CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

057-2025 Beantwoording raadsvragen diverse fracties - Verschil in belangenafweging _CRK of college zelf.pdf

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4b: Afhandeling van beantwoorde schriftelijke vragen5.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvraag (art. 37)

Gesteld door:

PvdA Roosendaalse Lijst GroenLinks D66 Burgerbelangen Roosendaal Vitaal Liberaal Datum Onderwerp Portefeuillehouder

12 maart 2025 057-2025 - Verschil in belangenafweging CRK of college zelf College B&W

De fractie heeft de volgende vragen: Geachte voorzitter, Het omvormen van kerken van hun godsdienstelijke functie naar een andere maatschappelijke functie is iets wat in heel Nederland plaatsvindt. Zo ook in Roosendaal. Kijk bijvoorbeeld naar de kerk van Nispen, het klooster in Wouw of de St. Jan in Roosendaal, om zo een paar voorbeelden te noemen. Het is goed om te zien dat er op voortvarende wijze met al die objecten om wordt gegaan om tot een positieve besluitvorming te komen (of al is gekomen). Wel zien we dat er in verschillende overwegingen en (beantwoordingen van) raadsvragen een verschil lijkt te zijn in benadering en belangenafweging als het gaat om deze objecten. In bijvoorbeeld Nispen en Wouw lijken de gebruikersbelangen te zijn afgewogen door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK), maar bij de St. Jan lijkt het alsof het college de belangen van het momument heeft afgewogen tegen de gebruikersbelangen, waaronder de financiële haalbaarheid. Hierdoor lijkt het alsof er dus niet is gewacht op een definitieve visie van de CRK en het college zelf een knoop doorgehakt heeft. Hierdoor lijkt er ook een behoorlijke tijdwinst te zijn geboekt. Dit lijkt ook uitgebreid benoemd te worden en van een dragende motivering te zijn voorzien in de definitieve beschikking betreffende de St. Jan.

Het lijkt dus over te komen alsof er verschillende wijzen en voorbereiding van besluitvorming zijn gehanteerd. We nemen u graag even mee in onze bevindingen:

Casus St. Jan Onze fractie heeft kennis genomen van de antwoorden van de raadsvragen 143-2023 (Word het monumentale karakter van de Sint Jan wel behouden) en 003-2025 (Rol en bevoegdheden CRK). Daarnaast zijn we als fractie natuurlijk in het bezit van alle adviezen van CRK en RCE m.b.t. de St. Jan, inclusief de definitieve beschikking.

In de beantwoording van 143-2023 wordt het volgende gemeld:

“Het college is van mening dat de uitgebrachte adviezen naar haar mening onvoldoende rekening houdt met het gebruik van het monument. Reden waarom het college van oordeel is dat het risico reeel is dat afwijzen van het huidige plan tot afstel leidt, omdat de businesscase anders niet rendabel is. Het baling van het spoedig in gebruik nemen van het monument prevaleert boven verdere of zelfs geheel nieuwe voorstelling voor aanpassingen aan het monument.”

De samenvatting van het advies van CRK daterende van 24 mei 2023 is als volgt: “De conclusie is dat het bouwplan te veel afbreuk doet aan de monumentale waarden zoals gesteld in het bouwhistorisch onderzoek en dat op voorliggend plan geen akkoord gegeven kan worden. De CRK ziet echter veel positieve aanknopingspunten in het plan en ondersteund de ambitie om de kerk her te bestemmen als onderdeel van het Cultuurcluster.”

In de definitieve beschikking St. Jan wordt het volgende gemeld: “Het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen, dan wel herstellen, gebruiken of laten gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het monument wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht (artikel 2.1, lid 1, onder f van de Wabo). Belangrijk zijn de overwegingen die bij deze definitieve beschikking St. Jan horen. Deze worden ook als bijlage hierbij overgelegd.”

Uit al deze stukken lijkt het alsof het college op basis van een negatief advies overgegaan is op een belangenafweging en daarbij het gebruik heeft meegewogen binnen de casus St. Jan.

Casus kerk Nispen Onze fractie heeft kennis genomen van de inspraak over de kerk in Nispen tijdens de inspraak op 19 december 2024 (1187471 E-INWONER-Inspraakreactie op raadsmededeling haalbaarheidsonderzoek MFC Nispen). In die inspraak wordt gerefereerd naar raadsmededeling RM 77-2022 inclusief de notitie onderzoek multifunctioneel centrum Nispen. In die raadsmededeling inclusief bijlage lezen we onder andere: “Versobering (en daarmee een forse verlaging van het te investeren bedrag) van het plan van eisen is maar beperkt mogelijk zonder afbreuk te doen aan het gewenste kwaliteitsniveau, de goedkeuring van het CRK en het opgestelde plan van eisen.”

Casus klooster Wouw Daarnaast hebben we de beantwoording op 003-2025 bekeken waarbij als voorbeeld de rol van het CRK en het klooster in Wouw als voorbeeld werd opgedragen. Daarin geeft het college onder andere aan: “Wij zijn niet bereid de Omgevingskamer een grotere rol te geven in de belangenafweging met betrekking tot gebruik. Er bestaat bij wet geen voorrangsregeling voor af te wegen belangen. De advisering van de Omgevingskamer en de CRK betreft verschillende aspecten, maar de integrale afweging wordt door de case-regisseur uitgevoerd. De Omgevingskamer heeft daarnaast geen bevoegdheid om belangen van medeoverheden met instemmings- of adviesrecht te wegen. Daarom blijven wij bij de huidige werkwijze, waarin de afweging via de case-regisseur verloopt.”

Beleid- en regelgeving De afweging van gebruikersbelangen voor Rijksmonument was via Wabo geregeld in art 2.15, met daarin de volgende vermelding: “Bij de beslissing op de aanvraag houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van monument.” De huidige erfgoedverordening gaat alleen uit van belang monument: “De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.” De omgevingswet geeft m.b.t. rijksmonumenten in art 5.22 o.a. het volgende aan: “Het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden.” Art 4.19 verwijst naar vast te stellen beleidsregels door gemeenteraad die ingevolge art 17.9 moeten worden toegepast de CRK.

Vragen Na al het bovenstaande doorgenomen te hebben lijkt er een verschil in benadering te zijn tussen de kerk in Nispen en het klooster in Wouw enerzijds en St. Jan anderzijds. Waar in Nispen en Wouw de gebruikersbelangen zouden zijn afgewogen door CRK, maar lijkt bij de St. Jan dat het college zelf een definitieve afweging heeft gemaakt. Een eigen afweging die een behoorlijke tijdwinst geboekt heeft, zoals het college zelf aangeeft in de definitieve beschikking betreffende de St. Jan.

Dit alles leidt tot de volgende vragen:

1) Bent u nog steeds van mening dat er sprake moet zijn van goedkeuring van de plannen m.b.t. de kerk van Nispen door CRK? Graag met uitleg. 2) Waarom heeft het college niet eerder actie ondernomen in het dossier kerk van Nispen en is het college ondanks bezwaren van het CRK overgegaan tot eigen belangenafweging waarin het gebruik wordt meegenomen? 3) Is het college alsnog bereid inzake Nispen een besluit te nemen waarin bij belangenafweging ook de financiële gevolgen o.a. m.b.t. beperking gebruiksmogelijkheden en duurdere verbouwingskosten worden meegenomen? 4)

Hoe zit u de rol van het college als stakeholder en vergunningverlener in het dossier St. Jan?

5) Heeft het een rol gespeeld dat Stichting St. Jan onder ‘Diensten van algemeen economisch belang’ valt? 6) Leiden financiële gevolgen voor oprichters van gezondheidscentrum in klooster Wouw en multifunctioneel centrum in kerk Nispen tot een andere belangenafweging? 7) Met betrekking tot klooster Wouw: Had de afweging van gebruikersbelangen daar niet door het college gedaan kunnen en moeten worden?

8) Worden indieners van plannen op de hoogte gesteld dat een positief advies van CRK niet perse van doorslaggevend belang hoeft te zijn, en dat het college de belangen van het moment afweegt tegen toekomstig gebruikersbelang? Dat er dus ook zonder positief advies CRK een aanvraag ingediend kan worden? 9) Kan het college duidelijk aangeven of er beleid is m.b.t. het moment van belangenafweging door college? (M.a.w. dat er niet eindeloos -zoals het soms lijkt- afgewacht hoeft te worden met en op de CRK? 10) In relatie tot uw beantwoording van 003-2025 over de rol van de Omgevingskamer: Blijft u van mening dat deze afweging door de case-regisseur moet worden uitgevoerd, mede in relatie tot het vier-ogen principe? Is een integrale afweging niet beter op zijn plaats in de Omgevingskamer? 11) In 003-2025 vermeld u tevens “De Omgevingskamer heeft daarnaast geen bevoegdheid om belangen van mede-overheden met instemmings- of adviesrecht te wegen”. Is hier sprake van een juist argument? De Omgevingskamer brengt toch alleen advies richting college, waar de belangenafweging plaatsvindt? 12) Is het mogelijk in toekomstig beleid aangaande gemeentelijke monumenten dezelfde omschrijving te gebruiken als bij rijksmonumenten namelijk: ‘het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden.’ ?

Het is even een flinke pil aan inleiding en vragen, maar het heeft als doel om duidelijk te krijgen wat nu zwaarder weegt, een advies van de CRK of een eigen afweging van het college. Want naar ons inzicht wordt dit nu door elkaar heen gebruikt, als we alleen al naar de drie genoemde casussen kijken.

We zien uit naar uw beantwoording.

Namens,

Paul Klaver, PvdA Roosendaal Annette Gepkens, GroenLinks Gerard de Backer, Burgerbelangen Roosendaal Marco Schillemans, Roosendaalse Lijst Jac Wezenbeek, Vitaal Liberaal Bejar Taher, D66

Naar aanleiding van uw vragen over de verschillen in benadering tussen de kerk in Nispen, het klooster in Wouw en de Sint Jan, verstrekken wij u hierbij de volgende antwoorden:

1. Bent u nog steeds van mening dat er sprake moet zijn van goedkeuring van de plannen met betrekking tot de kerk van Nispen door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)? Graag met uitleg. Planvorming kent verschillende fasen. In een eerste fase is sprake van vooroverleg en volstaat een positieve grondhouding. Dit is het geval geweest in de planvorming van de kerk in Nispen. In een latere fase, van plandetaillering, is sprake van formele advisering door CRK en volgt daarin een moment van al dan niet akkoord door de CRK. De gedetailleerde plannen voor de kerk van Nispen worden ter beoordeling aan de CRK voorgelegd. De CRK heeft als adviescommissie de deskundigheid om zowel de ruimtelijke als de monumentale aspecten van dergelijke plannen te beoordelen, dat essentieel is voor het behoud van de culturele en historische waarde van het pand.

2. Waarom heeft het college niet eerder actie ondernomen in het dossier kerk van Nispen en is het college, ondanks bezwaren van de CRK, overgegaan tot een eigen belangenafweging waarin het gebruik wordt meegenomen? De vraagstelling suggereert een situatie die niet aan de orde is. Wat betreft bovenstaande dossier en soortgelijke dossiers wordt er door het college altijd eerst een advies gevraagd aan het CRK. Het college heeft daarnaast ook de verantwoordelijkheid om een integrale afweging te maken van zowel de adviezen van de CRK als andere relevante belangen, waaronder het beoogde gebruik van het pand. In het geval van de kerk van Nispen heeft CRK geen bezwaren geuit tegen de wijziging van het gebruik. Wel tegen de wijze waarop delen zijn aangepakt. Er is juist een positieve grondhouding die gericht is op de beste en vaak minder ingrijpende, kostenbewuste, opties. De CRK heeft haar rol in de achterliggende fase goed vorm kunnen geven. Nu we aanbelanden in de fase van plandetaillering zal de CRK wederom haar adviserende rol vormgeven.

3. Is het college alsnog bereid inzake Nispen een besluit te nemen waarin bij de belangenafweging ook de financiële gevolgen, onder andere met betrekking tot beperking van gebruiksmogelijkheden en duurdere verbouwingskosten, worden meegenomen? Het college neemt bij haar besluitvorming altijd de financiële consequenties in overweging. In het geval van de kerk van Nispen zijn en worden zowel de financiële gevolgen als de gebruiksmogelijkheden meegewogen in het uiteindelijke besluit.

4. Hoe ziet u de rol van het college als stakeholder en vergunningverlener in het dossier Sint Jan? In het dossier van de Sint Jan vervult de Gemeente Roosendaal enerzijds de rol als vergunningverlener, waarbij het toeziet op de naleving van wet- en regelgeving, en anderzijds als stakeholder, gelet op de maatschappelijke en culturele belangen die gemoeid zijn met de herbestemming van de Sint Jan. Deze rollen zijn zowel ambtelijk als bestuurlijk gescheiden.

5. Heeft het een rol gespeeld dat Stichting Sint Jan onder ‘Diensten van algemeen economisch belang’ valt? Dit heeft een rol gespeeld. De aanwijzing van Stichting Sint Jan als een organisatie die diensten van algemeen economisch belang levert, heeft invloed gehad op de besluitvorming, aangezien het de mogelijkheid biedt om bepaalde steunmaatregelen te rechtvaardigen die bijdragen aan het algemeen belang.

6. Leiden financiële gevolgen voor oprichters van het gezondheidscentrum in het klooster in Wouw en het multifunctioneel centrum in de kerk van Nispen tot een andere belangenafweging? Financiële gevolgen voor initiatiefnemers zijn een belangrijk aspect in de belangenafweging. Het college streeft ernaar om een balans te vinden tussen financiële haalbaarheid voor de initiatiefnemers én het behoud van monumentale waarden en andere publieke belangen.

7. Met betrekking tot het klooster in Wouw: had de afweging van gebruikersbelangen daar niet door het college gedaan kunnen en moeten worden? Het college heeft de gebruikersbelangen in het dossier van het klooster in Wouw meegewogen. Echter, de CRK heeft een adviserende rol met betrekking tot de ruimtelijke en monumentale aspecten, en hun input is van belang voor een zorgvuldige besluitvorming maar het is niet het enige onderdeel van de besluitvorming. Het college maakt een integrale afweging waarbij meerdere belangen worden meegenomen.

8. Worden indieners van plannen op de hoogte gesteld dat een positief advies van de CRK niet per se van doorslaggevend belang hoeft te zijn, en dat het college de belangen van het moment afweegt tegen toekomstig gebruikersbelang? Dat er dus ook zonder positief advies van de CRK een aanvraag ingediend kan worden? Ja, indieners worden geïnformeerd dat het advies van de CRK een belangrijk, maar niet het enige, onderdeel is van de besluitvorming. Het college maakt een integrale afweging waarbij meerdere belangen worden meegenomen.

9. Kan het college duidelijk aangeven of er beleid is met betrekking tot het moment van belangenafweging door het college? (Met andere woorden, dat er niet eindeloos – zoals het soms lijkt – afgewacht hoeft te worden met en op de CRK?) Het college streeft ernaar om de adviezen van de CRK tijdig te ontvangen en mee te nemen in de besluitvorming. Er zijn werkafspraken die erop gericht zijn om processen efficiënt en binnen redelijke termijnen te laten verlopen, waarbij zowel de adviezen van de CRK als andere relevante factoren worden betrokken.

10. In relatie tot uw beantwoording van 003-2025 over de rol van de Omgevingskamer: blijft u van mening dat deze afweging door de casemanager moet worden uitgevoerd, mede in relatie tot het vier-ogenprincipe? Is een integrale afweging niet beter op zijn plaats in de Omgevingskamer? Het college is van mening dat de casemanager, in samenwerking met andere betrokken partijen, het meest geschikt is om een integrale afweging te maken. Dit sluit aan bij het vier-ogenprincipe en zorgt voor een goede, zorgvuldige en evenwichtige besluitvorming.

11. In 003-2025 vermeldt u tevens: “De Omgevingskamer heeft daarnaast geen bevoegdheid om belangen van mede-overheden met instemmings- of adviesrecht te wegen.” Is hier sprake van een juist argument? De Omgevingskamer brengt toch alleen advies richting college, waar de belangenafweging plaatsvindt? Dat klopt, de Omgevingskamer heeft een adviserende rol en weegt de belangen van medeoverheden niet zelfstandig. De casemanager, in samenwerking met andere betrokken partijen, is het meest geschikt om een integrale afweging te maken van alle spelende belangen . De uiteindelijke belangenafweging en besluitvorming liggen bij het college. Dit betreft echter een latere fase in de planvorming.

12. Is het mogelijk in toekomstig beleid aangaande gemeentelijke monumenten dezelfde omschrijving te gebruiken als bij rijksmonumenten, namelijk: ‘het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden.’? Het college staat open voor het harmoniseren van beleidsomschrijvingen en zal overwegen om de genoemde formulering in toekomstig beleid mee te nemen.

Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, De secretaris,

De burgemeester,

drs. H.W.J. Klaucke

M. Buijs

RAADSVRAAG cf. art. 37 RvO Aan de voorzitter van de Raad van Roosendaal Betreft: Raadsvragen cf. art. 37 RvO

Steller vragen: Paul Klaver (PvdA), Annette Gepkens (GL), Gerard De Backer (BBR), Marco Schillemans (RL), Jac Wezenbeek (VL), Bejar Taher (D66. Onderwerp: Verschil in belangenafweging – CRK of college zelf?

Kenmerk: 057-2025

Datum: 12 maart 2025 Geachte voorzitter, Het omvormen van kerken van hun godsdienstelijke functie naar een andere maatschappelijke functie is iets wat in heel Nederland plaatsvindt. Zo ook in Roosendaal. Kijk bijvoorbeeld naar de kerk van Nispen, het klooster in Wouw of de St. Jan in Roosendaal, om zo een paar voorbeelden te noemen. Het is goed om te zien dat er op voortvarende wijze met al die objecten om wordt gegaan om tot een positieve besluitvorming te komen (of al is gekomen). Wel zien we dat er in verschillende overwegingen en (beantwoordingen van) raadsvragen een verschil lijkt te zijn in benadering en belangenafweging als het gaat om deze objecten. In bijvoorbeeld Nispen en Wouw lijken de gebruikersbelangen te zijn afgewogen door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK), maar bij de St. Jan lijkt het alsof het college de belangen van het momument heeft afgewogen tegen de gebruikersbelangen, waaronder de financiële haalbaarheid. Hierdoor lijkt het alsof er dus niet is gewacht op een definitieve visie van de CRK en het college zelf een knoop doorgehakt heeft. Hierdoor lijkt er ook een behoorlijke tijdwinst te zijn geboekt. Dit lijkt ook uitgebreid benoemd te worden en van een dragende motivering te zijn voorzien in de definitieve beschikking betreffende de St. Jan.

Het lijkt dus over te komen alsof er verschillende wijzen en voorbereiding van besluitvorming zijn gehanteerd. We nemen u graag even mee in onze bevindingen: Casus St. Jan Onze fractie heeft kennis genomen van de antwoorden van de raadsvragen 143-2023 (Word het monumentale karakter van de Sint Jan wel behouden) en 003-2025 (Rol en bevoegdheden CRK). Daarnaast zijn we als fractie natuurlijk in het bezit van alle adviezen van CRK en RCE m.b.t. de St. Jan, inclusief de definitieve beschikking. In de beantwoording van 143-2023 wordt het volgende gemeld: “Het college is van mening dat de uitgebrachte adviezen naar haar mening onvoldoende rekening houdt met het gebruik van het monument. Reden waarom het college van oordeel is dat het risico reeel is dat afwijzen van het huidige plan tot afstel leidt, omdat de businesscase anders niet rendabel is. Het baling van het spoedig in gebruik nemen van het monument prevaleert boven verdere of zelfs geheel nieuwe voorstelling voor aanpassingen aan het monument.” De samenvatting van het advies van CRK daterende van 24 mei 2023 is als volgt:

“De conclusie is dat het bouwplan te veel afbreuk doet aan de monumentale waarden zoals gesteld in het bouwhistorisch onderzoek en dat op voorliggend plan geen akkoord gegeven kan worden. De CRK ziet echter veel positieve aanknopingspunten in het plan en ondersteund de ambitie om de kerk her te bestemmen als onderdeel van het Cultuurcluster.” In de definitieve beschikking St. Jan wordt het volgende gemeld: “Het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen, dan wel herstellen, gebruiken of laten gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het monument wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht (artikel 2.1, lid 1, onder f van de Wabo). Belangrijk zijn de overwegingen die bij deze definitieve beschikking St. Jan horen. Deze worden ook als bijlage hierbij overgelegd.” Uit al deze stukken lijkt het alsof het college op basis van een negatief advies overgegaan is op een belangenafweging en daarbij het gebruik heeft meegewogen binnen de casus St. Jan.

Casus kerk Nispen Onze fractie heeft kennis genomen van de inspraak over de kerk in Nispen tijdens de inspraak op 19 december 2024 (1187471 E-INWONER-Inspraakreactie op raadsmededeling haalbaarheidsonderzoek MFC Nispen). In die inspraak wordt gerefereerd naar raadsmededeling RM 77-2022 inclusief de notitie onderzoek multifunctioneel centrum Nispen. In die raadsmededeling inclusief bijlage lezen we onder andere: “Versobering (en daarmee een forse verlaging van het te investeren bedrag) van het plan van eisen is maar beperkt mogelijk zonder afbreuk te doen aan het gewenste kwaliteitsniveau, de goedkeuring van het CRK en het opgestelde plan van eisen.”

Casus klooster Wouw Daarnaast hebben we de beantwoording op 003-2025 bekeken waarbij als voorbeeld de rol van het CRK en het klooster in Wouw als voorbeeld werd opgedragen. Daarin geeft het college onder andere aan: “Wij zijn niet bereid de Omgevingskamer een grotere rol te geven in de belangenafweging met betrekking tot gebruik. Er bestaat bij wet geen voorrangsregeling voor af te wegen belangen. De advisering van de Omgevingskamer en de CRK betreft verschillende aspecten, maar de integrale afweging wordt door de case-regisseur uitgevoerd. De Omgevingskamer heeft daarnaast geen bevoegdheid om belangen van medeoverheden met instemmings- of adviesrecht te wegen. Daarom blijven wij bij de huidige werkwijze, waarin de afweging via de case-regisseur verloopt.”

Beleid- en regelgeving De afweging van gebruikersbelangen voor Rijksmonument was via Wabo geregeld in art 2.15, met daarin de volgende vermelding: “Bij de beslissing op de aanvraag houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van monument.” De huidige erfgoedverordening gaat alleen uit van belang monument: “De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.” De omgevingswet geeft m.b.t. rijksmonumenten in art 5.22 o.a. het volgende aan: “Het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden.”

Art 4.19 verwijst naar vast te stellen beleidsregels door gemeenteraad die ingevolge art 17.9 moeten worden toegepast de CRK. Vragen Na al het bovenstaande doorgenomen te hebben lijkt er een verschil in benadering te zijn tussen de kerk in Nispen en het klooster in Wouw enerzijds en St. Jan anderzijds. Waar in Nispen en Wouw de gebruikersbelangen zouden zijn afgewogen door CRK, maar lijkt bij de St. Jan dat het college zelf een definitieve afweging heeft gemaakt. Een eigen afweging die een behoorlijke tijdwinst geboekt heeft, zoals het college zelf aangeeft in de definitieve beschikking betreffende de St. Jan. Dit alles leidt tot de volgende vragen: 1) Bent u nog steeds van mening dat er sprake moet zijn van goedkeuring van de plannen m.b.t. de kerk van Nispen door CRK? Graag met uitleg. 2) Waarom heeft het college niet eerder actie ondernomen in het dossier kerk van Nispen en is het college ondanks bezwaren van het CRK overgegaan tot eigen belangenafweging waarin het gebruik wordt meegenomen? 3) Is het college alsnog bereid inzake Nispen een besluit te nemen waarin bij belangenafweging ook de financiële gevolgen o.a. m.b.t. beperking gebruiksmogelijkheden en duurdere verbouwingskosten worden meegenomen? 4) Hoe zit u de rol van het college als stakeholder en vergunningverlener in het dossier St. Jan? 5) Heeft het een rol gespeeld dat Stichting St.

Jan onder ‘Diensten van algemeen economisch belang’ valt? 6) Leiden financiële gevolgen voor oprichters van gezondheidscentrum in klooster Wouw en multifunctioneel centrum in kerk Nispen tot een andere belangenafweging? 7) Met betrekking tot klooster Wouw: Had de afweging van gebruikersbelangen daar niet door het college gedaan kunnen en moeten worden? 8) Worden indieners van plannen op de hoogte gesteld dat een positief advies van CRK niet perse van doorslaggevend belang hoeft te zijn, en dat het college de belangen van het moment afweegt tegen toekomstig gebruikersbelang? Dat er dus ook zonder positief advies CRK een aanvraag ingediend kan worden? 9) Kan het college duidelijk aangeven of er beleid is m.b.t. het moment van belangenafweging door college? (M.a.w. dat er niet eindeloos -zoals het soms lijkt- afgewacht hoeft te worden met en op de CRK? 10) In relatie tot uw beantwoording van 003-2025 over de rol van de Omgevingskamer: Blijft u van mening dat deze afweging door de case-regisseur moet worden uitgevoerd, mede in relatie tot het vier-ogen principe? Is een integrale afweging niet beter op zijn plaats in de Omgevingskamer? 11) In 003-2025 vermeld u tevens “De Omgevingskamer heeft daarnaast geen bevoegdheid om belangen van mede-overheden met instemmings- of adviesrecht te wegen”.

Is hier sprake van een juist argument? De Omgevingskamer brengt toch alleen advies richting college, waar de belangenafweging plaatsvindt? 12) Is het mogelijk in toekomstig beleid aangaande gemeentelijke monumenten dezelfde omschrijving te gebruiken als bij rijksmonumenten namelijk: ‘het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden.’ ? Het is even een flinke pil aan inleiding en vragen, maar het heeft als doel om duidelijk te krijgen wat nu zwaarder weegt, een advies van de CRK of een eigen afweging van het college. Want naar ons

inzicht wordt dit nu door elkaar heen gebruikt, als we alleen al naar de drie genoemde casussen kijken. We zien uit naar uw beantwoording. Namens, Paul Klaver, PvdA Roosendaal Annette Gepkens, GroenLinks Gerard de Backer, Burgerbelangen Roosendaal Marco Schillemans, Roosendaalse Lijst Jac Wezenbeek, Vitaal Liberaal Bejar Taher, D66

Zie hieronder gevoegd: de bijlage behorende bij deze raadsvragen.

Bijlage bij raadsvraag: Verschil in belangenafweging – CRK of college zelf? In de definitieve beschikking St Jan wordt het volgende vermeld: Het slopen , verstoren , verplaatsen of in enig opzicht wijzigen , dan wel herstellen , gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het monument wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht (artikel 2. 1 lid 1 onder f van de Wabo) A. Overwegingen Bij het nemen van het besluit hebben wij voor deze activiteit overwogen dat: • op grond van artikel 2.1 , lid 1 , onder f , juncto artikel 2. 15 van de Wabo de omgevingsvergunning slechts verleend kan worden indien het belang van monumentenzorg zich daartegen niet verzet , waarbij het bevoegd gezag rekening houdt met het gebruik van het monument; • de aanvraag een rijksmonument betreft , geregistreerd onder monumentnummer 32710; • de aanvraag in het kader van de beoordeling voor advies op 23 november 2022 , middels presentatie op locatie , is voorgelegd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK); • de CRK het college op 20 december 2022 een negatief advies heeft uitgebracht; • de RCE het college op 18 januari 2023 een negatief advies heeft uitgebracht; • op d. d.

22 maart 2023 de initiatiefnemer een aanvullende reactie heeft aangeleverd naar aanleiding van de uitgebrachte negatieve adviezen; • de CRK en de RCE beide op 6 april 2023 wederom een negatief advies hebben uitgebracht; • op d. d. 26 april 2023 heeft de initiatiefnemer een 2e aanvullende reactie heeft aangeleverd naar aanleiding van de uitgebrachte negatieve adviezen; • de RCE het college op 23 mei 2023 wederom een negatief advies heeft uitgebracht; • de CRK het college op 24 mei 2023 wederom een negatief advies heeft uitgebracht; • de maatschappelijke urgentie om de rijksmonumentale kerk een zinvolle herbestemming te geven en verdere leegstand en achteruitgang van de staat van het gebouw te voorkomen groot is; • het doel is om te komen tot een cultureel maatschappelijk invulling die te gebruiken is als ontmoetingsruimte voor de stad en aanvullend is op de culturele hotspots die er momenteel zijn. De ruimtes moeten daarbij wel verhuurbaar blijven. Culturele en maatschappelijke organisaties zijn over het algemeen afhankelijk van subsidies. Kostenverhoging voor gebruikers kan ertoe leiden dat de organisaties meer subsidie vragen of afzien van het gebruik van de ruimte.

Daarmee is het oorspronkelijke doel , de kerk weer in gebruik nemen door inwoners , niet haalbaar; • ondanks dat niet alle adviezen en overwegingen over de hoofdopzet , die tijdens de eerdere overleggen met de CRK en RCE zijn meegeven , zijn verwerkt in de aanvraag , de plannen door de initiatiefnemer ook meermaals op onderdelen zijn aangepast en uitgewerkt , waarbij is tegemoetgekomen aan een groot deel van de opmerkingen en adviezen van de CRK en de RCE. De initiatiefnemer geeft aan dat de nog resterende opmerkingen en adviezen niet verwerkt kunnen worden , omdat dat leidt tot een andere businesscase. Indien het ontwerp zodanig moet worden aangepast dat de arcades met elementen als zuilen , kapitelen en bogen minder door de toe te voegen galerijen worden ‘ingepakt’ leidt dit tot een vermindering van het verhuurbaar vloeroppervlak en daarmee tot een andere businesscase. Daarnaast haken kandidaat-huurders vanwege de vertraging en de vermindering van het verhuurbaar vloeroppervlak mogelijk af; • indien het ontwerp zodanig moet worden aangepast dat de arcades met elementen als zuilen , kapitelen en bogen minder door de toe te voegen galerijen worden ‘ingepakt’ , dit leidt tot een vermindering van het verhuurbaar vloeroppervlak en daarmee tot lagere opbrengsten , waardoor er naar verwachting 5 jaar langer nodig is om te komen tot een positief exploitatieresultaat.

Dit kan ertoe leiden dat er een verzoek richting de gemeente komt om dit negatieve exploitatieresultaat op te vangen;

• indien het ontwerp zodanig moet worden aangepast dat de arcades met elementen als zuilen , kapitelen en bogen minder door de toe te voegen galerijen worden ‘ingepakt’ , dit leidt tot vertraging van de voorgenomen herbestemming met langere leegstand en verdere achteruitgang van de staat van het gebouw tot gevolg. Doordat de plannen enkele keren zijn aangepast staat het gebouw al enige tijd leeg. Dit heeft consequenties voor het behoud van het erfgoed. De staat van het gebouw gaat achteruit als er niet gestookt en gelucht wordt. Voor het behoud van het rijksmonument is dit zeer schadelijk en leidt het uiteindelijk tot hogere kosten voor restauratie; • voor de realisatie een lening bij de BNG Bank is afgesloten. Bij aanpassing van het ontwerp zal naar verwachting een herziening van deze financiering en rentepercentages moeten plaatsvinden. Ook zal de Raad dan , vanwege de afgegeven gemeentegarantie , moeten instemmen met een hogere achtergestelde lening en een hoger rentepercentage voor de achtergestelde lening wat tevens een negatief effect op de businesscase heeft; • voor de realisatie door de initiatiefnemer een beroep is gedaan op de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) en is op 1 februari 2023 een subsidie van ca. € 370. 000 verstrekt voor maatregelen welke binnen 2 jaar na de subsidieverstrekking dienen te zijn gerealiseerd.

Bij aanpassing van het ontwerp zal naar verwachting niet aan deze voorwaarde kunnen worden voldaan en zal de subsidie mogelijk vervallen; • de uitgebrachte adviezen van de CRK en de RCE gelet op het bovenstaande naar onze mening onvoldoende rekening houden met het gebruik van het monument; • wij op basis van het bovenstaande van oordeel zijn , dat het risico reëel is dat afwijzen van het huidige plan tot afstel leidt; • wij het belang van het spoedig in gebruik kunnen nemen van het monument laten prevaleren boven verdere of zelfs geheel nieuwe voorstellen voor aanpassingen aan het monument; • wij op basis van het bovenstaande van oordeel zijn , dat de gevraagde vergunning voor wat betreft de activiteit “het slopen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument” kan worden verleend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1763/documents/48814