06a Bijlage 2 Nota van zienswijzen omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
We kunnen ons niet vinden in de toevoeging dat ’de gemeente de vraag moet beantwoorden welke functies ze (waar) in het buitengebied wil toevoegen (ruimte voor duurzame energieopwekking, klimaatadaptatie, recreatie en kleinschalige woningbouwlocaties of (zorg) landgoederen). Belangrijke vraag daarbij is ook hoe deze kunnen worden gecombineerd met de landbouwtransitie, en opgaven op het gebied
van natuur en landschap, de waterhuishouding en bodemgesteldheid.’ De gemeente lijkt zich onbewust dat niet altijd sprake is van een combinatie maar van een tegenstelling namelijk dat verduurzaming juist gefrustreerd kan worden door meer aangewezen natuurgebieden of uitbreiding van woonfunctie in het buitengebied. P. 69-75 Hier staan de meest ingrijpende teksten over het buitengebied en de meest ingrijpende veranderingen in het ruimtegebruik. Op mindere (zand-) bodems of in deelsectoren die onder druk staan geven we ruimte voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies’ zetten ons op scherp. Waarom zouden de mindere zand) bodems de locaties zijn voor meer natuurinclusieve bedrijfsvoering? Beantwoording: Voor de beantwoording van de zienswijze verwijzen we naar de beantwoording in de zienswijze 15 (ZLTO). Grotendeels komt deze zienswijze overeen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijze 13 (wijkvisie voor Kortendijk) Het bewonersplatform Kortendijk vond het eerste concept van de omgevingsvisie zo vaag en algemeen dat zij heeft nagedacht over de wijze waarop men het liefst ziet dat de leefomgeving verder wordt ontwikkeld. Een en ander bezien binnen het kader van de ontwerpen die in de omgevingswet aan de orde komen. Men heeft het de Wijkvisie genoemd. Het is een praktische vertaling van ambities en beleidsdoelen op het gebied van de leefbaarheid en de leefomgeving in de wijk Kortendijk. Men volgt de onderwerpen van de omgevingsvisie maar vertellen zo concreet mogelijk op welke wijze die zich wat hen betreft zouden moeten ontwikkelen. Op de volgende onderwerpen heeft de wijk Kortendijk een concrete uitwerking gegeven: Wonen, Economie, Landschap, openbare ruimten, Natuur en milieu, Water, Duurzaamheid, Klimaatadaptatie, Milieuveiligheid, milieuhinder, Sociaal, Zorg, Onderwijs, Voorzieningen, CultuurEvenementen, Sociale veiligheid, Verkeer-Mobiliteit, mobiliteitsmanagement, openbaar vervoer, handhaving. Realiseren. De wijkvisie voor Kortendijk zou door de gemeente Roosendaal geadopteerd moeten worden. Beantwoording Wij danken u voor de uitgebreide visie voor de wijk Kortendijk. Inspirerend om te lezen hoe er vanuit de wijk ideeën zijn voor de genoemde thema’s uit de omgevingsvisie.
De omgevingsvisie is echter een overkoepelende visie voor heel de gemeente en is thema gericht uitgewerkt en niet per wijk/gebied op alle thema’s. Omdat de visie niet ingaat op een uitwerking per wijk, wordt de door u voorgestelde wijkvisie niet geadopteerd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijze 14 Hierbij een zienswijze op de Omgevingsvisie Roosendaal verbonden stad, namens het Landgoed Wouwse Plantage BV, in mijn hoedanigheid als directeur en rentmeester van de vennootschap cq het landgoed. De visie komt wat betreft het landgoed grotendeels overeen met de bestaande planologische inzichten cq de feitelijke situatie. Toch is er een punt waarvoor nader aandacht wordt gevraagd, dat betreft de agrarische activiteiten op het landgoed zelf, die vallen in de visie niet in benoemde agrarische onderzoeksgebieden.
Deze activiteiten maken wel een onlosmakelijk onderdeel uit van het cultuurhistorische ensemble als landgoed. Graag zouden wij in de visie zien opgenomen dat deze activiteit zal kunnen worden voortgezet. Beantwoording De omgevingsvisie schetst het beleid voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen. De omgevingsvisie gaat niet in op concrete individuele gevallen. Voor wat betreft de aanduiding voor agrarische activiteiten op het landgoed is de omgevingsvisie niet het juiste juridische instrument om hierin nader te verwijzen In de tekst van de omgevingsvisie wordt het volgende weergegeven over de agrarische zoekgebieden tussen Wouw en de Wouwse Plantage: ‘In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het buitengebied het een belangrijke opgave is om zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek te faciliteren. Zo zien we ruimte voor verdere ontwikkeling van intensieve agrarische bedrijven met name in het noordelijk deel van het buitengebied (grotendeels ten noorden van de A58, plus een deel zeekleigebied tussen Wouw en Wouwse Plantage ten zuiden van de snelweg), en een combinatie van natuur, verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk.’ Om een ontwikkeling zoals de agrarische activiteiten mogelijk te kunnen maken moet deze ruimtelijk inpasbaar zijn op de betreffende locatie.
Hiervoor dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. (bestemmingsplan of onder de nieuwe Omgevingswet een wijziging van het omgevingsplan) Er zijn gesprekken gaande met de eigenaar over een totaal-herziening van het bestemmingsplan voor dit cultuurhistorisch waardevolle gebied. Wij willen niet op slechts een klein onderdeel vooruitlopen maar willen graag in goed overleg met initiatiefnemer en met de Provincie Noord-Brabant de totaalontwikkeling in een partiële herziening van het bestemmingsplan opnemen. Voor wat betreft het cultuurhistorisch ensemble is dit in de Interim Omgevingsverordening als zodanig opgenomen: het betreft een gebied dat moet worden aangemerkt als complex van cultuurhistorisch belang en als cultuurhistorisch vlak. In het bestemmingsplan Buitengebied Wouw is hier uitvoering aangegeven door voor het perceel de vereiste gebiedsaanduidingen te geven. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijze 15 (ZLTO) De transitie van de agrarische sector. Men heeft met de opstelling van de Landbouwvisie gemeend een goede bijdrage te kunnen leveren aan de totstandkoming van de omgevingsvisie. Men vindt het jammer, dat de landbouwvisie (gelet op de literatuurlijst) geen plaats heeft gekregen in de Omgevingsvisie, enkele uitzonderingen daar gelaten. Men wil nogmaals de aandacht vestigen op de landbouwvisie. Agrariërs hebben een sleutelrol bij het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken; of het nu gaat om voedselveiligheid en zekerheid, leefbaarheid van het platteland, gezondheid of verbetering van milieukwaliteit, klimaat of energie. Het valt of staat ook bij het behoud van een economisch perspectief. Met name de voorstellen voor een extra gebiedsgerichte uitwerking en het toelaten van extra woningen in het buitengebied zorgen ervoor dat er grote zorgen zijn over het perspectief voor de agrarische sector. De huidige Europese, landelijke en provinciale regelgeving legt al voldoende druk op de hiervoor genoemde opgaven en een verdere gemeentelijke verzwaring is niet wenselijk. De prioriteit ligt bij de beschikbaarheid van agrarische gronden voor verdere verduurzaming en extensivering van de bedrijven.
Binnen de kaders die al gesteld worden vanuit hogere beldisorganen willen wij zelf voor de bedrijven de juiste en bedrijfseconomische goede keuzes maken voor onze bedrijven. Bezwaar tegen opgave 2 zoals in de samenvatting weergegeven In de samenvatting, opgave 2: ‘Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid’ staat de volgende zin:
‘In het buitengebied kiezen we voor duurzame landbouw en voor meer natuur. Dat werken we de komende jaren samen met belanghebbenden uit, waarbij we ook ruimte willen bieden voor nieuwe verdienmodellen door agrariërs, zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’. De volgende opmerkingen over deze zin: Duurzame landbouw: Dit wordt onderschreven en de ontwikkeling is in gang gezet door onder andere Europees landbouwbeleid, nationaal en provinciaal beleid ; Wat men niet kan onderschrijven is: Dat binnen het grondgebied van de gemeente Roosendaal gebieden worden aangewezen waar agrarische dynamiek niet meer leidend is (zuidelijk zandgebied) de gemeente lijkt hier de keuze voor de ondernemer te willen maken op welke locaties/deelgebieden bepaalde agrarische toekomstperspectieven meer of minder kansrijk zijn; in de visie en in onze ogen zijn er geen argumenten te vinden die deze beperking van de vrij keuze van ondernemers kan motiveren. Dat er zo terughoudend wordt geacteerd met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen; te gemakkelijk wordt deze effectieve manier om teelt te verduurzamen afgeserveerd, Maak gebruik van de ruimte die provinciaal wordt geboden en sta toe onder voorwaarden.
Meer natuur: Dat wordt geboden de verduurzaming van de agrarische bedrijven, de gevolgen van landelijke wetgeving zoals het 7e actieprogramma Nitraat , agrarisch natuurbeheer ed. Waar men niet achter staat is het aanmerken van substantiële hoeveelheid gronden bij Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten voor uitbreiding Natuurnetwerk Nederland; Het veel verder gaat dan de geijkte opgave voor ecologische verbindingszones. wij hebben hier tegen de volgende bezwaren: -
-
De beschikbaarheid van agrarische gronden is voor ons cruciaal om de doelstellingen van verduurzaming te halen en onze bedrijven economisch overeind te houden; Alleen de aanwijzing al van gronden voor natuur zorgt voor planologische schaduwwerking; De aanwijzing en uitvoering kan directe negatieve gevolge hebben omdat: Het gronden betreft die behoren tot je bedrijf of; omdat de aanwezigheid op lange termijn negatief is voor de vergunning situatie en ontwikkelingsmogelijkheden voor je bedrijf of; Omdat gronden die niet tot je bedrijf behoren maar voor de ontwikkeling op lange termijn nodig zijn voor verduurzaming, niet meer beschikbaar zijn. Uit de reactie van het college op het voorstel Groot Visdonk bleek dat dit soort aanwijzingen vooral ingegeven worden door een financieel motief; vergeten wordt dat dergelijk aanwijzingen op andere manieren een grote (ook financiële) impact hebben op de resterende bedrijven en gronden; Men wijst op de provinciale afspraken over de realisering van NNN en ecologische verbindingszones. Opgeroepen wordt om de energie te richten op de afronding van het huidige vastgestelde en overeengekomen NNN, ook daar ligt nog een opgave;
Samen uitwerken: -
-
Met onze sector zit uw gemeente aan tafel bij de gebiedsgerichte aanpak voor de Brabantse Wal en de Molenbeek dus steek uw energie in deze 2 gebiedsprocessen; Houdt daarbij de ogen gefocust op de bal te weten de stikstofproblematiek en wateropgave: in onze ervaring leiden een steeds toenemende uitdijende lijst van opgaven en wensen tot een infarct bij dit soort processen. Men ziet geen noodzaak om nog een nadere uitwerking op te gaan stellen voor het geheel zandgebied ten zuiden van de A58;
-
Niet verder gaan dan geijkte opgave voor ecologische verbindingszone Plannen voor buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies is men huiverig vanwege potentiële conflictsituaties.; Verdienmodellen Wat wordt hier onder verstaan? Ga niet over tot aanwijzen van deelgebieden voor stimuleren van agrarische sectoren en afschrijven van het zuidelijk zandgebied; De zinssnede: zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’ lijkt sympathiek maar roept vragen op: wie betaalt er dan de rekening? Is de gemeente partij die ervoor zorgt dat geïnvesteerd wordt in een verdienmodel? De bestemmingsplannen voor buitengebied bieden al verschillende mogelijkheden voor neven- of vervolgactiviteiten, gaat de gemeente deze uitbreiden. Tot slot: het is opmerkelijk dat de raad de meest vergaande gebiedsveranderingen voorstelt voor het noordelijke en zuidelijke agrarische deel van het buitengebied maar dit niet laat terugkomen op de visiekaart. Bezwaren per pagina: p.18 ‘Alternatieven worden nog te weinig opgepakt’. Welke alternatieven bedoelt u? Waarom bent u van mening dat ze te weinig worden opgepakt? Wat is de reden dat ze niet worden opgepakt? Hebben deze alternatieven geen economisch perspectief? Dit soort uitspraken zonder verdere onderbouwing horen hier niet thuis. Misschien refereert u aan pagina 21 : wij verwijzen naar onze opmerkingen hierover: p.
18 U spreekt over de lage arbeidsparticipatie en het tekort aan medewerkers in een aantal sectoren. U vergeet daarbij de agrarische sector. p. 21 U spreekt over veranderde geopolitiek en een Europa dat belang hecht aan strategische bevoorraden. De voedselproductie dient als eerste levensbehoefte ook in dit overzicht opgenomen te worden. P. 21 Hier wordt een aantal trends en ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst genoemd die wellicht bedoeld zijn op p. 18? Wij voorzien deze ontwikkelingen van een korte reactie maar willen er toch vooral op wijzen dat het aandeel agrarische bedrijven die zich primair zal richten op de voedselproductie onverminderd hoog zal blijven., dan wel genoemde activiteiten in aansluiting of in combinatie met de primaire (voedsel) productie zullen plaatsvinden. p.27 Keuze voor de bouw van 2.500 extra woningen voor de opvang van overloop uit de randstad, liefst hoger opgeleid en meer verdienend die in de uitbreidingswijken in de stadsrandzones gaan wonen: wij roepen u op tot een zuinig ruimtegebruik en ruimte voor onze kinderen om te wonen. P. 33 Wij verzoeken het rapport Kiezen en delen uit de omgevingsvisie te halen, dit is geen vastgesteld beleid maar een studie, een vingeroefening.
P. 36 ’Het afstemmen van de teelt op de behoefte van de bio-based industry in de regio’; de biobased industrie gebruikt biomassa als grondstof in plaats van fossiele grondstoffen, voor toepassingen als chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen en energie. Waar baseert u de gedacht op dat dit voor ons bedrijf de beste strategie en toekomst is? We zien onze toekomst niet in het produceren van biomassa maar in de productie van voedsel. Of in een combinatie van beiden.
p.36 Hier wordt gesteld dat er alleen een verruiming van mogelijkheden voor teelt ondersteunende voorzieningen kan worden geboden als er geen storende effecten zijn voor natuur en landschap. Wij willen dit graag wat breder trekken zoals ook in de landbouwvisie aangegeven. Voor de verduurzaming van onze bedrijven kan het noodzakelijk zijn teeltondersteunende voorzieningen toe te passen., waterbassins aan te leggen buiten de bouwvlakken of andere innovatieve bouwwerken op onze bouwvlakken te realiseren. Wij vragen u hiervoor open te staan en mogelijkheden te bieden. p.37 Wat is de betekenis van de categorie ‘agrarisch’ in figuur 4.6 cultuurhistorische waarden; waar is dit op gebaseerd en wat voor consequenties verbindt uw raad hier aan? p. 41: hier staat: we werken verdelingsafspraken uit voor grondwater (in plaats van vrij aftapbaar) met boeren en particulieren, in relatie tot klimaatadaptatie en verdrogingsproblematiek’. We kunnen dit niet helemaal overzien: is de gemeente hier partij, wat betekent dit voor onze mogelijkheden voor beregening en de afspraken in de bedrijfswaterplannen? p. 42 Bedrijven leveren in principe geen elektriciteit terug aan het elektriciteitsnet om overbelasting te voorkomen; komen daarmee landelijke doelstellingen niet in gevaar? P.
43 Er wordt niet nader ingegaan op de verduurzaming van woningen die niet in buurt- of wijkverband kunnen doen namelijk de woningen in het buitengebied. Hoe moeten die dat gaan doen? p. 45 hier wordt aangegeven: we gaan veel verder dan de geijkte opgave voor de ecologische verbindingszone? Het uitgangspunt dat uw gemeenteraad veel verder wil gaan verontrust ZLTO. Hoe ver wilt u gaan? Realiseert u zich dat het vasthouden van water om verdroging tegen te gaan er toe leidt dat de sponswerking wordt verkleind en dus geen reservecapaciteit is in de bodem (de grootste wateropvang) bij overmatige regenval? p.47 Bij netwerk schaarste wordt voorgesteld om de woongebieden prioriteit te geven en uit te zoeken of dat wettelijk geregeld kan worden. Wij lezen hierin dat het netwerk in woongebieden verzwaard moet worden omdat de elektriciteitsbehoefte door de energietransitie toeneemt. In de praktijk is zichtbaar dat elektriciteitsopwekking voor levering aan derden juist buiten de woongebieden plaatsvindt zoals op de daken van stallen en loodsen. Aandacht voor netwerk schaarste bij de energieproducent lijkt ons net zo belangrijk als aandacht voor netwerk schaarste bij de energieconsument. p. 51 Voorgesteld wordt om op voormalige agrarische bedrijfslocaties nieuwe functies toe te staan of een bouw- en sloopregeling (ten behoeve van landschappelijke kwaliteitsverbetering) nader uit te werken.
Wij vragen ons af wat u met de uitwerking van de bouw- en sloopregeling beoogd? Streeft u naar versoepeling, een betere financiële tegemoetkoming of juist een aanscherping van de bouw- en sloopregeling? p. 53 onveilige wegverkeerssituaties in het buitengebied waar zowel het (zwaardere) landbouwverkeer als het recreatieverkeer gebruik maken van smalle wegen zijn voor ons een punt van zorg. Het thema ‘wegen buitengebied afstemmen op functie en gebruik met balans voor landbouw- is nog wat eufemistisch: balans wat betekent dat/kan het iets betekenen? p.57
Provinciale gebieden ‘verstedelijking afweegbaar’ stonden in het voorontwerp nog op de visiekaart, in de visie wordt omschreven dat deze nu niet meer worden opgenomen op de kaart maar dat uitwerking ervan nog actueel is? Hiermee wordt in onze beleving de verwarring nog groter, mede omdat de stadsrandzones wel gewoon op de visiekaart zijn opgenomen. p. 58 Op de visiekaart worden verschillende gebieden rond Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten aangewezen voor uitbreiding natuur rond NNN. Met de plannen voor de Bulkenaar heeft uw gemeenteraad al een groot areaal landbouwgronden aan de sector onttrokken. In de zienswijze voor de Bulkenaar hebben wij al aangegeven dat uitbreiding volgens afspraken zou moeten leiden tot vermindering van natuurambities elders. De toevoeging van deze 3 grote gebieden vinden wij niet acceptabel. p. 59 en 72 Hier worden de buitenhoven geïntroduceerd. Wij hebben grote bezwaren tegen zogenoemde buitenhoven: de toename van woningen in het buitengebied zorgt ervoor dat de potentiële conflicten tussen agrarische bedrijven en hun omgeving alleen maar groter worden. p.65 Wij verzoeken u om ook in de stadsrandzones uit te gaan van zuinig ruimtegebruik en compact te bouwen.
p.67 Zo zoekt de landbouwsector naar mogelijkheden om de intensieve hoogwaardige landbouw verder te verduurzamen en de economische positie van het agrofoodcomplex te behouden en uit te breiden en naar oplossingen voor natuur-, milieu en klimaatopgaven Met name op de zandgronden spelen aspecten als verdroging en waterberging daarbij een belangrijke rol’. Wij kunnen ons vinden in deze zinsnede. We kunnen ons niet vinden in de toevoeging dat ’de gemeente de vraag moet beantwoorden welke functies ze (waar) in het buitengebied wil toevoegen (ruimte voor duurzame energieopwekking, klimaatadaptatie, recreatie en kleinschalige woningbouwlocaties of (zorg) landgoederen). Belangrijke vraag daarbij is ook hoe deze kunnen worden gecombineerd met de landbouwtransitie, en opgaven op het gebied van natuur en landschap, de waterhuishouding en bodemgesteldheid.’ De gemeente lijkt zich onbewust dat niet altijd sprake is van een combinatie maar van een tegenstelling namelijk dat verduurzaming juist gefrustreerd kan worden door meer aangewezen natuurgebieden of uitbreiding van woonfunctie in het buitengebied. P. 69-75 Hier staan de meest ingrijpende teksten over het buitengebied en de meest ingrijpende veranderingen in het ruimtegebruik.
Op mindere (zand-) bodems of in deelsectoren die onder druk staan geven we ruimte voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies’ zetten op scherp. Waarom zouden de mindere zand) bodems de locaties zijn voor meer natuurinclusieve bedrijfsvoering? p. 69 We streven in het buitengebied naar zorgvuldig ruimtegebruik Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied’. Deze zinssnede leidt bij ons tot de volgende reactie. Waarom spreken van zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van verstening: indien verdere verduurzaming van bedrijven hier om vraagt zouden er mogelijkheden geboden moeten kunnen worden. Waarom spreken van ontwikkelruimte die verdiend moet worden als de met verduurzaming gepaard gaande ontwikkelruimte in zich al een vorm van verdienen is.
p. 78-79 Onder grondbeleid staat iets over kostenverhaal: als je een initiatief wil ontplooien kan de gemeente kosten in rekening brengen om elders iets aan natuur, landschap, klimaatadaptatie te doen. Hier zou ik een juridische check willen. Beantwoording De gemeente is zich bewust dat de landbouwsector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de landbouwsector. Het is veel meer een opgave die er voor ons samen ligt. De landbouwvisie is niet benoemd in de bijlage met daarin de opgesomde vigerende beleidstukken maar wel degelijk er op na geslagen. De lijst met beleidstukken is het interne beleid vanuit de gemeente Roosendaal. Deze lijst is dan ook niet uitputtend bedoeld. Daarnaast moet een nieuw aandachtspunt benoemd worden: Recent is er een belangrijk aandachtspunt/uitgangspunt bij gekomen: Het door het kabinet naar aanleiding van de stikstofproblematiek aangekondigde Nationaal Programma Landelijk Gebied (hierna: NPLG), zoals verwoord in de 10 juni jl. gepresenteerde startnotitie. Hierin wordt een landelijke visie aangekondigd op de toekomst van het buitengebied.
Dit leidt tot grote opgaven voor en veranderingen in het landelijk gebied: klimaatneutraal maken, kwaliteit van de natuur verbeteren, het watersysteem robuuster en gezonder maken. Europese verplichtingen, het creëren van ruimte voor duurzame (agro-) economische en maatschappelijke ontwikkelingen en de ontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw leiden ertoe dat het wateren bodemsysteem sturend wordt voor het landgebruik in het landelijk gebied. Dit vanwege Europese verplichtingen ten aanzien van natuur-, water- en klimaatdoelstellingen en het ruimte willen blijven creëren voor duurzame economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit wel in samenhang met een toekomst-bestendige ontwikkeling van de landbouw. De ontwikkeling van landbouwbedrijven kan in de optiek van het NPLG gericht zijn op innovatie, extensivering, omschakelen naar nieuwe vormen van landbouw, verbreding van de bedrijfsvoering of combinaties hiervan en verplaatsing of beëindiging van bedrijven. In het NPLG legt het rijk structurerende, richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast als basis voor integrale provinciale programma’s. De gemeente wil graag samen met de belanghebbenden om tafel met de provincie om invulling te geven aan een gebiedsprogramma. Het Rijk wil dat dit uiterlijk juli 2023 wordt opgesteld.
Het gebiedsprogramma biedt dan een belangrijke richtinggevende basis voor de verdere uitwerking van een visie op het buitengebied van Roosendaal.” Ad2) ons bezwaar tegen opgave 2 zoals verwoord in de samenvatting In het rapport “Kiezen en delen” (Ministerie van BZK, 2021), één van de voorstudies van het NPLG is het zuidelijk en westelijk deel van het buitengebied Roosendaal aangeduid als droogtegevoelig gebied en daarmee/daardoor als beoogd gebied voor extensieve grondgebonden landbouw. Het overig deel van het buitengebied van Roosendaal is niet aangeduid als droogtegevoelig en aangeduid als beoogd gebied voor intensieve grondgebonden landbouw. De gemeente wil hiermee aangeven dat er belangrijke aandachtspunten en opgaven liggen in verschillende gebieden in Roosendaal. Hiermee wordt de problematiek waarmee de landbouwsector onder andere kampt mee bloot gelegd. Als gemeente is het belangrijk om de verschillende opgaven die er liggen op het netvlies te hebben en daarmee de samenwerking te kunnen opzoeken met de landbouwsector.
Algemeen gesteld is het Vitaal Platteland het deelgebied met conflicterende belangen en daarmee de belangrijkste aandachtspunten voor het vervolg van de visie- en plan/besluitvorming. Roosendaal zet in de omgevingsvisie voor het buitengebied in op een duurzame ontwikkeling van verwevenheid aan functies en opgaven, waarbij het behoud van duurzaam vruchtbare bodems, biodiversiteit en een goede balans tussen natuur en milieu, economie en mens voorop staat, en waarbij geen afwenteling van milieuproblemen naar de toekomst optreedt. Roosendaal wil op zoek naar een nieuw evenwicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leefomgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschillende functies. •
• • • • •
Behoud van de vitale duurzame agrarische sector en ruimte bieden aan innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw, bij voorkeur circulaire en/of natuurvriendelijke landbouw. Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten. Ruimte voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Rekening houdend met het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het watersysteem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief Ruimte voor nieuwe functies als (kleinschalig) wonen in de dorpen, linten en buitenhoven Behoud en versterking van de landschappelijke cultuurhistorische identiteit en verscheidenheid. Versterking van de relaties met het stedelijk gebied, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn. Behoud en versterken van ecologische- en waterstructuur en de biodiversiteit Enerzijds wateroverlast tegengaan, anderzijds water vasthouden voor tijden van droogte.
De lat ligt daarmee in het buitengebied hoog. De weg ernaartoe ligt nog niet vast en is daarmee aandachtspunt voor uitwerking van de visie. De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. Zo is er vanuit de tuinbouw- en kwekerijsector behoefte aan meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen (groter en voor langere perioden). Dit kan ten koste gaan van landschappelijke waarden, natuur en water. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied. Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur, buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan.
Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Verdienmodellen Met de term “verdienmodellen” werd bedoeld “welke randvoorwaarden kan de gemeente bieden om de sector ruimte te geven voor het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen”. Doordat dit nog niet
nader is uitgewerkt leidt de term tot veel onduidelijkheid. Daarom wordt de term “verdienmodellen” uit de Omgevingsvisie geschrapt. We kiezen er voor het volgende op te nemen: ‘De randvoorwaarden voor de transitie van de sector werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit. Daarbij zoeken we de samenwerking met de agrariërs, landbouworganisaties en andere belanghebbenden en overheden.’ Visiekaart We hebben het noordelijke en zuidelijke deel van de onderzoeksgebieden uit het rapport ‘Kiezen en delen’ niet opgenomen in de visiekaart omdat deze gebieden zich nog bevinden in de onderzoeksfase. In de visiekaart zijn bepaalde keuzes dan wel ontwikkelingen opgenomen. Ad3 Bezwaren per pagina p. 18 alternatieven worden te weinig opgepakt. Deze term wordt uit de omgevingsvisie geschrapt. Zie de beantwoording onder verdienmodellen. p. 18 lage arbeidsparticipatie De omgevingsvisie is een visie op hooflijnen. Het is niet de bedoeling om elke sector apart te benoemen waarin een lage arbeidsparticipatie voorkomt. De sectoren die benoemd zijn, zijn als voorbeelden benoemd in de omgevingsvisie. p. 21 voedselbehoefte en trends en ontwikkelingen Deze tekst gaat om mogelijke ontwikkelingen en er worden voorbeelden gegeven. Ook hier geldt dat dit niet uitputtend is bedoeld en uiteindelijk verdere uitwerking en verdieping benodigd is om deze ontwikkelingen beter te kunnen duiden.
p.27 oproep zuinig ruimte gebruik en p. 65 stadrandzones zuinig ruimtegebruik Zie hiervoor de beantwoording onder Ad2 en de potentiële conflictsituaties. p.33 rapport Kiezen en Delen uit omgevingsvisie In het rapport “Kiezen en delen” (Ministerie van BZK, 2021), één van de voorstudies van het NPLG is het zuidelijk en westelijk deel van het buitengebied Roosendaal aangeduid als droogtegevoelig gebied en daarmee/daardoor als beoogd gebied voor extensieve grondgebonden landbouw. Het overig deel van het buitengebied van Roosendaal is niet aangeduid als droogtegevoelig en aangeduid als beoogd gebied voor intensieve grondgebonden landbouw. p.36 produceren biomassa De opties als bio-based industry voedselbos, energiebos etc worden als voorbeelden genoemd. Het is niet de opzet om met deze opties de landbouwsector te dwingen tot een bepaalde genoemde transitie. p.36 teeltondersteunende voorzieningen, waterbassins buiten bouwvakken, etc. Voor het antwoord verwijzen we naar het eerder gestelde onder Ad2. p. 37 betekenis categorie agrarisch in figuur 4.6 De aangehaalde figuur 4.6 is een cultuurhistorische waardenkaart. De gronden aangeduid als ‘agrarisch’ worden als cultuurhistorisch waardevol gekwalificeerd. Dit vloeit voort uit een rapport uit 2011 waarin een erfgoedkaart voor de gemeente Roosendaal is opgesteld.
Hierin worden de cultuur historisch waardevolle agrarische gronden nader geduid en omschreven. p.41 Het spanningsveld van verdroging en klimaatadaptatie zullen we samen moeten uitwerken met daarbij onder andere boeren, particulieren, waterschap en provincie. Hiervoor zal een thema- of gebiedsgerichte deelvisie of wel programma voor moeten worden opgesteld. p.42 landelijke doelstellingen elektriciteitsnet De landelijke doelstellingen komen hiermee niet in gevaar. Overbelasting van het elektriciteitsnet dient voorkomen te worden. p. 43 verduurzaming woningen in buitengebied.
In de omgevingsvisie wordt dit aangepast door niet alleen te verwijzen naar wijken, buurten maar ook naar gebieden. p.45 verder gaan dan de geijkte opgave voor de ecologische verbindingszone Zie antwoord bij p. 41. p.47 Netwerkschaarste Netwerkschaarste is op dit moment een actueel onderwerp dat onze aandacht heeft. p.51 en pagina 69 nieuwe functies op agrarische bedrijfslocaties of bouw- sloopregeling De bedoeling van de nieuwe functies op voormalige agrarische bedrijfslocaties of de bouwsloopregeling vloeit voort uit het bestemmingsplan Buitengebied Wouw. Als gevolg van diverse ontwikkelingen in de landbouwsector komen agrarische bedrijfsgebouwen vrij. Beëindiging van het agrarisch gebruik kan leiden tot verloedering van (cultuurhistorisch waardevolle) bebouwing en aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. Indien hergebruik samen gaat met sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) bebouwing kan dit bijdragen aan ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Bovendien kan hergebruik een impuls leveren aan de versterking van de leefbaarheid op het platteland en kan het kapitaalvernietiging voorkomen. Gezien de agrarische hoofdfunctie van het grootste deel van het buitengebied heeft bij hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing agrarisch hergebruik de voorkeur. Indien dit niet mogelijk is, wordt hergebruik voor andere economische dragers nagestreefd.
In het bestemmingsplan is hergebruik van vrijkomende boerderijen mogelijk voor recreatieve voorzieningen, opslagactiviteiten, kleinschalige niet-agrarische bedrijvigheid en voor wonen. Voorwaarde voor hergebruik is dat hierbij een bijdrage wordt geleverd aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voorts is er een nieuw actieprogramma: ‘Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw’ vanuit de provincie met als doel om de realisatie van alternatieve woonvormen en zelfbouw te stimuleren en te versnellen. Met het actieprogramma wil de provincie stevig bijdragen aan de realisatie van verschillende woonvormen. In het actieprogramma worden onder andere geclusterde woonvormen, begeleid wonen, studio’s, tiny houses, flexwonen en gesplitste woningen genoemd. De woontypen leiden tot kwaliteitsverbetering en zijn altijd maatwerk. p.53 wegen buitengebied afstemmen op functie en gebruik Met het woord ‘balans’ wordt hier bedoeld dat zowel de wegen afgestemd worden op het gebruik door recreatief verkeer als landbouw verkeer en dat hiermee rekening wordt gehouden met de verkeersveiligheid van de verschillende verkeersdeelnemers. p.57 verstedelijking afweegbaar De gemeente heeft de stadsrandzones rond Roosendaal nadrukkelijk aangewezen als zoekgebied voor mogelijk toekomstige ontwikkelingen. Daarmee laat de raad de hardheid van de stedelijke contour van Roosendaal los.
De raad heeft echter ook aangegeven dat zij wil onderzoeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor de dorpen. Vanwege de krapte op de woningmarkt zal de gemeente vooral eerst op zoek gaan naar inbreidingslocaties in Roosendaal zelf, maar zij kan daarnaast ook op zoek gaan naar uitbreidingslocaties bij Roosendaal en de dorpen.
p.58 Toevoeging 3 natuurgebieden In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het buitengebied het een belangrijke opgave is om zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek te faciliteren. Zo zien we ruimte voor verdere ontwikkeling van intensieve agrarische bedrijven met name in het noordelijk deel van het buitengebied (grotendeels ten noorden van de A58, plus een deel zeekleigebied tussen Wouw en Wouwse Plantage ten zuiden van de snelweg) , en een combinatie van natuur, verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk. In het buitengebied wordt gestreefd naar zorgvuldig ruimtegebruik, en grotendeels naar het beperken van verdere verstening. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per
saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Hiermee wordt niet uitgesloten dat landbouw en natuur naast elkaar kunnen worden ontwikkeld in bijvoorbeeld zoals aangegeven verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in Visdonk. Er wordt daarbij wel degelijk rekening gehouden met het bestaande agrarische gebruik, de agrariërs, en hun bestaande rechten. Maar wat blijft is dat de constatering dat er aandachtspunten in het buitengebied spelen: aandachtspunten vanuit milieu (bodem- en waterkwaliteit, verdroging, stikstofproblematiek, geur, afname biodiversiteit), maar ook aandachtspunten vanuit de sector zelf (steeds strengere wordende (milieu)regels, maatschappelijke druk op aspecten als stikstof, geur, fijnstof, endotoxines, noodzaak maar moeilijkheden voor schaalvergroting, het ontbreken van opvolging bij een deel van de bedrijven etc.). Tegelijkertijd blijft ook de constatering dat er ruimte nodig is voor maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie, natuuropgave en woningbouw, in de stad zelf, maar ook in het buitengebied. In dat buitengebied blijft overigens ook in de toekomst landbouw naar verwachting de grootste ruimtegebruiker. Dat maakt de visie voor het buitengebied lastig en noodzaakt tot afstemming met alle belanghebbenden.
In de vast te stellen omgevingsvisie is dan ook beschreven dat de visie op het buitengebied nog nader uitgewerkt zal worden, betrokken belangen en belanghebbenden hierbij meenemend. Dit visietraject zal worden afgestemd om de ook ingezette gebiedsgerichte aanpak van de provincie in het kader van o.a. de stikstofproblematiek. Pagina 65 De exacte uitbreidingslocaties moeten nog bepaald en uitgewerkt worden. Specifieke randvoorwaarden worden bij de uitwerking bepaald. Pagina 59 en 72: Buitenhoven Zie hiervoor de beantwoording onder Ad2 en de potentiële conflictsituaties Pagina 67 en 69-75 potentiële conflictsituaties en ruimtegebruik Zoals eerder aangegeven onder Ad2 zijn wij ons bewust van potentiële conflictsituaties. Het is belangrijk om de bestaande landbouwbedrijven expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. We wijzigen op dit punt de tekst van de omgevingsvisie en voegen bestaande landbouw toe. Pagina 67 bovenaan, “…ontwikkelingen kunnen worden gecombineerd met de bestaande landbouw, de landbouwtransitie etc…” (bestaande landbouw toevoegen) Pagina 78-79 grondbeleid In hoofdstuk 13 van de Omgevingswet staat aangegeven dat de gemeente kosten in rekening kan brengen om elders iets te doen aan natuur, landschap en klimaatadaptatie. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Nieuwe teksten worden opgenomen in de omgevingsvisie over specifiek de landbouwsector. Paragraaf 2.6 wordt de volgende alinea verwijderd: ‘Verduurzaming biedt ook kansen voor vernieuwingen in de landbouw, onder meer voor de bosbouw (hout als bouwmateriaal) en voor nieuwe vormen van bedrijvigheid zoals de energie-boerderij, circulaire landbouw en voedselbos. Daarnaast wordt onderzocht of de huidige landbouwgebieden ruimte kunnen bieden voor functies zoals CO2-opslag in bodem en zon-wind-zonthermie-geothermie.’ We willen namelijk eerst de kansen voor verduurzaming uitwerken met de direct betrokkenen in de agrarische sector.
De term “verdienmodellen” wordt uit de omgevingsvisie geschrapt. We kiezen er voor het volgende op te nemen: ‘De randvoorwaarden voor de transitie van de sector werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit. Daarbij zoeken we de samenwerking met de agrariërs, landbouworganisaties en andere belanghebbenden en overheden.’ De term ‘alternatieven’ wordt geschrapt. Naast wijken en buurten worden gebieden in de tekst van de omgevingsvisie opgenomen. P. 67: deze tekst wordt aangepast Pag 67 bovenaan, “…ontwikkelingen kunnen worden gecombineerd met de bestaande landbouw, de landbouwtransitie etc…” (bestaande landbouw is toegevoegd)
Zienswijze 16 1.2 Samenspraak: Zijn de genoemde methodes van onderzoek beoordeeld door een onafhankelijke partij, om zeker te zijn dat hiermee het juiste resultaat wordt verkregen? Lijkt mij voor dit onderwerp wel belangrijk. Je kunt met bepaalde methoden en manier van vragen direct sturen in het resultaat, hetgeen hier zeker onwenselijk is. 2.3 Roosendaal nu: Gezondheid en milieu "kan beter" De publieke gezondheid en het milieu staan op diverse manieren onder druk, bijvoorbeeld door stikstof en fijnstof in de lucht en geluidsoverlast. De zuidwestelijke rand van Roosendaal heeft een relatief hoge geurbelasting. De luchtkwaliteit voldoet aan Europese normen, maar is door transport en verkeer relatief slecht ten opzichte van andere gemeenten. De concentratie van PM2,5 (fijnstof) overschrijdt – net als in het grootste deel van Nederland – wel de strengere adviesnorm van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Waarom wordt er daar precies een nieuw ziekenhuis geprojecteerd. Lijkt mij zeer onlogisch. 3.3 Overkoepelende opgaven voor Roosendaal. Waarom moet er in Roosendaal gebouwd worden voor overloop uit de Randstad? Bouwen voor de autonome groei lijkt mij meer dan voldoende. Uitbreiding van de stadrandzones is dan niet of in mindere mate aan de orde. 4.2.2. Economie. Logistiek is economisch belangrijk maar draagt weinig bij aan werkgelegenheid.
Waarom hebben we daar dan de voorbije jaren zoveel in geïnvesteerd (Dozendaal)? Mensen geven aan weinig carrièrekansen te zien en pleiten voor technische innovatie en goed passend onderwijs. 4.2.3. Landschap en openbare ruimte. Opgave: duurzaam gebruik en beheer buitengebied In verband met klimaatverandering en de milieugezondheidslast zoals beschreven in de Foto van Roosendaal en de visie op een aangenaam leef- en woonklimaat, is het een opgave om het buitengebied te ontzien van een sluipende en ongecontroleerde verstedelijking. We versterken de identiteit van stad en dorpen door het handhaven en ontwikkelen van
de landschappelijke en cultuurhistorische basisstructuren in het buitengebied en van de bebouwde omgeving. Bovenstaande visie staat haaks op het plan Bulkenaar. 4.4.6 Sociale veiligheid: Opgave: tegengaan van georganiseerde criminaliteit in het buitengebied. Het landschapspark in plan Bulkenaar wordt een ideale plek voor drugsdealers. Uit het zicht en voorzien van een directe ontsluitingsweg naar de A58. Ook op dit gebied wordt Roosendaal logistiek weer een hoogstandje. 5.2.2 De Bulkenaar Ik ben van mening dat de manier waarop de keuze voor de bouw van een ziekenhuis en aanleg van een landschapspark volledig onprofessioneel tot stand gekomen is en enkel gedreven is door het op relatief korte termijn beschikbaar zijn van deze locatie. Tot heden heb ik nog geen enkel bewijs gezien waarin op basis van juiste criteria, beschikbare informatie en opgebrachte alternatieve mogelijkheden, deze locatie onomstotelijk als enig juiste naar voor komt. Sterker nog, diverse instanties, waaronder Brandweer Midden-en West Brabant geven aan dat het ziekenhuis in de nieuwe Omgevingswet gezien moet worden als een zeer kwetsbaar object. Dit object wordt nu geplaatst pal langs een snelweg, spoorlijn, buisleidingstraat en in nabijheid van bestaande intensieve veehouderijen. Ook geldt dat specifiek in dit gebied het met de luchtkwaliteit ( met name fijnstof) en geurbelasting zeer slecht gesteld is.
Verder wordt volgens de omgevingsvisie hier toekomstig ook nog een dedicated goederen spoorlijn (Robellijn) bijgevoegd. Kortom een slechtere locatie voor een ziekenhuis is bijna niet denkbaar. Voor het landschapspark geldt dat niemand hier om gevraagd heeft en dat dit park enkel dient om de schade aan de natuur door de bouw van het ziekenhuis te compenseren. Link je dit plan met deze omgevingsvisie voor Roosendaal dan zou het verstandiger zijn om de bouw van het Ziekenhuis te koppelen aan de toekomstige ontwikkeling van de Weihoek , inclusief een fatsoenlijke ontsluiting van deze wijk. Beantwoording 1.2 Samenspraak Het proces van samenspraak is niet getoetst door een onafhankelijke partij. Dit is ook niet gebruikelijk. Samenspraak is een proces gericht op het verkennen van wat inwoners belangrijk vinden en dat kan op vele manieren. Hierbij is een mix van middelen ingezet, steeds met een veelal open vraagstelling. Het proces van samenspraak is vooral gericht geweest op het naar boven halen van wat inwoners in brede zin belangrijk vinden voor de toekomst van stad en dorpen, niet op hun standpunten over specifieke vraagstukken. Daarna is, conform onze inspraakverordening, de voorontwerp omgevingsvisie nogmaals voor inspraak ter inzage gelegd. Dit is een formele vorm van participatie die voldoet aan de wettelijke vereisten.
3 3 Overkoepelende opgaven voor Roosendaal Overloop uit andere gebieden is een gegeven waar we mee te maken hebben. Vervolgens is het inderdaad een keuze om er actief op in te spelen. Uit het oogpunt “sterke steden” wil Roosendaal graag een sterke en aantrekkelijke stad zijn en blijven. Zorgen voor huisvesting om op de overloop uit andere gebieden in te spelen biedt de mogelijkheid te groeien in inwoners en bovenal om de effecten van vergrijzing te verminderen. Nieuwe inwoners die zich vestigen zijn doorgaans mensen met een baan en vaak ook gezinnen. Deze nieuwe inwoners helpen bij het behouden van draagvlak voor voorzieningen, winkels, scholen en verenigingen. 4.2.3 Landschap en openbare ruimte. In de inspraakreactie wordt gesteld dat logistiek weinig bijdraagt aan de werkgelegenheid. In de omgevingsvisie staat dat bij verdergaande robotisering er mogelijk sprake is van een afnemend belang voor de werkgelegenheid. Dit neemt niet weg dat de logistieke sector een substantieel
deel van de totale werkgelegenheid inneemt: in 2020 werkten 2.529 mensen in de logistiek in Roosendaal. De Associate Degree Academie in Roosendaal heeft een succesvolle HBOopleiding niveau 5 in de logistiek die wel degelijk carrièrekansen biedt. Ook biedt de robotisering werk voor technische profielen bij de toeleverende bedrijven. 2.3, 4.2.3, 4.4.6 en 5.5.2 ten aanzien van de ontwikkeling Bulkenaar Voor het ontwerpbestemmingsplan Bulkenaar heeft de raad de gebiedsvisie vastgesteld, het college heeft een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht en een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Inmiddels is op 10 februari 2022 het bestemmingsplan door de raad vastgesteld. Vanwege het feit dat voor deze ontwikkeling een aparte ruimtelijke procedure wordt doorlopen, wordt dit in de omgevingsvisie niet nogmaals onderzocht. In de omgevingsvisie wordt de ontwikkeling van een nieuw ziekenhuis in de Bulkenaar gezien als een ontwikkeling waarvoor reeds een aparte ruimtelijke procedure wordt doorlopen. De gebiedsvisie voor de Bulkenaar is door de raad vastgesteld en in de omgevingsvisie wordt dit raadsbesluit als zodanig meegenomen. Wij gaan daarom niet nader in op de reacties ten aanzien van de ontwikkeling van het bestemmingsplan Bulkenaar. Voor deze ontwikkeling geldt een aparte juridische procedure waarbij een ieder kan inspreken.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijze 17 De agrarisch sector heeft ruimte nodig om te ondernemen en te investeren in de opgaven op het gebied van milieu en verduurzaming die er al liggen. Ons melkveebedrijf is al jaren bezig met verduurzaming en milieu. Wij doen mee aan verschillende duurzaamheidsinitiatieven van de zuivelsector en de provincie. Wij leveren melk onder het keurmerk Planet-Proof en we doen mee aan de biodiversiteitsmonitor. Dit betekent dat wij veel eiwit van eigen land halen, een lage co2 uitstoot hebben, lage ammoniakuitstoot, hoog dierenwelzijn en veel weidegang toepassen. Om al deze doelen te behalen is het zeer belangrijk dat wij voldoende landbouwgrond onder ons bedrijf hebben. In de omgevingsvisie van de gemeente is het plan om nieuwe natuur te maken rondom landgoed Wouwse plantage. Wij pachten 24 hectare landbouwgrond van landgoed Wouwse Plantage. Deze grond valt allemaal binnen het gebied van "nieuwe natuur" waardoor we deze grond niet meer kunnen pachten. Voor ons betekent dit dat we niet meer kunnen voldoen aan de eisen van planetproof melk, de biodiversiteitsmonitor en de grondgebonden melkveehouderij. Door de hoge druk op landbouwgrond is het voor ons niet mogelijk om ergens anders grond te pachten. Ons bedrijf zal hierdoor veel minder duurzaam zijn en minder rendabel omdat we veel voer aan moeten kopen en mest moeten afvoeren.
In onze ogen wordt dus juist het doel om een duurzamere gemeente te krijgen juist tegen gewerkt door deze visie. Beantwoording Wij horen natuurlijk graag dat de agrarische sector zich inzet op het gebied van verschillende duurzaamheidsinitiatieven van de zuivelsector en de provincie. In de omgevingsvisie is in paragraaf 5.4.2 het volgende aangegeven over het buitengebied: ‘Op mindere (zand- ) bodems of in deelsectoren die onder druk staan geven we ruimte voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies. Het gaat daarbij met name over de zandgronden in het zuiden van de gemeente (ruwweg tussen Wouwse Plantage, Roosendaal en Rucphen) en de gebieden grenzend aan de stad in het westen (Bulkenaar/Weihoek, tussen Tolberg en de A58. Transformatie van agrarische bedrijven gebeurt altijd op vrijwillige basis. De gemeente zet in op stimuleren en faciliteren.’ Hiermee wordt niet uitgesloten dat landbouw en natuur naast elkaar kunnen worden ontwikkeld in bijvoorbeeld zoals aangegeven verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in de Wouwse Plantage. Er wordt daarbij wel degelijk rekening gehouden met het bestaande agrarische gebruik, de agrariërs, en hun bestaande rechten.
Maar wat blijft is dat de constatering dat er aandachtspunten in het buitengebied spelen: aandachtspunten vanuit milieu (bodem- en waterkwaliteit, verdroging, geur, afname biodiversiteit), maar ook aandachtspunten vanuit de sector zelf, maatschappelijke druk op
aspecten als stikstof, geur, fijnstof, endotoxines, noodzaak maar moeilijkheden voor schaalvergroting, het ontbreken van opvolging bij een deel van de bedrijven etc.). Tegelijkertijd blijft ook de constatering dat er ruimte nodig is voor maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie, natuuropgave en woningbouw, in de stad zelf, maar ook in het buitengebied.
Dat maakt de visie voor het buitengebied lastig en noodzaakt tot afstemming met alle betrokkenen. In de vast te stellen omgevingsvisie is dan ook beschreven dat de visie op het buitengebied nog nader uitgewerkt zal worden, betrokken belangen en belanghebbenden hierbij meenemend. Dit visietraject zal worden afgestemd met de ook ingezette gebiedsgerichte aanpak van de provincie in het kader van o.a. de stikstofproblematiek. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Zienswijze 18 Men kan zich grotendeels vinden in de omgevingsvisie. Men maakt zich echter zorgen over een aspect: dat we de lijn van de complete en compacte stad loslaten. De opgave inspelen op extra groei heeft ingrijpende consequenties. Met name voor de stadsrandzone Oost (het zuidelijke deel ervan) die aangewezen wordt als potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw. Men pleit er voor om aan/in de stadsrandzone Oost (inclusief het zuidelijke deel ervan) niet gebouwd wordt, ook niet na 2030. Ik zal dit toelichten. Er wordt op basis van aannames bepaald dat er 3000 tot 4500 woningen in de komende 10 jaar bij moeten komen waarvan voor 2500 woningen ‘de komende jaar buiten de huidige bebouwingscontour plek moet worden gevonden zoals op pagina 31 staat.
De gemeente zou pas op de plaats moeten maken en uit moeten gaan van een pragmatische redenering waarbij de vraag centraal staat wat we binnen de schaarse ruimte aan ambities kunnen realiseren. Dan kan de groene stadsrandzone gevrijwaard blijven van bebouwing. In de omgeving van Roosendaal is weinig natuur. We missen met name bossen binnen de gemeentelijk grenzen. Gelukkig zijn er bossen in de naastgelegen gemeente Rucphen, dichtbij de oostrand van de stad. Deze bossen worden door een strook van groen van 500 à 750 m van de stad gescheiden. Dit wordt aangeduid als de stadsrandzone Oost. Als je de omgevingsvisie leest dat wordt dit gezien als loze ruimte. Als een gebied zonder ruimtelijke kwaliteiten dat dus geschikt is voor bebouwing. De stadrandzone zou beter tot zijn recht komen als de bossen in tekst en kaartjes erbij aangegeven zouden worden. Dan krijgt de rustige kant van de stad een heel ander karakter, meer betekenis en grote waarde. Dan zal men deze entree naar het buitengebied niet gemakkelijk meer typeren als landbouwgrond dat gezien kan worden ‘als een potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw’. Het is de groene route naar de Rucphense bossen’. Het zou jammer zijn als hier gebouwd gaat worden. Groen, rust en ruimte worden definitief aangetast door woningen, infrastructuur en dynamiek.
Ook zal de druk toenemen op de bossen wat gevolgen heeft voor de natuur en Roosendalers die hier hun ontspanning vinden. Daarbij wordt aangetekend dat ‘Roosendaal op diverse sporen actief is op provinciale en (sub) regionale schaal (pagina 19). Dan is het vreemd om een plan te overwegen om de bebouwde kom door te trekken tot aan de ‘tuin’ van de buren. Veel jonge mensen, alleenstaanden en ouderen zullen minder behoefte hebben om op een locatie te wonen die zo ver van het centrum verwijderd is. Kortom gepleit wordt om de stadsrandzone Oost in de Omgevingsvisie niet aan te wijzen als potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw.
Beantwoording: In uw zienswijze geeft u aan dat u zich zorgen maakt over de stadsrandzone Oost die aangewezen wordt als potentiële zoeklocatie voor woningbouw in de omgevingsvisie. Met het opnemen van de stadsrandzones wil de gemeente aangeven dat de stedelijke contour van Roosendaal losgelaten wordt. De stadsrandzones zijn in de visiekaart aangegeven met cirkels en vormen een indicatie van het zoekgebied. Om een goede afweging te kunnen maken, worden alle stadsrandzones op hoofdlijnen bekeken. Daarna kunnen exacte uitbreidingslocaties middels nader onderzoek verder worden uitgewerkt. Op dit moment staan de zoekgebieden met cirkels en pijlen aangegeven in de visiekaart. De pijlen zouden kunnen impliceren dat op deze plekken op termijn in woningbouwlocaties kunnen worden ontwikkeld. Wij zullen dit aanpassen voor wat betreft de stadsrandzone Oost omdat dit gebied voor de middellange termijn niet in aanmerking zal komen. De visiekaart zal op dit punt worden aangepast waarbij de pijlen bij de stadsrandzone Oost er uit worden gehaald. Daarbij geeft deze zienswijze aanleiding om ook de tekst te nuanceren met betrekking tot de potentiële zoeklocatie voor de standsrandzone Oost. Op de middellange termijn zien wij hier namelijk geen potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw.
Op langere termijn, naar verwachting na 2030, lijkt het zuidelijke deel wel geschikt voor ontwikkeling, in lage concentraties en met veel groen om een goede aansluiting met het aansluitende groene en ruime buitengebied te borgen. De locaties in Rondje Roosendaal en de stadsrandzone Zuidwest (Weihoek) krijgen prioriteit boven de oostelijke stadsrandzone. Wanneer in de toekomst daar bovenop behoefte ontstaat aan aanvullende woningbouwlocaties, zal worden onderzocht of stadsrandzone Oost mogelijkheden biedt. Daarbij blijft de hoofdlijn dat op beperkte schaal ontwikkeling in de stadsrandzones plaats zal vinden, mits goed ruimtelijk inpasbaar. Eerst zal gekeken worden naar inbreidingslocaties en vervolgens op middellange termijn naar de stadsrandzones waarbij de stadsrandzone zuidwest prioriteit geniet. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Naar aanleiding van de zienswijze wordt de visiekaart en de tekst van de omgevingsvisie aangepast. In de visiekaart worden de pijlen weggehaald bij het zoekgebied rondom stadsrandzone Oost. In de tekst wordt het volgende gewijzigd: Paragraaf 5.2: Indien blijkt dat de inbreidingslocaties niet voldoende zijn om aan de vraag (bijvoorbeeld vanuit woningbouwbehoefte) te voldoen dan zal ook gekeken worden naar mogelijke uitbreidingslocaties in de stadsrandzones.
Gewijzigd in de volgende tekst: Indien blijkt dat de inbreidingslocaties niet voldoende zijn om aan de vraag (bijvoorbeeld vanuit woningbouwbehoefte) te voldoen dan zal ook gekeken worden naar mogelijke uitbreidingslocaties in de stadsrandzones; op middellange termijn vooral en primair in stadsrandzone zuidwest. Tekst onder paragraaf 5.3.2 Oost wijzigen: In deze oostelijke stadsrandzone zien we een potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw. Met name het zuidelijk deel hiervan lijkt geschikt voor ontwikkeling, bijvoorbeeld aangrenzend aan de bestaande woonwijk. De locaties in Rondje Roosendaal en de stadsrandzone Zuidwest (Weihoek) krijgen prioriteit boven de oostelijke stadsrandzone. Wanneer in de toekomst daar bovenop behoefte ontstaat aan aanvullende woningbouwlocaties, dan komt de stadsrandzone Oost in beeld. In de volgende tekst: In deze oostelijke stadsrandzone zien we voor de middellange termijn geen potentiële zoeklocatie voor toekomstige woningbouw. Op lange termijn, naar verwachting na 2030, lijkt het zuidelijk deel mogelijk wel geschikt voor ontwikkeling, bijvoorbeeld aangrenzend aan de bestaande woonwijk, in
lage concentraties en met veel groen om een goede aansluiting met het aansluitende groene en ruime buitengebied te borgen. De locaties in Rondje Roosendaal en de stadsrandzone Zuidwest (Weihoek) krijgen prioriteit boven de oostelijke stadsrandzone. Wanneer in de toekomst daar bovenop behoefte ontstaat aan aanvullende woningbouwlocaties, zal worden onderzocht of stadsrandzone Oost mogelijkheden biedt.
Zienswijze 19 ln het verleden zijn er vergunde rechten door u als gemeentebestuur van de gemeente Roosendaal vergund. Dieraantallen met de daarbíj behorende emissie cijfers en het gekozen emíssieluchtbehandelingssysteem. Wij verzoeken u rekening te houden met de wensen van ons als varkenshouder om het systeem te kiezen waarvoor wij produceren en niet mèèr beperkt te worden door de omgevingsvisie die nu voorligt dan in actuele landelijke/ Europese regelgeving die is vastgelegd. Wij willen een eerlijk/ eenzelfde behandeling (artikel 1 grondwet) zonder enige vorm van willekeur net als voor alle andere ondernemers in onze sector en verwachten dat Gemeente Roosendaal zonder onnodige belemmeringen ons als ondernemer faciliteert om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen. Er dient op bedrijfsniveau maatwerk te worden geleverd door gemeente Roosendaal. Gemeente Roosendaal moet zich bedienen van onafhankelijke deskundigen die ook door de initiatiefnemer akkoord moet worden bevonden. Deze deskundige adviseert wat op bedrijfsniveau het meest duurzaam/ economisch is voor ons als ondernemer om het bedrijf te kunnen voortzetten. Mochten initiatiefnemers en Gemeente Roosendaal niet tot een voor beide partijen akkoord bevonden deskundige kunnen komen zal de Rechtbank een deskundige aanwijzen.
Wij wensen niet zoals bij onze laatste vergunningsaanvraag waarbij de gemeente gebruik maakt van een zogenaamd "U vraagt wij draaien bureau" (de Roever). Wat geheel NIET onafhankelijk en sturend optreedt in opdracht van gemeente Roosendaal met voor ons grote nadelige financiële consequenties . Beantwoording De gemeente is zich bewust dat de landbouwsector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de landbouwsector. Het is vooral ook een gezamenlijke opgave. Verder lijkt deze zienswijze vooral in te gaan op concrete zaak, de juridische procedure bij de rechtbank. Het is nu aan de rechter om een oordeel te geven over deze zaak. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijze 20 De landbouwactiviteiten komen hierdoor in het gedrang. Beantwoording In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het buitengebied het een belangrijke opgave is om zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek te faciliteren. Zo zien we ruimte voor verdere ontwikkeling van intensieve agrarische bedrijven met name in het noordelijk deel van het buitengebied (grotendeels ten noorden van de A58, plus een deel zeekleigebied tussen Wouw en Wouwse Plantage ten zuiden van de snelweg), en een combinatie van natuur, verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk. In het buitengebied wordt gestreefd naar zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied.