weer natuur in te ruilen voor stenen.

Nog een tegenstrijdig voorstel. Zonneweides van 75ha maar liefst ten koste van natuur. Weer grijs boven groen. U wilt blijkbaar alleen meer natuur/groen ten koste van de agrariër en zijn onderneming, Meer groen in de stad en meer stad in het groen. Er moet volgens het rapport een toename van 155 meer groen komen, en dat halen we weg in het buitengebied. Het plan bevat grote ambities meer veiligheid, betere gezondheid, schoner milieu etc. helaas kunnen deze ambities onder de huidige omstandigheden niet gewaarborgd worden, laat staan een uitbreiding van 4500 woningen. Wij doen een beroep om deze plannen niet door te laten gaan. De landelijke, Europese en provinciale regelgeving zijn al een hele uitdaging. Ga niet een nieuw onhaalbaar plan presenteren maar laten we eerst eens aan alle doelstellingen voldoen.

Beantwoording: Wij erkennen dat de agrarische sector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. Wij weten ook dat veel agrariërs zoals u ook al bezig zijn met het verder verduurzamen. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de agrarische sector. Het is een opgave voor het buitengebied die er voor ons samen ligt. De weg er naar toe ligt nog niet vast en is daarmee aandachtspunt voor uitwerking van de visie. De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de agrarische sector. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen.

Potentiële conflictsituaties zoals natuur, woningen en zonneweides Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur, woningen en zonneweides, die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 45 In de omgevingsvisie hebben we gelezen dat er veel terug komt op het gebied van de transitie van de agrarische sector. Er staat veel te gebeuren de komende jaren voor ons als jonge ondernemers. Wij hebben met verwondering de omgevingsvisie zitten te lezen en hebben een aantal bezwaren:

In de omgevingsvisie staat dat er wordt gekozen voor meer natuur in het zuiden en vooral aan de noordzijde van de gemeente plek is voor grootschalige, intensieve en duurzame landbouw. Daarnaast wordt er verder op gesproken over een tweedeling tussen Noord en Zuid, hierbij wordt zuid aangeduid voor natuurinclusieve landbouw of landschapsontwikkeling. Dit voelt voor ons alsof wij hier als agrarische sector niet meer welkom zijn en jullie het liefst hebben dat wij naar Noord verhuizen met ons bedrijf. Daarbij zijn veel teelten grondgebonden en kunnen ze niet tot slecht groeien op (lichte) klei grond. Er wordt gesproken over teeltondersteunende voorzieningen, deze mogen maar een bepaald aantal maanden blijven staan en daarna afgebroken worden. Er wordt gesproken over dat dat evenwichtig afgewogen dient te worden bij een aanvraag, zonder storende of negatieve effecten op het landschap. Dit is een te ruim begrip. Verder in de omgevingsvisie is te lezen dat er gewenst wordt om eventueel teeltondersteunende voorzieningen een dubbelfunctie te geven zoals zon boven fruit. Dit is geen goed plan, onder andere niet rendabel. Verder op in het plan wordt gesproken om eventueel foliekassen en kassen in een bepaald gebied te plaatsen, zodat het meer gecentraliseerd is.

Dit is geen verstandig idee, omdat er gesproken wordt dat de glastuinbouw niet meer verder uitgebreid mag worden in de gemeente Roosendaal. Dit houdt voor ons in dat onze toekomstplannen hierin al belemmerd worden. Kassen zijn van belang om onze productie een jaar rond te kunnen spreiden in plaats van alles in de zomer te telen. Daarnaast is arbeid de grootste kostenpost en houdt dit in dat veel meer moet worden gereden tussen locaties, alle tijd die in de auto wordt doorgebracht kan niet geïnvesteerd worden in de producten. Het stoort dat de gemeente gebieden aan wil gaan duiden waar bepaalde agrarische activiteiten plaats mogen gaan vinden. Voor jonge ondernemers moet ruimte vrij gemaakt worden, zodat men kan innoveren en op het gebied van duurzaamheid flinke stappen kunnen worden ondernomen. Hiervoor zouden wij de ruimte moeten krijgen, zodat de gemeente Roosendaal koploper wordt op dit gebied. Maar zoals wij het nu lezen krijgt de industrie alle ruimte om zich verder te ontwikkelen, maar de mensen die uw eten produceren worden tegengehouden. Als u ziet wat er in de Oekraïne gebeurt, dan zijn wij afhankelijk van de import van agrarische producten terwijl wij deze hier in onze gemeente ook kunnen telen.

Beantwoording Wij begrijpen dat er veel af komt op jonge ondernemers/agrariërs en dat men als sector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en de wet- en regelgeving vanuit Nederland. De omgevingsvisie wil duidelijk ook toekomst perspectief bieden aan de agrarische sector. In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het buitengebied het een belangrijke opgave is om zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek te faciliteren. Zo zien we ruimte voor verdere ontwikkeling van intensieve agrarische bedrijven met name in het noordelijk deel van het buitengebied (grotendeels ten noorden van de A58, plus een deel zeekleigebied tussen Wouw en Wouwse Plantage ten zuiden van de snelweg) , en een combinatie van natuur, verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk. In het buitengebied wordt gestreefd naar zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Met deze passage uit de omgevingsvisie wordt niet uitgesloten dat landbouw en natuur naast elkaar kunnen worden ontwikkeld. Zoals bijvoorbeeld aangegeven de verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in Visdonk.

Grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities ingepast kunnen worden in de huidige agrarische sector. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen.

Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur en andere functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 46 Provincie Een aandachtspunt voor het vervolg van onze samenwerking aan een goede omgevingskwaliteit: het is belangrijk duidelijk te blijven over de samenhang met het lopende beleid, beleidsontwikkeling in trajecten en documenten parallel aan deze omgevingsvisie. Niet in het minst vanwege de gevolgen voor het mogelijk maken van gewenste ontwikkelingen in het landelijk en stedelijk gebied van de gemeente. Daarover en over nieuwe zich aandienende initiatieven en ontwikkelingen blijven we graag in gesprek met de gemeente. Beantwoording Wij blijven de samenwerking opzoeken om te werken aan een goede omgevingskwaliteit en blijven duidelijk over de samenhang met het lopende beleid en beleidsontwikkeling in trajecten en documenten parallel aan de omgevingsvisie Wij blijven uiteraard graag in gesprek met de provincie over nieuwe aandienende initiatieven en ontwikkelingen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

4. Wijzigingen omgevingsvisie naar aanleiding van ingekomen zienswijzen In het onderstaande wordt een overzicht gegeven van de zienswijzen welke hebben geleid tot aanpassingen in de tekst, lay out dan wel kaartmateriaal in de omgevingsvisie. Zienswijze 6 In paragraaf 4.3.4 onder de Opgave: zorgen voor een goed evenwicht tussen (milieu- en gezondheids) risico’s en de omgeving wordt de volgende tekst toegevoegd: ‘De kans van de gevolgen van overstromingen wordt verkleind door een sterke regionale waterkering, een klimaat robuuste inrichting van het achterland en een doelmatige crisisbeheersing.’ Zienswijze 8,9 en 11 De omgevingsvisie wordt op een andere manier opgemaakt, zodat de figuren en kaarten ook beter leesbaar worden. Zienswijze 12 en 15, 21, 40 en 42 Nieuwe teksten worden opgenomen in de omgevingsvisie over specifiek de landbouwsector.

Paragraaf 2.6 wordt de volgende alinea verwijderd: ‘Verduurzaming biedt ook kansen voor vernieuwingen in de landbouw, onder meer voor de bosbouw (hout als bouwmateriaal) en voor nieuwe vormen van bedrijvigheid zoals de energie-boerderij, circulaire landbouw en voedselbos. Daarnaast wordt onderzocht of de huidige landbouwgebieden ruimte kunnen bieden voor functies zoals CO2-opslag in bodem en zon-wind-zonthermie-geothermie.’ We willen namelijk eerst de kansen voor verduurzaming uitwerken met de direct betrokkenen in de agrarische sector. De term ‘alternatieven’ wordt geschrapt omdat we eerst met de landbouwsector om tafel willen om de visie op dit thema verder uit te werken en te bekijken wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw. De term “verdienmodellen” wordt uit de omgevingsvisie gehaald. We kiezen er voor het volgende op te nemen: ‘De randvoorwaarden voor de transitie van de sector werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit. Daarbij zoeken we de samenwerking met de agrariërs, landbouworganisaties en andere belanghebbenden en overheden.’ Naast wijken en buurten worden ‘gebieden’ in de tekst van de omgevingsvisie opgenomen.

In paragraaf 5.4.2 Buitengebied wordt een meer genuanceerdere tekst over de zandgronden in het zuiden van de gemeente opgenomen: Bij een vitale, duurzame en klimaat adaptieve landbouwsector: “Op goede (klei-)bodem kan de intensieve etc… “ wordt vervangen door: ‘Op verreweg de meeste plekken kan de intensieve, innovatieve en hoogwaardige landbouw zich verder ontwikkelen, waarbij de agrarische sector blijvend werkt aan het verder verduurzamen van de bedrijven. We willen voorkomen dat de bodemkwaliteit en de waterhuishouding verder verslechteren. Op mindere (zand-)bodems of in deelsectoren die onder druk staan geven we ruimte voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies. Deze gebieden zijn overwegend te vinden op de zandgronden in het zuiden van de gemeente (ruwweg tussen Wouwse Plantage, Roosendaal en Rucphen) en de gebieden grenzend aan

de stad in het westen (Bulkenaar/ Weihoek, tussen Tolberg en de A58). Transformatie van agrarische bedrijven gebeurt altijd op vrijwillige basis. We zoeken de samenwerking met agrariërs, landbouworganisaties en andere betrokkenen om de landbouwtransitie verder uit te werken. Daarbij willen we ook op beperkte schaal ruimte bieden voor nieuwe kleinschalige stedelijke functies.’ Afbeelding 4.4.: kader: “Onderzoeksgebied “zuid”: Ruimte blijven geven aan duurzame landbouw. Daarnaast zoeken naar mogelijkheden etc….” wordt de laatste zin aangepast: “Onderzoeksopgaven hebben ook betrekking op de vraag welke randvoorwaarden de gemeente kan bieden om agrarische ondernemers in staat te stellen blijvend voldoende verdiencapaciteit te genereren.” Zienswijze 18 Naar aanleiding van de zienswijze wordt de visiekaart en de tekst van de omgevingsvisie aangepast. In de visiekaart worden de pijlen weggehaald bij het zoekgebied rondom stadsrandzone Oost. In de tekst wordt het volgende gewijzigd: Paragraaf 5.2: Indien blijkt dat de inbreidingslocaties niet voldoende zijn om aan de vraag (bijvoorbeeld vanuit woningbouwbehoefte) te voldoen dan zal ook gekeken worden naar mogelijke uitbreidingslocaties in de stadsrandzones.

Gewijzigd in de volgende tekst: Indien blijkt dat de inbreidingslocaties niet voldoende zijn om aan de vraag (bijvoorbeeld vanuit woningbouwbehoefte) te voldoen dan zal ook gekeken worden naar mogelijke uitbreidingslocaties in de stadsrandzones; op middellange termijn vooral en primair in stadsrandzone zuidwest. Tekst onder paragraaf 5.3.2 Oost wijzigen: In deze oostelijke stadsrandzone zien we een potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw. Met name het zuidelijk deel hiervan lijkt geschikt voor ontwikkeling, bijvoorbeeld aangrenzend aan de bestaande woonwijk. De locaties in Rondje Roosendaal en de stadsrandzone Zuidwest (Weihoek) krijgen prioriteit boven de oostelijke stadsrandzone. Wanneer in de toekomst daar bovenop behoefte ontstaat aan aanvullende woningbouwlocaties, dan komt de stadsrandzone Oost in beeld. In de volgende tekst: In deze oostelijke stadsrandzone zien we voor de middellange termijn geen potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw. Op lange termijn, naar verwachting na 2030, lijkt het zuidelijk deel mogelijk wel geschikt voor ontwikkeling, bijvoorbeeld aangrenzend aan de bestaande woonwijk, in lage concentraties en met veel groen om een goede aansluiting met het aansluitende groene en ruime buitengebied te borgen. De locaties in Rondje Roosendaal en de stadsrandzone Zuidwest (Weihoek) krijgen prioriteit boven de oostelijke stadsrandzone.

Wanneer in de toekomst daar bovenop behoefte ontstaat aan aanvullende woningbouwlocaties, zal worden onderzocht of stadsrandzone Oost mogelijkheden biedt. Zienswijzen 25 en 29 Naar aanleiding van de zienswijzen wordt de tekst in paragraaf 5.4 Vitaal platteland over de Grensstraat en Essenseweg aangepast. De volgende tekst wordt verwijderd: ‘Specifieke aandacht behoeft de Grensstraat. In het buitengebied ten zuiden van Nispen, grenzend aan de bebouwde kom van de Vlaamse gemeente Essen, ligt een aantal woningen aan de grensstraat op Nederlands gebied. Indien de grens er niet was zou deze strook deel uitmaken van de bebouwde kom van Essen. We willen ook voorkomen dat Nispen en Essen aan elkaar groeien Vooralsnog blijft dit gebied daarom deel uitmaken van het buitengebied. In overleg met de provincie kan onderzocht worden of dit gebied voor verstedelijking in aanmerking komt en hoe de gemeente Essen hier tegenover staat In de vast te

stellen Interimverordening van de provincie is dit gebied niet opgenomen als ‘verstedelijking afweegbaar’. De tekst wordt als volgt aangepast in de omgevingsvisie onder paragraaf 5.4 Vitaal platteland: ‘De functies en het beeld van de Essenseweg in zuidelijke richting is divers. De Essenseweg kenmerkt zich door een aantal bedrijfsbestemmingen, agrarische bestemmingen, een horeca bestemming en woonbestemmingen. Ook de maat en schaal van de bebouwing varieert. Deze afwisseling maakt dat de Essenseweg veel kan verdragen, zonder dat het karakter van deze weg verandert. De Essenseweg valt deels in de kom van Nispen als ook in het buitengebied. Ten zuiden van Essenseweg 60 begint het landelijk gebied. Richting de grens met België verdicht het lint zich weer met meer woningbouw. De Essenseweg stopt, net als de Kloosterweg en de Hollands Diepstraat, bij de Grensstraat. Het noordelijk deel van de Grensstraat is Nederlands grondgebied, het zuidelijk deel van de Grensstraat ligt in Essen (België). Het noordelijk deel wordt in de provinciale verordening aangeduid als landelijk gebied, terwijl het zuidelijke deel duidelijk onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied van Essen (België). Dit is een bijzondere situatie. De gemeente Roosendaal wil de Essenseweg niet verder verdichten en voorkomen dat Nispen en Essen aan elkaar groeien.

Aan het einde van de Essenseweg en de Kloosterstraat is er weer sprake van lintbebouwing met woningen. Ook verdichting aan de noordkant van de Grensstraat wordt op dit moment niet voorzien, omdat de noordkant van deze straat duidelijk deel uitmaakt van het landelijk gebied in Nederland. Deze straat vormt niet alleen de grens tussen Nederland en België, maar ook tussen het Nederlandse landelijk gebied en het Belgische stedelijk gebied. ‘ Zienswijze 32 en 37 De zienswijzen geven aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. In paragraaf 5.2.2 Gebiedsvisie Bulkenaar zal de tekst worden aangepast over specifiek de ontsluitingsweg Tolberg en een kaart zal worden opgenomen met daarin het zoekgebied waar binnen de zuidelijke verbindingsweg kan worden gerealiseerd. Onderstaande tekst wordt verwijderd: 5.2.2 ‘De Bulkenaar De Bulkenaar betreft een gebiedsontwikkeling aan de zuidwestkant van de stad, direct ten oosten van de A58. De grootste ontwikkeling die hier is voorzien is de bouw van het nieuwe Bravis-ziekenhuis, ter vervanging van de twee bestaande ziekenhuizen in Roosendaal en Bergen op Zoom. De ruimte rondom het nieuwe ziekenhuis wordt ingericht als een plek waar ontspanning, natuur en zorg elkaar ontmoeten en versterken. Hier bieden we alle ruimte voor de beste zorg.

Het gebied De Bulkenaar wordt ontwikkeld tot een groot, aantrekkelijk en duurzaam parklandschap, waar gezondheid, natuurbeleving en recreëren centraal staan. Naast het ziekenhuis komt er ook ruimte voor bedrijven, onderwijs en diensten die zich richten op andere typen zorg, aanvullend op het bestaande aanbod in de stad en regio. Hiervoor wordt zo’n 12 hectare benut. We willen een aantrekkelijke en goed bereikbare groene buffer realiseren tussen het woongebied en het ziekenhuis. In de vormgeving van dit gebied houden we zoveel mogelijk rekening met de bestaande natuur en het landschapsbeeld. Het landschapspark zal uitnodigen om te bewegen, te ontspannen, te fietsen en te wandelen. We zorgen bij de gebiedsontwikkeling ook voor een betere bereikbaarheid. Zo zien we mogelijkheden om de wijk Tolberg aan te sluiten op de snelweg en is een toekomstig spoorstation nabij het ziekenhuis een extra voorziening ter verbetering van de regionale bereikbaarheid. Bij de ontwikkeling van De Bulkenaar staan de volgende vijf thema’s centraal: • Duurzaam gebruik van de ruimte; • Innovatief landschapspark; • Optimale infrastructuur; • Mobiliteit; • Landschap en recreatie’

Naar de volgende tekst:

5.2.2 Gebiedsvisie Bulkenaar ‘Gebiedsvisie Bulkenaar: ontwikkeling Bulkenaar en verkeerssituatie Tolberg De komst van het nieuwe Bravis ziekenhuis vormde de aanleiding om voor de Bulkenaar een gebiedsvisie op te stellen, waarin het gebied wordt ontwikkeld tot zorglandschap. Hieronder wordt verstaan een groen landschapspark met volop mogelijkheden om te recreëren en met daarin een gebied van ongeveer 12 hectare voor medische zorg. Daarmee wordt ruimte gecreëerd voor toekomstgerichte zorg waarvan de hele regio gebruik kan maken. Ziekenhuis, ontsluitingsweg ziekenhuis en landschapspark De locatie van het nieuwe Bravis ziekenhuis wordt vanaf de rijksweg A58 en de Plantagebaan ontsloten via de daartoe aan te leggen westelijke ontsluitingsweg die parallel aan de rijksweg wordt aangelegd. De gemeente heeft voor de locatie van het nieuwe Bravis ziekenhuis, het landschapspark en de westelijke ontsluitingsweg op 10 februari 2022 het bestemmingsplan 'De Bulkenaar' vastgesteld.

Afbeelding 5.4 a: verbeelding vastgesteld bestemmingsplan Bulkenaar (bron: ruimtelijke plannen) Verbindingsweg richting Tolberg In de toekomst zal ook de verbinding met de A58 voor de wijk Tolberg aan de westflank van Roosendaal worden verbeterd. Want ondanks de geografische ligging van de wijk Tolberg in de nabijheid van de A58, is de wijk niet optimaal aangesloten op het rijkswegennet. Ook de ligging tussen de sporen (gelijkvloerse spoorwegovergangen) richting België en Zeeland maakt de ontsluiting van de wijk kwetsbaar. Deze verbetering is al sinds 2009 een wens van de gemeente en is daarom meegenomen in de gebiedsvisie Bulkenaar. Deze visie is door de raad op 28 mei 2020 vastgesteld en vormt daarmee het beleidskader voor deze nieuwe verbinding.

Een nieuwe ontsluiting van Tolberg is reeds in 2009 onderzocht, maar kon toen niet worden gerealiseerd. In 2019 is het onderzoek geactualiseerd voor het planjaar 2030. Hierbij zijn de nieuwe inzichten, zoals de realisatie van een regionaal ziekenhuis op de Bulkenaar ten westen van Tolberg en de verbetering van de ontsluiting van Tolberg meegenomen. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek, impact op de omgeving en de ruimtelijke inpassing is gekozen voor de zuidelijke verbindingsweg Tolberg. Het zoekgebied waarbinnen deze zuidelijke verbindingsweg kan worden gerealiseerd is opgenomen in de gebiedsvisie De Bulkenaar (zie bijgevoegd kaartje uit de gebiedsvisie De Bulkenaar). Bewoners van Tolberg krijgen hiermee een alternatieve route richting de A58. Voor de verdere uitwerking van het tracé en de realisatie van de zuidelijke verbindingsweg wordt een aparte planprocedure doorlopen. ‘

Afbeelding 5.4 b: verbindingsweg richting Tolberg (bron: vastgestelde gebiedsvisie Bulkenaar)

Zienswijze 35: De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. ‘De restanten van kasteel Moerendaal’ wordt in paragraaf 4.2.3 van de tekst van de omgevingsvisie opgenomen.

Zienswijze 36: De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. De bestaande hoogspanningsleidingen worden in figuur 4.11 van de omgevingsvisie aangegeven. Zienswijze 38 De term ‘alternatieven’ wordt geschrapt omdat we eerst met de landbouwsector om tafel willen om de visie op dit thema verder uit te werken en te bekijken wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw Zienswijze 43 Naar aanleiding van de zienswijze is de tekst in de omgevingsvisie aangepast. De zin “we zoeken naar nieuwe verdienmodellen voor agrariërs” wordt uit de tekst gehaald. We kiezen er voor om het volgende op te nemen: ‘De randvoorwaarden voor de transitie van de sector werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit. Daarbij zoeken we de samenwerking met de agrariërs, landbouworganisaties en andere belanghebbenden en overheden.’

5. Ambtshalve wijzigingen De omgevingsvisie wordt ook nog op een aantal onderdelen gewijzigd zonder dat dit kan worden toegeschreven aan hetgeen in de zienswijzen is verwoord. Dit wordt onder andere veroorzaakt door zaken als voortschrijdend inzicht, geconstateerde onvolkomenheden of gewenste verbeteringen. Verder worden een aantal foto’s toegevoegd in de omgevingsvisie. Paragraaf 2.1 is de volgende zin gewijzigd: ‘De wereld ligt open, maar de toekomst is onvoorspelbaarder dan ooit. En daar ligt juist de kracht van Roosendaal: flexibel, kansen pakken. open, maar de toekomst is onvoorspelbaarder dan ooit.’ Deze zin is veranderd in: ‘De kracht van Roosendaal is flexibel omgaan met veranderingen en de kansen benutten als die zich voor doen.’ Paragraaf 4.2.1 Wonen, 5.2.1 Rondje Roosendaal en 5.4.2 Buitengebied wordt het volgende toegevoegd Vanuit het provinciale beleid worden meer mogelijkheden geboden voor de bouw van verschillende woningtypen: ‘Voorts is er een nieuw actieprogramma: ‘Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw’ vanuit de provincie met als doel om de realisatie van alternatieve woonvormen en zelfbouw te stimuleren en te versnellen. Met het actieprogramma wil de provincie stevig bijdragen aan de realisatie van verschillende woonvormen.

In het actieprogramma worden onder andere geclusterde woonvormen, begeleid wonen, studio’s, tiny houses, flexwonen en gesplitste woningen genoemd. De woontypen leiden tot kwaliteitsverbetering en zijn altijd maatwerk.’ Paragraaf 4.2.1 wordt de (Weihoek) verwijderd uit de tekst: Voor 2.500 woningen zal de komende 10 jaar buiten de huidige bebouwingscontour plek moeten worden gevonden. Deels kan dit binnen de stedelijke contour (Weihoek) . De toevoeging van de (Weihoek) is onbedoeld benoemd achter het woord de stedelijke contour. Het is niet bedoeling geweest om enkel één gebied te duiden daarom wordt (de Weihoek) weggehaald achter deze zin. Paragraaf 4.3.5 Milieuveiligheid en hinder wordt opnieuw ingevoegd Onbedoeld is deze paragraaf uit de ontwerp omgevingsvisie niet opgenomen. In de voorontwerp omgevingsvisie stond deze tekst nog wel opgenomen: 4.3.5 Milieuveiligheid en -hinder Op het gebied van milieuveiligheid en -hinder geldt in elk geval dat elke nieuwe ontwikkeling wordt getoetst aan de wettelijke normen. De gemeente Roosendaal werkt momenteel nog aan haar eigen milieubeleid, op verschillende aspecten. Zo worden onder meer de nieuwe aandachtsgebieden veiligheid onder de Omgevingswet in kaart gebracht, en stellen we beleidskaders op met betrekking tot geluid.

Met betrekking tot achtergrondbelasting geur ten gevolge van intensieve veehouderij is het beleidsvoornemen om mitigerende maatregelen te verankeren in de Omgevingsvisie en daaruit voortvloeiende omgevingsplannen. Opgave: zorgen voor een schoon milieu dat bijdraagt aan de gezondheid van de inwoners In dit kader hebben we de opgave om te zorgen voor schone lucht. Actueel liggen de concentraties aan vervuilende stoffen in de lucht beneden de wettelijke grenswaarden, maar dit dient wel actief bewaakt te worden en indien nodig zullen we regulerend optreden. Luchtkwaliteit staat continu onder druk wegens het vele verkeer en de bedrijvigheid. Nieuwe ontwikkeling mag in ieder geval niet bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor het verbeteren van onze luchtkwaliteit zetten we in op het stimuleren van schoner vervoer in onze stad. Ook de ingezette energietransitie gaat bijdragen aan een verbeterde luchtkwaliteit.

Door regionale samenwerking gaan we werken aan het verbeteren van de achtergrondbelasting en verminderde uitstoot van stikstof ten gunste van onze leefomgeving en omliggende natuurgebieden. Een goede kwaliteit van lucht, bodem, water en voldoende natuur is noodzakelijk om een gezonde en veilige fysieke leefomgeving te kunnen bereiken en behouden. Een draagkrachtige bodem en goed functionerend bodemwatersysteem is daarom zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied van belang. Hierbij sluiten we aan bij het landelijk beleid uit de NOVI. Tot nu toe hebben we vooral gekeken of de (chemische) kwaliteit van de bodem en het grondwater geschikt is voor de beoogde functie. De bodem en ondergrond maken echter deel uit van het natuurlijk systeem en zijn daarmee onlosmakelijk onderdeel van duurzame oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Zo biedt de ondergrond kansen, maar ook risico’s voor de energieopgave door het gebruik van bodemenergie en geothermie, en maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie. Hiervoor verwachten we nieuwe wetgeving. Om deze reden werken we nog aan het opstellen van kaders en regels met betrekking tot de bodem. Daarbij brengen we de ondergrondkwaliteiten in beeld, maar ook de maatschappelijke opgaven in relatie tot bodem en de consequenties daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1363/documents/36190