05a - BPtb_5 Flora en Fauna onderzoek.pdf
Tekst van het document
Soortgericht onderzoek Wet natuurbescherming Fietspad F58 Roosendaal Gemeente Roosendaal 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Contactpersoon BART BIEMANS
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
2
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Methode soortgericht onderzoek
5
2.1.1
Vleermuizen
5
2.1.2
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
5
2.1.3
Flora
5
3
4
Resultaten soortgericht onderzoek
6
3.1
Vleermuizen
6
3.2
Broedvogels
7
3.2.1
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
7
3.2.2
Overige broedvogelsoorten
7
3.3
Flora
8
Toetsing en maatregelen
9
4.1
Vleermuizen
9
4.2
Broedvogels
9
4.2.1
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
9
4.2.2
Overige broedvogelsoorten
9
5
Effectbeoordeling
10
6
Conclusies en aanbevelingen
11
Bijlagen Bijlage A Vleermuisonderzoek
3
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
12
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Colofon
4
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
13
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
1
Inleiding
Roosendaal en Bergen op Zoom worden in de komende jaren aan elkaar verbonden met een snelle fietsverbinding: de F58. Deze nieuwe snelfietsroute moet de fietsverbinding tussen Bergen op Zoom en Roosendaal comfortabeler, veiliger, sneller en aantrekkelijker maken. Uiteindelijk zal de F58 Eindhoven, Tilburg, Breda, Etten-Leur, Roosendaal en Bergen op Zoom aan elkaar verbinden. Op 25 september 2019 hebben de wethouders Cees Lok van Roosendaal en Andrew Harijgens van Bergen op Zoom samen met de gedeputeerde Christophe van der Maat van de provincie Noord-Brabant hiervoor een bestuursovereenkomst getekend. De F58 maakt deel uit van een groot fietsnetwerk binnen de provincie Noord-Brabant. De Provincie heeft de ambitie om in 2030 18 fietsroutes te hebben aangelegd, met drie verbindingen naar Antwerpen en Turnhout en twee verbindingen met Limburg. Met het realiseren van snelfietsroutes willen provincie en gemeenten huidige fietsers en inwoners verleiden om vaker te fietsen. Meer mensen op de (elektrische) fiets zorgt voor een betere bereikbaarheid van de provincie en een gezondere omgeving en mensen. Voor deze ruimtelijke ontwikkeling dienen enkele bomen gekapt te worden. Omdat de kap mogelijk leidt tot negatieve effecten op beschermde flora en fauna, is in 2020 onderzoek gestart naar de aanwezigheid van beschermde soorten.
Op basis van de ingreep, ligging en gegevens uit de NDFF is bepaald dat onderzoek noodzakelijk is naar aanwezigheid van broedvogels met jaarrond beschermde nesten, vleermuizen en beschermde flora.
Figuur 1. Overzicht van het plangebied. De roze lijn is het nieuwe fietspad.
5
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
2
Methode soortgericht onderzoek
2.1.1
Vleermuizen
Bij het vleermuisonderzoek zijn zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied geïnventariseerd. Per mogelijke functie is onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 2017. Het projectgebied is opgedeeld in twee deelgebieden, die elk zijn onderzoek door één deskundige. Per inventarisatieronde zijn beide deelgebieden tegelijkertijd geïnventariseerd. Hierbij is gewerkt met een batdetector (Pettersson D240X). Niet het hele tracé is onderzocht, omdat langs delen van het tracé vleermuizen op voorhand uitgesloten zijn. Dit doordat er geen lijnstructuren aanwezig zijn of deze dusdanig geïsoleerd liggen en daarmee geen functie kunnen hebben voor vleermuizen. Het onderzoek beperkt zich daardoor tot een westelijk deelgebied ten oosten van Bergen op Zoom (nabij de Bergstraat) en de bosopstanden bij het knooppunt van de A17/A58 bij Roosendaal. Voor onderzoek naar paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vonden in de periode tussen 15 augustus en 15 september, 2020, twee inventarisaties plaats. De eerste was wegens omstandigheden (harde wind) niet betrouwbaar, en is op een later moment herhaald. Voor zomer- en kraamverblijfplaatsen is onderzoek gedaan in de periode tussen 15 mei en 15 juli, 2021. Hierbij zijn twee rondes uitgevoerd: een in de vroege ochtend voor zonsopkomst en een vanaf zonsondergang.
Tijdens zowel de voorjaars- als najaarsrondes is ook gekeken naar vliegroutes en foerageergebieden. Winterverblijfplaatsen zijn niet onderzocht, aangezien geen geschikte boomholtes in de te kappen bomen binnen het projectgebied aanwezig zijn. Een overzicht van de inventarisaties en bijbehorende omstandigheden zijn weergegeven in Tabel 1. Tabel 1. Overzicht van de vleermuisinventarisaties en weersomstandigheden. Datum Tijd Hoofdgroep Activiteit
Weersomstandigheden
25-08-2020
04:14 – 06:44
Vleermuizen
Paarverblijven en zwermplaatsen
Zwaar bewolkt, windkracht 4, 15 °C
31-08-2020
04:24 – 06:54
Vleermuizen
Paarverblijven en zwermplaatsen
Zwaar bewolkt, windkracht 2, 11 °C
14-09-2020
20:58 – 23:28
Vleermuizen
Paarverblijven en zwermplaatsen
Licht bewolkt, windkracht 2, 12 °C
31-05-2021
21:49 – 00:19
Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijven
Onbewolkt, windkracht 3, 12 °C
01-07-2021
02:59 – 05:29
Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijven
Geheel bewolkt, windkracht 3, 15 °C
2.1.2
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
Om de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in de bomen binnen en rondom het projectgebied te bepalen, is in juli 2021 veldonderzoek gedaan. Hierbij zijn de bomen vanaf de grond geïnspecteerd op nesten. Daarnaast is gelet op aanwezigheid van roofvogels in de omgeving die kunnen wijzen op aanwezigheid van territoria. Omdat het merendeel van de bomen jonge, kleine bomen betreft, was ook in het seizoen wel zichtbaar of nesten aanwezig waren.
2.1.3
Flora
Om de aanwezigheid van beschermde flora binnen het projectgebied te bepalen, is in juli van 2021 veldonderzoek gedaan. Hierbij is gekeken of beschermde plantensoorten, of geschikte groeiplaatsen voor beschermde plantensoorten, in het projectgebied aanwezig zijn.
6
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
3
Resultaten soortgericht onderzoek
3.1
Vleermuizen
Binnen het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. De resultaten van het vleermuisonderzoek zijn weergegeven in Figuur 2 en Figuur 3. Hieronder worden de resultaten weergegeven, het hele onderzoek is terug te vinden in Bijlage A.
Figuur 2. Cumulatieve resultaten van het vleermuisonderzoek, het westelijke onderzochte deel nabij Bergen op Zoom.
In het projectgebied zijn geen zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Tijdens het onderzoek naar zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn verschillende foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen en enkele foeragerende individuen van de laatvlieger en de rosse vleermuis. In het projectgebied zijn verschillende passerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. In het projectgebied zijn ook geen paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen aangetroffen. Tijdens het onderzoek naar paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen zijn verschillende foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen en enkele foeragerende individuen van de laatvlieger. In het projectgebied zijn, zowel bij voorjaar- als najaarsonderzoeken, verschillende passerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen en enkele passerende individuen van de laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. Enkele individuen van de gewone dwergvleermuis passeerden langs de groenstroken binnen het projectgebied welke een lijnvormige structuur vormen. In de directe omgeving van het projectgebied zijn voldoende alternatieve lijnvormige structuren aanwezig die als vliegroute kunnen fungeren. In het projectgebied zijn geen vaste vliegroutes van vleermuizen vastgesteld. 7
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Figuur 3. Cumulatieve resultaten van het vleermuisonderzoek, het oostelijke deel nabij Roosendaal.
Het projectgebied is geen onderdeel van essentieel foerageergebied van vleermuizen. Gedurende het onderzoek zijn foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis waargenomen in het projectgebied. Het betreft verschillende individuen van de gewone dwergvleermuis en enkele individuen van de laatvlieger en de rosse vleermuis. De meeste foerageeractiviteit boven het projectgebied vond kortstondig plaats. Enkele individuen van de gewone dwergvleermuis maken langer gebruik van de foerageermogelijkheden binnen het projectgebied. De foerageeractiviteiten binnen het projectgebied vinden voornamelijk plaats langs de groenstructuren.
3.2
Broedvogels
3.2.1
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
Tijdens het veldbezoek zijn in geen van de bomen nesten aangetroffen en ook zijn geen exemplaren waargenomen van soorten die kunnen wijzen op een nest zoals buizerd, sperwer of boomvalk. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen het projectgebied is daarom uitgesloten.
3.2.2
Overige broedvogelsoorten
Tijdens de verschillende veldbezoeken in het plangebied zijn de diverse algemeen tot schaars in Nederland voorkomende broedvogels waargenomen waarvan verwacht mag worden (zang en/of territorium-indicerende waarnemingen gedaan) dat deze in of nabij het plangebied kunnen broeden. Het gaat om onder andere pimpelmees, houtduif, kauw en merel.
8
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
3.3
Flora
Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten of geschikte groeiplaatsen voor beschermde planten aangetroffen. Er is sprake van voedselrijke en intensief beheerde bermen waardoor beschermde flora, veelal pioniersoorten, geen geschikte groeiplaatsen vinden. De aanwezigheid van beschermde flora is binnen het projectgebied daarom uitgesloten.
9
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
4
Toetsing en maatregelen
4.1
Vleermuizen
Vleermuizen zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van beschermde diersoorten op grond van de Habitatrichtlijn verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). In het projectgebied zijn geen vaste vliegroutes en verblijfplaatsen vastgesteld. Het projectgebied is geen onderdeel van essentieel foerageergebied van vleermuizen. Wel zijn enkele foeragerende vleermuizen in het projectgebied waargenomen. Door de ingreep gaat echter niet al het groen verloren en in de directe omgeving van het projectgebied zijn voldoende groenstructuren, watergangen en ruigteranden aanwezig die kunnen voorzien in foerageermogelijkheden voor vleermuizen. Om bij de voorgenomen werkzaamheden overtredingen op de verbodsbepalingen, met betrekking tot vleermuizen, van de Wnb te voorkomen moeten de volgende maatregelen getroffen worden: • Maak ’s nachts geen gebruik van verlichting in het projectgebied; • Voer geen werkzaamheden uit na zonsondergang; • Wanneer dit niet mogelijk is en er toch ’s nachts gewerkt moet worden, scherm verlichting af en maak gebruik van vleermuisvriendelijke verlichting.
Wanneer de bovengenoemde maatregelen getroffen worden, worden geen verbodsbepalingen van de Wnb, met betrekking tot vleermuizen, overtreden.
4.2
Broedvogels
Broedvogels zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van de Vogelrichtlijn. Ten aanzien van beschermde diersoorten op grond van de Vogelrichtlijn verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.1 lid 1), het opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (art 3.1 lid 2), eieren te rapen en deze onder zich te hebben (art 3.1 lid 3) en het opzettelijk verstoren (art 3.1 lid 4) van broedvogels met jaarrond beschermd nest.
4.2.1
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
Tijdens het veldbezoek zijn in geen van de bomen in en nabij het projectgebied nesten aangetroffen. Bij de voorgenomen werkzaamheden worden daarom geen verbodsbepalingen, met betrekking tot broedvogels met jaarrond beschermd nest, van de Wnb overtreden.
4.2.2
Overige broedvogelsoorten
Omdat geen ontheffing verleend wordt voor verstoring en vernietiging van nesten (en alles wat hier onder valt zoals nestplek keuze, eieren en niet-zelfstandige jongen) van vogels in het broedseizoen (als direct gevolg van de Vogelrichtlijn), betekent dit dat wanneer broedende vogels aanwezig zijn (of de kans daarop hoog is) de werkzaamheden aan of in het potentiële broedgebied uitgevoerd moeten worden buiten het broedseizoen.
10
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
5
Effectbeoordeling
Enkele bomen binnen het projectgebied verdwijnen. In deze bomen zijn geen nesten van broedvogels met jaarrond beschermd nest, of verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Daarom gaan als gevolg van de werkzaamheden geen beschermde nest- of verblijfplaatsen verloren. Algemeen voorkomende soorten zijn niet uit te sluiten, waardoor verstoring kan optreden wanneer gedurende het broedseizoen werkzaamheden uitgevoerd worden. Ondanks dat elementen in het projectgebied aanwezig zijn die door vleermuizen als vliegroute benut kunnen worden, is geen vaste vliegroute vastgesteld. Wel zijn enkele foeragerende vleermuizen in het projectgebied waargenomen. Omdat dit geen essentieel foerageergebied betreft, hebben de werkzaamheden geen invloed op de functionaliteit van de omgeving. Door de maatregelen zoals genoemd in Hoofdstuk 4 aan te houden, worden ook deze foeragerende vleermuizen niet verstoord als gevolg van de werkzaamheden. Beschermde plantensoorten ontbreken binnen het projectgebied. De werkzaamheden hebben daarom geen effecten op de beschermde flora of de groeiplaatsen daarvan.
11
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
6
Conclusies en aanbevelingen
Ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen voor het realiseren van het fietspad tussen Roosendaal en Bergen op Zoom is 2020 en 2021 soortgericht onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Hieruit blijkt dat geen van de werkzaamheden verstorend of dodend/vernielend werken. Omdat niet uitgesloten kan worden dat in het plangebied wel algemeen voorkomende broedvogels aanwezig zijn gedurende het broedseizoen, dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Het broedseizoen loopt ongeveer van half maart tot half juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. Wanneer werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. Zo ja, wordt door de deskundig ecoloog een passende maatregel bedacht.
12
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Bijlage A Vleermuisonderzoek
13
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
NATUURONDERZOEK BERGSEBAAN EN KNOOPPUNT A17-A58 Vleermuizen Eindrapport
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 3-8-2021
VERANTWOORDING
Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail: Uitvoering: Adres:
Arcadis Nederland B.V. Dhr. A. Goudbeek Postbus 264 6800 AG Arnhem 06 54 33 62 37 arjen.goutbeek@arcadis.com
Tel: E-mail:
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 64 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com
Projectleider:
K. den Hartogh MSc.
Auteur: Kwaliteitscontrole:
ing. D. Withagen ing. C.J.M. Groeneveld
Projectcode: Status: Datum:
ARVW2102 Definitief 3-8-2021
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland. 2
INHOUDSOPGAVE
1 1.1 1.2
Inleiding............................................................................................................................................. 4 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 4
2 Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 5 2.1 Vleermuizen ................................................................................................................................... 5 2.1.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ................................................................................................ 5 2.1.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen ...................................................................................... 5 2.1.3 Winterverblijfplaatsen ................................................................................................................. 5 2.1.4 Vliegroutes en foerageergebieden .............................................................................................. 5 2.2 Overzicht inventarisaties ................................................................................................................ 5 3 Resultaten ......................................................................................................................................... 6 3.1 Vleermuizen ...................................................................................................................................
6 3.1.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ................................................................................................ 6 3.1.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen ...................................................................................... 6 3.1.3 Winterverblijfplaatsen ................................................................................................................. 6 3.1.4 Vliegroutes en foerageergebieden .............................................................................................. 6 3.2 Beschermde functies projectgebied ............................................................................................... 6 4
Conclusie .......................................................................................................................................... 7
Bijlage 1: Kaarten resultaten vleermuizen .................................................................................................. 8
3
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens bomenkap uit te voeren en een snelfietsroute te realiseren. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Uit verkennend natuuronderzoek is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor vleermuizen. In opdracht van Arcadis Nederland B.V. is derhalve een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door vleermuizen. Dit rapport bevat de resultaten van het vleermuisonderzoek.
1.2
WETTELIJK KADER Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Ook kan er mogelijk middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten.
Alle vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd. De verbodsbepalingen voor Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.5 (overige soortgroepen) van de Wet natuurbescherming. Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen (Artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
4
2
ONDERZOEKSMETHODIEK
2.1
VLEERMUIZEN Onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Per mogelijke functie is er onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 20171. In verband met de omvang en het overzicht in het projectgebied, is het projectgebied verdeeld in twee deelgebieden. Per deelgebied is het onderzoek uitgevoerd door één deskundige op het gebied van vleermuizen. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt standaard met de Pettersson D240X. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software. In paragraaf 2.2 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.
2.1.1
ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN
In de periode 15 mei - 15 juli 2021 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee rondes, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa twee en een half uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. De overige ronde heeft 's avonds plaatsgevonden vanaf zonsondergang.
2.1.2
PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN
In de periode 15 augustus - 15 september 2020 zijn twee inventarisaties van twee en een half uur uitgevoerd, teneinde paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Tijdens de eerste inventarisatie waren de resultaten niet betrouwbaar genoeg vanwege een te harde wind. De eerste inventarisatie is derhalve later opnieuw gedaan. Hierdoor kon de tussenperiode van 20 dagen niet meer worden gehanteerd.
2.1.3
WINTERVERBLIJFPLAATSEN
Aangezien er geen geschikte boomholtes aanwezig zijn in de te kappen bomen, heeft geen inspectie plaatsgevonden op het voorkomen van overwinterende individuen in de winterperiode.
2.1.4
VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN
De inventarisaties naar vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd. Hierbij zijn de aanwezige vliegroutes en/of foerageergebieden op kaart ingetekend.
2.2
OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het vleermuisonderzoek. Beide deelgebieden zijn simultaan geïnventariseerd. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. D. Alberts, D. van Boerdonk MSc., ing. B.F.H. van Gemert en ing. D. Withagen. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Tijd Hoofdgroep
Activiteit
Weersomstandigheden
25-08-2020
04:14 – 06:44
Vleermuizen
Paarverblijven en zwermplaatsen Zwaar bewolkt, windkracht 4, 15 °C
31-08-2020
04:24 – 06:54
Vleermuizen
Paarverblijven en zwermplaatsen Zwaar bewolkt, windkracht 2, 11 °C
14-09-2020
20:58 – 23:28
Vleermuizen
Paarverblijven en zwermplaatsen Licht bewolkt, windkracht 2, 12 °C
31-05-2021
21:49 – 00:19
Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijven
Onbewolkt, windkracht 3, 12 °C
01-07-2021
02:59 – 05:29
Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijven
Geheel bewolkt, windkracht 3, 15 °C
1
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. 5
3
RESULTATEN
3.1
VLEERMUIZEN Binnen het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 1 zijn de resultaten van het vleermuisonderzoek op kaart weergegeven. 3.1.1
ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN
In het projectgebied zijn geen zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Tijdens het onderzoek naar zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn verschillende foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen en enkele foeragerende individuen van de laatvlieger en de rosse vleermuis. In het projectgebied zijn verschillende passerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Daarnaast zijn enkele passerende individuen van de laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen.
3.1.2
PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN
Er zijn geen paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen aangetroffen in het projectgebied. Tijdens het onderzoek naar paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen zijn verschillende foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen en enkele foeragerende individuen van de laatvlieger. In het projectgebied zijn verschillende passerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen en enkele passerende individuen van de laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen.
3.1.3
WINTERVERBLIJFPLAATSEN
Er zijn geen boomholtes in de te kappen bomen aangetroffen die geschikt zijn als winterverblijfplaats van vleermuizen.
3.1.4
VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN
Het projectgebied is geen onderdeel van essentieel foerageergebied van vleermuizen. Gedurende het onderzoek zijn foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis waargenomen in het projectgebied. Het betreft verschillende individuen van de gewone dwergvleermuis en enkele individuen van de laatvlieger en de rosse vleermuis. De meeste foerageeractiviteit boven het projectgebied vond kortstondig plaats. Enkele individuen van de gewone dwergvleermuis maken langer gebruik van de foerageermogelijkheden binnen het projectgebied. De foerageeractiviteiten binnen het projectgebied vinden voornamelijk plaats langs de aanwezige groenstructuren. In de directe omgeving van het projectgebied zijn voldoende groenstructuren, watergangen en weilanden aanwezig die kunnen voorzien in alternatieve, soortgelijke foerageermogelijkheden voor de vleermuizen. In het projectgebied zijn geen vaste vliegroutes van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn passerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. Enkele individuen van de gewone dwergvleermuis passeerden langs de groenstroken binnen het projectgebied welke een lijnvormige structuur vormen. In de directe omgeving van het projectgebied zijn voldoende alternatieve lijnvormige structuren aanwezig die als vliegroute kunnen fungeren.
3.2
BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat beschermde elementen welke worden benut door vleermuizen. In tabel 2 is weergegeven welke functies zijn aangetroffen in het projectgebied. Het projectgebied bevat geen beschermde functies voor vleermuizen. Tabel 2: Beschermde functies Wet natuurbescherming Nederlandse naam Artikel 3.5, HR IV Gewone dwergvleermuis Artikel 3.5, HR IV Laatvlieger Artikel 3.5, HR IV Rosse vleermuis
Wetenschappelijke naam Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Nyctalus noctula
Functie Foerageergebied (niet essentieel) Foerageergebied (niet essentieel) Foerageergebied (niet essentieel)
6
4
CONCLUSIE
Binnen het projectgebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. In het projectgebied zijn tijdens het onderzoek foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis waargenomen. Daarnaast zijn passerende individuen van de ruige dwergvleermuis waargenomen. In het projectgebied zijn geen vaste vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen vastgesteld. Het projectgebied bevat geen beschermde functies voor vleermuizen.
7
Bijlage 1: Kaarten resultaten vleermuizen
8
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Colofon SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING FIETSPAD F58 ROOSENDAAL
KLANT Gemeente Roosendaal AUTEUR Bart Biemans PROJECTNUMMER 30070307 ONZE REFERENTIE D10038831:10 DATUM 2 september 2021 STATUS Concept GECONTROLEERD DOOR
Arjen Goutbeek Projectleider Natuur & Biodiversiteit
14
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
SOORTGERICHT ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp- en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van €3,3 miljard. Wij ondersteunen UN-Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op 15
arcadis-nederland
Onze referentie: D10038831:10 - Datum: 2 september 2021
arcadis_nl
ArcadisNetherlands