05a - Toelichting rvs wijziging Algemene Plaatselijke Verordening.pdf
Tekst van het document
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Aanleiding De laatste actualisatie van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dateert van december 2021. Nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij, de wetgeving en jurisprudentie vragen op dit moment om aanpassing van de APV. Daarom wordt aan uw raad voorgesteld om de APV te wijzigen conform het bijgevoegde (concept-)raadsbesluit. Beoogd effect Met het vaststellen van de Wijziging van de APV sluit deze verordening weer aan op wet- en regelgeving, jurisprudentie, maatschappelijke ontwikkelingen en openbare leefbaarheid en gezondheid; Argumenten 1.1. De APV is technisch aangepast aan de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt De Omgevingswet heeft gevolgen voor de APV, omdat de APV ook regels bevat met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het betreft slechts technische aanpassingen van de APV waarbij verwijzingen naar wet- en regelgeving in overeenstemming met de Omgevingswet worden gebracht en waarbij een aantal definities in de APV zijn aangepast. 1.2. De APV is aangepast conform de VNG-update 2022 en aan nieuwe jurisprudentie en nieuwe landelijke regelgeving. Vorig jaar heeft de VNG een paar kleinere technische wijzigingen van de APV voorgesteld, die zijn meegenomen in deze wijziging van de APV. Tevens is in de wijzigingsverordening artikel 2:50a APV ‘verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties’, komen te vervallen.
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 namelijk dat de verbodsbepaling van artikel 2:50a APV onverbindend is wegens strijdigheid met grondrechten. Tot slot is sinds 1 januari 2023 lachgas opgenomen op lijst II van de Opiumwet (softdrugs). Daardoor kan artikel 2:48a APV ‘’verboden lachgas gebruik’’, komen te vervallen, omdat hiermee handel of gebruik van lachgas op een openbare plaats van rechtswege onder afdeling II ‘drugsoverlast’ in de APV valt. 1.3. Artikel 2:27 APV is aangepast door toevoeging van afhaal- en/of bezorgzaken. In artikel 2:27 APV is bepaald wat er wordt verstaan onder een openbare inrichting. Artikel 2:28 en verder van de APV regelt dat voor de exploitatie van een openbare inrichting een vergunning is vereist. Voorgesteld wordt om afhaal- en bezorgzaken toe te voegen aan de definitie van openbare inrichting, waardoor het voor de exploitatie van afhaalzaken en bezorgzaken in de gemeente Roosendaal vereist is om over een vergunning te beschikken. Ondernemingsvormen zijn fluïde en de APV dient deze ontwikkeling te volgen. Er zijn tevens significante maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van openbare orde en veiligheid. De wijziging van de APV wordt noodzakelijk in het kader van openbare orde en veiligheid en een leefbaar woon- en ondernemersklimaat in Roosendaal. Dit wordt verder toegelicht in de bijlage “Toelichting argumenten 1.3 en 1.6.
1.4 Aan artikel 2:27 APV is ter verduidelijking ‘lunchrooms’ toegevoegd. Lunchrooms vallen reeds onder de definitie van een openbare inrichting, maar zijn niet als zodanig opgenomen in de APV. Om te verduidelijken dat deze zaken onder de definitie vallen, zijn lunchrooms expliciet benoemd. Dit betreft inhoudelijk geen wijziging, maar slechts een verduidelijking van de reikwijdte van de huidige bepaling. 1.5 De bevoegdheid om op grond van artikel 2:40i APV gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor het verboden is zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te voeren, is in de APV toegekend aan de burgemeester. Artikel 2:40i APV bevat een verbod om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in door het college aangewezen gebouwen en voor door het college aangewezen bedrijfsmatige activiteiten. Bij de invoering van artikel 2:40i APV is de bevoegdheid om gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen, destijds door de raad toegekend aan het college. In de APV is bepaald dat een gebouw of bedrijfsmatige activiteit uitsluitend wordt aangewezen als in of rondom dat gebouw of door de bedrijfsmatige activiteit de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat.
Gelet op de wettelijke taken van de burgemeester tot handhaving van de openbare orde (artikel 172 Gemeentewet) alsmede het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen (artikel
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
174 Gemeentewet), wordt het naar de aard van de aanwijzingsbevoegdheid meer passend geacht deze bevoegdheid bij de burgemeester te beleggen. 1.6 In de APV is een verbod op het voeren van dieren op openbare plaatsen en op of bij openbaar water (artikel 2:60a wijzigingsverordening) opgenomen. Met deze wijziging wordt het verboden om dieren te voeren op openbare plaatsen en op of bij het openbaar water. Daarbij voorziet artikel 2:60a van de APV in een aantal uitzonderingen waarin het wel is toegestaan om dieren op openbare plaatsen of openbaar water te voeren. Deze uitzonderingen zijn gevallen waarin het voeren van dieren op openbare plaatsen of openbaar water noodzakelijk en passend wordt geacht, zoals bijvoorbeeld voor de vissersport. Een voederverbod is noodzakelijk in het belang van het voorkomen en bestrijden van rattenoverlast, draagt bij aan dierenwelzijn en aan de kwaliteit van het openbaar water. 1.7 Het verbod op carbidschieten in artikel 2:73a is aangepast door een ontheffingsmogelijkheid voor het verbod op carbidschieten op te nemen. Carbidschieten is in Roosendaal verboden. In de huidige APV-bepaling zijn echter strenge voorwaarden opgenomen waaronder carbidschieten buiten de bebouwde kom tussen 31 december 10:00 uur en 24:00 uur en op 1 januari tussen 00:00 en 02:00 uur is toegestaan.
Deze voorwaarden (a t/m m) leiden in de praktijk nogal eens tot onduidelijkheid bij inwoners vanwege hun complexe formulering. Bovendien is niet onmiddellijk duidelijk dat slechts onder zeer strenge voorwaarden carbidschieten mogelijk is. Om dit artikel in de praktijk beter toepasbaar te laten zijn en duidelijker te maken voor inwoners, is het artikel aangepast door een ontheffingsmogelijkheid voor het verbod op te nemen. Roosendaal sluit daarmee ook aan bij omliggende gemeenten, zoals bijvoorbeeld Rucphen, die eenzelfde bepaling in hun APV hebben opgenomen. Bij de aanvraag om een ontheffing kan een inwoner aan de voorkant meer duidelijkheid worden gegeven onder welke voorwaarden carbidschieten wordt toegestaan. Daarmee worden de te nemen voorzorgsmaatregelen beter geborgd, wat de veiligheid ten goede komt. Tevens houdt de gemeente zicht op de situaties waarin tijdens de jaarwisseling carbid wordt geschoten. Kanttekeningen 1.3.1 De wijziging brengt een verandering teweeg voor de reeds gevestigde ondernemers en het kost hen tijd en geld om de vergunning aan te vragen. Om deze reden komt er een overgangsperiode van drie maanden voor de reeds gevestigde afhaal- en bezorgzaken. De exploitanten die op 1 januari 2024 reeds in de gemeente zijn gevestigd, kunnen gedurende deze overgangstermijn (uiterlijk tot 1 april 2024) een vergunningaanvraag indienen.
Gedurende deze drie maanden is het wel toegestaan om de inrichting te exploiteren zonder vergunning. Indien de aanvraag vóór 1 april 2024 wordt ingediend, is het, in afwachting van de beslissing op de vergunningsaanvraag, toegestaan om de inrichting te blijven exploiteren. Ook zijn er kosten verbonden aan het aanvragen van een exploitatievergunning voor een openbare inrichting. Om de ondernemers die op 1 januari 2024, al in de gemeente zijn gevestigd hierin tegemoet te komen, worden zij vrijgesteld van het betalen van leges voor de vergunningaanvraag, mits zij vóór 1 april 2024 een vergunningsaanvraag hebben ingediend. Ondernemers die zich nieuw vestigen in Roosendaal na 1 januari 2024 betalen wel leges. Het vergt van hen geen verandering in de bedrijfsvoering. 1.3.2 Het is mogelijk dat de vergunning wordt geweigerd Als een ondernemer geen exploitatievergunning heeft, is het in Roosendaal niet toegestaan een afhaal- en/of bezorgzaak te exploiteren. Een vergunning wordt echter alleen geweigerd als een ondernemer niet voldoet aan in de APV neergelegde criteria en/of als de ondernemer (of een betrokken persoon zoals een leidinggevende) niet door de Bibob-toets komt. Dat betekent dat in beginsel het voor bonafide ondernemers geen obstakel is om zich in Roosendaal te vestigen en een afhaal- en/of bezorgzaak te exploiteren.
1.3.3 Nieuwe categorie “openbare inrichting” zorgt voor extra werkbelasting voor de gemeente. Ingeschat wordt dat de groep VSO de verwachte vergunningaanvragen met de huidige capaciteit kan opvangen. In de praktijk dient verder te blijken hoeveel extra werkbelasting de wijziging met zich
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
meebrengt voor de handhaving en of daarvoor extra capaciteit nodig is of dat prioritering gewijzigd dient te worden. De handhavers kunnen wel met de huidige capaciteit controles gaan uitvoeren. 1.6 De handhaving van het voederverbod. Het voederverbod dient te worden gehandhaafd. Er wordt hoofdzakelijk ingezet op communicatie over het voederverbod, waarmee wordt ingezet op het creëren van gedragsverandering bij mensen middels het geven van informatie. In het geval iemand het voederverbod desondanks overtreedt, wordt diegene daarop op het moment van constatering aangesproken. Er wordt dan gewezen op dat het voeren van dieren verboden is en de reden waarom dit verboden is. Vervolgens kan een waarschuwing volgen. In het geval iemand ondanks het aanspreken en de waarschuwing het voederverbod blijft overtreden, volgt bestuursrechtelijke handhaving. Om over te kunnen gaan tot handhaving is een constatering op heterdaad nodig. 1.7 Carbidschieten is alleen toegestaan na een verkregen ontheffing. Om carbid te mogen schieten tijdens de jaarwisseling dient een inwoner een ontheffing te vragen bij de gemeente. Het was echter altijd al zo dat carbidschieten enkel onder zeer strenge voorwaarden was toegestaan. De voorwaarden waaronder ontheffing kan worden verleend, worden op de website van de gemeente gepubliceerd.
Wanneer wordt voldaan aan deze voorwaarden kan in beginsel een ontheffing van het verbod worden verleend, zodat carbidschieten wel mogelijk blijft. Financiën Er zijn geen financiële consequenties. Communicatie Na vaststelling van de wijzigingsverordening APV door de raad wordt dit besluit elektronisch bekend gemaakt in het Gemeenteblad. Tevens wordt in de Roosendaalse Bode gepubliceerd dat de raad een wijziging van de APV heeft vastgesteld. Voorts wordt er op de gemeentelijke website een artikel over de wijziging van de APV geplaatst. Tevens wordt er een persbericht uitgestuurd. Ten aanzien van de vergunning voor afhaal- en bezorgzaken en het voederverbod vindt tevens een separaat communicatietraject plaats. Nadat het college heeft besloten om de raad voor te stellen de APV te wijzigen, is reeds gestart met communicatie richting afhaal- en bezorgzaken in Roosendaal. De huidige afhaal- en bezorgzaken, die bekend zijn bij het college, zijn middels een brief geïnformeerd over het voorstel tot wijziging van de APV en wat dit voor hen betekent. Op deze manier worden zij tijdig geïnformeerd over de aanstaande veranderingen. Hierbij is in deze fase duidelijk vermeld dat het om een voorstel van het college aan de raad gaat, waarover de raad zal beslissen. Deze informatie is ook gecommuniceerd via communicatiekanalen waarmee ondernemers bereikt worden, zoals Linkedin en Chainels.
Als de raad instemt met het wijzigingsvoorstel, worden alle huidige zaken in Roosendaal nogmaals aangeschreven met alle benodigde uitleg en informatie over de vergunning. Ook wordt hierna nogmaals gecommuniceerd via de communicatiekanalen voor ondernemers, zoals Linkedin en Chainels. Via de Roosendaalse Bode en de online communicatiekanalen van de gemeente Roosendaal worden inwoners geïnformeerd over het voederverbod. Hierbij wordt ook de reden uitgelegd waarom de gemeente Roosendaal een voederverbod instelt. Voorts worden er verbodsborden geplaatst op locaties waar vaak dieren worden gevoerd. Deze borden blijven niet per definitie permanent op deze plaatsen staan. Op het moment dat wordt geconstateerd dat op een bepaalde locatie geen dieren (meer) worden gevoerd, kunnen de borden worden weggehaald of worden verplaatst naar een locatie waar het voeren van dieren op dat moment nog een probleem vormt. Het voederverbod wordt eveneens meegenomen in het communicatietraject rondom gft en in de communicatie van afvalverwerkingsbedrijf Saver over ratten. Bijlagen 1. Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2. Toelichting op argumenten 1.3 en 1.6