CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

05b - 77- Bijlage Concept akte van statutenwijziging SOVOR.pdf

Gemeenteraad 19 januari 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Raadsvoorstel wijziging statuten SOVOR JTC4.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VAN DOORNE N.V. SL/AM/VvdM/203912403 Concept de dato 31 oktober 2022

AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING OPENBAAR VOORTGEZET ONDERWIJS ROOSENDAAL

Heden, [datum] tweeduizend tweeëntwintig, verschijnt voor mij, mr. Anna Henriëtte Mars, toegevoegd notaris, bevoegd om akten te passeren in het protocol van mr. Saskia LaseurEelman, notaris te Amsterdam: [medewerker van Van Doorne N.V.] met kantooradres 1081 KM Amsterdam, Jachthavenweg 121. De verschenen persoon verklaart dat: -

het college van bestuur van de stichting: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Roosendaal, statutair gevestigd te gemeente Roosendaal, met adres: 4706 EZ Roosendaal, Burgemeester Schneiderlaan 2, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer: 20122937, hierna te noemen: de "Stichting", op [datum] tweeduizend tweeëntwintig met inachtneming van de statutaire voorschriften heeft besloten de statuten van de Stichting algeheel te wijzigen, alsmede om de verschenen persoon te machtigen deze akte te doen passeren, waarvan blijkt uit het schriftelijke besluit dat aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage);

-

de raad van toezicht van de Stichting met inachtneming van de statutaire voorschriften haar voorafgaande goedkeuring aan het besluit tot statutenwijziging van het college van bestuur van de Stichting heeft verleend op [datum] tweeduizend tweeëntwintig, van welk besluit blijkt uit de notulen van de betreffende vergadering, waarvan een uittreksel aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage);

-

de gemeenteraad van de gemeente Roosendaal op [datum] tweeduizend tweeëntwintig met inachtneming van de statutaire voorschriften instemming heeft verleend aan de wijziging van de statuten van de Stichting, van welke instemming blijkt uit een schriftelijk stuk dat aan deze akte zal worden gehecht;

-

de statuten van de Stichting laatstelijk zijn vastgesteld bij akte van statutenwijziging op tien mei tweeduizend zeventien, verleden voor mr. M.J.G. Geleijns, notaris te Roosendaal.

Ter uitvoering van vermelde besluiten verklaart de verschenen persoon, handelend als vermeld, de statuten van de Stichting algeheel te wijzigen en opnieuw vast te stellen als volgt: STATUTEN Artikel 1. Naam en Zetel 1.

De Stichting draagt de naam: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Roosendaal.

2.

De Stichting heeft haar zetel in de gemeente Roosendaal.

Artikel 2. Begripsbepalingen

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 1

In deze statuten wordt verstaan onder: a.

gemeente: de gemeente Roosendaal;

b.

gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Roosendaal;

c.

de school: het Jan Tinbergen College;

d.

de wet: de Wet voortgezet onderwijs 2020;

e.

stichting: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Roosendaal, een stichting statutair gevestigd te gemeente Roosendaal, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer: 20122937.

Artikel 3. Doel en middelen 1.

De stichting heeft ten doel het verzorgen van voortgezet openbaar onderwijs in de zin van de wet en in het bijzonder overeenkomstig artikel 2.3 van de wet. Om dat doel te bereiken kan de stichting gebruik maken van alle daaraan dienstbare middelen.

2.

Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de stichting in stand gehouden openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met- onderwerping van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.

3.

De door de stichting in stand gehouden openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaaronderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in stand gehouden openbarescholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

4.

De stichting heeft geen winstoogmerk.

Artikel 4. Duur en boekjaar. 1.

De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

2.

Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5. Vermogen 1.

De stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen en particulieren inbegrepen.

2.

Erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard.

Artikel 6. College van bestuur; samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis 1.

De Stichting wordt bestuurd door een college van bestuur bestaande uit een of meer

2.

De Ieden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht, met

leden, het aantal door de raad van toezicht nader te bepalen. inachtneming van het hierna bepaalde. 3.

Bij de benoeming van de Ieden van het college van bestuur wordt, onverminderd het in de volgende Ieden bepaalde, gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen waarbij in ieder geval mee worden gewogen algemene bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de stichting en spreiding van deskundigheden en achtergronden. Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, vast te stellen werving- en selectieprocedure en op basis van een

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 2

vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede in geval van een meerhoofdig college van bestuur, een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van het college van bestuur dienen te beschikken. Bij het ontstaan van een vacature gaat de raad van toezicht na of de algemene profielschets dan wel de individuele profielschets voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld te adviseren over de profielschets(en). 4.

Ten behoeve van de benoeming van een lid van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht een benoemingsadviescommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken twee leden van de medezeggenschapsraad, te weten: één persoon namens het personeel en een ander persoon namens de ouders. De raad van toezicht regelt de werkwijze van de benoemingsadviescommissie.

5.

Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van het lid van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Het lid van het- ad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.

6.

De gemeenteraad kan besluiten tot opheffing van een schorsing gedaan door de raad van toezicht. Alsdan is de raad van toezicht eerst na verloop van een jaar na het moment van opheffing van de schorsing bevoegd wederom te besluiten tot schorsing van het lid van het college van bestuur.

7.

Een lid van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van de arbeidsovereenkomst.

8.

Een lid van het college van bestuur defungeert: a.

doorzijn overlijden;

b.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);

c.

door zijn ontslag door de rechtbank;

d.

door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht;

e.

door het verstrijken van de duur van zijn arbeidsovereenkomst;

f.

door de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met de stichting;

g.

doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen – al dan niet voorlopig – op hem van toepassing wordt verklaard; en

h.

indien één of meerdere van titels 16, 19 en/of 20 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt.

9.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij een vacature, ontstentenis of belet van een lid van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door de overgebleven leden of het overgebleven lid. Bij ontstentenis of belet van het gehele college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door een

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 3

persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een lid van het college van bestuurder zijn functie tijdelijk niet kan uitoefenen. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag van een lid van het college van bestuurder waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van het college van bestuur. 10.

De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur.

Artikel 7. College van bestuur; taak en bevoegdheden 1.

Het college van bestuur is belast met belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het doel en het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.

2.

Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend.

3.

Het college van bestuur stelt jaarlijks, na verkregen goedkeuring van de raad van toezicht, een begroting vast.

4.

Het college van bestuur formuleert concrete doelstellingen van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. Het college van bestuur legt in het bestuursverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald.

5.

Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt Besluiten rondom zekerheidstelling voor anderen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van (de leden van) het college van bestuur aan.

6.

Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a.

het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;

b.

de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers

c.

ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal

tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; werknemers in dienst van de stichting; d.

een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling;

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 4

e.

(het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsen van (een deel van) door de stichting in stand gehouden scholen;

f.

het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen.

7.

Het college van bestuur kan een bestuursreglement vaststellen, waarbij een regeling wordt gegeven omtrent de wijze van besluitvorming van het college van bestuur, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. De raad van toezicht kan bepalen dat andere dan de in lid 6 van dit artikel genoemde bestuursbesluiten aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht worden onderworpen. Alsdan wordt dat schriftelijk meegedeeld aan het college van bestuur.

8.

Een lid van het college van bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige leden het college van bestuurders genomen. Wanneer alle leden van het college van bestuurders een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, wordt het desbetreffende besluit genomen door het college van bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

9.

Tegen de achtergrond van in het college van bestuur benodigde deskundigheid draagt het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld.

Artikel 8. vertegenwoordiging 1.

Het college van bestuur vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

2.

Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 9. Raad van toezicht 1.

Onverminderd het bepaalde in deze statuten en de wet is het toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De raad van toezicht kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.

2.

De raad van toezicht bestaat uit vijf natuurlijke personen. De leden van de raad van toezicht worden benoemd, geschorst en ontslagen door de gemeenteraad. De raad van toezicht stelt een algemeen profiel op voor zijn samenstelling naar ten minste deskundigheden, vaardigheden en diversiteit. Voor iedere vacature stelt de raad van toezicht een specifiek profiel op. Het college van bestuur en de medezeggenschapsraad worden in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en).

3.

Leden van de raad van toezicht onderschrijven de doelstelling van de stichting en respecteren de wezenskenmerken van openbaar onderwijs.

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 5

4.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is in beginsel eenmaal mogelijk. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.

5.

Eén lid van de raad van toezicht wordt op bindende voordracht van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad benoemd en één lid van de raad van toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de medezeggenschapsraad, waarbij in ieder geval de oudergeleding van de medezeggenschapsraad voor de betreffende voordracht dient te stemmen. De overige leden van de raad van toezicht worden op bindende voordracht van de raad van toezicht zelf benoemd.

6.

Ten behoeve van de voordrachten voor benoeming van een lid van de raad van toezicht wordt door de raad van toezicht een benoemingsadviescommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken twee leden van de medezeggenschapsraad, te weten: één persoon namens het personeel en een ander persoon namens de ouders. De raad van toezicht regelt de werkwijze van de benoemingsadviescommissie.

7.

Personen die in dienst zijn van de Stichting kunnen geen lid van de raad van toezicht worden. Een lid van de raad van toezicht mag niet: -

als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn— ten behoeve van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de— stichting;

-

als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot hetaangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg;

-

als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting.

8.

De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en vice-voorzitter aan en eventueel een secretaris.

9.

De leden van de raad van toezicht hebben recht op vergoeding van de door hen in uitoefening van hun functie gemaakte kosten en ontvangen ter zake hun werkzaamheden voor de stichting een vergoeding in lijn met de in het onderwijs vigerende wet- en regelgeving voor goed bestuur. De hoogte van deze vergoedingen wordt vastgesteld door de raad van toezicht. De hiervoor omschreven vergoedingen worden in het bestuursverslag van de stichting zichtbaar gemaakt en toegelicht.

10.

Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. Het college van bestuur stelt ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 6

De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting; het door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 11.

De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.

12.

Een lid van de raad van toezicht defungeert; a.

door zijn overlijden;

b.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);

c.

door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden;

d.

indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt;

e.

door zijn ontslag verleend door de rechtbank;

f.

door onder curatelestelling;

g.

door zijn ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht.

13.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht, nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de volledige taken van de raad van toezicht waar. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht wordt door de wethouder met de portefeuille onderwijs van de gemeente een persoon aangewezen die tijdelijk met het toezicht op de stichting is belast. Deze persoon is voorts gehouden zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de raad van toezicht aan de gemeenteraad, een en ander tot de gemeenteraad conform het bepaalde in dit artikel in benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht heeft voorzien. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van toezicht. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een lid van de raad van toezicht tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een lid van de raad van toezicht is geschorst.

14.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het doel en het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.

15.

Jaarlijks evalueert de raad van toezicht zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop de evaluatie plaatsvindt kan nader worden uitgewerkt in het reglement raad van toezicht.

Artikel 10. Raad van toezicht; werkwijze 1.

In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid een stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 7

van stemmen is het voorstel verworpen. 2.

Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige leden van de raad van toezicht genomen. Wanneer alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, wordt het desbetreffende besluit genomen door de raad van toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

3.

De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich voor het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.

4.

Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen.

5.

De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Roosendaal, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden voor het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten.

6.

De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan een zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere aan die vergadering deelnemende leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.

7.

Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen.

8.

De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.

9.

De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 8

gehouden, met dien verstande, dat indien een of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 10.

Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

11.

Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend.

Artikel 11. Boekjaar, jaarstukken 1.

Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar.

2.

Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de raad van toezicht op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het college van bestuur een jaarrekening en een bestuursverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken van het bestuursverslag houdt het college van bestuur rekening met de doelstellingen van de stichting en legt het college van bestuur verantwoording af over de specifieke kenmerken openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs. Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het college van bestuur rekening met het bepaalde omtrent de bezoldiging en onkostenvergoeding van het college van bestuur en leden raad van toezicht.

3.

Het college van bestuur stelt de jaarrekening vast na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.

4.

De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van een of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.

5.

De raad van toezicht draagt het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen certificerend accountant of andere deskundige.

Artikel 12. Statutenwijziging 1.

Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.

2.

Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de

3.

Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een

gemeenteraad. voltallige vergadering van het college van bestuur. Is de vergadering van het college van bestuur waarin een besluit tot statuten wijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. 4.

Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 9

voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 5.

Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.

6.

Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

Artikel 13. Ontbinding en vereffening 1.

Het college van bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.

2.

Voorts is de gemeenteraad in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of het functioneren van het college van bestuur in strijd met de wet bevoegd maatregelen te nemen die zij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden.

3.

Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast.

4.

De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

5.

De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast.

5.

Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

6.

Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaaldetermijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 van het voorgaande artikel vermelde register.

Artikel 14. Juridische fusie en juridische splitsing 1.

Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting.

2.

Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van zowel de raad van toezicht als de gemeenteraad.

Artikel 15. Overgangsbepalingen In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien beslist het college van bestuur, na goedkeuring van de raad van toezicht. Slotverklaring. De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte wordt verleden te Amsterdam op de datum vermeld in de aanhef van deze akte. De inhoud van deze akte wordt door mij, notaris, zakelijk aan de verschenen persoon meegedeeld

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 10

en toegelicht, waarbij ik, notaris, de verschenen persoon wijs op de gevolgen die uit de inhoud van de akte voortvloeien. De verschenen persoon verklaart ten slotte tijdig van de inhoud van deze akte kennis te hebben genomen en met die inhoud en de beperkte voorlezing van de akte in te stemmen. Onmiddellijk na voorlezing van ten minste die gedeelten van de akte waarvan de wet voorlezing voorschrijft, wordt de akte door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.

203912403/a1d897db-5fa6-4aca-a49f-51cdaae72014.docx.conv 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1402/documents/36773